Vakantie in Frankrijk – Rusteloze Benen en het vogelkoor

Onrustig door vakantiedieet

Slapen is hier al weken geen succes. Ik word regelmatig wakker ’s nachts door mijn levenslange kwelkwaal: Rusteloze Benen. Aangewakkerd door de warmte misschien. En door mijn vakantiedieet wellicht. Vakantie voor mij is genieten van eindeloze kopjes koffie op een terrasje, met een verrukkelijke Franse patisserie ernaast. En van een lokaal wijntje aan het einde van de dag. Nou, dat heb ik geweten, als nog niet eerder zo erg. Suiker, cafeine en alcohol zijn nl. de triggers voor mijn aandoening: Ik stuiterde door de dagen. Kon nauwelijks rustig zitten of liggen en de nachten waren slecht. Er stroomde een soort vloeibare cortisol door mijn aderen. Het duurde even voor het kwartje viel. Pure ontkenning, hoor. Ik wist allang dat al die zaken de kwaal verergeren.

Rigoreus op een ander dieet dus. Decaf koffie, een muizenhapje (soort van) van de patisserie van echtgenoot, water in plaats van wijn. Na een paar dagen kreeg het effect. Goddank. Aan de warmte kon ik echter niets doen, dus goed slapen is er nog niet bij. Ondanks de airco. Eigen bed is best.

Vogelkoor

Maar. Gedwongen om vroeg op te staan, zo rond zes uur, kreeg ik, ongevraagd, gratis toegang tot het ochtendconcert van de vogels hier.
Ik zit buiten. Het is nog koel, de zon komt langzaam op en is nog niet niet de hete vuurbol van later op de dag. De mimosaboom voor ons terras met zijn sierlijke bladeren en roze bloemenkuifjes, en de oleanders hebben zich tegoed gedaan aan de ochtendauw en staan verfrist te pronken met hun bloemen en takken. Ze verspreiden weer hun subtiele geur en ik adem het diep in. En dan hoor ik ze, de vogels met hun gezang. Elk met hun eigen opvallende stem. De wielewaal roept en krijgt antwoord, de zwartkop twittert, de merel, de leeuwerik, de groenling, ze zingen erop los. Bepaald geen bescheiden kamerkoor, maar een volle koorbezetting.

Ik gebruik Merlin, een voor mij nieuwe vogelapp, die me de namen van de vogels vertelt. Langzamerhand leer ik ze onderscheiden en herkennen. Er zijn hier zoveel vogels te horen. De wielewaal heb ik een paar keer gezien. Die vogel brengt me altijd terug in de tijd. In klas 6 van de School met de Bijbel in Rheden. Daar leerde ik het lied van de Wielewaal. Zo’n heerlijk schoollied. Hier enigszins ludiek vertolkt door Andre van Duin…

En dan hier het geluid van de echte wielewaal:

De vogelgeluiden in de vroege ochtend, ik ervaar het als een kadootje van de Schepper. Na een onrustige nacht mag ik even, op de voorste rij, meegenieten van het grote zangkoor dat Hem groet.

Vakantie in Frankrijk – Het goede leven

In de auto op weg naar een Romaans kerkje uit de 11e eeuw, zaten we uit te rekenen hoelang we tijdens de zomer al in Frankrijk komen. Het bleek ruim veertig jaar te zijn. Hebben we nu veel zien veranderen, was de volgende vraag. (Wij houden altijd zinnige gesprekken onderweg.)  De meest opvallende verandering is natuurlijk de euro, die alles veel makkelijker maakte. Hoewel het ook iets van de magie van vakantie in het buitenland wegnam. Het voortdurend omrekenen in het begin van de vakantie, tot je dat de keel uit ging hangen en je gewoon kocht wat je nodig had. Zonder vermoeiende omrekeningen.  Later zag je thuis op je papieren bankafschrift wel hoeveel duurder je uit was geweest, vergeleken met de Nederlandse supers. Tussendoor even checken (zoals je nu direct al ziet dat je je budget al overschreden hebt) ging niet, want er bestond nog helemaal niks digitaals. Zeker geen bankapps. Dat gaf toch een zekere rust.

En dan de telefoon. Die sleepte je niet in je broekzak overal mee naar toe. Dat was een toestel met een hoorn, aan een snoer, dat aan de wand van een telefooncel hing. Je stopte muntjes in een gleuf om even contact te hebben met je thuisbasis. Niet te lang, want de telefooncel was stikbenauwd en er stonden meer mensen te wachten…

Wat hetzelfde bleef

Wat echter in al die tijd hetzelfde bleef, in deze streken tenminste, is de ijzeren wet, dat om twaalf uur de winkels dichtgaan. Zonder pardon gaan de rolluiken naar beneden, de deur op slot en het zojuist nog levendige dorp is opeens een spookstad. Want, geen mens zal er aan tornen, het is Tijd voor de Lunch. En dat doe je niet met een meegebrachte boterham, die je in een half uurtje pauze weg hapt. Nee, daar neem je rustig twee uur de tijd voor. Mijn indruk is dat de Fransen werken om te leven en niet andersom. En eten is een belangrijk onderdeel van dat goede leven. Is het de zon die maakt dat fruit en groente hier lekkerder smaken dan in Nederland? Of zijn het de Franse consumenten die kwaliteit eisen? Het vlees, de vis, de groentes, de smaak is beter, voller. Of ben ik bevooroordeeld omdat ik op vakantie ben?

Super of buurtwinkel

We bezochten in St.Andre een oeroud kerkje. Het is erg warm, dus op koele plekken als kerken en musea is het goed toeven. En natuurlijk in de grote supermarkten, die niet om twaalf uur de deur voor je neus dichtgooien. Handig, maar helaas ook de oorzaak dat de bakkers en slagers hun deuren steeds vaker voorgoed moeten sluiten. Zelf zoek ik liever anoniem in de super naar mijn spulletjes om lastig Frans spreken te vermijden. En ook omdat ik het bijvoorbeeld in de kaaswinkeltjes moeilijk vind uit de ontelbare hoeveelheid soorten kazen iets te kiezen. Maar als ik beter Frans kon spreken zou ik fan van de buurtwinkel zijn! Je ziet in dit soort winkels hoe ze een buurt bij elkaar houden. Een praatje, begroeting. Het is persoonlijk.

