Vakantie in Frankrijk – Rusteloze Benen en het vogelkoor

Onrustig door vakantiedieet

Slapen is hier al weken geen succes. Ik word regelmatig wakker ’s nachts door mijn levenslange kwelkwaal: Rusteloze Benen. Aangewakkerd door de warmte misschien. En door mijn vakantiedieet wellicht. Vakantie voor mij is genieten van eindeloze kopjes koffie op een terrasje, met een verrukkelijke Franse patisserie ernaast. En van een lokaal wijntje aan het einde van de dag. Nou, dat heb ik geweten, als nog niet eerder zo erg. Suiker, cafeine en alcohol zijn nl. de triggers voor mijn aandoening: Ik stuiterde door de dagen. Kon nauwelijks rustig zitten of liggen en de nachten waren slecht. Er stroomde een soort vloeibare cortisol door mijn aderen. Het duurde even voor het kwartje viel. Pure ontkenning, hoor. Ik wist allang dat al die zaken de kwaal verergeren.

Rigoreus op een ander dieet dus. Decaf koffie, een muizenhapje (soort van) van de patisserie van echtgenoot, water in plaats van wijn. Na een paar dagen kreeg het effect. Goddank. Aan de warmte kon ik echter niets doen, dus goed slapen is er nog niet bij. Ondanks de airco. Eigen bed is best.

Vogelkoor

Maar. Gedwongen om vroeg op te staan, zo rond zes uur, kreeg ik, ongevraagd, gratis toegang tot het ochtendconcert van de vogels hier.
Ik zit buiten. Het is nog koel, de zon komt langzaam op en is nog niet niet de hete vuurbol van later op de dag. De mimosaboom voor ons terras met zijn sierlijke bladeren en roze bloemenkuifjes, en de oleanders hebben zich tegoed gedaan aan de ochtendauw en staan verfrist te pronken met hun bloemen en takken. Ze verspreiden weer hun subtiele geur en ik adem het diep in. En dan hoor ik ze, de vogels met hun gezang. Elk met hun eigen opvallende stem. De wielewaal roept en krijgt antwoord, de zwartkop twittert, de merel, de leeuwerik, de groenling, ze zingen erop los. Bepaald geen bescheiden kamerkoor, maar een volle koorbezetting.

Ik gebruik Merlin, een voor mij nieuwe vogelapp, die me de namen van de vogels vertelt. Langzamerhand leer ik ze onderscheiden en herkennen. Er zijn hier zoveel vogels te horen. De wielewaal heb ik een paar keer gezien. Die vogel brengt me altijd terug in de tijd. In klas 6 van de School met de Bijbel in Rheden. Daar leerde ik het lied van de Wielewaal. Zo’n heerlijk schoollied. Hier enigszins ludiek vertolkt door Andre van Duin…

En dan hier het geluid van de echte wielewaal:

De vogelgeluiden in de vroege ochtend, ik ervaar het als een kadootje van de Schepper. Na een onrustige nacht mag ik even, op de voorste rij, meegenieten van het grote zangkoor dat Hem groet.

Vakantie in Frankrijk – Het goede leven

In de auto op weg naar een Romaans kerkje uit de 11e eeuw, zaten we uit te rekenen hoelang we tijdens de zomer al in Frankrijk komen. Het bleek ruim veertig jaar te zijn. Hebben we nu veel zien veranderen, was de volgende vraag. (Wij houden altijd zinnige gesprekken onderweg.)  De meest opvallende verandering is natuurlijk de euro, die alles veel makkelijker maakte. Hoewel het ook iets van de magie van vakantie in het buitenland wegnam. Het voortdurend omrekenen in het begin van de vakantie, tot je dat de keel uit ging hangen en je gewoon kocht wat je nodig had. Zonder vermoeiende omrekeningen.  Later zag je thuis op je papieren bankafschrift wel hoeveel duurder je uit was geweest, vergeleken met de Nederlandse supers. Tussendoor even checken (zoals je nu direct al ziet dat je je budget al overschreden hebt) ging niet, want er bestond nog helemaal niks digitaals. Zeker geen bankapps. Dat gaf toch een zekere rust.

En dan de telefoon. Die sleepte je niet in je broekzak overal mee naar toe. Dat was een toestel met een hoorn, aan een snoer, dat aan de wand van een telefooncel hing. Je stopte muntjes in een gleuf om even contact te hebben met je thuisbasis. Niet te lang, want de telefooncel was stikbenauwd en er stonden meer mensen te wachten…

Wat hetzelfde bleef

Wat echter in al die tijd hetzelfde bleef, in deze streken tenminste, is de ijzeren wet, dat om twaalf uur de winkels dichtgaan. Zonder pardon gaan de rolluiken naar beneden, de deur op slot en het zojuist nog levendige dorp is opeens een spookstad. Want, geen mens zal er aan tornen, het is Tijd voor de Lunch. En dat doe je niet met een meegebrachte boterham, die je in een half uurtje pauze weg hapt. Nee, daar neem je rustig twee uur de tijd voor. Mijn indruk is dat de Fransen werken om te leven en niet andersom. En eten is een belangrijk onderdeel van dat goede leven. Is het de zon die maakt dat fruit en groente hier lekkerder smaken dan in Nederland? Of zijn het de Franse consumenten die kwaliteit eisen? Het vlees, de vis, de groentes, de smaak is beter, voller. Of ben ik bevooroordeeld omdat ik op vakantie ben?

Super of buurtwinkel

We bezochten in St.Andre een oeroud kerkje. Het is erg warm, dus op koele plekken als kerken en musea is het goed toeven. En natuurlijk in de grote supermarkten, die niet om twaalf uur de deur voor je neus dichtgooien. Handig, maar helaas ook de oorzaak dat de bakkers en slagers hun deuren steeds vaker voorgoed moeten sluiten. Zelf zoek ik liever anoniem in de super naar mijn spulletjes om lastig Frans spreken te vermijden. En ook omdat ik het bijvoorbeeld in de kaaswinkeltjes moeilijk vind uit de ontelbare hoeveelheid soorten kazen iets te kiezen. Maar als ik beter Frans kon spreken zou ik fan van de buurtwinkel zijn! Je ziet in dit soort winkels hoe ze een buurt bij elkaar houden. Een praatje, begroeting. Het is persoonlijk.

