Seoul. Lopen, veel kijken en zoeken.

Parkeren

‘Ik weet het zeker’, zegt echtgenoot, ‘we parkeerden aan de westkant van het station!’ Nadrukkelijk een richting wijzend loopt hij voor me uit. We zijn op zoek naar onze auto na een lange dag in Seoul. Het is rond zes uur ’s avonds en we komen net terug van het treinstation.
Ik denk alleen in rechts en links en in plaatjes. Het westen? Als jij het zegt geloof ik het graag. Ik volg hem gedwee. Zijn richtingsgevoel is fenomenaal. In vijftig jaar huwelijk heeft hij te vaak gelijk gekregen om hem nu te wantrouwen. Op dit gebied dan.
Maar. Ik ben ook niet geheel zonder inzichten. Ik weet zeker dat we langs een bouwput kwamen om het station te bereiken. Minzaam zegt echtgenoot dat er aan beide kanten bouwwerkzaamheden zijn, dus dat helpt niet.
Goed. Ik volg. En zeg maar niet dat ik het onmiddellijk zou herkennen als ik het zie. Terwijl hij dan nog op zijn telefoon tuurt of dit wel echt het westen is…

Al lopend komen we erachter, dat er vier (!) uitgestrekte parkeerplaatsen zijn. Een vriendelijke Koreaan laat ons op Naver (Google maps in Korea) zien hoe de vork in de steel zit. Natuurlijk vinden we de auto pas op de vierde en allerlaatste parkeerplaats. In het westen en naast mijn bouwput.
Vijftig minuten gelopen! Wat een vreugde om onze auto te vinden!

20250527_1850183477181846428196989

Naar het hart van Seoul met de KTX

Dit gebeurde aan het einde van een lange dag in de hoofdstad van Zuid-Korea, Seoul. Met een indrukwekkend inwoneraantal van bijna 10 miljoen mensen. Volgens Wiki een van de dichtstbevolkte steden ter wereld. Dat merk je als je er rondloopt. Veel, heel veel mensen. En toch. Het grote verschil met oude steden als Amsterdam of New York is, dat in Seoul door nieuwbouw er veel ruimte gecreëerd is. Dat is dan wel in de belangrijke, grote wijken waar de grote kantoren, winkels en bedrijven gevestigd zijn. Daar zijn de trottoirs breed en de wegen hebben een avenueachtige allure. Om de zoveel tijd kom je langs speciaal ontworpen met bomen beplante rustplekken, met schaduw en zitplaatsen waar je even op adem kunt komen. Er mag nadrukkelijk niet gerookt worden staat dan met grote borden aangegeven. ook niet gevaped. Bij de oversteekplaatsen, breed en wijds, staan steeds grote verankerde parasols waaronder je tegen de zon kunt schuilen.

KTX-Hoge snelheidslijn

We kwamen met de trein. De hogesnelheidslijn. Uiterst comfortabel. In drie kwartier waren we in hartje Seoul. Je koopt een ticket, en je hebt daarmee een gereserveerde stoel. Op het perron zoek je het nummer van de wagon van je trein op (staat op je ticket). Vervolgens naar het nummer van je stoel. Dan stel je je daar op om te wachten tot de deuren opengaan. En nergens anders. Wat een genot! Geen geren, geduw en getrek! Het is weliswaar eerste klas, maar toch. Alle andere treinen volgen het principe van wachten bij het nr. van de wagon. Een beetje van dat soort orde kunnen we in Nederland wel gebruiken. De prijs van de ticket is overigens de helft van wat het bij ons is. Openbaar vervoer is nog altijd top in dit land. Bussen met stoelen die qua luxe in een vliegtuig in de businessklasse vindt. Ook goedkopere bussen, die een paar keer per uur naar plaatsen in het hele land vertrekken. Ook stadsbussen die kris kras door het platteland rijden. En dan heb je nog de taxi’s. Duurder, natuurlijk, maar niet onbetaalbaar, zoals in Nederland.

Museum

De reis begon dus comfortabel. In Seoul zouden we naar het Nationaal Folk Museum. Dat was een aardige tippel vanaf het station daar. En het was warm. Maar leuk om te doen. Je krijgt echt een gevoel voor de stad en de bewoners als je zo rondloopt. Na anderhalf uur bereikten we de poort van het museum. Ik was er wel aan toe. Ondanks m’n pothoedje en zonnebril begon mijn hoofd aardig te bonzen. Het museum was echt de moeite waard. Er was een heel kunstzinnig samengestelde speciale tentoonstelling over een aantal karakteristieke Koreaanse ambachten en producten. Gemoderniseerd zijn die nog steeds van grote waarde. Daar wil ik een aparte blog over schrijven, zo bijzonder. Onder andere over het gebruik van Koreaans geschept papier “Hanji”, bij het restaureren van antieke meubels in het Louvre, Frankrijk!

Memory Lane

We dronken een heerlijke ice-ginger/coconutlatte (smoothie-achtige drank met blokjes ijs) in het museum café voor we vertrokken. Op weg naar de uitgang zagen we een expo aangekondigd onder de naam ‘Memory Lane’. We dachten, laat maar. Oude landbouwwerktuigen, of zo. Been there, done that. Toch even gluren. Het bleek een straatje te zijn met de sfeer van de jaren zeventig/tachtig! Precies zoals het was toen we hier woonden. Het badhuis (zelf nooit geweest, maar het was een wezenlijk onderdeel van het leven van de gewone Koreanen), het cafeetje, met de rode stoeltjes met een hoes om de rug, het fotowinkeltje, compleet met Fuji fotorolletjes en ontwikkelenveloppes. (Daar hebben we heel wat foto’s en dia’s laten ontwikkelen, voor het thuisfront!) Het winkeltje waar je bus muntjes kon kopen. We liepen hard te ah’en en te oh’en, met zoveel plezier! Dat straatje alleen al maakte de reis de moeite waard!

Terug naar het station met de metro was weer even zoeken. Maar vraag een (jongere) Koreaan om hulp en ze nemen alle tijd! Lopen met je mee, komen zelfs nog extra een keer terug, als ze denken niet duidelijk geweest te zijn. Met Google translate een eitje trouwens tegenwoordig als je de taal niet beheerst. Koreanen zijn digitaal zeer vaardig. We kwamen er, met een keer overstappen. Men staat niet meer voor je op, zoals vroeger, merkten we. Noch pakt een zittende persoon je zware tas om even te voor je vast te houden, als jij moet staan. Vervlogen tijden. Maar vriendelijkheid en behulpzaamheid blijven een prachtig kenmerk van het Koreaanse volk.

