Weblog van Margreet, (zo mogelijk) positief commentaar op het dagelijkse leven.
Auteur: Margreet
Ik vind het heerlijk om te peinzen over de dingen van alledag, de grote en de kleine. Mijn interesses? Lezen, gesprekken met vrienden en kinderen, koken, tweedehands spulletjes zoeken, films kijken, tuinieren, tegenwoordig vooral inheems en biologisch. Verder mijn kleinkinderen, die niet meer zo klein zijn, mijn Nederlandse, Amerikaanse en Franse familie, kortom te veel om op te noemen. Het volle, rijke, soms moeilijke leven met zijn ups en downs, daarover schrijf ik, met plezier.
Thuis is een begrip dat verandert naarmate je langer ergens bent wat niet je thuis is. Weg zijn wordt thuis en weer thuiskomen, vreemd. Dat duurt maar even natuurlijk maar het is een tussenfase die je niet zomaar kunt overslaan. Het is het aloude verhaal van de Amerikaanse Indiaan, die een pauze nam in zijn reis te paard, om te wachten op zijn ziel. Die deed er wat langer over.
Dit is mijn pauzefase. De koffers zijn uitgepakt, Ik weet weer waar de lichtknopjes in mijn huis zitten en hoe de TV werkt. Maar mijn bewustzijn, mijn ziel, is nog in Korea. Als ik aan buiten denk, voel ik eerst de zinderende hitte van Busan, voordat het doordringt dat het hier koel is. Ik kan gewoon buiten lopen zonder paraplu, factor 50 op mijn huid en pet op, al zoekend naar een eerste airconditioned cafe, winkel of museum.
Buiten hier is stil, met de geluiden van ganzen, meerkoeten en gierzwaluwen. Buiten hier is koele, frisse lucht, die ’s avonds kan binnenstromen door mijn open slaapkamerraam. Maar het vertrouwde zoemende geluid van de airco is weggevallen, en ik word wakker met het idee dat er iets niet klopt.
Ik ben gewend geraakt aan het gedrag van de mensen om me heen en het geluid van de Koreaanse taal. Muzikaal, expressief en af en toe verstaanbaar, waardoor het als achtergrond muziek werd. Goed voor HSP’ers die alles horen. Klanken als muziek op straat zijn voor mijn brein minder vermoeiend dan taal die ik versta.
Ik ruik nog de geuren van het eten, doordringend aanwezig in de hele atmosfeer. Vooral in Busan, grote stad aan zee, waar alles doordrenkt is van vis. Onze laatste B&B, in een appartement boven de vismarkt, lag bijna naast het vissershaventje. De ochtendvangst ging rechtstreeks naar die vismarkt. Grote, met plastic overdekte hallen waar vrouwen, vanuit eigen stalletjes, de verkoop deden. Allemaal met een roze rubberen schort, kaplaarzen en rubberen handschoenen aan. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat staan ze daar. Op een stenen grond, voortdurend nat gehouden, koeling door ontelbare airco’s langs de muur.
Zowel groothandel als particulieren kunnen de nog levende vissen en schaaldieren uitkiezen. Dat brengt een zeer uitgesproken geur met zich mee. Niet vies, maar wel aanwezig. Een zilte, zoute, koude zeegeur. Er rondlopen is niet plezierig, wanneer je een dierenliefhebber bent. De glazen bakken met water worden volgestouwd met inktvissen, soms meerdere in een netje. Abalone, mosselen, palingen, makreel, kokkels, en visachtige schepsels waarvan ik het bestaan niet kende, krioelen in te kleine, rubberen vaten.
Nu zijn het koeien die ik zie. Rustig grazend in het weelderige gras. Gevolg van de laatste regens hier, die we in Korea helemaal misten. Juli en augustus is de periode van het regenseizoen. Met hoosbuien en een hoog vochtigheidsgehalte. Dat laatste was er wel, soms to 90%, maar de regen, die de temperatuur wat doet dalen, ontbrak. Resultaat, hittegolf. Al weken.
Dertien uur vliegen bijna. Eindeloos lijkt het. De afstand tussen daar en thuis. Tussen daarthuis en hier. Korea is een land wat ik liefheb. Het achterlaten doet pijn. Weer aarden hier kost tijd. Een pelgrim, dat ben je wanneer eigenlijk ieder thuis een randje heimwee kent. Ik ben nog niet waar ik hoor. Dat helpt me ’to travel light’. Mijn echte Thuis is bij Jezus. Nu en straks. Met grazige weides, vrolijke zon, communicatie in alle talen, en vast heerlijk eten!
Nog twee dagen en de thuisreis begint. Na bijna drie maanden voelt het hier als (bijna) thuis. De taal begint weer wat makkelijker te stromen, mijn tong zit niet zo in de knoop als in het begin, en ik heb geen uur meer nodig om woorden te spellen voor ik ze lezen kan.
Aanvankelijk genoten we van een rustige periode in Cheonan, in het huis van de vrienden met wie we een house exchange deden. Zeven weken geven de luxe van volkomen ontspanning. Niet in je achterhoofd al in de tweede week de onbehagelijke gedachte van ‘niet teveel meer kopen, wánt we gaan bijna weg’. Mijn afwijking, maar ja, dat zit er nu eenmaal ingebakken. Vooruitdenken en -plannen. Met zeven weken in het vooruitzicht kon zelfs ik loslaten.
Na zeven weken verhuisden we naar het gasten-appartement van de Theologische School. Daar intensiveerde het sociale leven zich. We leerden veel mensen voor het eerst kennen, we hernieuwden oude vriendschappen en er werd veel gegeten met elkaar. Ik kan een dik fotoboek vullen met kiekjes van ons samen, met Koreaanse vrienden, aan het eten in allerlei restaurants.
De gastvrijheid van de Koreanen blijft ons verbazen. De vriendelijkheid, de tijd (en het geld) dat besteed wordt om het de gast naar de zin te maken, de aandacht voor detail, het is moeilijk in woorden uit te drukken hoe warm we onthaald worden. Gast zijn in Korea is het beste wat iemand kan overkomen.
De andere kant van de medaille is, dat veel voor je geregeld wordt en niet altijd zoals je het zelf had bedacht. Soms zit je al in een bus of taxi op weg naar weet- ik- waar, voor je een woord hebt kunnen inbrengen. We laten het meestal maar gebeuren. Het kost meer energie eigen plannen door te drukken dan ’to go with the Korean flow’. Vooral Koreaanse vrouwen zijn mega regelaars. De jongere zeer digitaal bekwaam. In een ogenblik hebben ze schema’s, roosters, restaurants, gedownload en naar je doorgestuurd. Ze denken mee en voor je. Op den duur zou dat misschien gaan wrijven, maar we lieten het nu maar lekker gebeuren. Als kenners van hun eigen stad en land weten ze vaak ook beter wat en waar en hoe.
De tijd sinds de rest van het gezin kwam is voorbij geschoten (‘gevlogen’ dekt de lading niet). Vanaf de 20e juli dendert de family train als een razende roeland langs oude en nieuwe plekken van herinnering. Nou ja, een family train van veertien personen kent ook z’n vertragingen en uitval momenten natuurlijk. Maar iedere dag is tot het gaatje gevuld met activiteiten, onderbroken met koffiepauzes, eetpauzes, en meestal een duik in zee bij Haeundae of elders. Sommigen hebben kennis gemaakt met de medische wereld in Korea. Acupunctuur voor de een, met een schouder die op slot zat. En een ambulance voor de ander met een acuut geval van voedselvergiftiging. Ook dat allemaal in die ene week.
