Na drie steden plande echtgenoot een rustperiode in van een week in een gite rural in het zuiden van Frankrijk, Clermont-sur-Lauquet, in de Corbieres-Languedoc-Roussilon regio. Schitterend. Wijngaarden, heuvelachtig landschap, af en toe een berg, rotsuitstulpingen en rode aarde. Rustig. Dat zonder twijfel. In ons dorp wonen zegge en schrijven 20 mensen (ik zie er maar drie) Er zijn geen winkels, geen cafe’s, geen toeristen en tja, wat is er eigenlijk wel? Vlinders, fel oranje met zwarte stipjes, zwart-witte vlinders, hagedisjes, een paar verwilderde poesjes en ontzettend veel mooie wilde bloemen. Verder, en dat in de meerderheid, veel vliegen. Vliegen die bijten, ook dat nog. We hebben gewandeld, met grote takken om de vliegen te verdrijven die ons in hordes aanvielen. Er komen weinig mensen dus als er dan een vleesachtig iemand passeert…
Nee echt, het is heerlijk stil en het is goed na drie drukke stedentrips. Alleen, wat doet een blogger zonder internet? Dat is als een schrijver zonder pen, een schilder zonder doek. Af en toe rijden we dus een half uur naar Limoux. Een prachtige rit langs de bergweggetjes. Tenslotte moeten we ook brood en zo hebben. Nu zitten we te genieten van een kop koffie op een wifi-terras. Krant erbij. Civilisatie heeft wel zijn aantrekkelijke kanten.
In der Neckarhelle is het adres van onze eerste Airbnb-kamer. Vlakbij de Neckar zoals de naam al doet vermoeden, maar net niet aan de Neckar, wat goed is want daar loopt een drukke weg langs. Een straat hoger, tegen de berghelling aan, is de Neckarhelle. En dan eigenlijk nog een steil weggetje omhoog, de hoek om. Dan staan we voor het hek dat toegang geeft tot het appartement van Manfred, de lange, magere eigenaar.
Na wat wennen (zie mijn vorige blog) is de kamer een uitstekende uitvalbasis voor het verkennen van Heidelberg. We zoeven fietsend langs de Neckar. Fietsen is zeer populair aan het worden in Duitsland. De fietspaden deel je echter met wandelaars en veel van deze onschuldige lopers (vaak ook toeristen die geen idee hebben van naderend gevaar op wielen) worden rakelings gepasseerd door snelle Jelles. De echte fietsers gebruiken de paden allang niet meer en racen voorbij op de autoweg. Duitsers houden van snelheid. Of ze nu in de auto zitten of op de fiets.
Wij bereiken binnen 10 minuten het Schloss. Een indrukwekkende ruine van het kasteel van de keurvorsten van de Palts , van wie Frederik III tijdens de Reformatie in de 16e eeuw zo’n belangrijke rol speelde. Hij steunde Luther en de protestanten. Onder zijn stimulans kwam de Heidelbergse Catechismus tot stand. Vorig jaar werd 450 jaar HC uitbundig gevierd in de stad terwijl er geen hond is die er nog iets mee doet. Correctie. Er is een heel klein kerkje gestart, Selbstandige Evangelisch Reformierte Kirche, 30 leden max tot nu toe, dat gebruikt maakt van de catechismus en enthousiast is over het gereformeerde erfgoed. Geen afsplitsing, maar een nieuw begin, zeg maar.
We bezochten de gemeente op zondag. De voorganger, Sebastian Heck, is van Rooms Katholieke afkomst en is via velerlei wegen uitgekomen bij het gereformeerde geloof. Alle leden komen van verschilende achtergronden en vormen een boeiend gezelschap, volgens de predikant. De dienst is vlot, behoudend van liturgie. Psalmen vertaald in modern Duits, met Geneefse melodie en af en toe een gezang. Voor we inzetten met zingen, zet de dominee een ‘ bandje’ aan met orgelmuziek. Bij gebrek aan organist. Er stond overigens wel een mooie vleugel. Dus was het wellicht behelpen vanwege de vakantie. Het kwam op mij wel enigszins komisch over. Met een ernstig gezicht drukte de man op een verborgen knopje en opeens rolde er een golf muziek over ons heen als waren we vergaderd in een kathedraal. Het zong wel beter dan acapella. We ontmoetten er natuurlijk andere Nederlandse gezinnen, altijd leuk. Een Amerikaans gezin is er lid en had voor de cake bij de koffie gezorgd. Alleen daarom al is een bezoekje aan te bevelen!