Van Super naar Hyper –

Winkelen in Cheonan, Zuid-Korea

De echte warmte is gestart, dacht ik vorige week. Dertig graden en met 65 % vochtigheid voelde het weer zwaar en drukkend. Ik moest er aan wennen, dus geen gezeur, het wordt nog veel warmer en vochtiger straks. Gelukkig nu nog niet direct, bleek later. Ik had net de jassen in de koffer terug gedaan, niet meer nodig, meende ik, toen de temperatuur weer duikelde. Het lijkt net Nederland. Onvoorspelbaar weer vooralsnog. Ik genoot stiekem wel van de koelte. Inmiddels is het weer heet, 27 graden.

Winkels

Vorige week gingen we een lading boodschappen halen. Het makkelijkst zijn de grote supers die wat betreft afmetingen de XL AH overtreffen. We struinden wat rond. Ik vind het leuk om tussen al het aanbod te neuzen, op zoek naar interessante dingen die ik niet ken, of zou willen meenemen naar Nederland straks. Ik moet me inhouden, want echtgenoot is zeer doelgericht en zou in een kwartier klaar zijn. Maar hij liet me geduldig begaan. Veinsde zelfs interesse, af en toe. Maar na een minuut of twintig begon mijn hoofd raar te voelen. Het gevoel dat er een bult op groeit die dreigt te ontploffen, zoiets. Enorme winkels hebben vaak dat effect op me. Het Ikea-effect, zeg maar. Eindeloos veel keus, almaar kijken, turen en peinzen.
‘Kan ik dit gebruiken?’
‘Oh, dat is handig!’
‘Dat lijkt me lekker!’
En ondertussen ook nog het Koreaans vertalen. Het lijkt wel of ze hier veel langere zinnen nodig hebben om iets eenvoudigs op een bordje te zetten. Ik peins en google me suf. Google translate is overigens een fantastische hulp. Hoe deden we ooit zonder? Al dat getuur en gedrentel kwam me op een hypo te staan (lage bloedsuikers). Ik kon me nog net naar een café slepen in de buurt. Daar kon ik wat koolhydraten naar binnen werken in de vorm van een scone met koffie.

Van Super…

Vroeger, toen we hier woonden, in de jaren tachtig, winkelde ik ook bij een supermarkt. Die heette De Internationale Super en stond ook op een markt die Internationaal heette. Waarom is me nog steeds niet duidelijk. Misschien omdat er op straat hier en daar spullen uit de Amerikaanse PX (winkel op de legerbasis) werden aangeboden? In mijn super was er behalve hele vieze Gerber babyvoeding, niks buitenlands te koop. Maar er lag van alles in de schappen dat een beetje leek op wat we gewend waren. Het smaakte absoluut niet hetzelfde, maar alles went. Oploskoffie, oplosthee, geperste blokken ham, Koreaanse peanutbutter, in Koreaanse letters omgezet in ‘Penusse’- butter. Die uitspraak leverde altijd hilariteit op bij onze kinderen, uiteraard.
Het was makkelijk boodschappen doen. De keuze was beperkt en na nog wat stalletjes af te zijn gegaan, was ik klaar. Taxi roepen en naar huis. Oh ja, eerst was er nog de groente en fruit markt waar 1e klas kwaliteit spul werd verkocht. Hotels kochten er ook in.

…naar Hyper

De hypermarkten zijn populair. Er is een overvloed aan spullen. Groente, fruit, vis (vers), vlees (vers) en een eindeloze voorraad aan Koreaanse etenswaren, verpakt of onverpakt. Soorten kimchie, soorten gezonde drankjes, veel snacks en koekjes. Zowel Westers als Koreaanse.
Het valt me op, dat er ontzettend veel plastic gebruikt wordt, veel meer nog dan in Nederland. Ik vind het een lastige keuze. Kies ik voor overdadig in plastic verpakte groentes zonder pesticiden? Of voor de onverpakte groentes op de gewone markt, waar ik niet van weet hoeveel pesticiden erop zitten? Die worden nog veel gebruikt. Al is er duidelijk een markt voor onbespoten groente en fruit, zie citaat onderaan. Vlees is ontzettend duur geworden. Nog meer motivatie om het weinig te eten. Ik heb nog geen biologisch vlees gezien. Wel nadrukkelijk ‘zonder antibiotica’. Er was weinig diervriendelijkheid vroeger, of het nu veel beter is?
De make-up en verzorgingsindustrie is mega! Ik hoorde, vlak voor we vertrokken naar Korea, van mijn neef hoe populair die spullen ook in Nederland zijn. Ik kreeg van hem een cadeaubon voor een van de winkels in Nederland. Grappig. K-pop en make-up, twee export producten. Je ziet hier ook jongens trouwens met lipstick en make-up.

Het gebouw waarin Emart en Shinsaegae (duur merken warenhuis), samen zijn te vinden.
Foto van internet, Stephane Christian

Conclusie: winkelen in de grote hypermarkten heeft voordelen.
Er is parkeergelegenheid. Je kunt zonder aandringen van verkopers rustig je keuze maken. Er is veel biologisch aanbod. Je kunt er werkelijk bijna alles vinden. Behalve gewone Breakfast Tea. Eindelijk gevonden in een Chinese winkel. Oh en het is er op een hete dag lekker koel!

Nadelen? Je mist de sfeer van de openluchtmarkten. Die zijn er nog steeds. Er is zo’n groot aanbod. Dit is voor HSP’ers en ADD’ers enigszins overweldigend. en de prijzen liggen wat hoger.

Heel blij trouwens met deze trend:

Health and Sustainability are increasingly influencing purchasing decisions. South Koreans show a higher willingness to pay for healthier and environmentally friendly products with minimal packaging. This trend is driving retailers to launch products with less sugar, fewer artificial ingredients, and more nutrient. Gourmet.Pro

Tempel, koffie en dumplings, maar dan anders

Het is warm geworden. En vochtig. Ik merk dat ik er wat sloom van word. Ook aan de felheid van de zon (die schijnt nu heel regelmatig) moet ik wennen. Volgens echtgenoot staat de zon hier (in Zuid-Korea) rechter en hoger boven ons dan in Nederland en heeft daarom meer kracht. Om hoofdpijn te voorkomen draag ik nu sneller een zonnebril dan in Nederland en heb ik toch maar een hoedje aangeschaft. Ik heb er een hekel aan, omdat het warm is en omdat mijn haar er zo geplet onder vandaan komt. Oh, en ik krijg ook jeuk op mijn hoofd ervan. Maar goed, alles beter dan hoofdpijn. Dus ik draag vanaf nu mijn Koreaanse pothoedje.

We gaan er bijna iedere dag op uit. En ontdekken altijd wel iets nieuws bij toeval. Zoals gisteren. Ons reisdoel was Gagwonsa, een Boeddhistische tempel, een half uur rijden van ons huis. Tempels staan meestal op mooie plekken in de natuur en zijn alleen daarom al toeristische trekpleisters. En natuurlijk is er de architectuur en de historie van de gebouwen, vaak bewaard gebleven door de eeuwen heen.  Ondanks oorlogen, die grote delen van Korea verwoestten, ontsnapten de tempels daaraan door de afgelegen plek waarop  ze stonden.

