Vakantie in Frankrijk – Rusteloze Benen en het vogelkoor

Onrustig door vakantiedieet

Slapen is hier al weken geen succes. Ik word regelmatig wakker ’s nachts door mijn levenslange kwelkwaal: Rusteloze Benen. Aangewakkerd door de warmte misschien. En door mijn vakantiedieet wellicht. Vakantie voor mij is genieten van eindeloze kopjes koffie op een terrasje, met een verrukkelijke Franse patisserie ernaast. En van een lokaal wijntje aan het einde van de dag. Nou, dat heb ik geweten, als nog niet eerder zo erg. Suiker, cafeine en alcohol zijn nl. de triggers voor mijn aandoening: Ik stuiterde door de dagen. Kon nauwelijks rustig zitten of liggen en de nachten waren slecht. Er stroomde een soort vloeibare cortisol door mijn aderen. Het duurde even voor het kwartje viel. Pure ontkenning, hoor. Ik wist allang dat al die zaken de kwaal verergeren.

Rigoreus op een ander dieet dus. Decaf koffie, een muizenhapje (soort van) van de patisserie van echtgenoot, water in plaats van wijn. Na een paar dagen kreeg het effect. Goddank. Aan de warmte kon ik echter niets doen, dus goed slapen is er nog niet bij. Ondanks de airco. Eigen bed is best.

Vogelkoor

Maar. Gedwongen om vroeg op te staan, zo rond zes uur, kreeg ik, ongevraagd, gratis toegang tot het ochtendconcert van de vogels hier.
Ik zit buiten. Het is nog koel, de zon komt langzaam op en is nog niet niet de hete vuurbol van later op de dag. De mimosaboom voor ons terras met zijn sierlijke bladeren en roze bloemenkuifjes, en de oleanders hebben zich tegoed gedaan aan de ochtendauw en staan verfrist te pronken met hun bloemen en takken. Ze verspreiden weer hun subtiele geur en ik adem het diep in. En dan hoor ik ze, de vogels met hun gezang. Elk met hun eigen opvallende stem. De wielewaal roept en krijgt antwoord, de zwartkop twittert, de merel, de leeuwerik, de groenling, ze zingen erop los. Bepaald geen bescheiden kamerkoor, maar een volle koorbezetting.

Ik gebruik Merlin, een voor mij nieuwe vogelapp, die me de namen van de vogels vertelt. Langzamerhand leer ik ze onderscheiden en herkennen. Er zijn hier zoveel vogels te horen. De wielewaal heb ik een paar keer gezien. Die vogel brengt me altijd terug in de tijd. In klas 6 van de School met de Bijbel in Rheden. Daar leerde ik het lied van de Wielewaal. Zo’n heerlijk schoollied. Hier enigszins ludiek vertolkt door Andre van Duin…

En dan hier het geluid van de echte wielewaal:

De vogelgeluiden in de vroege ochtend, ik ervaar het als een kadootje van de Schepper. Na een onrustige nacht mag ik even, op de voorste rij, meegenieten van het grote zangkoor dat Hem groet.

Vakantie in Frankrijk – Het goede leven

In de auto op weg naar een Romaans kerkje uit de 11e eeuw, zaten we uit te rekenen hoelang we tijdens de zomer al in Frankrijk komen. Het bleek ruim veertig jaar te zijn. Hebben we nu veel zien veranderen, was de volgende vraag. (Wij houden altijd zinnige gesprekken onderweg.)  De meest opvallende verandering is natuurlijk de euro, die alles veel makkelijker maakte. Hoewel het ook iets van de magie van vakantie in het buitenland wegnam. Het voortdurend omrekenen in het begin van de vakantie, tot je dat de keel uit ging hangen en je gewoon kocht wat je nodig had. Zonder vermoeiende omrekeningen.  Later zag je thuis op je papieren bankafschrift wel hoeveel duurder je uit was geweest, vergeleken met de Nederlandse supers. Tussendoor even checken (zoals je nu direct al ziet dat je je budget al overschreden hebt) ging niet, want er bestond nog helemaal niks digitaals. Zeker geen bankapps. Dat gaf toch een zekere rust.

