Memories of Korea 1980-1988 – I

Korea Jaren 1980-1988, wat eraan vooraf ging.

Het is voorjaar 1979. Ik ben 24 jaar en zwanger van ons tweede kindje. Samen met echtgenoot Kim en onze dochter Jesseka van ruim drie, verheug ik me op de komst van de nieuwe baby. We wonen in Kampen op een flat en zijn bezig met onze toekomst. Kim heeft zijn studie afgerond. Een (wat nu zou heten) Master theologie. De tijd is aangebroken om een nieuwe stap te zetten. 

Eck en Wiel

Vier jaar eerder, in de zomer van 1974, ontmoetten Kim Batteau, Amerikaan van geboorte, en ik elkaar op l’ Abri, een christelijk studiecentrum in Eck en Wiel, in de Betuwe. Het is liefde op het eerste gezicht en om samen naar Duitsland te kunnen gaan, waar Kim zijn studie theologie wil voortzetten, besluiten we na twee maanden te trouwen. Een nogal schokkende beslissing voor de omgeving. Maar, wonderlijk genoeg, we zijn zeker van elkaar en zetten door. Nu, na bijna vijftig jaar samen, een goeie beslissing dus!

Al voordat we trouwen blijkt dat Duitsland niet door kan gaan, vanwege allerlei praktische redenen. Kim zet zijn studieplannen tijdelijk op een laag pitje en gaat werken als  computerprogrammeur, een tweede beroep dat hij in de VS al heeft beoefend, om inkomsten te genereren.

Rotterdam

Op de dag na onze bruiloft in oktober van hetzelfde jaar verhuizen we, heel romantisch, naar Rotterdam. We wonen er een jaar. Eerst op een zolder appartement waar de douche de eerste dag al stuk is en de ‘keuken’ op de overloop is. De keuken is een tafeltje met daarop een tweepits gasstel. Ik kookte desondanks enthousiast gevulde paprika’s en dat soort gerechten uit mijn nieuw aangeschafte Margriet kookboek. Ik zocht naar bezigheden, passend bij mijn idealen, maar uiteindelijk was het praktischer om voorlopig als receptioniste te werken. Via een uitzendbureau werkte ik op diverse plekken en vond het werk prima. 

Ik raakte zwanger en dat verliep minder voorspoedig. Vanwege een dreigende miskraam schreef de huisarts me bedrust voor. In die tijd nog de gebruikelijke methode. Ik lag zes weken op de bank bij mijn ouders, maar de miskraam kwam toch op gang.
“ Ga maar een nieuwe bakken”, zei de gynaecoloog in het ziekenhuis, terwijl ik verdrietig de pijn lag te verbijten. Patiëntvriendelijkheid hoorde nog niet bij de opleiding. Waarom ik me zo leeg en doelloos voelde na die miskraam ben ik pas later gaan begrijpen, toen er meer aandacht kwam voor die ervaring.

Ondertussen hadden we een betere woonplek gevonden in het centrum van Rotterdam, bij de Heemraadsingel. Een bovenwoning voor een lage prijs, omdat we in opdracht van de zoon, ook een oogje in het zeil moesten houden op zijn vader, de bejaarde, allerliefste eigenaar van de woning, die beneden ons woonde en tegen wie zijn zoon vaak stond te schreeuwen. Naar om aan te horen.

Amsterdam

Het lukt Kim na een jaar om toch de studie weer op te pakken, nu aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ik ben twintig jaar oud en zeven maanden zwanger van ons eerste kindje wanneer we op een steenkoude dag in februari verhuizen naar Amsterdam, waar we in de Bijlmermeer een ruime flat hebben gevonden. Het was zo koud dat alle planten die we in het busje met de rest van onze bezittingen vervoerden, dood vroren.

Kim studeert en werkt tevens als glazenwasser om verzekerd te blijven. Tenslotte is er een baby op komst. Dan wordt onze oudste dochter op tweede Paasdag geboren. 20 april en het vroor nog! Wat waren we blij met haar. Ik sliep de eerste weken slecht omdat ik me zo verantwoordelijk voelde. Iedere kik, ieder geluidje deed me toesnellen, zou er iets zijn? Opeens zo’n klein hoopje mens in mijn leven, het was een ingrijpende ervaring, waar ik tegelijk enorm van genoot.

De Bijlmer was een prima plek om te wonen toen. Heel groen, rustig en we hadden vrienden in de directe omgeving. We bewaren er goede herinneringen aan.

