Een tijd om blij te zijn

Ik schreef mijn vorige blog nog blinkend en bonkend van plezier over de geweldige vierdagen van onze veertigste trouwdag. Bij het publiceren was er wel een stemmetje in mijn hoofd dat iets riep van ‘zou je dat nou wel doen?’, maar ik wilde het graag delen.

Nu vind ik het tijd om te zeggen dat ik me realiseer dat er onder de lezers van mijn blog genoeg mensen zijn die mijn verslag met gemengde gevoelens lazen. Vrouwen of mannen van wie de partner gestorven is of chronisch ziek met dementie, of van wie de partner hen verlaten heeft. Mensen die graag een partner zouden willen, maar nooit hebben gevonden. Of stellen die graag kinderen hadden gewild en steeds tegen dat gemis aanlopen, ook of juist bij huwelijksjubilea.

Het blijft een raadsel waarom God ieders leven zo verschillend leidt. Wat maakt dat het ene stel elkaar wel trouw blijft en de andere, even gelovige man of vrouw, bedrogen wordt? Waarom is het ene huwelijk onhoudbaar vanwege bijvoorbeeld een (niet erkende) persoonlijkheidsstoornis van een van beiden? Waarom sterft de een zo vroeg en ben je jong weduwnaar of weduwe en bereiken wij veertig jaar en sommigen zelfs de 60e of de 70e trouwdag? Waarom krijgen mensen, soms zelfs tegen hun zin, kinderen en krijgen anderen die er naar smachten er geen?

Ik heb ook geen antwoord op die vraag.  Zelfs de bijbel staat vol met klaagzangen over het verschil in zegen tussen mensen. Zeker als het ook nog zo is tussen gelovigen en ongelovigen. De laatsten hebben het dan vooral allemaal goed voor elkaar en de gelovigen bijten op een houtje en zitten in de misère. Hoe kan dat nou,  God, bent u me soms vergeten, roepen de psalmenschrijvers (lees psalm 42 maar eens) De bijbel is heel eerlijk en realistisch over het leven. Geen rozentuin. Nog niet.

Eén ding is duidelijk. God die ons vergeten zou? De hele bijbel roept keihard nee:  Nee, ik vergeet jullie niet. Het raadsel wordt niet opgelost, maar één antwoord kunnen we wegstrepen: dat God ons vergeten zou of nog erger dat Hij onverschillig zou zijn. Dat gevoel krijg je toch, als er mensen worden onthoofd, of kleine kinderen aan kanker sterven?

Ik heb eens een boek gelezen (titel helaas vergeten) over de vraag naar het waarom van het lijden waarin de schrijver redelijk nuchter stelt dat het er ‘gewoon’ bij hoort sinds de zondeval. Het is duidelijk niet meer goed op aarde. ‘The pain of the universe’, noemde ze het. Die term is altijd blijven hangen. Pijn is een motto, zoveel kun je van deze wereld wel zeggen. Of je nu veertig jaar getrouwd ben met kinderen of alleenstaand zonder kinderen, we kennen allemaal de zeerte, de leegte, de duisternis bij tijden in ons leven. Het wordt pijnlijker en donkerder wanneer je blijft vasthouden aan een soort ‘recht op geluk’. Dat recht bestaat niet namelijk. En dat gaat rechtstreeks tegen ons gevoel in.

Waarom heb ik al twintig jaar last van depressies en lopen anderen vrolijk en vitaal over deze aardbol? Die vraag verergert het lijden. En is ook eigenlijk een valse voorstelling. Want hoe weet ik dat anderen vrolijk en vitaal zijn? Wat weet ik van hun sores en moeiten?

Ziektes en tegenslagen, onvervulde verlangens zijn onderdeel van de ‘pain of the universe’ Iedereen krijgt zijn pakket te verwerken. Ergens opgenomen in een voor mij onbereikbaar, niet te bevatten script van God waar ik verder vanaf blijf. ‘Niets loopt uit de hand’ is de troostende betekenis. En verder gaan we een leerproces in: niet wat ik als geluk, maar wat God voor ons als geluk definieert: Hem kennen en dichtbij Hem zijn. Zo simpel. En zo moeilijk.

Veertig jaar getrouwd. Met een man die mijn depressies kan verdragen, die mijn geloofstwijfels steeds weer geduldig aanhoort en die geleerd heeft niet altijd oplossingen te bedenken maar gewoon er te zijn en te luisteren. Mijn depressies zijn vreselijk (geweest). Mijn twijfels vond ik nog erger. Mijn leven is anders gelopen door de ‘pain of the universe’, de gebrokenheid. Ik had heel anders gewild, Maar heel langzaam begin ik te zien dat wat  gebrek en beperking is (dat blijft het) zélf de weg vormt naar een vruchtbaar leven.  De bloembol, het zaad, dat moet sterven om tot bloei te komen. Veel groei in de natuur vindt plaats in het duister.

‘Waarom’ blijven vragen is vruchteloos en op den duur ziek- en bitter makend. ‘Waartoe’ vragen zet de Geest in beweging in je leven. En alle ‘pain in the universe’ , samengebald in een inktzwart moment van dood, is al een keer gedragen door één enkel mens, Jezus en het heeft hem niet gebroken. Hij kwam uit het graf op eigen kracht en Hij is God bekleedt met macht, zingt een oud lied. Sinds die tijd is de pijn nog niet geleden, maar de straf waar die pijn een uiting van is, is voorbij.

