Arrival in India

We vliegen laat in de middag via Frankfurt naar Delhi. Wachtend op de Delhi-vlucht zie ik al dat we vergezeld van vele families-met- baby’s de volgende acht uur gaan doorbrengen. Baby’s die geacht worden in door hun ouders gereserveerde, veel te kleine, basinettes te slapen maar dat zelf absoluut niet van plan zijn. Er wordt wat afgeblerd tijdens de vlucht.

Het plaatst me terug in de tijd van onze lange reizen tussen Korea, Amerika en Nederland. Uiteindelijk met vier koters. Ik zie nog de bergen bagage. De lange, lange wachttijden op vliegvelden overal in de wereld als er vertraging was. Sneeuw op de vleugels, oververhitting, storm of regen. Huilende kleintjes. Het eindeloze lopen en wiegen. Het gevoel van bijna-wanhoop dat het nooit zal lukken ze in slaap te krijgen en dan de opluchting als opeens dan toch die oogjes dicht vielen.

De oudere kinderen reisden graag. Films, cadeautjes van de KLM. Uitkijken naar het eten zoals patat, speciaal besteld omdat het in Korea nog niet te krijgen was. Het maakte niet uit dat de frietjes eruit zagen als vette, melige wormen, slap geworden in de heteluchtoven van de vliegtuigkeuken. Eten, cola en filmkijken, het was compleet luilekkerland.

Ik leef mee met de vaders en moeders die urenlang door de gangpaden heen en weer lopen met hun huilende baby’s. En ik kijk geamuseerd naar de grote kinderen die zich in honderd bochten wringen om maar een comfortabele slaaphouding te vinden op de krappe stoelen. Vroeger kon je tenminste nog met een kussen en een deken een slaapplekje creëren op de grond voor een niet al te groot kind. Nu liggen broer en zus uiteindelijk met elkaars voeten in de nek.

Wij hebben voor het eerst slaappillen bij ons. Na het eten is het zover. Beiden nemen we plechtig de pil in en gaan in een slaaphouding zitten. Iets schuiner dan recht. Meer ruimte om te manoeuvreren is er namelijk niet. Hoelang ik slaap weet ik niet, maar zeker drie uur later word ik wakker. En is de vlucht al bijna op zijn eind. Nog maar een keer wat eten, want wat kun je anders doen tijdens zo’n reis. En dan landen we op Delhi Airport.

De overstap naar Dehradun is vermoeiend. Het vliegveld voor binnenlandse vluchten is ver en we moeten dus in een bus erheen. Daar weer door security en als we dan eindelijk willen inchecken ben ik mijn instapkaart kwijt. Blijkt geen groot probleem, maar kost weer tijd. We landen een half uur later in Dehradun, rijden nog een uur in een auto naar ons appartement en dan zijn we na 20 uur reizen op de plaats van bestemming.

Overstappen en onze granieten keuken

Het weer is aangenaam. Een graad of 18. Maar binnen is het als een koelcel. Granieten vloeren, heerlijk koel in de hitte, maar nu, tijdens de korte winter, steenkoud. De inrichting doet me denken aan de zomerhuisjes die mijn ouders huurden in de jaren vijftig/zestig. Het meubilair heeft zijn beste tijd gehad, de deuren piepen en kraken, TL buizen als verlichting en uit de kranen koud water. Het warme water is er na het aanzetten van de boiler en is dan genoeg voor 2 douches. Het is even wennen. Maar het heeft ook wat. Weer even leven zoals miljoenen mensen gewend zijn en dan is dit nog luxe. Gewoon het hoognodige en voor de rest niet miepen.

Alex(i)a at the ACME Hotel

Het klinkt als de titel van een popsong. Zoiets als Hotel California. ‘You can get in, but never leave…’

Maar Alexia* was onze eerste kennismaking met een robot. We sliepen onlangs een nacht in een hotel in Chigago, in de VS. Een leuk, wat alternatief hotel. Dat zie je al aan de inrichting. De rits is een tromp l’oeil.

hotelkamer chigago

breakfastroom acmehotel

Op tafel stond een cilindervormig zwart ‘ding’. In eerste instantie dacht ik dat het een speaker was of zo voor muziek uit een Iphone. Er stonden meer mij vaag bekend voorkomende digitale apparaten, waarvan het gebruik mij net ontgaat. Ik zie ze bij onze nazaten, die de laatste digitale ontwikkelingen op de voet volgen en steeds kleinere en handigere gadgets tevoorschijn toveren.

Alexia

Nu was deze zwarte toren niet zo erg klein, maar wel intrigerend. Vooral toen er vanuit het niets opeens een vrouwenstem klonk: ‘I do not understand the question’, of iets van dien aard. Ik schrok me een ongeluk, want behalve echtgenoot was er niemand anders in de kamer, en ik was me er ook niet van bewust iemand wat gevraagd te hebben. De zwarte toren  bleek dus een robot, bij nader onderzoek, met de naam Alexia. Voor mij een volkomen nieuwigheid, maar blijkbaar al langer in gebruik aangezien prof. Ad de Bruijne een column eraan wijdde in het Nederlands Dagblad van zaterdag 14 juli. (waarschijnlijk achter betaalmuur) Meerdere mensen rapporteerden dat Alexia een eng lachje had laten klinken, onuitgenodigd. Hoe zit het met de invloed van het kwaad op robotmacht? Daarover ging zijn column.