Kampen

Na 1,5 jaar volgt een nieuwe verhuizing. Kim zet zijn studie voort in Kampen aan de Theologische Universiteit daar. We vinden een flat (dat was toen nog eenvoudig) en settelen in onze nieuwe woonplaats. We spreken nu over 1978. Vier jaar geleden trouwden we en we wonen nu in ons vierde huis. Er zullen er nog vele volgen. Ik kan me van toen niet herinneren dat ik er moeite mee had. Goede vrienden woonden een verdieping onder ons en ik voelde me thuis. Ook waren de woningen zelf steeds een verbetering qua comfort en ruimte. In de derde plaats raak ik, tot onze blijdschap, weer zwanger van onze tweede baby.

Kim slaagt voor zijn laatste examens en is dan klaar met zijn studie. De toelage van de school (voor buitenlandse studenten) stopt abrupt. Ik zie nog de voorzitter van de commissie die de toelages regelde, voor me die het nieuws kwam brengen. Heel rustig:  ‘Volgende maand stopt uw toelage’. Mijn hart zakte in mijn schoenen. Ik zag ons al op straat zwerven met zijn drieen.

We moesten nu dus vaart maken met een beslissing over wat we gaan doen. Predikant worden? In Nederland blijven, naar Amerika gaan of in een ander Engelstalig land?
We groeien toe naar een toekomst in Canada. Er zijn gemeenten daar die een predikant zoeken en het lijkt een goed land om te wonen. Mentaal beginnen we ons voor te bereiden op een emigratie.

Dan komt er een onverwacht verzoek binnen dat een emigratie van een heel andere orde zal gaan betekenen. Kim wordt gevraagd, samen met nog een collega, docent theologie te worden in Zuid-Korea. Tevens zouden hij en zijn collega optreden als contactpersoon tussen de Koreaanse kerken en die in Nederland. Dit verzoek kwam van de kerken in Korea, waarmee al een aantal jaren een officieel contact was. Liever dan geld, mankracht, is hun verzoek.

Voor mij ligt er geen concreet verzoek of een specifieke opdracht. Maar in het hele proces van ondersteuning en communicatie zou ik natuurlijk ook een grote rol spelen en het was daarom erg belangrijk dat ik de onderneming zag zitten. Met een peuter van drie en zwanger van de tweede een hele uitdaging. 

Het verzoek komt voor ons als een totale verrassing. Wonderlijk genoeg staan we er eigenlijk direct positief tegenover, hoewel we dat nauwelijks aan onszelf durven toegeven. Het was toch een behoorlijk uitheemse bestemming vergeleken met Canada! Aan de andere kant, ergens heen vertrekken in het buitenland zat al in de pijplijn, dus welk buitenland leek in principe niet zoveel uit te maken. Ik had eerlijk gezegd nauwelijks van Zuid-Korea gehoord, zoals velen met mij, maar ‘Azië’ trok ons wel. De Koreaanse medestudenten van Kim die we hadden leren kennen, waren vriendelijk en het eten dat ze klaar maakten was lekker. Oppervlakkige redenen, toegegeven, maar het kwam voorbij. We besluiten na rijp(er) beraad en gebed op het verzoek in te gaan en daadwerkelijk binnen afzienbare tijd naar Zuid-Korea te vertrekken. Het is augustus 1979. 

Meppel

Het is allemaal nogal onwezenlijk. Hoe bereid je je voor op zo’n majeure verandering? De taal leren is onze eerste prioriteit. In Leiden kunnen we een beginnerscursus Koreaans volgen aan de universiteit. Maar eerst moet er (weer) verhuisd en een baby geboren. In september, de laatste maand van mijn zwangerschap, vertrekken we naar Meppel. Verhuizen met een toeter van een buik is inmiddels mijn specialiteit, maar het is niet echt leuk. Vanuit Meppel bezoeken we nog een paar keer een bevriend Koreaans echtpaar dat ons het alfabet leert. Het Koreaans heeft een eigen alfabet dat logisch is opgebouwd. Na een paar weken oefenen kennen we de letters, maar daarmee begrijp je de taal nog niet. En na de bevalling ben ik natuurlijk alles compleet vergeten.

Zo wonen we opeens vanaf september 1979 voor vier maanden aan de Pelikaanstraat in Meppel en leren in afwachting van de geboorte de prachtige omgeving van Drenthe kennen. Mooi meegenomen. Het huis daar hebben we tijdelijk ingericht met tweedehands spullen, met veel steun van de leden van de kerkelijke gemeente en toen kon de baby komen. Op twee oktober 1979 rond 10 ’s ochtends uur krijgen we een kerngezonde zoon, die we Lukas Michael noemen .