Helpt dat nou allemaal als je man er met een ander vandoor is, als je je lichaam oud ziet worden en er geen kinderen komen, als je in een oorlogsgebied woont, als je kind op sterven ligt, of gehandicapt? Wordt alles nu makkelijk en dragelijk? Nee. De tranen blijven. Met één verschil. Er is hoop: Dit is niet het einde, niet het enige, het is  (maar) een fase in de eeuwigheid. En er is de nabijheid in liefde van Jezus, die weet wat het is om te huilen (en ongetwijfeld ook om te lachen!)

Zo simpel. Zo moeilijk. Augustinus zei al: Geef Heer wat U vraagt, en vraag dan wat U wilt.

Graag hoor ik reacties op wat ik schrijf. Hoe gaan jullie om met de pijn in je leven?

Jubileum à la de jaren zeventig

busennoah
Ta-daaa!

En toen zat ik opeens in een oud busje, een Volkswagen uit 1971. Met echtgenoot, zoon, dochter en kleinzoon. Op de laatste zou ik passen, echtgenoot had net ‘geschikt’ eten in huis gehaald. Mijn huis was een puinhoop omdat we opgeslagen spullen van onze dochter die in het buitenland woont aan het uitzoeken waren met haar. Overal stapels: Kringloop, Afvalstation, Mee, Oud Papier, Twijfelgevalletjes, enzovoort. Ergens tussen alle stapels lag nog een was te wachten.

We zouden een kop thee drinken voordat het oppassen een aanvang ging nemen. Bij de eerste slok zei mijn zoon: nou, drink je thee op en pak dan even een koffertje, we gaan weg namelijk. Ik had ter plekke een hartverzakking. Nu? Weg? Een koffer pakken? Geen enkele vezel in mijn lijf had dit aan voelen komen, terwijl ik toch redelijk helderziend ben, bij wijze van spreken.

Wat is het geval? Afgelopen zaterdag was ik 40 jaar getrouwd met mijn geliefde echtgenoot en dat gingen we vieren. Op zaterdag. De ‘echte’ dag. We hadden een aantal dingen geregeld. Mentaal was ik daarop voorbereid. ’s Ochtends nog rustig aan en dan rond 11 uur richting Amsterdam waar we naar het Van Gogh museum zouden en in een Koreaans restaurant dineren. For old times sake. (Mijn oorspronkelijke plannen waren vooral op de kleinkinderen afgestemd. Avifauna, Safaripark, Archeon. Tot mijn echtgenoot met een enigszins benauwd gezicht bekende dat hij helemaal geen zin had in een safari op zijn huwelijksjubileum.) De uiteindelijke plannen legden de culturele lat aanzienlijk hoger, maar hé, het was ook eens wat anders!

Goed, dat was het plan voor zaterdag. Vrijdagmiddag om 17.00 uur was hele andere koek. Met trillende knieën kroop ik de trap op, bijgestaan door een kordate dochter die natuurlijk in het complot zat. ’s Ochtends hadden we al een set kleding bij elkaar gezocht uit de kast en ik vond haar toen al bijzonder behulpzaam. Tenslotte had ze zelf ook van alles te doen. De feestoutfit lag dus klaar. Verder waren de instructies simpel. Het hoefde niet chique en ik hoefde me niet te verkleden. Dat elimineerde in elk geval de mogelijkheid dat er ergens 100 mensen zaten te wachten op hun paasbest! Een onderbroek en je tandenborstel, vatte zoon het samen. Minimalistisch als hij is. Het werd iets meer.

Buitengekomen zagen we de schitterende oldtimer, de volkswagenbus uit 1971. Na ettelijke fotomomenten reden we weg. Maar waarheen? Geen flauw idee. Een hotelletje? Een camping (ik moest wat warms pakken)? Een huisje? En waar? We reden naar het zuiden over de A2, echtgenoot’s hersenen kraakten en er kwam stoom uit zijn oren. Hij heeft een kaart in zijn hoofd en alle mogelijke routes en richtingen werden gesuggereerd. Zonder resultaat.

allemaalbus
Allemaal in het busje

Tot we er bijna waren. Ik zag Kesteren op een bord staan en toen viel bij mij het kwartje. Kesteren is de Betuwe en de Betuwe is l’Abri waar echtgnoot en ik elkaar 40 jaar geleden ontmoetten. (Klik even op de link als je wilt weten wat l’Abri is) Maar ik mocht niets zeggen. ‘Ik zie hier geen enkel verband met ons leven’, riep echtgenoot wanhopig uit. Beesd waren we al voorbij. ‘In Beesd kwam Abraham Kuyper tot bekering en het is een mooi plaatsje’, vond hij. Maar daar gingen we niet heen. Langs de weg zagen we steeds meer fruitboomgaarden. ‘Appelbomen?’ Mijn dochter gaf nog een hint weg. We hebben namelijk vlak voor ons huwelijk nog een week appels geplukt bij l ‘Abri, toen nog in het bezit van een grote hoogstamboomgaard. Het mocht niet baten. Zijn gezicht bleef een groot vraagteken.

Pas toen we de oprijlaan opreden zag hij het. ‘Eck en Wiel! l’Abri, waar de liefde ooit begonnen is!’

kim me 40th

Op l’Abri kregen we de tweepersoonskamer, die er in de tijd dat ik er woonde nog niet was. Een verbetering! We aten mee met de gasten voor het weekend, een vier sterren maaltijd, zoals het de gewoonte is daar. ’s Avonds hadden we de keus om een film mee te kijken met daarna een korte bespreking, net als in ‘the old days’. Geweldig.

24535-multifunctionele-oost-indische-kers

Ontbijt op bed, taart versierd met bloemen van de Oost-Indische kers. Blijkbaar de bloem die bij een 40 jarig jubileum hoort. En vervolgens de fotoshoot. Met een fotograaf. In alle hoeken en standen, met z’n allen, samen, zittend, staand, in de bus, voor de bus en wat er verder nog voor mogelijkheden waren.

