Back to the US of A – Rapid City en de Indianen

Vandaag was een Native American dag. Het weer is beneden alle peil hier in Rapid City SD. Ik heb sinds woensdag nog geen hogere temepratuur afgelezen van de gigantische electronische thermometer voor het hotel dan 47 gr. F, dat is zoiets als 10 gr. C! Daarbij regent het. Hele natte regen.

Vanmorgen was het enige tijd droog en togen wij naar downtown Rapid City om wat vertier te zoeken. Naast het Journey museum, een museum over de geschiedenis van de Black Hills is er ook het Dhal Arts Center. Een combi van galerie, museum en educatie. Uiteraard volledig in handen van vrijwilligers. Mooie kunst gezien van South Dakota kunstenaars professioneel en amateurs van een middelbare school. Derde plaatje van links is van een scholier.

Er bleek daar tevens een Indiaanse kunstmarkt gaande. Met dansoptredens en muziek.. Rapid City kent een grote populatie Indianen, die hier politiek correct, Native Americans worden genoemd. Je herkent ze direct aan hun uiterlijk, donker, Aziatisch met veelal lang haar in een staart of vlecht en helaas aan het feit dat de meerderheid aan obesitas leidt. Ze behoren veelal bij de armste laag van de bevolking. De oudere generaties leven op de reservaten, grote stukken land hen ooit toegewezen, in armoedige huisjes/krotten. De jongere generaties woont ook wel in de stad zelf. Er zijn hier Indiaanse scholen, die echter vaak van bedenkelijk niveau zijn. De situatie van de Amerikaanse Indianen is triest. Ze leven van een uitkering, als een goedmaker voor de slechte behandeling in het verleden. Het heeft tot armoede geleid omdat men geen enkele stimulans had en heeft om te werken. Op de site van de Lakota Stichting vond ik een link naar een journaal item van de NOS over het Pine Ridge reservaat dat bij Rapid City ligt.

Ook Kelly Looking Horse, een Lakota indiaan met wie we in gesprek raakten op de markt deelde de pessimistische visie op zijn volk. Een oudere man die zich inzet voor het behoud van de Lakota taal en cultuur. Hij gaf aan dat de uitkering een van de redenen is dat er onder Indianen zo weinig initiatief is. We zijn een ‘waiting nation’, zei hij. We wachten op ons geld en we wachten op onze voedselbonnen. En dat is het dan.

Het is een vicieuze cirkel. Met tragische gevolgen. Alcoholisme, drugsgebruik, werkeloosheid, armoede en een steeds toenemend gebrek aan gezondheid.

Kelly Looking Horse gaf ons echter een ander gevoel. Hij is een trotse man. Bezig met de schoonheid van zijn eeuwenoude cultuur. Hij vertelde ons contact te hebben met (of all places!) een organisatie in Nederland, de Lakota Stichting. De stichting organiseert reizen naar de prairies van Noord Amerika en Indianen dienen als gidsen en reisleiders. Frappant toch wel. De stichting heeft een heel informatieve site.

De cultuur van Indianen fascineert me. De oude foto’s van Indianen in hun traditionele kleding, trots en fier, staan in zo’n schrijnende tegenstelling tot wat er van dit volk geworden is. Waar ligt dat aan? Waarom is het ene volk initiatiefrijk en actief in staat zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen? En blijft het andere volk bij de pakken neerzitten en verzandt in armoede en ellende? Het is mij een raadsel.

Prachtig was het te zien hoe trots opa Kelly was op zijn drie kleinkinderen die traditionele dansen opvoerden onder begeleiding van hun grootvader!

het derde kleinkind was 18 maanden en verdween af en toe uit beeld, maar deed zeker ook haar best mee te draaien in de dans. Links een jongen, rechts een meisje.