Vandaag is de laatste gezamenlijke dag. We gaan een traditionele markt bezoeken, de Gukzae Market waar ik vroeger, in de jaren tachtig, mijn boodschappen haalde. Toen stond daar, tussen de kraampjes, de enige super(achtige)markt waar wat, op westerse lijkende, producten te koop waren. Zoals de vieze Gerber babyvoeding potjes.
We zijn allemaal verliefd op het land. Opnieuw of voor het eerst. Juli is niet de beste maand om er te zijn. De hitte en vooral de hoge vochtigheid, gemiddeld 70%, maken dat buiten zijn vermoeiend is. En niet lang vol te houden. De vele cafeetjes (nieuw fenomeen, de koffie cultuur) geven verkoeling tussendoor. Een museum, een wandeling in de schaduw van een cederbos, en vooral veel water maken het dragelijk.
Het verkeer is een nachtmerrie, vooral in Busan. Druk, plotseling wisselende rijbanen, getoeter en ongeduldige chauffeurs, het is zenuwslopend. Een familie verblijft op een plek (Yeongdo eiland) waar de wegen niet alleen horizontaal lopen maar min of meer verticaal, zo stijl. Iedere keer een uitdaging om daar te rijden. Vooral dat ene punt waar je omhoogrijdend opeens recht voor je niets meer ziet. De weg daalt daar 20% af, maar dat weet je de eerste keer niet. Je geeft gas in de hoop ergens uit te komen. Iedere keer weer een verrassing wanneer de weg er nog is.
Een volgende blog over wat we gedaan hebben in meer detail.
Meerderheid Tweede Kamer stemt na chaotisch verloop toch in met strengere asielwetten – https://nos.nl/l/2573574
Dat de SGP, sámen met andere ultra rechtse partijen, vóór deze wet heeft gestemd vervult mij met afgrijzen. Ik ben het op ethische terreinen vaak met hen eens en bewonder hun durf om daar consequent in te zijn. Uit een christelijke levensovertuiging vloeien nu eenmaal bepaalde keuzes voort. Net als uit een niet-christelijke.
Maar deze keuze? Illegalen strafbaar stellen? Zonder onderscheid? Gezinnen, kinderen, jong volwassenen, alleenstaande vrouwen? Wie geen papieren heeft, hup, de gevangenis in? Terwijl vaak met extra inzet van een advocaat, de ware reden voor een vlucht uit eigen land, alsnog bewezen wordt.
Vrouwen die een verkrachting verzwijgen uit schaamte, evenals mensen uit de lhbtq+ gemeenschap. Mannen, die uit angst voor repraisalles voor hun familie niet alles vertellen. En dit soort mensen, wanneer ze afgewezen worden, ga je nu strafbaar stellen? Als PVV en BBB willen inspelen op onderbuikgevoelens in de samenleving kan ik het volgen, hoe onappetijtelijk ik dat ook vind.
Maar dat een partij, die de bijbel als grondslag heeft, samen op wil gaan met dit soort partijen, omdat hun achterban anders ontevreden is, dat snap ik totaal niet! Durf een weg van barmhartigheid en recht te wijzen, ook als het je achterban wat kost. Het is niet okay dat bewoners van gereformeerde dorpen protesteren tegen een asielzoekerscentrum met woede in hun gezicht. Wat voor naam geef je daardoor de kerk? En de Naam van God. Heeft Jezus Zichzelf niet zonder enig eigenbelang opgeofferd voor ons?
Ja, er zijn de zg. Veilige Landers, die moeten op hoepelen. Die hangen rond om zoveel mogelijk voordeel te behalen, tot ze naar het volgende Europese land vertrekken om daar stennis te schoppen. Natuurlijk moeten die aangepakt. Hopla, in een verzamelcentrum en wegwezen. Als je hier alleen maar komt om anderen het leven zuur te maken. En om (schamele fietsen) te stelen van asielzoekers en dorpsgenoten.
Maar wat heeft dat te maken met die grote groep vluchtelingen die hier niet voor hun lol is? Die alles hebben moeten achterlaten? Die gaan we zonder wederhoor strafbaar stellen en terugsturen? De wet is de wet. Nog afgezien van het gedrochtelijke onderdeel, dat wie helpt ook strafbaar wordt. Mijn broek zakt af. Gaat een christelijke partij als de SGP dát steunen? Beter gezegd, steunt de SGP dat? Nee, zegt de SGP we hebben ‘bedongen’ dat dát onderdeel niet zal worden toegepast. Hoe naïef. Als Wilders straks zijn geliefde assistent Faber weer minister maakt, denkt de SGP dan echt, dat zij, of een andere PVV’er, zich daar iets van aan zal trekken? De wet is immers de wet?
Staat de bijbel niet vol met oproepen om goed te zijn voor vreemdelingen, met de herinnering aan het feit in de geschiedenis, dat het Joodse volk zélf ook in ballingschap leefde en dus begrip moet tonen? Heeft de SGP gesproken met mensen van Stichting Toevlucht? Met andere partijen en personen die met en voor mensen zonder geldige papieren werken? Die hen steunen, een veilige plek bieden. Die kijken of er een redelijk beroep op clementie mogelijk is. Die ook kijken en ondersteunen bij een eventuele terugkeer. Alles op humane wijze. Ik hoop dat de SGP de moeite zal nemen.
Is er een asielcrisis? Een tsunami aan vluchtelingen? Zoals de SGP zegt op de website:
Het loopt in Nederland al jaren storm met het aantal asielaanvragen. Met als gevolg: een asielsysteem dat compleet is vastgelopen en een land dat de asielinstroom op deze manier niet langer aankan. 200.000 asielzoekers passeerden in de afgelopen vijf jaar onze landsgrenzen om hier onderdak te vinden.
Kunnen we het echt niet meer behappen? Ja, dat laatste is waar. Maar dat komt niet door de hoeveelheid vluchtelingen. Dat komt door het stomme, visieloze beleid van de vorige regeringen die asielcentra sloot en medewerkers ontsloeg. Die ging bezuinigen op de IND, zodat er nu een tsunami aan nog niet verwerkte aanvragen ligt. Dáár ligt het probleem. Daarom zitten mensen, met helemaal niets te doen, soms meer dan 2 jaar te wachten op een eerste gesprek. Ja, dat doen ze voor hun lol, suggereert Diederik van Dijk in de bovengenoemde toespraak. Anderhalf, twee jaar op een kamertje met zes anderen, in een stapelbed, je de hele dag vermaken met een potje kaarten of biljarten. Dan ben je levend dood en zo ervaren asielzoekers het ook.
Ik bid dat de Raad van State de hele wet naar de prullenbak verwijst. Dat de IND naar behoren wordt uitgebreid. Dat er gewacht wordt met welke verandering ook, tot er weer genoeg opvang is. Dat we de Veilige Landers die alles verpesten voor de rest, op adequate wijze terug naar hun eigen landen kunnen sturen. Maar bovenal dat er vrede mag komen. Overal. Maar, zolang Jezus nog niet terugkeert, zullen we zorg voor elkaar moeten dragen. Want ieder mens verdient gezien te worden, wat diens omstandigheden ook zijn. Omdat ze geschapen zijn naar het beeld van God. En omdat dit stinkrijke westen maar eens moet leren een paar veren te laten om de rest van de wereld te helpen.
Dat is mijn diepste overtuiging.
En al moet ik de rest van mijn jaren naar de gevangenis, ik ga nu nog meer doen om mensen die zonder papieren moeten leven, te steunen.