Daar profiteren we dus in het heden van. Onze tempel is niet erg oud, blijkt als we de informatie erop nalezen.  In 1977 gebouwd en speciaal gewijd aan de hereniging tussen Noord- en Zuid-Korea. Tussen de twee landen heerst al sinds het einde van de oorlog in de jaren vijftig een wapenstilstand. Er is nooit een vredesverdrag gekomen. Dit tot groot verdriet van veel oudere Zuid-Koreanen, die dit nog altijd als een open wond ervaren.

We lopen het terrein van de tempel op. Een tempel bestaat altijd uit meerdere gebouwen. Plekken waar de monniken wonen, en gebouwen waarvan de functie me niet duidelijk is. Het hoofdgebouw bevat de beelden van de Boeddha en metgezellen. Indrukwekkend om te zien, zo’n immens beeld van ‘goud’ omringd door allerhande attributen met symbolische waarde. Ik besef daar weer waarom het christelijk geloof  kaal moet lijken als je bent opgegroeid met dergelijke idolen.

We trekken onze schoenen uit en stappen de tempelhal binnen. We pakken twee kussens van de stapels langs de kant en gaan op de glanzend gepoetste houten vloer zitten. We kijken rond en ondergaan de serene sfeer in de hoge, ruime hal. Er klinkt zachte muziek, mensen knielen en buigen eerbiedig met het hoofd naar de vloer. Twee, drie keer, gevouwen handen omhoog geheven. Sommigen herhalen het voor meerdere altaren, steken wierook en kaarsen aan. Beter dan in de Europese kathedralen, waar toeristen minder respectvol rond lopen, met camera’s en buggy’s. Je hoeft niet te aanbidden, maar wel respect tonen.

Er komt een gezinnetje binnen, vader, moeder en twee jonge kinderen. Op een half-drafje. De jongens hebben allebei een zakje met rijst bij zich. Moeder dirigeert ze naar het hoofdaltaar om de zakjes daar neer te leggen, als offer. De jongste wil het eerst niet, maar krijgt de kans niet om rond te dollen. Hop, hop, geld in de collecteton, handjes bij elkaar en het hoofd buigen. Bijna rennend komen ze vervolgens naar waar wij zitten, leggen een paar kussens neer en knielen. De jongste vindt dat kussen wel lekker om even op te rollebollen, maar daar komt niets van in. Hoppa, net als pa, ma en grotere broer in de rij, naast elkaar. En dan tegelijk armen omhoog, met de handen tegen elkaar en buigen, door de knieën en het hoofd op de vloer. Synchroon.

Een jonge man voor ons herhaalt het staan, knielen, buigen tot op de grond, wel tien keer. Een intens gebed dus. Buiten de tempelhal hangen grote spandoeken met aankondigingen van wat er allemaal te doen valt de komende tijd. Je kunt er cursussen volgen, een aantal dagen komen bidden, op retraite komen. Een actieve tempel dus. Ik zie verder geen monniken of andere bewoners. Verderop, nadat we een trap op zijn gelopen, zien we nog het enorme beeld (15 m hoog en 60 ton zwaar) van een Boeddha, in brons gegoten. Op de achtergrond de contouren van Teajosan mountain.

Koffie

Genoeg gezien. We gaan op zoek naar een plekje om koffie te drinken. Mijn bloedsuiker is wat onvoorspelbaar, misschien door de warmte? Sneller moe en beetje gammel. We rijden op goed geluk ergens een parkeerplek op waar een bordje Ka-pie (verKoreaanst, Engels woord voor Coffee) hangt.

Het is een ontzettend leuk café, met heerlijke koffie en nog lekkerder gebak. Er staan overal planten, er hangt kunst, kortom een toevalstreffer. Zeker een tweede bezoek waard. De eigenaar vertelt dat hij uit Busan komt, de stad waar wij acht jaar woonden, in een ver verleden. Dat schept een band. De chocolade taart is verrukkelijk. Het gebak in Korea is 1000% beter dan in de jaren tachtig. De eigenaresse laat ons heel enthousiast alle kunst zien die aan de muur hangt. Het ene schilderij beter dan het andere.

Park en dumplings

We besluiten nog wat rond te wandelen, want het restaurant dat ik heb gevonden via Naver, de Koreaanse equivalent van Googlemaps (werkt hier niet voor autoroutes) gaat pas om vijf uur open. We hebben zin in dumplings, kleine loempia’s, zeg maar. We parkeren de auto er vast (goeie zet blijkt later) en verkennen het grote park ertegenover. Prachtig aangelegd, voor elk wat wils. Trim trajecten, wandelroutes, grote grasvelden om te spelen, veel gedenktekens (geen park hier zonder monumenten). Maar ook beeldende kunst. We zeggen tegen elkaar dat het zo fijn is om gezinnen te zien. Ouders met kinderen, die samen spelen. Of echtparen, stelletjes, hand in hand. Dat zag je niet in ‘onze’ tijd. Man en vrouw besteedden toen nog bijna exclusief hun vrije tijd gescheiden van elkaar door. Nu zie je trotse vaders met hun kroost, echtparen diep in gesprek met elkaar verwikkeld. Positieve verandering.

Eindelijk is het tijd om te eten. We hebben er zin in. Als we aankomen bij het restaurant is het een gekkenhuis. Auto’s die wachten in een rij om te kunnen parkeren. Wij hebben blijkbaar iets niet goed gedaan want de eigenaar moppert dat we een telefoonnummer achter hadden moeten laten. Onze auto steekt wel een meter te ver uit…we snappen er niks van maar verzetten braaf de auto. Binnen is het barstensvol, maar er is voor ons een tafel gereserveerd. Verrassing. We willen gebakken loempia’s bestellen, maar die zijn er niet gebaart de vrouw die ons bedient. Iedereen krijgt hetzelfde. Goed. Ook prima. We zullen wel zien. Na nog geen drie minuten komt er een pan met rijke inhoud. Pittige soep met daarin paddenstoelen, koolblaadjes, met hele dunne plakjes vlees ertussen, tauge. Het ziet er heel kunstig uit! De pan wordt op de elektrische kookplaat gezet.

En nu? De vrouw die het bracht legt uit:
‘De soep moet eerst koken. En dan eet je eerst de paddenstoelen, dan de andere groentes en dan pas de dumplings’. Dat zijn die balletjes.
Er staat ook een schaaltje met verse noodles en extra dumplings op tafel. Echtgenoot heeft honger en wijst verlangend naar de noodles. En die?
‘Nee, die eet je het allerlaatst.’ When in Rome…

Het was heerlijk. Igo jip blijkt razend populair te zijn. Onze tweede toevalstreffer vandaag

Wat we aten in Igo zip (Mandu House)

.