Het weer in Heidelberg was warm, zeer warm. Zeker fietsend, droop het zweet letterlijk langs mijn rug wanneer we ergens stopten. Ook het Kurpfalziches Museum bracht niet de gehoopte verkoeling. Geen climat control, integendeel, het glazen dak maakte het binnen ondragelijk warm. Er waren wel een aantal bijzondere dingen te zien. Gerard Honthorst was redelijk populair bij de vorsten dus er hangen een aantal mooie portretten. Er is een Cranach, de zondeval, een schitterend vroeg altaarstuk, uit hout gesneden, van Jezus en de apostelen. Veel porselein en servies van Frankenthal, wat ik erg interessant vond, maar niet altijd mooi. Uiteindelijk kwam het heerlijkste moment in de museumtuin, een groot glas koud Weissbier!
We nemen afscheid van Manfred en Heidelberg en vervolgen ons airbnb avontuur, nu in Basel, voor 1 nacht. Onze kamer daar is 2 maal zo groot en luxe maar ook dubbel de prijs. We zien de verhuurster nauwelijks. Het is een jonge Turkse vrouw die in Europa gestudeerd heeft en nu voor een Turkse werkgever in Zurich werkt. Ze is laat thuis en vroeg weg. Basel blijkt een peperdure stad. Gelukkig hebben we er vrienden die ons een snelle rondleiding geven en ons vervolgens trakteren op een typische Baselse maaltijd: kalfs cordon bleu met rosti en groenten. De volgende ochtend, na een verbazend goeie nacht op het uitklapbed, maken we ons op voor de lange tocht naar Nimes.
Op weg naar het zuiden nu, naar de Pyreneeen, maar eerst nog een airbnb voor vier nachten in Nimes, een weekje bijkomen van alle steden in een gite de France, (hutje op de hei) en dan de week in Laroque, waar we familie in alle soorten en maten zullen ontmoeten.
Maar eerst Nimes. Waar we Sue ontmoeten, die in een 19e eeuws appartement woont. Aan de buitenkant volkomen verwaarloosd wat typererend is voor (Zuid)Frankrijk. Houten luiken waar de verf vanaf bladdert en muren die in geen decennia geverfd zijn. Juist daarom zo karakteristiek. Binnen is het hoog en veel groter dan we dachten. We krijgen eerste lekker een koude rose op het terras aangeboden en worden direct voor de Franse leeuwen gegooid. Sue verstaat wel Engels, maar spreekt het nauwelijks. Wel spreekt ze vlot en snel haar eigen taal. Wij moeten dus aan de bak met ons Frans. Na veel gehaspel en gelach laat ze ons de kamer zien. Een ruime kamer, dat wel, maar op zolder. Warm. En met een schuin dak en dikke balken waar je zo lekker je hoofd aan kunt stoten. We lopen vanaf dat moment gebogen. Wonder boven wonder slapen we goed, met de ventilator min of meer op het bed.
En tot nu toe heeft alleen echtgenoot zijn hoofd gestoten. Maar die had zijn bankpas in de betaalautomaat laten zitten en holde de trap op om de pas telefonisch te blokkeren. Dat zijn van die momenten dat alles even tegenzit.
Uitzicht over Heidelberg vanaf het Schloss, een groot kasteel gebouwd op de berghelling van de zuidelijke oever van de Neckar.
De ramen staan wijd open, van buiten komen de geluiden van voorbij rijdende auto’s, af en toe hoor ik wat stemmen van de straat beneden. Het is bloedheet. Bewolkt, 30 gr. en drukkend. Onze kamer is op de bovenste verdieping, dus warm! Mannfred is net thuis gekomen en rommelt in de keuken. Of we buiten willen zitten? Aangezien zijn balkonnetje nog benauwder is dan onze kamer, slaan we zijn aanbod vriendelijk af.
Manfred is onze gastheer. Of wat daar voor doorgaat. We hebben via Airbnb voor 1 week kamers gehuurd. In de route Heidelberg, Basel, Nimes. Vanaf Nimes hebben we een gite en daarna nog een hutje op een camping in Laroque, in de Pyreneeen, bij Perpignan.
Dit is de eerste stop. Bij Manfred, een alleenstaande (gescheiden?) man van een jaar of zestig, die van zijn kleine flatje 1 kamer verhuurt aan reizigers zoals wij. Het is altijd afwachten wat je staat te wachten met Airbnb. Het verschil met een B&B is dat dit particulieren zijn die hun huis openstellen en, weliswaar gekeurd door de organisatie, vrij zijn in het hoe en wat. Je hebt kamers, suites, hele etages, soms zelfs hele huizen te huur. Dure, chique, ruime, en goedkopere, eenvoudige en krappe. Met ontbijt of zonder, met gebruik van keuken om bijvoorbeeld te koken of puur alleen een kamer met bed en gebruik van sanitair. Het is een soort logeren en dat kun je net zo luxe maken als je wilt. We maken er regelmatig gebruik van, met goeie ervaringen.
