Vakantie in Frankrijk – de wandeling

Tweede wandeltocht, de berg op bij Montesquieu

Echtgenoot houdt van kaartlezen, routes uitpuzzelen, hetzij met de auto, de fiets of wandelend. Dit keer had hij een route van twee uur gevonden. Een wandeltocht, op de Franse wandelkaart aangegeven als ‘facile’ als in makkelijk te doen. Dat klonk goed. We hadden er nog maar 1 wandeling opzitten en tenslotte zijn we ook geen dertigers meer. Langzaam opbouwen dus.

We reden naar Montesquieu, een stadje wat verder de bergen in. Vonden zowaar de wandelroute bijna direct en daar gingen we. Het begon redelijk steil. En werd nog steiler. De route heette Route Botanique, dus we verwachtten na een aanvankelijke stijging (je zit hier nu eenmaal in de bergen, de uitlopers van de Pyreneeën)een vlakker circuit. We komen bij een tweesprong. Een blauwe pijl wijst naar traptredes tegen de bergwand op. Boven ons komt een echtpaar naar beneden en we vragen of dit inderdaad de Route Botanique is. De dame kijkt wat bedenkelijk en zegt dat dat zo is maar dat de bordjes antiek zijn. De juiste route maar niet meer zo ‘botanique’, zeg maar. Voor ons geen probleem. We komen voor de wandeling, (dit keer) niet voor de namen van de bomen en planten. Het wordt een pittige wandeling, maar wel een mooie. Het facile ontgaat ons enigszins. Eerder uitdagend…

De berg weer af

De uitdaging wordt nog groter wanneer we moeten gaan afdalen op de terugweg. Veel handen en voeten werk. Leunend op een dikke rots en dan een grote stap naar beneden, enzovoort.

En dan. Bij een van die stappen gaat het finaal mis. Met dat ik de grote afdaalstap zet glijdt mijn ene voet uit over het kiezelgruis dat overal op het pad ligt. In een fractie van een seconde verlies ik mijn evenwicht en kieper de diepte in! Ik voel mezelf gaan. Mijn hoofd stuitert, scherpe takken en dorens schuren langs mijn lijf. Ik bots ergens tegenaan met mijn schouder. Ik voel niets, denk alleen maar: Help, daar ga ik, wanneer stopt het? Dan kom ik stil te liggen, half gedraaid, op mijn rug.
Hoe ver ik gevallen ben? Tien meter, vijf meter? Ik heb geen idee. Ik lig doodstil en denk als eerste: Ok, ik leef, check. Voorzichtig voel ik danarmen en benen voor zover dat lukt, zonder verder weg te glijden. Niets gebroken, check. Ik schreeuw naar boven, naar echtgenoot die naar me staat te roepen, dat ik nog leef en ok ben. Maar ja. Hoe nu verder?

Ik lig letterlijk bijna loodrecht op die berghelling. Mijn voeten vinden nergens houvast om me af te zetten. Ik schop met mijn schoenen wat grond los om een kuiltje te vormen, zodat ik grip krijg. Bij iedere beweging ben ik bang verder naar beneden te glijden.

“Ga op je buik liggen en kom op je knieeen naar boven”, roept echtgenoot.
Dank je de koekkoek, denk ik. Mijn knie bloedt en me omdraaien durf ik al helemaal niet. De enige manier is met mijn armen gebogen en mijn voeten in een kuil me afzetten en naar boven tijgeren op mijn rug en achterwerk. Ter plekke neem ik me voor aan krachttraining voor armen en benen te gaan doen. Wat een slappe aanhangsels zijn dat! Ik kom voor mijn gevoel geen centimeter verder.

Uiteindelijk kom ik zo ver dat mijn sterke, tachtigjarige echtgenoot mij kan vastpakken onder mijn oksels en mij het pad op hijst. Mijn wonden vallen mee. Schaafwonden hier en daar, een bult op mijn hoofd, maar nergens veel bloed. We pauzeren even om op adem te komen en vervolgen dan maar de afdaling. Ik nu wel met mijn hand op de schouder van echtgenoot. En voetje voor voetje. Voorlopig even geen steile paadjes meer voor mij! En zal ik bergstokken aanschaffen, dat vraag ik me nu af.

Vakantie in Frankrijk – Perpignan en meer

Juni temperaturen

Het weer is tot nu toe perfect geweest. Warme dagen, wat koelere dagen en een nacht stortbuien. Alles rook heerlijk toen we ’s ochtends buiten kwamen. De geur van nat gras, dennenbomen, mimosa’s…zelfs de houten planken van ons terras roken lekker na een opfrisbeurt. We hebben onze eerste echte wandeling gemaakt op de wat koelere dag, in zee gezwommen op de warme dagen en Perpignan bezocht op een dag dat het 24 graden was en wat bewolkt. Ideaal om door de stad te struinen.

Perpignan

We parkeren in het centrum van de stad. 8 euro voor de hele dag. Bij de auto eten we eerst onze pizzabroodjes, gezeten op een muurtje met uitzicht op een cactustuin. Het klimaat hier is subtropisch en de cactussen in deze omgeving groeien uit tot enorme planten. Ik denk aan mijn cactussen thuis. Ook niet onaardig, maar mini naast deze giganten. En bloeien, ho maar. Misschien eens in de zoveel jaar…Daarom geniet ik er hier zo van.