Wereldreis

Lukas zal maar twee maanden in Nederland wonen. Begin januari 1980, zullen hij en grote zus Jesseka, die dan 3 jaar en 9 maanden is, aan hun eerste wereldreis beginnen. Via de ouders van Kim in Boston, Verenigde Staten, waar we een week of drie logeren en Los Angeles waar een broer met zijn gezin woont, reizen we naar Tokio, Japan. Van een koud Nederland, naar een nog kouder Boston, naar zwoel Californië. Dan na weer een week door naar koud Tokio. Daar zullen we ons collega-gezin ontmoeten om samen verder te reizen naar Busan, Zuid Korea. Een grote havenstad, in het uiterste zuidoosten van het land. Onze nieuwe woonplaats.

Dit zal onze nieuwe woonplek worden in 1980. Maar eerst nog even niet niet.

VS revisited

Ik ben weer in de VS. in Waltham, om precies te zijn, in het huis van vrienden van mijn zwager die hier ook tijdelijk woont. Echtgenoot is bezig met de ingewikkelde administratieve afhandeling van zijn stiefvader’s nalatenschap. De bureaucratie in Amerika is nog erger dan in Nederland, hebben we inmiddels mogen constateren. Een testament geldt pas, zelfs al is het voor veel geld opgemaakt door een advocaat (doen alles hier, maar voor heel veel geld), wanneer de rechter getoetst heeft of het in overeenstemming is met de wetten van de staat en of er niemand is die het kan aanvechten. Alle ambtelijke molens draaien langzaam, zo ook hier. We waren maanden verder voor we bij de bezittingen konden om de inmiddels hoog opgelopen rekeningen te gaan betalen. Intussen waren we druk genoeg met het leegruimen en opknappen van de twee appartementen die het eigendom waren van mijn schoonvader. Een giga klus, waarover ik al eerder schreef. Nu moeten we aan de gang met de verkoop ervan.

Een andere bezigheid is het bellen en afmelden voor werkelijk ontelbare organisaties waar mijn schoonvader lid van was of die hij steunde; een dagtaak.. En iedere opzegging leidt weer tot een volgende complicatie. “We kunnen uw abonnement niet vinden.” “We hebben dit of dat van u nodig”, wat we dan net niet hebben, en waar een andere instantie voor gebeld moet worden. Na een uur wachten: “Ik  verbind u door”, en dan…: tuut, tuut, tuut…verbinding verbroken. Waarna weer een uur wachten aan de lijn volgt. Iedereen kent dit frustrende gedoe. En dit nu met 150 belletjes. Nog maar 100 of zo te gaan…

Behalve assisteren bij het laatste, heb ik zelf niet veel specifieks te doen en neem de gelegenheid te baat om mijn schrijven weer wat op te pakken. Buiten ligt, wanneer ik dit schrijf, een dik pak sneeuw, het is -7 met een stralend blauwe lucht. Te koud om naar buiten te gaan met mijn verkoudheid. Binnen is het behagelijk warm. Ideale schrijfomstandigheden.

Herinneringen aan Korea

Al een aantal jaren ben ik bezig met mijn herinneringen aan onze tijd in Zuid-Korea op te schrijven. Het waren aan de ene kant gewone jaren, zoals elk gezin die meemaakt. Dagelijkse bezigheden van huishouden, school, muziekles en sport voor de kinderen, boodschappen doen, eten koken en vul maar in. Maar de omstandigheden waren ook weer heel bijzonder. Het land waar we woonden, de cultuur, de taal, het maakte dat alle gewone dingen net wat anders waren. Soms lastiger, maar vaak ook leuk. Ik ben daar enorm gegroeid in flexibiliteit. In het vertrouwen dat als iets niet op één manier lukt, er vast wel een andere manier moet zijn. Ook improvisatie is iets wat je leert wanneer je in een land gaat wonen dat armer is en ook zo anders.

Mijn idee is nu om dit blog te gebruiken om delen van wat ik schrijf te publiceren. Het schrijft makkelijker, vind ik, met lezers in je achterhoofd tot wie je je kunt richten.

Terwijl het nu, een paar dagen later, regent en +10 is (New England is net Nederland wat het wisselende weer betreft) en ik langzaam bijkom van een zware kou tref ik voorbereidingen om de Koreaanse Herinneringen in een vorm te gieten die geschikt is voor dit blog. Morgen begin ik met de eerste.