Postkantoren en toiletten

Nog iets wat ik zo leuk vind in Frankrijk. Er zijn hier in elk dorp nog echte postkantoren! Met beperkte openingstijden weliswaar, maar ze bestaan!

De laatste die me opvalt: Openbare toiletten. Wat is Nederland een achterlijk land op dat gebied. Iedere super hier heeft een toilet. Zo niet, is er altijd wel eentje in de buurt. En schoon dat ze zijn! Echt, Nederland leeft in de middeleeuwen waar het toiletten betreft. Zoek het maar uit, is meestal de boodschap. Al is de nood nog zo hoog. Het lijkt triviaal maar bij het ouder worden is voor sommige mannen de nood niet alleen hoog, maar ook direct. Ik lees ook over mensen met darmproblemen die niet weg durven, uit angst dat er geen WC’s in de buurt zijn. Petje af voor de Franse overheden die hier goeie zorg leveren.

Nog wat plaatjes van het zeer oude Romaanse kerkje dat we bezochten. Gebouwd als de abdijkerk voor een Benedictijns klooster tussen de tiende en de twaalfde eeuw. De latei (die balk boven de ingang) is van marmer en je ziet Jezus als koning afgebeeld, met apostelen en engelen. Zulke oude kunstwerken maken me stil. Duizend jaar…

Vakantie in Frankrijk – de wandeling

Tweede wandeltocht, de berg op bij Montesquieu

Echtgenoot houdt van kaartlezen, routes uitpuzzelen, hetzij met de auto, de fiets of wandelend. Dit keer had hij een route van twee uur gevonden. Een wandeltocht, op de Franse wandelkaart aangegeven als ‘facile’ als in makkelijk te doen. Dat klonk goed. We hadden er nog maar 1 wandeling opzitten en tenslotte zijn we ook geen dertigers meer. Langzaam opbouwen dus.

We reden naar Montesquieu, een stadje wat verder de bergen in. Vonden zowaar de wandelroute bijna direct en daar gingen we. Het begon redelijk steil. En werd nog steiler. De route heette Route Botanique, dus we verwachtten na een aanvankelijke stijging (je zit hier nu eenmaal in de bergen, de uitlopers van de Pyreneeën)een vlakker circuit. We komen bij een tweesprong. Een blauwe pijl wijst naar traptredes tegen de bergwand op. Boven ons komt een echtpaar naar beneden en we vragen of dit inderdaad de Route Botanique is. De dame kijkt wat bedenkelijk en zegt dat dat zo is maar dat de bordjes antiek zijn. De juiste route maar niet meer zo ‘botanique’, zeg maar. Voor ons geen probleem. We komen voor de wandeling, (dit keer) niet voor de namen van de bomen en planten. Het wordt een pittige wandeling, maar wel een mooie. Het facile ontgaat ons enigszins. Eerder uitdagend…

De berg weer af

De uitdaging wordt nog groter wanneer we moeten gaan afdalen op de terugweg. Veel handen en voeten werk. Leunend op een dikke rots en dan een grote stap naar beneden, enzovoort.

En dan. Bij een van die stappen gaat het finaal mis. Met dat ik de grote afdaalstap zet glijdt mijn ene voet uit over het kiezelgruis dat overal op het pad ligt. In een fractie van een seconde verlies ik mijn evenwicht en kieper de diepte in! Ik voel mezelf gaan. Mijn hoofd stuitert, scherpe takken en dorens schuren langs mijn lijf. Ik bots ergens tegenaan met mijn schouder. Ik voel niets, denk alleen maar: Help, daar ga ik, wanneer stopt het? Dan kom ik stil te liggen, half gedraaid, op mijn rug.
Hoe ver ik gevallen ben? Tien meter, vijf meter? Ik heb geen idee. Ik lig doodstil en denk als eerste: Ok, ik leef, check. Voorzichtig voel ik danarmen en benen voor zover dat lukt, zonder verder weg te glijden. Niets gebroken, check. Ik schreeuw naar boven, naar echtgenoot die naar me staat te roepen, dat ik nog leef en ok ben. Maar ja. Hoe nu verder?

Ik lig letterlijk bijna loodrecht op die berghelling. Mijn voeten vinden nergens houvast om me af te zetten. Ik schop met mijn schoenen wat grond los om een kuiltje te vormen, zodat ik grip krijg. Bij iedere beweging ben ik bang verder naar beneden te glijden.

“Ga op je buik liggen en kom op je knieeen naar boven”, roept echtgenoot.
Dank je de koekkoek, denk ik. Mijn knie bloedt en me omdraaien durf ik al helemaal niet. De enige manier is met mijn armen gebogen en mijn voeten in een kuil me afzetten en naar boven tijgeren op mijn rug en achterwerk. Ter plekke neem ik me voor aan krachttraining voor armen en benen te gaan doen. Wat een slappe aanhangsels zijn dat! Ik kom voor mijn gevoel geen centimeter verder.

Uiteindelijk kom ik zo ver dat mijn sterke, tachtigjarige echtgenoot mij kan vastpakken onder mijn oksels en mij het pad op hijst. Mijn wonden vallen mee. Schaafwonden hier en daar, een bult op mijn hoofd, maar nergens veel bloed. We pauzeren even om op adem te komen en vervolgen dan maar de afdaling. Ik nu wel met mijn hand op de schouder van echtgenoot. En voetje voor voetje. Voorlopig even geen steile paadjes meer voor mij! En zal ik bergstokken aanschaffen, dat vraag ik me nu af.