Wijk St.Jaques

We lopen langs een statige avenue met rechts herenhuizen en villa’s, verrezen nadat de oude stadsmuren waren afgebroken aan het einde van de 19e eeuw, om de stad meer ruimte te geven. En links een lang, mooi park met oude bomen, speeltuinen en een (in onze ogen niet zo’n mooi) gedenkteken voor de Grand Guerre, hier de naam voor de eerste Wereldoorlog. In het hele park mag trouwens niet gerookt worden. Hoera! Er loopt zelfs een handhaver.
We volgen aanwijzingen naar de Sint Johannes de Doperkathedraal, ongeveer 15 minuten lopen. We beklimmen een steile trap en komen terecht in een wijk waar we nog niet eerder geweest zijn, een oude, op sommige plekken nog Middeleeuwse wijk. Hier blijken eeuwenlang Joden gewoond te hebben. Gescheiden van de stad, leefden die in deze ommuurde wijk. De Vichy regering verdreef de Joodse bewoners. En waarschijnlijk vluchtten velen al eerder.
De wijk wordt ook bewoond door Gitanes (spreek uit Zjitanes), zoals de Roma of zigeuners hier genoemd worden. Je stapt werkelijk een andere wereld binnen. Ongelofelijk veel rotzooi op straat en je ruikt de armoede. Het blijkt een zeer moeilijk te bereiken bevolkingsgroep te zijn. Later las ik dat bedroevend weinig kinderen naar school gaan en dat de gemiddelde levensverwachting, schrik niet, onder de 50 jaar ligt! (voor wie meer info wil, dit artikel in de New York Times is interessant)
Maar, ik kwam een oudere vrouw tegen, duidelijk een Gitane, en in een flits zag ik dat ze iets zachts en pluizigs onder haar vest droeg. Ik sprak haar aan met mijn steenkolen Frans en ze liet me een pup zien, drie weken oud…Warm en beschermd op haar (omvangrijke) boezem. Een dierenliefhebber, heerlijk.

Procession de Sanche

Even ongepland als een bezoek aan deze wijk, liepen we later langs een klein museum. Ik ben gek op kleine musea. Ze hebben vaak iets heel authentieks. Dus even naar binnen. Het is het Katholiek Bisschops Museum. Niet heel bijzonder. Wat schilderijen van de verschillende bisschoppen die er gewoond hadden, een mooie tuin, en het was er lekker koel.
Een onderdeel intrigeerde me echter wel en was nieuw voor me. In een van de zaaltjes stond een pop aangekleed met een kostuum dat ons aan de Ku-Klux-clan deed denken, maar dan in het zwart. Een lange habijt en zo’n griezelige puntmuts waar alleen de ogen doorheen kunnen kijken. Het blijkt onderdeel te zijn van een heel oude Catalaanse traditie uit de Middeleeuwen. In de week voor Pasen, op Goede Vrijdag, loopt er een processie door de stad van boetelingen, gekleed zoals in de foto. Ze dragen een loodzwaar beeld van Jezus met zich mee. Er is stilte en alleen het geluid van een doffe trommelslag is te horen. Voorop lopen in het rood geklede mannen. Alles verwijst naar het bloed dat Jezus vergoot aan het kruis. Het lijkt me indrukwekkend om mee te maken, maar ook enigszins macaber. Volgens Wiki (dus niet helemaal betrouwbaar :))is op de een of andere wijze een andere processie met deze latere verbonden geraakt. In de middeleeuwen werden gevangenen blijkbaar naar het schavot geleid met bedekt gezicht om wraak van slachtoffers en hun familie te voorkomen. Een geestelijke leidde de stoet. Je kunt je er iets bij voorstellen. Geen vrolijk verhaal dus.

Kathedraal en Catalaans linnen

Uiteindelijk bereiken we de kathedraal waar we even een kijkje nemen. Tegenwoordig brand ik kaarsjes voor de gebeden die ik altijd meedraag in mijn hart. Ik heb ook geprobeerd te bidden op zo’n houten knielbank, maar dat viel tegen. De knobbelbotjes op mijn knieën deden zo’n pijn, dat ik blij was niet iedere zondag hier mezelf te hoeven kwellen. Maar knielend bidden vind ik wel mooi!

Cathedral St. Jean Baptiste Perpignan

Op het allerlaatst deden we nog een winkel (Les Toils du Soleil) aan met textiel dat volgens Catalaanse traditie geweven wordt. Wat dat precies inhoud kwam ik zo gauw niet achter, maar het was prachtig. Veelkleurige streeppatronen in de aller vrolijkste kleuren.

Van de prijs werd ik minder vrolijk. Dus, helaas, zonder aankopen terug naar de auto, terug naar Laroque.

Vakantie in Frankrijk – Laroque des Alberes

Ons eerste chalet

Het blijft een boeiende vraag wat een mens ertoe beweegt om als vakantie een maand door te willen brengen in een huisje dat zo groot is als mijn woonkamer thuis. Met een zg. tweepersoons bed waarin je nét lekker in je eentje kunt slapen. Met ook nog een plastic hoes om de matrassen en kussens vanwege de hygiëne. En een bank met een zelfde soort bekleding, waaraan je dus vast plakt want het is ook nog eens smoorheet. Ons uitzicht: een chalet op ongeveer 0 meter afstand. Wat doen we hier? Dachten we, maar zeiden het niet hardop. We kwamen net aan in ons vakantiehuisje in Frankrijk. Na een lange reis van twee dagen ben je meestal wat overprikkeld en kritisch, dus gingen we eerst maar slapen, elkaar sussend met opmerkingen als ‘kom op, het valt best mee, alles went. We zitten hier niet de hele dag thuis, enz.’

Maar het gezicht van mijn echtgenoot, de rasoptimist, gaf weer dat ook hij z’n twijfels had… Grappig hoe je dan nog een tijdje samen probeert de schijn op te houden. Positieve puntjes zoeken en zo…

Bij het wakker worden, de volgende ochtend, brak het uur van de waarheid aan: We gaan hier niet een maand zitten! Voor een fikse bijbetaling konden we verhuizen naar een grotere stacaravan met een wijds uitzicht. Dat betekende wel dat de hele bubs weer moest worden ingepakt. Maar het was de moeite (en het geld) meer dan waard.

Links ons ingebouwde chalet. Rechts ons uitzicht nu.

Camping Les Alberes

We zijn in Zuid-Frankrijk dus. Omgeving Perpignan, aan de voetheuvels van de Pyreneeën. Laroque des Alberes, een dorp waar we door de jaren heen vaak zijn geweest. We hebben op deze camping zelfs een Franse familiereünie gevierd. Daar was de camping niet heel blij mee. Voor gezamenlijke evenementen werden we naar steeds verderaf gelegen plekken gestuurd. Ik begreep het helemaal. Het aantal decibellen dat je produceert met een groep van 20 personen is oorverdovend. Zeker met de familie van mijn echtgenoot!

