Met z’n dertigen naar het strand en zo

clermont gite
Onze gite in Clermont-sur-Lauquet

Na onze stille week in het uitstervende Clermont-sur-Lauqet zijn we nu aangeland in het meest levendige deel van de vakantie, de reünie van de Franse familie van echtgenoot. Laat ik het even toelichten. De enige broer van echtgenoots moeder in de VS trouwde een Franse vrouw en kreeg met haar drie kinderen, eind jaren veertig tot midden jaren vijftig. Twee volle neven en een nicht van echtgenoot dus. Vanwege het werk van hun vader, echtgenoot’s uncle Woody, woonden ze in zowel Spanje en Frankrijk. Twee van hen werkten in de VS, nicht Christine niet. Deze neven en nicht vestigden zich in Frankrijk, waar ze zelf gezinnen kregen. En scheidden en andere kinderen kregen en stiefkinderen.
last pics

Zo waren we met een groep van 25 à 30 personen op camping Laroque des Albères aangekomen. Dat de andere campinggasten niet erg blij met ons waren zou later blijken, maar wij vonden het een lumineus idee om nu eens niet in één huis te zitten (zoals op vorige reünies in Puerto Rico in een hotelletje en de VS, in 2 grote huizen), maar ieder zijn eigen plek te laten hebben.

We waren door de campingbaas bij elkaar in de buurt geplaatst. Ieder had een tent, huisje, stacaravan of blokhut (wij: net genoeg ruimte voor een bed, een tafel en een aanrechtje, +badkamer. Type waardeloos  huisje/ luxe tent, afhankelijk van hoe je er naar kijkt). We waren boven of onder elkaar gesitueerd, want de camping, aan de voet van Les Albères, uitlopers van de Pyreneeën, was  steil. De benen zijn weer in goede conditie.

breathtaking view from  the mountain all the way to the mediterranean
breathtaking view from the mountain all the way to the mediterranean

Het camping idee was dus prima, alleen hadden we er geen rekening mee gehouden dat we onderdeel uitmaakten van een rumoerige familie, die tot in de late uurtjes doorzakte en de hele buurt al ‘fluisterend’ uit de slaap hield. Drie families met twee vintage caravans en een aantal tenten hadden een soort nomadenkamp geïnstalleerd waar de hele dag en avond grote delen van de rest van de familie mee-at, dronk en -snackte. Ook alle aanwezige kinderen (zeven of zo) hingen er graag rond.
Deze familie begroet elkaar op ieder moment van de dag alsof ze elkaar in geen maanden gezien hebben, met veel kussen, lachen en uithalen van plezier. Zachtjes praten was er ook niet bij, vooral niet na tienen als de pastiche en vin rijkelijk vloeiden en iedere flauwe grap tien keer zo leuk is.

Bonte avond
Bonte avond
the zebra's
Zebra’s

Het zat er dik in. Na een paar avonden werden we in de ban gedaan. Bij familiedingen moesten we naar een plek op het parkeerterrein alwaar een verzamelpunt werd ingericht, met licht van de camping. Ze hadden er zelfs een slinger opgehangen ter vergoeding van de verbanning. Daar beleefden we wél een hele leuke avond. De (franse) kinderen hadden met oma Christine een heel spektakel ingestudeerd. Dans, rap, zang, van alles. Christine is o.a regisseuse van beroep geweest, dus ze had de wind er goed onder. En sommige kinderen hadden absoluut talent! Inmiddels was het acht uur en er was wél gedronken maar nog niet gegeten. Dat heeft een uitwerking die ik niet hoef uit te leggen. Vooral op degenen (de meesten) die die dag waren raften. Nicht Christine had naast het regisseren ook de taak op zich genomen om voor iedereen te koken. Om half negen/negen uur kregen we na gazpacho (koude tomatensoep),een verrukkelijke varkenscurry met couscous. Alles uit plastic. Met zovelen moet je soms je principes opzij zetten…

Voor ons was dat late eten wel even aanpassen. Met onze sobere boterhammen lunch red je het niet tot negen uur ’s avonds. Na een aantal dagen wit, slap en hongerig naar de maaltijd te hebben zitten smachten zijn we ook een tussenmaaltijd in gaan lassen. ‘Gouter’ zoals de Fransen het noemen, rond vier of vijf uur.

Even pauze in de schaduw
Even pauze in de schaduw

In de hete felle zon beklommen we met zijn allen een berg, inclusief het jongste (3) lid van de familie. Met de hele club naar het strand in Collioure, een pittoresk stadje aan de Middellandse Zee. Als Nederlander zou ik gedacht hebben, dat is totaal onmogelijk. Maar ik heb in de loop van de tijd geleerd los te laten. Met grote groepen, zeker wanneer het om Latino familie gaat is alles mogelijk. Of niet. Je moet het laten gebeuren. Of niet. Geen haast hebben, niet denken ‘dit kan efficiënter’. ‘Go with the flow’ is het devies. En dan gebeuren er ongelofelijke dingen. Of anders morgen wel. Of ooit. Of niet. Geen probleem. Maar na lang zoeken hebben we elkaar allemaal gevonden op het strandje, línks van het paleis van de koningen van Mallorca! Rechts en achter zijn namelijk ook strandjes. Die hebben wij allemaal gezien… Maar een duik in de heldere, koele, licht golvende Middellandse Zee spoelde al het stof en zweet weer weg.