Vakantie in Frankrijk – Perpignan en meer

Juni temperaturen

Het weer is tot nu toe perfect geweest. Warme dagen, wat koelere dagen en een nacht stortbuien. Alles rook heerlijk toen we ’s ochtends buiten kwamen. De geur van nat gras, dennenbomen, mimosa’s…zelfs de houten planken van ons terras roken lekker na een opfrisbeurt. We hebben onze eerste echte wandeling gemaakt op de wat koelere dag, in zee gezwommen op de warme dagen en Perpignan bezocht op een dag dat het 24 graden was en wat bewolkt. Ideaal om door de stad te struinen.

Perpignan

We parkeren in het centrum van de stad. 8 euro voor de hele dag. Bij de auto eten we eerst onze pizzabroodjes, gezeten op een muurtje met uitzicht op een cactustuin. Het klimaat hier is subtropisch en de cactussen in deze omgeving groeien uit tot enorme planten. Ik denk aan mijn cactussen thuis. Ook niet onaardig, maar mini naast deze giganten. En bloeien, ho maar. Misschien eens in de zoveel jaar…Daarom geniet ik er hier zo van.

Wijk St.Jaques

We lopen langs een statige avenue met rechts herenhuizen en villa’s, verrezen nadat de oude stadsmuren waren afgebroken aan het einde van de 19e eeuw, om de stad meer ruimte te geven. En links een lang, mooi park met oude bomen, speeltuinen en een (in onze ogen niet zo’n mooi) gedenkteken voor de Grand Guerre, hier de naam voor de eerste Wereldoorlog. In het hele park mag trouwens niet gerookt worden. Hoera! Er loopt zelfs een handhaver.
We volgen aanwijzingen naar de Sint Johannes de Doperkathedraal, ongeveer 15 minuten lopen. We beklimmen een steile trap en komen terecht in een wijk waar we nog niet eerder geweest zijn, een oude, op sommige plekken nog Middeleeuwse wijk. Hier blijken eeuwenlang Joden gewoond te hebben. Gescheiden van de stad, leefden die in deze ommuurde wijk. De Vichy regering verdreef de Joodse bewoners. En waarschijnlijk vluchtten velen al eerder.
De wijk wordt ook bewoond door Gitanes (spreek uit Zjitanes), zoals de Roma of zigeuners hier genoemd worden. Je stapt werkelijk een andere wereld binnen. Ongelofelijk veel rotzooi op straat en je ruikt de armoede. Het blijkt een zeer moeilijk te bereiken bevolkingsgroep te zijn. Later las ik dat bedroevend weinig kinderen naar school gaan en dat de gemiddelde levensverwachting, schrik niet, onder de 50 jaar ligt! (voor wie meer info wil, dit artikel in de New York Times is interessant)
Maar, ik kwam een oudere vrouw tegen, duidelijk een Gitane, en in een flits zag ik dat ze iets zachts en pluizigs onder haar vest droeg. Ik sprak haar aan met mijn steenkolen Frans en ze liet me een pup zien, drie weken oud…Warm en beschermd op haar (omvangrijke) boezem. Een dierenliefhebber, heerlijk.

Procession de Sanche

Even ongepland als een bezoek aan deze wijk, liepen we later langs een klein museum. Ik ben gek op kleine musea. Ze hebben vaak iets heel authentieks. Dus even naar binnen. Het is het Katholiek Bisschops Museum. Niet heel bijzonder. Wat schilderijen van de verschillende bisschoppen die er gewoond hadden, een mooie tuin, en het was er lekker koel.
Een onderdeel intrigeerde me echter wel en was nieuw voor me. In een van de zaaltjes stond een pop aangekleed met een kostuum dat ons aan de Ku-Klux-clan deed denken, maar dan in het zwart. Een lange habijt en zo’n griezelige puntmuts waar alleen de ogen doorheen kunnen kijken. Het blijkt onderdeel te zijn van een heel oude Catalaanse traditie uit de Middeleeuwen. In de week voor Pasen, op Goede Vrijdag, loopt er een processie door de stad van boetelingen, gekleed zoals in de foto. Ze dragen een loodzwaar beeld van Jezus met zich mee. Er is stilte en alleen het geluid van een doffe trommelslag is te horen. Voorop lopen in het rood geklede mannen. Alles verwijst naar het bloed dat Jezus vergoot aan het kruis. Het lijkt me indrukwekkend om mee te maken, maar ook enigszins macaber. Volgens Wiki (dus niet helemaal betrouwbaar :))is op de een of andere wijze een andere processie met deze latere verbonden geraakt. In de middeleeuwen werden gevangenen blijkbaar naar het schavot geleid met bedekt gezicht om wraak van slachtoffers en hun familie te voorkomen. Een geestelijke leidde de stoet. Je kunt je er iets bij voorstellen. Geen vrolijk verhaal dus.

Kathedraal en Catalaans linnen

Uiteindelijk bereiken we de kathedraal waar we even een kijkje nemen. Tegenwoordig brand ik kaarsjes voor de gebeden die ik altijd meedraag in mijn hart. Ik heb ook geprobeerd te bidden op zo’n houten knielbank, maar dat viel tegen. De knobbelbotjes op mijn knieën deden zo’n pijn, dat ik blij was niet iedere zondag hier mezelf te hoeven kwellen. Maar knielend bidden vind ik wel mooi!

Cathedral St. Jean Baptiste Perpignan

Op het allerlaatst deden we nog een winkel (Les Toils du Soleil) aan met textiel dat volgens Catalaanse traditie geweven wordt. Wat dat precies inhoud kwam ik zo gauw niet achter, maar het was prachtig. Veelkleurige streeppatronen in de aller vrolijkste kleuren.

Van de prijs werd ik minder vrolijk. Dus, helaas, zonder aankopen terug naar de auto, terug naar Laroque.

Vakantie in Frankrijk – Laroque des Alberes

Ons eerste chalet

Het blijft een boeiende vraag wat een mens ertoe beweegt om als vakantie een maand door te willen brengen in een huisje dat zo groot is als mijn woonkamer thuis. Met een zg. tweepersoons bed waarin je nét lekker in je eentje kunt slapen. Met ook nog een plastic hoes om de matrassen en kussens vanwege de hygiëne. En een bank met een zelfde soort bekleding, waaraan je dus vast plakt want het is ook nog eens smoorheet. Ons uitzicht: een chalet op ongeveer 0 meter afstand. Wat doen we hier? Dachten we, maar zeiden het niet hardop. We kwamen net aan in ons vakantiehuisje in Frankrijk. Na een lange reis van twee dagen ben je meestal wat overprikkeld en kritisch, dus gingen we eerst maar slapen, elkaar sussend met opmerkingen als ‘kom op, het valt best mee, alles went. We zitten hier niet de hele dag thuis, enz.’