De omgeving, bergen, stadjes en de zee

Wij ervaren deze omgeving als thuiskomen. De natuur is mooi, de plantengroei weelderig, het is overal berg/heuvelachtig. Veel oude kerkjes, kloosters en op hoge plekken uitzicht in de verte op de Middellandse Zee! Dat is voor ons de aantrekkingskracht van dit gebied. De kust, de cultuur en de bergen. Perpignan is een middelgrote stad waar we graag heengaan als we zin hebben in flaneren, de antiekmarkt of gewoon even wat anders. Ik kocht er ooit een afgeprijsde picknick koeltas met borden en bestek. Nu al zo’n 20 jaar geleden. In een kleur die toen uit de mode raakte. Opvallend hoe veel invloed mode dan toch heeft. Ik heb jaren gedacht ‘wat een afgrijselijke kleur, ik doe het ding weg’. Maar dan kwam de kleur weer in de mode en vond ik ‘m naast praktisch ook wel weer cool. Nu is het een soort antiek kleinood geworden waar ik geen afscheid van kan nemen. Daarbij is grasgroen ook weer in de mode, dus….

Bourgondiërs in Venlo en Brugge

   Onlangs was ik voor het eerst in Venlo, voor een tentoonstelling in het Limburgs Museum, Bourgondiërs in Limburg.
Voor wie denkt wat zijn dat voor lui, Bourgondiërs waren oorspronkelijk Franse hertogen (familie van de Franse koningen, in de 14 en 15e eeuw) die door slimme huwelijken hun bezit uitbreidden naar het noorden en ook delen van Nederland tot hun rijk konden rekenden. Vanaf Dijon tot aan de zuidelijke Nederlanden regeerden ze als vorsten. Ze waren steenrijk en hielden van grote, overvloedige feesten, van kunst, van muziek en eten. Daar komt dus ons begrip ‘Bourgondische levensstijl‘ vandaan.
    In de tentoonstelling wordt uitgelegd dat het begrip in feite pas in de 19e/20e eeuw gebruikt ging worden in Limburg, als een soort verkooptechniek. De associatie met zo’n term is aantrekkelijk en positief. Bourgondisch eten, dat moet wel lekker zijn, toch? Dus alles onder de grote rivieren kreeg de naam Bourgondisch als eretitel. De samenstellers van de tentoonstelling willen juist het Limburgse karakter benadrukken. Dat heeft eigenheid genoeg, zonder de leenterm Bourgondisch. Ik weet niet of het zo is.

   Mijn zus zei altijd dat ik Bourgondisch kookte. Omdat er overal kruimels en klodders rondvlogen en de kruiden, potten en pannen zich opstapelden. Tja. Ook een gebruik van het begrip.

Middeleeuwen

   Ik heb iets met de middeleeuwen. De schilderijen, de beeldhouwkunst, de muziek. Het is allemaal zo tot de verbeelding sprekend. Ik romantiseer die tijd ongetwijfeld, want het grootste gedeelte van de mensen leefden in bittere armoede. Maar wat een bijzondere periode is het geweest. Pracht en praal. Alles was heftig en vol emotie. En de hele maatschappij was doordrenkt van het christelijk geloof. En dat als vanzelfsprekend. De kerk en de bisschoppen en pastores beheersten alles. Gewone mensen lazen geen bijbel. Die was niet vertaald, men geloofde op grond van wat de priester zei.  De bijbelse verhalen werden verbeeld in schilderijen, tableaus en beeldhouwwerken, gewoon te zien op openbare plekken en kerken. (Niet, zoals nu, elitair, in dure en gesloten musea). En sommigen daarvan zijn zo onwaarschijnlijk mooi! De details, de devotie, de kleding. Ik kan er uren naar kijken. De fijne gelaatstrekken, de mantels die in rijke plooien vallen en zo overtuigend echt geschilderd zijn dat je de stoffen kunt voelen. Zacht fluweel, brokaat, het koele, glanzende zijde. En de juwelen! Goud en edelstenen. En dan de gezichten. De expressie, de fijn geschilderde huid, de ogen, en de blik in die ogen. Ik vind het een genot om naar te kijken!

Philips de Goede, graaf van Bourgondie, 14e eeuw
Jan van Eyck, Madonna en kanselier Rolin

Brugge

   Vorige week was ik in het mooie Brugge, de vroegere zetel van de hertogen van Bourgondië. Nou ja, een van de zetels dan, want de heren reisden graag rond, met hun gevolg en hun hele hebben en houden, in een lange, indrukwekkende stoet. Daar hadden ze meer dan een paleis voor nodig, maar een hele serie paleizen. In Gent, in Brussel, in Dijon enzovoort. In Brugge staat er nog een deel van het paleis. Maar het is slechts een zevende van het oorspronkelijke gebouw.

   Bart van Loo heeft een boek geschreven over het tijdperk van deze heren. En een zeer vermakelijke podcast erover gemaakt. Als je van geschiedenis houdt, een aanrader! Hij is zelf de verteller en het verhaal wordt bij tijden onderbroken door muziek uit dezelfde periode. Hij is echt een geweldige verteller. Vol humor en eindeloos veel kennis.

   Nog wat foto’s uit de Brugse musea. In Gent stopten we nog om Het Lam Gods te bekijken. Dat moet je werkelijk in het echt zien. Het is 3,4 meter breed en 4,4 meter hoog! Te zien in de St.Baafskathedraal in Gent.

We hebben het altaarstuk nog gezien in een opstelling waar je het bijna aan kon raken. Nu, jaren later, is het heel anders. Duidelijk aangepast aan de stromen toeristen die er jaarlijks aan voorbij trekken. Dit seizoen, januari, ná de feestdagen, was de beste tijd om te komen zei een vriendelijke vrijwilligster, in een soort skipak. Want wat was het stervenskoud daar, in die uit marmer opgetrokken kathedraal. Heel lang hielden we het niet uit, maar we waren blij toch de extra stop gemaakt te hebben

 

Kringloop

  Wie denkt dat ik tijdens vier dagen in een stad als Brugge alleen musea bezoek, zonder een tweedehands winkel of Kringloop te vinden…..die heeft het dus mis. Brugge heeft in ieder geval een fantastisch leuke Kringloop met twee locaties. Heel netjes en leuk ingericht. Zelfs een beetje artistiek. Voorin zit een naaiatelier. Je kunt er koffie drinken aan een lange tafel. De kleding is van redelijke kwaliteit. Ik heb er een paar leuke dingen gescoord!

