Korea april – augustus 2025 

I

Thuiskomen in een vreemd land

Zo gauw ik naar buiten loop vanuit de aankomsthal op de luchthaven in Incheon, Zuid-Korea, voel ik me weer thuis. Het geroezemoes van de mensen om me heen, hun begroetingen, het geschreeuw naar kinderen die weglopen, taxichauffeurs die klanten proberen te krijgen. De Koreaanse taal klinkt me nog steeds zo vertrouwd in de oren. Ik versta het meeste niet meer, maar af en toe een paar zinnen is al genoeg. 

Het begint te schemeren, ook al is het pas vijf uur in de middag. Korea ligt een stuk zuidelijker dan Nederland, daarom gaat de zon hier eerder onder in dit seizoen. Tegen acht uur is het aardedonker. 

In het licht van de naderende avond tekenen de contouren van de bergen in de verte mooi af. Verder zie je op deze plek alleen hypermoderne gebouwen en is er een kluwen aan druk bezette wegen. 

We worden opgehaald door een privé-taxi, voor ons een ongekende luxe. De vorige keer dat we hier waren hebben we ons een breuk gesjouwd toen we vanaf het vliegveld, met de bagage, de metro naar Seoul namen. Naar Seoul was goed te doen met het OV, maar de overstap daar naar het hotel was net te veel van het goede. We konden geen lift vinden en moesten dus onze koffers de trap op zeulen. Dat niet weer, hadden we elkaar beloofd. De taxi was nu gereserveerd door onze Koreaanse vriendin en zo stapten we na twaalf uur vliegen in de auto, om nog eens twee uur naar Cheonan te rijden. Daar wonen onze vrienden met wie we twee maanden van huis geruild hebben. Zij in ons huis en wij in het hunne. 

Rond half negen arriveren we. Het huis is een vrijstaande villa, aan het einde van een doodstil straatje, pal aan de voet van een berg. De plaats voor de villa is letterlijk uit de berg gehakt. De huizenruil is niet helemaal gelijk wat betreft ruimte en comfort, ben ik bang. Dit huis is vrij nieuw, (het onze uit de jaren zeventig), van alle gemakken voorzien als airco, droger, en elektronica. Het is ook heel netjes en overzichtelijk ingericht. Begrippen die niet helemaal van toepassing zijn op ons huis. Maar goed, het grote voordeel is dat beide partijen kosteloos een verblijf hebben voor twee maanden. Inclusief gebruik van auto’s. 

Huizenruil is altijd even wennen. Dit huis stond al een maand leeg en dat voel je direct wanneer je binnenstapt. Het is zielloos. Huizen hebben voor mij een eigen geur, een eigen gevoel. Daarom voelt het in het begin alsof je vadertje en moedertje speelt met de spullen van een een ander. Het duurt even voor het eigen is.

Pas de volgende ochtend zien we hoe uitbundig en prachtig hier overal de azalea bloeit in alle kleuren wit, oranje en vooral fel roze!

Kafka is er niets bij

Op ons Internationaal Rijbewijs ligt geen zegen. Vorig jaar, tijdens onze reis in Zuid-Korea kwamen we er bij de Koreaanse Avis tot onze schrik achter, dat we in het bezit hoorden te zijn van een dergelijk rijbewijs, anders ging onze autohuur niet door, helaas. Daar stonden we. We meenden redelijk bereisd te zijn, maar nergens eerder was ons een auto geweigerd. Het gooide aardig wat roet in ons eten want geplande reisjes door het mooie en geliefde land gingen niet door.

Dit jaar, met een gepland verblijf van 3 maanden in hetzelfde land, zou ons dit niet meer overkomen. Op tijd dus, vandaag, vier weken voor vertrek, naar de ANWB getogen die deze broodnodige papieren mag verschaffen. Twee recente pasfoto’s mee en ons rijbewijs. We voelden ons heel georganiseerd en voorbereid. Straks weer een item van het lijstje.

Die van mij was zo klaar. Gegevens erop, mooie rode stempels (het lijkt Korea wel) en handtekening, klaar. Toen die van echtgenoot. Ik zag de ANWB dame wat turen naar zijn rijbewijs. Vervolgens zei ze “momentje, even een check doen”. We keken elkaar aan, huh, is er iets mis?

“Nou”, zei de vrouw. “het is vreemd maar u heeft helemaal geen rijbewijs voor een auto, alleen voor een scooter.”
“Wat???”
“Ik heb helemaal geen scooter”, stamelde echtgenoot ongelovig.
“Ja, of een brommer misschien?” opperde de vrouw enigszins beschaamd, omdat ze al besefte dat hier iets raars aan de hand was.
We bekeken met elkaar het roze pasje en warempel. Slechts een A vergunning, terwijl er op de mijne een A, een B en zelfs een C vergunning prijkten. De C betekent dat ik ook op een tractor mag rijden. Nieuw voor mij, maar altijd handig, toch?

We kwamen dus thuis met slechts 1 Internationaal Rijbewijs. Direct aan de telefoon met de gemeente. Wat is hier mis gegaan? Die wisten het antwoord. Boven de 75 jaar is er een gezondheidsverklaring nodig en die had meneer niet ingeleverd. “Maar, maar”, stamelde echtgenoot opnieuw, “ik heb daar helemaal geen bericht van gekregen!”
Als meneer in zijn digitale mijnoverheid box zou kijken stond daar vast wel die oproep. waarschijnlijk heeft meneer die over het hoofd gezien. (Hoorde ik daar een belerend toontje? Meneer is 79 en weet het allemaal niet meer zo goed?). Maar we konden het laten checken bij het CBR.

Redelijk gefrustreerd inmiddels het CBR gebeld. Of zij hem die oproep gestuurd hadden? Check, check…nee hoor, die was niet aan hem verstuurd. Waarom niet? Check, check…”oh, ik zie het al, dat is natuurlijk omdat meneer een bromfiets rijbewijs heeft en daar is geen gezondheidsverklaring voor nodig!”

Weleens van een beter voorbeeld van een Kafkaiaanse situatie gehoord? Je krijgt bij verlenging een verkeerd rijbewijs. Rijdt al een jaar auto met alleen een scooterrijbewijs. Dat is blijkbaar zo afgegeven omdat er niet de benodigde gezondheidsverklaring was. Je krijgt geen oproep daarvoor omdat het CBR denkt dat je die niet nodig hebt omdat je een scooterrijbewijs hebt. De wurgende cirkel van de bureaucratie is weer helemaal rond.