Toen op weg naar Amsterdam. Het busje reed prima, maar wat een lawaai! Maakten alle auto’s zo’n lawaai in de jaren zeventig? En wat was dat stuur zwaar. En wat zaten er weinig raampjes in voor frisse lucht. En wat gleed je van links naar rechts op de rotondes bij gebrek aan veiligheidsgordels of handgrepen. En maximum 80 km. Een hele rit dus. Leuk was dat we met de ‘eigen’ kinderen in het busje zaten, even een herinneringsmoment aan onze Korea tijd waar we ook in een (KIA Bongo)busje reden. De koude kant had zich teruggetrokken in een andere auto, zoals ze het zelf benoemden.

We arriveerden op tijd voor de lunch bij Small Talk, en om half drie stonden we in de hal van het Van Gogh museum voor de rondleiding. Het was mega druk maar onze gids schoof zonder pardon, tot ergernis van sommigen, iedereen opzij als ze iets uit wilde leggen. Ze richtte zich vooral op de kinderen, maar ook wij kregen opdrachten en voelden ons in het geheel niet betutteld. Tien, zo heette de gids, Tien voor Tineke. Een echte aanrader! De tour en de gids.

vangoghkids40th
kids tijdens de rondleiding

Na de rondleiding en de film waren we allemaal toe aan een dutje in het bed van Vincent. Maar de karavaan ging verder, nu, na een korte tussenstop bij café Keyzer, naar het Koreaanse restaurant Miss Korea op de Albert Kuypstraat. Na 8 jaar in Zuid-Korea gewoond te hebben in de jaren tachtig is Koreaans eten voor ons allemaal altijd een soort thuiskomen. Met z’n twaalven hebben we een all-you-can-eat menu gedaan. Vijf rondes waarbij iedere persoon drie gerechten kan kiezen. In totaal dus 15 gerechten van een klein, koud, groente bijgerecht tot warme, (aan tafel) geroosterde vleesgerechten of grote kommen met gebakken rijst en toebehoren. Miss Korea krijgt van mij en kleinzonen  Niek en Kris een 9.

niekkoreaanseten

 

40jaarKoreaanseten
tussenstop bij cafè Keijzer, Amsterdam

Uitgeput, maar blij en voldaan keerden we huiswaarts. Dat het busje inmiddels kuren vertoonde en in de drukke binnenstad in Amsterdam bij ieder stoplicht de motor afsloeg heeft de pret niet kunnen drukken.

God intens dankbaar voor alle jaren en liefde en zorg!

 

Saint Rémy en het ‘gekkenhuis’ – een bezoek

Van Gogh door Zadkine in tuin St.Remy
Van Gogh door Zadkine in tuin St.Remy

‘Ik wilde je zeggen dat ik geloof er goed aan gedaan te hebben hierheen te gaan, allereerst omdat ik, nu ik de werkelijkheid van het leven van allerlei gekken of dwazen in deze menagerie zie, de vage vrees, de angst ervoor kwijt raak. En langzamerhand krankzinnigheid kan gaan beschouwen als een ziekte zoals elke andere ziekte.(………..)en hoewel je hier voortdurend vreselijk geschreeuw en gekrijs hoort als van beesten in een dierentuin, kennen de mensen elkaar hier ondanks dat heel goed en helpen ze elkaar als ze een aanval krijgen.(…..) Ik ben nog nooit zo rustig geweest als hier(..) zodat ik eindelijk een beetje kan schilderen…’ 

Dit schrijft de schilder Vincent Van Gogh op 9 mei 1889 aan zijn broer Theo in Parijs. Hij is begin mei opgenomen in een psychiatrische inrichting in Saint-Remy-de -Provence. In Arles, zijn woonplaats sinds een jaar, heeft hij ‘aanvallen’ van waanzin (bijna iedereen kent wel het beruchte ‘oorverhaal’, waarbij Vincent een groot stuk van zijn oor afsnijdt en presenteert aan een prostitué). Minder bekend is dat hij ook van de grond ging eten en zijn verf en zelfs de terpentine trachtte te drinken.

Hij was ver heen. Vandaar dat zijn broer Theo regelde dat hij opgenomen werd en onder behandeling kwam van dr. Peyron. Een voor die tijd ‘wijze’ arts die erg zijn best deed mensen met een psychiatrische stoornis humaan te verplegen. Met de beperkte kennis van toen weliswaar, maar de toestanden in de inrichting waren zodanig dat Van Gogh er zich beter voelde dan in zijn eigen huis in Arles,  dat blijkt uit zijn brieven uit die periode. Hij is niet erg weg van het eten, wil niet teveel te maken hebben met de andere zieken, maar hij voelt zich er geborgen en veilig. Dr. Peyron schrijft in zijn aantekeningen over van Gogh dat hij waarschijnlijk aan epilepsie lijdt. Met onregelmatig voorkomende toevallen, tijdens welke hij zich niet langer bewust is wat hij doet.

Eén van de behandelmethodes bestaat uit baden, tweemaal per week, twee uur lang, de zg. hydrotherapie. We zagen de houten kuipen, met deksel. Dat werd waarschijnlijk bij onrustige patiënten vastgeschroefd zodat ze er niet uit konden springen.