Ons eerste plan was om te kamperen en toen we besloten toch maar niet over elkaar heen te gaan rollebollen om naar de WC te gaan ’s nachts, was de prijs wel een item. Airbnb ok, maar dan wel het goedkope segment! Echtgenoot is een kei in het surfen op internet voor vakantiebestemmingen, dus uiteindelijk lukte het om drie maal een kamer voor E 30,00 per nacht te vinden. Eentje zelfs met ontbijt.
Centrum Ziegelhausen
Manfred dus, onze eerste kamerverhuurder. We komen rond 4 uur aan in Ziegelhausen, een stadsdeel van Heidelberg, vlakbij de Altstadt. Een vroegere zelfstandige gemeente. Nog met dorpskern van bakker, slager en een supermarktje. Sehr gemutlich. Manfred ontvangt ons met een stortvloed van Duits. We geven geen krimp en doen net of we vloeiend Duits spreken. Het (voor mij) spannende moment breekt aan: hoe is het huis? De kamer? Het bed? De badkamer??
Ik heb wel eens eerder geschreven over mijn ongemak met vieze huizen en badkamers…Ik spreek mezelf toe, maar zo’n eerste uur staan al mijn zintuigen op scherp. Het lijkt wel of mijn neus drie keer scherper ruikt, mijn ogen alles observeren: haren, stof, beestjes en wat dies meer zij…Terwijl er bij mijzelf thuis ook echt wel het een en ander te zien en voelen is aan plak en vuil en stof. Maar dat is dan mijn eigen vuil. Bij een ander, vooral als ik er leven en slapen moet, lijkt het veel erger.
Onze kamer. Links nog ruimte voor kast en stoel. Prima bed
‘ Der Manfred’ is een aardige kerel die honderduit kletst, ons het dorpje laat zien, en in alles behulpzaam is. Zijn grootste teleurstelling, die hij direct aan ons kwijt moet is dat een gast hem negatief beoordeelde. Dat het vies was en notabene, dat het stonkt bij hem! Dat had hij nu niet moeten zeggen…Ik ruik direct de verschaalde rooklucht! En ik zie overal stof. En haren van de vorige gasten. Ik moet nu snel handelen. Of mezelf streng toespreken, dat het hier niet om het ebola virus gaat en dat een beetje vies gewoon heel gezond is. Of ik laat me meeslepen in mijn belachelijk neurotische afkeer voor vuil dat niet van mezelf is.
Ha, gelukkig, het verstand wint! Ik trek mijn slippers aan, maak met een wcpapiertje en wat zeep de bril van het toilet schoon en neem een heerlijke douche. Ik ben geland. Kom maar op Heidelberg!
Twee weken was ik in de Verenigde Staten. Twee weken op het vertrouwde adres bij mijn schoonvader in Boston. Het appartement waar ik als net getrouwd meisje al kwam, nog voor ik kinderen had. Waar later mijn kinderen rond huppelden, en waar zelfs twee van mijn kleinzoons omarmd werden door hun overgrootmoeder. Vorig jaar overleed ze. Dit keer was het eerste bezoek waar zij niet meer op haar vertrouwde plekje op de bank zat. Het zitgedeelte een putje en de vloerbedekking ervoor een glanzend vierkantje, kaal gewreven door haar voeten. Daar zat ze, met de telefoon naast haar, de kalender en haar boek. Op het laatst haar wereld. Eindeloos veel telefoontjes naar ik weet niet wie allemaal om af te spreken voor een lezing, een sponsoring, een etentje. Alles werd in de kalender gekrabbeld, onleesbaar voor niet-ingewijden. Naast alle verjaardagen en andere hoogtijdagen van -tig geliefden en vrienden. En als dat werk gedaan was,en de krant gelezen, dan was er altijd nog het boek voor de leesclub.
Die plek was leeg nu. Schreeuwend, overweldigend leeg. Verder was alles hetzelfde. Mijn schoonvader heeft een vast ritme en vaste gewoontes waar hij zelden van afwijkt. Daar kun je echt rustig van worden. Wat er ook gebeurt, welke wereldschokkende gebeurtenissen er ook plaatsvinden, hij heeft een bak slappe koffie en een English muffin voor ontbijt, leest de Boston Globe, uitgebreid, neemt om half twaalf een colaatje, een sandwich om half één, gaat dan aan de administratie van de verschillende commissies waarvan hij lid is. Even ertussenuit, naar de bank meestal ( ik heb overigens geen idee wat iemand iedere dag bij de bank doet). Hij maakt ook wel eens een uitzondering, dan gaat hij naar het postkantoor.