En dan de telefoon. Die sleepte je niet in je broekzak overal mee naar toe. Dat was een toestel met een hoorn, aan een snoer, dat aan de wand van een telefooncel hing. Je stopte muntjes in een gleuf om even contact te hebben met je thuisbasis. Niet te lang, want de telefooncel was stikbenauwd en er stonden meer mensen te wachten…

Wat hetzelfde bleef

Wat echter in al die tijd hetzelfde bleef, in deze streken tenminste, is de ijzeren wet, dat om twaalf uur de winkels dichtgaan. Zonder pardon gaan de rolluiken naar beneden, de deur op slot en het zojuist nog levendige dorp is opeens een spookstad. Want, geen mens zal er aan tornen, het is Tijd voor de Lunch. En dat doe je niet met een meegebrachte boterham, die je in een half uurtje pauze weg hapt. Nee, daar neem je rustig twee uur de tijd voor. Mijn indruk is dat de Fransen werken om te leven en niet andersom. En eten is een belangrijk onderdeel van dat goede leven. Is het de zon die maakt dat fruit en groente hier lekkerder smaken dan in Nederland? Of zijn het de Franse consumenten die kwaliteit eisen? Het vlees, de vis, de groentes, de smaak is beter, voller. Of ben ik bevooroordeeld omdat ik op vakantie ben?

Super of buurtwinkel

We bezochten in St.Andre een oeroud kerkje. Het is erg warm, dus op koele plekken als kerken en musea is het goed toeven. En natuurlijk in de grote supermarkten, die niet om twaalf uur de deur voor je neus dichtgooien. Handig, maar helaas ook de oorzaak dat de bakkers en slagers hun deuren steeds vaker voorgoed moeten sluiten. Zelf zoek ik liever anoniem in de super naar mijn spulletjes om lastig Frans spreken te vermijden. En ook omdat ik het bijvoorbeeld in de kaaswinkeltjes moeilijk vind uit de ontelbare hoeveelheid soorten kazen iets te kiezen. Maar als ik beter Frans kon spreken zou ik fan van de buurtwinkel zijn! Je ziet in dit soort winkels hoe ze een buurt bij elkaar houden. Een praatje, begroeting. Het is persoonlijk.

Postkantoren en toiletten

Nog iets wat ik zo leuk vind in Frankrijk. Er zijn hier in elk dorp nog echte postkantoren! Met beperkte openingstijden weliswaar, maar ze bestaan!

De laatste die me opvalt: Openbare toiletten. Wat is Nederland een achterlijk land op dat gebied. Iedere super hier heeft een toilet. Zo niet, is er altijd wel eentje in de buurt. En schoon dat ze zijn! Echt, Nederland leeft in de middeleeuwen waar het toiletten betreft. Zoek het maar uit, is meestal de boodschap. Al is de nood nog zo hoog. Het lijkt triviaal maar bij het ouder worden is voor sommige mannen de nood niet alleen hoog, maar ook direct. Ik lees ook over mensen met darmproblemen die niet weg durven, uit angst dat er geen WC’s in de buurt zijn. Petje af voor de Franse overheden die hier goeie zorg leveren.

Nog wat plaatjes van het zeer oude Romaanse kerkje dat we bezochten. Gebouwd als de abdijkerk voor een Benedictijns klooster tussen de tiende en de twaalfde eeuw. De latei (die balk boven de ingang) is van marmer en je ziet Jezus als koning afgebeeld, met apostelen en engelen. Zulke oude kunstwerken maken me stil. Duizend jaar…

Vakantie in Frankrijk – de wandeling

Tweede wandeltocht, de berg op bij Montesquieu

Echtgenoot houdt van kaartlezen, routes uitpuzzelen, hetzij met de auto, de fiets of wandelend. Dit keer had hij een route van twee uur gevonden. Een wandeltocht, op de Franse wandelkaart aangegeven als ‘facile’ als in makkelijk te doen. Dat klonk goed. We hadden er nog maar 1 wandeling opzitten en tenslotte zijn we ook geen dertigers meer. Langzaam opbouwen dus.