Back to the US of A – Rapid City1

Het is even wennen, een synode bijwonen van de Reformed Church in the United States in Rapid City, SD. Alle afgevaardigden passen in de kerkzaal, waar het bloedheet is, vanwege een haperend koelsysteem. Veel van de vrouwen van dominees en ouderlingen zijn meegekomen en een heel stel kinderen. De sfeer is ontspannen en doet me eerder denken aan een soort familiereünie dan een synode. Mensen lopen af en aan, er wordt gebeld, kinderen beginnen te huilen. Het is eigenlijk een heel gezellige boel. Ondertussen is er wel een officiële voorzitter en iemand die de agenda in de gaten houdt. Vanmiddag zijn de buitenlandse zusterkerken aan de beurt om hun groeten en andere opbouwende opmerkingen te geven.

Ik zit achterin, met andere ladies. Achter mij zit een rijtje ijverig te breien en haken wat me eerst als heel ouderwets en rolbevestigend overkomt, maar dan vermaan ik mezelf me niet zo aan te stellen. Iedereen is vreselijk aardig, er wordt veel gelachen en de sfeer is prima.

Ik ben eerlijk gezegd nog nooit in Nederland op een synodevergadering geweest, maar ik weet wel zeker dat men daar niet als gezin vergadert. Velen komen hier van ver (meest vanuit het Westen, t/m Californië) en maken er gelijk een korte vakantie van. De tafelheer tijdens het avondeten die een soort humoristisch commentaar levert op aanwezige collegae, draagt hetzelfde rode polsbandje van het hotelzwembad als ik. Het geeft een hele informele sfeer. Zijn kinderen zitten naast me aan tafel, net als zijn vrouw.

Het is een reünie, predikantenconferentie en synode in één, en dat in minder dan 5 dagen! Misschien doen we er in Nederland in onze GKV kerken wel er-rug serieus over en lang!

En dan de maaltijden! Zoals ik al eerder schreef, iedere avond wordt er door een team vrouwen van de kerk in Rapid City een fantastische maaltijd gekookt. En bij iedere koffie- en theepauze liggen er weer versgebakken koekjes en brownies, zelfs glutenvrije, vers fruit, crackers met kaas, en nog veel meer. De lunches zijn bijna even uitgebreid als de avondmaaltijden. Onvoorstelbaar, zoveel tijd en liefde als men er in steekt.

Amerika heeft een sterke eetcultuur, vooral veel junkfood. Maar ik moet zeggen, hier wordt gezond en heerlijk eten bereidt. De hoeveelheden plastic die er echter doorheen gejaagd worden geven me een minder aangenaam gevoel. En de bakken van auto’s buiten op het parkeerterrein geven blijk van nog maar weinig bewustzijn van de noodzaak minder brandstof te gebruiken. Tijdens de avonduren, bij de borrel komen ook de verhalen over jagen los. Wat zit dat diep in het karakter van de Amerikanen uit deze omgeving. De vrijheid om met je jeep door de bossen en over de prairies te rijden, herten neer te schieten en met trots mee naar huis te nemen. Wij kunnen er afkeurend over doen, maar het is een essentieel onderdeel van de cultuur hier. Die sterke drang naar vrijheid is makkelijker te plaatsen in dit gigantische land, met onbebouwde vlaktes zover het oog reikt.

 

Back to the US of A 2012 – Rapid City South Dakota

     

Om in Rapid City, SD te komen moet je lang reizen. Tot Minnaepolis gaat het allemaal goed, ongeveer 8 uur vliegen. Maar dan moet je overstappen en dat kan tegenvallen. Onze vlucht sloot niet lekker aan, we moesten ruim 3 uur wachten. Nu heb je een deel van de tijd zeker nodig om door de douane te geraken. Die is, nog steeds, niet mals in dit verder zo gastvrije land. Eerst het land binnen zien te komen. Amerikaanse douaniers slagen er meestal in mij het gevoel te bezorgen een misdaad te hebben begaan waar ik zelf nog niet van op de hoogte ben. Met groot machtsvertoon worden de makke schapen die moe uit het vliegtuig gestapt zijn in rijen gedirigeerd en met een schreeuw ‘next!’ naar voren geroepen. Een lesje humblepie voor de trotse Nederlanders.

Dit keer, moet ik bekennen, kon er af en toe een grapje vanaf en dat is een unicum. In Boston, in het Oosten, zijn ze toch arroganter.

