Jetlag

Er zit iets in mijn hoofd waarvan ik vermoed dat het in elk geval mijn hersenen zijn waarmee ik in een vorig leven kon denken.

Erom heen zit echter een soort rubberen laag die maakt dat gedachtes, voor zover die er zijn, traag en moeilijk te vatten zijn.

Mijn lijf voelt aan alsof ik in de laatste twee dagen 100 kilo zwaarder geworden ben. En mijn benen zijn zwak en willen niet.

Eigenlijk wil dit hele lichaam alleen maar plat liggen, met gesloten ogen en een zacht muziekje op de achtergrond tot de alles omarmende zoete sluimering mij weer bevangt en meevoert naar het rijk der slapenden.

Reizen is fijn, thuiskomen beter, maar jetlag is erg.

Laatste week – meet the parents

De 10 dagen bij mijn schoonouders in Boston zijn verre van saai. Ze zijn hoog bejaard, zoals ik al melde maar voor geen kleintje vervaard. Musea, uit eten, rondlopen in de drukke Quincy Market buurt.

De rolstoel biedt voor mijn schoonmoeder Blanca weer een grote verbreding van haar horizon. Ze heeft de beweging van het lopen nodig, maar nu die stoel er toch eenmaal is maakt ze er net zo lief gebruik van. Na 5 minuten langzaam lopen neemt ze plaats in de stoel en laat zich verplaatsen(rijden) als een koningin. Echtgenoot Chris is haar toegewijde valet. Met haar zachte stem spreekt ze hem toe waar en hoe ze gereden wil worden.

Afgelopen zaterdag was er een kunstmarkt en heel trouw rijdt hij haar langs alle stalletjes en als ze het wil nog een keer op en en neer, zo vaak ze wil.  Verder spreekt ze veel mensen aan om ons voor te stellen (ze kent hier iedereen). Of mensen staan stil om haar te groeten. Het lijkt of mensen  zich vereerd voelen om door haar te worden opgemerkt. De leukste opmerking vorig jaar hoorde ik in de lift van een museum. Mijn schoonmoeder, gekleed in kant en creme, met gouden accesoires, oorbellen, ketting enz., een flitsend hoedje op haar hoofd trok de aandacht van een medepassagier in de lift. ‘You are a museum piece yourself, pretty dazzling, mam!’

Niets maakt mijn schoonmoeder blijer dan zo’n opmerking. Ze is oud, ze weet dat, maar de tinteling in haar donkere ogen, haar nog redelijk donkere haar, het bijna rimpeloze gezicht en haar open, vriendelijke houding naar mensen om haar heen maakt dat ze leeftijdloos en nog steeds aantrekkelijk is. Ze verzorgt zichzelf goed, gebruikt make-up als ze uit gaat en heeft veel aandacht voor kleding. Ze leest Vogue “to get an idea of what is in” en maakt haar eigen combi’s. Sommige kleding is echt al zo oud als Methusalem. Ze droeg het al toen ik haar 37 jaar geleden leerde kennen. Omdat veel van polyester is blijft het natuurlijk lang goed.

Ze is een bijzondere vrouw waarvan er geen 13 in een dozijn gaan. Ik vind het steeds weer heel gaaf deel van haar familie en leven te mogen zijn. Als jongere vrouw voelde ik me snel geïntimideerd door haar. Wat had ik als lange, onhandige, verlegen, blonde Hollandse kaaskop te vertellen aan zo’n exotische vrouw? Nu ik en vooral zij ouder worden delen we ook meer persoonlijke, pijnlijke dingen. De moeilijke periodes in haar huwelijken, de moeites van het opgroeien met een dictatoriale vader die meende, als Puerto Ricaanse patriarch haar hele leven te moeten controleren. Ze vertelt boeiende verhalen over de 30’er jaren, hoe ze van alles verzon om aan zijn alziend oog te ontsnappen, vaak in samenwerking met haar jongere broer die altijd met haar mee moest als chaperonne.

In de 37 jaar dat ik haar nu ken is er ware liefde gegroeid. Ze is trouw en sterk, altijd kaarten en telefoontjes op de dagen van verjaardag, jubilea, moederdag, vaderdag en in tijden van ziektes en zeertes. Het heeft een tijd geduurd voor ik me ontspannen voelde, en haar ouderdom draagt zeker bij aan een zekere  zachtheid die gegroeid is in haar. Werk, carrière, grote vriendenparties, verre vakanties, het is allemaal kleinschaliger geworden, dichter bij mijn belevingswereld en daarom ook dichter bij haar. She is a treasure.

op weg

Back to the US of A – New York City, Nyack en Mahwah

Terwijl Nederland in Oranje-rouw gedompeld is zit ik in mijn B&B een nieuwe blog te schrijven. Er lijkt geen einde aan de trip te komen. Iedere plek waar we komen levert weer nieuwe ervaringen, nieuwe kennismaking met mensen en nieuwe bezienswaardigheden op. Er treedt wel enige vermoeidheid op, vooral nu we in het drukke stedelijke gebied zijn en er meer lawaai, meer mensen en meer verkeer is. De verbinding met New York City vanaf onze B&B is ideaal. We lopen de heuvel af, een steile trap en we zijn bij het stationnetje waarvandaan de trein naar New York CS vertrekt. Binnen 30 minuten sta je hartje New York. Zondag zijn we met die trein en vervolgens de metro naar de kerk geweest, Redeemer Presbyterian, West Side in het prachtige nieuwe gebouw, voormalige parkeergarage verbouwd tot kerk in de ‘industrial’ stijl. Erg mooi. We hebben Tim Keller  horen preken. Als altijd stimulerend en origineel!