Tijdmachine

Ik heb altijd al eens in een tijdmachine willen zitten. Als ik erover las als kind, of op tv een programma zag, leek me dat fantastisch om mee te maken! Je stapt in zo’n kastje en opeens werd je meegevoerd naar de middeleeuwen of het Romeinse rijk. Want ik wilde ik het liefst naar het verleden.
Nu we hier in Korea zijn,voelt het af en toe alsof ik via zo’n apparaat veertig jaar niet naar het verleden, maar de toekomst in geslingerd ben. Van de tachtiger jaren in de vorige eeuw naar nu.

Jaren tachtig


Wij woonden toen in een Korea dat nog een ontwikkelingsland was. Er werd keihard gewerkt aan vooruitgang, economisch en anderszins. Maar er heerste armoede en de ontwikkeling van het gewone dagelijkse leven lag op het niveau van een Nederland van pakweg de jaren vijftig. We brandden kolen voor verwarming, heet water om te douchen was er niet. Op de kolenkachels stonden immer grote ketels met water te stomen. Voor de was of als drinkwater, want kraanwater kon je niet drinken.  Voor de afwas kookte je een keteltje water extra. Wasmachines waren nauwelijks te krijgen en wat er was, was flut. (Onze hulp vond het maar niets en waste trouw alles met de hand.) We kookten op butagas; zaten in de winter, als het maar even vroor, vaak zonder water door kapotte leidingen en in de zomer was het bloedheet in huis. Oh, en auto’s waren er echt alleen voor de rijken. Alles deed je met de bus of een taxi.

2025

En nu? Korea is in veel opzichten Nederland voorbij gestreefd. Niet altijd ten goede. Het energieverbruik is hoog doordat bijna overal airco is; de luchtvervuiling is ernstig door de vele auto’s; fietsen doet men niet omdat de wegen er niet op ingericht zijn, en omdat het niet lekker fietst met de steile wegen. Het openbaar vervoer is erg goed. Overal rijden bussen en sneltreinen gaan door het hele land, en het is zeer betaalbaar. Dat laatste was al zo in de jaren tachtig, maar is onveranderd gebleven, ondanks de toename van het autobezit. En op het gebied van de digitale snelweg is het hier een walhalla. Voor buitenlanders soms niet, maar goed, dat komt wel. Bijna alles is gedigitaliseerd op de stations en in de winkels.

Een halve eeuw

Wij woonden hier dus in een armere periode en in onze herinnering is dat nog steeds Korea. We zoeken naar ons vertrouwde spullen en we gebruiken taal die in onze tijd normaal was. Maar de spullen zijn vervangen door moderne elektronica, sommige woorden die wij gebruikten, hebben een andere lading gekregen en zijn niet langer beleefd of in gebruik. Pas dan dringt het echt door dat we hier al bijna een halve eeuw geleden weggingen. Geen wonder dat de taal veranderd is! Vergelijk het met woorden als ‘mieters’ of ‘kek’. Wie gebruikt die woorden nog in Nederland?
In de jaren tachtig kon je in Korea alles laten repareren, tot en met je paraplu. Een scheur in een rubberen vat werd gewoon genaaid met touw. Ik vermoed dat men hier nu vreemd zou kijken als ik er naar zou vragen. Ik weet het niet eens zeker trouwens, want recycling is hier een Olympische Sport welhaast.

Onze vrienden zeggen vaak dat wij het hier zo moeilijk hadden. Alsof ons leven hier een lijdensweg was. Echt niet. Voor ons was het gewoon. Af en toe lastig, vooral omdat we in Nederland de CV kenden, met een druk op de knop was er warmte. Maar toen in Korea je huis warm houden kostte veel inspanning. Kolen slepen en zo. ’s Nachts het gevaarte temperen, anders moest je ’s ochtends vroeg opnieuw beginnen en een half uur op je knieën met een krant voor het luchtgat wapperen, om het kreng weer aan de gang te krijgen.
Maar die kolenkachel als warmtebron had ook iets gezelligs. en het suizen van de ketel erop gaf een vreedzame sfeer. En wat was je blij als er na 2 dagen geen water in de winter, het opeens weer uit de kranen stroomde. Of als de lampen weer aangingen na een elektriciteits uitval. Kleine blijdschappen die we als moderne mensen moeten missen. Hoewel, met al die cyber- aanvallen tegenwoordig.

Wat cultuur, onverwachte ontmoetingen en regen

Het is tijd om een cultureel uitstapje te maken. We zijn er iedere dag wel op uit geweest, maar meestal in verband met boodschappen, kerk en meer noodzakelijke inkopen zoals een pyjamabroek met lange pijpen omdat het veel regent en nog zo koud is ’s nachts. Ik verdring de naam van de winkel waar ik die kocht. Een zaak die ik in Nederland oversla vanwege de slechte reputatie op het gebied van arbeider uitbuiting en fast fashion. Maar ja, ik kon zo gauw niets anders vinden en ik had het echt nodig. Wees niet al te rechtvaardig, staat er al in de bijbel.

We ontdekten als bij toeval (verkeerde afslag) het ‘echte’ centrum van Cheonan. Moderner dan de wijken waar wij tot nu toe waren. Maar de hele stad maakt toch een wat verwaarloosde indruk. Het wordt wel steeds meer een voorstad van Seoel, waar huisvesting net als in Nederland, onbetaalbaar aan het worden is. Dat zal ongetwijfeld modernisering met zich meebrengen.

Cultuur om de hoek

Tijd voor een cultureel gebeuren. Daar hoefden we niet ver voor te rijden. Bijna om de hoek bij ons staat het Nationale Monument van Korea, de Independent Hall. Een uitgestrekt complex met grote gebouwen, prachtige landschapsparken en indrukwekkende monumenten, alles in het licht en ter ere van de geschiedenis en onafhankelijkheidstrijd van de Republiek Korea. Indrukwekkend.

In de eerste tentoonstellingsruimte krijgen we een mooi overzicht te zien van de lange geschiedenis van het Koreaanse volk. Koreanen zijn trots op hun land. Dat merk je aan de afmetingen van de gedenkmonumenten, de taal en de vlaggen! Vaak kom je bij de installaties de zinsnede tegen dat iets het hoogste, grootste, oudste enzovoort is. We raken bij het kijken weer onder de indruk van de inventiviteit van het Koreaanse volk. Lang en vaak onderdrukt, maar toch stand gehouden en hoe.

Boekdrukkunst uitgevonden in 1450 door Gutenberg? In Korea bestond de boekdrukkunst al in de 14e eeuw. In 2021 werd een archeologische vondst ten toon gesteld in het Nationaal Museum in Seoul. Een pot met metalen drukletters, gebruikt voor boekenprint. En nog wel van het unieke Koreaanse alfabet. Dat alfabet werd samengesteld in opdracht van een van de koningen om iedereen (vrouwen en gewone mensen die geen Chinese karakters leerden) in staat te stellen te kunnen lezen. De vondst was uniek.