Postkantoren en toiletten

Nog iets wat ik zo leuk vind in Frankrijk. Er zijn hier in elk dorp nog echte postkantoren! Met beperkte openingstijden weliswaar, maar ze bestaan!

De laatste die me opvalt: Openbare toiletten. Wat is Nederland een achterlijk land op dat gebied. Iedere super hier heeft een toilet. Zo niet, is er altijd wel eentje in de buurt. En schoon dat ze zijn! Echt, Nederland leeft in de middeleeuwen waar het toiletten betreft. Zoek het maar uit, is meestal de boodschap. Al is de nood nog zo hoog. Het lijkt triviaal maar bij het ouder worden is voor sommige mannen de nood niet alleen hoog, maar ook direct. Ik lees ook over mensen met darmproblemen die niet weg durven, uit angst dat er geen WC’s in de buurt zijn. Petje af voor de Franse overheden die hier goeie zorg leveren.

Nog wat plaatjes van het zeer oude Romaanse kerkje dat we bezochten. Gebouwd als de abdijkerk voor een Benedictijns klooster tussen de tiende en de twaalfde eeuw. De latei (die balk boven de ingang) is van marmer en je ziet Jezus als koning afgebeeld, met apostelen en engelen. Zulke oude kunstwerken maken me stil. Duizend jaar…

Vakantie in Frankrijk – de wandeling

Tweede wandeltocht, de berg op bij Montesquieu

Echtgenoot houdt van kaartlezen, routes uitpuzzelen, hetzij met de auto, de fiets of wandelend. Dit keer had hij een route van twee uur gevonden. Een wandeltocht, op de Franse wandelkaart aangegeven als ‘facile’ als in makkelijk te doen. Dat klonk goed. We hadden er nog maar 1 wandeling opzitten en tenslotte zijn we ook geen dertigers meer. Langzaam opbouwen dus.

We reden naar Montesquieu, een stadje wat verder de bergen in. Vonden zowaar de wandelroute bijna direct en daar gingen we. Het begon redelijk steil. En werd nog steiler. De route heette Route Botanique, dus we verwachtten na een aanvankelijke stijging (je zit hier nu eenmaal in de bergen, de uitlopers van de Pyreneeën)een vlakker circuit. We komen bij een tweesprong. Een blauwe pijl wijst naar traptredes tegen de bergwand op. Boven ons komt een echtpaar naar beneden en we vragen of dit inderdaad de Route Botanique is. De dame kijkt wat bedenkelijk en zegt dat dat zo is maar dat de bordjes antiek zijn. De juiste route maar niet meer zo ‘botanique’, zeg maar. Voor ons geen probleem. We komen voor de wandeling, (dit keer) niet voor de namen van de bomen en planten. Het wordt een pittige wandeling, maar wel een mooie. Het facile ontgaat ons enigszins. Eerder uitdagend…

De berg weer af

De uitdaging wordt nog groter wanneer we moeten gaan afdalen op de terugweg. Veel handen en voeten werk. Leunend op een dikke rots en dan een grote stap naar beneden, enzovoort.

En dan. Bij een van die stappen gaat het finaal mis. Met dat ik de grote afdaalstap zet glijdt mijn ene voet uit over het kiezelgruis dat overal op het pad ligt. In een fractie van een seconde verlies ik mijn evenwicht en kieper de diepte in! Ik voel mezelf gaan. Mijn hoofd stuitert, scherpe takken en dorens schuren langs mijn lijf. Ik bots ergens tegenaan met mijn schouder. Ik voel niets, denk alleen maar: Help, daar ga ik, wanneer stopt het? Dan kom ik stil te liggen, half gedraaid, op mijn rug.
Hoe ver ik gevallen ben? Tien meter, vijf meter? Ik heb geen idee. Ik lig doodstil en denk als eerste: Ok, ik leef, check. Voorzichtig voel ik danarmen en benen voor zover dat lukt, zonder verder weg te glijden. Niets gebroken, check. Ik schreeuw naar boven, naar echtgenoot die naar me staat te roepen, dat ik nog leef en ok ben. Maar ja. Hoe nu verder?

Ik lig letterlijk bijna loodrecht op die berghelling. Mijn voeten vinden nergens houvast om me af te zetten. Ik schop met mijn schoenen wat grond los om een kuiltje te vormen, zodat ik grip krijg. Bij iedere beweging ben ik bang verder naar beneden te glijden.

“Ga op je buik liggen en kom op je knieeen naar boven”, roept echtgenoot.
Dank je de koekkoek, denk ik. Mijn knie bloedt en me omdraaien durf ik al helemaal niet. De enige manier is met mijn armen gebogen en mijn voeten in een kuil me afzetten en naar boven tijgeren op mijn rug en achterwerk. Ter plekke neem ik me voor aan krachttraining voor armen en benen te gaan doen. Wat een slappe aanhangsels zijn dat! Ik kom voor mijn gevoel geen centimeter verder.

Uiteindelijk kom ik zo ver dat mijn sterke, tachtigjarige echtgenoot mij kan vastpakken onder mijn oksels en mij het pad op hijst. Mijn wonden vallen mee. Schaafwonden hier en daar, een bult op mijn hoofd, maar nergens veel bloed. We pauzeren even om op adem te komen en vervolgen dan maar de afdaling. Ik nu wel met mijn hand op de schouder van echtgenoot. En voetje voor voetje. Voorlopig even geen steile paadjes meer voor mij! En zal ik bergstokken aanschaffen, dat vraag ik me nu af.

Elne en La Maternité: Een Vergeten Geschiedenis

Elne

We bezoeken Elne. Een stadje wat verder landinwaarts dan de kustplaats Argeles, met een oeroude geschiedenis. Wie mij kent weet dat ik enthousiast word van geschiedenis! Er wordt gezegd dat Hannibal, 3 eeuwen voor Christus, na zijn tocht over de Pyreneeën op weg naar Rome, hier zijn tenten opsloeg en onderhandelde met Gallische leiders over een doortocht over hun grondgebied. Het heeft een kathedraal en een oud klooster uit de 12e tot de 14e eeuw, met een prachtige kloosterhof. Wij hebben iets met middeleeuwse kunst. Het is zo puur, vaak met een vleugje humor (gekke bekken en koppen) of ontroerende scenes. Uitgehakt in steen, maar met zoveel gevoeligheid.


