Van Super naar Hyper –

Winkelen in Cheonan, Zuid-Korea

De echte warmte is gestart, dacht ik vorige week. Dertig graden en met 65 % vochtigheid voelde het weer zwaar en drukkend. Ik moest er aan wennen, dus geen gezeur, het wordt nog veel warmer en vochtiger straks. Gelukkig nu nog niet direct, bleek later. Ik had net de jassen in de koffer terug gedaan, niet meer nodig, meende ik, toen de temperatuur weer duikelde. Het lijkt net Nederland. Onvoorspelbaar weer vooralsnog. Ik genoot stiekem wel van de koelte. Inmiddels is het weer heet, 27 graden.

Winkels

Vorige week gingen we een lading boodschappen halen. Het makkelijkst zijn de grote supers die wat betreft afmetingen de XL AH overtreffen. We struinden wat rond. Ik vind het leuk om tussen al het aanbod te neuzen, op zoek naar interessante dingen die ik niet ken, of zou willen meenemen naar Nederland straks. Ik moet me inhouden, want echtgenoot is zeer doelgericht en zou in een kwartier klaar zijn. Maar hij liet me geduldig begaan. Veinsde zelfs interesse, af en toe. Maar na een minuut of twintig begon mijn hoofd raar te voelen. Het gevoel dat er een bult op groeit die dreigt te ontploffen, zoiets. Enorme winkels hebben vaak dat effect op me. Het Ikea-effect, zeg maar. Eindeloos veel keus, almaar kijken, turen en peinzen.
‘Kan ik dit gebruiken?’
‘Oh, dat is handig!’
‘Dat lijkt me lekker!’
En ondertussen ook nog het Koreaans vertalen. Het lijkt wel of ze hier veel langere zinnen nodig hebben om iets eenvoudigs op een bordje te zetten. Ik peins en google me suf. Google translate is overigens een fantastische hulp. Hoe deden we ooit zonder? Al dat getuur en gedrentel kwam me op een hypo te staan (lage bloedsuikers). Ik kon me nog net naar een café slepen in de buurt. Daar kon ik wat koolhydraten naar binnen werken in de vorm van een scone met koffie.

Van Super…

Vroeger, toen we hier woonden, in de jaren tachtig, winkelde ik ook bij een supermarkt. Die heette De Internationale Super en stond ook op een markt die Internationaal heette. Waarom is me nog steeds niet duidelijk. Misschien omdat er op straat hier en daar spullen uit de Amerikaanse PX (winkel op de legerbasis) werden aangeboden? In mijn super was er behalve hele vieze Gerber babyvoeding, niks buitenlands te koop. Maar er lag van alles in de schappen dat een beetje leek op wat we gewend waren. Het smaakte absoluut niet hetzelfde, maar alles went. Oploskoffie, oplosthee, geperste blokken ham, Koreaanse peanutbutter, in Koreaanse letters omgezet in ‘Penusse’- butter. Die uitspraak leverde altijd hilariteit op bij onze kinderen, uiteraard.
Het was makkelijk boodschappen doen. De keuze was beperkt en na nog wat stalletjes af te zijn gegaan, was ik klaar. Taxi roepen en naar huis. Oh ja, eerst was er nog de groente en fruit markt waar 1e klas kwaliteit spul werd verkocht. Hotels kochten er ook in.

…naar Hyper

De hypermarkten zijn populair. Er is een overvloed aan spullen. Groente, fruit, vis (vers), vlees (vers) en een eindeloze voorraad aan Koreaanse etenswaren, verpakt of onverpakt. Soorten kimchie, soorten gezonde drankjes, veel snacks en koekjes. Zowel Westers als Koreaanse.
Het valt me op, dat er ontzettend veel plastic gebruikt wordt, veel meer nog dan in Nederland. Ik vind het een lastige keuze. Kies ik voor overdadig in plastic verpakte groentes zonder pesticiden? Of voor de onverpakte groentes op de gewone markt, waar ik niet van weet hoeveel pesticiden erop zitten? Die worden nog veel gebruikt. Al is er duidelijk een markt voor onbespoten groente en fruit, zie citaat onderaan. Vlees is ontzettend duur geworden. Nog meer motivatie om het weinig te eten. Ik heb nog geen biologisch vlees gezien. Wel nadrukkelijk ‘zonder antibiotica’. Er was weinig diervriendelijkheid vroeger, of het nu veel beter is?
De make-up en verzorgingsindustrie is mega! Ik hoorde, vlak voor we vertrokken naar Korea, van mijn neef hoe populair die spullen ook in Nederland zijn. Ik kreeg van hem een cadeaubon voor een van de winkels in Nederland. Grappig. K-pop en make-up, twee export producten. Je ziet hier ook jongens trouwens met lipstick en make-up.

Het gebouw waarin Emart en Shinsaegae (duur merken warenhuis), samen zijn te vinden.
Foto van internet, Stephane Christian

Conclusie: winkelen in de grote hypermarkten heeft voordelen.
Er is parkeergelegenheid. Je kunt zonder aandringen van verkopers rustig je keuze maken. Er is veel biologisch aanbod. Je kunt er werkelijk bijna alles vinden. Behalve gewone Breakfast Tea. Eindelijk gevonden in een Chinese winkel. Oh en het is er op een hete dag lekker koel!

Nadelen? Je mist de sfeer van de openluchtmarkten. Die zijn er nog steeds. Er is zo’n groot aanbod. Dit is voor HSP’ers en ADD’ers enigszins overweldigend. en de prijzen liggen wat hoger.