Het oudst bewaard gebleven boek dat met losse metalen typen werd gedrukt, is een Koreaans boeddhistisch boek uit 1377.

De houten blokprint gaat nog veel verder terug. In een tempel in het zuidoosten zijn tienduizenden houten drukplaten uit het midden van de 13e eeuw bewaard gebleven waarop Heilige Boeken van het Boeddhisme staan en andere belangrijke regeringsdocumenten. De platen zijn te zien nog steeds te gebruiken!

Het is maar een voorbeeld van hoe ingenieus men is hier. In het museum zagen we bijvoorbeeld een replica van de in Korea befaamde schildpadboot van een generaal uit de 15e eeuw.

We zijn na de eerste expositie behoorlijk verzadigd. Aan de volgende zes (!) tentoonstellingsruimten komen we vandaag niet meer toe. Toegang tot het hele complex is gratis dus we komen zeker terug. We wandelen rond en bewonderen de uitbundig bloeiende azalea’s, snuiven de zoete geur op van de blauwe regen. De parasoldennen, in al hun grillige vormen, staan door het hele park verspreidt. Ik vind ze prachtig. Ze geven het park een echt Oosterse sfeer.

Ontmoeting

We drinken ergens op het terrein nog een slappe bak koffie met een lokale lekkernij, Hodoe Kwaza. Een bolletje dunne cake gevuld met walnootpuree en in het midden een knapperige walnoot. Lekker! Na in de karpervijver de enorme vissen bekeken te hebben (ze worden de hele dag gevoederd…) keren we huiswaarts. Maar net voor we bij de uitgang zijn horen we onze naam roepen: Batteau! Verbaasd kijken we om en ja hoor, daar staat een (gepensioneerde) docent, met zijn vrouw, van de theologische opleiding waar echtgenoot ooit les gaf. Een hartelijk weerzien. De zondag daarop gaan we met hen mee naar de kerk. Een minikerkje. De dominee met zijn vrouw en vier kinderen en nog een man of acht meer. Opmerkelijk. Maar we worden er allervriendelijkst ontvangen, eten er de lunch mee en zijn weer een ervaring rijker.

Eerste trip naar Emart: obstakels onderweg

Het is de eerste dag dat we er gedurende ons tijdelijke verblijf hier in Cheonan Zuid-Korea op uit gaan. We zijn uitgerust van de lange reis en hebben boodschappen nodig. We vonden een grotere supermarkt via Google dus we vertrekken die richting uit.

De auto via onze Home-Exchange start zonder problemen, ondanks een maand stilstand. De navigatie zetten we van het Koreaans naar het Engels kunnen verzetten, en we weten waar we naar toe willen. Een grote supermarkt, de Emart, ongeveer 20 minuten rijden, richting het centrum. Helaas is er niets dichterbij zoals er in Holland in iedere wijk een redelijk grote super staat. Hier heb je buurtwinkeltjes, maar behalve veel snoep en pakjes cake en wellicht wat melk kun je daar niet kopen. Waar wij nu verblijven is overigens geen stad als Seoel, maar meer een provinciestad. En dan staat ons huis aan de buitenkant, richting het platteland.

We gaan van start. Via een paar steile straatjes in onze buurt, met mooie, grote huizen en nog mooiere tuinen met overal bloeiende azalea’s, komen we op de snelweg. Na ongeveer tien minuten bedenken we, dat we de envelop met contant (Koreaans) geld thuis hebben laten liggen. En ik mijn portemonnee. Maar goed stellen we elkaar gerust, we hebben vier creditkaarten op zak, dus geen zorgen. Overal in Korea kun je met creditkaart betalen, heeft men ons verzekerd. Ook de tol op de snelwegen.

De tol

De eerste tolpoort nadert. Kosten W1500, omgerekend E 0, 90. We leggen de visacard in de hand die uit het raampje steekt, maar die komt even zo snel weer terug. “Andae!” (werkt niet).
Ok, tweede poging, geen succes. Geen van de vier kaarten wordt geaccepteerd. Nu verschijnt het gezicht van de dame bij wie de hand hoort. Ze ziet buitenlanders en meent onmiddellijk dat we haar beter verstaan als ze hard gaat schreeuwen.
‘Geld, geld’, gilt ze in het Koreaans. Of we geen pasje hebben?
Nee, dat hebben we niet.
Contant geld dan?
Beschaamd moeten we toegeven dat we ook dat niet op zak hebben.
Verdwaasd kijkt ze ons aan. Niet eens zo’n klein bedrag op zak, zie je haar denken, van welke planeet zijn die lui hier geland?
Ik roep in mijn beste Koreaans haar toe dat we gisteren pas zijn aangekomen! Misschien schenkt dat haar wat mededogen.
‘Dan ga je nog niet zonder geld de deur uit’, gilt ze. Terecht.
Mijn Koreaans is niet toereikend om uit te leggen dat iedereen had gezegd dat een creditkaart volstaan zou.

Achter ons vormt zich een rij auto’s die ongeduldig beginnen te toeteren. Het zweet begint zich op mijn rug te vormen, maar echtgenoot blijft rustig. Gefrustreerd duwt de dame ons een formulier in handen. Telefoonnummer! Dat moeten we eerst nog opzoeken want er zit net een Koreaanse simkaart in de telefoons.

Dan mogen we door.

De geldautomaat

Het eerste obstakel achter ons, haasten we ons naar de Emart. Het eerste wat we zullen doen daar is bij een geldautomaat een smak geld opnemen. Om de boodschappen te betalen (stel je voor dat hier onze pas ook niet werkt…) en de tol op de terugweg! Niet weer zo’n zenuwslopende ervaring!

Na enig zoeken vinden we een geldautomaat. Opluchting! Pasje erin, bedrag geld ingetoetst en tappen maar.
Hap. Slik, zegt de automaat. Weg pasje. Alle knoppen ingedrukt, een paar flinke bonzen op het apparaat, in het gleufje gegluurd of we iets zagen, maar tevergeefs. Pasje weg en geen flappen.

Een vriendelijke Koreaan die de automaat naast die van ons gebruikt biedt hulp aan. Hij spreekt gelukkig (en graag) Engels. Hij belt de storingsdienst voor ons. ‘We komen eraan!’, is de boodschap, maar het kan even duren. We babbelen de tijd vol. Het duurt meer dan een half uur voordat een monteur eindelijk de muil van de machine openbreekt. Hij tovert ons pasje tevoorschijn.
Onbeschrijfelijk geluk ervaren we, wanneer we vijf minuten later met een stapel KWonbiljetten de supermarkt instappen.

Het apparaat wordt opengebroken

Later bij de kassa werkt ons pasje wel.

Dit was het eerste ‘uitje’. Een hoop geleerd!
Altijd contant geld bij je hebben.