Het gaat allemaal nog wel even duren. En voor ons vertrek zal het wel niet meer lukken met dat vermaledijde internationale rijbewijs. Ik zal eraan moeten geloven in Azie, Margreet achter het stuur.

“Met uw man op de scooter er achter aan”, grapte de ANWB dame nog. Daar kon ik wel weer smakelijk om lachen. Maar je moet er toch niet aan denken dat er iets gebeurd zou zijn terwijl je in de auto zit? Je wordt gestopt door de politie, en je moet je rijbewijs laten zien… Je ziet die agent kijken. Geduldig, gezien de leeftijd van de bestuurder, maar toch streng: “Meneer, beseft u wel dat u niet op een scooter zit, maar achter het stuur van een auto?”

Seoul en Koreaanse gastvrijheid

Seoul met oude vrienden

Op 19 oktober begint de officiële Korea week. Zes dagen zijn we dan te gast van een comité dat, namens de Kosin kerken, op 29 oktober de herdenking organiseert voor onze vriend en collega, wijlen dr. Niek Gootjes. Hij overleed vorig jaar in Hamilton, Canada, na lange moeizame jaren, aan de ziekte van Alzheimer.

Voor we vertrekken naar de Theologische Universiteit van de Kosin kerken in Chonan, 1,5 uur ten zuiden van Seoul, verblijven we een paar dagen in een hotel in de hoofdstad. Die zondag zal Dinie Gootjes na de kerkdienst een toespraak over het leven van haar man geven. In een andere Kosin kerk gaat echtgenoot preken. Na de lunch, een uitgebreide Koreaanse maaltijd, iedere zondag bij toerbeurt verzorgd door een van de leden, zal Kim een lezing geven.

(voor wie dit de eerste blog is over Korea, mijn man en ons gezin woonden in jaren tachtig, samen met het gezin Gootjes in Pusan, Zuid – Korea. Echtgenoot en collega Niek Gootjes doceerden theologie aan een opleidingsinstituut van de Koreaanse kerken, op hun verzoek. Je kunt er meer over lezen als je zoekt naar de categorie Korea 2024, Korea of Korea memories))

Seoul – wereldstad

Door omstandigheden kan een gepland uitje van onze Koreaanse gastheren op vrijdag niet doorgaan en zijn we ‘vrij’. We kunnen de dag met zijn vieren naar eigen inzicht doorbrengen. Dinie Gootjes is inmiddels uit Canada gearriveerd en zoon Albert uit Nederland. We zien elkaar na 36 jaar voor het eerst weer op Koreaanse bodem. Wij vertrokken in 1988, de familie Gootjes in 1989. Wij naar Nederland, zij naar Canada. We hebben elkaar wel gezien na die tijd, maar nu dus in Korea, waar we bijna 10 jaar lief en leed deelden en waar onze kinderen een soort broertjes en zusjes voor elkaar waren.

We kiezen ervoor om naar Namdaemun Markt te lopen. Het is schitterend herfstweer en lopend onderga je de stad meer dan in een bus of taxi. Het blijkt een flinke wandeling. Zeker anderhalf uur, in de warme zon. Samen lopen we door de straten van een hypermodern Seoul. Met honderdduizenden anderen. Maar de wegen en trottoirs zijn breed en anders dan in New York bijvoorbeeld, staan de gebouwen niet dicht op elkaar. Het geeft veel licht en een ervaring van ruimte, ondanks de drukte. Ook zijn er overal plantsoenen en parkjes. En soms passeer je dan opeens tussen alle wolkenkrabbers een oude poort of tempel.

Namdaemun Markt – een ervaring

Een markt in Korea is anders dan in Nederland. Geen losse kraampjes die ’s avonds opgeruimd worden, maar permanente winkeltjes met open winkelpuien naar de straatkant waar alle waren liggen uitgestald. Om de zoveel winkeltjes is er een ingang naar binnen het gebouw, waar nog eens rijen en rijen winkeltjes zijn, met een open front. Dan heb je ‘straten’ van alleen maar kleding. Of linnengoed. Of lederwaren. Of etenswaren. Heel grappig, allemaal geordend op het categorie. Dus niet, zoals in Nederland, door elkaar en verspreid. Ik vond en vind het altijd lastig winkelen. Je hebt tientallen schoenenwinkeltjes, maar die verkopen dan geen sokken. Dan moet je weer naar de ‘sokkenstraat’.

De markten zijn levendig, kleurig, goedkoop en je zou er uren rond kunnen lopen, ware het niet dat het zo vermoeiend is. Alle winkeleigenaren proberen je van alles te verkopen zo gauw je maar een blik werpt op hun spullen. Het is wat minder geworden, maar nog steeds is het voor langs slenterende westerlingen lastig wanneer je bij een korte stop onmiddellijk alles aangewezen krijgt, met de prijs erbij. Ik raak dan van de wijs en kan niet meer rustig zoeken. Ik zie Koreanen het compleet negeren. Hier ben ik te beleefd voor opgevoed blijkbaar.
We kopen wat cadeautjes en zoeken een eettentje voor een snelle hap. Die zijn er in tientallen. Een barretje, drie mensen erachter die van alles klaar weten te stomen en bakken, tentdoek erover en klaar. Ontzettend efficiënt. We eten staand, tussen de Koreanen, en genieten.

Soep met UFO’s
(unidentified floating obejects)

De dag ervoor zijn echtgenoot en ik ook ergens wezen eten. Een klein restaurantje in de categorie ‘soep-mét’. ‘Kalbitang’, rundvleessoep, met rijst en bijgerechtjes is lekker, weet ik uit het verleden. Maar kom, ik wil eens wat anders proberen. Eigenlijk lust ik alles dus ik kies van een plaatje uit het menu een ander soort soep. Die arriveert gelijk met de soep van echtgenoot. In die van mij drijven halve maanvormige, pluizige dingetjes, die ik niet direct herken. Zijn het visachtige wezens? Champignons? Ik proef. Er zit niet veel smaak aan, voelt aan als rubber. Hmm. Dan neem ik een stuk vlees op mijn lepel. Dat blijkt een dik stuk lever te zijn. Ik schuif de soep onmiddellijk van me af. Ik weet nu ook wat die ronde, harige dingetjes zijn. Maagwand! Er staat een kom met ingewandensoep voor me. Nee, dank je, ik durf veel, maar er zijn grenzen.

Echtgenoot is zo lief om met me te ruilen.