Weer thuis een dutje, soms, en daarna het nieuws van zes uur op TV plus avondeten, meestal een diepvriesmaaltijd, heel smakelijk tegenwoordig. De kranten nogmaals, een serie op TV en om 11 uur naar bed. Een rustig bestaan met af en toe een uitje naar concert of toneel, een etentje met vrienden of een filmpje pakken met schoonzus die redelijk dichtbij woont. Als wij er zijn merk ik dat ik erg mijn best doe me aan te passen aan zijn gewoontes. Dingen niet op het aanrecht, maar spoelen en direct in de afwasmachine. Geen kopjes in de woonkamer laten staan. Dat soort dingen.
Toen we deze keer bij hem waren moest hij voor een ingreep naar het ziekenhuis dus waren we een paar dagen alleen in het appartement. Ik nam de gelegenheid te baat om wat te poetsen, hier en daar. Amerikaanse hygiëne betreft vooral het lichaam, niet zo zeer het huis. Ik ben wel een beetje Nederlands schoon…WC’s en zo…Behalve poetsen wilde ik natuurlijk ook voor de plantjes zorgen. Mijn schoonouders hebben het altijd trots over ‘hun tuin’, waarmee ze voornamelijk op een assortiment meestal uit hun krachten gegroeide kamerplanten duiden. Mijn schoonvader heeft de zorg voor de overgenomen. De vorige keer dat ik er was, in de tijd dat mijn schoonmoeder ziek was en op sterven lag, heb ik een keer de orchideeën in water onder gedompeld. (Die werden toen in plaats van bloemen veel geschonken). Maar dat was een vergissing. ‘No, no, no’, riep mijn schoonvader, ‘Een keer per week een ijsklontje, zo doe ik dat!’ Oeps! Ok, sorry..
Dit keer liep ik al met een schaar rond om de uitgebloeide bloemstelen uit een plant te knippen, de verdorde stelen van de uitgebloeide orchidee-bloemen te verwijderen, ik zag het voor me. De lange,bruine slierten van de kalanchloë die aan het einde weer groene blaadjes kreeg, terugknippen zodat hij weer mooi gedrongen groei zou krijgen. De bijna verdorde kerstster in de prullenbak kieperen. En nog wat hoognodig opknapwerk.
Maar intuïtie hield me tegen. IJsblokjes op de orchidee..Dat duidt op een overwogen plantenbeleid. Eigenlijk is alles in dit appartement weloverwogen. Toen ik later nederig mijn ideeën met hem deelde was ik blij dat ik me ingehouden had…Geen van mijn ingrepen zou instemming verkregen hebben. Mijn schoonvader’s motto is: laat de natuur haar gang gaan. Geen geknip en gesnoei en gedoe. Let nature have her way. Ik durfde niet te vragen naar de natuurlijke oorsprong van de ijsblokjes voor de orchideeën.
We wanen ons terug in Pusan, Zuid Korea. Overal om ons heen winkels en restaurantjes met Koreaanse opschriften, de straten vol met Koreanen, de meisjes giegelend achter hun hand, vrouwen en mannen, kinderen in wandelwagens, af en toe een westerling. Eén groot verschil, we worden niet aangestaard of nageroepen. Flarden van Koreaanse gesprekken dwarrelen rond vermengd met Engelse woorden. Enigszins zoals wij Nederlands en Engels door elkaar spreken. Het voorrecht om van beide talen de meest expressieve woorden te combineren. Slechte gewoonte trouwens, maar onvermijdelijk voor wie in twee culturen verkeert. Wij gebruiken zelfs wel Koreaanse woorden die feilloos aangeven wat je bedoelt en waarvoor geen Engels of Nederlands equivalent bestaat. Maar dit terzijde.
We rijden rondjes in de buurt, op zoek naar een parkeerplek en vinden er een op enige afstand van het restaurant waar we gaan eten (San Su Kap San, een aanrader! Met gratis parkeren!) Een goeie vriend van onze dochter, die in New York woont, zelf van Koreaanse afkomst, heeft ons erheen gebracht. Korea Town in Flushing, Queens, New York. Volgens hem heerst hier nog de sfeer van de jaren ’80/’90, de tijd dat we zelf in Zuid Korea woonden.