De baden waarin patiënten 2 uur zaten, om rustig te worden
De baden waarin patiënten 2 uur zaten, om rustig te worden

Al jaren volgen echtgenoot en ik het ‘spoor’ van Van Gogh door Nederland en Frankrijk. Het begon met een ‘toevallige’ lezing van een Regenboog-pocket  ‘Brieven aan Theo’. Ooit door mij geschonken aan echtgenoot vanwege zijn interesse in en bewondering voor de schilderijen van Van Gogh. De brieven sloegen in als een bom. Ik moest ze onmiddellijk ook lezen. Wat ik deed en ik begreep waarom ze zo’n indruk maakten. Van Gogh kon geweldig goed schrijven, zeer persoonlijk en beeldend en legt zijn ziel volkomen bloot in bijna iedere brief. Eerst zijn worsteling en gedrevenheid om armen te helpen en het evangelie te preken. Periodes die grote teleurstelling brengen. Dan de strijd om te schilderen zoals hij het wilde, de armoede en het geworstel om in zijn levensonderhoud te voorzien, wat niet lukt. De tegenslagen.  Veel idealen lopen op niets uit, alleen het schilderen blijft. Zonder enige erkenning schildert hij uiteindelijk als een razende het ene doek na het andere. Geld om te leven heeft hij niet, zijn broer Theo onderhoudt hem volledig.

De brieven (inmiddels hebben we de volledige uitgave cadeau gekregen) geven een inkijk in het moeizame en, ondanks zijn grote talent, toen nog onopgemerkte leven van de schilder. Hij neemt in Den Haag een zwangere prostitué in huis, Sien, eerst met de bedoeling om haar een plek te geven waar ze haar kind kan krijgen. Het brengt hem in kwaad gerucht. De familie heeft het er moeilijk mee, vooral zijn vader die predikant is, en Vincent niet kan volgen. Er is veel ruzie. In Parijs gaat hij onder invloed van anderen lichter schilderen dan hij in Nederland deed, maar de zon breekt pas echt door wanneer hij in Zuid Frankrijk, in Arles, arriveert. Alleen is van Gogh dan al een gekweld, ziek mens. Waarschijnlijk ook als gevolg van alcohol (absinth!) en een slecht dieet is zijn gezondheid ondermijnd. Dat komt zijn psychische gesteldheid niet ten goede.

In St.Remy schildert hij alle uren van de dag. Het is de enige manier dat hij overleven kan, zo zegt hij zelf. Hij maakt er sommige van zijn mooiste doeken.  Amandelbloesem schilderde van Gogh als kraamcadeau voor het zoontje van Theo en zijn  vrouw Jo. De irissen groeien nog steeds in lange rijen in de tuin van het ziekenhuis (uitgebloeid op de foto). Alles in zijn omgeving kwam op doek te staan. Ook het (schitterende) uitzicht vanuit zijn raam.

We hebben daar gestaan in die kamer, met een vreemde mengeling van gevoelens. Hier in deze kleine, sobere kamer in een psychiatrisch ziekenhuis, in een uithoek van Frankrijk woonde een gekwelde, geniale man, die nog maar een jaar te leven had en onbekend (behalve onder een paar collega’s) in Auvers begraven zou worden. En honderden ondergewaardeerde doeken achterliet. Nét voor zijn dood in 1890 lijkt het erop dat hij zijn eerste doek zal verkopen. Hij heeft het niet meer mee kunnen maken.

 

Kamer Van Gogh

irissen1 St. Remy StRemy (39)

Irissen. Tegen de zon in gefotografeerd, de gevel met het slaapkamerraam van Van Gogh, en de kapel op het terrein van de inrichting, ook toen al in gebruik. De inrichting was onderdeel van een klooster.

amandelbloesem

 

Het is een tragisch verhaal. Met voor Van Gogh liefhebbers een gouden einde. Zijn geweldig talent is uiteindelijk ontdekt en voor ons is er nu zijn prachtige erfenis. Weten dat die de vrucht is van veel bloed, zweet en tranen maakt die erfenis een ware schat.

Dromen

Tijdens mijn vakantie droomde ik over Loes. Het is onvermijdelijk. Bij iedere suïcide in mijn directe omgeving of van een bekend persoon, zoals onlangs die van Robin Williams of anderen in het verleden, komen de herinneringen aan het leven van mijn oudste zus naar boven. Zij maakte 22 jaar geleden een einde aan haar leven. Even weer trekt en schrijnt het litteken zoals bij iedere begrafenis er ook de herinnering is aan gestorven geliefden in het verleden.

In mijn droom waren allerlei familieleden bij elkaar. Ik moest een maaltijd voor ze maken (ik moet heel vaak koken in mijn dromen!), maar wilde ook naar de kerk. Ik vroeg Loes of ze vast rijst wilde koken dan zou ik een saus maken van reuzebonen en tomaten. Ik liep het te bedenken terwijl ik Loes riep. Uitje, knoflook, tomatenpuree, wat water dan was er genoeg voor iedereen en het zou best smaken. Als de rijst maar klaar was. Loes reageerde niet. Ik riep opnieuw, harder en liep naar haar toe. Ze leek diep in slaap. Ik schudde haar wat, riep in haar oor en eindelijk schrok ze wakker. Waar was je, zei ik. Ik was helemaal weg, af en toe heb ik dat. Ik maak me er wel zorgen over, voegde ze er aan toe.

Ze zag er niet goed uit. Haar huid was grauw. Ik wilde haar troosten en kuste haar op haar wangen en omhelsde haar. Het voelde zo goed haar vast te houden. Het was zo levensecht. Ik voelde en rook haar huid. Haar huid die bij leven wat ruw was, wel zacht, maar niet glad. Haar geur die altijd vermengd was met de geur van de shag die ze rookte.

Het was maar een droom, maar zo’n droom die iets met je doet. Het was eigenlijk de eerste droom over Loes sinds lange tijd. En de eerste die geen schurende pijn met zich meebracht.’ Ga jij maar’  zei ze, een beetje lachend vanwege het feit dat ik haar zo overlaadde met zoenen.

‘Ga jij maar naar de kerk, ik zorg wel dat de rijst klaar is’. Het had iets diep geruststellend, die boodschap.