Onze Alexia vertoonde meer onkunde en onnozelheid. Hoe we haar ook bevroegen over tot hoe laat we in het hotel konden ontbijten, ze deed alsof ze ons niet begreep. ‘ Sorry, I cannot answer that question. Ask public transportation for time tables’, en meer van dat soort vreemde antwoorden. We kregen er wel lol in.
‘Alexia, where is the lobby?’
‘Alexia, What time is check-out?’
Maar Alexia was er niet van gediend. Ze begreep ons niet of wilde ons niet begrijpen. 

De volgende morgen hebben we de handleiding nog eens bestudeerd. Er bleek toch een manier te zijn waarop we haar aan het praten konden krijgen. Net op tijd om haar te horen zeggen: Thank you for checking in at ACME hotel.

*Alexia heet dus Alexa!

 

Rags and Riches

Vodden en rijkdom

Ons verblijf in Amerika staat dit keer in het teken van Rags en Riches. (From Rags to riches: Letterlijk van  ‘vodden tot rijkdom’. Uitdrukking gebruikt om aan te duiden dat je in de VS door hard werken kon opklimmen van een arme sloeber tot iemand van betekenis). Van ghetto Brownsville in New York naar yuppie Boston, van Hyatt Regency in Atlanta, GA, naar de studenten-dorms (slaapzalen)  op de campus van Wheaton College in Wheaton, een voorstad van Chigago.

Slaapkamer van studenten in de ‘dorm’ op Wheaton College. Nu ons verblijf

Ik krijg een soort doorsnee te zien van de Amerikaanse maatschappij  in een hele korte tijd. Van links georiënteerde, veelal Trump hatende democraten, (mijn schoonfamilie) tot rechtse, naar Trump-steun geneigde republikeinen. Van de achterbuurten van New York met bijna uitsluitend zwarte bewoners, tot de chique, voor de rijke elite  ontwikkelde, havenwijken van Boston; van de straten van Atlanta met torenhoge hotels en kantoorpanden en talloze daklozen en bedelaars die er naast leven, tot de studentencampus van Wheaton College met de tijdelijke bewoners van een aantal gereformeerde kerken, in vergadering bijeen. Wat een boeiende tocht. 

Downtown Atlanta

Een van de weinige vroeg 20e eeuwse gebouwen die nog niet afgebroken zijn.

Gezicht vanuit het zwembad bij het hotel in Atlanta

Zwart en blank

Je kunt in Amerika steenrijk worden vanuit het niets. Maar Amerika blijft voor mij het land van het juist vlak naast elkaar bestaan van de vodden en de rijkdom. Het contrast is zo groot, met name in de grote steden. In Atlanta maakte ik een lange wandeling. Om aan de veilige kant te blijven ben ik niet ver afgedwaald van de lange rechte weg waar ons hotel aan staat. Maar die weg is eindeloos lang.  Met aan beide zijden fantastische wolkenkrabbers, met ervoor of ernaast kleine parkjes met daarin kunstzinnige sculpturen, (waarschijnlijk verplicht als je een bouwvergunning krijgt). Flitsend gekleed, gehaast kantoorpersoneel passeert me links en rechts, op weg naar hun lunch in de vele restaurantjes en eettentjes aan beide kanten van de straat. En op muurtjes langs de trottoirs de dakloze (meest zwarte), vervuilde zwervers. Slapend, of voor zich uit starend, lusteloos zuigend aan een rietje dat uit een Dunkin Donut beker steekt. Een van de goedkoopste tenten voor koffie. Men bedelt niet. Op een bordje langs de kant staat dat het verboden is. Als ik het hotel later binnenstap valt het me weer op dat al het personeel Afro-Amerikaans is. Alsof de oude tijden van de slavernij herleven. Dat is overdreven, ik weet het, maar ergens schuurt het.

Mensen zien en waarderen

We vliegen van Atlanta naar Chigago en ook op de vliegvelden zie ik het: bijna uitsluitend zwart personeel. Zoals dat trouwens ook in Nederland steeds meer het geval is, mensen van allochtone afkomst die de minste baantjes vervullen. Er is niets mis met het werk, maar de tweedeling van blank en gekleurd stoort me. Ik nam me een tijd geleden al voor de moeite te nemen om mensen waar dan ook, in welke functie dan ook, te zien. Dank je wel te zeggen voor het schoonmaken van de toiletten en vloeren en trappen. Het helpt mij om me minder een misbruiker te voelen van andermans armoede en onvermogen om op een leukere manier in hun onderhoud te voorzien. En het geeft hen waardigheid. Het werk dat ze doen telt. Maar wat te doen met alle zwervers? Antoine Bodar blijkt een zak met euro’s mee te nemen als hij in Rome wandelt. Toch wat meer papieren dollars pinnen.