Heel blij trouwens met deze trend:

Health and Sustainability are increasingly influencing purchasing decisions. South Koreans show a higher willingness to pay for healthier and environmentally friendly products with minimal packaging. This trend is driving retailers to launch products with less sugar, fewer artificial ingredients, and more nutrient. Gourmet.Pro

Tempel, koffie en dumplings, maar dan anders

Het is warm geworden. En vochtig. Ik merk dat ik er wat sloom van word. Ook aan de felheid van de zon (die schijnt nu heel regelmatig) moet ik wennen. Volgens echtgenoot staat de zon hier (in Zuid-Korea) rechter en hoger boven ons dan in Nederland en heeft daarom meer kracht. Om hoofdpijn te voorkomen draag ik nu sneller een zonnebril dan in Nederland en heb ik toch maar een hoedje aangeschaft. Ik heb er een hekel aan, omdat het warm is en omdat mijn haar er zo geplet onder vandaan komt. Oh, en ik krijg ook jeuk op mijn hoofd ervan. Maar goed, alles beter dan hoofdpijn. Dus ik draag vanaf nu mijn Koreaanse pothoedje.

We gaan er bijna iedere dag op uit. En ontdekken altijd wel iets nieuws bij toeval. Zoals gisteren. Ons reisdoel was Gagwonsa, een Boeddhistische tempel, een half uur rijden van ons huis. Tempels staan meestal op mooie plekken in de natuur en zijn alleen daarom al toeristische trekpleisters. En natuurlijk is er de architectuur en de historie van de gebouwen, vaak bewaard gebleven door de eeuwen heen.  Ondanks oorlogen, die grote delen van Korea verwoestten, ontsnapten de tempels daaraan door de afgelegen plek waarop  ze stonden.

Daar profiteren we dus in het heden van. Onze tempel is niet erg oud, blijkt als we de informatie erop nalezen.  In 1977 gebouwd en speciaal gewijd aan de hereniging tussen Noord- en Zuid-Korea. Tussen de twee landen heerst al sinds het einde van de oorlog in de jaren vijftig een wapenstilstand. Er is nooit een vredesverdrag gekomen. Dit tot groot verdriet van veel oudere Zuid-Koreanen, die dit nog altijd als een open wond ervaren.

We lopen het terrein van de tempel op. Een tempel bestaat altijd uit meerdere gebouwen. Plekken waar de monniken wonen, en gebouwen waarvan de functie me niet duidelijk is. Het hoofdgebouw bevat de beelden van de Boeddha en metgezellen. Indrukwekkend om te zien, zo’n immens beeld van ‘goud’ omringd door allerhande attributen met symbolische waarde. Ik besef daar weer waarom het christelijk geloof  kaal moet lijken als je bent opgegroeid met dergelijke idolen.

We trekken onze schoenen uit en stappen de tempelhal binnen. We pakken twee kussens van de stapels langs de kant en gaan op de glanzend gepoetste houten vloer zitten. We kijken rond en ondergaan de serene sfeer in de hoge, ruime hal. Er klinkt zachte muziek, mensen knielen en buigen eerbiedig met het hoofd naar de vloer. Twee, drie keer, gevouwen handen omhoog geheven. Sommigen herhalen het voor meerdere altaren, steken wierook en kaarsen aan. Beter dan in de Europese kathedralen, waar toeristen minder respectvol rond lopen, met camera’s en buggy’s. Je hoeft niet te aanbidden, maar wel respect tonen.

Er komt een gezinnetje binnen, vader, moeder en twee jonge kinderen. Op een half-drafje. De jongens hebben allebei een zakje met rijst bij zich. Moeder dirigeert ze naar het hoofdaltaar om de zakjes daar neer te leggen, als offer. De jongste wil het eerst niet, maar krijgt de kans niet om rond te dollen. Hop, hop, geld in de collecteton, handjes bij elkaar en het hoofd buigen. Bijna rennend komen ze vervolgens naar waar wij zitten, leggen een paar kussens neer en knielen. De jongste vindt dat kussen wel lekker om even op te rollebollen, maar daar komt niets van in. Hoppa, net als pa, ma en grotere broer in de rij, naast elkaar. En dan tegelijk armen omhoog, met de handen tegen elkaar en buigen, door de knieën en het hoofd op de vloer. Synchroon.

Een jonge man voor ons herhaalt het staan, knielen, buigen tot op de grond, wel tien keer. Een intens gebed dus. Buiten de tempelhal hangen grote spandoeken met aankondigingen van wat er allemaal te doen valt de komende tijd. Je kunt er cursussen volgen, een aantal dagen komen bidden, op retraite komen. Een actieve tempel dus. Ik zie verder geen monniken of andere bewoners. Verderop, nadat we een trap op zijn gelopen, zien we nog het enorme beeld (15 m hoog en 60 ton zwaar) van een Boeddha, in brons gegoten. Op de achtergrond de contouren van Teajosan mountain.

Koffie

Genoeg gezien. We gaan op zoek naar een plekje om koffie te drinken. Mijn bloedsuiker is wat onvoorspelbaar, misschien door de warmte? Sneller moe en beetje gammel. We rijden op goed geluk ergens een parkeerplek op waar een bordje Ka-pie (verKoreaanst, Engels woord voor Coffee) hangt.

Het is een ontzettend leuk café, met heerlijke koffie en nog lekkerder gebak. Er staan overal planten, er hangt kunst, kortom een toevalstreffer. Zeker een tweede bezoek waard. De eigenaar vertelt dat hij uit Busan komt, de stad waar wij acht jaar woonden, in een ver verleden. Dat schept een band. De chocolade taart is verrukkelijk. Het gebak in Korea is 1000% beter dan in de jaren tachtig. De eigenaresse laat ons heel enthousiast alle kunst zien die aan de muur hangt. Het ene schilderij beter dan het andere.