Ik heb zoveel emoties ervaren na haar dood. Ik las een open brief, ik meen gepubliceerd in NRC, van een dochter over haar vaders zelfmoord. Ze stoorde zich eraan dat mensen reageerden met woede. Of zo’n daad egoïstisch noemen. Hoe kun je je kinderen, je vrouw/man, je geliefden zo achterlaten, redeneren veel mensen. Wij hebben het ook wel eens moeilijk, maar je piept er toch maar niet zo tussenuit. En je laat anderen met de rotzooi achter!

De schrijfster van de brief kon die woede niet plaatsen. Iemand moet toch juist heel ziek zijn om ondanks dat alles een einde aan zijn of haar leven te maken. Daar kun je alleen medelijden mee voelen, was haar opinie.

Ik kan zeggen dat ik alle emoties wel doorlopen heb, van woede, verdriet tot aan medelijden en schuldgevoel. Het hoofd kan beredeneren dat iemand ziek is en daarom niet meer weet wat ze doet, maar het hart zegt: wat doe je me aan?! Je laat me mooi met de ellende achter!

Ik ben gelukkig (na meer dan 20 jaar….)zover dat het meest pijnlijke gevoel dat ik ervaar nu een gevoel van heimwee, van niet-compleet zijn, is. Het is een litteken geworden dat af en toe trekt, vooral wanneer er in mijn nabijheid mensen geliefden verliezen aan dezelfde afschuwelijke dood. Het is zo’n lange weg om te gaan erna.

Ik bid voor de nabestaanden van Robin Williams, dat God ze mag helpen vrede te vinden.

Met z’n dertigen naar het strand en zo

clermont gite
Onze gite in Clermont-sur-Lauquet

Na onze stille week in het uitstervende Clermont-sur-Lauqet zijn we nu aangeland in het meest levendige deel van de vakantie, de reünie van de Franse familie van echtgenoot. Laat ik het even toelichten. De enige broer van echtgenoots moeder in de VS trouwde een Franse vrouw en kreeg met haar drie kinderen, eind jaren veertig tot midden jaren vijftig. Twee volle neven en een nicht van echtgenoot dus. Vanwege het werk van hun vader, echtgenoot’s uncle Woody, woonden ze in zowel Spanje en Frankrijk. Twee van hen werkten in de VS, nicht Christine niet. Deze neven en nicht vestigden zich in Frankrijk, waar ze zelf gezinnen kregen. En scheidden en andere kinderen kregen en stiefkinderen.
last pics

Zo waren we met een groep van 25 à 30 personen op camping Laroque des Albères aangekomen. Dat de andere campinggasten niet erg blij met ons waren zou later blijken, maar wij vonden het een lumineus idee om nu eens niet in één huis te zitten (zoals op vorige reünies in Puerto Rico in een hotelletje en de VS, in 2 grote huizen), maar ieder zijn eigen plek te laten hebben.

We waren door de campingbaas bij elkaar in de buurt geplaatst. Ieder had een tent, huisje, stacaravan of blokhut (wij: net genoeg ruimte voor een bed, een tafel en een aanrechtje, +badkamer. Type waardeloos  huisje/ luxe tent, afhankelijk van hoe je er naar kijkt). We waren boven of onder elkaar gesitueerd, want de camping, aan de voet van Les Albères, uitlopers van de Pyreneeën, was  steil. De benen zijn weer in goede conditie.

breathtaking view from  the mountain all the way to the mediterranean
breathtaking view from the mountain all the way to the mediterranean

Het camping idee was dus prima, alleen hadden we er geen rekening mee gehouden dat we onderdeel uitmaakten van een rumoerige familie, die tot in de late uurtjes doorzakte en de hele buurt al ‘fluisterend’ uit de slaap hield. Drie families met twee vintage caravans en een aantal tenten hadden een soort nomadenkamp geïnstalleerd waar de hele dag en avond grote delen van de rest van de familie mee-at, dronk en -snackte. Ook alle aanwezige kinderen (zeven of zo) hingen er graag rond.
Deze familie begroet elkaar op ieder moment van de dag alsof ze elkaar in geen maanden gezien hebben, met veel kussen, lachen en uithalen van plezier. Zachtjes praten was er ook niet bij, vooral niet na tienen als de pastiche en vin rijkelijk vloeiden en iedere flauwe grap tien keer zo leuk is.

Bonte avond
Bonte avond
the zebra's
Zebra’s

Het zat er dik in. Na een paar avonden werden we in de ban gedaan. Bij familiedingen moesten we naar een plek op het parkeerterrein alwaar een verzamelpunt werd ingericht, met licht van de camping. Ze hadden er zelfs een slinger opgehangen ter vergoeding van de verbanning. Daar beleefden we wél een hele leuke avond. De (franse) kinderen hadden met oma Christine een heel spektakel ingestudeerd. Dans, rap, zang, van alles. Christine is o.a regisseuse van beroep geweest, dus ze had de wind er goed onder. En sommige kinderen hadden absoluut talent! Inmiddels was het acht uur en er was wél gedronken maar nog niet gegeten. Dat heeft een uitwerking die ik niet hoef uit te leggen. Vooral op degenen (de meesten) die die dag waren raften. Nicht Christine had naast het regisseren ook de taak op zich genomen om voor iedereen te koken. Om half negen/negen uur kregen we na gazpacho (koude tomatensoep),een verrukkelijke varkenscurry met couscous. Alles uit plastic. Met zovelen moet je soms je principes opzij zetten…

Voor ons was dat late eten wel even aanpassen. Met onze sobere boterhammen lunch red je het niet tot negen uur ’s avonds. Na een aantal dagen wit, slap en hongerig naar de maaltijd te hebben zitten smachten zijn we ook een tussenmaaltijd in gaan lassen. ‘Gouter’ zoals de Fransen het noemen, rond vier of vijf uur.