Korea april – augustus 2025 

I

Thuiskomen in een vreemd land

Zo gauw ik naar buiten loop vanuit de aankomsthal op de luchthaven in Incheon, Zuid-Korea, voel ik me weer thuis. Het geroezemoes van de mensen om me heen, hun begroetingen, het geschreeuw naar kinderen die weglopen, taxichauffeurs die klanten proberen te krijgen. De Koreaanse taal klinkt me nog steeds zo vertrouwd in de oren. Ik versta het meeste niet meer, maar af en toe een paar zinnen is al genoeg. 

Het begint te schemeren, ook al is het pas vijf uur in de middag. Korea ligt een stuk zuidelijker dan Nederland, daarom gaat de zon hier eerder onder in dit seizoen. Tegen acht uur is het aardedonker. 

In het licht van de naderende avond tekenen de contouren van de bergen in de verte mooi af. Verder zie je op deze plek alleen hypermoderne gebouwen en is er een kluwen aan druk bezette wegen. 

We worden opgehaald door een privé-taxi, voor ons een ongekende luxe. De vorige keer dat we hier waren hebben we ons een breuk gesjouwd toen we vanaf het vliegveld, met de bagage, de metro naar Seoul namen. Naar Seoul was goed te doen met het OV, maar de overstap daar naar het hotel was net te veel van het goede. We konden geen lift vinden en moesten dus onze koffers de trap op zeulen. Dat niet weer, hadden we elkaar beloofd. De taxi was nu gereserveerd door onze Koreaanse vriendin en zo stapten we na twaalf uur vliegen in de auto, om nog eens twee uur naar Cheonan te rijden. Daar wonen onze vrienden met wie we twee maanden van huis geruild hebben. Zij in ons huis en wij in het hunne. 

Rond half negen arriveren we. Het huis is een vrijstaande villa, aan het einde van een doodstil straatje, pal aan de voet van een berg. De plaats voor de villa is letterlijk uit de berg gehakt. De huizenruil is niet helemaal gelijk wat betreft ruimte en comfort, ben ik bang. Dit huis is vrij nieuw, (het onze uit de jaren zeventig), van alle gemakken voorzien als airco, droger, en elektronica. Het is ook heel netjes en overzichtelijk ingericht. Begrippen die niet helemaal van toepassing zijn op ons huis. Maar goed, het grote voordeel is dat beide partijen kosteloos een verblijf hebben voor twee maanden. Inclusief gebruik van auto’s. 

Huizenruil is altijd even wennen. Dit huis stond al een maand leeg en dat voel je direct wanneer je binnenstapt. Het is zielloos. Huizen hebben voor mij een eigen geur, een eigen gevoel. Daarom voelt het in het begin alsof je vadertje en moedertje speelt met de spullen van een een ander. Het duurt even voor het eigen is.

Pas de volgende ochtend zien we hoe uitbundig en prachtig hier overal de azalea bloeit in alle kleuren wit, oranje en vooral fel roze!

Kafka is er niets bij

Op ons Internationaal Rijbewijs ligt geen zegen. Vorig jaar, tijdens onze reis in Zuid-Korea kwamen we er bij de Koreaanse Avis tot onze schrik achter, dat we in het bezit hoorden te zijn van een dergelijk rijbewijs, anders ging onze autohuur niet door, helaas. Daar stonden we. We meenden redelijk bereisd te zijn, maar nergens eerder was ons een auto geweigerd. Het gooide aardig wat roet in ons eten want geplande reisjes door het mooie en geliefde land gingen niet door.

Dit jaar, met een gepland verblijf van 3 maanden in hetzelfde land, zou ons dit niet meer overkomen. Op tijd dus, vandaag, vier weken voor vertrek, naar de ANWB getogen die deze broodnodige papieren mag verschaffen. Twee recente pasfoto’s mee en ons rijbewijs. We voelden ons heel georganiseerd en voorbereid. Straks weer een item van het lijstje.

Die van mij was zo klaar. Gegevens erop, mooie rode stempels (het lijkt Korea wel) en handtekening, klaar. Toen die van echtgenoot. Ik zag de ANWB dame wat turen naar zijn rijbewijs. Vervolgens zei ze “momentje, even een check doen”. We keken elkaar aan, huh, is er iets mis?

“Nou”, zei de vrouw. “het is vreemd maar u heeft helemaal geen rijbewijs voor een auto, alleen voor een scooter.”
“Wat???”
“Ik heb helemaal geen scooter”, stamelde echtgenoot ongelovig.
“Ja, of een brommer misschien?” opperde de vrouw enigszins beschaamd, omdat ze al besefte dat hier iets raars aan de hand was.
We bekeken met elkaar het roze pasje en warempel. Slechts een A vergunning, terwijl er op de mijne een A, een B en zelfs een C vergunning prijkten. De C betekent dat ik ook op een tractor mag rijden. Nieuw voor mij, maar altijd handig, toch?

We kwamen dus thuis met slechts 1 Internationaal Rijbewijs. Direct aan de telefoon met de gemeente. Wat is hier mis gegaan? Die wisten het antwoord. Boven de 75 jaar is er een gezondheidsverklaring nodig en die had meneer niet ingeleverd. “Maar, maar”, stamelde echtgenoot opnieuw, “ik heb daar helemaal geen bericht van gekregen!”
Als meneer in zijn digitale mijnoverheid box zou kijken stond daar vast wel die oproep. waarschijnlijk heeft meneer die over het hoofd gezien. (Hoorde ik daar een belerend toontje? Meneer is 79 en weet het allemaal niet meer zo goed?). Maar we konden het laten checken bij het CBR.

Redelijk gefrustreerd inmiddels het CBR gebeld. Of zij hem die oproep gestuurd hadden? Check, check…nee hoor, die was niet aan hem verstuurd. Waarom niet? Check, check…”oh, ik zie het al, dat is natuurlijk omdat meneer een bromfiets rijbewijs heeft en daar is geen gezondheidsverklaring voor nodig!”

Weleens van een beter voorbeeld van een Kafkaiaanse situatie gehoord? Je krijgt bij verlenging een verkeerd rijbewijs. Rijdt al een jaar auto met alleen een scooterrijbewijs. Dat is blijkbaar zo afgegeven omdat er niet de benodigde gezondheidsverklaring was. Je krijgt geen oproep daarvoor omdat het CBR denkt dat je die niet nodig hebt omdat je een scooterrijbewijs hebt. De wurgende cirkel van de bureaucratie is weer helemaal rond.

Het gaat allemaal nog wel even duren. En voor ons vertrek zal het wel niet meer lukken met dat vermaledijde internationale rijbewijs. Ik zal eraan moeten geloven in Azie, Margreet achter het stuur.

“Met uw man op de scooter er achter aan”, grapte de ANWB dame nog. Daar kon ik wel weer smakelijk om lachen. Maar je moet er toch niet aan denken dat er iets gebeurd zou zijn terwijl je in de auto zit? Je wordt gestopt door de politie, en je moet je rijbewijs laten zien… Je ziet die agent kijken. Geduldig, gezien de leeftijd van de bestuurder, maar toch streng: “Meneer, beseft u wel dat u niet op een scooter zit, maar achter het stuur van een auto?”