Eten, en nog eens eten

Eten wordt een thema deze week. Twee keer per dag worden we meegenomen naar restaurants, na het Ontbijt met een hoofdletter in het hotel. Voor de lunch en het avondeten. Maar voor we eten gaan we thee/koffie drinken en krijgen we allemaal onze eigen schotel met fruit en koekjes. Daarna gaan we echt eten. En iedere keer heerlijke en overvloedige maaltijden. Ik heb de lunch nog niet verwerkt of we gaan alweer avond eten. En ‘nee’ zeggen is er niet bij. Je kunt in de Koreaanse cultuur geen eten weigeren. Het is niet het eten zelf, maar de expressie van waardering en gastvrijheid die je dan afwijst. We laveren tussen overal van eten en veelvuldig uitroepen hoe heerlijk alles is en tegelijk, niet alles opeten. De Koreaanse keuken is gelukkig heel gezond. Veel groentes, veel vis, ook wel vlees, maar meestal niet het hoofdingrediënt. En natuurlijk altijd een kom rijst, met een kom soep ernaast. En vooral véél knoflook!

We zijn nu begonnen aan onze knoflook detox, 🙂 Om onze omgeving in Nederland niet af te schrikken. Knoflook is lekker, maar de Koreaanse hoeveelheden maken dat je hele lijf het uitwasemt. Maar missen gaan we dat eten! En de gastvrijheid waar het een expressie van is.

Geen auto

Vrijdag de 18e oktober, rond 12 uur, rijden onze vrienden ons door het super drukke, voor ons nauwelijks herkenbare Busan, naar de Koreaanse versie van Avis autoverhuur. Daar hebben we een auto gereserveerd om een week door het land te trekken. Tot die maandag erop hebben we een kamer gereserveerd op een schiereiland ten zuiden van Busan, maar daarna zien we het wel. We hebben er zin in. Met vrienden zijn is heel fijn en we hebben ervan genoten, maar nu we weer samen eropuit kunnen is het pas echt vakantie.

De auto staat klaar, even de formaliteiten en we kunnen gaan. Ik bewonder echtgenoot dat hij het aandurft om te rijden in de drukte, maar het lijkt hem niet te deren. “Ik heb overal gereden, zelfs gefietst in India”. Wie dat overleeft…

‘Rijbewijs, paspoort en internationaal rijbewijs, please’, zegt het Koreaanse meisje dat ons helpt. Uh, internationaal rijbewijs?? Hoezo? Heeft niemand ons verteld. Booking zegt, vereisten: rijbewijs en paspoort. 

Niet dus. Het staat in de kleine lettertjes: sommige landen vereisen aanvullend een internationaal rijbewijs, zoek uit welke.

Wie leest die lettertjes nou? Ja, wij wel, vanaf nu.

De auto ging dus niet door. Daar stonden we met onze zware koffers en rugzakken. Enigszins beteuterd. Eerst maar annuleren. Dat kan dan weer niet daar, bij Avis, nee, dat moet bij Booking en wel ter plekke, anders betaal je alsnog het hele bedrag. Nou, probeer maar eens Booking aan de telefoon te krijgen. ‘Wij zijn 24/7 beschikbaar’. Maar niet als het midden in de nacht is blijkbaar in Nederland. We bellen ons suf, urenlang. 

Eerst maar eten, zeggen onze vrienden. Natuurlijk. We vullen onze magen weer en bedenken een plan. Zij gaan ons naar ons gereserveerde hotel brengen, anderhalf uur rijden (de schatten!). Vandaar zullen we wel zien. De roadtrip gaat in elk geval niet door.

Guhje eiland

We rijden weg. Het regent en ik moet het even verwerken. Wat gaan we zonder auto doen? Guhje, de plek waar we naar toe rijden, is platteland en het OV niet best. Fietsen kun je vergeten.

Ons hotel blijkt minder landelijk te liggen dan we dachten te zien op de kaart. Het staat in feite in een havengebied met een grote scheepswerf. De buurt heeft de typische sfeer van een haven waar veel zeelieden een paar dagen hun vertier zoeken. Restaurantjes, ‘gentleman’ clubs en heel veel Karaoke bars, zeer populair in Korea. Een levendige buurt kun je wel zeggen. Maar niet zoveel natuur, hoewel we door het raam van onze kamer wel de zee en in de verte de bergen zien. De kamer is top. Eigenlijk een soort studio. Met een koelkast en zelfs kookgelegenheid. En ruim. Naast een groot bed is er nog ruimte voor een klein bankstel.

Het weer is snert. Wat we totaal niet verwachten in oktober in Korea, regent het vaak en hard. Klimaatverandering, zegt iedereen. Intussen hebben we eindelijk Booking aan de lijn. 

‘Nee, als u het geld terug wilt had u ter plekke moeten annuleren’, zegt de aardige jongen aan de lijn. We schreeuwen nog net niet dat we de hele middag al aan het bellen zijn. Hij belooft de autoverhuurder te bellen om dat te verifiëren. Na 10 minuten belt hij terug: hij kreeg geen woord Engels uit de mevrouw met wie hij sprak. Uit coulance krijgen we drie van de vijf gereserveerde dagen terug. Dank.

Zondag bezoeken we een Engelstalige dienst en lopen wat rond. Maandag breekt de zon door en maken we een prachtige wandeling langs de kust. Aan de voet van de berg is een houten wandelpad gebouwd waarlangs je zeker 1,5 uur kunt lopen. De zee rechts, de berg met bossen links en in de verte de silhouetten van bergen, tegen een blauwe lucht met zon. Het kan niet beter. 

We vinden overal wel restaurantjes en koffietentjes. En het voordeel van onze studio is dat we er ons eigen ontbijt en lunch kunnen maken. We vinden goed bruin brood, yoghurt, zelfs een soort muesli (zoet!). We hebben het goed, ook al is er niet zo heel veel te doen. We zijn in het echte Korea zoals we het ons herinneren. Hoewel ook hier de wolkenkrabbers overal tegen de heuvels op gebouwd zijn.

Sushi

De laatste dag worden we opgehaald door een Koreaanse dominee met zijn vrouw en een diaken (vrouw). Ze nemen ons mee uit eten, daartoe gemaand door een senior dominee die ver van Guhje woont. We vragen om een lichte maaltijd. Sushi of zo. Dat hebben we geweten. In het restaurant krijgen we een eigen kamer waar de tafel al gedekt staat. Op grote serveerschalen van Japans gelakt hout liggen dikke plakken rauwe vis. Kleine schaaltjes met wasabi en andere bijgerechtjes staan er naast. 