Na de douane komt de controle bij het overstappen. Ook altijd een heel gedoe. Maar het verkort de wachttijd. Nu hadden wij een middagvlucht, wat ons fijn leek omdat je dan bij aankomst (+8- 7) uur direct door naar bed kunt. Toch niet. Het tijdstip van aankomst was uiteindelijk 12 uur ’s nachts lokale tijd en dat was 7 uur ’s ochtends van de volgende dag voor ons. Een hele  nacht wakker blijven is niet ideaal.

In het holst van de nacht ons hotel gevonden, Best Western. Het staat in een woestijn van asfalt en Malls, buiten de stad. Ik heb al wat rondgelopen en veel te beleven is er in deze omgeving niet. Ik heb een ToysRus bezocht en ben er met overspannen gevoelens weer uitgelopen. Met een gevoelig hoofd van de jetlag is dat niet de juiste winkel om te starten. Het meest opvallende aan de winkels is de gigantische afmetingen en tegelijk het volkomen gebrek aan klanten. Als fabriekshallen zo groot, met af en toe een eenzame zoeker zoals ik.

Na veel zoeken heb ik een bushalte gevonden. Morgen ga ik het avontuur van het OV in Rapid City aan. Ik kan me niet voorstellen dat er hier andere levende wezens zijn die er gebruik van maken, maar wie weet wat voor verrassingen mij staan te wachten. Rapid City here I come!

We zijn overigens in deze stad vanwege een synode van de Reformed Church in US. Een kleine gereformeerde kerk met een geschiedenis (voor de liefhebber!) die terug gaat tot protestantse Duitse vluchtelingen in de 17e eeuw. Mijn echtgenoot heeft hen vanmiddag namens onze kerken in Nederland (GKV) toegesproken en de groeten gedaan. Vanavond hebben we er gegeten, met ruim 140 personen. De maaltijd was klaargemaakt door een aantal vrouwen op onnavolgbaar Amerikaanse wijze. Grote pannen met ‘baked beans’, zelfgebakken maisbrood, gebraden kippenpoten en voor toe zelfgebakken taarten met dikke lagen frosting. Heerlijk.

Trouwens Jay Lenno heeft geen hoge pet op van  de toeristische mogelijkheden in South Dakota

Jay Leno heeft trouwens geen hoge pet op van het toerisme in South Dakota! Mount Rushmore ligt vlakbij Rapid City.

Broederliefde

Ik hoor een schreeuw en vervolgens een hartverscheurende huil. niet ongewoon voor wanneer onze twee kleinzoons zich in elkaars nabijheid bevinden. Er gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van de een op de ander, maar dat wil niet zeggen dat alles zachtzinnig en met liefde geschiedt. Integendeel. Niek van zeven kan Kris van vier zo hevig knuffelen dat Kris bijna gekeeld wordt. En Kris zit Niek zo dicht op de huid dat die herhaaldelijk Kris wegstuurt (die zich niet zonder slag of stoot laat wegsturen) omdat hij ‘even alleen wil zijn.’

Dit keer is het Kris die achter Niek aanzit omdat hij wil knuffelen. En Kris is wel een echte knuffelaar. Maar Niek heeft er geen behoefte aan en duwt hem weg. Kris barst in een klagelijk huilen uit. ‘Ik wil alleen maar een knuffel!’ Niek laat zich niet vermurwen door het tranengeweld. Ik hoor hem zeggen ‘Ja, dan ga je zeker klikken tegen mamma, en dan gaat die zeggen dat ik jou knuffelen moet, nou echt niet, hoor!’

Kris is ontroostbaar en mijn oma hart breekt. Maar mamma heeft al vaker met het bijltje gehakt en is redelijk immuun voor dit prille leed. Ze weet Kris in een seconde met iets af te leiden.

Back to the US of A

Binnenkort vertrekken echtgenoot en ik naar de Verenigde Staten voor vijf weken. Allereerst staat op het program een bezoek aan drie synodes van drie verschillende kerken in de VS. Kleine kerken met elk hun geschiedenis.