Noord en zuid

Die middag is de opening van een landelijke vergadering van de P(resbyteriaanse) C(hurch) A(America) kerken. Men start met een dienst waar 3000 (!) mensen bij aanwezig zijn, in een enorme zaal in het hotel. Een van de toespraken wordt gehouden door een zeer charismatische (etnisch) Koreaanse professor in de sociologie. Tweede generatie, dus volledig Amerikaan. Hij heeft veel humor en spreekt over eenheid in verscheidenheid, het aanvaarden van elkaar. Ook de ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump komt ter sprake. Namen worden niet genoemd maar dat hij menselijkerwijs gesproken bepaald geen fan van noch Trump noch de Noord Koreaanse leider is, is duidelijk. Hij noemt echter nadrukkelijk de beperking van wat wij als mensen zien. Dat er ook een wijdere blik is, die de werking van God durft zien, door alles heen. Niemand wil valse verwachtingen wekken. Maar hoop is altijd aanwezig, zegt hij. De diepe pijn en bitterheid die alle oudere Koreaanse generaties met zich meedragen (er is zelfs een woord voor: ‘Han’, ik schreef er eerder over) de vele gebeden, zou God door deze falende leiders misschien toch een wonder kunnen doen plaatsvinden? Dat was  de teneur van zijn benadering.

Ook hier: vodden en rijkdom. Het verarmde, hongerende Noord Korea en het rijke Zuid Korea en Amerika. Naast elkaar en vijanden. Mijn gebed is dat er een mate van vrede mag komen. Niet ter meerdere glorie van de leiders, maar voor het arme, lijdende volk van Noord-Korea.

 

Nu zijn we dus beland in Wheaton. Bij een kleinere kerkelijke vergadering. Met een stuk minder luxe. De overgang was even wennen.

 

Wordt vervolgd

Drie portretten in Harvard Art Museum

Harvard Universiteit in Cambridge ,VS, heeft een prachtig nieuw gebouw neergezet waarin alle kunstbezit nu verzameld is, Harvard Art Museum. We bezochten het onlangs en genoten. De collectie is opgedeeld in zalen die de naam dragen van de weldoeners die de kunst aan het museum schonken. Niet zo maar een schilderij hier of daar, nee, hele zalen vol met oude kunst, moderne kunst, expressionisten, impressionisten, pre-Rafaelieten, Middeleeuwse kunst, Grieks, Romeins enzovoort. Alles komt uit privé-bezit en is nagelaten aan Harvard. Niet nodig om te vermelden dat Harvard een van de rijkste universiteiten van de wereld is.

Robert Smullyan Sloan – Negro soldier

Thomas Eakins – Miss Alice Kurtz

Mary Cassatt – Woman on a striped sofa with dog

Deze portretten trokken mijn aandacht. Het eerste, van Robert Smullyan Sloan (1915-2013 Boston) is een portret uit de jaren veertig van de vorige eeuw. De afbeelding is van een zwarte Amerikaanse soldaat. Hij draagt volgens de informatie een onderscheiding voor goed gedrag en een die aangeeft dat hij heeft deelgenomen aan de strijd in de tweede W.O. in Europa en Afrika. De titel is echter Negersoldaat. Niet wat hij deed, niets over moed en inzet, maar tot welk ras hij behoort beschrijft hem. In de achtergrond zie je de gebouwen van Harlem, de zwarte achterbuurt van New York, waar het leven vaak uitzichtloos was en is. De Afro-Amerikaanse soldaten werden (en worden) in het leger gediscrimineerd en bij thuiskomst hadden ze weinig vooruitzicht omdat ze ook daar weer werden geconfronteerd met racisme. Op het eerste gezicht zie je een prachtig geschilderd portret, maar met de achtergrondinformatie krijgt het een enigszins grimmige lading. Deze moedige man, met zijn mooie outfit en warme, ernstige ogen zal straks weinig toekomst hebben in het racistische Amerika van de jaren veertig en vijftig.

Hoe anders is het leven voor de vrouw in het portret van Miss Alice Kurtz, dochter van een bankier uit Philadelphia. Geschilderd door Thomas Eakins (1844 -1916). Dit meisje heeft andere beperkingen. In haar tijd waren de rollen voor man en vrouw strikt omschreven, zeker voor dochters van de welgestelden. Eakins wijkt af van de traditionele wijze van het weergeven van vrouwen in dat hij niet idealiseert en zich niet in de eerste plaats richt op schoonheid maar op haar innerlijk. Ze kijkt dromerig en niet heel gelukkig. Je hebt het idee dat je kunt voelen wat haar stemming is. Haar vader echter was niet blij met het portret en zette het op zolder nadat het af was. Hij vond het te levensecht en niet complimenteus.