We doen dapper ons best en eten wat we kunnen. Als we denken dat iedereen wel genoeg heeft, gaat de deur open en komt er een tweede gang aan. Nu met koude soep, rauwe vis met rijst (meer als de sushi die we bedoelden) en zeewier. Ook nu spannen we ons in. De sushi met rijst smaakt beter dan die dikke plakken met niks. En er is wat salade bij. Dan zitten we vol. Ook de anderen lijken voldaan. Toch merk ik dat ze wat onzeker naar de deur kijken. De tweede gang was onverwacht, zou er nog een derde komen? De diaken gaat het vragen. 

‘Ja’, zegt het meisje dat ons serveert, ‘nog twee! Nu komt alle gebakken vis en daarna nog een ronde’. Tot onze opluchting zitten de anderen ook vol. We vragen om de rest maar in te pakken om mee te nemen. 

We verlaten het restaurant met drie volle tassen. Wij moesten alle gebakken vis en toebehoren mee. Die tas hebben we thuis gelijk maar aan de receptioniste van het hotel gegeven. De vis kwam ons de oren uit.

Koreanen zijn ontzettend gastvrij en voorkomend. Ze doen alles om je het als gast naar de zin te maken. Ik bewonder ze daarvoor!

Van horror hotel in Seoul naar paradise hotel Illua in Busan

We reizen de volgende dag verder naar Busan. De trein doet er 3,5 uur over, langer dan de beloofde 2,5 uur. Er blijken twee soorten bullet trains te zijn. Je moet zelf opletten dat je de snelste pakt. Het geeft niet, we hebben de tijd.

We worden opgehaald door onze vrienden die ons naar ons hotel rijden. Ze hebben het hotel en de kamer persoonlijk uitgezocht om er zeker van te zijn dat we een mooi uitzicht op zee hebben. Het is prachtig! 

het uitzicht is prachtig

We laten onze bagage achter om te gaan eten. Het is heerlijk om achter onze vrienden aan te lopen en ons te laten rijden. Ze wonen in deze buurt dus weten precies waar ze heen moeten.

We eten in een seafood restaurant, met uitzicht op de zee! Ik vind het enigszins spannend, want in Korea is seafood meer dan kabeljauw, zalm of fish en chips. De keuze wat zeevruchten betreft is oneindig, en de smaak van Koreanen voor alles uit de zee grenzeloos. Maar wat op tafel verschijnt ziet er prachtig uit en het smaakt nog goed ook. Octopus, Inktvis, krab, garnalen, mosselen, andersoortige schelpdieren, zeewiersoep, het is de hele zee op ons bord en in onze kom. Zeewiersoep ken ik nog van vlak na mijn bevalling van onze jongste. Na thuiskomst uit het ziekenhuis kwam de kerk met een enorme pan van die soep. Om aan te sterken. Een oude traditie. Alleen de kraamvrouw wordt geacht de soep te eten, vanwege alle mineralen. Wij aten er van met het hele gezin.

Het zeevruchtenbanket

De volgende dag wordt echtgenoot verwacht op de Engelse faculteit van Kosin college om daar te preken tijdens de dagelijkse gehouden chapelbijeenkomst. De gebouwen zijn enorm uitgebreid sinds we er begin 2000 waren. Alles is zo modern en goed onderhouden. Het sanitair is ruim en schoon. (Even om te onthouden, WC papier hangt soms bij de wastafels, buiten het toilet zelf, moeilijk te bereiken met je broek om je enkels). Alles glanst, alles doet het, er zijn mooie, grote zalen met zitzakken en makkelijke stoelen om in te ontspannen. Sommige studenten liggen heerlijk te slapen. 

Na de chapel vertrekken we naar de buurt waar het gebouw van Kosin Theologische opleiding stond, vóór de verhuizing naar Chunan, in de buurt van Seoul. Naast het ziekenhuis, dat oorspronkelijk bij de school hoorde. We zoeken naar onze eerste woning, vlakbij. Tot onze grote verbazing staat het er nog steeds, Urim Mansion, een flatgebouw van vier verdiepingen. Ik zie het flatje waar we ons eerste jaar doorbrachten. De eerste cultuurschokken ondergingen, de eerste beginselen van de taal leerden, waar onze oudste haar eerste Koreaanse woordjes leerde en vriendinnetjes maakte, altijd samen met Henk Gootjes.

1980
2024 Het een na bovenste balkon was het onze.
In de diepte speelden de kinderen
Oudste met vriendje Henk Gootjes en Koreaans meisje

Vanuit onze flat konden we naar de school lopen en naar de kerk op zondag. Dat kerkgebouw is nu leeg en vervallen, helaas. Er is wel een nieuwe kerk voor in de plaats gekomen, maar aan de eerste Songdo kerk hebben we de meeste herinneringen. 

Voormalig kerkgebouw Songdo

We dalen af, naar het strand van Songdo. In onze tijd een klein vissershavenje, vervallen, met wat winkeltjes, restaurantjes en een mini strandje. Nu een beach resort, met wolkenkrabbers tegen de heuvel aangebouwd, een starbucks, luxe eetgelegenheden en allerlei attracties. Onherkenbaar. Ik zoek een herkenningspunt voor wat houvast, maar nee, werkelijk volledig getransformeerd. We voelen ons als twee bejaarde buitenaardse wezens. Wat wij ons herinneren is een Korea in ontwikkeling, nog arm.  Voor de meeste jongere Koreanen is dit welvarende, moderne land het enige wat ze kennen.

At Songdo Beach resort

We gaan maar weer eten. Eten is belangrijk in Korea. En geen broodje kaas of gezond. We gaan nu naar een all-you-can-eat buffet restaurant. Koreaans en Westers gemengd. Verrukkelijk. Maar ik begin het einde aan de rek van mijn maagwand en mijn energie te voelen…nu moet ik beleefd doch beslist vragen om terug gebracht te worden naar ons hotel. En dan niets meer eten tot de volgende dag. Dan gaan we onze huurauto ophalen om te beginnen aan een mini roadtrip door Korea, terug naar Seoul.

Denken we.

Korea 2024

De reis erheen – de vlucht

Het is twaalf uur vliegen. Helaas zonder overstap. Ik heb geen moeite met een overstap. Het breekt de reis op, je kunt wat lopen, en je hebt een paar uur wat meer ruimte en afleiding om je heen. 