De eerste die we zullen bezoeken is de Reformed Church in the US. De synode wordt gehouden in Rapid City, South Dakota. Kleine stad (70.000 inwoners) in het Middenwesten van de VS. Volop Indian country. Onlangs stond er zelfs een berichtje in de krant (ND) dat een of andere organisatie in de VS vindt dat de Black Hills, het gebied rondom Rapid City, terug moet worden gegeven aan de oorspronkelijke bewoners. Inclusief het beroemde Mount Rushmore met de uit de rotsen gebeeldhouwde koppen van vier voormalige presidenten. In elk toeristisch blaadje dat ik tot nu toe over de plek gelezen hebt wordt ook sterk geleund op de erfenis van de native Americans, zoals ze in politiek correct Engels heten.

We zullen het zien. Na Rapid City gaat de reis met een omweg via Yellowstone Park naar Chicago. Maar daar doen we dan een dag of zeven over. We willen in elk geval naar West Franfurt Illinois, waar de vader van echtgenoot werd geboren en opgroeide. Zelf niet meer gelovig stamde hij uit een Southern Baptist geslacht met een vader als parttime predikant! Door de week werkte hij als postbode en in de avonden en weekeindes als predikant. Volgens een ver familielid is er in de kerk waar hij preekte zelfs een glas-in-lood raam aan hem gewijd. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan! We gaan natuurlijk het raam bezichtigen.

In Chicago, waar de synode van de OPC wordt gehouden in de buurt, verblijven we een week in een appartement dat we via http://www.airbnb.com gevonden hebben. Dat zijn kamers, appartementen en soms complete huizen die door de eigenaar te huur worden aangeboden en waar je meestal zelf voor je maaltijden zorgt. Het is net wat informeler dan een Bed&Breakfast en meestal goedkoper. Het voordeel is dat je veel vrijheid hebt, wat betreft eten en drinken. Je kunt namelijk gebruik maken van de keuken. En met de desastreuze Amerikaanse eetgewoonten vinden we het wel fijn zelf wat controle over onze eetporties te hebben!

Daarna gaan we door naar New York waar we opnieuw in een B&B verblijven in Yonkers, ten noorden van de Bronx in New York City. De synode van de United Reformed Churches wordt gehouden in Nyack, een half uur daar vandaan. Een half uur naar NYC voor mij met de trein en een half uur voor echtgenoot met de auto naar Nyack.

Nu nog de moed verzamelen om alleen al die steden te bezoeken terwijl echtgenoot vergadert!

Een hert met dorst

Psalm 42. Een kunstig lied van de Korachieten, tempeldichters in de tijd van het Oude Testament in Israël. Mannen die aangesteld waren door de priesters om liederen te maken voor de diensten in de kerk van die tijd. Dichters voor speciale gelegenheden. Zoals de Dichter des Vaderlands, zeg maar. Psalm 42 en 43 horen eigenlijk bij elkaar. Dat zie je aan het refrein dat drie keer terugkeert: Mijn ziel waarom ben je zo terneer geslagen? Hoop op God.

Zoals het gaat in een mensenleven, zat ik (‘de ziel’ van ps.42) vorige week in een wat dorre periode. Ik heb wel geleerd inmiddels dat ook mijn geloofsbeleving is als de zee met haar getijden, eb en vloed.  Ik schrik er dus niet meer zo van, maar het blijven periodes die ik lastig vind. Een soort lusteloosheid overkomt je, de dingen staan ver van je af en als ik niet beter wist zou ik denken dat ‘het’ weg is. Zo beschreven sommige van mijn geliefden vroeger wat hen overkwam: op een morgen werden ze wakker en ‘het’ was gewoon weg. Met ‘het’ werd dan hun geloof in God bedoeld.

Als jong kind van 11, 12 jaar (ik was de jongste van vijf en er zat tien jaar tussen de oudste en mij) schrok ik daar enorm van. Je kunt dus iets kostbaars denken te hebben, geloof in God, en dat kan zomaar als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik heb er weken pijn in mijn buik van gehad. Ik was namelijk een heel gelovig kind, al van jongs af aan. Maar ik was ook een heel angstig kind, deels door karakter, deels door omstandigheden.