Even pauze in de schaduw
Even pauze in de schaduw

In de hete felle zon beklommen we met zijn allen een berg, inclusief het jongste (3) lid van de familie. Met de hele club naar het strand in Collioure, een pittoresk stadje aan de Middellandse Zee. Als Nederlander zou ik gedacht hebben, dat is totaal onmogelijk. Maar ik heb in de loop van de tijd geleerd los te laten. Met grote groepen, zeker wanneer het om Latino familie gaat is alles mogelijk. Of niet. Je moet het laten gebeuren. Of niet. Geen haast hebben, niet denken ‘dit kan efficiënter’. ‘Go with the flow’ is het devies. En dan gebeuren er ongelofelijke dingen. Of anders morgen wel. Of ooit. Of niet. Geen probleem. Maar na lang zoeken hebben we elkaar allemaal gevonden op het strandje, línks van het paleis van de koningen van Mallorca! Rechts en achter zijn namelijk ook strandjes. Die hebben wij allemaal gezien… Maar een duik in de heldere, koele, licht golvende Middellandse Zee spoelde al het stof en zweet weer weg.

Couillure beach1

Met de hele groep raften zat er niet in want de minimum leeftijd was 8 jaar. Tot groot verdriet van de 6 en 7 jarigen..Met een aantal zijn we naar een roofvogelshow gegaan in de buurt, maar niets woog op natuurlijk tegen de heftig spannende boottocht van de groteren. Zelfs niet de gigantische gieren die gezellig even naast ons kwamen zitten..

Op de laatste avond was ‘potluck’ en BBQ, de Amerikaanse inbreng, zeg maar, van de kant van echtgenoot en stamvader Woody. Inmiddels waren we echt naar de buitenste der buitenste ring van de camping verwezen. Op de vorige plek waren er namelijk klachten binnengekomen van nu weer een naburige camping over ‘lawaai’.

De camping bracht een spotlicht. En verder was er kaarslicht. Zo brachten we die avond opnieuw door met ‘spectacle’, ingestudeerd of niet. Niet alleen de kinderen hielden een modeshow en een dans-act, zelfs de volwassenen dartelden, onder begeleiding van muziek, over de geïmproviseerde catwalk omzoomd door kaarsjes. Iedere act werd begroet met gejoel en gejubel. Deze Franse familie kan een feestje bouwen! Alle uitbundige Spaanse, Franse, Griekse, en Antilliaanse genen gingen met ons aan de haal. Of we werden erdoor aangestoken. Mijn genen gaan niet verder terug dan Duitse..niet de meest exotische dus…

Heel bijzonder was nog dat neef Alain (61), kleinzoon Niek (9) wist over te halen zijn Kungfu vormen te doen. ‘Doe jij Kungfu voor mij? Dan doe ik Tai-chi voor jou!’ Met het felle licht van de lamp, de donkere sterrenhemel boven ons en de perfect gekozen muziek op de achtergrond deed Niek vol overgave en ernstig zijn Kungfu bewegingen. Vloeiend als een danser en krachtig als een krijger. Daarna wandelde Alain als een vogel over de catwalk.

Farewell pictures
Farewell pictures

Natuurlijk is er in deze familiegroep ook het verdriet en de pijn van het leven en wat ze hebben meegemaakt. Maar er was deze week duidelijk een drang om er een bijzondere week van te maken en te genieten van elkaar als familie. Er waren goeie gesprekken, we hebben elkaar veel beter leren kennen en wat ook mooi meegenomen is: ik heb nog nooit zoveel Frans gehakkeld als deze week. Ik heb er weer 25 familieleden bij!

Ver van de bewoonde wereld

Na drie steden plande echtgenoot een rustperiode in van een week in een gite rural in het zuiden van Frankrijk, Clermont-sur-Lauquet, in de Corbieres-Languedoc-Roussilon regio. Schitterend. Wijngaarden, heuvelachtig landschap, af en toe een berg, rotsuitstulpingen en rode aarde. Rustig. Dat zonder twijfel. In ons dorp wonen zegge en schrijven 20 mensen (ik zie er maar drie) Er zijn geen winkels, geen cafe’s, geen toeristen en tja, wat is er eigenlijk wel? Vlinders, fel oranje met zwarte stipjes, zwart-witte vlinders, hagedisjes, een paar verwilderde poesjes en ontzettend veel mooie wilde bloemen. Verder, en dat in de meerderheid, veel vliegen. Vliegen die bijten, ook dat nog. We hebben gewandeld, met grote takken om de vliegen te verdrijven die ons in hordes aanvielen. Er komen weinig mensen dus als er dan een vleesachtig iemand passeert…

Nee echt, het is heerlijk stil en het is goed na drie drukke stedentrips. Alleen, wat doet een blogger zonder internet? Dat is als een schrijver zonder pen, een schilder zonder doek. Af en toe rijden we dus een half uur naar Limoux. Een prachtige rit langs de bergweggetjes. Tenslotte moeten we ook brood en zo hebben. Nu zitten we te genieten van een kop koffie op een wifi-terras. Krant erbij. Civilisatie heeft wel zijn aantrekkelijke kanten.

Ik blijf een stadsmens.

Knitted together – antidote to suicide

“We are never “individuals” but always and inextricably bound together in profound ways. Our connectedness is so central to the gospel that Paul uses a compelling metaphor—the body—to capture it (1 Cor. 12; Rom. 12; Eph. 4). In this body, all the parts are needed and work as a whole. If one part of the body cuts itself off forever, then surely the entire body will suffer. And just as the eye can’t say to the hand, “I don’t need you!” (1 Cor. 12:21), neither can it say, “You don’t need me!”