Herfst en de duizend sneetjes van Corona

Herfst
Ik zag ze lopen onlangs in de bossen bij Katwijk. De gezinnetjes met kinderen, leeftijd peuter en basisschool. Met plastic tasjes, rugzakjes, of andersoortig opbergmateriaal. Vaders en moeders in diverse stemmingen, vrolijk roepend of gefrustreerd omdat peuter weg blijft rennen, de achtjarige die geen zin heeft in wandelen maar wel in een boom wil klimmen, om er niet meer uit te komen. De driejarige die bij ieder sprietje stilstaat en het gezelschap ophoudt. De opa’s en oma’s, met volle teugen genietend, zoveel geduldiger dan ooit met eigen koters. 

In de zakken en tassen verdwijnen de glimmende bolle kastanjes, de groenbruine beukennootjes, de eikeltjes met hun parmantige mutsjes, en alles wat de natuur op dit moment aan herfstoogst voortbrengt. De bladeren vertonen hier en daar wat verkleuring maar nog niet echt intens. Wel is er een overvloed aan bessen. Fel oranje duindoorn- en donkerrode meidoorn bessen. Rozenbottels, kardinaalshoed en vlierbessen. Vogels en andere duinbewoners kunnen hun buik vol eten van het overladen herfstmenu.

Heilzame natuur
We herinneren elkaar glimlachend en een tikje melancholisch aan de tijd dat we zelf met onze kinderen herfstspullen gingen verzamelen voor een schaal op tafel. In de bossen bij Bennekom. De basisschoolleeftijd was het leukst. Die waren enthousiast en kwamen met kilo’s kastanjes en vrachten oranje gekleurde bladeren aan. De pubers vertoonden een zeer nadrukkelijke afkeur voor dit soort escapades. Eenmaal in het bos werd het toch altijd leuk. Er is iets met natuur en buiten zijn dat een mens zo’n goed doet. Voor mij is de drempel hoog. Maar eenmaal buiten leef ik op. Zeker nu ik me al een periode wat vleugellam geslagen voel. 

Ik zag op tv het beeld van een verwondde eend. Zijn vleugel was gebroken door een scherp voorwerp. Hij wilde heel graag wegvliegen maar de gebroken vleugel deed niet meer dan wat doelloos klapperen. Het vliegen lukte niet. Het lijfje spande zich tot het uiterste in, maar verder dan een sprongetje kwam het niet. Zo verging het mij de laatste tijd.

Ik zocht op internet wat vleugellam eigenlijk betekent en kwam als eerste bij de verwijzing naar psalm 42 uit.  ‘Hart onrustig vol van zorgen, vleugellam geslagen ziel’. Die omschrijving is heel raak. En geeft goed de gemoedstoestand weer waarin een ziel, mijn ziel in elk geval verkeren kan. Wel willen maar niet kunnen. Terneergeslagen. Droevig. En ziel en lichaam vormen een geheel dus het heeft zijn weerslag evengoed op mijn lichaam. Vermoeidheid, malaise, alsof ik een zware griep heb gehad.

Rouw en de tweestrijd
Rouw om een goede vriend die in korte tijd een pijnlijke dood stierf als gevolg van een zeer zeldzame huidziekte, te laat ontdekt door de drukte rondom corona,  de erbarmelijke situatie van vluchtelingen. En daaronder de laag van pijn om de zelfmoord van mijn zus lang geleden, die weer kwam boven drijven. Immer onverwacht. Nooit direct. Maar de pijn vormt een ondergrond. Soms keurig als een diepe aardlaag, op een plekje waar ik niet vaak spit. En dan opeens (zo lijkt het) komt het weer aan de oppervlakte. Als een deur van een donkere kamer, die je liever dicht houdt, die openspringt door een tochtvlaag. Die kamer is donker omdat het de plaats is van verlatenheid, waar niemand is om te helpen. Waar geen mens meer komt, zelfs God niet, zo lijkt het, want daar beneemt een zus zich uit wanhoop het leven. Het is daar zo duister dat ik er altijd bang voor gebleven ben. 

Sommige periodes in mijn leven vecht ik met een donkere vijand die  lonkt en zegt dat ik het ook niet redden ga. Die mij mijn geloofsvreugde wil benemen. Die meent dat ik maar een rol speel, die meent mij ‘echt’ te kennen. 
In psalm 42 spreekt iemand die de ik beschuldigt, de scepticus, die de ik wil laten twijfelen aan Gods welwillendheid. Aan zijn nabijheid. De ik klampt zich vast aan Gods beloftes en herinnert zichzelf aan eigen helende ervaringen uit het verleden. Een tweestrijd. Een debat. Dat debat herken ik. Het gevecht met die scepticus. Die steeds maar ‘het zal wel’ en ‘denk je nou echt?’ fluisteraar. Heel uitputtend.