De ergste schrik verdween, maar, naar me later bleek, ging ondergronds. Om het kort samen te vatten, ik heb jaren lang God in de hemel moeten houden, omdat ik zo bang was dat Hij er anders uit zou vallen. Zulke misvattingen leiden er toe dat je geen vragen durft stellen, geen twijfels mag voelen, want dat leidt onherroepelijk tot datgene waar je juist zo je best voor doet te voorkomen, het verlies van je geloof. En dat geloof was juist een bron van veiligheid. Een vicieuze cirkel die misschien wel herkenbaar is.

Na een weg met veel bochten en gevaarlijke verkeerssituaties, kwam ik op een punt dat ik kon zien dat geloven niet alleen voelen is, maar ook te maken heeft met argumenten en overtuigingen. Ik wilde graag geloven dus de argumenten dronk ik in als een dorstig hert. Na de vele evangelisch getinte boekjes die me frustreerden omdat er iets verondersteld werd dat ik niet (meer) had, namelijk een ervaring van Gods grootheid, veel blijdschap enzovoort, fleurde ik op van C.S Lewis, Philip Yancy, Tim Keller en anderen. Die namen hun uitgangspunt bij de ‘gewone’ mens, met zijn ups en downs, vragen en twijfels. Mensen met veel downs en een klein, wankelig geloof zoals ik.

Wat bij mij soms weg is, is inderdaad de ervaring.  Dat moet ik dan ‘uitzitten’. Als ik naar andere zaken kijk, is daar meestal ook wat matheid en vermoeidheid. Wat vroeger naar bed, opletten dat ik niet te veel inplan. Vaker mijn kleinkinderen zien, (altijd garantie op een stoot feelgood hormonen). En meer van dat soort zaken als remedie.

Maar een preek over psalm 42 leek me afgelopen zondag ook een goed idee. Want ik mis God dan wel, zoals ik een goede vriendin  mis. Ik besloot deze keer eens niet naar de kerk te gaan, en rustig op de bank naar een boodschap te luisteren van Tim Keller, begenadigd spreker uit New York.

Na een inleiding en een herkenbare beschrijving van hoe een mens zich voelt ten tijde van het dorsten naar God als dat dorstige hert, kwam hij met een aantal tips. Iedereen zal door dergelijke periodes heengaan. Geen twijfel mogelijk. Het hoort bij het christelijk geloof en het hoort bij het mens zijn. Wat moet je doen of niet doen? Op zijn eigen humoristische en genuanceerde wijze kwamen de suggesties. De allereerste: onttrek je niet aan je gemeenschap, aan het gezamenlijk dingen doen als bijbel lezen, bidden en samenkomen in de diensten.

Daar zat ik in mijn pyjamaatje op de bank in mijn allereenzaamste upje lekker naar een internet preek te luisteren. Hmm. OK. Misschien niet voor alle weken, maar zo af en toe wel heilzaam. Toch snap ik wel wat Keller bedoelt. Juist als je je dorrig voelt heb je de neiging je terug te trekken en dat is gewoon niet de oplossing.

Het komt altijd weer terug. Communicatie, delen, onderlinge gemeenschap, het kan net zo  helend en heilzaam zijn als een groot glas koud water wanneer je dorst hebt. Maar af en toe een stilte-ochtend mag er zijn.

Het groene gras van de buurman

Aan de hits te zien is mijn laatste blog voelen met je lijf populair. 176 hits die dag, dus veel gelezen in ieder geval. Als iedere lezer 1 of  2 personen wat ruimte en aandacht schenkt om pijnlijke gevoelens te delen bereiken we met elkaar toch weer een paar honderd mensen!

Zo is er het effect van kleine dingen, die grote betekenis hebben in Gods ogen. En er is het verlangen naar Grootse Dingen, die betekenis hebben in mijn ogen en dat van de mensen om me heen. Ik noem dit vanwege een gesprek dat ik onlangs had over onze onhebbelijke en onuitroeibare neiging altijd meer of anders te willen dan we hebben. IJkpunt is wat anderen (lijken te) hebben. Succes. Resultaat. Carrière. Of misschien gewoon hetzelfde als ik, maar dan hoeft die ander zich er niet zo hard voor in te spannen. Groener gras dan het mijne. Het kan echt aan je vreten als je niet oppast.