Seoul en Koreaanse gastvrijheid

Seoul met oude vrienden

Op 19 oktober begint de officiële Korea week. Zes dagen zijn we dan te gast van een comité dat, namens de Kosin kerken, op 29 oktober de herdenking organiseert voor onze vriend en collega, wijlen dr. Niek Gootjes. Hij overleed vorig jaar in Hamilton, Canada, na lange moeizame jaren, aan de ziekte van Alzheimer.

Voor we vertrekken naar de Theologische Universiteit van de Kosin kerken in Chonan, 1,5 uur ten zuiden van Seoul, verblijven we een paar dagen in een hotel in de hoofdstad. Die zondag zal Dinie Gootjes na de kerkdienst een toespraak over het leven van haar man geven. In een andere Kosin kerk gaat echtgenoot preken. Na de lunch, een uitgebreide Koreaanse maaltijd, iedere zondag bij toerbeurt verzorgd door een van de leden, zal Kim een lezing geven.

(voor wie dit de eerste blog is over Korea, mijn man en ons gezin woonden in jaren tachtig, samen met het gezin Gootjes in Pusan, Zuid – Korea. Echtgenoot en collega Niek Gootjes doceerden theologie aan een opleidingsinstituut van de Koreaanse kerken, op hun verzoek. Je kunt er meer over lezen als je zoekt naar de categorie Korea 2024, Korea of Korea memories))

Seoul – wereldstad

Door omstandigheden kan een gepland uitje van onze Koreaanse gastheren op vrijdag niet doorgaan en zijn we ‘vrij’. We kunnen de dag met zijn vieren naar eigen inzicht doorbrengen. Dinie Gootjes is inmiddels uit Canada gearriveerd en zoon Albert uit Nederland. We zien elkaar na 36 jaar voor het eerst weer op Koreaanse bodem. Wij vertrokken in 1988, de familie Gootjes in 1989. Wij naar Nederland, zij naar Canada. We hebben elkaar wel gezien na die tijd, maar nu dus in Korea, waar we bijna 10 jaar lief en leed deelden en waar onze kinderen een soort broertjes en zusjes voor elkaar waren.

We kiezen ervoor om naar Namdaemun Markt te lopen. Het is schitterend herfstweer en lopend onderga je de stad meer dan in een bus of taxi. Het blijkt een flinke wandeling. Zeker anderhalf uur, in de warme zon. Samen lopen we door de straten van een hypermodern Seoul. Met honderdduizenden anderen. Maar de wegen en trottoirs zijn breed en anders dan in New York bijvoorbeeld, staan de gebouwen niet dicht op elkaar. Het geeft veel licht en een ervaring van ruimte, ondanks de drukte. Ook zijn er overal plantsoenen en parkjes. En soms passeer je dan opeens tussen alle wolkenkrabbers een oude poort of tempel.

Namdaemun Markt – een ervaring

Een markt in Korea is anders dan in Nederland. Geen losse kraampjes die ’s avonds opgeruimd worden, maar permanente winkeltjes met open winkelpuien naar de straatkant waar alle waren liggen uitgestald. Om de zoveel winkeltjes is er een ingang naar binnen het gebouw, waar nog eens rijen en rijen winkeltjes zijn, met een open front. Dan heb je ‘straten’ van alleen maar kleding. Of linnengoed. Of lederwaren. Of etenswaren. Heel grappig, allemaal geordend op het categorie. Dus niet, zoals in Nederland, door elkaar en verspreid. Ik vond en vind het altijd lastig winkelen. Je hebt tientallen schoenenwinkeltjes, maar die verkopen dan geen sokken. Dan moet je weer naar de ‘sokkenstraat’.

De markten zijn levendig, kleurig, goedkoop en je zou er uren rond kunnen lopen, ware het niet dat het zo vermoeiend is. Alle winkeleigenaren proberen je van alles te verkopen zo gauw je maar een blik werpt op hun spullen. Het is wat minder geworden, maar nog steeds is het voor langs slenterende westerlingen lastig wanneer je bij een korte stop onmiddellijk alles aangewezen krijgt, met de prijs erbij. Ik raak dan van de wijs en kan niet meer rustig zoeken. Ik zie Koreanen het compleet negeren. Hier ben ik te beleefd voor opgevoed blijkbaar.
We kopen wat cadeautjes en zoeken een eettentje voor een snelle hap. Die zijn er in tientallen. Een barretje, drie mensen erachter die van alles klaar weten te stomen en bakken, tentdoek erover en klaar. Ontzettend efficiënt. We eten staand, tussen de Koreanen, en genieten.

Soep met UFO’s
(unidentified floating obejects)

De dag ervoor zijn echtgenoot en ik ook ergens wezen eten. Een klein restaurantje in de categorie ‘soep-mét’. ‘Kalbitang’, rundvleessoep, met rijst en bijgerechtjes is lekker, weet ik uit het verleden. Maar kom, ik wil eens wat anders proberen. Eigenlijk lust ik alles dus ik kies van een plaatje uit het menu een ander soort soep. Die arriveert gelijk met de soep van echtgenoot. In die van mij drijven halve maanvormige, pluizige dingetjes, die ik niet direct herken. Zijn het visachtige wezens? Champignons? Ik proef. Er zit niet veel smaak aan, voelt aan als rubber. Hmm. Dan neem ik een stuk vlees op mijn lepel. Dat blijkt een dik stuk lever te zijn. Ik schuif de soep onmiddellijk van me af. Ik weet nu ook wat die ronde, harige dingetjes zijn. Maagwand! Er staat een kom met ingewandensoep voor me. Nee, dank je, ik durf veel, maar er zijn grenzen.

Echtgenoot is zo lief om met me te ruilen.

Eten, en nog eens eten

Eten wordt een thema deze week. Twee keer per dag worden we meegenomen naar restaurants, na het Ontbijt met een hoofdletter in het hotel. Voor de lunch en het avondeten. Maar voor we eten gaan we thee/koffie drinken en krijgen we allemaal onze eigen schotel met fruit en koekjes. Daarna gaan we echt eten. En iedere keer heerlijke en overvloedige maaltijden. Ik heb de lunch nog niet verwerkt of we gaan alweer avond eten. En ‘nee’ zeggen is er niet bij. Je kunt in de Koreaanse cultuur geen eten weigeren. Het is niet het eten zelf, maar de expressie van waardering en gastvrijheid die je dan afwijst. We laveren tussen overal van eten en veelvuldig uitroepen hoe heerlijk alles is en tegelijk, niet alles opeten. De Koreaanse keuken is gelukkig heel gezond. Veel groentes, veel vis, ook wel vlees, maar meestal niet het hoofdingrediënt. En natuurlijk altijd een kom rijst, met een kom soep ernaast. En vooral véél knoflook!