Couillure beach1

Met de hele groep raften zat er niet in want de minimum leeftijd was 8 jaar. Tot groot verdriet van de 6 en 7 jarigen..Met een aantal zijn we naar een roofvogelshow gegaan in de buurt, maar niets woog op natuurlijk tegen de heftig spannende boottocht van de groteren. Zelfs niet de gigantische gieren die gezellig even naast ons kwamen zitten..

Op de laatste avond was ‘potluck’ en BBQ, de Amerikaanse inbreng, zeg maar, van de kant van echtgenoot en stamvader Woody. Inmiddels waren we echt naar de buitenste der buitenste ring van de camping verwezen. Op de vorige plek waren er namelijk klachten binnengekomen van nu weer een naburige camping over ‘lawaai’.

De camping bracht een spotlicht. En verder was er kaarslicht. Zo brachten we die avond opnieuw door met ‘spectacle’, ingestudeerd of niet. Niet alleen de kinderen hielden een modeshow en een dans-act, zelfs de volwassenen dartelden, onder begeleiding van muziek, over de geïmproviseerde catwalk omzoomd door kaarsjes. Iedere act werd begroet met gejoel en gejubel. Deze Franse familie kan een feestje bouwen! Alle uitbundige Spaanse, Franse, Griekse, en Antilliaanse genen gingen met ons aan de haal. Of we werden erdoor aangestoken. Mijn genen gaan niet verder terug dan Duitse..niet de meest exotische dus…

Heel bijzonder was nog dat neef Alain (61), kleinzoon Niek (9) wist over te halen zijn Kungfu vormen te doen. ‘Doe jij Kungfu voor mij? Dan doe ik Tai-chi voor jou!’ Met het felle licht van de lamp, de donkere sterrenhemel boven ons en de perfect gekozen muziek op de achtergrond deed Niek vol overgave en ernstig zijn Kungfu bewegingen. Vloeiend als een danser en krachtig als een krijger. Daarna wandelde Alain als een vogel over de catwalk.

Farewell pictures
Farewell pictures

Natuurlijk is er in deze familiegroep ook het verdriet en de pijn van het leven en wat ze hebben meegemaakt. Maar er was deze week duidelijk een drang om er een bijzondere week van te maken en te genieten van elkaar als familie. Er waren goeie gesprekken, we hebben elkaar veel beter leren kennen en wat ook mooi meegenomen is: ik heb nog nooit zoveel Frans gehakkeld als deze week. Ik heb er weer 25 familieleden bij!

De plantjes van mijn schoonvader

Twee weken was ik in de Verenigde Staten. Twee weken op het vertrouwde adres bij mijn schoonvader in Boston. Het appartement waar ik als net getrouwd meisje al kwam, nog voor ik kinderen had. Waar later mijn kinderen rond huppelden, en waar zelfs twee van mijn kleinzoons omarmd werden door hun overgrootmoeder. Vorig jaar overleed ze. Dit keer was het eerste bezoek waar zij niet meer op haar vertrouwde plekje op de bank zat. Het zitgedeelte een putje en de vloerbedekking ervoor een glanzend vierkantje, kaal gewreven door haar voeten. Daar zat ze, met de telefoon naast haar, de kalender en haar boek. Op het laatst haar wereld. Eindeloos veel telefoontjes naar ik weet niet wie allemaal om af te spreken voor een lezing, een sponsoring, een etentje. Alles werd in de kalender gekrabbeld, onleesbaar voor niet-ingewijden. Naast alle verjaardagen en andere hoogtijdagen van -tig geliefden en vrienden. En als dat werk gedaan was,en  de krant gelezen, dan was er altijd nog het boek voor de leesclub.

Die plek was leeg nu. Schreeuwend, overweldigend leeg. Verder was alles hetzelfde. Mijn schoonvader heeft een vast ritme en vaste gewoontes waar hij zelden van afwijkt. Daar kun je echt rustig van worden. Wat er ook gebeurt, welke wereldschokkende gebeurtenissen er ook plaatsvinden, hij heeft een bak slappe koffie en een English muffin voor ontbijt, leest de Boston Globe, uitgebreid, neemt om half twaalf een colaatje, een sandwich om half één, gaat dan aan de administratie van de verschillende commissies waarvan hij lid is. Even ertussenuit, naar de bank meestal ( ik heb overigens geen idee wat iemand iedere dag bij de bank doet). Hij maakt ook wel eens een uitzondering, dan gaat hij naar het postkantoor.