Missen als een ronde vorm

Eind oktober bezocht ik mijn  moeders graf. Vervolgens ging ik ’s middags naar een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Schiedam. Een expositie met de titel ‘Missen als ronde vorm’. Over verlies, rouw en gemis. Maar ook ‘over houvast en doorleven’. Heel toepasselijk dus.

De tentoonstelling laat een selectie zien van werken van ruim dertig (inter)nationale kunstenaars. Hanne Hagenaars publiceerde een boek met de titel ‘Missen als een ronde vorm, de kunst van het doorleven’, waaruit de kunstenaars gekozen zijn.

Ik vond de kunstwerken fascinerend. Op geheel verschillende wijze geven ze uiting aan een ervaring van verlies, gemis of rouw. Soms in de vorm van herinneringen, die een blijvende band vormen met de verloren geliefde (‘missen als de achterkant van liefde’) Foto’s, geborduurd met bloemen of sterachtige lichtbanen. (Werk van Berend Strik). Zijn moeder vertrok toen hij tien jaar oud was. Op de oude foto’s zoekt de kunstenaar ‘naar iets moois, waar je alsnog van kunt houden’.

Berend Strik

Of het speelse ‘Oma dingetjes’: Allerlei attributen uit het huis van oma Lola, aan lange draden verbonden aan het plafond. In constante beweging, zwevend als een mobiel. Knopen uit de knopendoos, regenkapjes (zo typerend voor mijn moeders generatie, ter bescherming van het ‘permanent’, de nepkrullen in hun kapsel), kam en borstel, het haltafeltje, stopgaren. Het geeft aan al die onbetekenende voorwerpen een hele warme lading. En een sterke ‘Oh ja’ beleving! Mijn moeder droeg ook  altijd een opgevouwen regenkapje in haar handtas. Je wist maar nooit of het zou gaan regenen..! En dat zou je kapsel bederven!
De kunstenaar Doina Kraal brengt een hommage aan haar geliefde oma.

Oma dingetjes (Diona Kraal)

Er waren ook werken die diep verdriet uitdrukten. De hartverscheurende pijn om de dood van een kind. Ik bewonder de talenten van vrouwen die daar uiting aan kunnen geven in een taal die ook anderen kunnen begrijpen en er eigen pijn door kunnen beleven. De beeldtaal is uiting van pijn, maar in het uiten en delen ervan biedt die tegelijk levenskracht. Doorleef kracht.

Marike Hoekstra Trauerarbeit

Opvallend vond ik wat Hanne Hagenaars in haar boek zegt over de rol van spiritualiteit bij verlies en rouw. Ik citeer wat de website van het Stedelijk in Schiedam erover schrijft:

Tijdens het schrijven ontdekte ze dat het gemis van een geliefde makkelijker te dragen kan zijn als je voelt dat je onderdeel bent van een groter geheel, als je in méér gelooft dan ‘niets’ – bijvoorbeeld in een leven na de dood, een ziel, een God of een maatschappelijk ideaal om voor te vechten –. Spiritualiteit spon zich als een extra laag door het boek heen.

Het woord ‘Trauerarbeit’ sprak me aan. Het was de titel van een kunstwerk van Marike Hoekstra die haar vierjarige zoontje verloor. Rouw, verlies, gemis blijft bij je. Door de tijd neemt het andere vormen aan. Deze kunstenaars vonden vormen om expressie te geven aan dat rouwwerk. Aan een verdriet om verlies wat vaak zo onzegbaar is. 

Er is nog veel meer te zien. Ook werk van kunstenaars uit andere culturen die weer op eigen wijze uitdrukking geven aan verlies. Vaak doortrokken van spiritualiteit, die troost en uitzicht biedt in rituelen.

Een expositie die bij tijden aangrijpend is, maar ook wil laten zien dat door uiting te geven aan de ervaringen van verdriet en gemis er nieuwe levenskracht kan ontstaan. 

Herfst in Schiedam

Gisteren eindelijk een bezoek aan het graf van mijn moeder kunnen brengen, in Schiedam. Niet speciaal die dag uitgekozen, maar een mooiere dag in de herfst hadden we niet kunnen treffen. De zon scheen als was het zomer. De lucht knalde blauw en er was nauwelijks wind. 

Begraafplaats

Mijn moeder ligt dus begraven in Schiedam. Haar geboortestad, al heeft ze er niet haar hele leven gewoond. In de zestiger jaren, ik was toen tien of elf, verhuisden we naar het oosten van het land, vanwege het werk van mijn vader. Binnen een aantal jaren werd hij echter alweer ontslagen, overtollig geworden bij een fusie tussen het bedrijf waar hij in dienst was, met een ander bedrijf uit de randstad. Mijn vader was midden vijftig toen dat gebeurde. In mijn ogen toen stokoud. Pas bij het ouder worden ga je begrijpen wat een drama het voor hem was. Ik heb er eerder over geschreven.

Mijn vader en moeder verhuisden later terug naar Rotterdam en hebben daar, op een flat in Alexanderpolder, nog mooie jaren gehad. Mijn vader miste aanvankelijk wel de tuin en de schuur.  

Maar ze ondernamen samen nog twee keer een reis naar Korea, waar we toen woonden. Hij had echter een kwetsbare gezondheid overgehouden aan de vele stress en zorgen die het ontslag hem hadden bezorgd. Hij overleed net na zijn 72e verjaardag, aan longkanker. We begroeven hem in Schiedam. Zes jaar later stierf mijn oudste zus Loes een zelfgekozen  dood. Ook haar begroeven we op dezelfde begraafplaats.

Waar we niet voldoende bij stil stonden toen, is dat in Nederland de graven redelijk snel worden ‘geruimd’, zoals dat in verhullend taalgebruik wordt genoemd. 