Park en dumplings

We besluiten nog wat rond te wandelen, want het restaurant dat ik heb gevonden via Naver, de Koreaanse equivalent van Googlemaps (werkt hier niet voor autoroutes) gaat pas om vijf uur open. We hebben zin in dumplings, kleine loempia’s, zeg maar. We parkeren de auto er vast (goeie zet blijkt later) en verkennen het grote park ertegenover. Prachtig aangelegd, voor elk wat wils. Trim trajecten, wandelroutes, grote grasvelden om te spelen, veel gedenktekens (geen park hier zonder monumenten). Maar ook beeldende kunst. We zeggen tegen elkaar dat het zo fijn is om gezinnen te zien. Ouders met kinderen, die samen spelen. Of echtparen, stelletjes, hand in hand. Dat zag je niet in ‘onze’ tijd. Man en vrouw besteedden toen nog bijna exclusief hun vrije tijd gescheiden van elkaar door. Nu zie je trotse vaders met hun kroost, echtparen diep in gesprek met elkaar verwikkeld. Positieve verandering.

Eindelijk is het tijd om te eten. We hebben er zin in. Als we aankomen bij het restaurant is het een gekkenhuis. Auto’s die wachten in een rij om te kunnen parkeren. Wij hebben blijkbaar iets niet goed gedaan want de eigenaar moppert dat we een telefoonnummer achter hadden moeten laten. Onze auto steekt wel een meter te ver uit…we snappen er niks van maar verzetten braaf de auto. Binnen is het barstensvol, maar er is voor ons een tafel gereserveerd. Verrassing. We willen gebakken loempia’s bestellen, maar die zijn er niet gebaart de vrouw die ons bedient. Iedereen krijgt hetzelfde. Goed. Ook prima. We zullen wel zien. Na nog geen drie minuten komt er een pan met rijke inhoud. Pittige soep met daarin paddenstoelen, koolblaadjes, met hele dunne plakjes vlees ertussen, tauge. Het ziet er heel kunstig uit! De pan wordt op de elektrische kookplaat gezet.

En nu? De vrouw die het bracht legt uit:
‘De soep moet eerst koken. En dan eet je eerst de paddenstoelen, dan de andere groentes en dan pas de dumplings’. Dat zijn die balletjes.
Er staat ook een schaaltje met verse noodles en extra dumplings op tafel. Echtgenoot heeft honger en wijst verlangend naar de noodles. En die?
‘Nee, die eet je het allerlaatst.’ When in Rome…

Het was heerlijk. Igo jip blijkt razend populair te zijn. Onze tweede toevalstreffer vandaag

Wat we aten in Igo zip (Mandu House)

.

Tijdmachine

Ik heb altijd al eens in een tijdmachine willen zitten. Als ik erover las als kind, of op tv een programma zag, leek me dat fantastisch om mee te maken! Je stapt in zo’n kastje en opeens werd je meegevoerd naar de middeleeuwen of het Romeinse rijk. Want ik wilde ik het liefst naar het verleden.
Nu we hier in Korea zijn,voelt het af en toe alsof ik via zo’n apparaat veertig jaar niet naar het verleden, maar de toekomst in geslingerd ben. Van de tachtiger jaren in de vorige eeuw naar nu.

Jaren tachtig


Wij woonden toen in een Korea dat nog een ontwikkelingsland was. Er werd keihard gewerkt aan vooruitgang, economisch en anderszins. Maar er heerste armoede en de ontwikkeling van het gewone dagelijkse leven lag op het niveau van een Nederland van pakweg de jaren vijftig. We brandden kolen voor verwarming, heet water om te douchen was er niet. Op de kolenkachels stonden immer grote ketels met water te stomen. Voor de was of als drinkwater, want kraanwater kon je niet drinken.  Voor de afwas kookte je een keteltje water extra. Wasmachines waren nauwelijks te krijgen en wat er was, was flut. (Onze hulp vond het maar niets en waste trouw alles met de hand.) We kookten op butagas; zaten in de winter, als het maar even vroor, vaak zonder water door kapotte leidingen en in de zomer was het bloedheet in huis. Oh, en auto’s waren er echt alleen voor de rijken. Alles deed je met de bus of een taxi.

2025

En nu? Korea is in veel opzichten Nederland voorbij gestreefd. Niet altijd ten goede. Het energieverbruik is hoog doordat bijna overal airco is; de luchtvervuiling is ernstig door de vele auto’s; fietsen doet men niet omdat de wegen er niet op ingericht zijn, en omdat het niet lekker fietst met de steile wegen. Het openbaar vervoer is erg goed. Overal rijden bussen en sneltreinen gaan door het hele land, en het is zeer betaalbaar. Dat laatste was al zo in de jaren tachtig, maar is onveranderd gebleven, ondanks de toename van het autobezit. En op het gebied van de digitale snelweg is het hier een walhalla. Voor buitenlanders soms niet, maar goed, dat komt wel. Bijna alles is gedigitaliseerd op de stations en in de winkels.

Een halve eeuw

Wij woonden hier dus in een armere periode en in onze herinnering is dat nog steeds Korea. We zoeken naar ons vertrouwde spullen en we gebruiken taal die in onze tijd normaal was. Maar de spullen zijn vervangen door moderne elektronica, sommige woorden die wij gebruikten, hebben een andere lading gekregen en zijn niet langer beleefd of in gebruik. Pas dan dringt het echt door dat we hier al bijna een halve eeuw geleden weggingen. Geen wonder dat de taal veranderd is! Vergelijk het met woorden als ‘mieters’ of ‘kek’. Wie gebruikt die woorden nog in Nederland?
In de jaren tachtig kon je in Korea alles laten repareren, tot en met je paraplu. Een scheur in een rubberen vat werd gewoon genaaid met touw. Ik vermoed dat men hier nu vreemd zou kijken als ik er naar zou vragen. Ik weet het niet eens zeker trouwens, want recycling is hier een Olympische Sport welhaast.