Was Ruttte nou een vreselijke slijmbal of was hij (politiek standpunt daar gelaten!) een slimme gebruiker van culturele normen? Taal is cultuur, en cultuur is taal.
Ik las de verslagen in het nieuws over de ontmoeting van Rutte en Trump en over het befaamde bericht op X, waarin Rutte Trump alle eer geeft.
Mijn Nederlandse reactie was, ‘wanstaltig geslijm’. Ik moet er niets van hebben, zelfs al zou ik het eens zijn met de politieke strekking. Die laat ik nu even voor wat het is. Het gaat me vooral om de culturele impact van taalgebruik. Mijn Nederlandse kant houdt niet van ‘smeren’. Nou ja, soms een beetje dan. Als het niet anders kan, om iemand niet te kwetsen.
Even na het lezen van het nieuws en mijn instinctieve reactie van afkeer, moest ik zelf een berichtje schrijven. In het Nederlands, aan een Koreaanse. Ze had me een bosje bloemen gebracht. Ik zocht naar de juiste woorden in het Nederlands. Het was even zoeken. We spreken op dit moment drie talen, door elkaar heen. Engels, Koreaans en Nederlands. De laatste taal met professoren en hun echtgenotes die recent nog in Nederland woonden en studeerden. Hun Nederlands is opmerkelijk goed.
Nu mijn berichtje dus. Verder dan ‘Dank je wel voor de bloemen, erg lief van je’, kwam ik niet. Onze taal is niet erg bloemrijk (pun intended). We hebben de woorden wel, maar we zijn er erg zuinig mee. We willen niet overdreven overkomen. Doe maar gewoon. En daar zijn we trots op.
Maar, stel, ik zou dezelfde boodschap in het Engels moeten schrijven. Rechtstreeks vertaald uit het Nederlands krijg je dan ’thank you for the flowers, very kind of you’. Taalkundig correct. En genoeg toch voor een minibosje rozen? Maar komt die boodschap dan ook aan? Het klinkt in de Amerikaanse cultuur koel en afstandelijk. Op z’n minst moet je er ‘Thank you so much for the flowers!’ van maken. ‘So very thoughtful and kind of you’.
Minibosje oranje rozen als welkom
Nederlanders vinden dat wellicht overdreven. Onze cultuur is meer understated, bescheiden en direct. Maar toch niet beter daarom?
Nu nog de Koreaanse vertaling. Ik schrijf tegenwoordig eenvoudige berichtjes, maar ben nog niet zover dat ik alle beleefdheidsvormen in acht kan nemen. Wel weet ik dat de taal wemelt van de uitdrukkingen om waardering te tonen, die het Nederlands en ook het Engels ver voorbij streven. Bij het komen en gaan buigen we wel drie keer om de ander een vredig heengaan te wensen terwijl de anderen dan weer terugbuigen en ons een vredig thuisblijven wensen. Da’s even wat anders dan ons ‘Doei!’. Gastheer en -vrouw lopen niet alleen mee naar de voordeur, maar een stuk mee naar buiten, soms tot aan de auto aan toe. Soms wat vermoeiend, want daar begint het groeten opnieuw.
Dit vertel ik om aan te geven dat de Koreaanse cultuur zo mogelijk nog meer uitblinkt in lofprijzingen en waardering dan de Amerikaanse.
Okay, nu terug naar Rutte. Toen ik worstelde om ‘Thank you so much’ in een Nederlandse versie te vertalen en niet verder kwam dan ‘hartelijk bedankt’, kreeg ik opeens meer begrip voor Rutte. Hij koos voor een benadering van Trump die past in de Amerikaanse cultuur. (En natuurlijk bij de cultuur van een behaagzieke president). Het gebruik van superlatieven is in de VS volkomen normaal. Woorden als ‘Fantastic, wonderful, fabulous, great, super, awesome’, behoren tot de dagelijkse woordenschat en betekenen niet per definitie ‘geslijm’.
“You are flying into another big success in The Hague this evening. It was not easy but we’ve got them all signed onto 5 percent!” “Donald, you have driven us to a really, really important moment for America and Europe, and the world. You will achieve something NO American president in decades could get done,” Rutte wrote. “Europe is going to pay in a BIG way, as they should, and it will be your win. Safe travels and see you at His Majesty’s dinner!” Rutte to Trump on X
Was Rutte een slijmbal? Een goeie diplomaat? Was hij onwaarachtig? In Nederlandse ogen wel, krijg ik de indruk. Maar ik denk dat je dan teveel onze Nederlandse taalcultuur als maatstaf neemt. Ik geef toe, de Amerikaanse pers noemt Rutte ook ‘fawning’, maar dat is ingegeven door het feit dat ze een (begrijpelijke) hekel hebben aan Trump. Rutte wil een doel bereiken en gebruikt het beste gereedschap wat er is in dit geval. Lovende taal en nog een schepje erboven op, omdat hij weet dat Trump er gevoelig voor is.
Foto Financial Times
Hij heeft zich verdiept in hoe te communiceren met een Amerikaan, en vervolgens als die Amerikaan Trump is.
En dat deed Rutte goed, eerlijk is eerlijk. Of je het nu met zijn standpunt eens bent of niet.
Nogmaals, het gaat me vooral om het gebruik van taal als communicatie middel om het beste effect te bereiken. Niet of Rutte terecht als doel heeft om Europa tot de tanden toe te bewapenen. Persoonlijk geloof ik dat een deel van de 5% gebruikt moet worden voor diplomatieke- en vredesinitiatieven. De-escalatie in plaats van aanval op (potentiële) aanval. Dat wordt een andere blog.
(Deze blog eerder gepubliceerd, maar was verdwenen naar concept. Hier dus voor de tweede keer. Excuus aan wie hem al las!)
Wat is het?
Al vanaf mijn tienertijd ken ik de symptomen van dit kwelsyndroom. Een moeilijk te omschrijven sensatie die start in de benen, links of rechts. (En soms verder omhoog in de romp of armen). Het is geen pijn. Het is geen jeuk. Het is een onbedwingbare drang om te bewegen. Het is onmogelijk om te blijven zitten of liggen. Je moet opstaan, rondlopen om verlichting te ervaren. In mijn tienerjaren had ik die ervaring af en toe, vooral tijdens lange autoritten. Dan was het even stoppen, een loopje heen en weer, en we konden weer verder.
Zwangerschap
De eerste ernstige ervaring was tijdens de zwangerschap. Gek werd ik ervan. Lezen was er niet meer bij, voor mij een groot offer. Als ik maar bezig bleef met mijn handen kon ik nog periodes zitten. Ik heb heel wat afgehaakt en gebreid in die tijd. De vroedvrouw beloofde, zo gauw de baby er is ben je ervan af. En zowaar, de ernst nam af, maar helemaal weg was het niet.
Artsen in die tijd (jaren zeventig) namen het probleem totaal niet serieus. Medicijnen ertegen bestonden niet en de klacht werd afgedaan als iets psychisch, meer ontspanning zou helpen. Precies dus het laatste wat je kunt wanneer je een aanval hebt.
Medicijnen
Het eerste medicijn dat ik in de jaren negentig voorgeschreven kreeg, was Inhibin. Een soort kininepreparaat. Het werd ook gegeven aan mensen met spierkrampen. Ik mocht dat dan slikken ‘zo nodig’. Dat was lastig, want als een aanval eenmaal begon hielp dat pilletje ook niet meer. Mijn volgende medicijn was Clonazepam, onder de merknaam Rivotril. Het werd ook wel voorgeschreven om epilepsie te onderdrukken. (Dan in hogere doses). Het gaf tijdelijk enige verlichting, maar onvoldoende. Ik heb het nu over jaren en jaren van slecht slapen, omdat de RLS meestal optreedt tegen het einde van de middag en ’s nachts. Net als je de ontspanning voelt van de opkomende slaap, begint de rusteloosheid van je lijf. Hoe moe ook, je moet eruit. De zwangerschappen hadden de aandoening verergerd, dat was wel duidelijk.