Ik kan nog veel meer plaatjes tonen. Maar ik wilde iets anders vertellen over Elne. Terwijl we rondliepen en een en ander bekeken, kwam ik steeds het woord ‘Maternité’ of ‘La Maternité Suisse’ tegen. Boeken in het museum Terrus (lokale schilder) en folders. Het maakte me nieuwsgierig en ik begon wat te bladeren in de boeken. En wat blijkt, aan het eind van de jaren dertig, toen Franco Noord-Spanje innam, waren ruim een half miljoen Republikeinen gedwongen om naar Zuid-Frankrijk te vluchten. Over verschillende bergpassen van de Pyreneeën (hoog en koud!) kwamen ze berooid aan in o.a Elne. Mannnen, vrouwen en kinderen. Ze werden opgevangen in de meest miserabele tentenkampen. Ik schreef eerder een blog over de opvang van diezelfde vluchtelingen in Argeles, waar op een gegeven moment ook honderdduizend mensen gedwongen werden op het strand te bivakkeren, in de open lucht, met zandstormen, met nauwelijks sanitaire voorzieningen (en het was geen zomer!) Ik realiseerde me toen niet hoe enorm de vluchtelingenstroom was, verdeeld over de verschillende overgangspassen in de bergen. Begin veertiger jaren kwamen daar ook steeds meer Joodse vluchtelingen bij. Opeens kwam het heel dichtbij. De vluchtelingenkampen van nu. Gaza, Jemen, Soedan. De misere.

Tachtig jaar geleden was er ook in Elne dus een grote populatie vluchtelingen, die nergens heen mocht en afgesloten werd van het stadje. Een Zwitserse verpleegkundige, Elizabeth Eidenbenz, was aanvankelijk naar Spanje gekomen om daar voor een organisatie te werken die zich richtte op kinderen in oorlogssituaties. Toen ze hoorde over de vreselijke situatie in de kampen en hoe vrouwen en kinderen daar crepeerden, vertrok ze naar Elne. In 1939 vestigde ze, in een leegstaande villa, een opvanghuis voor zwangere vrouwen en de kinderen van vluchtelingen, Republikeinen, en inmiddels ook Roma en Joodse vrouwen die op de vlucht waren voor de Nazi’s. Als je leest in welke omstandigheden ze moesten leven, rijzen je de haren te bergen

In zo’n afgelegen stadje kom je dan onverwacht zo’n heldenverhaal tegen. En grijpt de realiteit van de miljoenen vluchtelingen in de wereld je aan. En het geeft ook moed. Er zijn altijd weer moedige mensen die opstaan voor degenen die in de hoek zitten waar de klappen vallen.

Terwijl ik hier ben, lopen er moedige mensen door mijn woonplaats. Met een spandoek en vlaggetjes. En ze zingen: Warm Welkom, vluchtelingen en asielzoekers! Steeds meer mensen doen mee. We laten ons niet wegduwen. Toen niet en nu niet. Het blijft helaas nodig.


Vakantie in Frankrijk – Perpignan en meer

Juni temperaturen

Het weer is tot nu toe perfect geweest. Warme dagen, wat koelere dagen en een nacht stortbuien. Alles rook heerlijk toen we ’s ochtends buiten kwamen. De geur van nat gras, dennenbomen, mimosa’s…zelfs de houten planken van ons terras roken lekker na een opfrisbeurt. We hebben onze eerste echte wandeling gemaakt op de wat koelere dag, in zee gezwommen op de warme dagen en Perpignan bezocht op een dag dat het 24 graden was en wat bewolkt. Ideaal om door de stad te struinen.

Perpignan

We parkeren in het centrum van de stad. 8 euro voor de hele dag. Bij de auto eten we eerst onze pizzabroodjes, gezeten op een muurtje met uitzicht op een cactustuin. Het klimaat hier is subtropisch en de cactussen in deze omgeving groeien uit tot enorme planten. Ik denk aan mijn cactussen thuis. Ook niet onaardig, maar mini naast deze giganten. En bloeien, ho maar. Misschien eens in de zoveel jaar…Daarom geniet ik er hier zo van.

Wijk St.Jaques

We lopen langs een statige avenue met rechts herenhuizen en villa’s, verrezen nadat de oude stadsmuren waren afgebroken aan het einde van de 19e eeuw, om de stad meer ruimte te geven. En links een lang, mooi park met oude bomen, speeltuinen en een (in onze ogen niet zo’n mooi) gedenkteken voor de Grand Guerre, hier de naam voor de eerste Wereldoorlog. In het hele park mag trouwens niet gerookt worden. Hoera! Er loopt zelfs een handhaver.
We volgen aanwijzingen naar de Sint Johannes de Doperkathedraal, ongeveer 15 minuten lopen. We beklimmen een steile trap en komen terecht in een wijk waar we nog niet eerder geweest zijn, een oude, op sommige plekken nog Middeleeuwse wijk. Hier blijken eeuwenlang Joden gewoond te hebben. Gescheiden van de stad, leefden die in deze ommuurde wijk. De Vichy regering verdreef de Joodse bewoners. En waarschijnlijk vluchtten velen al eerder.
De wijk wordt ook bewoond door Gitanes (spreek uit Zjitanes), zoals de Roma of zigeuners hier genoemd worden. Je stapt werkelijk een andere wereld binnen. Ongelofelijk veel rotzooi op straat en je ruikt de armoede. Het blijkt een zeer moeilijk te bereiken bevolkingsgroep te zijn. Later las ik dat bedroevend weinig kinderen naar school gaan en dat de gemiddelde levensverwachting, schrik niet, onder de 50 jaar ligt! (voor wie meer info wil, dit artikel in de New York Times is interessant)
Maar, ik kwam een oudere vrouw tegen, duidelijk een Gitane, en in een flits zag ik dat ze iets zachts en pluizigs onder haar vest droeg. Ik sprak haar aan met mijn steenkolen Frans en ze liet me een pup zien, drie weken oud…Warm en beschermd op haar (omvangrijke) boezem. Een dierenliefhebber, heerlijk.