Het derde portret spreekt me aan omdat het zo speels en vrolijk is. De interactie tussen de vrouw en het hondje is zo ontspannen en zonder spanning. Ze heeft simpel plezier in de interactie met het dier. Het is een schilderij van Mary Cassatt (1844-1926), een Amerikaanse die naar Parijs vertrok en tijdgenoot was van de impressionisten, zoals Degas. Dit portret, Woman on a striped sofa with a Dog, is nog in de klassieke traditie. Aanvankelijk probeerde ze geaccepteerd te worden door de Salon. Later schilderde ze in de impressionistische stijl als een van de weinige vrouwen. Meestal moeders en kinderen. Ietwat sentimenteel, maar wel heel treffend.

Drie gezichten, drie tijdperken, drie levens.

Let the party begin

En toen stroomden de familieleden binnen. Uit New York, Nederland, Californië, en Shellburne Falls en nog wat andere plaatsen. De flat (110 m2) van mijn schoonvader barst uit zijn voegen. Met twee W.C.’s, een douche en een wastafel is het nummertjes trekken om aan de beurt te komen. Niet iedereen slaapt hier, gelukkig. Er zijn twee slaapbankjes met matrassen van maximaal 140 cm breed en 180 lang), dus vier personen kunnen hier logeren (en proberen een oog dicht te doen op de krappe matrasjes). Het leukst is de keuken. Er is een antieke gasplaat waarvan twee en als je geluk hebt, soms drie branders het doen. Ernaast is een klein aanrechtblad. Daartegenover is de gootsteen, met daarnaast eveneens een aanrechtbla(a)d(je). Als tien mensen willen eten wordt het krap daar. Onder het aanrecht is de afwasmachine. Heilige grond. Want schoonvader heeft strikte regels voor het inruimen. Alles moet gespoeld als ware het 100% schoon en dan pas mag het erin. Voor nieuwelingen altijd even wennen. Is de afwas gedaan of moet het ding nog draaien? Ook een vurige wens van het hoofd des huizes is, geen spullen op het aanrecht, of in de gootsteen. Spoelen en in de machine. Kan altijd hergebruikt worden.

Verder is schoonvader voor een negentigjarige zeer flexibel. Hij volgt rustig zijn eigen routine. Broodje in de ochtend, broodje voor lunch met chocola als toetje, maakt niet uit hoe laat anderen eten, hij eet op zijn eigen tijd. Om zes uur het nieuws, om zeven uur Big Bang herhalingen voor 2 uur. En om elf uur Seinfeld herhalingen. Als wij op een oor liggen horen we hem schateren in de woonkamer. Daarom leeft hij zolang, zegt echtgenoot. Hij lacht drie uur per dag!

Straks gaan we naar de boot, om zijn negentigste verjaardag te vieren. Een rondvaartboot voor veertig mensen, met eten en drinken voor drie uur. Een enorme uitgave, maar voor hem heel belangrijk. De laatste keer dat ik mijn verjaardag vier, zegt hij steeds. Iedereen is druk bezig met het schrijven van gedichten of speeches. De muzikale leden van de familie gaan zingen en dansen. Het wordt een waar feest. Een teleurstelling, het weer is slechter dan we zelfs hadden durven denken. 12 graden met regen. Eergisteren was het 28 graden. Het weer is volkomen onvoorspelbaar hier. Maar we laten het de pret niet drukken.

IMG-20180604-WA0002

Zes vrouwen maken zich klaar in een smalle kamer en trekken hun mooiste kleren aan in de geest van mijn overleden schoonmoeder. Die deed niets liever dan zich zo mooi en exotisch mogelijk kleden wanneer ze de kans kreeg. We missen haar allemaal. Als we alle zes in vol ornaat zijn blijkt dat we zonder overleg toch een soort dresscode hebben. We dragen wit, crème en goud.  Let’s party!

2018-06-05 17.39.09

 

 

Groene parken en BBQ New York

Als we maandag wakker worden is de grond aan mijn kant van het bed kletsnat. Het raam waarin de tijdelijke Airco geplaatst is blijkt nu te lekken als een mandje. Voor we weg kunnen moet dat raam dicht en echtgenoot trekt en sjouwt het ding eruit. Op dat moment beslis ik dat het nu genoeg is en dat ik geld terug ga vragen. Inmiddels is de helft van het geld teruggestort met excuses. Een airbnb in Brownsville, Crown Heights heeft zo zijn risico’s. 

Vandaag is Memorial Day, dodenherdenking maar met een feestelijk tintje. Veel families hebben vrij, en er wordt volgens traditie overal gebarbecued. Veel musea zijn dicht en eigenlijk hebben we na een dag binnen wel zin in buiten-zijn. Maar wanneer in New York moet je toch minstens naar de MET, of MOMA, of Guggenheim. We checken op internet en gaan in overleg. Eigenlijk vind ik Manhattan te ver, toch zeker een uur, anderhalf onderweg. De musea in Brooklyn zijn dicht (gelukkig) dus we besluiten naar een park te gaan. Met een picknick.