We lopen van St. Johns Place richting Eastern Parkway
Inderdaad, ik heb een ‘thuis’ gevoel. Dat had ik al in de (achter) buurt waar dochter woont en waar wij twee nachten logeren, Crown Heights, Brooklyn, NYC. (lees vooral 21st century renaissance) We slapen in haar bed, zij op een luchtbed op de grond. Haar dove katje Sy ligt tussen ons in. De eerste nacht, zaterdagavond, is er zoveel lawaai en is Sy zo blij weer gezelschap te hebben dat we weinig slapen. In de straat staat een brandweerkazerne waarvandaan wel twee keer een wagen uitrukt met een oorverdovende sirene. In hun kielzog een blèrende politieauto. Ik waan me in Law and Order. Voor de rest zit Sy regelmatig op mijn of echtgenoots hoofd. Maar als echte catwhisperer krijgt hij het beestje eindelijk rustig.
sweet, crazy, deaf, smart little Sy foto Saskia BatteauThe bed is a little short
In de wijk wonen overwegend zwarte mensen met een Caribische achtergrond (West Indies). De straten zijn rommelig, de voortuinen (eigenlijk omheinde plaatsjes) bezaaid met afval, en de ganse dag is het er druk op straat. Het tempo is laag, er is veel eten te koop en mensen groeten elkaar. Hier worden we wel wat aangestaard. Wat doen deze witte, rijke toeristen hier? Hoewel, dochter kent inmiddels wat winkeliers en wordt ook gegroet. Als ze af en toe roept dat haar ‘mom and dad’ op bezoek zijn krijgt ze een brede glimlach toegeworpen. Familie is heilig hier!
Foto Saskia Batteau
Op de zondag dat we er zijn ga ik uit mijn dak door de kleding om me heen. Kleurrijk, feestelijk, met prachtige hoofddeksels en klederdracht (Surinaams, Jamaican’s) voor de vrouwen, felgekleurde pakken voor de mannen, allemaal op weg naar een van de tientallen kerken en kerkjes in de buurt. Huiskamerkerken vaak. Er wordt uit volle borst gezongen, met de deuren wijd geopend voor wat frisse lucht in de volgepakte kleine ruimtes. De dominee preekt luid en duidelijk. Dit zijn gemeentes die zich niet schamen voor het evangelie! Alles samen brengt dit het Korea gevoel naar boven. Zo liepen we in de jaren tachtig ook op straat: Mensen her en der op weg naar hun kerk, gekleed vaak in hun schitterende Koreaanse hanboks, dikke bijbels onder de arm. De kerken met luidsprekers die, lelijk vervormd maar toch, hun oproep lieten horen ter kerke te gaan. De drukte op straat, de eettentjes, het chaotische verkeer.
Ik heb opeens een blij gevoel! Hier hoor ik thuis. (Ik vergeet gemakshalve alle minder leuke dingen, ik wil me even onderdompelen in het warme bad van goeie herinneringen)
We lopen van St. Johns Place via Eastern Parkway richting de buurt waar we vrienden van dochter gaan ontmoeten. Het is een prachtige, zonnige dag dus we kiezen ervoor te gaan lopen. Een half uurtje of zo. Eastern Parkway is een mooie, brede, groene avenue, dus prettig wandelen. Na 10 minuten zien we in de verte een afzetting van de weg voor verkeer, en we komen terecht in een parade van Chassidische joden die daar wonen. Duizenden in lange zwarte jassen gekleedde mannen met baarden en pijpenkrullen langs de oren en hoge hoeden of grote vierkanten bontmutsen op hun hoofd. Vergezeld van Oosteuropees uitziende vrouwen. Lange rok, met dikke kousen, een trui of bloes lukraak uitgekozen, en een soms slecht passende pruik op het hoofd. Niet erg modieus, zeg maar. Kinderen idem dito. Kleine volwassenen. Maar ze lopen in een optocht, (Lag BaOmer) , begeleid door vrolijk ogende clowns en ze zingen en huppelen dat het een lieve lust is. En dit gaat maar door. Een onafzienbare menigte. Ik zie in Antwerpen wel eens Chassidische joden. Een paar of zo. Maar hier zijn het er letterlijk duizenden! Ik krijg er toch een beetje kippenvel van. Zeker als we op grote spandoeken lezen in het Hebreeuws en Engels dat deze mensen allemaal met smart wachten op de komst van de Messiah. Die een nieuwe aarde zal stichten, een rijk komt brengen waar het vrede zal zijn. Bizar. Daar wacht ik ook op, maar de Messiah is er volgens mij al een keer eerder geweest en het rijk heeft al een begin gekregen. Je zou er zo over willen beginnen. Dat doen we niet natuurlijk.