Procession de Sanche

Even ongepland als een bezoek aan deze wijk, liepen we later langs een klein museum. Ik ben gek op kleine musea. Ze hebben vaak iets heel authentieks. Dus even naar binnen. Het is het Katholiek Bisschops Museum. Niet heel bijzonder. Wat schilderijen van de verschillende bisschoppen die er gewoond hadden, een mooie tuin, en het was er lekker koel.
Een onderdeel intrigeerde me echter wel en was nieuw voor me. In een van de zaaltjes stond een pop aangekleed met een kostuum dat ons aan de Ku-Klux-clan deed denken, maar dan in het zwart. Een lange habijt en zo’n griezelige puntmuts waar alleen de ogen doorheen kunnen kijken. Het blijkt onderdeel te zijn van een heel oude Catalaanse traditie uit de Middeleeuwen. In de week voor Pasen, op Goede Vrijdag, loopt er een processie door de stad van boetelingen, gekleed zoals in de foto. Ze dragen een loodzwaar beeld van Jezus met zich mee. Er is stilte en alleen het geluid van een doffe trommelslag is te horen. Voorop lopen in het rood geklede mannen. Alles verwijst naar het bloed dat Jezus vergoot aan het kruis. Het lijkt me indrukwekkend om mee te maken, maar ook enigszins macaber. Volgens Wiki (dus niet helemaal betrouwbaar :))is op de een of andere wijze een andere processie met deze latere verbonden geraakt. In de middeleeuwen werden gevangenen blijkbaar naar het schavot geleid met bedekt gezicht om wraak van slachtoffers en hun familie te voorkomen. Een geestelijke leidde de stoet. Je kunt je er iets bij voorstellen. Geen vrolijk verhaal dus.

Kathedraal en Catalaans linnen

Uiteindelijk bereiken we de kathedraal waar we even een kijkje nemen. Tegenwoordig brand ik kaarsjes voor de gebeden die ik altijd meedraag in mijn hart. Ik heb ook geprobeerd te bidden op zo’n houten knielbank, maar dat viel tegen. De knobbelbotjes op mijn knieën deden zo’n pijn, dat ik blij was niet iedere zondag hier mezelf te hoeven kwellen. Maar knielend bidden vind ik wel mooi!

Cathedral St. Jean Baptiste Perpignan

Op het allerlaatst deden we nog een winkel (Les Toils du Soleil) aan met textiel dat volgens Catalaanse traditie geweven wordt. Wat dat precies inhoud kwam ik zo gauw niet achter, maar het was prachtig. Veelkleurige streeppatronen in de aller vrolijkste kleuren.

Van de prijs werd ik minder vrolijk. Dus, helaas, zonder aankopen terug naar de auto, terug naar Laroque.

Vakantie in Frankrijk – Laroque des Alberes

Ons eerste chalet

Het blijft een boeiende vraag wat een mens ertoe beweegt om als vakantie een maand door te willen brengen in een huisje dat zo groot is als mijn woonkamer thuis. Met een zg. tweepersoons bed waarin je nét lekker in je eentje kunt slapen. Met ook nog een plastic hoes om de matrassen en kussens vanwege de hygiëne. En een bank met een zelfde soort bekleding, waaraan je dus vast plakt want het is ook nog eens smoorheet. Ons uitzicht: een chalet op ongeveer 0 meter afstand. Wat doen we hier? Dachten we, maar zeiden het niet hardop. We kwamen net aan in ons vakantiehuisje in Frankrijk. Na een lange reis van twee dagen ben je meestal wat overprikkeld en kritisch, dus gingen we eerst maar slapen, elkaar sussend met opmerkingen als ‘kom op, het valt best mee, alles went. We zitten hier niet de hele dag thuis, enz.’

Maar het gezicht van mijn echtgenoot, de rasoptimist, gaf weer dat ook hij z’n twijfels had… Grappig hoe je dan nog een tijdje samen probeert de schijn op te houden. Positieve puntjes zoeken en zo…

Bij het wakker worden, de volgende ochtend, brak het uur van de waarheid aan: We gaan hier niet een maand zitten! Voor een fikse bijbetaling konden we verhuizen naar een grotere stacaravan met een wijds uitzicht. Dat betekende wel dat de hele bubs weer moest worden ingepakt. Maar het was de moeite (en het geld) meer dan waard.

Links ons ingebouwde chalet. Rechts ons uitzicht nu.

Camping Les Alberes

We zijn in Zuid-Frankrijk dus. Omgeving Perpignan, aan de voetheuvels van de Pyreneeën. Laroque des Alberes, een dorp waar we door de jaren heen vaak zijn geweest. We hebben op deze camping zelfs een Franse familiereünie gevierd. Daar was de camping niet heel blij mee. Voor gezamenlijke evenementen werden we naar steeds verderaf gelegen plekken gestuurd. Ik begreep het helemaal. Het aantal decibellen dat je produceert met een groep van 20 personen is oorverdovend. Zeker met de familie van mijn echtgenoot!

De omgeving, bergen, stadjes en de zee

Wij ervaren deze omgeving als thuiskomen. De natuur is mooi, de plantengroei weelderig, het is overal berg/heuvelachtig. Veel oude kerkjes, kloosters en op hoge plekken uitzicht in de verte op de Middellandse Zee! Dat is voor ons de aantrekkingskracht van dit gebied. De kust, de cultuur en de bergen. Perpignan is een middelgrote stad waar we graag heengaan als we zin hebben in flaneren, de antiekmarkt of gewoon even wat anders. Ik kocht er ooit een afgeprijsde picknick koeltas met borden en bestek. Nu al zo’n 20 jaar geleden. In een kleur die toen uit de mode raakte. Opvallend hoe veel invloed mode dan toch heeft. Ik heb jaren gedacht ‘wat een afgrijselijke kleur, ik doe het ding weg’. Maar dan kwam de kleur weer in de mode en vond ik ‘m naast praktisch ook wel weer cool. Nu is het een soort antiek kleinood geworden waar ik geen afscheid van kan nemen. Daarbij is grasgroen ook weer in de mode, dus….