Onze vrienden zeggen vaak dat wij het hier zo moeilijk hadden. Alsof ons leven hier een lijdensweg was. Echt niet. Voor ons was het gewoon. Af en toe lastig, vooral omdat we in Nederland de CV kenden, met een druk op de knop was er warmte. Maar toen in Korea je huis warm houden kostte veel inspanning. Kolen slepen en zo. ’s Nachts het gevaarte temperen, anders moest je ’s ochtends vroeg opnieuw beginnen en een half uur op je knieën met een krant voor het luchtgat wapperen, om het kreng weer aan de gang te krijgen.
Maar die kolenkachel als warmtebron had ook iets gezelligs. en het suizen van de ketel erop gaf een vreedzame sfeer. En wat was je blij als er na 2 dagen geen water in de winter, het opeens weer uit de kranen stroomde. Of als de lampen weer aangingen na een elektriciteits uitval. Kleine blijdschappen die we als moderne mensen moeten missen. Hoewel, met al die cyber- aanvallen tegenwoordig.

Wat cultuur, onverwachte ontmoetingen en regen

Het is tijd om een cultureel uitstapje te maken. We zijn er iedere dag wel op uit geweest, maar meestal in verband met boodschappen, kerk en meer noodzakelijke inkopen zoals een pyjamabroek met lange pijpen omdat het veel regent en nog zo koud is ’s nachts. Ik verdring de naam van de winkel waar ik die kocht. Een zaak die ik in Nederland oversla vanwege de slechte reputatie op het gebied van arbeider uitbuiting en fast fashion. Maar ja, ik kon zo gauw niets anders vinden en ik had het echt nodig. Wees niet al te rechtvaardig, staat er al in de bijbel.

We ontdekten als bij toeval (verkeerde afslag) het ‘echte’ centrum van Cheonan. Moderner dan de wijken waar wij tot nu toe waren. Maar de hele stad maakt toch een wat verwaarloosde indruk. Het wordt wel steeds meer een voorstad van Seoel, waar huisvesting net als in Nederland, onbetaalbaar aan het worden is. Dat zal ongetwijfeld modernisering met zich meebrengen.

Cultuur om de hoek

Tijd voor een cultureel gebeuren. Daar hoefden we niet ver voor te rijden. Bijna om de hoek bij ons staat het Nationale Monument van Korea, de Independent Hall. Een uitgestrekt complex met grote gebouwen, prachtige landschapsparken en indrukwekkende monumenten, alles in het licht en ter ere van de geschiedenis en onafhankelijkheidstrijd van de Republiek Korea. Indrukwekkend.

In de eerste tentoonstellingsruimte krijgen we een mooi overzicht te zien van de lange geschiedenis van het Koreaanse volk. Koreanen zijn trots op hun land. Dat merk je aan de afmetingen van de gedenkmonumenten, de taal en de vlaggen! Vaak kom je bij de installaties de zinsnede tegen dat iets het hoogste, grootste, oudste enzovoort is. We raken bij het kijken weer onder de indruk van de inventiviteit van het Koreaanse volk. Lang en vaak onderdrukt, maar toch stand gehouden en hoe.

Boekdrukkunst uitgevonden in 1450 door Gutenberg? In Korea bestond de boekdrukkunst al in de 14e eeuw. In 2021 werd een archeologische vondst ten toon gesteld in het Nationaal Museum in Seoul. Een pot met metalen drukletters, gebruikt voor boekenprint. En nog wel van het unieke Koreaanse alfabet. Dat alfabet werd samengesteld in opdracht van een van de koningen om iedereen (vrouwen en gewone mensen die geen Chinese karakters leerden) in staat te stellen te kunnen lezen. De vondst was uniek.

Het oudst bewaard gebleven boek dat met losse metalen typen werd gedrukt, is een Koreaans boeddhistisch boek uit 1377.

De houten blokprint gaat nog veel verder terug. In een tempel in het zuidoosten zijn tienduizenden houten drukplaten uit het midden van de 13e eeuw bewaard gebleven waarop Heilige Boeken van het Boeddhisme staan en andere belangrijke regeringsdocumenten. De platen zijn te zien nog steeds te gebruiken!

Het is maar een voorbeeld van hoe ingenieus men is hier. In het museum zagen we bijvoorbeeld een replica van de in Korea befaamde schildpadboot van een generaal uit de 15e eeuw.

We zijn na de eerste expositie behoorlijk verzadigd. Aan de volgende zes (!) tentoonstellingsruimten komen we vandaag niet meer toe. Toegang tot het hele complex is gratis dus we komen zeker terug. We wandelen rond en bewonderen de uitbundig bloeiende azalea’s, snuiven de zoete geur op van de blauwe regen. De parasoldennen, in al hun grillige vormen, staan door het hele park verspreidt. Ik vind ze prachtig. Ze geven het park een echt Oosterse sfeer.

Ontmoeting

We drinken ergens op het terrein nog een slappe bak koffie met een lokale lekkernij, Hodoe Kwaza. Een bolletje dunne cake gevuld met walnootpuree en in het midden een knapperige walnoot. Lekker! Na in de karpervijver de enorme vissen bekeken te hebben (ze worden de hele dag gevoederd…) keren we huiswaarts. Maar net voor we bij de uitgang zijn horen we onze naam roepen: Batteau! Verbaasd kijken we om en ja hoor, daar staat een (gepensioneerde) docent, met zijn vrouw, van de theologische opleiding waar echtgenoot ooit les gaf. Een hartelijk weerzien. De zondag daarop gaan we met hen mee naar de kerk. Een minikerkje. De dominee met zijn vrouw en vier kinderen en nog een man of acht meer. Opmerkelijk. Maar we worden er allervriendelijkst ontvangen, eten er de lunch mee en zijn weer een ervaring rijker.