Prospect Park, Brooklyn Bridge Park, welke gaan we doen. We kiezen voor Brooklyn Bridge Park. Met uitzicht op de New York skyline is daar langs de Hudson rivier een schitterend, uitgestrekt park aangelegd op het puin en de afgraving van het nieuwe World Trade Center. Het is er druk maar er is zoveel ruimte, we genieten! We eten onze boterhammetjes, knabbelen onze pretzels met guacamole dip en eten een ijs toe. Ik kan er geen ijsje van maken, daar zijn de Amerikaanse afmetingen niet naar.

Uitgebreide BBQ plekken voor families

Uitzicht op Manhattan

Brooklyn Bridge Park

 

Overal picknicktafels

We lopen einden door het park en relaxen. Zo kan ik New York wel aan. Maar als we teruglopen naar de metro en onze bagage gaan ophalen bij onze dochter denk ik, ik ben blij dat ze daar niet lang meer woont. De wijk zuigt alle energie uit me, en ik ben blij wanneer ik in de bus zit richting Boston. Als ik daar uitstap en richting de flat van schoonvader loop adem ik de zeelucht van de haven in en ben weer thuis. Mijn tweede thuis.

 

 

Koud, warm en sociaal New York

De temperatuur is in de nacht gedaald van 28 naar 15. De regen komt met bakken uit de hemel. We staan vroeg op om naar de kerk te gaan met dochter Saskia. De kerk is in een school in dezelfde wijk, Crown Heights. Maar de wijk is bijna zo groot als Utrecht dus we nemen een taxi na koffie en ontbijt. We worden warm welkom geheten als de ouders-van en krijgen een mok en een kaars. Leuk om zoveel mensen van allerlei etnische achtergronden te zien, afro-Amerikaans, Koreaans, Chinees, Braziliaans, Nederlands…Het doet me weer beseffen hoe wit mijn eigen kerk is thuis.

De dienst is mooi. Informeel met veel zingen en een sterke boodschap. Kijk elkaar in de ogen zoals Petrus de verlamde man in de ogen keek en vraag wat je voor die ander kan betekenen met jouw talent. Petrus zegt, ik heb geen geld, maar wat ik heb kan ik je geven.

2018-05-27 16.56.41

Na de dienst verzamelt er zich een groep rondom ons om te gaan lunchen. Traditie hier, zo mogelijk na de samenkomst in een restaurantje wat eten en napraten. Bij iemand thuis is logistiek niet echt een optie. Niemand heeft een auto, iedereen komt van ver weg, dus in de buurt wat eten de stijl. We komen in een leuke tent terecht, maar het wachten duurt lang en de bediening is slecht. Ik zit naast een goeie vriend van onze dochter, een accountant. Met een Nederlandse achternaam, De Vries, en het uiterlijk van een Spanjaard. Vader is derde generatie Nederlander uit Friesland, moeder is eerste generatie uit Guatemala. Heerlijk die mix.

Tegenover me zit een andere goede vriend, Afro-Amerikaan uit het zuiden van de VS. Naast hem zit Jamie, een Koreaanse vriendin. Ze werkt(e) voor een organisatie die noord Koreaanse vluchtelingen in China helpt. Op de vraag wat ze denkt over de (mogelijke) ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump aarzelt ze. ‘Ze zijn allebei niet goed snik, dus wat kun je verwachten?’ is uiteindelijk haar antwoord.

Naar onze volgende ontmoeting kunnen we lopen. Dit is een bijzondere, want de vrouw (met haar echtgenoot) hebben we sinds 1988 niet meer gezien. De ontmoeting vat onze gemengde geschiedenis goed samen. Roshini Ebenezer komt uit India. Haar vader en moeder studeerden theologie bij echtgenoot en zijn collega in Pusan, Zuid-Korea . Roshini deed mee op onze ‘school’. Onze vier kinderen, de vier kinderen van de andere familie kregen les van een Nederlandse juf of meester en Roshini volgde haar eigen programma in het Engels. (Hier nog meer geschiedenis van onze Kosindis). Roshini studeerde in Amerika en trouwde er. 20180527_154849

Nu ontmoeten we elkaar, in weer een ander cafeetje voor koffie. We praten bij. Roshini werkt voor de Wereldbank, maar is vooral betrokken geraakt bij het werk van haar moeder in India. Het begeleiden van vrouwen naar werk door gebruikmaking en ontwikkeling van hun talenten op het gebied van handwerken en/of koken en bakken. Al 17 jaar is haar moeder daar onvermoeibaar mee bezig en ziet echt resultaat van haar werk. De kinderen van de moeders gaan naar school, volgen een opleiding en zullen ook hun kinderen weer beter kunnen opleiden. 

20180527_160214

Onze dochter is juist in dit soort projecten zeer geïnteresseerd dus een geanimeerde discussie is het gevolg. Wie weet kan ze nog iets betekenen aan de marketing kant van prachtige handbeschilderde zijden producten.