De laatste week in Korea

Nog twee dagen en de thuisreis begint.  Na bijna drie maanden voelt het hier als (bijna) thuis. De taal begint weer wat makkelijker te stromen, mijn tong zit niet zo in de knoop als in het begin, en ik heb geen uur meer nodig om woorden te spellen voor ik ze lezen kan.

Aanvankelijk genoten we van een rustige periode in Cheonan, in het huis van de vrienden met wie we een house exchange deden. Zeven weken geven de luxe van volkomen ontspanning. Niet in je achterhoofd al in de tweede week de onbehagelijke gedachte van ‘niet teveel meer kopen, wánt we gaan bijna weg’. Mijn afwijking, maar ja, dat zit er nu eenmaal ingebakken. Vooruitdenken en -plannen. Met zeven weken in het vooruitzicht kon zelfs ik loslaten.

Na zeven weken verhuisden we naar het gasten-appartement van de Theologische School. Daar intensiveerde het sociale leven zich. We leerden veel mensen voor het eerst kennen, we hernieuwden oude vriendschappen en er werd veel gegeten met elkaar. Ik kan een dik fotoboek vullen met kiekjes van ons samen, met Koreaanse vrienden, aan het eten in allerlei restaurants.

De gastvrijheid van de Koreanen blijft ons verbazen. De vriendelijkheid, de tijd (en het geld) dat besteed wordt om het de gast naar de zin te maken, de aandacht voor detail, het is moeilijk in woorden uit te drukken hoe warm we onthaald worden. Gast zijn in Korea is het beste wat iemand kan overkomen.

De andere kant van de medaille is, dat veel voor je geregeld wordt en niet altijd zoals je het zelf had bedacht. Soms zit je al in een bus of taxi op weg naar weet- ik- waar, voor je een woord hebt kunnen inbrengen. We laten het meestal maar gebeuren. Het kost meer energie eigen plannen door te drukken dan ’to go with the Korean flow’. Vooral Koreaanse vrouwen zijn mega regelaars. De jongere zeer digitaal bekwaam. In een ogenblik hebben ze schema’s, roosters, restaurants, gedownload en naar je doorgestuurd. Ze denken mee en voor je. Op den duur zou dat misschien gaan wrijven, maar we lieten het nu maar lekker gebeuren. Als kenners van hun eigen stad en land weten ze vaak ook beter wat en waar en hoe.

De tijd sinds de rest van het gezin kwam is voorbij geschoten (‘gevlogen’ dekt de lading niet). Vanaf de 20e juli dendert de family train als een razende roeland langs oude en nieuwe plekken van herinnering. Nou ja, een family train van veertien personen kent ook z’n vertragingen en uitval momenten natuurlijk. Maar iedere dag is tot het gaatje gevuld met activiteiten, onderbroken met koffiepauzes, eetpauzes, en meestal een duik in zee bij Haeundae of elders. Sommigen hebben kennis gemaakt met de medische wereld in Korea. Acupunctuur voor de een, met een schouder die op slot zat. En een ambulance voor de ander met een acuut geval van voedselvergiftiging. Ook dat allemaal in die ene week.

Vandaag is de laatste gezamenlijke dag. We gaan een traditionele markt bezoeken, de Gukzae Market waar ik vroeger, in de jaren tachtig, mijn boodschappen haalde. Toen stond daar, tussen de kraampjes, de enige super(achtige)markt waar wat, op westerse lijkende, producten te koop waren. Zoals de vieze Gerber babyvoeding potjes.

We zijn allemaal verliefd op het land. Opnieuw of voor het eerst. Juli is niet de beste maand om er te zijn. De hitte en vooral de hoge vochtigheid, gemiddeld 70%,  maken dat buiten zijn vermoeiend is. En niet lang vol te houden. De vele cafeetjes (nieuw fenomeen, de koffie cultuur) geven verkoeling tussendoor. Een museum, een wandeling in de schaduw van een cederbos, en vooral veel water maken het dragelijk.

Het verkeer is een nachtmerrie, vooral in Busan. Druk, plotseling wisselende rijbanen, getoeter en ongeduldige chauffeurs, het is zenuwslopend. Een familie verblijft op een plek (Yeongdo eiland) waar de wegen niet alleen horizontaal lopen maar min of meer verticaal, zo stijl. Iedere keer een uitdaging om daar te rijden. Vooral dat ene punt waar je omhoogrijdend opeens recht voor je niets meer ziet. De weg daalt daar 20% af, maar dat weet je de eerste keer niet. Je geeft gas in de hoop ergens uit te komen. Iedere keer weer een verrassing wanneer de weg er nog is.

Een volgende blog over wat we gedaan hebben in meer detail.

….en toen was er Vitamine D

Ik moet, sinds ik in Korea ben ontzettend vaak plassen. Excuses voor dit begin maar het is de hoofdreden voor mijn bloedtest waarover ik ga vertellen.

Ik heb diabetes, maar die is redelijk goed onder controle. Als ik tenminste een beetje oplet met wat ik eet en genoeg beweeg. Dat laatste is wel een dingetje want ik ben van nature geen sporter. Ik heb weinig lol in allerlei fitness gedoe en na een paar weken hou ik er weer mee op. Lopen en in fe tuin werken is mijn beweging.

Maar goed. Terug naar de volle blaas. Sinds we hier in Korea zijn is ons dieet natuurlijk anders. We eten meer in eettentjes buiten de deur. Worden uitgenodigd door kennissen. Eten in de kerk. Enzovoort. Heerlijk eten, maar ik begon me zorgen te maken over de samenstelling ervan. Koreaans eten bevat meestal suiker als smaakmaker. Zout, zuur, pittig en een beetje zoet. En daarnaast de hagelwitte rijst, bron van (voor mij slechte) koolhydraten.