Wat mis ik de kerk en het zingen
Er is de droefheid omdat het op deze aarde zo ontstellend mis kan gaan. In het leven van geliefden, van de mensheid in het algemeen en in dat van samenlevingen. En er is door corona het pijnlijke gemis van kerk en samenkomsten. Waar ik me kan laven aan beloftes en steun die ik niet uit eigen kracht hoef op te pompen. Een kerkdienst is als een rivier die stroomt, waar ik mag rusten als ik moe ben en waar het heil me wordt aangereikt als een verkwikkende drank (ja, psalm 23). Mijn broers en zussen, meestal zonder dat ze het beseffen, zijn vaak tot troost. Zo werkt de Geest. Het is Gods vrede, Zijn shalom. En zingend kan een mens soms uitstijgen boven getob en gepieker. Oh, wat mis ik dat zingen!

Wat doet corona met je, vroeg iemand een goede vriendin. Het was in Amerika. It is ‘wounding’, antwoordde ze. Het bezeert me. En dat is het. Corona is als een scherp voorwerp dat je telkens weer op een andere plek een beetje pijn doet. Kleine sneetjes kunnen gemeen zeer doen. En veel kleine sneetjes is heuse pijn. Elkaar niet zien, niet kunnen omarmen, vooral bij groot verdriet. Of vreugde.
Het is een kale tijd en een onzekere tijd. Ik mis ook het reizen naar verre oorden en familie en goede vrienden daar. Een luxeprobleem in zekere zin maar wel een gemis om mee om te gaan. 

Cocktail
Zo is het een hele cocktail geworden. Herkenbaar voor velen, denk ik. Op onderdelen. Mijn les de afgelopen maanden, geoefend met steun van een hulpverlener, is dat verdriet niet ingeslikt (kom op, verman je!) maar gedeeld mag worden. Niet eerst beoordeeld op legitimiteit (mijn zus stierf toch al 30 jaar geleden, de situatie op Lesbos is toch veel erger enz.) voordat je iemand er wat over vertelt, maar gevoeld en gedeeld mag worden in al zijn rauwheid voordat je het weer relativeert. Die tussenstap, van ‘mogen ervaren’ van negatieve emoties (hoe modern therapeutisch het ook klinkt,) is in het voorkomen van depressies (in mijn geval) een belangrijke. 

Davids (en Jobs!) klachten en klaagzangen staan tenslotte ook voor iedereen leesbaar in de bijbel…Ik lees het boek Job in de vertaling van the Message en schrik er soms van hoe direct Job God durft aan te klagen. De beloftes van Gods shalom zijn waar en troostvol. Maar ons verdriet heeft een plek, ook in de bijbel. Gelukkig maar.

Hier is een prachtige vertolking (engels) van psalm 42 door Shane and Shane.

Arrival in India

We vliegen laat in de middag via Frankfurt naar Delhi. Wachtend op de Delhi-vlucht zie ik al dat we vergezeld van vele families-met- baby’s de volgende acht uur gaan doorbrengen. Baby’s die geacht worden in door hun ouders gereserveerde, veel te kleine, basinettes te slapen maar dat zelf absoluut niet van plan zijn. Er wordt wat afgeblerd tijdens de vlucht.

Het plaatst me terug in de tijd van onze lange reizen tussen Korea, Amerika en Nederland. Uiteindelijk met vier koters. Ik zie nog de bergen bagage. De lange, lange wachttijden op vliegvelden overal in de wereld als er vertraging was. Sneeuw op de vleugels, oververhitting, storm of regen. Huilende kleintjes. Het eindeloze lopen en wiegen. Het gevoel van bijna-wanhoop dat het nooit zal lukken ze in slaap te krijgen en dan de opluchting als opeens dan toch die oogjes dicht vielen.

De oudere kinderen reisden graag. Films, cadeautjes van de KLM. Uitkijken naar het eten zoals patat, speciaal besteld omdat het in Korea nog niet te krijgen was. Het maakte niet uit dat de frietjes eruit zagen als vette, melige wormen, slap geworden in de heteluchtoven van de vliegtuigkeuken. Eten, cola en filmkijken, het was compleet luilekkerland.