Maar het gezicht van mijn echtgenoot, de rasoptimist, gaf weer dat ook hij z’n twijfels had… Grappig hoe je dan nog een tijdje samen probeert de schijn op te houden. Positieve puntjes zoeken en zo…

Bij het wakker worden, de volgende ochtend, brak het uur van de waarheid aan: We gaan hier niet een maand zitten! Voor een fikse bijbetaling konden we verhuizen naar een grotere stacaravan met een wijds uitzicht. Dat betekende wel dat de hele bubs weer moest worden ingepakt. Maar het was de moeite (en het geld) meer dan waard.

Links ons ingebouwde chalet. Rechts ons uitzicht nu.

Camping Les Alberes

We zijn in Zuid-Frankrijk dus. Omgeving Perpignan, aan de voetheuvels van de Pyreneeën. Laroque des Alberes, een dorp waar we door de jaren heen vaak zijn geweest. We hebben op deze camping zelfs een Franse familiereünie gevierd. Daar was de camping niet heel blij mee. Voor gezamenlijke evenementen werden we naar steeds verderaf gelegen plekken gestuurd. Ik begreep het helemaal. Het aantal decibellen dat je produceert met een groep van 20 personen is oorverdovend. Zeker met de familie van mijn echtgenoot!

De omgeving, bergen, stadjes en de zee

Wij ervaren deze omgeving als thuiskomen. De natuur is mooi, de plantengroei weelderig, het is overal berg/heuvelachtig. Veel oude kerkjes, kloosters en op hoge plekken uitzicht in de verte op de Middellandse Zee! Dat is voor ons de aantrekkingskracht van dit gebied. De kust, de cultuur en de bergen. Perpignan is een middelgrote stad waar we graag heengaan als we zin hebben in flaneren, de antiekmarkt of gewoon even wat anders. Ik kocht er ooit een afgeprijsde picknick koeltas met borden en bestek. Nu al zo’n 20 jaar geleden. In een kleur die toen uit de mode raakte. Opvallend hoe veel invloed mode dan toch heeft. Ik heb jaren gedacht ‘wat een afgrijselijke kleur, ik doe het ding weg’. Maar dan kwam de kleur weer in de mode en vond ik ‘m naast praktisch ook wel weer cool. Nu is het een soort antiek kleinood geworden waar ik geen afscheid van kan nemen. Daarbij is grasgroen ook weer in de mode, dus….

Wat gaan we vandaag doen?

Het is de laatste vakantieweek in regio midden.
Ik fiets door mijn woonplaats en zie her en der moeders wandelen, vergezeld door hun kinderen in basisschoolleeftijd, die aan hun zoveelste ‘leuke’ dag beginnen.
Wat zullen we vandaag weer eens gaan doen?
En moeder (toch wel vaak de moeders…), die de vakantie meer dan zat is, verzint iets waarbij ze zelf ook enigszins baat heeft. Niet weer de zoveelste speeltuin of Monkeytown, Kidcity of hoe ze ook maar heten mogen.
Meestal wordt het een tochtje naar het stadje, zoals we hier ons centrum noemen. Niet de ‘stad’ maar het ‘stadje’. Sloffen door de winkelstraat, moeder aan de telefoon, verveeld hangen bij het Kruidvat of de Action

De Kringloop is op zo’n ‘wat – kunnen -we – nu – weer ‘s- verzinnen’ dag ook een trekpleister. Daar is altijd speelgoed te bekijken en meer ruimte om rond te rennen. En al ben je het niet van plan, je vindt altijd wel wat, nietwaar?

Ik ben toevallig ook op een Kringloopuitje, (in mijn eentje) en hoor de gesprekken in de achtergrond.
Om de twee seconden een gil, ‘Ma-am!’
‘Ja-haaa’, is het vermoeide antwoord, want het is de duizendste ‘Ma-am’ die dag. En het is nog maar 1 uur.
‘Kom ’s kijken!’
‘ Stra-aks!’ met nauwelijks beheerst ongeduld. Laat me nu even met rust…

Ik voel mee. Lange vakanties stellen op de proef, zowel ouders als kinderen. Iedere dag weer inhoud geven, van de vroege ochtend tot bedtijd, is een uitdaging. Uiteraard een luxe probleem, pas ontstaan toen we zo welvarend werden dat het begrip ‘vrije tijd’ ontstond.
Luxe of niet, het is de realiteit en de schoolvakanties zijn lang.

Korea

Ik denk terug aan de lange vakantiemaanden toen we nog in Korea woonden, in de jaren tachtig. In mei stopte de school al voor onze kinderen. Dan ging een van de gezinnen met verlof en het andere bleef achter, met drie maanden de kinderen thuis. De opleiding waar echtgenoot les gaf, stopte niet, maar had juist in die periode examens en er waren dus stapels en stapels papieren om na te kijken. Veel tijd voor ‘uitjes’ met hem was er nog niet dan.
Wat was er te doen voor de kinderen? Niet veel eigenlijk. Ik vraag me nu dus eerlijk af wat ze in vredesnaam al die tijd deden. Winkelen was geen optie. Niet dat die er niet waren, maar niet te vergelijken met winkels van hier. Meer markten, waar onze kinderen (en ik) gek werden van de drukte en de aandacht, dus dat was geen uitje.