Toen wij na negen jaar buitenland terugkwamen heb ik jaren moeten vechten tegen een gevoel van voortdurend achter te lopen. Iedereen (ja, ja iedereen….je lijdt namelijk aan tunnelvisie, ziet alleen wie je wilt zien) had een huis vol met mooie spullen en ik moest weer vanaf het begin beginnen, op een paar ‘ouwe meubels’ na…Geld om alles nieuw te kopen was er niet echt, dus deden we het maar met wat we zo hier en daar op de kop konden tikken. Tweedehands, doorgevertjes…Ik vond mezelf zielig..

Ik kan er nu om glimlachen. Maar ik weet me nog wel goed te herinneren hoe dat gevoel van ‘achterlopen’ erin hakte. Ik was jaloers en jaloezie is een soort gif dat door je aderen stroomt. En er werden geen enveloppen met geld door de brievenbus gestopt. Dat las ik dan in een boek van Edith Schaeffer. Als je het echt nodig hebt zorgt God wel dat je het krijgt. Blijkbaar had ik het niet echt nodig. Ook al ging de wasmachine stuk, ik moest gewoon een krediet bij de bank opnemen. Was ik bitter? Het scheelde niet veel. Het ging ook niet om het geld zo zeer, maar omdat ik me achtergesteld voelde. Beteken ik wel iets, als ik minder heb dan vrienden of familie? Het heeft te maken met status. Met schaamte. Met wat je denkt dat hoort. En ook met waar je vindt dat je recht op hebt.

En daar komt een rare aap uit de mouw. Want waar baseer je dat eigenlijk op? En dan blijk je een hele wereld aan verwachtingen en  vooronderstellingen met je mee te slepen. ‘Alle mensen van mijn leeftijd…’, ‘alle domineesvrouwen….’, ‘alle vrouwen met mijn opleiding..’ en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. Vergelijken doe je altijd met wie het beter, succesvoller en gezonder vergaat dan jij. Nooit met wie op een houtje bijt, chronisch ziek is, in een rolstoel zit, van de bijstand moet rondkomen of door wat voor omstandigheden ook, niet verder komt in het leven dan het minimale en met wie aan de zijlijn staat.

Hoe kom je van dat giftige vergelijken af? Hoe kan je leren blij te zijn met wat er is, wat je hebt, wat je bent, wat je doet? Nu, vanavond, vanmorgen, vandaag. Dat is een levenskunst die je blijkbaar een leven lang moet beoefenen. Ik zie het als humor van God dat mijn redelijk wanhopige gebeden verhoord zijn, niet met dikke enveloppes (hoewel ik dat toch wel leuk gevonden zou hebben) en een design interieur maar met een passie voor tweedehands en oud. Zo heb ik wel een eigen, unieke smaak kunnen ontwikkelen.

Bonhoeffer zei, terwijl hij eenzaam opgesloten zat in een Nazi-gevangenis, vrij vertaald: Als je voortdurend verlangt naar wat er niet is raak je verlamd, als je helemaal niets verlangt verdor je. Het gaat om verlangen naar datgene wat God binnen jouw mogelijkheden plaatst.

Binnen die begrenzingen kan levensvreugde ontstaan die niet puur afhankelijk is van externe factoren, al zullen die altijd hun invloed houden.

Dat kun je ook toepassen op te groot van jezelf denken of juist te klein. Je moet beginnen met wat er is. De realiteit. Met zelfkennis. En volgens het advies van Calvijn  heb je daar ook Godskennis voor nodig. Niemand die je zo goed kent als Hij. Gods unieke design, immers?

Nieuw

Nieuwe blog, nieuwe uitdaging. Webstreepjelog.nl dwingt me opnieuw de wereld in te duiken van het CMS. I shall overcome! Maar het wordt wel even puzzelen. Dankzij blogvriendin Frouckje verschijnen hier de eerste contouren van Parelpad.wordpress.com

Parelpad leek me een goeie, toepasselijke naam. Mijn eigen naam Margreet betekent parel en de parel staat voor schoonheid, zuiverheid. Dat is iets waar ik in mijn schrijven en mijn blogs naar streef.