Every person is spiritually stitched to innumerable other persons. Here we find not only the strongest argument against suicide, but also a powerful antidote to it. Along with hotlines and health clinic referrals, we the church also need to foster communities where the darkest of impulses can be named without fear of rejection. Satan would love nothing more than to keep suicidal Christians isolated. But God has given us the answer in each other. As we are knitted together as the church, the gates of hell—and of suicide—will not prevail against us”

Katelyn Beaty is Christianity Today’s managing editor.

Heidelberg – Basel – Nimes

In der Neckarhelle is het adres van onze eerste Airbnb-kamer. Vlakbij de Neckar zoals de naam al doet vermoeden, maar net niet aan de Neckar, wat goed is want daar loopt een drukke weg langs. Een straat hoger, tegen de berghelling aan, is de Neckarhelle. En dan eigenlijk nog een steil weggetje omhoog, de hoek om. Dan staan we voor het hek dat toegang geeft tot het appartement van Manfred, de lange, magere eigenaar.

Na wat wennen (zie mijn vorige blog) is de kamer een uitstekende uitvalbasis voor het verkennen van Heidelberg. We zoeven fietsend langs de Neckar.  Fietsen is zeer populair aan het worden in Duitsland. De fietspaden deel je echter met wandelaars en veel van deze onschuldige lopers (vaak ook toeristen die geen idee hebben van naderend gevaar op wielen)  worden rakelings gepasseerd door snelle Jelles. De echte fietsers gebruiken de paden allang niet meer en racen voorbij op de autoweg. Duitsers houden van snelheid. Of ze nu in de auto zitten of op de fiets.

Wij bereiken binnen 10 minuten het Schloss. Een indrukwekkende ruine van het kasteel van de keurvorsten van de Palts , van wie Frederik III tijdens de Reformatie in de 16e eeuw zo’n belangrijke rol speelde. Hij steunde Luther en de protestanten. Onder zijn stimulans kwam de Heidelbergse Catechismus tot stand. Vorig jaar werd 450 jaar HC uitbundig gevierd in de stad terwijl er geen hond is die er nog iets mee doet. Correctie. Er is een heel klein kerkje gestart, Selbstandige Evangelisch Reformierte Kirche, 30 leden max tot nu toe, dat gebruikt maakt van de catechismus en enthousiast is over het gereformeerde erfgoed. Geen afsplitsing, maar een nieuw begin, zeg maar.

We bezochten de gemeente op zondag. De voorganger, Sebastian Heck, is van Rooms Katholieke afkomst en is via velerlei wegen uitgekomen bij het gereformeerde geloof. Alle leden komen van verschilende achtergronden en vormen een boeiend gezelschap, volgens de predikant. De dienst is vlot, behoudend van liturgie. Psalmen vertaald in modern Duits, met Geneefse melodie en af en toe een gezang. Voor we inzetten met zingen, zet de dominee een ‘ bandje’ aan met orgelmuziek. Bij gebrek aan organist. Er stond overigens wel een mooie vleugel. Dus was het wellicht behelpen vanwege de vakantie. Het kwam op mij wel enigszins komisch over. Met een ernstig gezicht drukte de man op een verborgen knopje en opeens rolde er een golf muziek over ons heen als waren we vergaderd in een kathedraal. Het zong wel beter dan acapella. We ontmoetten er natuurlijk andere Nederlandse gezinnen, altijd leuk. Een Amerikaans gezin is er lid en had voor de cake bij de koffie gezorgd. Alleen daarom al is een bezoekje aan te bevelen!

Het weer in Heidelberg was warm, zeer warm. Zeker fietsend, droop het zweet letterlijk langs mijn rug wanneer we ergens stopten. Ook het Kurpfalziches Museum bracht niet de gehoopte verkoeling. Geen climat control, integendeel, het glazen dak maakte het binnen ondragelijk warm. Er waren wel een aantal bijzondere dingen te zien. Gerard Honthorst was redelijk populair bij de vorsten dus er hangen een aantal mooie portretten. Er is een Cranach, de zondeval,  een schitterend vroeg altaarstuk, uit hout gesneden, van Jezus en de apostelen. Veel porselein en servies van Frankenthal, wat ik erg interessant vond, maar niet altijd mooi. Uiteindelijk kwam het heerlijkste moment in de museumtuin, een groot glas koud Weissbier!

We nemen afscheid van Manfred en Heidelberg en vervolgen ons airbnb avontuur, nu in Basel, voor 1 nacht. Onze kamer daar is 2 maal zo groot en luxe maar ook dubbel de prijs. We zien de verhuurster nauwelijks. Het is een jonge Turkse vrouw die in Europa gestudeerd heeft en nu voor een Turkse werkgever in Zurich werkt. Ze is laat thuis en vroeg weg. Basel blijkt een peperdure stad. Gelukkig hebben we er vrienden die ons een snelle rondleiding geven en ons vervolgens trakteren op een typische Baselse maaltijd: kalfs cordon bleu met rosti en groenten. De volgende ochtend, na een verbazend goeie nacht op het uitklapbed, maken we ons op voor de lange tocht naar Nimes.

Op weg naar het zuiden nu, naar de Pyreneeen, maar eerst nog een airbnb voor vier nachten in Nimes, een weekje bijkomen van alle steden in een gite de France, (hutje op de hei) en dan de week in Laroque, waar we familie in alle soorten en maten zullen ontmoeten.