Veelvuldige bezoekjes aan de WC en het dieet, maakten dat ik vermoedde dat mijn ‘suiker’ van slag was. Dus, met vriendin Soona naar haar huisarts voor  een bloedtest. Ik ging er helemaal van uit dat ik vanaf nu rijstloos en Koreaans  etenloos door het leven zou moeten.

Bij de dokter. Links een apparaat waar je, zonder afspraak, je bloeddruk kunt meten.

Wie schetst mijn verbazing toen bleek dat alle waarden  prima waren. Ik heb in Nederland nog nooit zo’n uitgebreide bloedtest gehad. Met uitgebreide toelichting van de arts, die vooral interesse toonde in mijn andere kwaal, R(estless) L(eg)S(yndrom). (Ik zal daar later meer over schrijven)

In de uitslag constateerde ze dat de bloedsomloop niet helemaal jofel was. Ze kon zien aan het bloed dat ik spataderen had gehad (operatief verwijderd) en legde een verband met het RLS gebeuren.

Maar de grootste verbazing was wel dat ik een ernstig tekort aan Vit D blijk te hebben. Huh? Nooit gehoord, nooit getest, nooit geweten. Ook daar legde de arts een verband met RLS. Of ik nog andere problemen of vragen had? Ik was de hoge plasfrequentie al vergeten en ging snel naar huis. Met een recept voor de pilletjes.

De doktersapotheek

Thuis natuurlijk onmiddellijk het internet ingedoken. En ja hoor, artikel na artikel van gerenommeerde medici in de VS, die een verband lijken te zien. Ik zal je alle technische uitleg besparen, die kan ik zelf ook niet volgen. Maar een van de woorden dat telkens terugkwam was  ‘dopaminehuishouding’. Dat stofje wat o.a. helpt om vrolijk te zijn. Maar dat nog veel meer doet in je lijf. Het heeft invloed op je bewegingsapparaat. Dan denk ik natuurlijk aan mijn ‘wiebelbenen’ die ons RLS lijders zo kwellen kunnen. Oh, en heeft ook weer invloed op de vorming van een bepaald soort ijzer.

Nou ja, lang verhaal kort. Ik slik nu max dosis vit D. En aspirine en nog iets wat een gunstige werking op de vaten heeft.

Maar ik vraag me vooral af waarom in Nederland dit tekort aan D nooit is gevonden, terwijl het zo belangrijk is voor allerlei processen in ons lijf? En dat het verband tussen RLS en ijzer nog niet bekend lijkt te zijn. En waarom dit soort dingen niet getest worden? In de VS wel. En in Korea ook. Lopen wij nu achter of wat?

Als er medisch geschoolde mensen zijn die dit lezen zou ik hun commentaar erg op prijs stellen!

En het vaak moeten plassen? Het zal wel door de kimchie komen!

Een paar links van de vele naar onderzoeken:

VEIN VASCULAR CENTER:

*https://www.viaveincenter.com/blog/the-link-between-low-vitamin-d-and-restless-legs#:~:text=While%20experts%20still%20haven’t,increase%20your%20risk%20for%20RLS.