Waarom schrijf ik dit?
De reden dat ik deze blog schrijf is niet om medelijden op te wekken of om te klagen. Het is eerder omdat er zo ontzettend weinig bekend is over de aandoening. Terwijl heel veel mensen er aan lijden. Ik ben nog een licht geval vergeleken met anderen die soms een hele cocktail aan medicatie slikken, tot methadon aan toe, om een enigszins acceptabel leven te lijden. Pas toen ik lid werd van de patiëntenvereniging realiseerde ik me hoe wijd verspreid de kwaal is. Terwijl mijn indruk was, dat ik meestal glazig werd aangekeken als ik er over vertelde. Toch is er weinig bekendheid, vooral ook onder huisartsen.
10 % van de bevolking lijdt aan een zekere mate van RLS. Dat zijn veel mensen! Meer dan mensen die aan MS lijden. Toch wordt er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorzaak en behandeling. Men heeft kunnen vaststellen in de laatste decennia, dat RLS een neurologische oorzaak heeft, te maken met de dopaminehuishouding in de hersenen. Tien jaar geleden kreeg ik medicatie die eindelijk goed hielp, Pramipexol. Een medicijn dat ook wordt voorgeschreven bij de ziekte van Parkinson. Omdat dit medicijn rechtstreeks werkt op de dopamine verwerking in de hersenen en mensen met RLS er zeer goed op reageerden kwam men tot de conclusie dat er een verband is met die stof. Maar hoe precies is nog niet duidelijk. Ook komt men er steeds meer achter dat het ijzergehalte bij RLS patiënten veel hoger moet zijn dan gemiddeld. En dan gaat het niet om bloedarmoede, maar om een laag ijzergehalte in de hersenen, ferritine genaamd. Ik wist dat de werking van de hersenen ontzettend gecompliceerd is, maar nu ik me verdiep in dit onderwerp moet ik regelmatig verzuchten dat ik er echt geen snars van begrijp. En mijn bewondering voor de Schepper van dit brein is eindeloos. Nu komt daar ook nog de vitamine D bij.
De definitie die de RLS patiëntenvereniging hanteert voor de aandoening was een bevestiging voor mij dat het hier niet over zomaar een kwaaltje gaat:
Het Restless Legs Syndroom is een neurologische slaap -en bewegingsstoornis. Een aandoening die zeer ingrijpend is voor zowel de patiënt als zijn of haar naasten. RLS kan zelfs invaliderende vormen aannemen en verdient dus serieus aandacht. Helaas heeft RLS ook voor de medische wereld nog de nodige geheimen. De aandoening is niet te voorkomen of te genezen, de symptomen zijn wel te bestrijden.
Voor het eerst sinds mijn tienerjaren sliep ik hele nachten door, kon ik reizen zonder de angst voor de ‘kriebelbenen’. De medicijnen worden nu niet meer voorgeschreven omdat er vervelende bijwerkingen zijn. Op den duur veroorzaakt het middel dat de kwaal erger wordt. Dat punt heb ik gelukkig nog niet bereikt.
Tips voor lotgenoten
Laat je niet afschepen bij de huisarts. Vraag om doorverwijzing naar een specialist die gespecialiseerd is in RLS.
Ik heb goeie ervaring met de Valeokliniek. Je kunt daar online afspraken maken. Wat niet vergoed wordt door de verzekering vergoeden zij.
Kijk op de website van Stichting Restless Legsvoor meer info. Beter nog: wordt lid!
Mijn zoon reed de Marmotte. Ik had nog nooit van de tour gehoord. Maar het is een tocht voor racefietsers, in de Franse Alpen. De race staat bekend vanwege de vele beklimmingen. Lukas is een fervent biker en ging de uitdaging aan. Zijn verslag van de tocht is meeslepend geschreven. Je voelt de hitte, de dorst, en de worsteling om door te gaan.
Ik publiceer het hier als een gastblog:
“Het is een geweldige uitdaging. Ik zou het iedereen afraden”. (Wijlen Martin Ross over de Ventoux)
Zo kun je hem volgen
Ochtend
Als ik ‘s ochtends wegfiets bij het hotel waarschuwt mijn Garmin (geavanceerde fietscomputer MB) dat ik niet volledig hersteld ben. Het kan de paar bergritten van de dagen ervoor zijn die we niet konden laten, of de onrustige en te korte slaap, hoe het ook zij, het stemt niet gerust. Toch voel ik me prima. Terwijl de zon langzaam achter de bergen omhoog kruipt, rol ik het dal in richting Bourg d’Oisan en voel me klaar voor wat komen gaat.
Mijn vertrekgolf is de blauwe en na wat geschuifel door Bourg zijn we eindelijk los. De euforie is van korte duur als ik bij de eerste rotonde een verdacht regelmatig gesis hoor wat overeenkomt met de rotatie van mijn achterwiel. Bij nadere inspectie ben ik op een spijker gereden die zich nu diep in mijn band nestelt. Terwijl ik de binnenband vervang, verdwijnt mijn blauwe golf in de verte, en mag ik iets later in mijn eentje mijn weg richting de Glandon vervolgen.
Op de Glandon vind ik de aansluiting weer. Het is druk om me heen. Een gewoel van iets snellere en iets langzamere wielrenners, sommigen rustig keuvelend, anderen diep in het rood verzonken, met alle bijbehorende geluiden van mens en fiets – iets aanlopende remmen, krakende assen, het gemaal, de koffiemolentjes, veel gehijg. Ik heb me voorgenomen om me op mijn hartslag te concentreren en die vooral laag te houden. Dat gaat zolang ik mijn benen nog soepel rond kan draaien, maar bij een graad of 8 en hoger neemt het rap af.
Lege Bidons
Bovenop de Glandon wordt de tijd stil gezet (neutralisatie) in verband met de gevaarlijke afdaling. Jammer voor mij, want als ik iets goed beheers dan is het wel dalen. Maar veiligheid voorop. Ik moet ook nog melden dat mijn bidons inmiddels leeg zijn en ik ervoor gekozen heb om op de sponsor 226ERS te vertrouwen. Gels lagen er niet, maar er is wel sportdrank en repen. Ik eet wat, vul mijn bidons en rijd door.
Bij de eerste slok van mijn bidon schrik ik mij een ongeluk. De sportdrank is verschrikkelijk zoet en smaakt naar citroenkaars met een afdronk van medicijnen. Ik krijg het amper doorgeslikt. Ondertussen ben ik al begonnen aan de afdaling, dus ik moet maar door.
De organisatie is duidelijk zeer bezorgd over de afdaling van de Glandon. Terecht. In de eerste de beste bocht staat een ambulance met veel mensen in de weer. Ik zie een fiets tegen de bergwand aan staan en een groot plas bloed op de weg. Ik ben gewaarschuwd. Er zitten echt gevaarlijke stukken in. Verraderlijke s-bochten die je niet ziet aankomen. Scherpe bochten met flinke hobbels ervoor waar je al je grip kwijt raakt. Gelukkig kom ik heelhuids beneden.