Weer thuis een dutje, soms, en daarna het nieuws van zes uur op TV plus avondeten, meestal een diepvriesmaaltijd, heel smakelijk tegenwoordig. De kranten nogmaals, een serie op TV en om 11 uur naar bed. Een rustig bestaan met af en toe een uitje naar concert of toneel, een etentje met vrienden of een filmpje pakken met schoonzus die redelijk dichtbij woont. Als wij er zijn merk ik dat ik erg mijn best doe me aan te passen aan zijn gewoontes. Dingen niet op het aanrecht, maar spoelen en direct in de afwasmachine. Geen kopjes in de woonkamer laten staan. Dat soort dingen.

Toen we deze keer bij hem waren moest hij voor een ingreep naar het ziekenhuis dus waren we een paar dagen alleen in het appartement. Ik nam de gelegenheid te baat om wat te poetsen, hier en daar. Amerikaanse hygiëne betreft vooral het lichaam, niet zo zeer het huis. Ik ben wel een beetje Nederlands schoon…WC’s en zo…Behalve poetsen wilde ik natuurlijk ook voor de plantjes zorgen. Mijn schoonouders hebben het altijd trots over ‘hun tuin’, waarmee ze voornamelijk op een assortiment meestal uit hun krachten gegroeide kamerplanten duiden. Mijn schoonvader heeft de  zorg voor de  overgenomen. De vorige keer dat ik er was, in de tijd dat mijn schoonmoeder ziek was en op sterven lag, heb ik een keer de orchideeën in water onder gedompeld. (Die werden toen in plaats van bloemen veel geschonken). Maar dat was een vergissing. ‘No, no, no’, riep mijn schoonvader, ‘Een keer per week een ijsklontje, zo doe ik dat!’ Oeps! Ok, sorry..

Dit keer liep ik al met een schaar rond om de uitgebloeide bloemstelen uit een plant te knippen, de verdorde stelen van de uitgebloeide orchidee-bloemen te verwijderen, ik zag het voor me. De lange,bruine slierten van de kalanchloë die aan het einde weer groene blaadjes kreeg, terugknippen zodat hij weer mooi gedrongen groei zou krijgen. De bijna verdorde kerstster in de prullenbak kieperen. En nog wat hoognodig opknapwerk.

Maar intuïtie hield me tegen. IJsblokjes op de orchidee..Dat duidt op een overwogen plantenbeleid. Eigenlijk is alles in dit appartement weloverwogen. Toen ik later nederig mijn ideeën met hem deelde was ik blij dat ik me ingehouden had…Geen van mijn ingrepen zou instemming verkregen hebben. Mijn schoonvader’s motto is: laat de natuur haar gang gaan. Geen geknip en gesnoei en gedoe. Let nature have her way. Ik durfde niet te vragen naar de natuurlijke oorsprong van de ijsblokjes voor de orchideeën.

 

 

Vietnam en Boylston Street

Ik sprak tijdens de reünie op Choate Rosemary Hall afgelopen weekend (16-18 mei) met verschillende mannen die in Vietnam gevochten hadden en daar levenslang door getekend zijn. Wie in 1964 van school kwam had grote kans in dienst te moeten, vóór of na college. De Vietnam oorlog woedde toen al ruim 10 jaar en er was dienstplicht. Ik vroeg een tafelgenoot wat hij na de middelbare school was gaan doen. Hij was het leger in gegaan. Nog niet het verband leggend met de oorlog in Vietnam, ging ik ervan uit dat hij zijn loopbaan in het leger was begonnen. Wat hij daar dan gedaan had, vroeg ik nog naïef. En toen kwamen de verhalen. Vietnam, tanks, bommen, angst en moed.

Voor mij is Vietnam de oorlog van de protesten. Ver weg, verder weg nog dan de 2e WO, ten eerste omdat ik zelf geen mensen ken die er persoonlijk ervaring mee hebben en ook omdat ik er weing over weet, behalve dat het tot grote demonstraties leidde in de zestiger en zeventiger jaren in Europa en Amerika. Haat tegen Amerika, give peace a chance, flowerpower, het had allemaal indirect met de oorlog in Vietnam te maken. Het gaf er daarom een wat onwerkelijk karakter aan.

Mijn tafelgenoten waren er geweest. Omdat het moest, omdat er dienstplicht was, omdat je je land diende, zo verwoordden ze het. Kreeg je een laag lotingsnummer dan was je de pineut, kreeg je een hoog nummer, of studeerde je theologie (zoals echtgenoot) dan had je geluk. Eén van de mannen vertelde dat hij een jaar lang zijn hele leven moest plannen rondom het wel of niet moeten vertrekken naar Vietnam. Sommigen vertrokken naar Canada waar de overheid hen toestond te blijven. Er bestond een mogelijkheid tot vervangende dienstplicht, zoals in het onderwijs.