Het hele gebeuren heeft een zeer naar binnen gericht karakter. Je voelt je, hoewel het de openbare weg is, enigszins een voyeur. Als echtgenoot een jonge man aanspreekt om te vragen wat de achtergrond is van de parade, verschiet die een beetje van kleur. Maar hij doet zijn best in aarzelend Engels (ze spreken Yiddisch onderling) om uitleg te geven. Later blijven we staan bij een podium waar een fantastische Klezmerband het mannelijk deel van de luisteraars (en dochter en mij ) tot een rondedans beweegt. Toch houden we het gevoel iets ongeoorloofds te doen. Bang om weggestuurd te worden lopen we verder.
Echtgenoot met hoed en baard wordt een paar maal gevraagd of hij Jood is. Waarom weet ik niet, maar wellicht zouden ze hem willen vermanen dat vrouw en dochter er dan niet zo wuft uit zouden mogen zien?
New York. Een overweldigend geweldige stad, zeker wanneer je Manhattan achter je laat. Over Manhattan nog een laatste blog.
(part of the )Choate class of 1964 welkom in Amerika, schadevergoeding voor allesTweedehands winkels, natuurlijk! New York City, Manhattan/Greenwich VillageMijn schoenen aan het betalen…$16,00!
De reünie zit erop. Donderdag kwamen we aan in Wallingford, CT, om de 50e reunie te vieren van echtgenoot die daar in 1964 zijn eindexamen high school deed. Samen met nog 120 andere jongens uit verschillende delen en staten van Amerika. Allemaal daar vanwege de goede naam van dit (toen nog, jongens-) internaat.
Echtgenoot was er niet meer terug geweest, maar stuurde wel trouw ieder lustrumjaar een biografietje in. Pas in de laatste paar jaar kreeg hij weer contact met een klasgenoot, met wie hij ook in college een kamer deelde. Samen maakten ze de stap van middelbare school (in de VS van 14 tot 18 jaar) naar college.
Getting ready for remebering those who died
Als ‘ŕoom mates’ besloten ze het verzoek in te dienen hun appartement verder te mogen delen met een derde kamergenoot uit het Zuiden en eentje uit het Middenwesten. Dat werd ingewilligd. De student uit het Middenwesten was net tot geloof gekomen en dat zou een grote rol gaan spelen in echtgenoots leven. Maar dat was pas op college.
Wij aten de eerste warme maaltijd met een klein groepje fanatiekelingen. Zij zouden de hele reünie van begin tot eind mee gaan maken. De meesten van de jaargroep 1964 zouden vrijdag en zaterdag pas komen. Of eerder weggaan, zoals wij, omdat ze het combineerden met een ander bezoek. Sommigen kwamen van ver. Californië, Texas, Florida. Anderen hadden er een behoorlijke autorit opzitten. Wij waren redelijk dichtbij voor Amerikaanse begrippen, zo’n twee-en-halfuur rijden, vanaf Boston.
Vrijdagmorgen kwart over acht zaten we in de immense cafetaria achter de cornflakes. Een eenvoudige keuze uit een rijk palet aan etenswaren. Van hamburgers tot mediterraanse grill. De organisatie en het eten is uitstekend op deze vermaarde kostschool in het Noordoosten van de VS. ChoateRosemary Hall, Wallingford, Connecticut, tegenwoordig gemengd onderwijs, maar nog wel een internaat, met kinderen uit veertig verschillende landen. Acht honderd leerlingen, met docenten en andere stafleden totaal elf honderd personen op de campus.
Nu met het reünie-weekend loopt er waarschijnlijk het dubbele aantal mensen over de parkachtige campus. Niet alleen de 50e reünie is gaande, ook alle andere lustrums worden gevierd (iemand kwam bij ons aan de tafel zitten tijdens het ontbijt die een bordje met : klas van 1949 omhad!) En allemaal drie dagen lang. Met drie maaltijden gecatered, en allerhande activiteiten. Een immense logistieke organisatie. Petje af voor degenen die hier maanden mee bezig zijn. En dan was het ook nog opa – en – oma dag voor de leerlingen op vrijdag.
De grote reünietent
Alles gebeurt o.a. uiteraard ook met het oog op de hoognodige sponsoring van het onderwijs. Op de grande finale, tijdens het chique zaterdagdiner werd meegedeeld dat het doel van $1 miljoen gehaald was door de klas van 1964 (1 klas dus!) mede door de bereidwilligheid van een van de alumni om ter plekke de ontbrekende $20.000 te doneren. Hij werd als held bejubeld. Er gaat veel geld om bij (sommige van) deze mannen.