Deze vlucht doet het in een keer. Voor mijn achterwerk en benen een beproeving, maar je moet er wat voor over hebben om je vorige thuisland te bezoeken. Het doel is eerst Seoul in Zuid-Korea. De vlucht kan korter, maar dan moet eerst meneer Putin zich beter gaan gedragen. Over Oekraïne en Rusland vliegen is momenteel geen optie  We vliegen nu over andere, mij soms onbekende landen, met fascinerende namen.

Ik heb een gezellige buurman, uit Amsterdam, op weg naar de bruiloft van zijn zwager met een Koreaanse. In de loop van de reis legt hij me geduldig alle dwarsverbanden en etnische achtergronden uit van de familie van zijn vrouw. Bangladesh, Myanmar, India, alles komt voorbij. Zwagers en broers van de zussen van de moeder van….Het duizelt me, maar ik knik braaf ja en oh, want hij vertelt heel gezellig met een Amsterdams accent. Zijn familie komt gewoon uit de Jordaan.

We vliegen naar het oosten, vooruit in de tijd.  We brengen de nacht door in onze krappe stoelen. Echtgenoot zit 9 stoelen verderop. Om wat beenruimte te krijgen konden we alleen stoelen apart boeken, bij de nooduitgangen. Het zij zo.

Eindelijk komt dan de mededeling dat we gaan landen. Iets verderop zit een stel met een baby, die na twaalf uur nog steeds lacht en gezellig kraait. Ik bewonder haar/hem. Ik ben geradbraakt. 

Van het vliegveld naar het hotel

Maar we zijn er nog niet. Wel op het  vliegveld, ruim en licht, met wit marmeren hallen en draaiend als een geoliede machine. Via eindeloos de diepte in afdalende roltrappen, komen we in de krochten van de metro. Ook de perrons daar zijn van marmer en mensen stellen zich keurig op in rijen om in de treinen te stappen.

De reis gaat soepel. Nog een uur in de trein en we komen aan op het Centraal Station van Seoul. Opnieuw paleiselijk ontworpen en strak georganiseerd.

Het hotel

En nu de korte wandeling naar het hotel, dat op loopafstand van het station ligt.

De afstand is niet groot, maar met 18 kilo in de koffer en 5 op mijn rug is een wandeling van 10 minuten toch wel een uitdaging. Het is ook nog eens 19 gr., ik heb te warme kleding aan en de weg loopt omhoog. En ik heb al 24 uur of zo niet geslapen. Het voelt als een berg beklimmen met de verkeerde kleding en schoenen aan.

Het lukt. We vinden “Seoul Station R Guesthouse”. In een achteraf straatje. Het  blijkt een gribusplek. Bij de ingang staat rechts een rij afvalbakken, open. Links manden met vuile was. Ertussenin, om het wat op te vrolijken, staat een stoffig tafeltje met vettige plastic bloemen. Welkom.

De hal van ons hotel in Seoul

We moeten eerst een trap op. Met die zware koffers. Het is even slikken. Hoe hebben we dit ooit uit kunnen kiezen? Booking heeft ons voorgelogen met een hoge rating en slimme foto’s. Voor we elkaar verwijten gaan maken, zetten we eerst maar de airco aan. Dat helpt. De bedden voelen goed. Dat helpt ook. We hoeven er tenslotte maar een nacht te slapen. Een douche zou lekker zijn, maar de douche zit pal naast de WC pot en de hele badkamer is dan kleddernat. De wastafel zit verstopt. Het water loopt alleen weg door een lek in de afvoerpijp. Vandaar natte sokken. We moeten er bijna om lachen.

We gaan maar naar bed. Eindelijk slapen. Morgen is alles anders!

A day well spent

Voor ik weer enkele decennia terug ga in de tijd naar Zuid-Korea, een klein verslag van een welbestede dag, afgelopen zaterdag in Waltham, VS. We logeren hier tijdelijk in het huis van vrienden die elders wonen.

Ik had gelezen dat er hier in Waltham, een kunstmuseum is. Op de website leek het de moeite waard, dus, op een stralende zaterdagochtend daarheen getogen. Rose Art Museum is verbonden met Brandeis University, een bekende universiteit hier in de omgeving met Joodse wortels. Er studeren zo’n 5000 studenten, van wie naar schatting 25% van Joodse afkomst zijn. Gesticht in 1947, oorspronkelijk voor Joodse studenten en andere leden van etnische minderheden, die vaak niet op andere opleidingen terecht konden of discriminatie ondervonden.

Het museum heeft de reputatie op te komen voor sociale gerechtigheid en kritisch te zijn op racisme en discriminatie in de samenleving. Een fenomeen waar we in Nederland ons eigenlijk nog maar net bewust van zijn geworden, is in Amerika zo verweven met alles op het gebied van media en culturele uitingen dat je er wel eens moe van wordt. Maar, ik geef direct toe, ik behoor tot de witte, bevoorechte laag van de bevolking, zonder een geschiedenis van slavernij en discriminatie. Voor mij is het dus makkelijk praten. Niet dat ik in mijn familiegeschiedenis terug kan gaan op veel aanzien en geld. De meeste van mijn voorouders waren arm, moesten sappelen en behoorden tot de arbeidersstand. Zeker die van mijn vaders kant. Maar dat is niet hetzelfde als slavernij en racisme hier in de VS en in ons land.

Maar goed, terug naar het museum. We kwamen terecht in een mooi, licht en ruim gebouw met de kunst heel prettig tentoongesteld.

De eerste zaal was gewijd aan kunst van nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikaanse bewoners van Amerika. Of werk dat die vreselijke erfenis en het trauma daarvan tot onderwerp had. Er hing ook werk van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, First Nation People, dat de onderdrukking die zij moesten ondergaan vertolkte. Niet alles vond ik even geslaagd. Te filosofisch, te dik erboven op. Maar een paar werken waren indringend. Zoals de onderstaande installatie van Radcliff Bailey (interessant artikel over zijn kunst)

Onderstaand bord staat bij de ingang van het museum. Zeer bewust dus van de geschiedenis van de plek.

Het museum is gebouwd op land dat behoorde aan de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de Massachusets Native American stam.

Na het kritische gedeelte bekeken we nog een zaal met schilderijen van o.a. Susan Lichtman en Willem de Kooning. Kunst waar ik blij van werd. Heel kleurrijk, origineel, semi-realistisch.