Toen mijn moeder stierf hebben we daarom als familie een graf gekocht. Het voelde niet goed dat er geen graf, geen concrete plek was om bij tijden onze geliefden te gedenken. Ik was opgevoed met de gedachte dat dat ook helemaal niet nodig was. De persoon die daar begraven lag, is er niet meer, letterlijk tot stof vergaan. Dus wat heb je nog te zoeken bij een graf? Mijn moeders vader wilde zelfs  geen naam op zijn grafsteen. Niet nodig, vond hij dat. ‘Wachtend op de opstanding der doden’, meer niet.

Blijkbaar hebben we tegenwoordig meer behoefte aan rituelen. Niet dat je de doden terug wilt halen. Maar wel gedenken. Wat hebben we van hen ontvangen. Wat betekenden ze in ons leven. God plaatste hen niet toevallig in jouw leven. Je blijft verbonden met ze. Of je band nu sterk was of niet. En bij een graf kun je daar soms extra bij stilstaan. Een bloem neerleggen. Een kaars branden. Het zijn beperkte pogingen om vorm te geven aan de herinnering.

Anyway. Op de steen op mijn moeders graf staan ook de namen van mijn vader en van mijn zus Loes. 

Een plek van gedachtenis voor alle drie. Ik had een witte cyclaam gekocht, een van mijn moeders lievelingsplanten. Die ze vroeger eeuwigdurend altijd weer aan het bloeien kreeg. En ik las een gedeelte van een gedicht van Jacqueline van der Waals voor, een van mijn moeders geliefde dichteressen. Ze was als jong meisje lid van een declamatieclub. Gedichten uit je hoofd leren en zo mooi mogelijk opzeggen. Op mooie herfstdagen, zoals vandaag, citeerde ze altijd een zin uit een van die gedichten.

Hoe zullen daar de zalen zijn”

“Waar gouden de portalen zijn

Hier het hele gedicht.

Najaarslaan.

Ik keek in de gouden heerlijkheid

Van een najaarslaan,

Het was of ik goudene deuren wijd

Zag openstaan,

Het werd mij, toen ik binnen ging,

Of ik door gouden gewelven liep:

Ik aarzelde even, ik ademde diep,

Diep van verwondering.

Ik voelde mij eerst als een kindje, dat stout

Doet wat verboden is;

Ik sprak: ‘Zijn voor mij die gewelven gebouwd?

Ben ik zoo rijk, dat van louter goud

De gang mijner woning is?’

Toen sprak ik: ‘Deze gouden grot

Is immers geen menschenpaleis.’

Ik sprak: ‘Het is een betooverd slot,

Dat lang op sprookjeswijs

Geslapen heeft en stil gewacht,

Op één, die de poorten ontdekken zou,

De doode gewelven wekken zou

Van ’t huis, dat ieder menschenhuis

Te boven gaat in pracht.’

Ik sprak: ‘Hoe ben ik zoo rijk, zoo rijk!

Hoe ben ik zoo rijk, mijn God!

Welk aardsche woning is gelijk

Aan dit, mijn sprookjesslot?’

Trotsch, of ik een prinsesje waar,

Ging ik door ’t goud;

Aan beide zijden stonden daar,

Schragend de gangen, hoog en zwaar,

De zuilen opgebouwd.

Waar gouden de portalen zijn,

Hoe zullen daar de zalen zijn!

Ik zag aan ’t einde van mijn pad

Een kleine ronde poort,

Als blauw saffier in goud gevat,

En haastig, vol verlangen trad

Ik door de gangen voort.

Ik sprak: ‘Als bij mijn aankomst wijd

Die poorten openstaan,

In welk een groote heerlijkheid

Zal ik dàn binnengaan,

Indien van goud de gangen zijn,

Hoe groot moet mijn verlangen zijn,

De zalen in te gaan!’

Ik voelde me sterk met haar verbonden.

Verpletterend wereldnieuws

Ik worstel (net als iedereen, denk ik) met de stroom aan berichten uit een wereld waarin het lijkt of de ene, sterkere, helft zich tot doel heeft gesteld, de andere, zwakkere, helft van de bevolking uit te moorden. Of ten minste het leven zo zuur en verschrikkelijk mogelijk te maken.

Die zwakkere helft bestaat uit de burgers, de vrouwen, de kinderen en ouden van dagen. Kwetsbaren. Zieken, gehandicapten en stervenden. Dit maakt de andere helft niet uit. Het gaat om grotere doelen als macht, veronderstelde veiligheid, bezit, uitbreiding van grondgebied.

Zijn er oorlogen die te rechtvaardigen zijn, vraag ik me af? Op papier in elk geval wel. Een land dat aangevallen wordt mag zich verdedigen. Dat lijkt me logisch. Maar tot welke prijs? Waar en wanneer vraagt gerechtvaardigd verzet een te hoge prijs aan doden en verminkten? Waar ontaardt zelfs rechtvaardig verzet in wraak en wreed geweld?

Ik las de biografie over Willem van Oranje. Van René van Stipriaan. Daar komt de 80 jarige oorlog in de 16e en 17e eeuw in Nederland natuurlijk uitvoerig ter sprake. Een voorbeeld van rechtvaardig verzet tegen een wreed en dictatoriaal bewind van Spanje. Met de geuzen als verzetshelden. Maar de auteur beschrijft ook hoe uiterst wreed sommige van die geuzen en legerleiders tekeer gingen, vaak tegen de wens van Oranje. Hoe moeilijk dat grove geweld in de hand te houden viel. Geweld lijkt een eigen leven te gaan leiden in oorlogssituaties.

Geert Mak beschrijft in Europa (geschiedenis van de 20e eeuw), dat ik opnieuw aan het lezen ben, hoe kwaadaardige leiders een volk kunnen meeslepen in hun hang naar macht en vergelding. Onderliggende ontevredenheid over economische omstandigheden, het gevoel achteruit gesteld te worden, wakker het aan vanuit de overheid en je hebt rellen, ellende en oorlog. Zie de rellen van afgelopen zaterdag in Den Haag.

Ik ben geen pacifist. Ik geloof dat er momenten en situaties zijn waarin geweld, als uiterste redmiddel ingezet moet worden. Wij kuñnen als mensen niet een staat van volledige harmonie bereiken omdat, dat is mijn overtuiging, ons eigen hart geneigd is om ruzie te zoeken en ons gelijk te halen. Oorlog in het klein, zeg maar. (Maar misschien is mijn idee van het pacifisme niet helemaal juist. Daar moet ik mijn dochter nog eens goed naar vragen).