Zo blijf je hier mensen tegenkomen die gevochten hebben. IIn Vietnam, in Irak, in Afghanistan, en je ziet ‘veteranen’ op straat bedelen, met hun geamputeerde benen of armen duidelijk geëtaleerd..Of dit ook echte veteranen zijn? Volgens familie hier is er meer aan de hand dan puur het feit dat ze geen uitkering krijgen van de overheid. Er is meestal ook sprake van alcoholisme en psychiatrische problemen (vaak Post Traumatisch Stress Syndroom) waar men geen hulp voor krijgt. Vreselijk moeilijk om die mensen zomaar voorbij te lopen. Gisteren zag ik een jonge vrouw met een beker koffie bij een zwaar gehandicapte bedelaar stoppen om hem uit een rietje te laten drinken. Dan besef ik dat mijn vermogen tot dienen nog heel wat groei moet doormaken.  Aan de overkant van de drukke, sjieke Boylstonstraat liep, midden tussen het winkelend publiek, een bedelaar die in zijn broek had gepiest. ik zou zo iemand zo graag zijn waardigheid teruggeven. Kom, hier is een bad en schone kleren. Maar de stank, de overweldigende waanzin van het leven van deze mensen staat tussen hen en mij in als een dikke muur.

Ik begin maar met af en toe wat geld te droppen in de bekers van de minst dronken bedelaars en ze vriendelijk te groeten. Het zijn tenslotte mensen geschapen in het beeld van God.

Site met interessante (behoorlijk schokkende) informatie over gehandicapte veteranen in de VS. Lees vooral het gedeelte: geschiedenis van injured veterans.

Boston-Wallingford-New York

Maandag weer de oversteek gemaakt naar het Amerikaanse continent. Mijn tweede thuisland. De 50e reünie van de middelbare school van echtgenoot in Wallingford CT, en een snel bezoek aan de jongste dochter in New York staan op het program.

De  vlucht is als immer lang en maakt mij gaar. Het valt me op hoe ik ter compensatie bereid ben iedere morsel voeding dat wordt uitgedeeld met een zekere gretigheid te ontvangen en veroberen als ware  ik net gered uit een gebied met voedseltekorten,

Op de korte vlucht van Amsterdam naar Dublin krijgen we een kop koffie met een snack. Prima. Maar vanaf Dublin komt het meer serieuze vliegtuigeten. De pretzils met een drankje, waarvoor $5,00 betaald moet worden bij Aer Lingus, Dan het eten, Van te voren door ons besteld omdat op de site waar we onze ticket bestelden de vraag gesteld werd of we wilden eten tijdes de vlucht. Dat leek ons voor een vlucht van 7 uur wel aangenaam, dus ja, we bestelden 2 maaltijden voor 17 euro per stuk.  Duur vonden we dat wel. Maar ja om nu zeven lange uren te vasten…

Aan boord worden de maaltijden bezorgd. Keurig met zelfs echt bestek, geen plastic. Een glazen wijnglas en een porseleinen koffiekop. Een bord met folie eromheen onthult een kipgerecht. Niet slecht.  Een zurig smakende smurrie blijkt rijst en de eetlepel groente is zelfs nog wat knapperig. Tot onze verbazing waren er maar weinig mensen die besteld hadden. We kregen al medelijden met alle passagiers die besloten hadden al die tijd met een lege maag te zitten (en voelden ons licht decadent). Tot op een gegeven moment alle passagiers een (weliswaar iets minder luxe), maaltijd kregen uitgedeeld. Wij waren er dus gewoon ingestonken. Aer Lingus vertelt niet dat er wel een maaltijd is, ook als jij niet de luxe variant besteld. Dit voor wie ooit met Aer Lingus gaat vliegen. Het scheelt toch 2x 35 euro!

Verder at ik met plezier alles op het blad. Broodje, salade, stukje kaas, crackers, eten zelf en het toetje, hemelse chocolade mousse. Veel viel er daarna niet meer te nuttigen, maar iedere kop koffie, iedere granolabar, iedere choco snack ontving ik met open handen. Geef, geef, ik heb geen andere afleiding dan eten.

Ook de 2 appels die niet ontdekt waren door de strenge controles konden we zo lekker oppeuzelen.

Na deze overdaad aan caloriën en suikers moest ik van mezelf een dut doen. Dat mislukte. Dan maar de films bekijken. Begonnen met The Bookthief. Ik kwam tot ongeveer de helft, maar het boeide me niet. Hoe tragisch verder het verhaal ook is over de 2e wereldoorlog en het Duitse gezin dat een Joodse buurjongen tracht te verbergen. Ik vond het  acteren erg stijf en gekunsteld. Amerikaanse acteurs met een nep duits accent, en duitse acteurs wiens engels weer moeizaam is. Misschien hebben wij ook wel teveel films over de oorlog gezien.

Tweede film die ik op mijn mini-scherm bekeek was er een met Meryl Streep in de hoofdrol als Mater Familias van een uiterst dysfunctioneel gezin. Goeie rol van haar en ook van Julia Roberts als verbitterde dochter! Nu eens niet als de romantische alles -komt-goed icoon. Naam van de film is August: Osage County.