Wildlife Refuge

In de auto aten we op z’n Nederlands onze meegebrachte bammetjes en een mandarijntje. En daarna reden we met Google maps als gids richting een plek om te wandelen. Het was tenslotte een stralende dag. Zon, weinig wind en de temperatuur rond het vriespunt.

Een plek om te wandelen vinden bleek nog niet zo eenvoudig. Wat volgens Google het begin was van een mooi wandelpad blijkt in de praktijk tot tweemaal toe privegrond te zijn, door buurtbewoners met hun enorme villa’s ontoegankelijk gemaakt. Niet bestemd dus voor ons buitenstaanders. Na nogal wat heen en weer rijden, een smal pad oprijden wat iemands oprit bleek te zijn, een achterlicht kapot rijden bij het achteruit weer terug navigeren, vonden we eindelijk een mooi gebied.
Great Meadow Wildlife Refuge. Daar hebben we heerlijk gewandeld en genoten van de zon. Een groot deel ervan bestaat uit wetland, drassige en ondergelopen gebieden. Blijkbaar in de 20e eeuw volledig vervuild door een textielfabriek die er chemicaliën loosde. Inmiddels volledig schoon en een trekpleister voor vogels en vissen. Dat geeft altijd weer hoop. Het kan dus wel!

Zilverpoetsen en de rest in Boston

Door het zilverpoetsen in het huis van mijn overleden schoonvader kwamen de herinneringen weer boven . Aan juffrouw Boenders, onze werkster, die toen ik een kind was in Schiedam, iedere vrijdagochtend kwam helpen . Ik heb eerder over haar geschreven. Ze deed veel in een paar uur tijd. Aan een kant was het gezellig maar aan de andere kant vond ik het maar niets dat alles van z’n plaats ging. Alle stoelen aan de kant. Kleden naar buiten, over de kloppaal (die had je toen blijkbaar) en dan met de mattenklopper er goed op los meppen. Je zag het stof dwarrelen. De stofzuiger kwam er ook aan te pas, wat ik niet fijn vond. Het geluid werkte op mijn zenuwen. Maar zo rond tienen was het koffietijd. Koffie, koekjes en de laatste nieuwtjes werden uitgewisseld. Juffrouw Boenders was getrouwd maar had geen kinderen. Ze kwam al heel lang bij ons en was gek op de jongste kinderen van ons gezin. Ik kreeg ook altijd een cadeautje van haar voor mijn verjaardag. Ik vond haar wel aardig maar ik hield toch wat afstand…vond haar zo anders dan mijn moeder met wie ik verstrengeld was, dat ik haar een beetje eng vond.

Eens in de zoveel tijd was het poetstijd. Mijn moeder hield van koper en had het een en ander verzameld of gekregen. En er waren natuurlijk de zilveren theelepeltjes. Ik mocht helpen met het uitwrijven van de koper- of zilverpoets. Magisch vond ik het.

BOSTON

Poetsen is een meditatief werkje. Heel kalmerend en bevredigend. Je hebt onmiddelijk resultaat van je werk. De zwarte, onaantrekkelijke voorwerpen krijgen hun glans en schoonheid terug. Zo vond ik afgelopen week het geen straf de zilveren voorwerpen van mijn schoonouders weer te laten stralen.

Het zilver na een poetsbeurt

Dat is van een andere orde dan het dagenlang uitruimen van de ontelbare archiefkasten die mijn schoonvader in zijn appartement heeft staan. Daar zijn we de meeste tijd mee bezig. Mijn beide schoonouders zijn nu overleden en het appartement moet leeg voor de verkoop. Iedereen krijgt daar ooit mee te maken. Wat het lastiger maakt is dat mijn schoonouders in Boston woonden, dus om te helpen moeten we een aantal maanden hier bivakeren. Dat is op zich niet erg, maar in een langzaam aftakelend huis te wonen dat zich steeds meer vult met dozen heeft toch ook zo z’n minder aangename kanten.

De grootste klus tot dusver zijn dus de archieven. Mijn schoonvader was een chemicus, die als zakenman, carriere maakte. Hij was gespecialiseerd in Tantalum, een metaal. Naast zijn werk was hij betrokken bij heel veel commissies en werkgroepen, actief tot op een jaar voor zijn sterven op de leeftijd van 95 jaar. Veel van de verbeteringen in de buurt waar hij woonde, zoals een prachtig park, The Greenway, zijn mede aan zijn inspanningen te danken. Maar. Al dat werk had tot gevolg dat hij alles, werkelijk alles verzamelde dat met een bepaald onderwerp te maken had. Alle mails (uitgeprint!), alle documenten, alle jaarverslagen, alle notulen, alle krantenknipsels enz. En dan niet van de laatste 10 jaar of zo, maar tot minstens 40 jaar terug…netjes gerubriceerd op categorie, dat wel. Ook zijn belastingaangiftes van 30 jaar, bankafschriften, rekeningen, reizen, hobbies, enz.enz. In iedere kast, iedere lade die ik opendoe vind ik nieuwe voorraden papier. Niet alles kan zomaar weg. En in de mappen zit veel papier aan elkaar geniet en/of met paperclips bij elkaar gehouden. Die moeten eruit. Er ligt een zee van paperclips in het huis inmiddels.

Lees verder “Zilverpoetsen en de rest in Boston”

Van Airbnb naar TakeCarebnb

Wie mij kent weet dat ik al heel wat Airbnb’s (en hun eigenaars) heb gezien in mijn vakantietijd. Echtgenoot en ik zijn lang geleden al begonnen met deze manier van vakantie houden. Het had toen nog meer het karakter van couchsurfen . Iemand stelde een kamer in zijn/haar huis ter beschikking voor een hele redelijke prijs. Je zat dan in een gewone buurt, kreeg inside informatie over bezienswaardigheden waar nog niet hordes toeristen kwamen en zo kreeg je echt een vleugje van het ‘authentieke’ leven van het bezochte vakantieland.

Zo’n vakantie was betaalbaar nadat we onze vouwwagen hadden weg gedaan (spijt van trouwens). Zomerhuisjes (een valse benaming voor superdure bungalows op vakantieparken) vonden we te duur, maar stonden ons ook tegen omdat ze zo afgesneden zijn van waar het gewone leven zich afspeelt. Hoewel, soms is dat ook lekker, hoor, even helemaal weg. Door de jaren heen ontwikkelden wij echter wel een voorkeur voor die Airbnb’s. We bleven een paar nachten per plek en trokken dan weer verder. Ooit begonnen we in Heidelberg, bij ‘der Mannfred’.