Heet, rauw en gaaf New York

De hitte slaat als een vette walm op ons neer als we omhoog komen uit de krochten van de New York metro. We gaan op bezoek bij een van onze dochters en om bij haar te komen reizen we ver weg van het mondaine Manhattan waar de Peter Pan bus uit Boston ons afzette. Vierenhalf uur na vertrek, voor het luttele bedrag van 50 euro retour, staan we hartje New York. We duiken bijna onmiddellijk ondergronds, stappen in trein 4 naar Brooklyn, dan over op de 6 naar Crown Heights. Een uur na aankomst in downtown New York stappen we uit de metro, op Eastern Parkway om precies te zijn. Een lange laan, met veel bomen, die tevens de scheidslijn vormt tussen ‘Jamaica’ en black culture aan de ene kant en de buurt van chassidische Joden (the Lubavitch Chassidim),en hun cultuur aan de andere kant. De metro, als de grote gelijkmaker, heeft ze beiden vervoerd naar de wijk, alwaar de een links en de ander rechts gaat. De grote zwarte man met lang rasta haar en een Bob Marley muts op en de joodse man met pijpenkrul en hoge zwarte hoed en lange zwarte jas met daaronder de franjes van het gebedskleed, ze stappen samen in en uit de trein. Waarna hun wegen scheiden.

We staan buiten. In de zinderende hitte wel te verstaan. Het is minstens 30 graden als we onze weg vervolgen naar de Airbnb waar we een kamer geboekt hebben. In dezelfde (eindeloos) lange straat als waar onze dochter woont, maar relatief gezien redelijk dichtbij. Een kwartier lopen en we komen aan bij een vrij nieuw (of gerenoveerd) huis waar we met een code naar binnen kunnen en op de 2e verdieping onze kamer vinden. Een tweepersoons bed, voelt comfortabel,  en een nachtkastje. Gedeelde badkamer en wc. Prima. Meer hebben we niet nodig. Het is er wel erg warm…

gedeelde woonkamer/keuken in de Airbnb

We schatten dat het binnen nog warmer is dan buiten met het platte dak boven ons. Toch ’s kijken, waar zit de knop van de air conditioner? Uit ervaring weten we dat je daar niet zonder kunt in warm New York en de Airbnb advertentie had airco als een van de voorzieningen staan. Niet dus. We sturen een berichtje naar de gastvrouw die niet antwoordt. Later lenen we een ventilator via onze dochter en sjouwen het ding met een taxi naar de B&B.  Ik probeer tevergeefs uit te vogelen hoe ik, na alle inspanning, water uit de douchekop kan krijgen. Ik heb toch veel trucjes gezien tot nu toe, maar deze krijg ik niet gedaan. OK, dan maar geen douche.

Langzamerhand begin ik toch wat chagrijnig te worden. Bloedheet, geen douche en geen mens te bekennen om te helpen. Een airbnb is het privé huis van iemand waarin je een kamer huurt, maar dit is meer een verkapt hotel met eigenaren die nergens te bekennen zijn. Tot overmaat van ramp begint onder ons raam een groepje mannen een feestje met loeiharde muziek uit de autoradio die werkelijk tien straten verderop te horen moet zijn. Op mijn allerbeleefds vraag ik of het zachter mag, maar dat is geen succes. Ik krijg een hele tirade over me heen waarin veel moeders worden genoemd en het woord f**k veelvuldig voorkomt. Ik blijk letterlijk alle verkeerde dingen gezegd te hebben volgens dochter en haar huisgenoot. Ten eerste ben ik wit, ten tweede nemen rijke exploitanten de wijk over en ten derde hebben ze een hekel aan toeristen. En dan komt er zo’n blonde, buitenlandse vrouw even vragen of ze wat stiller kunnen zijn. Nou ja.. Om twaalf uur wordt het stil. We zweten de nacht door.

Volgende dag komt er iemand met een air conditioner voor in het raam en we liggen uren domweg te genieten van de koelte. Beneden in de gedeelde woonkamer/keuken ontmoeten we wat van de andere gasten. Het is in feite een soort hostel. Veel jonge mensen, uit alle delen van de wereld. Dat is de leuke kant van het Airbnb’en, je ontmoet allerlei mensen bij je ontbijt of kop koffie. Ik sprak een tijd met twee nogal opvallend uitziende meisjes uit Zwitserland. Een is tatoeëerder (spelling moest ik even opzoeken!) en de andere kunstschilder. Ik geloof niet dat ik ooit in gesprek zou raken met een meisje dat over haar hele lichaam tatoeages heeft, maar hier gebeurde het. We hebben gelijk een klik want het meisje met de rode haren is gek op Korea en is er al zes keer op vakantie geweest. Ze valt bijna flauw als ik haar vertel er ruim acht jaar gewoond te hebben. Ik ben iets minder enthousiast als het donkere meisje de volgende ochtend op de enige bank in de woonkamer verstrengeld ligt te snurken met een ongetwijfeld uit de bar meegenomen vriendje…