Vanuit mijn ooghoeken zag ik steeds de vader en moeder op de voorste middelste rij, waar alle babybezitters terecht komen. Ik heb er zelf ook vaak gezeten. Aan het muurtje voor je wordt een bak opgehangen waarvan men denkt dat het als wiegje zal fungeren. Vergeet het maar. De meeste babies hangen er al snel met benen en armen over de kant heen en zijn niet van plan er een oog in dicht te doen. Deze vader en moeder waren de  hele vlucht druk met hun dochtertje van een maand of zes. Blijkbaar was het gewend in slaap gedanst te worden want ik heb zelden zo’ń ritueel gezien. In Korea kent men ook de gewoonte een kind vrij hard, ritmisch op rug of buik te kloppen met een vlakke hand, om het zo in slaap te krijgen. Maar dit was geen kloppen of wrijven meer. Dit was een combinatie van woest wrijven en kloppen op het randje van meppen, in een tempo waar ik moe van werd,  alleen al van het kijken. Wrijf, wrijf, klop, klopper de klop, wrijf en tegelijkertijd voerde men een soort dansje uit. Knikken door de knieën, wrijf, klop, knik, wrijf, wrijf, knik en klop. En dan zeker 4 of 5 uur lang. Topsport. Het kind sliep drie minuten en dan begon de slaapdans weer. Wat zullen die ouders moe geweest zijn!

We waren er. Met de shuttle naar de metro en met de metro naar huis. Het was zeer warm, 29 gr. Heel Boston liep in korte broek en spaghetti bandjes. Wij hadden dubbele lagen aan en smolten.

De volgende dag was de temperatuur al een stuk gedaald. Tot ieders teleurstelling. De winter heeft hier lang geduurd en is zeer koud geweest. We zien het aan de natuur. Veel dode struiken en alles begint net uit te lopen. De tulpen zijn begonnen te bloeien. De rest van de week wordt het langzaam warmer.

Veertig jaar komen we hier nu in dezelfde buurt, in dezelfde flat. Er is geen huis waar ik zo’n band mee heb als dit appartement aan de haven van Boston. Mijn ouders verhuisden regelmatig en ik heb daarom geen hechte band met welk huis dan ook van vroeger. Behalve misschien het huis van mijn vroege jeugd in Schiedam,  tot ik een jaar of tien was.

Maar hier heb ik zoveel meegemaakt, het is werkelijk mijn tweede thuis.

Thrifting in the Hamptons?

Het is altijd even wennen in Amerika. Niet gewoon een koffie bestellen, nee, een keuze maken tussen acht verschillende mogelijkheden. Het valt nog mee, vergeleken met Starbucks. In de Golden Pear in Southampton, NY, is het self-service. Dit dringt tot me door wanneer de vrouw achter de toonbank geen aanstalten maakt mijn koffie in te schenken na mijn verzoek om koffie met de sterkste smaak. Ze raadt me de French blend aan, maar doet verder niets. Ze zei wel wat en na een paar seconden valt het kwartje: ik mag zelf inschenken. Ik giet vervolgens zo’n akelige papieren beker half vol, na aarzelend nog om een ‘ cup’ gevraagd te hebben. ‘ No cup’. Nou ja, dan maar zo. Koffie zal wel vies zijn, dus een halve beker is genoeg. Ik ga buiten zitten, naast een vader die zijn peuter roerei uit een papieren bakje voert. Even verder zit een oude dame met zonnehoed. Ik had haar al naar buiten zien komen, geholpen door iemand van de zaak. Ze loopt moeilijk, met behulp van een rollator.

Ik neem een slok van mijn koffie en heb onmiddelijk spijt niet een volle beker genomen te hebben. De smaak is namelijk prima. Te laat. Ik kan moeilijk bij gaan schenken en zeggen dat ik niet van volle bekers hou. Langzaam drinken maar. Ik voel me senang. Lekker naar het dorp gefietst, cafeetje gevonden, er ligt een lokaal krantje en ik verdiep me in de plaatselijke cultuur en wat dies meer zij. Het is niet echt warm, maar de zon doet haar best door te breken. Ik zit hier best.

De peuter naast me wordt onrustig, haar pappa plaatst haar in de wandelwagen en ze verdwijnt met haar ouders. Plotseling vraagt de oude dame me wat. Ze heeft een sterk accent, dat ik niet helemaal kan thuisbrengen, maar het maakt het moeilijk voor me om haar te verstaan. Ik merk ondertussen op dat ze mooie sieraden draagt. Geen diamanten maar kunstig gezette half-edelstenen. Echt een Southampton type denk ik bij mezelf. Rijke mensen hier. Ze vraagt me iets over de wandelwagen. Of ik weet dat die wel $4000 kost. Ik reageer met ongeloof. Ik denk tenminste dat ze dat van me verwacht. De rest van de conversatie is moeilijk te reconstrueren want ik knik veel ja en nee, terwijl ik werkelijk geen idee heb waarover ze het heeft. Op een gegeven moment verdiep ik me maar weer in de krant.