Journal of Clinical Sleep Medicine

https://jcsm.aasm.org/doi/full/10.5664/jcsm.7044

En dit is wat de Nederlandse Thuisarts schrijft, geen enkele vermelding van RLS

https://www.thuisarts.nl/vitamine-d/ik-heb-misschien-extra-vitamine-d-nodig#

Hoe het na zes weken Korea is

10 punten

  1. Het allerleerste nieuwe is eraf. De eerste 3, 4 weken zijn we echt op vakantie. Alles is nieuw, of opnieuw herkennen. We verbazen ons over de moderne ontwikkelingen in het land. De wegen, de gebouwen, de winkels, de top voorzieningen overal. Het enige vieze hurktoilet dat ik ben tegengekomen was bij een Chinees restaurant in een buitenwijk. Alle toiletten zijn verder schoon, voorzien van alarmknoppen, sommige zelfs met een bidetbril. Het blijft wennen wat je met het gebruikte toiletpapier moet. Sommige WC’s hebben bordjes met de mededeling dat het papier in het toilet mag. Weer anderen vragen nadrukkelijk om het papier in de afvalemmer naast het toilet te gooien. In verband met verstopping. De meeste toiletten hebben papier in het toilet zelf. Maar, er zijn ook toiletten waar je eerst papier pakt en dan naar het toilet gaat. Daar kom je dus te laat achter! En met je broek op je enkels nog naar buiten schuifelen is ook zo wat. Een gewaarschuwd mens telt dus voor twee. Na de aanvankelijke “kijk nou’s!”-ervaringen, blijft de bewondering, maar de verbazing is minder zo aanwezig. We voelen ons thuis. Vooral als we na weg geweest te zijn, onze eigen, rustige wijk inrijden. Ha, weer thuis.
  2. Verbazing over alle leuke ervaringen in Cheonan (zie kaartje). Het is de stad waar we verblijven. Deze stad staat niet bekend om haar vele toeristische bezienswaardigheden. Het is een stad met veel hoogbouw en (automobiel)industrie. Bovendien functioneert het enigszins als overloopstad voor het onbetaalbare Seoul. Seoul ligt een uur ten noorden van Cheonan. Voor we hier kwamen was onze gedachte dat we het wel zouden zien. Gewoon rustig aan, wat meer schrijven en lezen en af en toe erop uit. En zo geschiede, met dit verschil dat we veel meer hebben gezien dan we dachten! Niet ver van ons vandaan bijvoorbeeld, ongeveer drie kwartier rijden, ligt Gongju. Een gebied met een oude geschiedenis. 1500 jaar geleden was dit de hoofdstad van het koninkrijk Baekje. Met veel overblijfselen, zoals een fort, de graftombes van een koning en koningin uit de 5e eeuw. Het museum dat de grafvondsten (in 1972 werden de tombes gevonden) toont is prachtig ingericht en er is veel te zien. In elk Nationaal Museum is trouwens ook een interactieve kinderafdeling. En ze zijn gratis! Verder is er in onze directe omgeving het Onafhankelijkheids Park, prachtig aangelegd, met veel bezienswaardigheden. Ook zijn er een aantal tempels, die we bezochten, en galerieën. Zo langzamerhand ontdekken we steeds meer.
  3. We blijven onder de indruk van de vriendelijke behulpzaamheid van de Koreanen. Zo gauw je iemand aanspreekt om hulp zal hij/zij hun uiterste best doen om je te helpen. Ik probeer het vaak eerst in het Koreaans, maar de jongere generatie gaat vaak over op Engels. Ze hebben er duidelijk plezier in dat te spreken. Ook goed.
  4. Mei is een fantastisch seizoen om Korea te bezoeken! De natuur komt tot bloei! Azalea’s zijn overal te zien. De pioenrozen en de rozen bloeien volop. Bloemen als coreopsis hebben zich overal verspreid en vormen zeeën van geel langs de wegen. De dagen zijn warm, maar de nachten verrukkelijk koel! Nu het half juni is merk je het verschil. De nachten blijven rond de 20 graden en overdag is het echt heet. Ik loop nu ook met een paraplu (parasol, ja) soms, net als veel Koreaanse vrouwen. Het scheelt echt. Dat wij hier vroeger zonder airco woonden kan ik me moeilijk nog voorstellen. We proberen die niet teveel te gebruiken, maar soms is het nodig om de kamertemperatuur weer onder de 27 graden te krijgen. In Nederland kennen we die hitte tegenwoordig ook natuurlijk. Maar hier geen schommeling in temperatuur. Eenmaal warm, blijft het warm.
  5. Niet elke dag Koreaans meer eten. De eerste weken konden we geen genoeg krijgen van het Koreaanse eten. Dat heerlijk is, gezond en gevarieerd. Pittig, maar niet altijd. Toch kreeg ik na een tijd zin in een westerse maaltijd. Aardappel, broccoli en kip. Zo gepiept natuurlijk. Alles is hier te koop en van goeie kwaliteit. Het is niet spotgoedkoop, zoals ik al eerder schreef. Vooral het biologische groente en fruit is, net als in Nederland, aan de dure kant. Bepaalde dingen zijn haast niet te vinden of bizar duur. We zochten overal naar zwarte thee. ‘Gewone’ thee, zeg maar. We houden niet zo van kruidenthee of thee met smaakjes, of groene thee. Maar vergeet het, alles te kust en te keur, behalve zwarte thee. Wel gevonden, in een Chinese winkel. En later in een super, maar vraag niet wat we ervoor betaalden. Ook filterkoffie is erg duur. Ondanks het feit dat het met liters tegelijk wordt gedronken, overal. Ice coffee, Latte coffee, Cappucino coffee, ice of hot en ga zo maar door.
  6. Ik mis mijn tuin Ons tijdelijke huis hier heeft een grote voortuin. Toch mis ik het geteutel in mijn eigen tuin in IJsselstein. Met mijn handen in de aarde, zaaien, verplanten, naar een kwekerij gaan. Het is echt een hobby waar ik veel tijd mee doorbreng. De tuin hier is eenvoudig. Een border met vaste planten, grasveld en wat bomen. Keurig. Weinig in te doen, behalve wat onkruid weghalen…
  7. De hitte went Ik zag het meeste op tegen de hitte. Maar ik merk dat door de geleidelijke stijging van de temperatuur het toch went. Nu begint de vochtigheid toe te nemen, dus dat is afwachten. Warmte en regen is niet zo’n lekkere combi. Bijzonder hoe Koreanen over het algemeen, in mijn ogen, warme kleding dragen. Lange mouwen, ook als het heet is, spijkerbroeken, eigenlijk altijd huid-bedekkende kledij. Bruin worden is hier absoluut geen schoonheidsideaal, integendeel. Hoe witter de huid, hoe mooier. Bloot is ook cultureel niet helemaal passend. Korte broeken zie je nauwelijks, meest gedragen door jonge vrouwen, maar toch, een uitzondering. Shirts met spaghetti bandjes eveneens. Nu het warmer wordt zie je wel steeds meer natuurlijke materialen als linnen en zo.
  8. De taal valt tegen. Hoewel we ons redelijk verstaanbaar kunnen maken valt het spreken in de taal tegen. Verstaan gaat, mits men niet te snel spreekt, maar dan zelf zinnen formuleren, da’s andere koek. Vooral als na je beste poging iemand je glazig aankijkt. Het is alsof ze zeggen ‘die taal ken ik niet’. Dan realiseren ze zich dat het Koreaans is, waarschijnlijk met een raar accent. Nou ja, we blijven ons best doen.
  9. Wat is de natuur mooi. De natuur in Korea is prachtig. De vergezichten met de golvende heuvelruggen, met daartussen de gifgroene rijstvelden, de naaldbossen, het blijft ons betoveren.
  10. Wat is de architectuur lelijk. De steden blinken niet uit door de architectuur. Er zijn veel enorm hoge wolkenkrabbers en grote, logge gebouwen met warenhuizen en supermarkten. Verbazingwekkend genoeg, staat er dan daartussen opeens een tempel. Of een oud Koreaans huis met zo’n typerend, golvend dak van dakpannen. Maar de meeste steden zijn in het centrum een chaotische mix van winkeltjes en kleine restaurantjes. Vaak gerangschikt naar categorie. Voor schrijfwaren moet je naar die ene straat, met 100 winkeltjes in schrijfwaren. Voor huishoudelijke spullen weer naar een andere straat. Vandaar dat de warenhuizen populair zijn: alles onder een dak en in de winter warm en ’s zomers koel. Wat de restaurantjes betreft, je vraagt je af hoe die allemaal kunnen bestaan. Er zijn er zoveel dat je de indruk krijgt dat de ene helft van Korea voor de andere helft kookt.

Cheonan is het blauwe cirkeltje op de kaart

Verkiezingen in Zuid-Korea Een verdeeld land

Staat van beleg

Ex-president Yun Suk Yeol

Tot vorig jaar volgde ik nauwelijks de politieke ontwikkelingen in Zuid-Korea. Een paar weken na ons bezoek in oktober 2024, liepen echter opeens de spanningen daar hoog op. We waren stomverbaasd. In een, in onze ervaring, vredig land werd plotseling de noodtoestand uitgeroepen door de president, Yun Suk Jeol. Het parlement werd buiten werking gesteld, het leger bevolen om elk verzet te breken. Dat klonk bloed serieus. Was er een inval van de noordelijke communistische buren aanstaande? Wat hadden wij gemist?