Eerste trip naar Emart: obstakels onderweg

Het is de eerste dag dat we er gedurende ons tijdelijke verblijf hier in Cheonan Zuid-Korea op uit gaan. We zijn uitgerust van de lange reis en hebben boodschappen nodig. We vonden een grotere supermarkt via Google dus we vertrekken die richting uit.

De auto via onze Home-Exchange start zonder problemen, ondanks een maand stilstand. De navigatie zetten we van het Koreaans naar het Engels kunnen verzetten, en we weten waar we naar toe willen. Een grote supermarkt, de Emart, ongeveer 20 minuten rijden, richting het centrum. Helaas is er niets dichterbij zoals er in Holland in iedere wijk een redelijk grote super staat. Hier heb je buurtwinkeltjes, maar behalve veel snoep en pakjes cake en wellicht wat melk kun je daar niet kopen. Waar wij nu verblijven is overigens geen stad als Seoel, maar meer een provinciestad. En dan staat ons huis aan de buitenkant, richting het platteland.

We gaan van start. Via een paar steile straatjes in onze buurt, met mooie, grote huizen en nog mooiere tuinen met overal bloeiende azalea’s, komen we op de snelweg. Na ongeveer tien minuten bedenken we, dat we de envelop met contant (Koreaans) geld thuis hebben laten liggen. En ik mijn portemonnee. Maar goed stellen we elkaar gerust, we hebben vier creditkaarten op zak, dus geen zorgen. Overal in Korea kun je met creditkaart betalen, heeft men ons verzekerd. Ook de tol op de snelwegen.

De tol

De eerste tolpoort nadert. Kosten W1500, omgerekend E 0, 90. We leggen de visacard in de hand die uit het raampje steekt, maar die komt even zo snel weer terug. “Andae!” (werkt niet).
Ok, tweede poging, geen succes. Geen van de vier kaarten wordt geaccepteerd. Nu verschijnt het gezicht van de dame bij wie de hand hoort. Ze ziet buitenlanders en meent onmiddellijk dat we haar beter verstaan als ze hard gaat schreeuwen.
‘Geld, geld’, gilt ze in het Koreaans. Of we geen pasje hebben?
Nee, dat hebben we niet.
Contant geld dan?
Beschaamd moeten we toegeven dat we ook dat niet op zak hebben.
Verdwaasd kijkt ze ons aan. Niet eens zo’n klein bedrag op zak, zie je haar denken, van welke planeet zijn die lui hier geland?
Ik roep in mijn beste Koreaans haar toe dat we gisteren pas zijn aangekomen! Misschien schenkt dat haar wat mededogen.
‘Dan ga je nog niet zonder geld de deur uit’, gilt ze. Terecht.
Mijn Koreaans is niet toereikend om uit te leggen dat iedereen had gezegd dat een creditkaart volstaan zou.

Achter ons vormt zich een rij auto’s die ongeduldig beginnen te toeteren. Het zweet begint zich op mijn rug te vormen, maar echtgenoot blijft rustig. Gefrustreerd duwt de dame ons een formulier in handen. Telefoonnummer! Dat moeten we eerst nog opzoeken want er zit net een Koreaanse simkaart in de telefoons.

Dan mogen we door.

De geldautomaat

Het eerste obstakel achter ons, haasten we ons naar de Emart. Het eerste wat we zullen doen daar is bij een geldautomaat een smak geld opnemen. Om de boodschappen te betalen (stel je voor dat hier onze pas ook niet werkt…) en de tol op de terugweg! Niet weer zo’n zenuwslopende ervaring!

Na enig zoeken vinden we een geldautomaat. Opluchting! Pasje erin, bedrag geld ingetoetst en tappen maar.
Hap. Slik, zegt de automaat. Weg pasje. Alle knoppen ingedrukt, een paar flinke bonzen op het apparaat, in het gleufje gegluurd of we iets zagen, maar tevergeefs. Pasje weg en geen flappen.

Een vriendelijke Koreaan die de automaat naast die van ons gebruikt biedt hulp aan. Hij spreekt gelukkig (en graag) Engels. Hij belt de storingsdienst voor ons. ‘We komen eraan!’, is de boodschap, maar het kan even duren. We babbelen de tijd vol. Het duurt meer dan een half uur voordat een monteur eindelijk de muil van de machine openbreekt. Hij tovert ons pasje tevoorschijn.
Onbeschrijfelijk geluk ervaren we, wanneer we vijf minuten later met een stapel KWonbiljetten de supermarkt instappen.

Het apparaat wordt opengebroken

Later bij de kassa werkt ons pasje wel.

Dit was het eerste ‘uitje’. Een hoop geleerd!
Altijd contant geld bij je hebben.

Korea april – augustus 2025 

I

Thuiskomen in een vreemd land

Zo gauw ik naar buiten loop vanuit de aankomsthal op de luchthaven in Incheon, Zuid-Korea, voel ik me weer thuis. Het geroezemoes van de mensen om me heen, hun begroetingen, het geschreeuw naar kinderen die weglopen, taxichauffeurs die klanten proberen te krijgen. De Koreaanse taal klinkt me nog steeds zo vertrouwd in de oren. Ik versta het meeste niet meer, maar af en toe een paar zinnen is al genoeg. 

Het begint te schemeren, ook al is het pas vijf uur in de middag. Korea ligt een stuk zuidelijker dan Nederland, daarom gaat de zon hier eerder onder in dit seizoen. Tegen acht uur is het aardedonker. 