Onze kamer in Heidelberg 2014

Het was onze eerste toer voor E30 per nacht. De uitdaging was zo goedkoop mogelijk zo ver mogelijk (Pyreneeën) te reizen. Dat is gelukt. Ik geloof dat we in die vakantie 4 of 5 pleisterplekken hadden waarvan die in Nimes de meest memorabele was. Bloedje heet, op een zolder met schuine wanden met de fan constant aan, heel de nacht, maar met een super aardige uit Algerije afkomstige gastvrouw die alleen Frans sprak, help! Nimes was fantastisch. We hadden ook nog fietsten bij ons, dus we fietsten criss cross door de stad, overal heen.
Van dit soort ervaringen leer je. Nooit meer schuine daken. Synoniem voor zweetnachten.

Sue, onze gastvrouw in Nimes


Van Nederland tot in Griekenland en de VS hebben we dankbaar gebruik kunnen maken van Airbnb’s. Tegenwoordig zijn het helaas steeds vaker verkapte hotels. Duur dus. Jammer.

TakecareBnB

Als Airbnb fan trekt de naam Takecarebnb natuurlijk direct mijn aandacht. Ik vond die naam heel ingenieus bedacht, ook al wist ik nog niet wat het was. Ik ben het gaan Googlen en het blijkt een organisatie te zijn die al een aantal jaren succesvol bezig is statushouders te matchen met Nederlandse gezinnen. Ze wonen daar dan een periode tot ze zelf een woning hebben. Het is een gelegenheid voor de statushouder op een leuke manier te integreren en Nederlands te oefenen. En tegelijk ontlast het de AZC’s die overvol zitten. Onder andere vanwege de wooncrisis, waardoor het gebrek aan woningen voor vluchtelingen die het recht hebben hier te blijven permanent lijkt te worden.

Ik vond het een briljant idee. We hadden al tijdelijk onderdak geboden aan een aantal Griekse studenten die geen kamer konden vinden en dat ging prima. Onze zolderkamer staat leeg en er zit een extra douche en wasbak. Dus daad bij het woord gevoegd en gebeld met Takecarebnb en een gesprek angevraagd. We wilden ons eens rustig orienteren.

Van dat rustig kwam niet veel terecht. Direct de week erop werd ik gebeld. Door een vrijwilliger met verstand van zaken die als matchmaker voor de organisatie werkt. Een heel prettig gesprek volgde. Wie we waren en wat we verwachten. Wilden we een man of vrouw. En meer van dat soort vragen.
Na weer een week werd er gebeld met een voorstel. Dit ging snel! De kandidaat was een Syrische jongeman met status die als ‘koppelgemeente’ (COA jargon voor de stad waar de persoon huisvesting moet krijgen) Utrecht kreeg toegewezen en daarom graag in die omgeving in een gezin wilde logeren.

Er volgde een kennismaking met de coach erbij. Dat voelt wat onwennig, maar de coach wist het gesprek goed te leiden. Dat onze gast uitstekend Engels sprak was een groot voordeel! In de Takecarebnb procedure volgt dan het ‘proefslapen’. Dat is uiteraard niet zoiets als het bed uitproberen (haha), maar het zijn drie dagen met elkaar doorbrengen voor een nadere kennismaking, wederzijds. Na iedere kennismaking bestond er de mogelijkheid om alsnog af te zien van een vervolg, ook dat weer wederzijds.

Alles verliep positief en sinds januari hebben we dus een extra huisgenoot.

Het vervolg

Ik zou liegen als ik zei dat alles direct prima ging. Iedere extra persoon in huis brengt het evenwicht enigszins uit balans en het kost tijd om weer te wennen. Je leeft tenslotte dicht op elkaar. In de eerste weken heb ik heus wel gedachtes als ‘waar ben ik aan begonnen’ gehad. Het kost echt tijd. Een keer heb ik om advies gevraagd aan onze contactpersoon en dat was heel nuttig. Nu na twee maanden kan ik zeggen dat we de periode verlengd hebben. We kennen elkaar beter en de balans heeft zich hersteld, denk ik.

Er zijn een paar dingen die het ons makkelijk maken. Zoals gezegd, het Engels van onze gast en al aardig wat Nederlands (na 7 maanden!). En hij heeft gevoel voor humor.

Oekraine en regels

Onze situatie werd opeens heel actueel toen al de Oekrainse vluchtelingen in Nederland arriveerden. Ik las over mensen die spontaan naar de grens reden en mensen ophaalden om bij hen thuis te wonen. Fantastisch dat er zoveel behulpzaamheid en spontaniteit was. Ik hield wel mijn hart vast. Hoe zou dit gaan? Een of twee extra personen in huis gaat nog wel, maar een heel gezin? En puur spontaan, zonder begeleiding…
Inmiddels zie je reportages op het nieuws verschijnen van mensen die zeggen dat het toch tegenviel en dat de gasten zulke rare gewoontes hebben. De taalbarriere speelt ook een rol.

Regels en gewoontes?

Het grappige is dat ik dacht dat wij als huishouden niet veel regels hadden. Onze gast vroeg er nadrukkelijk naar in het begin. ‘Wat zijn jullie regels?’ Ik moest een beetje lachen. Regels, nee, daar kon ik zo niet iets bij bedenken. Het klonk wat kostschoolachtig..

Hoe langer S bij ons is des te meer besef ik dat we allerlei ongeschreven regels hebben waar ik mezelf niet van bewust bent. Meer dan regels zijn het verwachtingen die meekomen allereerst in de cultuur van je gezin en ook van je land.

Etenstijden zijn een voorbeeld. (Ook genoemd door de gastgezinnen van Oekraieners). Wij hanteren geen wekker wat betreft tijd, maar we eten wel drie keer per dag. En oh ja, we drinken koffie in de ochtend en thee in de middag en ook koffie weer ’s avonds, op redelijk vaste tijden, met een marge van een half uur of zo. Onze gast is vanuit zijn achtergrond gewend te eten en drinken wanneer hij trek heeft. En dat zijn andere tijden dan de onze. We eten en drinken dus niet vaak samen.
Dat gaat op een gegeven moment toch kriebelen. ‘Waarom eet ‘ie niet gewoon mee, doe normaal..’ Dan moet je dus nadenken, waarom vind ik dat lastig? Maakt het uit, zolang hij zijn eigen rommel maar opruimt? Ik realiseerde me dat voor ons eten en koffiepauzes meer zijn dan alleen je maag vullen, het is ook een sociaal gebeuren, van uitwisseling en even kletsen. (Telefoons vormen trouwens een bedreiging) Het ging me ten diepste dus niet om het eten, maar het voelde als gebrek aan interesse. Onze gast is een introvert persoon die meestal niet in de stemming is om veel te praten.
Inmiddels sturen we een appje dat we over een x aantal minuten gaan eten en laten het bij hem of hij al dan niet mee-eet. En hij weet ondertussen dat wij het gezellig vinden af en toe samen te eten. En daar houdt hij weer rekening mee. eens kijken hoe dat bevalt.