Verder is Parelpad een nieuw pad in mijn leven, letterlijk en figuurlijk. Dus Parelpad vanaf nu!

IJsselstein here we come

Ooit van IJsselstein gehoord? Ik ook niet tot een half jaar geleden. Tot we er terecht kwamen in onze zoektocht naar een nieuwe woonplaats in de regio Utrecht. We hadden er direct een klik mee. Oud stadje, 13e eeuw, 2 oude kerken, oudcentrum, gezellige winkelstraatjes, een bieb en zelfs een ziekenhuis. Een oude nieuwbouwwijk uit de jaren '80 met veel groen en vlakbij de weilanden. Met de sneltram een krap half uur naar hartje Utrecht en op de fiets in 10 minuten in het groen.

We zochten en vonden een huurhuis op een prachtig plekje: uitzicht over de groene weilanden en heel in de verte de skyline van Utrecht.

We voelen ons gezegende mensen!

IMG_4540 

Ons uitzicht!

 

Je hebt het niet allemaal van jezelf

Het valt me vaak op dat we als mensen zo sterk geneigd zijn onszelf als maat van alle dingen te nemen. Zoals ik de dingen doe en beleef, is de norm en daarmee meet ik alle andere gedrag. Het is ontzettend moeilijk om van je zelf weg te denken en redeneren. Ik was laatst op een feestje waarbij ik iemand sprak die boven de zestig is en nog volop deelneemt aan het arbeidsproces. Fulltime baan, sport, cursussen en cultuur. Lichamelijk ging het deze persoon ook goed. Iets wat, dat was tenminste mijn indruk, als een gevolg gezien werd van het actieve leven. Stilstand is achteruitgang. Dood in de pot. Je hersenen verstenen, je lijf verstijfd en je gaat een zekere, langzame dood tegemoet.

Product_fitness Als je de kranten en tijdschriften leest klopt dit ook. Veel bewegen en actief blijven is het beste voor mensen. Hersengymnastiek, fitness, fietsen, wandelen, gezond eten, en wat er verder nog allemaal te bedenken valt aan gezonde dingen. Het draagt ongetwijfeld bij aan een gezonder lichaam. En ik doe ook echt mijn best alle tips en adviezen op te volgen. Het kan nog, dus waarom niet?

Wat me toch een beetje stoort bij dit soort verhalen is de vanzelfsprekendheid die er soms in meekomt dat kwalen dus wel een gevolg moeten zijn van een verkeerde levensstijl. Soms is dat zo. Maar soms ook is dat helemaal niet zo! Het ligt allemaal niet zo simpel. Er zijn mensen die nooit roken en die longkanker krijgen, er zijn mensen die hun hele leven cryptogrammen maken en wandelen in de bergen en toch Alzheimer krijgen. Er zit dan iets onbarmhartigs in om te gemakkelijk 1 op 1 verband tussen ziekte en levensstijl te leggen.

Ik denk dat er mensen zijn die als een gave van God een sterke gesteldheid krijgen. Sterk in  het leven staan. Tot veel in staat zijn. Veel energie meekrijgen. Niet als een verdienste maar als een geschenk. Vermoeidheid Wat je met een geschenk vervolgens doet is natuurlijk belangrijk. Je kunt zo ongezond gaan leven dat er niet veel van overblijft. En tegelijk, mensen die van nature niet zo'n gestel hebben kunnen er veel aan doen om met wat ze hebben toch een gezond(er) leven te leiden. Je hebt allebei een keuze en een verantwoordelijkheid. Maar wat je krijgt in beginsel is een geschenk en geen vanzelfsprekendheid.

Ik behoor niet tot de sterken en degenen die blaken van energie. Dat mag duidelijk zijn. Maar ik ben geen slachtoffer van mezelf. Er is veel extra's te behalen op het gebied van sport en voeding.  En toch. Mijn middagdutje heb ik vaak nodig. Af en toe een dag niets.

Zo zit ik in elkaar. Ik ben blij met de actievelingen, zolang ze ook een beetje barmhartig zijn met minder actieve types zoals ik.

Nu eens nadenken of ik ook anderen zonder het te beseffen de maat neem op bepaalde gebieden?