Ik leef mee met de vaders en moeders die urenlang door de gangpaden heen en weer lopen met hun huilende baby’s. En ik kijk geamuseerd naar de grote kinderen die zich in honderd bochten wringen om maar een comfortabele slaaphouding te vinden op de krappe stoelen. Vroeger kon je tenminste nog met een kussen en een deken een slaapplekje creëren op de grond voor een niet al te groot kind. Nu liggen broer en zus uiteindelijk met elkaars voeten in de nek.

Wij hebben voor het eerst slaappillen bij ons. Na het eten is het zover. Beiden nemen we plechtig de pil in en gaan in een slaaphouding zitten. Iets schuiner dan recht. Meer ruimte om te manoeuvreren is er namelijk niet. Hoelang ik slaap weet ik niet, maar zeker drie uur later word ik wakker. En is de vlucht al bijna op zijn eind. Nog maar een keer wat eten, want wat kun je anders doen tijdens zo’n reis. En dan landen we op Delhi Airport.

De overstap naar Dehradun is vermoeiend. Het vliegveld voor binnenlandse vluchten is ver en we moeten dus in een bus erheen. Daar weer door security en als we dan eindelijk willen inchecken ben ik mijn instapkaart kwijt. Blijkt geen groot probleem, maar kost weer tijd. We landen een half uur later in Dehradun, rijden nog een uur in een auto naar ons appartement en dan zijn we na 20 uur reizen op de plaats van bestemming.

Overstappen en onze granieten keuken

Het weer is aangenaam. Een graad of 18. Maar binnen is het als een koelcel. Granieten vloeren, heerlijk koel in de hitte, maar nu, tijdens de korte winter, steenkoud. De inrichting doet me denken aan de zomerhuisjes die mijn ouders huurden in de jaren vijftig/zestig. Het meubilair heeft zijn beste tijd gehad, de deuren piepen en kraken, TL buizen als verlichting en uit de kranen koud water. Het warme water is er na het aanzetten van de boiler en is dan genoeg voor 2 douches. Het is even wennen. Maar het heeft ook wat. Weer even leven zoals miljoenen mensen gewend zijn en dan is dit nog luxe. Gewoon het hoognodige en voor de rest niet miepen.

Bloggen is leuk maar soms even niet

don_t-be-a-slave-to-writer_s-blockJa, dan zit je daar opeens weer met een ‘schrijversblok’. Dat overheersende gevoel van ‘alles is al gezegd, wat heb ik er nog aan toe te voegen?’ Als ik eerlijk ben is dat is natuurlijk waar. Niets van wat ik schrijf is super origineel of uniek, het is simpel mijn kijk op dingen, een verhaal over mijn ervaringen. En blijkbaar geef ik bij tijden weer wat anderen voelen of denken, of in ieder geval is mijn weergave interessant genoeg voor een groepje mensen om te lezen. En dat is leuk. En geeft voldoening. Ook al is het soms moeilijk te bedenken waar ik over schrijven wil.

In feite is het bedenken van een onderwerp niet zo moeilijk, maar mijn eigen meetlat ligt soms zo hoog dat ik halverwege het schrijven van een blog ermee ophoud..schrijven is best zwaar. Opnieuw beginnen, schrappen, inkorten, uitbreiden. En soms denk ik, toedeloe, ik ga lekker een detective kijken.

Maar na een inspirerend artikel (€0,95) over bloggen in mijn lijfblad, het Nederlands Dagblad (sommige bloggers schoppen het zelfs zo ver dat ze er hun brood mee verdienen!), voelde ik de vonk weer. Mijn boterham ermee verdienen gaat niet lukken, maar de voldoening van het schrijven is ook een soort loon. Waarom ik er niet aan kan verdienen ligt aan het volgende: om euro’s  te verdienen aan je blog bestaan er  volgens het artikel twee voorwaarden: 1. iedere dag bloggen en 2. focussen op iets wat jou onderscheidt.

En dat focussen, lezers, is mijn probleem.  Ik kan namelijk niet focussen. Daarom is er nog geen meesterwerk verschenen van mijn hand. linus-and-snoopy3Daarom staat ons huis vol met spullen uit alle tijdperken en periodes; en liggen er minstens 4 boeken op een stapeltje waar ik mee bezig ben.  Naast mijn bed en ook beneden. Ik neem me vaak voor hier wat orde in aan te brengen, maar ik zit blijkbaar zo in elkaar. Van veel een beetje. Van weinig alles.