suissegirls
Twee vrouwen uit Zwitserland in de B&B

Het is tien minuten lopen naar het appartement van onze dochter. De stoepen zijn breed, op de trappen voor de oude appartementsgebouwen zitten de bewoners te kletsen, auto’s claxonneren, de brandweer rijdt uit met een hels kabaal, uit de eettentjes komen verleidelijke geuren, er wordt geroepen, geschreeuwd, kinderen steppen of fietsen je bijna van de sokken, kortom de sfeer is gemoedelijk en lichtelijk chaotisch. Maar dan het afval. En de rotzooi. En de troep. Overal op straat ligt het te liggen. Plastic zakken, kartonnen doosjes van de Mac, blikjes, vuilniszakken, oud meubilair…Ik kan er niet over uit. Waarom in vredesnaam je eigen omgeving zo vervuilen? Stinkend jammer, letterlijk. Groter contrast met de buurt waar we in Boston verblijven is niet mogelijk. Dit is een ware achterbuurt, in Boston logeren we tussen de happy few. Ik verlang naar een mooi hotel met airco en schone straten. Maar tegelijk denk ik, zo leeft driekwart van de wereldbevolking. Het kan geen kwaad daar ook gewoon te zijn. Zonder pretenties.

Wordt vervolgd

IMG_20180525_184021
Uitzicht uit ons B&B raam

bostonharbor
Uitzicht dichtbij appartement schoonvader

Ground Zero en de drie K’s

Zaterdag 29 januari nemen we vanuit Boston de Greyhound bus naar New York om dochter te bezoeken. De bus is een behoorlijke zit, rond 4,5 uur, maar goedkoop en snel. Voor een retourtje betalen we $35 pp. Voordeel is ook dat je wat ziet onderweg, hoewel het dan wel vroeger moet zijn dan 4 uur, de tijd dat wij vertrekken. Het is ook in Boston vroeg en snél donker. Ook is er geen verlichting op de snelwegen, dus veel uitzicht had ik dit keer niet. Het was  aardedonker.

Rond 9 uur komen we aan in hartje Manhattan. Nog een minuut of vijftig met de metro en we arriveren in Brooklyn, Crown Heights, waar dochter een appartement deelt met een vriendin. Crown Heights is een levendige, armere wijk met overwegend Caribische inwoners. Jamaïca, Haïti, Domincaanse republiek enzovoort. Je ziet er aanhangers van de Rastafari beweging met hun lange dreadlocks, soms verborgen onder een veelkleurige muts. Aan de andere kant van een grote weg die Crown Heights in tweeën splitst wonen de Chassidische Joden.

Het is er een komen en gaan van mensen, maar nu in de winter, minder lawaaierig dan in de zomer. Dan is iedereen buiten, met harde muziek, men schreeuwt over en weer, auto’s parkeren met de boombox op volle sterkte en alsof dat nog niet genoeg is, de brandweer rukt om het uur uit met gierende sirene. Gevolgd door de politie-auto’s eveneens met gillende sirene’s. Ik heb ze gehoord. Toen ik er een paar nachten (niet)sliep.

Maar nu niets van dat alles. Ramen dicht houdt veel lawaai buiten. Het is rustig en we slapen prima. En wat ga je doen als je in New York bent om een dochter te zien? Veel toeristische plannen hebben we niet, maar een paar dingen wil ik dit keer toch doen. Onder andere het Ground Zero monument zien. En wellicht het Immigration Museum op Ellis Island. Ik weet nu tenslotte dat mijn betovergrootvader daar is aangekomen in 1878!

Toch besluiten we ons vooral te concentreren op de drie K’s. Te weten Kletsen, Koffiedrinken en Cakejes eten. Na een ochtend kwijt te zijn aan de pillen en nog een ochtend aan DUO (dochter moet studentenlening aflossing regelen, met een eindeloze wachttijd) blijft er voor Ellis Island geen tijd meer. We kiezen voor het Memorial.

De dag dat we gaan is grijs, grauw en guur. Er valt natte sneeuw en er staat een harde wind. Het weer vormt een passende achtergrond voor de plek waar we uiteindelijk staan. Voor een van de twee rechthoekige, gigantische bassins gevuld met water. Langs de kanten stroomt een waterval die een spiegel vormt voor de skyline. In het midden een onheilspellende, diepzwarte afgrond. Een abyss. Een krater. Symbolisch voor de velen die nooit zijn teruggevonden? Verdwenen in het niets. Langs de randen van de twee bassins, de namen van de drieduizend omgekomen New Yorkers.

Toren 1 New YorkToren 1 New York

We stonden een tijd zwijgend, vol ongeloof. Hoe vaak heb ik de beelden niet gezien op TV? Maar nu, op de plek des onheils zelf, is het niet te bevatten dat de twee torens, hoger dan de wolkenkrabbers die hier nog staan, als een kaartenhuis in elkaar zakten. De proporties, de peilloze hoogte, de hoeveelheid mensen die omkwamen (hoewel er 30.000 mensen werkten in de gebouwen!) en de reden waarom, het is alles van een diepe tragiek waarvan de volle omvang pas tot me doordringt als ik daar sta. Mensen ook van werkelijk elke ethnische achtergrond die te bedenken valt.

sam_2228
in memoriam

 

Naam van een zwangere vrouw
De naam van een zwangere vrouw

We verlaten Ground Zero. Om wat op te warmen en onze van huis meegebrachte sandwiches op te eten (vandaag is geldbesparingsdag!) duiken we het nieuwe metro/treinstation in. Een kolossaal, monsterachtig gebouw dat de Occulus heet.

sam_2221
Van binnen

sam_2232
Van buiten

Het gebouw kostte iets van $4,5 miljard. Geld wat volgens mij ook heel anders besteed had kunnen worden…!