Ik sta op en ga wat neuzen in de winkeltjes in Mainstreet. Ik ga nergens naar binnen want alles ziet er duur uit en klein. Daar heb ik een hekel aan want dan komt er gelijk iemand op me af. Maar daar staat zowaar een rek met afgeprijsde kleding. Het staat buiten, dus ik kan zonder verplichting kijken. Heel In de verte zie ik de oude dame met haar rollater heel langzaam naderen. Ze gaat ook een beetje winkelen zeker. Ik keur de kleding aan het rek. Best leuke Billabong spullen. Ik vergeet even mijn omgeving. Na een minuut of wat hoor ik de oude dame me roepen. ‘ Hallo, hallo!’ Dit is mijn taak blijkbaar vandaag.  Deze oude dame aanhoren.

‘Ik zie je tussen de uitverkoop spullen kijken. Dan kom je hier niet vandaan zeker?’ Ik versta haar nu goed en zeg lachend dat ik inderdaad niet in het stadje woon. Samenzweerderig kijkt ze me aan. ‘Ik weet een hele leuke winkel die jij ook leuk zal vinden. Een tweedehands winkel hier om de hoek. Als je van afgeprijsde artikelen houdt dan hou je vast ook van een ‘ thriftstore’! Nu moet ik helemaal lachen. Wat een grappig mens. Met haar accent en hoed en mensenkennis. Ik vraag haar of ze in Southampton woont. Ze rolt met haar ogen. ‘Welnee, veel te duur! Ik kom hier ieder jaar voor een paar dagen, al heel lang. Maar maar langer dan een paar dagen gaat niet, want ik betaal $400 per dag’.

Ik prijs me gelukkig.  Drie weken gratis verblijf in een groot huis met zwembad, jacuzzi, fiets en dichtbij zee. In het goede gezelschap van mijn dochter. (De dochter van de oude dame leek wat minder gelukkig met haar spraakzame moeder)

Hooien in Limburg

De intense geur van vers gemaaid gras. Boeren die op hun grote tractoren af en aan rijden, tot laat in de avond, om met dit droge zonnige weer het gras dat overal in de omringende weides ligt, op te schudden zodat het snel droogt. Op de smalle binnenwegen sjezen ze je voorbij met achter hun tractoren een martelwerktuig met grote grijphaken waarmee het gras gekeerd wordt. Ik doe snel een stap opzij om niet onverhoeds een ledemaat te verliezen aan een uitstekende priem.

Eén of twee dagen later zijn ze terug, maar nu om het verse hooi te verzamelen. De hopen gras worden opgezogen en door een grote slurf als een wervelende, groen-grijze waterstroom in een aanhanger gespoten. De boeren werken razendsnel. Nu is de perfecte hooitijd, misschien al veel later dan normaal. De twee tractoren, één die het hooi verzamelt en de ander met een grote aanhanger, moeten dezelfde snelheid aanhouden. Als in een trage race rijden ze door de glooiende graslanden. De hemel is blauw, met hoog drijvende wolken, het is aangenaam warm en de geur van het verse hooi hangt als een sterk parfum boven de aarde.

Dit is Limburg. Groene hellingen, akkers en weilanden zover het oog reikt, bosranden en daartussen boerderijen, dorpen en veel, meest kleine campings, gerund door boeren en bewoners van het platteland. Heuvels en dalen, oude boomgaarden met hoogstamfruit, wijngaarden, aspergevelden, dit is nauwelijks nog Nederland.

Dit is Zuid-Limburg.

 

 

Woudenberg boys

Woudenberg brothers

Ik heb weer een paar volle genietdagen achter de rug met mijn twee stoere kleinzoons van zeven en vier. Het was warm, dus we zijn veel buiten geweest, o.a. in het Julianapark in Utrecht. De jongens hadden niet zoveel trek in de speeltuin daar. Ik neem het ze niet kwalijk want het was er bloedje warm. Jammer genoeg is er geen zwembadje of iets dergelijks. Zou nog wel een idee zijn voor dit prachtige park. Er zijn een paar springfonteinen, maar je moet er aardig flink op stampen voor er water gaat spuiten. Niek en Kris zagen het niet zo zitten. Kris sprong drie keer achter elkaar heel hoog en kreeg aardig wat water aan het sproeien met dat stevige lijf van hem en viel vervolgens van het speeltuig. Niek is zo licht als een veertje dus hij moest zo hard springen dat het de moeite niet waard was.

speeltuin

We hebben zitten kijken naar een groepje kinderen van een NSO, met warme, paarse, polyester hesjes waarop de naam van het instituut stond. Saartje. Nou, zei Niek, met verachting in zijn stem, op zo’n opvang zou ik niet willen zitten, hoor. En veel zin om met ze te spelen hadden ze ook niet. Dus liepen we een rondje langs de dieren. Deze zaten achter gaas. Er lopen ook dieren rondjes langs de mensen in het park, kippen en hanen. Vooral voor de hanen moet je oppassen. Kris werd in zijn bil gepikt toen hij hem wilde wegjagen van ons eten.