We reden naar Montesquieu, een stadje wat verder de bergen in. Vonden zowaar de wandelroute bijna direct en daar gingen we. Het begon redelijk steil. En werd nog steiler. De route heette Route Botanique, dus we verwachtten na een aanvankelijke stijging (je zit hier nu eenmaal in de bergen, de uitlopers van de Pyreneeën)een vlakker circuit. We komen bij een tweesprong. Een blauwe pijl wijst naar traptredes tegen de bergwand op. Boven ons komt een echtpaar naar beneden en we vragen of dit inderdaad de Route Botanique is. De dame kijkt wat bedenkelijk en zegt dat dat zo is maar dat de bordjes antiek zijn. De juiste route maar niet meer zo ‘botanique’, zeg maar. Voor ons geen probleem. We komen voor de wandeling, (dit keer) niet voor de namen van de bomen en planten. Het wordt een pittige wandeling, maar wel een mooie. Het facile ontgaat ons enigszins. Eerder uitdagend…

De berg weer af

De uitdaging wordt nog groter wanneer we moeten gaan afdalen op de terugweg. Veel handen en voeten werk. Leunend op een dikke rots en dan een grote stap naar beneden, enzovoort.

En dan. Bij een van die stappen gaat het finaal mis. Met dat ik de grote afdaalstap zet glijdt mijn ene voet uit over het kiezelgruis dat overal op het pad ligt. In een fractie van een seconde verlies ik mijn evenwicht en kieper de diepte in! Ik voel mezelf gaan. Mijn hoofd stuitert, scherpe takken en dorens schuren langs mijn lijf. Ik bots ergens tegenaan met mijn schouder. Ik voel niets, denk alleen maar: Help, daar ga ik, wanneer stopt het? Dan kom ik stil te liggen, half gedraaid, op mijn rug.
Hoe ver ik gevallen ben? Tien meter, vijf meter? Ik heb geen idee. Ik lig doodstil en denk als eerste: Ok, ik leef, check. Voorzichtig voel ik danarmen en benen voor zover dat lukt, zonder verder weg te glijden. Niets gebroken, check. Ik schreeuw naar boven, naar echtgenoot die naar me staat te roepen, dat ik nog leef en ok ben. Maar ja. Hoe nu verder?

Ik lig letterlijk bijna loodrecht op die berghelling. Mijn voeten vinden nergens houvast om me af te zetten. Ik schop met mijn schoenen wat grond los om een kuiltje te vormen, zodat ik grip krijg. Bij iedere beweging ben ik bang verder naar beneden te glijden.

“Ga op je buik liggen en kom op je knieeen naar boven”, roept echtgenoot.
Dank je de koekkoek, denk ik. Mijn knie bloedt en me omdraaien durf ik al helemaal niet. De enige manier is met mijn armen gebogen en mijn voeten in een kuil me afzetten en naar boven tijgeren op mijn rug en achterwerk. Ter plekke neem ik me voor aan krachttraining voor armen en benen te gaan doen. Wat een slappe aanhangsels zijn dat! Ik kom voor mijn gevoel geen centimeter verder.

Uiteindelijk kom ik zo ver dat mijn sterke, tachtigjarige echtgenoot mij kan vastpakken onder mijn oksels en mij het pad op hijst. Mijn wonden vallen mee. Schaafwonden hier en daar, een bult op mijn hoofd, maar nergens veel bloed. We pauzeren even om op adem te komen en vervolgen dan maar de afdaling. Ik nu wel met mijn hand op de schouder van echtgenoot. En voetje voor voetje. Voorlopig even geen steile paadjes meer voor mij! En zal ik bergstokken aanschaffen, dat vraag ik me nu af.