Geen pacifist dus. Maar wat ben ik dan wel? Daar worstel ik mee. Natuurlijk wil ik vrede, samen met de honderdduizenden mensen die nu gedood, verkracht, verwond worden of honger lijden. Met de moeders die man en zonen kwijtraken. Maar hoe bevecht je kwade krachten? Kan dat echt alleen met zachte krachten? Met geweldloos verzet? Zoals Ghandi, of Martin Luther King Jr.

In Korea werden we weer bepaald bij het lijden van het Koreaanse volk onder de Japanse bezetting van 1905-1945. Veertig jaar zuchtte het land onder het regime van de wrede Japanse overheid. De Koreaanse taal werd verboden. Iedereen moest buigen voor de shinto god, in wie de Japanse keizer aanbeden werd. Wie zich verzette kon op de doodstraf rekenen. In 1920 werden christenen ( die weigerden de keizer te aanbidden) opgesloten in een kerk, die vervolgens in brand werd gezet. Hartverscheurend. Een jonge studente, meisje nog van 18, organiseerde een protestmars ter ondersteuning van de Onafhankelijkheid Verklaring. De Japanners arresteerden haar en schoten op de menigte. Haar ouders kwamen daarbij om. In de gevangenis bleef ze zich verzetten. Schreeuwde voortdurend dat Korea zou overwinnen, en weigerde te eten. Uiteindelijk is ze veroordeeld en gedood.

Een lied gecomponeerd naar aanleiding van het verblijf in de gevangenis van deze nationale volksheldin. Het kinderkoor zingt ‘Korea zal leven!’

Ik bewonder haar strijd en haar moed. Ze zweeg niet. Ook al had haar verzet geen impact in het moment, na honderd jaar klinkt haar stem nog steeds.

Gwan Sun ju, de studente die met vele anderen demonstreerde.

Ik zwijg nog wel. Uit machteloosheid. Uit een gevoel van ‘wat maakt het uit of ik wat zeg of niet’. De vraagstukken zijn ingewikkeld. Raken gevoelige snaren. Veroordeel je het een, keur je dan automatisch het andere goed? Het debat is vaak zo zwart/wit. Voor of tegen. Ik ben iemand die tijd nodig heeft om een standpunt te bepalen. En kom dan vaak ergens uit in het grijze gebied. Of zoals een aantal Joodse en Palestijnse denkers ( Natasja van Weezel, Sinan Can, Jair Sanders) het liever noemen ‘Het Radicale Midden’. Alleen door naar verzoening te streven is er een mate van vrede te bereiken. Het leed aan beide kanten benoemen. Ik denk dan aan Nelson Mandela, die geen vergelding wilde voor wat de zwarte bevolking in Zuid-Afrika tijdens de Apartheid was aangedaan.

Maar hoe breng je dit in de praktijk? In onze samenleving die al zo gepolariseerd is. In Israel waar vergelding het enige streven lijkt. In Oekraïne waar men opeens geconfronteerd werd met een buur die hun land inpikt. In Sudan, waar de rebellengroepen en regeringslegers via onschuldige burgers hun machtsspel uitvechten, met verschrikkelijke gevolgen. Het maakt een mens moedeloos. Zijn nog meer wapens, nog meer geweld het enige antwoord?

In een volgend blog, wil ik verder denken. Er is in de loop van de geschiedenis best veel nagedacht over vrede en oorlog. Ook christenen door de eeuwen heen schreven erover. Heeft de bijbel er iets over te zeggen? Heb je een vraag of tip? Je kunt reageren op mijn blog. Je kunt ook mailen naar margreet.batteau at gmail.com

Thuis, hoe het voelt na drie maanden weg

Thuis is een begrip dat verandert naarmate je langer ergens bent wat niet je thuis is. Weg zijn wordt thuis en weer thuiskomen, vreemd. Dat duurt maar even natuurlijk maar het is een tussenfase die je niet zomaar kunt overslaan. Het is het aloude verhaal van de Amerikaanse Indiaan, die een pauze nam in zijn reis te paard, om te wachten op zijn ziel. Die deed er wat langer over.

Dit is mijn pauzefase. De koffers zijn uitgepakt, Ik weet weer waar de lichtknopjes in mijn huis zitten en hoe de TV werkt. Maar mijn bewustzijn, mijn ziel, is nog in Korea. Als ik aan buiten denk, voel ik eerst de zinderende hitte van Busan, voordat het doordringt dat het hier koel is. Ik kan gewoon buiten lopen zonder paraplu, factor 50 op mijn huid en pet op, al zoekend naar een eerste airconditioned cafe, winkel of museum.

Buiten hier is stil, met de geluiden van ganzen, meerkoeten en gierzwaluwen. Buiten hier is koele, frisse lucht, die ’s avonds kan binnenstromen door mijn open slaapkamerraam. Maar het vertrouwde zoemende geluid van de airco is weggevallen, en ik word wakker met het idee dat er iets niet klopt.

Ik ben gewend geraakt aan het gedrag van de mensen om me heen en het geluid van de Koreaanse taal. Muzikaal, expressief en af en toe verstaanbaar, waardoor het als achtergrond muziek werd. Goed voor HSP’ers die alles horen. Klanken als muziek op straat zijn voor mijn brein minder vermoeiend dan taal die ik versta.

Ik ruik nog de geuren van het eten, doordringend aanwezig in de hele  atmosfeer. Vooral in Busan, grote stad aan zee,  waar alles doordrenkt is van vis. Onze laatste B&B, in een appartement boven de vismarkt, lag bijna naast het vissershaventje. De ochtendvangst ging rechtstreeks naar die vismarkt. Grote, met plastic overdekte hallen waar vrouwen, vanuit eigen stalletjes, de verkoop deden. Allemaal met een roze rubberen schort, kaplaarzen en rubberen handschoenen aan. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat staan ze daar. Op een stenen grond, voortdurend nat gehouden, koeling door ontelbare airco’s langs de muur. 