Ze waren enorm vindingrijk, nu ik er over nadenk. Het ontbreken van alle vormen van electronisch vermaak zal daar wel aan hebben bijgedragen. We keken regelmatig video’s (VHS), dat wel. Maar overdag was er, behalve hun eigen fantasie, weinig extern vermaak. Ze waren creatief. Uren brachten ze door met schilderen, tekenen, knutselen, meestal gadegeslagen door mij, die daar niet heel goed in was. Ik zorgde voor de spullen en bleef in de buurt om eventuele conflicten te beslechten, ervoor te zorgen dat de muren niet geverfd werden en natuurlijk om alle ‘Ma-am’ vragen te beantwoorden.

Ze speelden ook veel buiten. De tuin in ons laatste huis was vrij ruim en de buurt was veilig. We hadden zo’n opblaaszwembadje, want het was vaak loeiheet en benauwd. Ik ging er ook dankbaar in liggen soms. Toen ze wat ouder waren hadden ze om de hoek ook een groot natuurpark ter beschikking. Nu denk ik, lieten we ze daar dan alleen spelen? Ja. volgens mij dus wel. Zo veilig voelden we ons, blijkbaar. Ik herinner me dat Koreaanse buren ons wel bezorgd wezen op het gevaar van ontvoering. Dat namen we niet serieus, het kwam gewoon nooit voor, behalve in films. Waren we naief, eigenwijs?

Ze speelden met Koreaanse kinderen in de buurt. Van hen leerden ze Koreaanse buitenspelletjes. Of ze scheurden op een skateboord de steile straten af. Dit uiteraard buiten mijn zicht…En er was een zomer waarin ze bijna onafgebroken UNO speelden, buiten op het garagedak. Oh en ze lazen! De oudsten in elk geval. Perfecte kinderen dus? Nou echt niet, maar verveling stond toen nog niet in hun woordenboek.  Idealiseer ik? Misschien hebben ze zelf juist herinneringen aan eindeloze weken van gekwelde verveling? Ik ga het navragen!

Op vakantie gingen we ook. Meestal in juni/juli als het volop regenseizoen was, maar het wel warm bleef en de zon vaak genoeg scheen. We reden naar het noorden, langs de Oostkust (prachtige route, door toeristen nog niet echt ontdekt, helaas voor Korea) en verbleven in de buurt van vrienden. Stranddagen waarop we kokkels verzamelden uit de zee, op onze kop in het water, er ’s avonds vissoep van kookten en BBQ’den. Met zonverbrande wangen en het zand nog in onze haren!

Het park om de hoek- Foto van Wang Yuh-zju via Google

Stek-UP

Terwijl ik mijmer fiets ik naar de tweede Kringloop. Eentje waar ik nog niet eerder was. Stek-UP is de naam en het is volgens de website een ‘sociale cooperatie’. Als ik binnenloop word ik welkom geheten en ik krijg de vraag of ik wat wil drinken? ‘Ga lekker zitten, ik haal een kop koffie voor je’, zegt de medewerker. Een nieuwe ervaring voor me in een Kringloop. Ik krijg er zelfs een koekje bij. De winkel is gezellig ingericht, keurig georganiseerd, de boeken staan zelfs op kleur gerangschikt. Overigens ben ik daar geen fan van, het is moeilijk zoeken zo. Maar goed. Het staat wel leuk.

De sociale coöperatie StekUP is gestart in 2019. De naam StekUP verwijst naar de kiem van een plantje.

Hoewel kwetsbaar, heeft deze kiem (Stek) alles in zich om groot te worden. Net als een stekje heeft talent een veilige plek met gunstige omstandigheden nodig om te groeien.

Zo zal het stijgen naar ongekende hoogten (UP).

(van de website)

Stek-UP Kringloop

Wat opvalt is de leeftijd van de klanten. Hier geen rond rennende kinderen en vermoeide moeders, maar senioren, zoewel mannen als vrouwen. In een hoekje staat een grote tafel met stoelen en daar zitten ze gezellig te babbelen met hun bekertje koffie in de hand. Sommigen komen iedere dag langs, voor een praatje, vertelt een vrijwilliger. Die zijn hartelijk, maken grappen. Eentje zet een smartlap op de radio keihard aan en zingt luidkeels een liefdeslied mee voor een oudere meneer die op zijn rollator zit en er erg om moet lachen. Wat een heerlijk sfeertje! Later lees ik op de site dat mensen met een uitkering ook geholpen worden om een eigen bedrijfje te starten. Het project is ontstaan vanuit de internationale gemeente, Cross Culture Nieuwegein.

Ik ben inmiddels verzadigd. Kringlopen is leuk, maar vermoeiend. ik heb een boek, een t-shirt en een schellekoord met vogeltjes voor mijn verzameling borduurwerkjes in de keuken. Ik fiets voldaan terug. Helaas, al sinds mijn schooljaren, altijd, op de heen- en terugweg, met wind tegen.

Sommelsdijk, een bezoekje aan mijn voorouders

Ik heb al eens geschreven over mijn op Sommelsdijk (Goeree en Overflakkee, ZH) en omstreken roemruchte voorvader Cornelis Joppe. Hij woonde van 1819 – 1906 in Sommelsdijk en was daar bekend met iedereen en iedereen kende hem.

Tijdens een korte vakantie onlangs in Oostvoorne zijn we weer naar Sommelsdijk getogen. Ik ben verknocht aan familiegeschiedenis en wilde weer eens snuiven aan de lucht van Goeree en Overflakkee. Ik bracht daar vroeger als kind met ons gezin vele vakanties door.
Vanuit Schiedam reden we tot het niet verder kon. Want er was nog geen brug naar het eiland. Daar reden we met auto en al de pont op. Als kind vond ik dat tegelijk opwindend en angstig. Het geluid van auto’s die over zo’n rammelende loopplank het ruim van het schip inreden, de sterke geur van uitlaatgassen en diesel, de enorme kettingen en vuistdikke touwen. De echo van mensenstemmen en verkeer in die holle, stalen ruimtes. De wind, het water. Griezelig en heerlijk, want het was allemaal verbonden met vakantie. In het streekmuseum dat we bezochten in Middelharnis zag ik een maquette staan van een vergelijkbare pont die we dan namen.