Toen we alle dieren gezien hadden en we terug waren op onze plek, dreigde de verveling. Wat nu?   Als door een wonder, stond er opeens een ijscowagen in het park. Ik gaf Niek geld om ijsjes te kopen. De stemming schoot met een piek omhoog. Kris had opeens weer enorme energie en Niek zag de uitdaging zitten om zelf de bestelling te plaatsen.

Daar gingen ze samen. Ik wil een Skeleto, zei Niek. Ik ook, zei Kris, wat meestal zijn antwoord is op Niek’s plannen. In de verte zag ik Niek omhoog praten naar de meneer in het raampje van de wagen. De Man boog zich diep voorover, naar Niek, om te horen wat hij zei. Zou het lukken? Toch maar er even heen. Halverwege kom ik ze tegen, de mannetjes. Kris heeft een ijsje, maar huilt tranen met tuiten. Niek heeft zijn arm om hem heen. Wat is er aan de hand?
‘Ik wíl geen Cornetto’, roept Kris dramatisch door zijn tranen heen, ‘die lust ik niet!’
‘Ja’, zegt Niek, ‘die meneer begreep mij niet en toen gaf hij twee Cornetto’s.  Ik zei twee Skeleto’s, want ik wist niet meer precies hoe het heette. En nou wil Kris zijn ijsje niet’.

Oh, gelukkig, dit is op te lossen. Ik loop terug en bestel het ijsje dat Kris wilde, een Calypso cola. Helemaal gelukkig droogt hij zijn tranen. Calypso’s, Cornetto’s, ach ja waarom ook geen Skeleto’s?

Pannenkoeken eten met tante Sas

De volgende dag zijn we gaan zwemmen in het Henschotermeer. Een leuke plas in de buurt van Woudenberg, maar erg druk op een warme dag. ‘Wat gaan we doen, dan?’ vraagt Kris. Zwemmen natuurlijk. Oh..OK. Bandjes om en het water in. Een lauwwarme plas, maar Kris vind het steenkoud. ‘Ik hoef niet’, kondigt hij aan en loopt zo kordaat als hij kan in het water, naar de kant. Kris voegt meestal onmiddellijk de daad bij het woord.

Met veel moeite krijg ik hem het water weer in (ik laat mezelf nat maken met een waterflesje, een offer) en als hij eenmaal door is vindt hij het heerlijk. Als een hondje spartelt hij door de plas. Maar Niek heeft het al snel koud. We gaan er uit en liggen te bakken in de zon. Er is weinig ruimte om te spelen in de schaduw en in de zon is het te heet. ‘Ik wil naar huis’, zegt Kris,  ‘het is hier zo heet… En ik wil een ijsje’. Jammer genoeg voor hem heeft oma zich voorgenomen vandaag nog geen ijsjes te gaan kopen.

Tussen de dikke pannenkoek van de vorige avond en een hele snoepketting (met dank aan het pannenkoeken restaurant, kunnen ze niet een beker snoeptomaatjes meegeven of zo?) zit slechts een moeizaam ontbijt (‘dit is ander brood dan dat van mamma’).
‘Ik zie suiker uit je oren komen’, zeg ik. Kris vindt het niet grappig.

Ze hebben er geen van beiden meer zo’n zin in. Niek heeft een poos een Amerikaanse voetbal heen en weer gegooid met opa en is moe.

We leveren de jongens af bij hun mamma vanwege een afspraak bij de oogarts en rijden zelf linea recta naar Kijkduin, waar een andere dochter woont en springen de (koude!) zee in.

Kijkduin

Die zee…wat is dat toch een verrukkelijke plas.

Back to the US of A

Binnenkort vertrekken echtgenoot en ik naar de Verenigde Staten voor vijf weken. Allereerst staat op het program een bezoek aan drie synodes van drie verschillende kerken in de VS. Kleine kerken met elk hun geschiedenis.

De eerste die we zullen bezoeken is de Reformed Church in the US. De synode wordt gehouden in Rapid City, South Dakota. Kleine stad (70.000 inwoners) in het Middenwesten van de VS. Volop Indian country. Onlangs stond er zelfs een berichtje in de krant (ND) dat een of andere organisatie in de VS vindt dat de Black Hills, het gebied rondom Rapid City, terug moet worden gegeven aan de oorspronkelijke bewoners. Inclusief het beroemde Mount Rushmore met de uit de rotsen gebeeldhouwde koppen van vier voormalige presidenten. In elk toeristisch blaadje dat ik tot nu toe over de plek gelezen hebt wordt ook sterk geleund op de erfenis van de native Americans, zoals ze in politiek correct Engels heten.