Het liep ogenschijnlijk met een sisser af. Parlementsleden (Democratische partij Korea, DPK), de oppositie, maar ook leden van de conservatieve partij (People Power Party) van regerend president Yun en anderen haastten zich midden in de nacht naar de vergaderzaal om een stokje te steken voor het besluit, dat recht hadden ze. De soldaten die hen tegen hadden moeten houden, lieten zich nogal gewillig aan de kant duwen. Die hadden hier ook geen zin in. Massale demonstraties volgden en tenslotte werd de president gearresteerd voor landverraad. Hij wacht nog op zijn rechtszaak.

By 서울의소리 VoiceOfSeoul – YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=esIMBXWVLLg – View/save archived versions on archive.org and archive.today, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=156213531

Er speelde corruptiezaken van zijn vrouw en ook van hemzelf. Maar de voornaamste reden, zegt men hier, is dat hij (conservatief) niets kon zonder toestemming van de liberale oppositie die de meerderheid had in het parlement. Het was dus een soort noodsprong om de macht naar zich toe te trekken.

Verdeeldheid

Zijn afzetting door het parlement, bevestigd door de rechter, bracht een verdeeldheid in het land aan het licht, die er blijkbaar al was. De afgezette president Yun was als conservatief tegen elke verzachting van de relatie met Noord-Korea. Die verhouding met het Noorden is altijd een splijtzwam geweest in het land. De democratische partij is bekend o.a. als voorstander van de Sunshine policy in de jaren negentig en later, tussen Zuid- en Noord Korea. Toenadering om de spanningen te verminderen. China te vriend houden, als belangrijke economische partner.

presidenten Kim Jong- un van Noord-Korea en Moon Jea-in van Zuid- Korea

Conservatieven, waaronder veel christenen zijn daar fel tegenstander van. In het Noord-Korea van Kim Jong-Un slijten tienduizenden christenen en dissidenten hun leven in werkkampen, onder vreselijke omstandigheden. Dat maakt christenen in het Zuiden zeer wantrouwig tegen elke vorm van samenwerking.

Verder zijn de ethische standpunten van de Democratische politici te ruim in de ogen van veel christenen. De huidige kandidaat van de Democratische partij, die volgens de peilingen gaat winnen, wil bijvoorbeeld abortus opnemen in de zorgverzekering. Het is bekend dat abortussen hier ook gebruikt worden vanwege gender voorkeur (M)

De conservatieve kandidaat was minister in de vorige regering en heeft zich als enige niet aangesloten bij het verzoek om de afgezette president te vervolgen. Veel jongere kiezers willen de macht van de president inperken, om te voorkomen dat het uitroepen van de noodtoestand niet meer zomaar kan gebeuren. Het verleden van onderdrukking en militaire coups roept nare herinneringen op. Men zal dit niet weer toestaan.

Verdeeldheid onder christenen

We begrijpen nu we hier zijn, dat er ook onder christenen verdeeldheid is. En wel zo dat het onderwerp vermeden wordt om ruzie te vermijden. Een groep predikanten van de Kosin kerken heeft zich publiek achter de afgezette president geschaard. En er is een groep kerkleden en predikanten die het uitroepen van de noodtoestand als volstrekt ontoelaatbaar zien. Genoeg stof voor onenigheid, helaas.

Rood zijn de conservatieven, blauw de democraten en oranje een conservatieve, populistische partij, die rond 10% van de stemmen kreeg.

Een van de grote problemen in het land zijn de snel dalende geboortecijfers. De bevolking vergrijst sterk (gemiddelde leeftijd is 85) en er worden veel te weinig kinderen geboren. Stellen werken beide, er wordt veel inzet (lange werkdagen) gevraagd. Men heeft allebei gestudeerd en wil carrière maken. Een, hooguit twee kinderen is genoeg.

‘Veel stellen spreken zelfs van tevoren af dat ze geen kinderen willen’, ‘ dat zetten ze in het huwelijkscontract!’ vertelt mevrouw Ok me, verontwaardigd.

Alles krimpt. Scholen op elk niveau. Personeel in veel beroepen. Ook in de kerken merkt men het. Op de Theologische Universiteit van de Kosin kerk bijvoorbeeld, zijn te weinig aanmeldingen. Theologen die na een dure promotiestudie uit het buitenland terugkomen, kunnen geen aanstelling meer krijgen aan het seminary of universiteit. Die eindigen dan soms in kleine kerkjes, met dertig leden of zo, inclusief eigen gezin. Dat kan natuurlijk een hele goede positie zijn om mensen met het evangelie te bereiken. Het kerkje waar wij op zondag heengaan is mini.
‘Maar de sfeer is warm en er is veel aandacht voor elkaar. Het voelt als familie!’ zegt Sage, een jonge moeder die zich met haar man onlangs had aangesloten bij deze kerk.

Samen lunchen in de kerk met koffie toe

Naschrift:

Woensdag 4 juni werd de uitslag van de verkiezingen bekend. De Democratische kandidaat Lee Jae-myung won de verkiezingen met een meerderheid van bijna 50%. Een ongekend hoge opkomst van 79% van de stemgerechtigde Koreanen. Een record.

In Nederland was er niet veel aandacht, aangezien bij ons net Wilders de stekker uit het kabinet had getrokken. We krijgen onze eigen verkiezingen. Ik hoop en bid dat we weer een centrum regering krijgen, met wijze mensen die alle aandacht voor de echte problemen zullen hebben als het klimaat, stikstof, huizenbouw. Als loyale ChristenUnie kiezer hoop ik ook op een betere bescherming van het leven, aan het begin en aan het eind. Tenslotte dat men zal durven opstaan tegen de vreselijke oorlog die Netanyahu momenteel voert in Gaza. Dat moet stoppen!