Ruim 50 mannen, sommigen vergezeld door hun echtgenotes, drie dagen bij elkaar om herinneringen op te halen aan vier jaar intensief samen optrekken in het vreemde milieu van een jongens kostschool, met Engelse discipline. Het was bepaald niet zomaar een middelbare school. In de VS worden deze scholen ‘prep-school’ genoemd. Men staat al voorgesorteerd voor college. HAVO-VWO niveau, zeg maar. Maar naast het feit dat iedereen een redelijk hoog niveau bezit, het lesgeld hoog is, is het ook een kostschool. Toen dus met louter jongens.
Echtgenoot herinnert zich met overtuiging dat dit een minder geliefd aspect was van het schoolleven. De stoutmoedigen ontsnapten ’s avonds om de plaatselijke schonen te ontmoeten, maar gezagsgetrouwen hadden daar niet de durf voor. Het was dus een eenzijdig bestaan met al die jongens op een kluitje.
Veel sport op de prachtig aangelegde campus en veel studie. De meeste mannen herinnerden zich de sportprestaties van elkaar. Dikbuikige, zwetende mannen bleken in het verleden uitmuntende footballspelers. Schuifelende, zeer oud ogende mannen waren teamcaptain of aanvoerder van het voetbalteam geweest. Fascinerend om te zien hoe verschillend al deze mannen het verouderingsproces ondergaan. Er waren welgeteld twee van wie je de oorspronkelijke haarkleur nog kon herkennen. Sommige mannen hadden een nog jeugdig figuur maar de meesten zagen er werkelijk stokoud uit. Het ligt ook aan de mode. De enorme bandplooibroeken, sommigen van ribfluweel of denim (!) met daarop veel te lange, oversized blazers zijn ook niet erg flatterend, moet ik zeggen. Mijn echtgenoot sprong er tussenuit met zijn Europese, strakgesneden jasje en jeans, al zeg ik het zelf.
De branieschoppers van vroeger, de stillen, de alternatievelingen, de harde werkers, de eenlingen, je herkent ze allemaal weer moeiteloos. Ik deel mijn echtgenoot niet in bij de stillen, maar bij een groep die moeilijk te definiëren te valt. Hard werkend zeker, maar ook sociaal, sportief en muzikaal. Een beetje bij de snobs misschien?
Wat betreft muziek kwam hij, behalve de wekelijkse vioolles, niet erg aan zijn trekken. Hij moest weliswaar iedere zaterdagavond (op een balkonnetje) in het orkestje spelen dat het diner begeleidde van de rest van de studenten, maar dat was een verplichting vanwege zijn ‘scholarship’. Met grote tegenzin speelde hij daar op zijn viool lichte muziek waar hij in feite zijn neus voor op trok. In een opstandige bui weigerde hij zijn beurt te vervullen, maar hem werd onmiddelijk aangezegd dat de beurs zou komen te vervallen. Dat was waarschijnlijk het meest opvallende kenmerk van de groep waar hij bij hoorde, de jongens die niet op grond van een dikke portemonnaie maar vanwege een bepaald talent een (gedeeltelijke) beurs kregen en zo toch toegang kregen tot deze eliteschool.
Maandag weer de oversteek gemaakt naar het Amerikaanse continent. Mijn tweede thuisland. De 50e reünie van de middelbare school van echtgenoot in Wallingford CT, en een snel bezoek aan de jongste dochter in New York staan op het program.
De vlucht is als immer lang en maakt mij gaar. Het valt me op hoe ik ter compensatie bereid ben iedere morsel voeding dat wordt uitgedeeld met een zekere gretigheid te ontvangen en veroberen als ware ik net gered uit een gebied met voedseltekorten,
Op de korte vlucht van Amsterdam naar Dublin krijgen we een kop koffie met een snack. Prima. Maar vanaf Dublin komt het meer serieuze vliegtuigeten. De pretzils met een drankje, waarvoor $5,00 betaald moet worden bij Aer Lingus, Dan het eten, Van te voren door ons besteld omdat op de site waar we onze ticket bestelden de vraag gesteld werd of we wilden eten tijdes de vlucht. Dat leek ons voor een vlucht van 7 uur wel aangenaam, dus ja, we bestelden 2 maaltijden voor 17 euro per stuk. Duur vonden we dat wel. Maar ja om nu zeven lange uren te vasten…
Aan boord worden de maaltijden bezorgd. Keurig met zelfs echt bestek, geen plastic. Een glazen wijnglas en een porseleinen koffiekop. Een bord met folie eromheen onthult een kipgerecht. Niet slecht. Een zurig smakende smurrie blijkt rijst en de eetlepel groente is zelfs nog wat knapperig. Tot onze verbazing waren er maar weinig mensen die besteld hadden. We kregen al medelijden met alle passagiers die besloten hadden al die tijd met een lege maag te zitten (en voelden ons licht decadent). Tot op een gegeven moment alle passagiers een (weliswaar iets minder luxe), maaltijd kregen uitgedeeld. Wij waren er dus gewoon ingestonken. Aer Lingus vertelt niet dat er wel een maaltijd is, ook als jij niet de luxe variant besteld. Dit voor wie ooit met Aer Lingus gaat vliegen. Het scheelt toch 2x 35 euro!