Maar eerst Nimes. Waar we Sue ontmoeten, die in een 19e eeuws appartement woont. Aan de buitenkant volkomen verwaarloosd wat typererend is voor (Zuid)Frankrijk. Houten luiken waar de verf vanaf bladdert en muren die in geen decennia geverfd zijn. Juist daarom zo karakteristiek. Binnen is het hoog en veel groter dan we dachten. We krijgen eerste lekker een koude rose op het terras aangeboden en worden direct voor de Franse leeuwen gegooid. Sue verstaat wel Engels, maar spreekt het nauwelijks. Wel spreekt ze vlot en snel haar eigen taal. Wij moeten dus aan de bak met ons Frans. Na veel gehaspel en gelach laat ze ons de kamer zien. Een ruime kamer, dat wel, maar op zolder. Warm. En met een schuin dak en dikke balken waar je zo lekker je hoofd aan kunt stoten. We lopen vanaf dat moment gebogen.  Wonder boven wonder slapen we goed, met de ventilator min of meer op het bed.

En tot nu toe heeft alleen echtgenoot zijn hoofd gestoten. Maar die had zijn bankpas in de betaalautomaat laten zitten en holde de trap op om de pas telefonisch te blokkeren. Dat zijn van die momenten dat alles even tegenzit.

 

Heidelberg

Uitzicht over Heidelberg vanaf het Schloss, een groot kasteel gebouwd op de berghelling van de zuidelijke oever van de Neckar.

De ramen staan wijd open, van buiten komen de geluiden van voorbij rijdende auto’s, af en toe hoor ik wat stemmen van de straat beneden. Het is bloedheet. Bewolkt, 30 gr. en drukkend. Onze kamer is op de bovenste verdieping, dus warm! Mannfred is net thuis gekomen en rommelt in de keuken. Of we buiten willen zitten? Aangezien zijn balkonnetje nog benauwder is dan onze kamer, slaan we zijn aanbod vriendelijk af.

Manfred is onze gastheer. Of wat daar voor doorgaat. We hebben via Airbnb voor 1 week kamers gehuurd. In de route Heidelberg, Basel, Nimes. Vanaf Nimes hebben we een gite en daarna nog een hutje op een camping in Laroque, in de Pyreneeen, bij Perpignan.

Dit is de eerste stop. Bij Manfred, een alleenstaande  (gescheiden?) man van een jaar of zestig, die van zijn kleine flatje 1 kamer verhuurt aan reizigers zoals wij. Het is altijd afwachten wat je staat te wachten met Airbnb. Het verschil met een B&B is dat dit particulieren zijn die hun huis openstellen en, weliswaar gekeurd door de organisatie, vrij zijn in het hoe en wat. Je hebt kamers, suites, hele etages, soms zelfs hele huizen te huur. Dure, chique, ruime, en goedkopere, eenvoudige en krappe. Met ontbijt of zonder, met gebruik van keuken om bijvoorbeeld te koken of puur alleen een kamer met bed en gebruik van sanitair. Het is een soort logeren en dat kun je net zo luxe maken als je wilt. We maken er regelmatig gebruik van, met goeie ervaringen.

Ons eerste plan was om te kamperen en toen we besloten toch maar niet over elkaar heen te gaan rollebollen om naar de WC te gaan ’s nachts, was de prijs wel een item. Airbnb ok, maar dan wel het goedkope segment! Echtgenoot is een kei in het surfen op internet voor vakantiebestemmingen,  dus uiteindelijk lukte het om drie maal een kamer voor  E 30,00 per nacht te vinden. Eentje zelfs met ontbijt.

20140808_210416
Centrum Ziegelhausen

Manfred dus, onze eerste kamerverhuurder. We komen rond 4 uur aan in Ziegelhausen, een stadsdeel van Heidelberg, vlakbij de Altstadt. Een vroegere zelfstandige gemeente. Nog met dorpskern van bakker, slager en een supermarktje. Sehr gemutlich. Manfred ontvangt ons met een stortvloed van Duits. We geven geen krimp en doen net of we vloeiend Duits spreken. Het (voor mij) spannende moment breekt aan: hoe is het huis? De kamer? Het bed? De badkamer??

Ik heb wel eens eerder geschreven over mijn ongemak met vieze huizen en badkamers…Ik spreek mezelf toe, maar zo’n eerste uur staan al mijn zintuigen op scherp. Het lijkt wel of mijn neus drie keer scherper ruikt, mijn ogen alles observeren: haren, stof, beestjes en wat dies meer zij…Terwijl er bij mijzelf thuis ook echt wel het een en ander te zien en voelen is aan plak en vuil en stof. Maar dat is dan mijn eigen vuil. Bij een ander, vooral als ik er leven en slapen moet, lijkt het veel erger.

Onze kamer. Links nog ruimte voor kast en stoel. Prima bed
Onze kamer. Links nog ruimte voor kast en stoel. Prima bed

‘ Der Manfred’ is een aardige kerel die honderduit kletst, ons het dorpje laat zien, en in alles behulpzaam is. Zijn grootste teleurstelling, die hij direct aan ons kwijt moet is dat een gast hem negatief beoordeelde. Dat het vies was en notabene, dat het stonkt bij hem! Dat had hij nu niet moeten zeggen…Ik ruik direct de verschaalde rooklucht! En ik zie overal stof. En haren van de vorige gasten. Ik moet nu snel handelen. Of mezelf streng toespreken, dat het hier niet om het ebola virus gaat en dat een beetje vies gewoon heel gezond is. Of ik laat me meeslepen in mijn belachelijk neurotische afkeer voor vuil dat niet van mezelf is.

Ha, gelukkig, het verstand wint! Ik trek mijn slippers aan, maak met een wcpapiertje en wat zeep de bril van het toilet schoon en neem een heerlijke douche. Ik ben geland. Kom maar op Heidelberg!