Een erg leuk streekmuseum trouwens, waar alles de lucht van vroeger ademt. Tot aan het winkeltje waar ik me terug waande in de winkel van mijn tante Nel Sonneveld in Schiedam. Met de oude koffiemolen (toen al voor de sier denk ik), de lades met koffie, thee enzovoorts.

De familie Joppe was, evenals mijn andere voorvader Carl Buschman, van Duitse origine. Geert Joppe en zijn vrouw Getrud Boos/Bos kwamen rond 1740 vanuit het Duitse Dulken naar Overflakkee. Hij was een van de bekende Hankemeijers, arbeidsmigranten, zoals we ze nu zouden noemen. Oorspronkelijk luidde de naam overigens Joepen. In Duitsland nog Rooms-katholiek laat Geert Joepen zijn kinderen op Sommelsdijk dopen in de hervormde kerk. Mijn voorvader Cornelis, achterkleinzoon van Geert, was een toegewijd lid van die kerk. Hij woonde er tegenover en was er zowel diaken als ouderling. En verder diende hij het dorp als raadslid en uiteindelijk als wethouder. Dat laatste 17 jaar lang tot vier jaar voor zijn dood in 1906.

Hervormde kerk Sommelsdijk, waar Cornelis diaken en ouderling was

Cornelis was veehandelaar. Ik begrijp dat dat de handel in koeien betekende. Mijn familie van vaders kant in de vrouwelijke lijn was een echte agrarische club. Ze hadden geen grote boerderijen maar pachtten land, waarop ze koeien lieten grazen die uiteindelijk voor de verkoop bedoeld waren. Mijn betovergrootvader, Frederik Willem Buschman, met wie Teuntje, een van de dochters van Cornelis Joppe zou trouwen, kwam op het eiland om koeien te kopen. Hij verscheepte die naar de VS. Waarschijnlijk naar boeren die daarheen geëmigreerd waren en een Nederlandse veestapel wilden. Het was geen succes. De koeien braken vaak poten, zo wil het verhaal, en waren dan natuurlijk niets meer waard.

Enkele Ring Sommelsdijk, waar het woonhuis nr. 9, van de familie Joppe stond

Ik verbeeld me dat Teuntje Joppe verliefd werd op de zwierige Frederik Buschman. Op foto’s kijkt hij nogal trots en fier de lens in. Ook zijn handtekening onder verschillende documenten is met een groot en krachtig handschrift geschreven. En zo verliet Teuntje het groene Goeree, waar de zeewind altijd waaide en kwam terecht in naar jenever stinkend, arm en dichtbevolkt Schiedam. Wel woonden zij op een klein gepacht boerderijtje langs de Schie. Aan die verbintenis dank ik (ternauwernood) mijn bestaan. Mijn oma is daar nog geboren. Zij was een van de drie kinderen, twee meisjes en een jongen, van de twaalf kinderen, die overleefden. Zelfs voor die tijd een ongehoord hoog aantal sterfgevallen onder kinderen. Die lag toen rond de 30%. Hier is sprake van 75%! Was er een erfelijke ziekte? Armoede? Het laatste kan ik me niet voorstellen omdat zowel Teuntje’s vader als de vader van Frederik niet echt arm waren. Teuntje stond erom bekend in het dorp dat ze langskwam om geld te lenen van haar vader. Ik lees dat in ‘Het Sommelsdijkse geslacht Joppe’ gepubliceerd in 1975 door dr. J.L. Braber: “Als Teuntje haar ouders bezocht te Sommelsdijk fluisterde de familie: Teuntje is er, het geld is zeker op.” Arme Teuntje. Zoveel verdriet om negen gestorven kinderen en dan ook nog geldzorgen en een roddelende familie!

Ik dank mijn voornaam aan de Goereese familie. Margaretha. Te zien aan de initialen op de grafsteen van Cornelis en Margaretha Hendrika Joppe

Mijn vader bezocht nog wel familie op Goeree en Overflakkee. Nakomelingen van de Joppe’s, met de naam Buth. Ze waren van de zware gereformeerde kerk en mijn vader vertelde met trots hoe hij op de begrafenis van een (oud) tante getuigd had van haar geloof in Jezus en hoe hij zeker wist dat ze nu in de hemel was. Dit vanwege de sombere toespraak van de predikant vol twijfel over het geestelijk lot van deze vrouw.

Mijn vader had een soort gedurfde spontaniteit. Eenzelfde soort zwier wellicht die mijn overgrootmoeder Teuntje Joppe had aangetrokken in Frederik Buschman, mijn vader’s opa.

Hieronder nog een foto uit het boekje met de stamboom van de familie Joppe tot 1975. Foto is genomen op 11 augustus 1903, de dag van het zestigjarig huwelijksjubileum van mijn betovergrootouders. De stoel die hem cadeau werd gedaan staat tegenwoordig bij mijn zus te pronken. Een waar familie erfstuk.

Vakantie in Frankrijk en Spanje: Tips voor Goedkope Verblijven

La Ribiere aux Pigeons in Limousin

 Op weg naar een familiereunie in de Spaanse Pyreneeen trokken we langzaam naar het zuiden door Frankrijk. We verbleven onder andere in Airbnb’s.  Al jaren maken we gebruik van deze organisatie. Het oorspronkelijke idee was voor reizigers om je luchtbed (airbed) voor een klein bedrag bij vreemden op de grond te leggen die daar hun huis voor open stelden. Mensen die graag anderen ontmoeten en willen helpen bij iemands rondreis.  Het is een leuke manier om mensen uit allerlei landen te leren kennen. 

Inmiddels weet iedereen dat het ook een geraffineerd verdienmodel is geworden. Nieuws over de overlast van rolkoffer trekkende toeristen over de Amsterdamse grachten, op weg naar zogenaamde Airbnb’s die in feite verkapte hotels blijken te zijn hebben vaak genoeg het nieuws gehaald. Omdat een Airbnb zogenaamd particulier verhuur is zijn de veiligheidseisen minder streng. Huur een pand, noem het een Airbnb en  het geld is makkelijk verdiend. De prijzen zijn de pan uit gerezen. Soms betaal je meer voor een Airbnb dan een hotelkamer!

