Vakantie in Frankrijk – de wandeling

Tweede wandeltocht, de berg op bij Montesquieu

Echtgenoot houdt van kaartlezen, routes uitpuzzelen, hetzij met de auto, de fiets of wandelend. Dit keer had hij een route van twee uur gevonden. Een wandeltocht, op de Franse wandelkaart aangegeven als ‘facile’ als in makkelijk te doen. Dat klonk goed. We hadden er nog maar 1 wandeling opzitten en tenslotte zijn we ook geen dertigers meer. Langzaam opbouwen dus.

We reden naar Montesquieu, een stadje wat verder de bergen in. Vonden zowaar de wandelroute bijna direct en daar gingen we. Het begon redelijk steil. En werd nog steiler. De route heette Route Botanique, dus we verwachtten na een aanvankelijke stijging (je zit hier nu eenmaal in de bergen, de uitlopers van de Pyreneeën)een vlakker circuit. We komen bij een tweesprong. Een blauwe pijl wijst naar traptredes tegen de bergwand op. Boven ons komt een echtpaar naar beneden en we vragen of dit inderdaad de Route Botanique is. De dame kijkt wat bedenkelijk en zegt dat dat zo is maar dat de bordjes antiek zijn. De juiste route maar niet meer zo ‘botanique’, zeg maar. Voor ons geen probleem. We komen voor de wandeling, (dit keer) niet voor de namen van de bomen en planten. Het wordt een pittige wandeling, maar wel een mooie. Het facile ontgaat ons enigszins. Eerder uitdagend…

De berg weer af

De uitdaging wordt nog groter wanneer we moeten gaan afdalen op de terugweg. Veel handen en voeten werk. Leunend op een dikke rots en dan een grote stap naar beneden, enzovoort.

En dan. Bij een van die stappen gaat het finaal mis. Met dat ik de grote afdaalstap zet glijdt mijn ene voet uit over het kiezelgruis dat overal op het pad ligt. In een fractie van een seconde verlies ik mijn evenwicht en kieper de diepte in! Ik voel mezelf gaan. Mijn hoofd stuitert, scherpe takken en dorens schuren langs mijn lijf. Ik bots ergens tegenaan met mijn schouder. Ik voel niets, denk alleen maar: Help, daar ga ik, wanneer stopt het? Dan kom ik stil te liggen, half gedraaid, op mijn rug.
Hoe ver ik gevallen ben? Tien meter, vijf meter? Ik heb geen idee. Ik lig doodstil en denk als eerste: Ok, ik leef, check. Voorzichtig voel ik danarmen en benen voor zover dat lukt, zonder verder weg te glijden. Niets gebroken, check. Ik schreeuw naar boven, naar echtgenoot die naar me staat te roepen, dat ik nog leef en ok ben. Maar ja. Hoe nu verder?

Ik lig letterlijk bijna loodrecht op die berghelling. Mijn voeten vinden nergens houvast om me af te zetten. Ik schop met mijn schoenen wat grond los om een kuiltje te vormen, zodat ik grip krijg. Bij iedere beweging ben ik bang verder naar beneden te glijden.

“Ga op je buik liggen en kom op je knieeen naar boven”, roept echtgenoot.
Dank je de koekkoek, denk ik. Mijn knie bloedt en me omdraaien durf ik al helemaal niet. De enige manier is met mijn armen gebogen en mijn voeten in een kuil me afzetten en naar boven tijgeren op mijn rug en achterwerk. Ter plekke neem ik me voor aan krachttraining voor armen en benen te gaan doen. Wat een slappe aanhangsels zijn dat! Ik kom voor mijn gevoel geen centimeter verder.

Uiteindelijk kom ik zo ver dat mijn sterke, tachtigjarige echtgenoot mij kan vastpakken onder mijn oksels en mij het pad op hijst. Mijn wonden vallen mee. Schaafwonden hier en daar, een bult op mijn hoofd, maar nergens veel bloed. We pauzeren even om op adem te komen en vervolgen dan maar de afdaling. Ik nu wel met mijn hand op de schouder van echtgenoot. En voetje voor voetje. Voorlopig even geen steile paadjes meer voor mij! En zal ik bergstokken aanschaffen, dat vraag ik me nu af.

Vakantie in Frankrijk – Laroque des Alberes

Ons eerste chalet

Het blijft een boeiende vraag wat een mens ertoe beweegt om als vakantie een maand door te willen brengen in een huisje dat zo groot is als mijn woonkamer thuis. Met een zg. tweepersoons bed waarin je nét lekker in je eentje kunt slapen. Met ook nog een plastic hoes om de matrassen en kussens vanwege de hygiëne. En een bank met een zelfde soort bekleding, waaraan je dus vast plakt want het is ook nog eens smoorheet. Ons uitzicht: een chalet op ongeveer 0 meter afstand. Wat doen we hier? Dachten we, maar zeiden het niet hardop. We kwamen net aan in ons vakantiehuisje in Frankrijk. Na een lange reis van twee dagen ben je meestal wat overprikkeld en kritisch, dus gingen we eerst maar slapen, elkaar sussend met opmerkingen als ‘kom op, het valt best mee, alles went. We zitten hier niet de hele dag thuis, enz.’

Maar het gezicht van mijn echtgenoot, de rasoptimist, gaf weer dat ook hij z’n twijfels had… Grappig hoe je dan nog een tijdje samen probeert de schijn op te houden. Positieve puntjes zoeken en zo…

Bij het wakker worden, de volgende ochtend, brak het uur van de waarheid aan: We gaan hier niet een maand zitten! Voor een fikse bijbetaling konden we verhuizen naar een grotere stacaravan met een wijds uitzicht. Dat betekende wel dat de hele bubs weer moest worden ingepakt. Maar het was de moeite (en het geld) meer dan waard.

Links ons ingebouwde chalet. Rechts ons uitzicht nu.

Camping Les Alberes

We zijn in Zuid-Frankrijk dus. Omgeving Perpignan, aan de voetheuvels van de Pyreneeën. Laroque des Alberes, een dorp waar we door de jaren heen vaak zijn geweest. We hebben op deze camping zelfs een Franse familiereünie gevierd. Daar was de camping niet heel blij mee. Voor gezamenlijke evenementen werden we naar steeds verderaf gelegen plekken gestuurd. Ik begreep het helemaal. Het aantal decibellen dat je produceert met een groep van 20 personen is oorverdovend. Zeker met de familie van mijn echtgenoot!

De omgeving, bergen, stadjes en de zee

Wij ervaren deze omgeving als thuiskomen. De natuur is mooi, de plantengroei weelderig, het is overal berg/heuvelachtig. Veel oude kerkjes, kloosters en op hoge plekken uitzicht in de verte op de Middellandse Zee! Dat is voor ons de aantrekkingskracht van dit gebied. De kust, de cultuur en de bergen. Perpignan is een middelgrote stad waar we graag heengaan als we zin hebben in flaneren, de antiekmarkt of gewoon even wat anders. Ik kocht er ooit een afgeprijsde picknick koeltas met borden en bestek. Nu al zo’n 20 jaar geleden. In een kleur die toen uit de mode raakte. Opvallend hoe veel invloed mode dan toch heeft. Ik heb jaren gedacht ‘wat een afgrijselijke kleur, ik doe het ding weg’. Maar dan kwam de kleur weer in de mode en vond ik ‘m naast praktisch ook wel weer cool. Nu is het een soort antiek kleinood geworden waar ik geen afscheid van kan nemen. Daarbij is grasgroen ook weer in de mode, dus….