In het licht van de naderende avond tekenen de contouren van de bergen in de verte mooi af. Verder zie je op deze plek alleen hypermoderne gebouwen en is er een kluwen aan druk bezette wegen. 

We worden opgehaald door een privé-taxi, voor ons een ongekende luxe. De vorige keer dat we hier waren hebben we ons een breuk gesjouwd toen we vanaf het vliegveld, met de bagage, de metro naar Seoul namen. Naar Seoul was goed te doen met het OV, maar de overstap daar naar het hotel was net te veel van het goede. We konden geen lift vinden en moesten dus onze koffers de trap op zeulen. Dat niet weer, hadden we elkaar beloofd. De taxi was nu gereserveerd door onze Koreaanse vriendin en zo stapten we na twaalf uur vliegen in de auto, om nog eens twee uur naar Cheonan te rijden. Daar wonen onze vrienden met wie we twee maanden van huis geruild hebben. Zij in ons huis en wij in het hunne. 

Rond half negen arriveren we. Het huis is een vrijstaande villa, aan het einde van een doodstil straatje, pal aan de voet van een berg. De plaats voor de villa is letterlijk uit de berg gehakt. De huizenruil is niet helemaal gelijk wat betreft ruimte en comfort, ben ik bang. Dit huis is vrij nieuw, (het onze uit de jaren zeventig), van alle gemakken voorzien als airco, droger, en elektronica. Het is ook heel netjes en overzichtelijk ingericht. Begrippen die niet helemaal van toepassing zijn op ons huis. Maar goed, het grote voordeel is dat beide partijen kosteloos een verblijf hebben voor twee maanden. Inclusief gebruik van auto’s. 

Huizenruil is altijd even wennen. Dit huis stond al een maand leeg en dat voel je direct wanneer je binnenstapt. Het is zielloos. Huizen hebben voor mij een eigen geur, een eigen gevoel. Daarom voelt het in het begin alsof je vadertje en moedertje speelt met de spullen van een een ander. Het duurt even voor het eigen is.

Pas de volgende ochtend zien we hoe uitbundig en prachtig hier overal de azalea bloeit in alle kleuren wit, oranje en vooral fel roze!

Kafka is er niets bij

Op ons Internationaal Rijbewijs ligt geen zegen. Vorig jaar, tijdens onze reis in Zuid-Korea kwamen we er bij de Koreaanse Avis tot onze schrik achter, dat we in het bezit hoorden te zijn van een dergelijk rijbewijs, anders ging onze autohuur niet door, helaas. Daar stonden we. We meenden redelijk bereisd te zijn, maar nergens eerder was ons een auto geweigerd. Het gooide aardig wat roet in ons eten want geplande reisjes door het mooie en geliefde land gingen niet door.

Dit jaar, met een gepland verblijf van 3 maanden in hetzelfde land, zou ons dit niet meer overkomen. Op tijd dus, vandaag, vier weken voor vertrek, naar de ANWB getogen die deze broodnodige papieren mag verschaffen. Twee recente pasfoto’s mee en ons rijbewijs. We voelden ons heel georganiseerd en voorbereid. Straks weer een item van het lijstje.

Die van mij was zo klaar. Gegevens erop, mooie rode stempels (het lijkt Korea wel) en handtekening, klaar. Toen die van echtgenoot. Ik zag de ANWB dame wat turen naar zijn rijbewijs. Vervolgens zei ze “momentje, even een check doen”. We keken elkaar aan, huh, is er iets mis?

“Nou”, zei de vrouw. “het is vreemd maar u heeft helemaal geen rijbewijs voor een auto, alleen voor een scooter.”
“Wat???”
“Ik heb helemaal geen scooter”, stamelde echtgenoot ongelovig.
“Ja, of een brommer misschien?” opperde de vrouw enigszins beschaamd, omdat ze al besefte dat hier iets raars aan de hand was.
We bekeken met elkaar het roze pasje en warempel. Slechts een A vergunning, terwijl er op de mijne een A, een B en zelfs een C vergunning prijkten. De C betekent dat ik ook op een tractor mag rijden. Nieuw voor mij, maar altijd handig, toch?

We kwamen dus thuis met slechts 1 Internationaal Rijbewijs. Direct aan de telefoon met de gemeente. Wat is hier mis gegaan? Die wisten het antwoord. Boven de 75 jaar is er een gezondheidsverklaring nodig en die had meneer niet ingeleverd. “Maar, maar”, stamelde echtgenoot opnieuw, “ik heb daar helemaal geen bericht van gekregen!”
Als meneer in zijn digitale mijnoverheid box zou kijken stond daar vast wel die oproep. waarschijnlijk heeft meneer die over het hoofd gezien. (Hoorde ik daar een belerend toontje? Meneer is 79 en weet het allemaal niet meer zo goed?). Maar we konden het laten checken bij het CBR.

Redelijk gefrustreerd inmiddels het CBR gebeld. Of zij hem die oproep gestuurd hadden? Check, check…nee hoor, die was niet aan hem verstuurd. Waarom niet? Check, check…”oh, ik zie het al, dat is natuurlijk omdat meneer een bromfiets rijbewijs heeft en daar is geen gezondheidsverklaring voor nodig!”

Weleens van een beter voorbeeld van een Kafkaiaanse situatie gehoord? Je krijgt bij verlenging een verkeerd rijbewijs. Rijdt al een jaar auto met alleen een scooterrijbewijs. Dat is blijkbaar zo afgegeven omdat er niet de benodigde gezondheidsverklaring was. Je krijgt geen oproep daarvoor omdat het CBR denkt dat je die niet nodig hebt omdat je een scooterrijbewijs hebt. De wurgende cirkel van de bureaucratie is weer helemaal rond.