Maar. Onze ervaring is beslist anders. Wij zoeken goedkopere adressen, bij mensen thuis en vinden die vakanties nog steeds een klein avontuur. Hoe zal het zijn? Wat voor eigenaren komen we tegen? Van tevoren doe je natuurlijk al research. Echtgenoot is daar een expert in geworden. Door schade en schande wijs geworden weten we wat we niet willen. Geen zolderkamers (heet!), geen appartement zonder tuin, niet dicht bij een doorgaande weg, geen gedeelde badkamer en WC en meer van dat soort zaken. Het persoonlijk contact met eigenaren biedt vaak de kans om de wat minder toeristische pareltjes in de buurt te leren kennen. Zij vinden het leuk om van alles te vertellen over hun omgeving.

Ik kan het echt aanraden. Deze vakantie hebben we zes stops gemaakt waarvan twee in Airbnb’s. Onze eerste stop was een Campanilehotel. Een deal. Maar al kreeg ik geld toe, daar gaan we niet terug. Wat een verlopen boel. De kamer zelf was redelijk. Maar de lokatie vreselijk en de buitenkant zag er niet uit. Ik werd uit mijn slaap gehouden door een doordringende gilletjes slakende mevrouw onder onze kamer. Wat zij en haar kamergenoot aan het doen waren laat zich raden. Na een kwartier was ik het zat. Ik wilde slapen. Na wat fors gestamp op de vloer werd het stil. Tot om 5 uur de trucks voorbij kwamen razen.

Vroeg gestart naar onze tweede stop in Limousin. Een gebied waar we tot nu toe niet eerder waren in Frankrijk. Lieflijk heuvelachtig landschap. We wilden stilte, natuur en iets goedkoops. Dat vonden we daar. Voor 33,50 euro verbleven we in een huisje op het terrein van een ouder Engels echtpaar. De stilte suisde er door de bomen. Het huisje was vintage, maar van alle gemakken voorzien.  Bij de eerste blik moest ik wel even het gevoel overwinnen in een soort bejaardenhuis te zijn terechtgekomen. 

Maar ach, al gauw liggen onze boeken en electronica er en zijn we weer in de 21e eeuw. Binnen zitten doe je toch niet veel. John, de gastheer, was alleraardigst. Als gewezen schapen- en koeienboer uit Devon voelt hij zich in het heuvelachtige en agrarische Limousin al 17 jaar volkomen thuis. Een man met gouden handen. We hebben genoten van de rust en de natuur.

Lieflijk landschap, Limousin, Frankrijk

Na drie dagen zetten we de tocht naar Spanje voort. Ter onderbreking een nachtje in Toulouse en de volgende dag verder door de bergen van de Pyreneen naar Laspuna, de eindbestemming. Het grote werk kon beginnen: Vier dagen met de Franse familie van echtgenoot in Casa Sidora, een familiehotel in Laspuna, een mini-dorpje. Voor 45 euro pp vol pension. Lunch is een kwestie van wat brood en kaas kopen. Een fantastische plek. In het dal loopt een rivier en overal kun je langs de kant parkeren om te zwemmen. In het dorp  is op loopafstand een zwembad met een grote schaduwrijke ligweide. Er zijn in de buurt overal oude stadjes, men kan er de bergen in voor lange wandelingen, er kan gefietst (voor de sterken!) er is canyoning enzovoort. Het hotel is zeer kindvriendelijk, met een terras waarop allerhande speelgoed, tafeltennis en wat dies meer zij, aanwezig is. Over de reunie zelf schrijf ik later nog.

Uitzicht vanuit onze kamer
Omgeving Laspuna, Spanje

Toen verder, voor vier dagen rust, naar onze tweede Airbnb. In Cournonterral. Een wat verlaten dorp in de buurt van Montpellier en de Middellandse zee. Een ruime beneden verdieping van een woonhuis. Met buiten een grote tuin en veel schaduw. Monique en Jose, onze gastvrouw en -heer zijn heel vriendelijk, maar spreken alleen Frans met een sterk Zuidfrans accent, een goeie uitdaging voor ons Frans. Het huis is zeer comfortabel. Van alle comfort voorzien, inclusief AC (een luxe!). Voor 60 euro per nacht een goeie prijs! Het was hier heerlijk bijkomen van een paar drukke familiedagen. We ontdekten Sete, een levendige havenstad en verschillende stranden.

Op de terugweg hebben we nog een laatste stop in Dijon, de mooie stad in Bourgondie. Alleen ’s avonds hebben we er wat rondgelopen en genoten van de oude gebouwen en het avondlicht. Of we nog een keer zoveel kilometer willen rijden weet ik niet. Maar we hebben veel gezien en de Airbnb’s en hotelletjes krijgen een goeie recensie op Tripadvisor. Behalve de Campanille in Charlesville. Nooit heen gaan!

Vakanties en vreemde ogen

Vreemde ogen dwingen, zeggen ze wel. Maar vreemde ogen zien soms ook dingen die je zelf niet (meer) ziet. Neem vakanties bijvoorbeeld. De hoeveelheid vrije dagen die wij in Nederland hebben is in de ogen van veel buitenlanders ongelooflijk. Onze dochter keerde na vijf jaar New York terug en was stomverbaasd (na de harde werkelijkheid van Amerikaanse werkomstandigheden) dat hier aan de telefoon doodleuk gezegd wordt bij de meest officiële instanties: Oh sorry, die is er pas volgende week weer, hij heeft wat vrije dagen opgenomen. Ze belde met een instantie (als de Zorgvergelijker of iets dergelijks) en stelde haar urgente vraag over verzekeringen ‘na verblijf in het buitenland.’ Degene die de telefoon beantwoordde wist er zo gauw geen antwoord op. Bij de volgende vraag bleef het ook stil. Dochter vroeg ‘vriendelijk’ of er misschien iets was wat hij wel wist, waarop hij moest lachen en eerlijk antwoordde dat hij alleen was ingehuurd om de telefoon te beantwoorden.