Zowel groothandel als particulieren kunnen de nog levende vissen en schaaldieren uitkiezen. Dat brengt een zeer uitgesproken geur met zich mee. Niet vies, maar wel aanwezig. Een zilte, zoute, koude zeegeur. Er rondlopen is niet plezierig, wanneer je een dierenliefhebber bent. De glazen bakken met water  worden volgestouwd met inktvissen, soms meerdere in een netje. Abalone, mosselen, palingen, makreel, kokkels, en visachtige schepsels waarvan ik het bestaan niet kende, krioelen in te kleine, rubberen vaten.

Nu zijn het koeien die ik zie. Rustig grazend in het weelderige gras. Gevolg van de laatste regens hier, die we in Korea helemaal misten. Juli en augustus is de periode van het regenseizoen. Met hoosbuien en een hoog vochtigheidsgehalte. Dat laatste was er wel, soms to 90%, maar de regen, die de temperatuur wat doet dalen, ontbrak. Resultaat, hittegolf. Al weken.

Dertien uur vliegen bijna. Eindeloos lijkt het. De afstand tussen daar en thuis. Tussen daarthuis en hier. Korea is een land wat ik liefheb. Het achterlaten doet pijn. Weer aarden hier kost tijd. Een pelgrim, dat ben je wanneer eigenlijk ieder thuis een randje heimwee kent. Ik ben nog niet waar ik hoor. Dat helpt me ’to travel light’. Mijn echte Thuis is bij Jezus. Nu en straks. Met grazige weides, vrolijke zon, communicatie in alle talen, en vast heerlijk eten!

De laatste week in Korea

Nog twee dagen en de thuisreis begint.  Na bijna drie maanden voelt het hier als (bijna) thuis. De taal begint weer wat makkelijker te stromen, mijn tong zit niet zo in de knoop als in het begin, en ik heb geen uur meer nodig om woorden te spellen voor ik ze lezen kan.

Aanvankelijk genoten we van een rustige periode in Cheonan, in het huis van de vrienden met wie we een house exchange deden. Zeven weken geven de luxe van volkomen ontspanning. Niet in je achterhoofd al in de tweede week de onbehagelijke gedachte van ‘niet teveel meer kopen, wánt we gaan bijna weg’. Mijn afwijking, maar ja, dat zit er nu eenmaal ingebakken. Vooruitdenken en -plannen. Met zeven weken in het vooruitzicht kon zelfs ik loslaten.

Na zeven weken verhuisden we naar het gasten-appartement van de Theologische School. Daar intensiveerde het sociale leven zich. We leerden veel mensen voor het eerst kennen, we hernieuwden oude vriendschappen en er werd veel gegeten met elkaar. Ik kan een dik fotoboek vullen met kiekjes van ons samen, met Koreaanse vrienden, aan het eten in allerlei restaurants.

De gastvrijheid van de Koreanen blijft ons verbazen. De vriendelijkheid, de tijd (en het geld) dat besteed wordt om het de gast naar de zin te maken, de aandacht voor detail, het is moeilijk in woorden uit te drukken hoe warm we onthaald worden. Gast zijn in Korea is het beste wat iemand kan overkomen.

De andere kant van de medaille is, dat veel voor je geregeld wordt en niet altijd zoals je het zelf had bedacht. Soms zit je al in een bus of taxi op weg naar weet- ik- waar, voor je een woord hebt kunnen inbrengen. We laten het meestal maar gebeuren. Het kost meer energie eigen plannen door te drukken dan ’to go with the Korean flow’. Vooral Koreaanse vrouwen zijn mega regelaars. De jongere zeer digitaal bekwaam. In een ogenblik hebben ze schema’s, roosters, restaurants, gedownload en naar je doorgestuurd. Ze denken mee en voor je. Op den duur zou dat misschien gaan wrijven, maar we lieten het nu maar lekker gebeuren. Als kenners van hun eigen stad en land weten ze vaak ook beter wat en waar en hoe.

De tijd sinds de rest van het gezin kwam is voorbij geschoten (‘gevlogen’ dekt de lading niet). Vanaf de 20e juli dendert de family train als een razende roeland langs oude en nieuwe plekken van herinnering. Nou ja, een family train van veertien personen kent ook z’n vertragingen en uitval momenten natuurlijk. Maar iedere dag is tot het gaatje gevuld met activiteiten, onderbroken met koffiepauzes, eetpauzes, en meestal een duik in zee bij Haeundae of elders. Sommigen hebben kennis gemaakt met de medische wereld in Korea. Acupunctuur voor de een, met een schouder die op slot zat. En een ambulance voor de ander met een acuut geval van voedselvergiftiging. Ook dat allemaal in die ene week.

Vandaag is de laatste gezamenlijke dag. We gaan een traditionele markt bezoeken, de Gukzae Market waar ik vroeger, in de jaren tachtig, mijn boodschappen haalde. Toen stond daar, tussen de kraampjes, de enige super(achtige)markt waar wat, op westerse lijkende, producten te koop waren. Zoals de vieze Gerber babyvoeding potjes.

We zijn allemaal verliefd op het land. Opnieuw of voor het eerst. Juli is niet de beste maand om er te zijn. De hitte en vooral de hoge vochtigheid, gemiddeld 70%,  maken dat buiten zijn vermoeiend is. En niet lang vol te houden. De vele cafeetjes (nieuw fenomeen, de koffie cultuur) geven verkoeling tussendoor. Een museum, een wandeling in de schaduw van een cederbos, en vooral veel water maken het dragelijk.

Het verkeer is een nachtmerrie, vooral in Busan. Druk, plotseling wisselende rijbanen, getoeter en ongeduldige chauffeurs, het is zenuwslopend. Een familie verblijft op een plek (Yeongdo eiland) waar de wegen niet alleen horizontaal lopen maar min of meer verticaal, zo stijl. Iedere keer een uitdaging om daar te rijden. Vooral dat ene punt waar je omhoogrijdend opeens recht voor je niets meer ziet. De weg daalt daar 20% af, maar dat weet je de eerste keer niet. Je geeft gas in de hoop ergens uit te komen. Iedere keer weer een verrassing wanneer de weg er nog is.

Een volgende blog over wat we gedaan hebben in meer detail.