Verder at ik met plezier alles op het blad. Broodje, salade, stukje kaas, crackers, eten zelf en het toetje, hemelse chocolade mousse. Veel viel er daarna niet meer te nuttigen, maar iedere kop koffie, iedere granolabar, iedere choco snack ontving ik met open handen. Geef, geef, ik heb geen andere afleiding dan eten.
Ook de 2 appels die niet ontdekt waren door de strenge controles konden we zo lekker oppeuzelen.
Na deze overdaad aan caloriën en suikers moest ik van mezelf een dut doen. Dat mislukte. Dan maar de films bekijken. Begonnen met The Bookthief. Ik kwam tot ongeveer de helft, maar het boeide me niet. Hoe tragisch verder het verhaal ook is over de 2e wereldoorlog en het Duitse gezin dat een Joodse buurjongen tracht te verbergen. Ik vond het acteren erg stijf en gekunsteld. Amerikaanse acteurs met een nep duits accent, en duitse acteurs wiens engels weer moeizaam is. Misschien hebben wij ook wel teveel films over de oorlog gezien.
Tweede film die ik op mijn mini-scherm bekeek was er een met Meryl Streep in de hoofdrol als Mater Familias van een uiterst dysfunctioneel gezin. Goeie rol van haar en ook van Julia Roberts als verbitterde dochter! Nu eens niet als de romantische alles -komt-goed icoon. Naam van de film is August: Osage County.
Vanuit mijn ooghoeken zag ik steeds de vader en moeder op de voorste middelste rij, waar alle babybezitters terecht komen. Ik heb er zelf ook vaak gezeten. Aan het muurtje voor je wordt een bak opgehangen waarvan men denkt dat het als wiegje zal fungeren. Vergeet het maar. De meeste babies hangen er al snel met benen en armen over de kant heen en zijn niet van plan er een oog in dicht te doen. Deze vader en moeder waren de hele vlucht druk met hun dochtertje van een maand of zes. Blijkbaar was het gewend in slaap gedanst te worden want ik heb zelden zo’ń ritueel gezien. In Korea kent men ook de gewoonte een kind vrij hard, ritmisch op rug of buik te kloppen met een vlakke hand, om het zo in slaap te krijgen. Maar dit was geen kloppen of wrijven meer. Dit was een combinatie van woest wrijven en kloppen op het randje van meppen, in een tempo waar ik moe van werd, alleen al van het kijken. Wrijf, wrijf, klop, klopper de klop, wrijf en tegelijkertijd voerde men een soort dansje uit. Knikken door de knieën, wrijf, klop, knik, wrijf, wrijf, knik en klop. En dan zeker 4 of 5 uur lang. Topsport. Het kind sliep drie minuten en dan begon de slaapdans weer. Wat zullen die ouders moe geweest zijn!
We waren er. Met de shuttle naar de metro en met de metro naar huis. Het was zeer warm, 29 gr. Heel Boston liep in korte broek en spaghetti bandjes. Wij hadden dubbele lagen aan en smolten.
De volgende dag was de temperatuur al een stuk gedaald. Tot ieders teleurstelling. De winter heeft hier lang geduurd en is zeer koud geweest. We zien het aan de natuur. Veel dode struiken en alles begint net uit te lopen. De tulpen zijn begonnen te bloeien. De rest van de week wordt het langzaam warmer.
Veertig jaar komen we hier nu in dezelfde buurt, in dezelfde flat. Er is geen huis waar ik zo’n band mee heb als dit appartement aan de haven van Boston. Mijn ouders verhuisden regelmatig en ik heb daarom geen hechte band met welk huis dan ook van vroeger. Behalve misschien het huis van mijn vroege jeugd in Schiedam, tot ik een jaar of tien was.
Maar hier heb ik zoveel meegemaakt, het is werkelijk mijn tweede thuis.