Tijdens de oversteek door de vallei naar Saint Michel de Maurienne is het aanpoten. In een lange sliert razen we over de snelweg naar de volgende beklimming. Er is een drinkpost onderaan de Telegraphe, waar ik gelukkig mijn mierzoete drank kan verdunnen. Hier hebben ze ook gels. Ik graai er een paar mee. Ook deze blijken wanstaltig smerig.
Overleven en stoempen
De Telegraphe is goed te doen. Ik weet er weinig meer van. Ik weet wel dat ik ergens aan het begin van de Galibier moe begin te worden. Kracht te verliezen. Het begint warm te worden. Mijn voeten beginnen pijn te doen, wat ik vaker heb als ze door hitte gaan uitzetten. Ik maak mijn schoenen wat losser, maar dat is vaak te laat. Ergens halverwege is een restaurantje en ik stap af en ga in de schaduw zitten. Ik heb het even niet meer. Het is heet. Mijn schoenen moeten uit. Ik maak de fout om naar boven te kijken en zie een sliert van wielrenners zigzaggend als mieren omhoog langs de flank van de berg kruipen. De berg reikt tot aan de hemel. Opeens besef ik dat dit helemaal niet meer gaat om een snelle tijd. Dit wordt overleven.
Ik ga door. Ik weet niet of het de warmte is, mijn nieuwe ranzige voeding, of mijn zere voeten, maar ik kan mijn normale waardes niet meer trappen. Mijn hartslag blijft te laag. Het is stoempen tegen de berg op en de berg houdt niet op. Het houdt gewoon niet op. Kom je eindelijk bovenaan de wereld, zie je om je heen alleen maar bergtoppen en sneeuw, dan ga je een bocht om en blijk je toch nog een paar kilometer verder omhoog te kunnen klimmen. Het is de zwaarste klim die ik ooit gedaan heb. Met name de laatste acht kilometer van rond de 9% zijn genadeloos. Er is geen moment om even bij te komen en je zit boven de 2000 meter ook met verminderde zuurstof. Ik hijs mezelf naar de top. Ik kan er niet echt van genieten. Het is koud. Ik eet wat, drink wat, probeer wat uit te rusten. Een meisje deelt lampjes uit voor de afdaling. Ik ga door.
In mijn hoofd zit er nog een berg tussen de Galibier en de Alpe d’Huez, de Lautaret. Als ik tijdens de afdaling langs het bordje “Col de Lautaret” suis kom ik tot de conclusie dat het een afdaling is, geen klim. Wat een opluchting. Alleen Alpe d’Huez nog dus! De afdaling blijkt een geweldige racebaan helemaal naar Bourg d’Oisan te zijn. Mijn hartslag blijkt van pure adrenaline weer helemaal omhoog te zijn gegaan. Ik krijg de ongevraagde hulp van een paar sterke Fransozen die snel kunnen dalen en op de vlakke stukken op kop rijden, waar ik schaamteloos van profiteer. Ik rijd op vleugels met nieuwe hoop naar de laatste klim.
Ga ik dit halen?
Onderaan Alpe d’Huez is een drankpost. Bemoedigd door de afdaling van net, weet ik wat ik moet doen. Ik vul mijn bidons, slik twee onmogelijk smerige caffeine gelletjes en een magnesium pil. 21 bochten nog. Gaan.
Binnen een paar bochten ben ik weer afgestapt en zit ik in de schaduw op een muurtje. Alle bravoure is weer weg. Ik ben niet de enige. Het is bloedheet. Mijn drank is toch weer te zoet, ik heb vreselijk dorst en kan het niet lessen. Volgens de man naast mij is er een drankpost vlakbij. Het is mijn enige redding. Eenmaal daar krijg ik een koude douche en kan ik mijn bidons verdunnen. Afkoelen blijkt de sleutel tot deze beklimming. Druipend van het water, met een bries uit de vallei, voel ik weer wat kracht terugkomen. Dat duurt een paar minuten, tot de hitte het weer overneemt en ik me naar de volgende drankpost moet slepen. Of een van de bergbeekjes die af en toe langs de weg klateren. De rest is een waas. Ik zie iemand flauw vallen. Anderen snellen toe en roepen om een dokter. Overal langs de kant staan mensen verdwaasd voor zich uit te staren. Gebroken mannen sjokken met de fiets in de hand naar boven. Op een paar kilometer van de finish passeer ik iemand die vreemd voorovergebogen over zijn fiets staat. Is het kramp? Hij maakt snikkende geluiden en ik geloof dat hij moet huilen. Ik zie het dorp in de verte. Het is nog zo ver weg. Ik tel de bochten, de oranje bocht! Meer water. Tuinslang, alles nat. En weer verder. Nog drie kilometer. Ik kan niet meer, maar ik weet dat ik het ga redden. Bij het dorp vlakt het zelfs wat af. Ik hoor de finish. Ik kan zelfs weer kracht zetten voor de laatste kilometer. Ik kan zelfs sprinten. Met mijn armen in de lucht kom ik over de finish. Binnen!
Met dank aan iedereen die aan me gedacht heeft. Jullie steun was de bries uit de vallei.
Mijn pet gaat af voor Wouter Baan, Eric van den Berg, Robert Muijsers en Lex Flex, dank voor de fijne gezelschap!
Ik moet, sinds ik in Korea ben ontzettend vaak plassen. Excuses voor dit begin maar het is de hoofdreden voor mijn bloedtest waarover ik ga vertellen.
Ik heb diabetes, maar die is redelijk goed onder controle. Als ik tenminste een beetje oplet met wat ik eet en genoeg beweeg. Dat laatste is wel een dingetje want ik ben van nature geen sporter. Ik heb weinig lol in allerlei fitness gedoe en na een paar weken hou ik er weer mee op. Lopen en in fe tuin werken is mijn beweging.
Maar goed. Terug naar de volle blaas. Sinds we hier in Korea zijn is ons dieet natuurlijk anders. We eten meer in eettentjes buiten de deur. Worden uitgenodigd door kennissen. Eten in de kerk. Enzovoort. Heerlijk eten, maar ik begon me zorgen te maken over de samenstelling ervan. Koreaans eten bevat meestal suiker als smaakmaker. Zout, zuur, pittig en een beetje zoet. En daarnaast de hagelwitte rijst, bron van (voor mij slechte) koolhydraten.
Veelvuldige bezoekjes aan de WC en het dieet, maakten dat ik vermoedde dat mijn ‘suiker’ van slag was. Dus, met vriendin Soona naar haar huisarts voor een bloedtest. Ik ging er helemaal van uit dat ik vanaf nu rijstloos en Koreaans etenloos door het leven zou moeten.
Bij de dokter. Links een apparaat waar je, zonder afspraak, je bloeddruk kunt meten.
Wie schetst mijn verbazing toen bleek dat alle waarden prima waren. Ik heb in Nederland nog nooit zo’n uitgebreide bloedtest gehad. Met uitgebreide toelichting van de arts, die vooral interesse toonde in mijn andere kwaal, R(estless) L(eg)S(yndrom). (Ik zal daar later meer over schrijven)
In de uitslag constateerde ze dat de bloedsomloop niet helemaal jofel was. Ze kon zien aan het bloed dat ik spataderen had gehad (operatief verwijderd) en legde een verband met het RLS gebeuren.
Maar de grootste verbazing was wel dat ik een ernstig tekort aan Vit D blijk te hebben. Huh? Nooit gehoord, nooit getest, nooit geweten. Ook daar legde de arts een verband met RLS. Of ik nog andere problemen of vragen had? Ik was de hoge plasfrequentie al vergeten en ging snel naar huis. Met een recept voor de pilletjes.