‘Dat zou je in Amerika nou echt nooit horen’ sprak een verontwaardigde terugkerende emigrant die nog in een cultuurschok verkeerde. De maanden juli en augustus spendeerde ze veel tijd aan nutteloze telefoontjes, waarbij het antwoord meestal was dat ‘die en die op vakantie was’.

Later op haar werk werd ze geconfronteerd met de realiteit dat in Nederland veel vrouwen in deeltijd werken. Als vervangend management-assistent via Tempoteam bestond een groot deel van haar werk in het regelen van afspraken met artsen en zorgverleners die allemaal op verschillende dagen werkten en ook nog eens verspreid over het hele land, op verschillende locaties.  Een ingewikkelde klus. 

Laatst las ik in de krant dat we het beste pensioenstelsel hebben vergeleken met veel Europese landen en zeker ook met Amerika. En vandaag nog las ik in het Nederlands Dagblad hoe goed onze kindercultuur ontwikkeld is. Uit de hele wereld komen hier mensen uit onderwijs, media en culturele instellingen kijken hoe wij dat doen. Dat speelse, interactieve leren.

Maar dan toch nog even die vakanties. In India kent men dat ook niet. Echtgenoot is gevraagd om een semester te gaan doceren daar. Maar de definitieve beslissing blijft uit zolang een aantal zaken nog niet formeel geregeld zijn. Dat vraagt wat tijd, want ja, inderdaad. Degene die daar verantwoordelijk voor is, is namelijk met vakantie… Je schaamt je bijna om dat te zeggen tegen hardwerkende rectoren die niet met pensioen kunnen en zes dagen per week werken…..

Toch zie ik het als een zegen. Er is in onze cultuur ruimte voor gezin en vrije tijd. Voor ontspanning en samenzijn. Als wij ervaren dat alles zo ‘druk, druk’ is, moeten we misschien weer even door ‘vreemde’ ogen naar ons leven kijken. Echt we leven in een paradijsje.

Menage á trois…

Toevalligerwijs de naam van onze mobilhome 😀
Toevalligerwijs de naam van onze mobilhome 😀

Onze laatste dagen in Frankrijk, dus nog maar een Franse titel ertegenaan. Die tot op bepaalde hoogte de lading dekt 🙂

SAM_1814

Op vakantie met een dove zus en een zichzelf (onbewust) af en toe van de buitenwereld afsluitende echtgenoot, is voor iemand die ALLES hoort af en toe een beproeving. In de ochtend, tot half elf of zo, verdraagt Zus geen gehoorapparaten en verstaat dus weinig, maar wil wél graag weten wat er gezegd wordt. Echtgenoot verdiept zich in zijn Franse krantje en is alleen bereikbaar door hem nadrukkelijk aan te spreken. De volgende conversaties ontwikkelen zich dan:

Ik tegen echtgenoot: je koffie staat hier!
Zus, hard: Wat zeg je?
Echtgenoot, door de harde stem opgeschrikt uit zijn krant, tegen zus: zei je iets, Zus?
Ik, opnieuw: Je koffie staat hier!
Zus: Ik drink alleen thee ’s ochtends…
Echtgenoot: Is er thee?
Ik drink de koffie van echtgenoot op en verlaat de bühne.

Of, een andere situatie: Ik lees. Kan dat niet als er om me heen gepraat wordt. Zus heeft de gewoonte veel hardop te doen. Echtgenoot is ook niet van de stillen (behalve wanneer hij leest). Och arme….ik die alles en elk geluid hoor, kom soms niet verder dan twee zinnen, voor ik me terugtrek in een geluidsarme ruimte, onze 2,5 bij 2,5 slaapkamer.

SAM_1789

Maar de taken zijn goed verdeeld. Ik heb geluk want ik mag koken, de anderen ruimen op! Af en toe gooit echtgenoot een lading was in de machine op de camping en hangen Zus en ik de was rondom onze mobilhome en lijken we even op een Travelers familie.

We vermoeden dat er op de camping druk wordt gespeculeerd wie nu uiteindelijk de Echte vrouw van echtgenoot is. Zus zit altijd voorin de auto (die is van haar), loopt na het voetbal in de kantine stijf gearmd terug in het donker met echtgenoot (zij blijft vaak langer kijken). Maar dan lopen ik en echtgenoot ook weleens langs, hand in hand.

En we lachen wat af! De dagen vliegen voorbij, vrijdag gaan we weer rijden, de campinggasten achterlatend met vraagtekens. Ik achterin waar ik eindelijk kan lezen. Echtgenoot en Zus zorgen voor de muziek en de route. Heerlijk!

Toch nog kunnen lezen:

Heartbreaking_Work_Dave_Eggers.jpg (312×475)Heartbreaking Work of Staggering Genius – Dave Eggers (autobiografische roman, fascinerend, met liefde, tederheid en boosheid geschreven. Over zijn eigen geschiedenis waarin hij als 22-jarige de verantwoordelijkheid krijgt voor zijn 14 jaar jongere broertje, na de dood van beide ouders. Overweldigend, ontroerend, en af en toe stuitend vanwege de  VELE vloeken, waarmee hij uiting geeft aan zijn woede)

 

 

images (258×400)Gould’s Book of Fish, a novel in twelve fish – zeer origineel en boeiend, over de gruwelijke situatie van Engelse veroordeelden in de kolonie Tasmanië. Met vele lagen. (Hoort in de categorie ‘metafictie’, een genre waarbij de auteur inbreekt in het verhaal en zich richt tot de lezer op verschillende manieren). Afstotelijke wreedheden worden beschreven op een ‘humoristisch/cynische’ wijze. En toch ook teder en empatisch.

Beide boeken nog eens doornemen met mijn dochter die de laatste titel heeft gebruikt tijdens de college’s die ze gaf over Cultural Memory Studies. Ik heb een hooggeleerde dochter, met wie ik heerlijk over boeken kan praten. We wisselen titels uit en zo ben ik steeds meer in de literatuur terechtgekomen, vooral de Engelstalige. Mijn paradijs op aarde? In alle stilte, een kop koffie naast me, liefst liggend, LEZEN.