Mijn hoofdinteresses zijn geschiedenis, en kunst in alle vormen en uitingen. Dat zie ik wel terugkomen in de derivaten die mijn bestaan vullen. Genealogie, en vooral de sociale geschiedenis van mijn familie, het verzamelen van oude spullen, vanwege de historie, de boeken die ik lees, de films die ik bekijk. Mijn hart gaat sneller kloppen zo gauw er oude en andere tijden aan te pas komen!

Mijn statistieken laten zien dat de persoonlijke verhalen het hoogst scoren. Familiegeschiedenis, de blogs over de laatste maanden van mijn moeders leven, de blogs over mijn worsteling met depressies. Ook reisverslagen doen het goed. Ook die zijn redelijk persoonlijk, geen tripadvisor blogs.

Dat is denk ik voor mij de beste focus: persoonlijk schrijven over wat ik lees, zie en meemaak: de mooie en de lelijke, de grote en de kleine dingen, in deze tijden of andere tijden.

Wat vinden jullie als volgers van mijn blog?

 

 

Heidelberg

Uitzicht over Heidelberg vanaf het Schloss, een groot kasteel gebouwd op de berghelling van de zuidelijke oever van de Neckar.

De ramen staan wijd open, van buiten komen de geluiden van voorbij rijdende auto’s, af en toe hoor ik wat stemmen van de straat beneden. Het is bloedheet. Bewolkt, 30 gr. en drukkend. Onze kamer is op de bovenste verdieping, dus warm! Mannfred is net thuis gekomen en rommelt in de keuken. Of we buiten willen zitten? Aangezien zijn balkonnetje nog benauwder is dan onze kamer, slaan we zijn aanbod vriendelijk af.

Manfred is onze gastheer. Of wat daar voor doorgaat. We hebben via Airbnb voor 1 week kamers gehuurd. In de route Heidelberg, Basel, Nimes. Vanaf Nimes hebben we een gite en daarna nog een hutje op een camping in Laroque, in de Pyreneeen, bij Perpignan.

Dit is de eerste stop. Bij Manfred, een alleenstaande  (gescheiden?) man van een jaar of zestig, die van zijn kleine flatje 1 kamer verhuurt aan reizigers zoals wij. Het is altijd afwachten wat je staat te wachten met Airbnb. Het verschil met een B&B is dat dit particulieren zijn die hun huis openstellen en, weliswaar gekeurd door de organisatie, vrij zijn in het hoe en wat. Je hebt kamers, suites, hele etages, soms zelfs hele huizen te huur. Dure, chique, ruime, en goedkopere, eenvoudige en krappe. Met ontbijt of zonder, met gebruik van keuken om bijvoorbeeld te koken of puur alleen een kamer met bed en gebruik van sanitair. Het is een soort logeren en dat kun je net zo luxe maken als je wilt. We maken er regelmatig gebruik van, met goeie ervaringen.

Ons eerste plan was om te kamperen en toen we besloten toch maar niet over elkaar heen te gaan rollebollen om naar de WC te gaan ’s nachts, was de prijs wel een item. Airbnb ok, maar dan wel het goedkope segment! Echtgenoot is een kei in het surfen op internet voor vakantiebestemmingen,  dus uiteindelijk lukte het om drie maal een kamer voor  E 30,00 per nacht te vinden. Eentje zelfs met ontbijt.

20140808_210416
Centrum Ziegelhausen

Manfred dus, onze eerste kamerverhuurder. We komen rond 4 uur aan in Ziegelhausen, een stadsdeel van Heidelberg, vlakbij de Altstadt. Een vroegere zelfstandige gemeente. Nog met dorpskern van bakker, slager en een supermarktje. Sehr gemutlich. Manfred ontvangt ons met een stortvloed van Duits. We geven geen krimp en doen net of we vloeiend Duits spreken. Het (voor mij) spannende moment breekt aan: hoe is het huis? De kamer? Het bed? De badkamer??

Ik heb wel eens eerder geschreven over mijn ongemak met vieze huizen en badkamers…Ik spreek mezelf toe, maar zo’n eerste uur staan al mijn zintuigen op scherp. Het lijkt wel of mijn neus drie keer scherper ruikt, mijn ogen alles observeren: haren, stof, beestjes en wat dies meer zij…Terwijl er bij mijzelf thuis ook echt wel het een en ander te zien en voelen is aan plak en vuil en stof. Maar dat is dan mijn eigen vuil. Bij een ander, vooral als ik er leven en slapen moet, lijkt het veel erger.