De doktersapotheek
Thuis natuurlijk onmiddellijk het internet ingedoken. En ja hoor, artikel na artikel van gerenommeerde medici in de VS, die een verband lijken te zien. Ik zal je alle technische uitleg besparen, die kan ik zelf ook niet volgen. Maar een van de woorden dat telkens terugkwam was ‘dopaminehuishouding’. Dat stofje wat o.a. helpt om vrolijk te zijn. Maar dat nog veel meer doet in je lijf. Het heeft invloed op je bewegingsapparaat. Dan denk ik natuurlijk aan mijn ‘wiebelbenen’ die ons RLS lijders zo kwellen kunnen. Oh, en heeft ook weer invloed op de vorming van een bepaald soort ijzer.
Nou ja, lang verhaal kort. Ik slik nu max dosis vit D. En aspirine en nog iets wat een gunstige werking op de vaten heeft.
Maar ik vraag me vooral af waarom in Nederland dit tekort aan D nooit is gevonden, terwijl het zo belangrijk is voor allerlei processen in ons lijf? En dat het verband tussen RLS en ijzer nog niet bekend lijkt te zijn. En waarom dit soort dingen niet getest worden? In de VS wel. En in Korea ook. Lopen wij nu achter of wat?
Als er medisch geschoolde mensen zijn die dit lezen zou ik hun commentaar erg op prijs stellen!
En het vaak moeten plassen? Het zal wel door de kimchie komen!
Het allerleerste nieuwe is eraf. De eerste 3, 4 weken zijn we echt op vakantie. Alles is nieuw, of opnieuw herkennen. We verbazen ons over de moderne ontwikkelingen in het land. De wegen, de gebouwen, de winkels, de top voorzieningen overal. Het enige vieze hurktoilet dat ik ben tegengekomen was bij een Chinees restaurant in een buitenwijk. Alle toiletten zijn verder schoon, voorzien van alarmknoppen, sommige zelfs met een bidetbril. Het blijft wennen wat je met het gebruikte toiletpapier moet. Sommige WC’s hebben bordjes met de mededeling dat het papier in het toilet mag. Weer anderen vragen nadrukkelijk om het papier in de afvalemmer naast het toilet te gooien. In verband met verstopping. De meeste toiletten hebben papier in het toilet zelf. Maar, er zijn ook toiletten waar je eerst papier pakt en dan naar het toilet gaat. Daar kom je dus te laat achter! En met je broek op je enkels nog naar buiten schuifelen is ook zo wat. Een gewaarschuwd mens telt dus voor twee. Na de aanvankelijke “kijk nou’s!”-ervaringen, blijft de bewondering, maar de verbazing is minder zo aanwezig. We voelen ons thuis. Vooral als we na weg geweest te zijn, onze eigen, rustige wijk inrijden. Ha, weer thuis.
Verbazing over alle leuke ervaringen in Cheonan (zie kaartje). Het is de stad waar we verblijven. Deze stad staat niet bekend om haar vele toeristische bezienswaardigheden. Het is een stad met veel hoogbouw en (automobiel)industrie. Bovendien functioneert het enigszins als overloopstad voor het onbetaalbare Seoul. Seoul ligt een uur ten noorden van Cheonan. Voor we hier kwamen was onze gedachte dat we het wel zouden zien. Gewoon rustig aan, wat meer schrijven en lezen en af en toe erop uit. En zo geschiede, met dit verschil dat we veel meer hebben gezien dan we dachten! Niet ver van ons vandaan bijvoorbeeld, ongeveer drie kwartier rijden, ligt Gongju. Een gebied met een oude geschiedenis. 1500 jaar geleden was dit de hoofdstad van het koninkrijk Baekje. Met veel overblijfselen, zoals een fort, de graftombes van een koning en koningin uit de 5e eeuw. Het museum dat de grafvondsten (in 1972 werden de tombes gevonden) toont is prachtig ingericht en er is veel te zien. In elk Nationaal Museum is trouwens ook een interactieve kinderafdeling. En ze zijn gratis! Verder is er in onze directe omgeving het Onafhankelijkheids Park, prachtig aangelegd, met veel bezienswaardigheden. Ook zijn er een aantal tempels, die we bezochten, en galerieën. Zo langzamerhand ontdekken we steeds meer.
We blijven onder de indruk van de vriendelijke behulpzaamheid van de Koreanen. Zo gauw je iemand aanspreekt om hulp zal hij/zij hun uiterste best doen om je te helpen. Ik probeer het vaak eerst in het Koreaans, maar de jongere generatie gaat vaak over op Engels. Ze hebben er duidelijk plezier in dat te spreken. Ook goed.
Mei is een fantastisch seizoen om Korea te bezoeken! De natuur komt tot bloei! Azalea’s zijn overal te zien. De pioenrozen en de rozen bloeien volop. Bloemen als coreopsis hebben zich overal verspreid en vormen zeeën van geel langs de wegen. De dagen zijn warm, maar de nachten verrukkelijk koel! Nu het half juni is merk je het verschil. De nachten blijven rond de 20 graden en overdag is het echt heet. Ik loop nu ook met een paraplu (parasol, ja) soms, net als veel Koreaanse vrouwen. Het scheelt echt. Dat wij hier vroeger zonder airco woonden kan ik me moeilijk nog voorstellen. We proberen die niet teveel te gebruiken, maar soms is het nodig om de kamertemperatuur weer onder de 27 graden te krijgen. In Nederland kennen we die hitte tegenwoordig ook natuurlijk. Maar hier geen schommeling in temperatuur. Eenmaal warm, blijft het warm.
Niet elke dag Koreaans meer eten. De eerste weken konden we geen genoeg krijgen van het Koreaanse eten. Dat heerlijk is, gezond en gevarieerd. Pittig, maar niet altijd. Toch kreeg ik na een tijd zin in een westerse maaltijd. Aardappel, broccoli en kip. Zo gepiept natuurlijk. Alles is hier te koop en van goeie kwaliteit. Het is niet spotgoedkoop, zoals ik al eerder schreef. Vooral het biologische groente en fruit is, net als in Nederland, aan de dure kant. Bepaalde dingen zijn haast niet te vinden of bizar duur. We zochten overal naar zwarte thee. ‘Gewone’ thee, zeg maar. We houden niet zo van kruidenthee of thee met smaakjes, of groene thee. Maar vergeet het, alles te kust en te keur, behalve zwarte thee. Wel gevonden, in een Chinese winkel. En later in een super, maar vraag niet wat we ervoor betaalden. Ook filterkoffie is erg duur. Ondanks het feit dat het met liters tegelijk wordt gedronken, overal. Ice coffee, Latte coffee, Cappucino coffee, ice of hot en ga zo maar door.
Ik mis mijn tuin Ons tijdelijke huis hier heeft een grote voortuin. Toch mis ik het geteutel in mijn eigen tuin in IJsselstein. Met mijn handen in de aarde, zaaien, verplanten, naar een kwekerij gaan. Het is echt een hobby waar ik veel tijd mee doorbreng. De tuin hier is eenvoudig. Een border met vaste planten, grasveld en wat bomen. Keurig. Weinig in te doen, behalve wat onkruid weghalen…
De hitte went Ik zag het meeste op tegen de hitte. Maar ik merk dat door de geleidelijke stijging van de temperatuur het toch went. Nu begint de vochtigheid toe te nemen, dus dat is afwachten. Warmte en regen is niet zo’n lekkere combi. Bijzonder hoe Koreanen over het algemeen, in mijn ogen, warme kleding dragen. Lange mouwen, ook als het heet is, spijkerbroeken, eigenlijk altijd huid-bedekkende kledij. Bruin worden is hier absoluut geen schoonheidsideaal, integendeel. Hoe witter de huid, hoe mooier. Bloot is ook cultureel niet helemaal passend. Korte broeken zie je nauwelijks, meest gedragen door jonge vrouwen, maar toch, een uitzondering. Shirts met spaghetti bandjes eveneens. Nu het warmer wordt zie je wel steeds meer natuurlijke materialen als linnen en zo.