SGP stemt na chaotisch verloop in met strengere asielwetten

Meerderheid Tweede Kamer stemt na chaotisch verloop toch in met strengere asielwetten – https://nos.nl/l/2573574

Dat de SGP, sámen met andere ultra rechtse partijen, vóór deze wet heeft gestemd vervult mij met afgrijzen.  Ik ben het op ethische terreinen vaak met hen eens en bewonder hun durf om daar consequent in te zijn. Uit een christelijke levensovertuiging vloeien nu eenmaal bepaalde keuzes voort. Net als uit een niet-christelijke.

Maar deze keuze? Illegalen strafbaar stellen? Zonder onderscheid? Gezinnen, kinderen, jong volwassenen, alleenstaande vrouwen? Wie geen papieren heeft, hup, de gevangenis in? Terwijl vaak met extra inzet van een advocaat, de ware reden voor een vlucht uit eigen land, alsnog bewezen wordt.

Vrouwen die een verkrachting verzwijgen uit schaamte, evenals mensen uit de lhbtq+ gemeenschap. Mannen, die uit angst voor repraisalles voor hun familie niet alles vertellen. En dit soort mensen, wanneer ze afgewezen worden, ga je nu strafbaar stellen? Als PVV en BBB willen inspelen op onderbuikgevoelens in de samenleving kan ik het volgen, hoe onappetijtelijk ik dat ook vind.

Maar dat een partij, die de bijbel als grondslag heeft, samen op wil gaan met dit soort partijen, omdat hun achterban anders ontevreden is, dat snap ik totaal niet! Durf een weg van barmhartigheid en recht te wijzen, ook als het je achterban wat kost. Het is niet okay dat bewoners van  gereformeerde dorpen protesteren tegen een asielzoekerscentrum met woede in hun gezicht. Wat voor naam geef je daardoor de kerk? En de Naam van God. Heeft Jezus Zichzelf niet zonder enig eigenbelang  opgeofferd voor ons?

Ja, er zijn de zg. Veilige Landers, die moeten op  hoepelen. Die hangen rond om zoveel mogelijk voordeel te behalen, tot ze naar het volgende Europese land vertrekken om daar stennis te schoppen. Natuurlijk moeten die aangepakt. Hopla, in een verzamelcentrum en wegwezen. Als je hier alleen maar komt om anderen het leven zuur te maken. En om (schamele fietsen) te stelen van asielzoekers en dorpsgenoten.

Maar wat heeft dat te maken met die grote groep vluchtelingen die hier niet voor hun lol is? Die alles hebben moeten achterlaten? Die gaan we zonder wederhoor strafbaar stellen en terugsturen? De wet is de wet. Nog afgezien van het gedrochtelijke onderdeel, dat wie helpt ook strafbaar wordt. Mijn broek zakt af. Gaat een christelijke partij als de SGP dát steunen? Beter gezegd, steunt de SGP dat? Nee, zegt de SGP we hebben ‘bedongen’ dat dát onderdeel niet zal worden toegepast. Hoe naïef. Als Wilders straks zijn geliefde assistent Faber weer minister maakt, denkt de SGP dan echt, dat zij, of een andere PVV’er, zich daar iets van aan zal trekken? De wet is immers de wet?

Staat de bijbel niet vol met oproepen om goed te zijn voor vreemdelingen, met de herinnering aan het feit in de geschiedenis, dat het Joodse volk zélf ook in ballingschap leefde en dus begrip moet tonen? Heeft de SGP gesproken met mensen van Stichting Toevlucht? Met andere partijen en personen die met en voor mensen zonder geldige papieren werken? Die hen steunen, een veilige plek bieden. Die kijken of er een redelijk beroep op clementie mogelijk is. Die ook kijken en ondersteunen bij een eventuele terugkeer. Alles op humane wijze. Ik hoop dat de SGP de moeite zal nemen.

Is er een asielcrisis? Een tsunami aan vluchtelingen? Zoals de SGP zegt op de website:

Het loopt in Nederland al jaren storm met het aantal asielaanvragen. Met als gevolg: een asielsysteem dat compleet is vastgelopen en een land dat de asielinstroom op deze manier niet langer aankan. 200.000 asielzoekers passeerden in de afgelopen vijf jaar onze landsgrenzen om hier onderdak te vinden. 

Diederik van Dijk in een toespraak in de Tweede Kamer

Kunnen we het echt niet meer behappen? Ja, dat laatste is waar. Maar dat komt niet door de hoeveelheid vluchtelingen. Dat komt door het stomme, visieloze beleid van de vorige regeringen die asielcentra sloot en medewerkers ontsloeg. Die ging bezuinigen op de IND, zodat er nu een tsunami aan nog niet verwerkte aanvragen ligt. Dáár ligt het probleem. Daarom zitten mensen, met helemaal niets te doen, soms meer dan 2 jaar te wachten op een eerste gesprek. Ja, dat doen ze voor hun lol, suggereert Diederik van Dijk in de bovengenoemde toespraak. Anderhalf, twee jaar op een kamertje met zes anderen, in een stapelbed, je de hele dag vermaken met een potje kaarten of biljarten. Dan ben je levend dood en zo ervaren asielzoekers het ook.

Ik bid dat de Raad van State de hele wet naar de prullenbak verwijst. Dat de IND naar behoren wordt uitgebreid. Dat er gewacht wordt met welke verandering ook, tot er weer genoeg opvang is. Dat we de Veilige Landers die alles verpesten voor de rest, op adequate wijze terug naar hun eigen landen kunnen sturen. Maar bovenal dat er vrede mag komen. Overal. Maar, zolang Jezus nog niet terugkeert, zullen we zorg voor elkaar moeten dragen. Want ieder mens verdient gezien te worden, wat diens omstandigheden ook zijn.  Omdat ze geschapen zijn naar het beeld van God. En omdat dit stinkrijke westen maar eens moet leren een paar veren te laten om de rest van de wereld te helpen.

Dat is mijn diepste overtuiging.

En al moet ik de rest van mijn jaren naar de gevangenis, ik ga nu nog meer doen om mensen die zonder papieren moeten leven, te steunen.

*Cijfers op de website van Vluchtelingenwerk