We zijn nu begonnen aan onze knoflook detox, 🙂 Om onze omgeving in Nederland niet af te schrikken. Knoflook is lekker, maar de Koreaanse hoeveelheden maken dat je hele lijf het uitwasemt. Maar missen gaan we dat eten! En de gastvrijheid waar het een expressie van is.

Geen auto

Vrijdag de 18e oktober, rond 12 uur, rijden onze vrienden ons door het super drukke, voor ons nauwelijks herkenbare Busan, naar de Koreaanse versie van Avis autoverhuur. Daar hebben we een auto gereserveerd om een week door het land te trekken. Tot die maandag erop hebben we een kamer gereserveerd op een schiereiland ten zuiden van Busan, maar daarna zien we het wel. We hebben er zin in. Met vrienden zijn is heel fijn en we hebben ervan genoten, maar nu we weer samen eropuit kunnen is het pas echt vakantie.

De auto staat klaar, even de formaliteiten en we kunnen gaan. Ik bewonder echtgenoot dat hij het aandurft om te rijden in de drukte, maar het lijkt hem niet te deren. “Ik heb overal gereden, zelfs gefietst in India”. Wie dat overleeft…

‘Rijbewijs, paspoort en internationaal rijbewijs, please’, zegt het Koreaanse meisje dat ons helpt. Uh, internationaal rijbewijs?? Hoezo? Heeft niemand ons verteld. Booking zegt, vereisten: rijbewijs en paspoort. 

Niet dus. Het staat in de kleine lettertjes: sommige landen vereisen aanvullend een internationaal rijbewijs, zoek uit welke.

Wie leest die lettertjes nou? Ja, wij wel, vanaf nu.

De auto ging dus niet door. Daar stonden we met onze zware koffers en rugzakken. Enigszins beteuterd. Eerst maar annuleren. Dat kan dan weer niet daar, bij Avis, nee, dat moet bij Booking en wel ter plekke, anders betaal je alsnog het hele bedrag. Nou, probeer maar eens Booking aan de telefoon te krijgen. ‘Wij zijn 24/7 beschikbaar’. Maar niet als het midden in de nacht is blijkbaar in Nederland. We bellen ons suf, urenlang. 

Eerst maar eten, zeggen onze vrienden. Natuurlijk. We vullen onze magen weer en bedenken een plan. Zij gaan ons naar ons gereserveerde hotel brengen, anderhalf uur rijden (de schatten!). Vandaar zullen we wel zien. De roadtrip gaat in elk geval niet door.

Guhje eiland

We rijden weg. Het regent en ik moet het even verwerken. Wat gaan we zonder auto doen? Guhje, de plek waar we naar toe rijden, is platteland en het OV niet best. Fietsen kun je vergeten.

Ons hotel blijkt minder landelijk te liggen dan we dachten te zien op de kaart. Het staat in feite in een havengebied met een grote scheepswerf. De buurt heeft de typische sfeer van een haven waar veel zeelieden een paar dagen hun vertier zoeken. Restaurantjes, ‘gentleman’ clubs en heel veel Karaoke bars, zeer populair in Korea. Een levendige buurt kun je wel zeggen. Maar niet zoveel natuur, hoewel we door het raam van onze kamer wel de zee en in de verte de bergen zien. De kamer is top. Eigenlijk een soort studio. Met een koelkast en zelfs kookgelegenheid. En ruim. Naast een groot bed is er nog ruimte voor een klein bankstel.

Het weer is snert. Wat we totaal niet verwachten in oktober in Korea, regent het vaak en hard. Klimaatverandering, zegt iedereen. Intussen hebben we eindelijk Booking aan de lijn. 

‘Nee, als u het geld terug wilt had u ter plekke moeten annuleren’, zegt de aardige jongen aan de lijn. We schreeuwen nog net niet dat we de hele middag al aan het bellen zijn. Hij belooft de autoverhuurder te bellen om dat te verifiëren. Na 10 minuten belt hij terug: hij kreeg geen woord Engels uit de mevrouw met wie hij sprak. Uit coulance krijgen we drie van de vijf gereserveerde dagen terug. Dank.

Zondag bezoeken we een Engelstalige dienst en lopen wat rond. Maandag breekt de zon door en maken we een prachtige wandeling langs de kust. Aan de voet van de berg is een houten wandelpad gebouwd waarlangs je zeker 1,5 uur kunt lopen. De zee rechts, de berg met bossen links en in de verte de silhouetten van bergen, tegen een blauwe lucht met zon. Het kan niet beter. 

We vinden overal wel restaurantjes en koffietentjes. En het voordeel van onze studio is dat we er ons eigen ontbijt en lunch kunnen maken. We vinden goed bruin brood, yoghurt, zelfs een soort muesli (zoet!). We hebben het goed, ook al is er niet zo heel veel te doen. We zijn in het echte Korea zoals we het ons herinneren. Hoewel ook hier de wolkenkrabbers overal tegen de heuvels op gebouwd zijn.

Sushi

De laatste dag worden we opgehaald door een Koreaanse dominee met zijn vrouw en een diaken (vrouw). Ze nemen ons mee uit eten, daartoe gemaand door een senior dominee die ver van Guhje woont. We vragen om een lichte maaltijd. Sushi of zo. Dat hebben we geweten. In het restaurant krijgen we een eigen kamer waar de tafel al gedekt staat. Op grote serveerschalen van Japans gelakt hout liggen dikke plakken rauwe vis. Kleine schaaltjes met wasabi en andere bijgerechtjes staan er naast. 

We doen dapper ons best en eten wat we kunnen. Als we denken dat iedereen wel genoeg heeft, gaat de deur open en komt er een tweede gang aan. Nu met koude soep, rauwe vis met rijst (meer als de sushi die we bedoelden) en zeewier. Ook nu spannen we ons in. De sushi met rijst smaakt beter dan die dikke plakken met niks. En er is wat salade bij. Dan zitten we vol. Ook de anderen lijken voldaan. Toch merk ik dat ze wat onzeker naar de deur kijken. De tweede gang was onverwacht, zou er nog een derde komen? De diaken gaat het vragen. 

‘Ja’, zegt het meisje dat ons serveert, ‘nog twee! Nu komt alle gebakken vis en daarna nog een ronde’. Tot onze opluchting zitten de anderen ook vol. We vragen om de rest maar in te pakken om mee te nemen. 

We verlaten het restaurant met drie volle tassen. Wij moesten alle gebakken vis en toebehoren mee. Die tas hebben we thuis gelijk maar aan de receptioniste van het hotel gegeven. De vis kwam ons de oren uit.

Koreanen zijn ontzettend gastvrij en voorkomend. Ze doen alles om je het als gast naar de zin te maken. Ik bewonder ze daarvoor!