De taal valt tegen. Hoewel we ons redelijk verstaanbaar kunnen maken valt het spreken in de taal tegen. Verstaan gaat, mits men niet te snel spreekt, maar dan zelf zinnen formuleren, da’s andere koek. Vooral als na je beste poging iemand je glazig aankijkt. Het is alsof ze zeggen ‘die taal ken ik niet’. Dan realiseren ze zich dat het Koreaans is, waarschijnlijk met een raar accent. Nou ja, we blijven ons best doen.
Wat is de natuur mooi. De natuur in Korea is prachtig. De vergezichten met de golvende heuvelruggen, met daartussen de gifgroene rijstvelden, de naaldbossen, het blijft ons betoveren.
Wat is de architectuur lelijk. De steden blinken niet uit door de architectuur. Er zijn veel enorm hoge wolkenkrabbers en grote, logge gebouwen met warenhuizen en supermarkten. Verbazingwekkend genoeg, staat er dan daartussen opeens een tempel. Of een oud Koreaans huis met zo’n typerend, golvend dak van dakpannen. Maar de meeste steden zijn in het centrum een chaotische mix van winkeltjes en kleine restaurantjes. Vaak gerangschikt naar categorie. Voor schrijfwaren moet je naar die ene straat, met 100 winkeltjes in schrijfwaren. Voor huishoudelijke spullen weer naar een andere straat. Vandaar dat de warenhuizen populair zijn: alles onder een dak en in de winter warm en ’s zomers koel. Wat de restaurantjes betreft, je vraagt je af hoe die allemaal kunnen bestaan. Er zijn er zoveel dat je de indruk krijgt dat de ene helft van Korea voor de andere helft kookt.
Tot vorig jaar volgde ik nauwelijks de politieke ontwikkelingen in Zuid-Korea. Een paar weken na ons bezoek in oktober 2024, liepen echter opeens de spanningen daar hoog op. We waren stomverbaasd. In een, in onze ervaring, vredig land werd plotseling de noodtoestand uitgeroepen door de president, Yun Suk Jeol. Het parlement werd buiten werking gesteld, het leger bevolen om elk verzet te breken. Dat klonk bloed serieus. Was er een inval van de noordelijke communistische buren aanstaande? Wat hadden wij gemist?
Het liep ogenschijnlijk met een sisser af. Parlementsleden (Democratische partij Korea, DPK), de oppositie, maar ook leden van de conservatieve partij (People Power Party) van regerend president Yun en anderen haastten zich midden in de nacht naar de vergaderzaal om een stokje te steken voor het besluit, dat recht hadden ze. De soldaten die hen tegen hadden moeten houden, lieten zich nogal gewillig aan de kant duwen. Die hadden hier ook geen zin in. Massale demonstraties volgden en tenslotte werd de president gearresteerd voor landverraad. Hij wacht nog op zijn rechtszaak.
Er speelde corruptiezaken van zijn vrouw en ook van hemzelf. Maar de voornaamste reden, zegt men hier, is dat hij (conservatief) niets kon zonder toestemming van de liberale oppositie die de meerderheid had in het parlement. Het was dus een soort noodsprong om de macht naar zich toe te trekken.
Verdeeldheid
Zijn afzetting door het parlement, bevestigd door de rechter, bracht een verdeeldheid in het land aan het licht, die er blijkbaar al was. De afgezette president Yun was als conservatief tegen elke verzachting van de relatie met Noord-Korea. Die verhouding met het Noorden is altijd een splijtzwam geweest in het land. De democratische partij is bekend o.a. als voorstander van de Sunshine policy in de jaren negentig en later, tussen Zuid- en Noord Korea. Toenadering om de spanningen te verminderen. China te vriend houden, als belangrijke economische partner.
presidenten Kim Jong- un van Noord-Korea en Moon Jea-in van Zuid- Korea
Conservatieven, waaronder veel christenen zijn daar fel tegenstander van. In het Noord-Korea van Kim Jong-Un slijten tienduizenden christenen en dissidenten hun leven in werkkampen, onder vreselijke omstandigheden. Dat maakt christenen in het Zuiden zeer wantrouwig tegen elke vorm van samenwerking.
Verder zijn de ethische standpunten van de Democratische politici te ruim in de ogen van veel christenen. De huidige kandidaat van de Democratische partij, die volgens de peilingen gaat winnen, wil bijvoorbeeld abortus opnemen in de zorgverzekering. Het is bekend dat abortussen hier ook gebruikt worden vanwege gender voorkeur (M)
De conservatieve kandidaat was minister in de vorige regering en heeft zich als enige niet aangesloten bij het verzoek om de afgezette president te vervolgen. Veel jongere kiezers willen de macht van de president inperken, om te voorkomen dat het uitroepen van de noodtoestand niet meer zomaar kan gebeuren. Het verleden van onderdrukking en militaire coups roept nare herinneringen op. Men zal dit niet weer toestaan.
Verdeeldheid onder christenen
We begrijpen nu we hier zijn, dat er ook onder christenen verdeeldheid is. En wel zo dat het onderwerp vermeden wordt om ruzie te vermijden. Een groep predikanten van de Kosin kerken heeft zich publiek achter de afgezette president geschaard. En er is een groep kerkleden en predikanten die het uitroepen van de noodtoestand als volstrekt ontoelaatbaar zien. Genoeg stof voor onenigheid, helaas.
afgezette president presidentskandidaat Lee Jae MyungConservatieve pres.kandiaat Kim Moon Soo
Rood zijn de conservatieven, blauw de democraten en oranje een conservatieve, populistische partij, die rond 10% van de stemmen kreeg.
Een van de grote problemen in het land zijn de snel dalende geboortecijfers. De bevolking vergrijst sterk (gemiddelde leeftijd is 85) en er worden veel te weinig kinderen geboren. Stellen werken beide, er wordt veel inzet (lange werkdagen) gevraagd. Men heeft allebei gestudeerd en wil carrière maken. Een, hooguit twee kinderen is genoeg.
‘Veel stellen spreken zelfs van tevoren af dat ze geen kinderen willen’, ‘ dat zetten ze in het huwelijkscontract!’ vertelt mevrouw Ok me, verontwaardigd.
Alles krimpt. Scholen op elk niveau. Personeel in veel beroepen. Ook in de kerken merkt men het. Op de Theologische Universiteit van de Kosin kerk bijvoorbeeld, zijn te weinig aanmeldingen. Theologen die na een dure promotiestudie uit het buitenland terugkomen, kunnen geen aanstelling meer krijgen aan het seminary of universiteit. Die eindigen dan soms in kleine kerkjes, met dertig leden of zo, inclusief eigen gezin. Dat kan natuurlijk een hele goede positie zijn om mensen met het evangelie te bereiken. Het kerkje waar wij op zondag heengaan is mini. ‘Maar de sfeer is warm en er is veel aandacht voor elkaar. Het voelt als familie!’ zegt Sage, een jonge moeder die zich met haar man onlangs had aangesloten bij deze kerk.