Het gaat allemaal nog wel even duren. En voor ons vertrek zal het wel niet meer lukken met dat vermaledijde internationale rijbewijs. Ik zal eraan moeten geloven in Azie, Margreet achter het stuur.

“Met uw man op de scooter er achter aan”, grapte de ANWB dame nog. Daar kon ik wel weer smakelijk om lachen. Maar je moet er toch niet aan denken dat er iets gebeurd zou zijn terwijl je in de auto zit? Je wordt gestopt door de politie, en je moet je rijbewijs laten zien… Je ziet die agent kijken. Geduldig, gezien de leeftijd van de bestuurder, maar toch streng: “Meneer, beseft u wel dat u niet op een scooter zit, maar achter het stuur van een auto?”

Lentekriebels, ik krijg er de kriebels van…

Minder animo voor Week van de Lentekriebels, ook Paarse Vrijdag onder druk https://www.trouw.nl/binnenland/minder-animo-voor-week-van-de-lentekriebels-ook-paarse-vrijdag-onder-druk~bcb09750/

De voorstanders van de Week van de Lentekriebels zijn zich slecht bewust van de grens tussen het zorgen voor veiligheid en respect voor iedereen in de samenleving en aan de andere kant het bevorderen van een bepaalde levensstijl.

Achter iedere keuze voor een levensstijl zit een levensbeschouwing. Die is niet neutraal, zoals de organisatoren menen.

Wie niet gelooft in een Schepper neemt zichzelf als norm voor goed of fout. Of wat de gangbare mening is in de maatschappij. Dat is een keuze. In een democratie mag dat. Dan kun je met elkaar in gesprek over in hoeverre die mening stand kan houden. Kijk naar de VS. Een meerderheid stemt voor Trump. Dus? We volgen die meerderheid? Of beoordeel je de standpunten van de meerderheid op diepere waarden?

Wie in een Schepper gelooft neemt als norm de levensregels van de Ontwerper, omdat je ervan overtuigd bent dat mens en maatschappij zo het beste tot hun recht komen. Ook bij die groep zijn onderlinge verschillen. Die bespreek je vanuit de normen en waarden die het geloof meegeeft. Word je het eens of niet.

Maar niemand is neutraal. Iedereen heeft het recht om bepaalde opvattingen te bekritiseren vanuit diepere waarden. De ene waarde mag in een vrije samenleving niet worden opgedrongen ten koste van een andere.

Wanneer er op scholen niet alleen over veiligheid en respect (terecht en nodig!) wordt les gegeven, maar daarnaast een bepaalde levensstijl wordt onderwezen als normaal en acceptabel die strijdt met de levensovertuiging van ouders, hebben die alle recht daartegen te protesteren. Dat is niet ‘zorgelijk’, dat is leven in een vrije samenleving waarin men niet gedicteerd wordt wat te geloven en doen, op straffe van canceling.8

Cheers to the ones that we lost

Voor Egbert. In memoriam

   Vandaag wordt een goede vriend van ons begraven. Onze vriendschap gaat terug naar de jaren negentig. Voor ons bewogen jaren. Terugkeer in Nederland na bijna negen jaar in het Verre Oosten. Voor het eerst een gemeente. Voor het eerst alles zelf doen in ons gezin van zes, zonder de steun van onze adjoemoni, de hulp die als een gezinslid was. Echtgenoot veel op pad als predikant, op tijdstippen dat de kinderen thuis waren of juist overal heen moesten voor sport en muziek.

   Daarnaast de nabijheid van familie die veel zorg nodig had. Mijn zus Loes die psychisch ziek was, mijn zwager, man van een andere zus, zwaar ziek met kanker. En mijn moeder, nog niet zo lang weduwe. Zij kwam vaak en ik had van haar ook steun. Maar haar grootste zorg ging uit naar Loes. Haar oudste dochter en omdat het slecht met haar ging, was mijn moeder vaak verdrietig.

   In die jaren was het huis, om de hoek, van onze vrienden Jetty en Egbert een plek waar ik me even verzorgd voelde. Altijd gastvrij en hartelijk binnen gehaald, met een dikke knuffel van Egbert, kon ik even neerploffen op de bank. Boeken snuffelen die overal in stapeltjes lagen. Een babbel hebben onder het genot van een glaasje sherry (dat dronk ik nog in die tijd..). Er was altijd tijd en aandacht, beide zaken waar ik naar snakte.

Egbert in zijn element

  Toen Loes een einde aan haar leven maakte volgden er donkere dagen en maanden. Ongezien, maar voelbaar was er de steun van vrienden, waaronder ook Egbert,  onze buurman om de hoek.

  Egbert wordt vandaag begraven. Ik kan er niet bij zijn omdat ik de griep heb. Op deze manier, door over hem te schrijven, ben ik er toch een beetje bij. Mijn herinneringen aan Egbert (en Jetty!) blijven voor altijd verbonden met die aan mijn zus Loes. Op een troostende, warme manier. In donkere dagen is er het licht van de liefde en nabijheid van vrienden.

Mijn oudste zus Loes 1947-1992

  Dank je wel Egbert. Rust zacht in Gods armen. Tot ziens in Jeruzalem.

” Cheers to the ones that we lost, toast to the ones that we lost,  cause the drinks bring back all the memories, and the memories bring back memories bring back you!”

Alawieten die Syrië recent zijn ontvlucht vertellen de meest gruwelijke verhalen

Aldus het laatste nieuwsbericht van de NOS.  https://nos.nl/l/2558839

Wie zijn alawieten?