Elne en La Maternité: Een Vergeten Geschiedenis

Elne

We bezoeken Elne. Een stadje wat verder landinwaarts dan de kustplaats Argeles, met een oeroude geschiedenis. Wie mij kent weet dat ik enthousiast word van geschiedenis! Er wordt gezegd dat Hannibal, 3 eeuwen voor Christus, na zijn tocht over de Pyreneeën op weg naar Rome, hier zijn tenten opsloeg en onderhandelde met Gallische leiders over een doortocht over hun grondgebied. Het heeft een kathedraal en een oud klooster uit de 12e tot de 14e eeuw, met een prachtige kloosterhof. Wij hebben iets met middeleeuwse kunst. Het is zo puur, vaak met een vleugje humor (gekke bekken en koppen) of ontroerende scenes. Uitgehakt in steen, maar met zoveel gevoeligheid.


Ik kan nog veel meer plaatjes tonen. Maar ik wilde iets anders vertellen over Elne. Terwijl we rondliepen en een en ander bekeken, kwam ik steeds het woord ‘Maternité’ of ‘La Maternité Suisse’ tegen. Boeken in het museum Terrus (lokale schilder) en folders. Het maakte me nieuwsgierig en ik begon wat te bladeren in de boeken. En wat blijkt, aan het eind van de jaren dertig, toen Franco Noord-Spanje innam, waren ruim een half miljoen Republikeinen gedwongen om naar Zuid-Frankrijk te vluchten. Over verschillende bergpassen van de Pyreneeën (hoog en koud!) kwamen ze berooid aan in o.a Elne. Mannnen, vrouwen en kinderen. Ze werden opgevangen in de meest miserabele tentenkampen. Ik schreef eerder een blog over de opvang van diezelfde vluchtelingen in Argeles, waar op een gegeven moment ook honderdduizend mensen gedwongen werden op het strand te bivakkeren, in de open lucht, met zandstormen, met nauwelijks sanitaire voorzieningen (en het was geen zomer!) Ik realiseerde me toen niet hoe enorm de vluchtelingenstroom was, verdeeld over de verschillende overgangspassen in de bergen. Begin veertiger jaren kwamen daar ook steeds meer Joodse vluchtelingen bij. Opeens kwam het heel dichtbij. De vluchtelingenkampen van nu. Gaza, Jemen, Soedan. De misere.

Tachtig jaar geleden was er ook in Elne dus een grote populatie vluchtelingen, die nergens heen mocht en afgesloten werd van het stadje. Een Zwitserse verpleegkundige, Elizabeth Eidenbenz, was aanvankelijk naar Spanje gekomen om daar voor een organisatie te werken die zich richtte op kinderen in oorlogssituaties. Toen ze hoorde over de vreselijke situatie in de kampen en hoe vrouwen en kinderen daar crepeerden, vertrok ze naar Elne. In 1939 vestigde ze, in een leegstaande villa, een opvanghuis voor zwangere vrouwen en de kinderen van vluchtelingen, Republikeinen, en inmiddels ook Roma en Joodse vrouwen die op de vlucht waren voor de Nazi’s. Als je leest in welke omstandigheden ze moesten leven, rijzen je de haren te bergen

In zo’n afgelegen stadje kom je dan onverwacht zo’n heldenverhaal tegen. En grijpt de realiteit van de miljoenen vluchtelingen in de wereld je aan. En het geeft ook moed. Er zijn altijd weer moedige mensen die opstaan voor degenen die in de hoek zitten waar de klappen vallen.

Terwijl ik hier ben, lopen er moedige mensen door mijn woonplaats. Met een spandoek en vlaggetjes. En ze zingen: Warm Welkom, vluchtelingen en asielzoekers! Steeds meer mensen doen mee. We laten ons niet wegduwen. Toen niet en nu niet. Het blijft helaas nodig.