Samen lunchen in de kerk met koffie toe
Naschrift:
Woensdag 4 juni werd de uitslag van de verkiezingen bekend. De Democratische kandidaat Lee Jae-myung won de verkiezingen met een meerderheid van bijna 50%. Een ongekend hoge opkomst van 79% van de stemgerechtigde Koreanen. Een record.
In Nederland was er niet veel aandacht, aangezien bij ons net Wilders de stekker uit het kabinet had getrokken. We krijgen onze eigen verkiezingen. Ik hoop en bid dat we weer een centrum regering krijgen, met wijze mensen die alle aandacht voor de echte problemen zullen hebben als het klimaat, stikstof, huizenbouw. Als loyale ChristenUnie kiezer hoop ik ook op een betere bescherming van het leven, aan het begin en aan het eind. Tenslotte dat men zal durven opstaan tegen de vreselijke oorlog die Netanyahu momenteel voert in Gaza. Dat moet stoppen!
‘Ik weet het zeker’, zegt echtgenoot, ‘we parkeerden aan de westkant van het station!’ Nadrukkelijk een richting wijzend loopt hij voor me uit. We zijn op zoek naar onze auto na een lange dag in Seoul. Het is rond zes uur ’s avonds en we komen net terug van het treinstation. Ik denk alleen in rechts en links en in plaatjes. Het westen? Als jij het zegt geloof ik het graag. Ik volg hem gedwee. Zijn richtingsgevoel is fenomenaal. In vijftig jaar huwelijk heeft hij te vaak gelijk gekregen om hem nu te wantrouwen. Op dit gebied dan. Maar. Ik ben ook niet geheel zonder inzichten. Ik weet zeker dat we langs een bouwput kwamen om het station te bereiken. Minzaam zegt echtgenoot dat er aan beide kanten bouwwerkzaamheden zijn, dus dat helpt niet. Goed. Ik volg. En zeg maar niet dat ik het onmiddellijk zou herkennen als ik het zie. Terwijl hij dan nog op zijn telefoon tuurt of dit wel echt het westen is…
Al lopend komen we erachter, dat er vier (!) uitgestrekte parkeerplaatsen zijn. Een vriendelijke Koreaan laat ons op Naver (Google maps in Korea) zien hoe de vork in de steel zit. Natuurlijk vinden we de auto pas op de vierde en allerlaatste parkeerplaats. In het westen en naast mijn bouwput. Vijftig minuten gelopen! Wat een vreugde om onze auto te vinden!
Naar het hart van Seoul met de KTX
Dit gebeurde aan het einde van een lange dag in de hoofdstad van Zuid-Korea, Seoul. Met een indrukwekkend inwoneraantal van bijna 10 miljoen mensen. Volgens Wiki een van de dichtstbevolkte steden ter wereld. Dat merk je als je er rondloopt. Veel, heel veel mensen. En toch. Het grote verschil met oude steden als Amsterdam of New York is, dat in Seoul door nieuwbouw er veel ruimte gecreëerd is. Dat is dan wel in de belangrijke, grote wijken waar de grote kantoren, winkels en bedrijven gevestigd zijn. Daar zijn de trottoirs breed en de wegen hebben een avenueachtige allure. Om de zoveel tijd kom je langs speciaal ontworpen met bomen beplante rustplekken, met schaduw en zitplaatsen waar je even op adem kunt komen. Er mag nadrukkelijk niet gerookt worden staat dan met grote borden aangegeven. ook niet gevaped. Bij de oversteekplaatsen, breed en wijds, staan steeds grote verankerde parasols waaronder je tegen de zon kunt schuilen.
oude en nieuwe stadhuisEen van de oude stadspoorten met een menigte schoolmeisjesOud en nieuw Paleispoort
KTX-Hoge snelheidslijn
We kwamen met de trein. De hogesnelheidslijn. Uiterst comfortabel. In drie kwartier waren we in hartje Seoul. Je koopt een ticket, en je hebt daarmee een gereserveerde stoel. Op het perron zoek je het nummer van de wagon van je trein op (staat op je ticket). Vervolgens naar het nummer van je stoel. Dan stel je je daar op om te wachten tot de deuren opengaan. En nergens anders. Wat een genot! Geen geren, geduw en getrek! Het is weliswaar eerste klas, maar toch. Alle andere treinen volgen het principe van wachten bij het nr. van de wagon. Een beetje van dat soort orde kunnen we in Nederland wel gebruiken. De prijs van de ticket is overigens de helft van wat het bij ons is. Openbaar vervoer is nog altijd top in dit land. Bussen met stoelen die qua luxe in een vliegtuig in de businessklasse vindt. Ook goedkopere bussen, die een paar keer per uur naar plaatsen in het hele land vertrekken. Ook stadsbussen die kris kras door het platteland rijden. En dan heb je nog de taxi’s. Duurder, natuurlijk, maar niet onbetaalbaar, zoals in Nederland.
Museum
De reis begon dus comfortabel. In Seoul zouden we naar het Nationaal Folk Museum. Dat was een aardige tippel vanaf het station daar. En het was warm. Maar leuk om te doen. Je krijgt echt een gevoel voor de stad en de bewoners als je zo rondloopt. Na anderhalf uur bereikten we de poort van het museum. Ik was er wel aan toe. Ondanks m’n pothoedje en zonnebril begon mijn hoofd aardig te bonzen. Het museum was echt de moeite waard. Er was een heel kunstzinnig samengestelde speciale tentoonstelling over een aantal karakteristieke Koreaanse ambachten en producten. Gemoderniseerd zijn die nog steeds van grote waarde. Daar wil ik een aparte blog over schrijven, zo bijzonder. Onder andere over het gebruik van Koreaans geschept papier “Hanji”, bij het restaureren van antieke meubels in het Louvre, Frankrijk!
Memory Lane
We dronken een heerlijke ice-ginger/coconutlatte (smoothie-achtige drank met blokjes ijs) in het museum café voor we vertrokken. Op weg naar de uitgang zagen we een expo aangekondigd onder de naam ‘Memory Lane’. We dachten, laat maar. Oude landbouwwerktuigen, of zo. Been there, done that. Toch even gluren. Het bleek een straatje te zijn met de sfeer van de jaren zeventig/tachtig! Precies zoals het was toen we hier woonden. Het badhuis (zelf nooit geweest, maar het was een wezenlijk onderdeel van het leven van de gewone Koreanen), het cafeetje, met de rode stoeltjes met een hoes om de rug, het fotowinkeltje, compleet met Fuji fotorolletjes en ontwikkelenveloppes. (Daar hebben we heel wat foto’s en dia’s laten ontwikkelen, voor het thuisfront!) Het winkeltje waar je bus muntjes kon kopen. We liepen hard te ah’en en te oh’en, met zoveel plezier! Dat straatje alleen al maakte de reis de moeite waard!
Terug naar het station met de metro was weer even zoeken. Maar vraag een (jongere) Koreaan om hulp en ze nemen alle tijd! Lopen met je mee, komen zelfs nog extra een keer terug, als ze denken niet duidelijk geweest te zijn. Met Google translate een eitje trouwens tegenwoordig als je de taal niet beheerst. Koreanen zijn digitaal zeer vaardig. We kwamen er, met een keer overstappen. Men staat niet meer voor je op, zoals vroeger, merkten we. Noch pakt een zittende persoon je zware tas om even te voor je vast te houden, als jij moet staan. Vervlogen tijden. Maar vriendelijkheid en behulpzaamheid blijven een prachtig kenmerk van het Koreaanse volk.