’s Middags staan we voor een belangrijke keuze: Goodwill Store (Kringloop) of the Metropolitan Museum . Er zit niets anders op: onze wegen splitsen. Dochter en ik begaan de materialistische weg van het kledingshoppen en echtgenoot houdt de naam hoog door zich in het culturele te storten. Dochter en ik scoren goed in de Goodwill. Een leren rok voor haar en een truitje, en ik een rok. Voor een totaal van $15.

Toch altijd leuk, om de hoek van 5th Avenue!

 

 

Lowell, waar meisjes voor het eerst een salaris kregen

Mensen die mijn blog volgen hebben misschien de indruk inmiddels dat ik niet anders dan wanhopig op pillenjacht ( lees erover hier en hier) ben geweest sinds vorige week…Ik was wel op jacht, maar niet wanhopig en intussen deden we gelukkig ook andere dingen. Ik noem er een paar.

Lowell

Woensdag 25 januari waren we in Lowell. Ik heb er ooit over gelezen of een documentaire gezien, maar al heel lang wilde ik er heen. In Lowell stonden de eerste textielfabrieken van Amerika. De eerste werknemers waren veelal Yankee meisjes (blanke meisjes met Engelse roots) die van een boerderij kwamen en ‘meer’ wilden dan dat zware leven en onbetaald koeien melken voor pa en ma. We hebben het over de eerste helft van de 19e eeuw en de eerste industriestad in Amerika. Lowell ligt ongeveer een uur rijden ten noorden van Boston. Het was een mooie zonnige dag, een prachtige blauwe lucht met schapenwolken en aangekomen in Lowell bleek daar nog een berg sneeuw te liggen. In Boston had het dagen geregend, maar in Lowell, net wat noordelijker, lag sneeuw.

De weverij die is ingericht als museum
De weverij die is ingericht als museum

In het bezoekerscentrum van het National Historic Park keken we naar een film over de geschiedenis. Verder liepen we een route met historische gebouwen en plekken in het stadje. De meeste bakstenen fabrieken met de kenmerkende hoge schoorsteenpijpen zijn bewaard gebleven. Sommigen zijn gerestaureerd tot museum en anderen zijn tot appartementen omgebouwd. Het geeft het stadje een bijzondere sfeer. Over het algemeen zie je in de VS niet veel huizen of gebouwen van baksteen. Veel is van hout of inmiddels kunststof.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De meisjes van het platteland werkten aan de weefgetouwen die aangedreven werden door waterkracht opgewekt door een natuurlijk verval van 10 meter in de rivier de Merrimack, de Pawtucket waterval.

We bezochten een van de weverijen, geconserveerd in oorspronkelijke staat. Het enorme lawaai van de weefgetouwen, de luchtvochtigheid van 80%, de hoge temperatuur, het was een ware sweatshop.  Al de verschillende soorten stoffen zijn te zien en te voelen. Van vrij grof geweven kaasdoek of neteldoek (muslin) tot het mooie zacht glanzende chintz. In alle kleuren en dessins. 2017-New-Design-Top-quality-Wholesale-Cute.jpg (800×589)Het museum toont kamers en gebruiksvoorwerpen uit de 19e eeuw, hoe de meisjes leefden in de slaapzalen en hoe hun leven geregeld werd voor hen. Ter geruststelling van de ouders. Slapen in slaapzalen, zondags naar de kerk. Na verloop van tijd kwamen steeds meer immigranten die de plek innamen van de meisjes. Grappig is dat de meisjes trots waren op hun werk en er plezier in hadden,

Weefgetouwen in een ruimte met enorm lawaai
Weefgetouwen in een ruimte met enorm lawaai

 

Close up weefgetouw
Close up weefgetouw

 

Garen
Garen

 

Bobbins
Bobbins

terwijl wij ernaar kijken met een gevoel van ‘wat een vreselijke werksituatie!’ Misschien was het vergeleken met het werk op een boerderij in die tijd wel veel beter? In ieder geval werden ze ervoor betaald!

Later werden de machines efficiënter en kwamen er ‘goedkopere’ immigranten (natuurlijk) uit Europa en Franstalig Canada waaronder de ouders van Jack Kerouac. Hij was auteur en is in Lowell geboren en getogen. Ik lees nu zijn eerste roman, The Town and the City, onder andere over het Lowell van toen.

Een volgende (foto)blog over o.a. de Women’s March en schoonzus Yani. En over ons bezoek aan New York. We zagen er bijvoorbeeld het monument op Ground Zero. Zeer indrukwekkend.