   Ik had 2 jaar geleden nog nooit gehoord over deze stroming in de Islam. Het is een afsplitsing van de shi’itische islam en wordt door shi’iten als ketters beschouwd. Shi’itische moslims worden weer door Soenni moslims als afvallig beschouwd en dat is wederzijds. De conflicten komen voort uit o.a. verschillende opvattingen over wie rechtens de  opvolger van de profeet Mohammed genoemd mag worden. In de wereld zorgt die tweedeling voor grote spanningen. Kijk maar naar Iran en Irak bijvoorbeeld op het kaartje.

   De Syrische statushouder die wij via #takecarebnb een tijd als gast in huis mochten hebben, was Alawiet (Inmiddels is hij agnost. Zeker geen moslim), zoals de meeste inwoners van het district Latakia, in het Noordwesten van Syrië, dichtbij Turkije. Ook de voormalige dictator Assad was Alawiet. Zijn familie en regime-genoten woonden veelal in Latakia en omgeving. Alawieten dragen geen hoofddoek, hebben hun eigen rituelen en houden geen ramadan, maar vasten op andere tijden. Het is een vorm van verlichte Islam.

Alle alawieten verdacht

  Iedereen die uit het district Latakia komt is nu per definitie verdacht. De ondrukkers vader en zoon Assad woonden er, hun aanhangers woonden er in meerderheid en dus moet iedereen daar nu weg. Dood of levend. Ook christenen die er wonen worden aangevallen. Alle naar verluid duizend doden zijn burgers. Wat begon als een onderlinge strijd tussen milities werd een vergeldingsactie tegen de alawietische minderheid.

   Vanaf het begin van de overname door de nieuwe groepering HTS, zei onze Syrische vriend dat dit slecht nieuws was voor minderheden in Syrië, vanouds beschermd onder Assad. De nieuwe regering bestaat uit voormalige Al Quaida leden. In het openbaar zegt de leider Al-Sharaa  het geweld te hebben afgezworen en dat minderheden een plek moeten hebben in het land. Hoe zijn regering met deze geweldsuitbarsting om zal gaan zal uitwijzen of dit loze woorden zijn of niet.  Van ex-moslims hoor ik wel dit soort uitspraken, waaruit het grote wantrouwen blijkt:

Nog liever machtsovername door Israël waar een westers rechtssysteem heerst, dan een islamitisch regime

  

Overzichtskaartje van Syrië

Laat er vrede komen

   Ik bid voor alle Syriërs, alawiet, soenni of shi’it moslim, christen, joods, druzen, agnost of wie dan ook. Dat er alsjeblieft een blijvende, duurzame vrede mag komen. Vele Syriërs, Iraniërs, Irakezen en Afghanen verlangen naar verzoening en vergeving en komen in ons land tot geloof in Jezus. Ze zijn zo moe van de haat en het geweld in hun land. Is het christendom dan zoveel beter? In de basis geloof ik dat zeker. Die basis is de persoon Jezus Zelf. De kern van Zijn boodschap is liefde. Voor God en de naaste.  Niet een ideologie van overheersing en uitsluiting, niet een opdracht om alle volken te onderwerpen, goedschiks of kwaadschiks. Maar een opdracht om je te verzoenen met God, lief te hebben als Hij, licht te zijn, te helen en vredestichters te zijn. Lukt dat altijd? Nee, want christenen zijn slechte vertegenwoordigers van Jezus. Maar het kwaad dat zij hebben aangericht is niets vergeleken met het lijden en de dood van vele miljoenen onder niet-christelijke overheersingen. En de vruchten in de vorm van zorg, onderwijs, en het streven naar algemeen welzijn van mens en dier zijn nog altijd tastbaar in het westen. Nog wel.

Naschrift

   Een goeie vriendin wees op het vreselijke kwaad van en de grote schuld die de kerk heeft bijvoorbeeld t.a.v. misbruik van kinderen. En dat dat toch niet te onderschatten valt. Ik geef dat onmiddellijk toe! Daarom zei ik ook dat christenen slechte vertegenwoordigers zijn van Jezus.

   Het kwaad schuilt in ons allemaal! En dat betekent dus altijd alert zijn geblazen. Maar wanneer je een stap achteruit zet en kijkt naar wat niet-christelijke beschavingen of regimes als dat van Hitler, Stalin, Mao, of de Romeinse keizers voor mijn part ervan gebakken hebben, dan zie je dat het daar vele malen erger was.  De gruwelijkheden (de Romeinen gooiden pasgeboren babies op straat als de vader het niet wilde), onderdrukking, ontmenselijking, met als resultaat tientallen miljoenen doden! Het boek ‘Dominion’ van de Britse historicus Tom Holland laat dat op indrukwekkende wijze zien.

   Objectief gezien heeft het christendom meer goeds gebracht dan die andere ideologieën. De tien geboden hebben de Westerse maatschappij een diep besef van goed en kwaad en morele verantwoordelijkheid meegegeven. En de bergrede van Jezus: Hebt uw vijanden lief…zegen wie u vervolgen.   

    Het is niet omdat wij persoonlijk beter zijn. Het gaat erom op Wiens leer een maatschappij zich baseert. Leven volgens de instructies van de Schepper geeft betere resultaten dan wanneer je je eigen theorieën bedenkt. Zoiets bedoel ik. Tom Holland kwam erachter tijdens zijn research voor het boek, tot zijn grote verbazing. Hij was niet gelovig en gefascineerd door de Romeinen. Gaandeweg begon hij te zien dat zij zeer wreed en gewetenloos waren en dat het vroege christendom onnoemelijk veel goeds bracht. De gelovigen raapten de baby’s van de straat. Verzorgden zieken en stervenden. Gaven armen voedsel en onderdak. Ik zie de prille contouren van een sociaal stelsel.

Misschien moet ik maar een aparte blog over het boek van Tom Holland schrijven.

Een dikke pil maar goed leesbaar!