We zullen het zien. Na Rapid City gaat de reis met een omweg via Yellowstone Park naar Chicago. Maar daar doen we dan een dag of zeven over. We willen in elk geval naar West Franfurt Illinois, waar de vader van echtgenoot werd geboren en opgroeide. Zelf niet meer gelovig stamde hij uit een Southern Baptist geslacht met een vader als parttime predikant! Door de week werkte hij als postbode en in de avonden en weekeindes als predikant. Volgens een ver familielid is er in de kerk waar hij preekte zelfs een glas-in-lood raam aan hem gewijd. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan! We gaan natuurlijk het raam bezichtigen.

In Chicago, waar de synode van de OPC wordt gehouden in de buurt, verblijven we een week in een appartement dat we via http://www.airbnb.com gevonden hebben. Dat zijn kamers, appartementen en soms complete huizen die door de eigenaar te huur worden aangeboden en waar je meestal zelf voor je maaltijden zorgt. Het is net wat informeler dan een Bed&Breakfast en meestal goedkoper. Het voordeel is dat je veel vrijheid hebt, wat betreft eten en drinken. Je kunt namelijk gebruik maken van de keuken. En met de desastreuze Amerikaanse eetgewoonten vinden we het wel fijn zelf wat controle over onze eetporties te hebben!

Daarna gaan we door naar New York waar we opnieuw in een B&B verblijven in Yonkers, ten noorden van de Bronx in New York City. De synode van de United Reformed Churches wordt gehouden in Nyack, een half uur daar vandaan. Een half uur naar NYC voor mij met de trein en een half uur voor echtgenoot met de auto naar Nyack.

Nu nog de moed verzamelen om alleen al die steden te bezoeken terwijl echtgenoot vergadert!

Leuke aanbieding!

Gratis verblijf voor 5 weken in leuk rijtjeshuis aan weiland in Groene Hart van Nederland. Veel fietsmogelijkheden, leuke oude stadjes in de buurt, en in de verte zie je de Dom van de prachtige middeleeuwse stad Utrecht. Wandelen, gebruik van fietsen en genieten in een nieuw aangelegde achtertuin.

Tegenprestatie: zorgen voor onze lieve twee poezen, onze kleine tuin en het huis netjes houden. Wie wil zelf, wie kent mensen, bijvoorbeeld uit de kerk, gemeente?

Mail:margreet.batteau@gmail.com

Franse vaardigheden – uit het dagelijks leven.

Ik ben 2 jaar niet in Frankrijk geweest en het is altijd weer even wennen: “de hurk WC” langs de autosnelweg. Wie hoge nood heeft onderweg kan niet kiezen en naarmate je zuidelijker komt nemen de toiletpotten af. Het mag dan hygiënischer zijn om te hurken in de lucht, vergeleken met zitten op een WC bril waar honderden mij zijn voorgegaan, maar ik blijf toch mijn twijfels houden over nut en noodzaak van het verschijnsel. Ook boven een WC bril moet je soms vreemde capriolen uithalen om niet in aanraking te komen met het materiaal, om het zo maar even te noemen, maar alles is net wat meer binnen bereik en onder controle.

Mijn probleem met de hurk WC is, dat ik het hoe dan ook niet droog hou. Met een lange broek is het een vorm van gevorderde acrobatie om de onderkant van je broekspijpen niet te laten zwemmen in het (niet nader te benoemen ) vocht op de vloer. Ik heb daar nu op verzonnen om eerst mijn broekspijpen boven mijn knieëen op te trekken. Ze moeten dan niet al te strak zitten want ik knel mezelf dan af in de bloedtoevoer. Vervolgens was het de eerste paar keer goed nadenken welke kant ik nu ook weer met mijn gezicht en de rest op moest. Bij de tweede WC was een stang aan de muur bevestigd die me deed beseffen de eerste keer verkeerd om gehurkt te hebben. Nu koos ik de juiste richting. De beugel hielp zeker ook bij het in evenwicht blijven. Ik merk aan het in de juiste houding komen dat ik toch wel erg stijf ben geworden in de bovenbenen.

De grootste complicatie vind ik  toch wel om gehurkt, met één hand steunend/hangend aan de beugel, met de andere trachtend schoenen en broek droog te houden, bij het papier te komen wat op een hoogte hangt alsof men hele lange armen heeft. Ik weet zeker dat de Fransen die niet hebben, maar misschien hebben zij een truc die ik nog niet bedacht heb.

Heb ik alles zonder te vallen volbracht dan volgt nog een punt van oplettendheid. Het zg. doortrekken is op een hurk-WC eerder een soort vloerspoeling, harde waterstralen die vanuit vier hoeken de boel opfrissen, maar als je niet oplet vervolgens je met zoveel moeite droog gehouden schoenen en broekspijpen alsnog kletsnat spuiten.

C’est la vie en France