Wij kennen het fenomeen van eten wanneer je trek hebt en niet op bepaalde tijden nog uit Korea. Daar waren wij raar dat we op de klok keken of het etenstijd was. Dat weet je toch gewoon wanneer je honger hebt? Nog vreemder vonden ze het daar dat kinderen op een bepaalde tijd een middagdutje moesten doen. ‘Om zo laat slapen? Maar als ze dan geen slaap hebben?’ vroegen ze dan stomverbaasd.
We hebben daar wel moeten leren dat onze tijdgerichte cultuur niet altijd beter is. Leven in een totaal andere cultuur dan de jouwe is een confrontatie met jezelf en wat je voor waar en ‘normaal’ beschouwt.
Zo gaat het ook met een vreemdeling in huis. Wie is er nu eigenlijk raar?

Dat wij geen water hebben op het toilet om je billen mee te wassen is pas raar! En dat we met onze vieze schoenen door het hele huis banjeren…wat dacht je daar van?

Afscheid nemen – alweer

Naarmate ik ouder word begint het aan te tikken, de keren dat ik afscheid moet nemen van geliefden. Het afscheid nemen van ouders, wederzijds, is onvermijdelijk. Hoewel je er toch nooit echt op bent voorbereid wanneer het ogenblik daar is, heb ik wel ervaren. Veel bleef ongezegd en vragen onbeantwoord. En missen doe ik ze zeker bij tijden.
Het overlijden van mijn beide zwagers was moeilijker omdat ze beiden als oudere broers waren voor me en jong stierven. 35 en 46 jaar waren ze. Te vroeg. Te jong. Mijn oudste zus stierf eveneens jong, op 46 jarige leeftijd. Haar zelfgekozen dood liet een kras achter op mijn ziel die bij tijden pijnlijk opspeelt. Ik moest weer aan hen denken vanwege het overlijden van een goede vriend, na een kort, maar hevig ziekbed. Het sterven van een geliefde is als een stortbui die de grond los woelt en bovenlagen wegspoelt.

Ik herlas sommige van mijn blogs over rouw en verdriet na het sterven. Ik werd getroffen door wat ik schreef na het overlijden van mijn schoonmoeder. Op verzoek van mijn schoonvader hebben we toen direct alle sieraden, sieradendoosjes, kleding en andere persoonlijke dingen uitgezocht en verdeeld. Het voelde ongepast, zo snel, maar mijn schoonvader was pragmatisch. Met het gezin verspreid over Amerika en Nederland zou er niet gauw een gelegenheid komen dat we weer allemaal bij elkaar zouden zijn.

Blanca’s sieradendoosjes

Op een gegeven moment word het opruimen mij teveel en ga ik wandelen om meer grip te krijgen op mijn emoties. Ik zit wat op slot en schrijf dan het volgende:

Ik dacht aan alle sieradendoosjes die door mijn handen waren gegaan. En ik realiseerde me dat  deze wandeling, dit alleen zijn met het water, me eindelijk bij het doosje bracht wat nog dicht zat, maar (knarsend en wel) open wilde. Ergens in een kamer van mijn ziel bewaar ik dat doosje met het verdriet om geliefden die al eerder stierven. Het verdriet om Blanca kon ik pas ervaren als dat deksel er af kwam.  Dat gaat meestal moeizaam, want de inhoud is  donker. Ik voelde echter aan mijn lijf dat het gebeuren moest.

Ik ben dus maar gaan zitten met het weidse uitzicht op het water en heb het ondergaan. Het verdriet om de geliefden die ik mis. Niet altijd bewust, maar wel op de achtergrond. Sommigen veel te jong gestorven. Het is uiteindelijk de pijn om de vergankelijkheid van het leven. De pijn omdat het altijd weer op sterven uitloopt. Op afscheid nemen en ‘afgesneden zijn’ (Vasalis). De schreeuw uit de diepte van psalm 130. Even geen uitzicht hebben op Pasen.

Dat, dat doosje-met-inhoud, dat ging vandaag weer open. Na het sterven van die goede vriend, een week geleden. Verdriet is zo complex, zo onontwarbaar.

Misschien is het de hoeveelheid liefde wel die de schade van verlies en pijn beperkt en omdraait. Liefde niet als zoetig sentiment, maar liefde zoals God die voorleefde. In mee- lijden, in mee-voelen, in mee-dragen, in mee-huilen, in mee-booszijn. Was Jezus niet geweldig kwaad ook op de dood, toen Hij bij het graf van zijn vriend Lazarus stond?

Rouwen is blijkbaar nooit helemaal over. Het verdriet verraste me. Het is raar dat het moeilijk blijkt mezelf toe te staan dat te ervaren. Ik kom aan met argumenten waarom het allemaal zo erg niet is. ‘Lang geleden’, ‘maar een vriend’ enzovoort.

Maar gevoelens zijn er. Die redeneer je niet weg. Dus ik laat de rouw maar weer even toe. Om mijn vader en moeder, om Blanca, om Gert, om Hemmo, om Loes. Om Jonathan en Tristan, twee jongetjes uit de gemeente die we als baby’s in een grafje moesten achterlaten, wat me diep heeft aangegrepen. En om Guust. Om het ingrijpende van de dood. Om het gemis. Om wat hier op aarde er niet meer zal zijn. En ik ben ook kwaad omdat het steeds weer op afscheid nemen uitloopt. Overal en bij iedereen. Kan het nou eens afgelopen zijn?

Dat Lazarus uit zijn graf kwam lopen is de hoop onder mijn bestaan. Hij is weer gestorven, dat is waar. Maar Zijn goede vriend Jezus niet. Door Hem konden we Guust zachtjes aan zijn sterfbed toezingen:
Ga met God en Hij zal met je zijn,
in Zijn liefde jou bewaren,
in de dood jouw leven sparen
Ga met God en Hij zal met je zijn

Ooit komt die tijd van nooit meer afscheid hoeven nemen.