Onze kamer. Links nog ruimte voor kast en stoel. Prima bed
Onze kamer. Links nog ruimte voor kast en stoel. Prima bed

‘ Der Manfred’ is een aardige kerel die honderduit kletst, ons het dorpje laat zien, en in alles behulpzaam is. Zijn grootste teleurstelling, die hij direct aan ons kwijt moet is dat een gast hem negatief beoordeelde. Dat het vies was en notabene, dat het stonkt bij hem! Dat had hij nu niet moeten zeggen…Ik ruik direct de verschaalde rooklucht! En ik zie overal stof. En haren van de vorige gasten. Ik moet nu snel handelen. Of mezelf streng toespreken, dat het hier niet om het ebola virus gaat en dat een beetje vies gewoon heel gezond is. Of ik laat me meeslepen in mijn belachelijk neurotische afkeer voor vuil dat niet van mezelf is.

Ha, gelukkig, het verstand wint! Ik trek mijn slippers aan, maak met een wcpapiertje en wat zeep de bril van het toilet schoon en neem een heerlijke douche. Ik ben geland. Kom maar op Heidelberg!

Ambitieuze meisjes

Wie behalve mijn avonturen in Ijsselstein ook die van dochter Saskia wil volgen in NYC, hier een leuk interview met haar op de site Ambitieuze Meisjes

Jetlag

Er zit iets in mijn hoofd waarvan ik vermoed dat het in elk geval mijn hersenen zijn waarmee ik in een vorig leven kon denken.

Erom heen zit echter een soort rubberen laag die maakt dat gedachtes, voor zover die er zijn, traag en moeilijk te vatten zijn.

Mijn lijf voelt aan alsof ik in de laatste twee dagen 100 kilo zwaarder geworden ben. En mijn benen zijn zwak en willen niet.

Eigenlijk wil dit hele lichaam alleen maar plat liggen, met gesloten ogen en een zacht muziekje op de achtergrond tot de alles omarmende zoete sluimering mij weer bevangt en meevoert naar het rijk der slapenden.

Reizen is fijn, thuiskomen beter, maar jetlag is erg.

Franse vaardigheden – uit het dagelijks leven.

Ik ben 2 jaar niet in Frankrijk geweest en het is altijd weer even wennen: “de hurk WC” langs de autosnelweg. Wie hoge nood heeft onderweg kan niet kiezen en naarmate je zuidelijker komt nemen de toiletpotten af. Het mag dan hygiënischer zijn om te hurken in de lucht, vergeleken met zitten op een WC bril waar honderden mij zijn voorgegaan, maar ik blijf toch mijn twijfels houden over nut en noodzaak van het verschijnsel. Ook boven een WC bril moet je soms vreemde capriolen uithalen om niet in aanraking te komen met het materiaal, om het zo maar even te noemen, maar alles is net wat meer binnen bereik en onder controle.

Mijn probleem met de hurk WC is, dat ik het hoe dan ook niet droog hou. Met een lange broek is het een vorm van gevorderde acrobatie om de onderkant van je broekspijpen niet te laten zwemmen in het (niet nader te benoemen ) vocht op de vloer. Ik heb daar nu op verzonnen om eerst mijn broekspijpen boven mijn knieëen op te trekken. Ze moeten dan niet al te strak zitten want ik knel mezelf dan af in de bloedtoevoer. Vervolgens was het de eerste paar keer goed nadenken welke kant ik nu ook weer met mijn gezicht en de rest op moest. Bij de tweede WC was een stang aan de muur bevestigd die me deed beseffen de eerste keer verkeerd om gehurkt te hebben. Nu koos ik de juiste richting. De beugel hielp zeker ook bij het in evenwicht blijven. Ik merk aan het in de juiste houding komen dat ik toch wel erg stijf ben geworden in de bovenbenen.

De grootste complicatie vind ik  toch wel om gehurkt, met één hand steunend/hangend aan de beugel, met de andere trachtend schoenen en broek droog te houden, bij het papier te komen wat op een hoogte hangt alsof men hele lange armen heeft. Ik weet zeker dat de Fransen die niet hebben, maar misschien hebben zij een truc die ik nog niet bedacht heb.

Heb ik alles zonder te vallen volbracht dan volgt nog een punt van oplettendheid. Het zg. doortrekken is op een hurk-WC eerder een soort vloerspoeling, harde waterstralen die vanuit vier hoeken de boel opfrissen, maar als je niet oplet vervolgens je met zoveel moeite droog gehouden schoenen en broekspijpen alsnog kletsnat spuiten.

C’est la vie en France