Zaterdag zijn we met de auto gegaan. Echtgenoot is veel in NYC geweest tijdens zijn studententijd. Verscheidene jaren had hij er vakantiebaantjes. Hij reed rond in een bus van een of ander bedrijfje om bestellingen af te leveren, of verkocht pretzils (een soort broodjes) vanaf een karretje  en logeerde bij zijn grootouders die in Queens woonden. Hij is niet bang voor het verkeer. En eigenlijk is het rustig op zaterdag. Parkeren is gratis op zaterdag, dus wat wil een mens nog meer?  We parkeerden om de hoek van het Metropolitan Museum of Fine Arts en ontmoetten daar ons nichtje Yolande. Het museum is minstens zo groot als het Louvres.

Tip: Om binnen te komen hoef je niet meer te betalen dan 1 dollar, als je wilt. Wij wisten dat niet, maar het bedrag van 24 dollar bij de ingang is ‘a suggested fee’. Kim zei het mooi subtiel bij het loket: We would like to support the museum for 10 dollar’. Het museum is immens. En prachtig. We hebben Egypte bekeken, vooral de tombes en de sieraden en de moderne Amerikanen. En natuurlijk zijn we het dak op geweest. Fenomenaal uitzicht over NYC!

’s Avonds aten we bij een dame in Mahwah, lid van de UCxx, een afsplitsing uit de jaren ’90 van de vorige eeuw (wat klinkt dat toch altijd vreselijk lang geleden) van de grote Christian Reformed Church vanwege vrijzinnigheid daar. Echtgenoot was op hun synode in Nyack als afgevaardigde van de GKV in Nederland. Deze mensen zijn bijna allemaal van Nederlandse oorsprong. Sommigen al zo lang geleden dat ze geen Nederlands meer spreken en zelfs hun (groot)ouders niet, maar ook hele recente zoals deze dame die in de jaren zestig naar de VS immigreerde met haar man. Vanuit Vlaardingen naar New Jersey. Haar huis ademde de sfeer van het huis zoals ik me dat herinner van mijn moeder. De klok, de perzische tapijtjes op tafel, de geborduurde stoelen en stoeltjes, het tin, de nette kopjes, het servies. Ik werd er wat nostalgisch van. Ze was hartelijk, wilde graag Nederlands spreken en had lekker Nederlands gekookt voor ons. Fricandeau, boontjes, worteltjes, aardappelpuree en jus. Het toetje was van de andere dame aanwezig wiens Nederlandse genen verder weg waren gezakt.

Een heerlijke mix van cake, pudding, fruit en slagroom. De dames en heer (dr. van Grouw) leken bijna teleurgesteld toen bleek dat Kim helemaal geen Nederlandse genen heeft. Het vraagt meestal nogal wat uitleg hoe een Amerikaan met een meisjesnaam de Nederlandse Kerken komt vertegenwoordigen.

Back to the US of A – De Batteaus in Illinois

Daar waren we dan. In een strip ergens in Marion, Ill. met alleen maar fastfood restaurants, benzinestations, garages en motels om ons heen. Maar we waren hier gekomen met een specifieke reden. Het uit neonlichten en asfalt bestaande Marion was de dichtsbijzijnde plek bij Energy, Ill. Een gat van niks, met honderden boerderijen erom heen. Mooi landschap, groen, golvend en bosrijk. Grote, gouden tarwevelden en grote oppervlaktes met mais. Hier in deze buurt is mijn al lang geleden overleden (1967) schoonvader geboren en getogen.

We hebben afgesproken in de First Baptist Church in Energy. Tot 1945 heette het stadje Fordville. De achterneef van mijn echtgenoot, Bill Batteau (hun grootvaders waren broers) ontmoet ons daar. Samen met de predikant Yoe, die net ontslagen is uit het ziekenhuis en er nog wat pips uitziet, maar ons niettemin vriendelijk ontvangt en rondleidt. Hij heeft een baardje van een paar dagen, wit, lang haar en draagt een felblauwe bloes met het logo van de kerk en op zijn linkerborst het woord ‘Jesus’, in de bekende Ichthus visvorm. Ik wil ook zo’n bloes voor Kim.

We zijn nu in de kerk waar de opa van mijn echtgenoot voorganger was van 1930-1940. Reverend Henry Westbrook Batteau, staat er op de foto die aan de muur hangt, temidden van portretten van alle voorgangers uit het verleden. Harry Batteau, zoals zijn familie en vrienden hem noemden, stierf jong, hij was 52 jaar. In 1942 staat er op de grafsteen die we later op het kerkhof vinden. Net als Kim’s vader, die op 51 jarige leeftijd stierf. Dezelfde leeftijd waarop Kim ontdekte dat hij extreem hoge bloeddruk had. Zou er verband zijn?

Opa Batteau heeft zijn kleinkinderen nooit kunnen ontmoeten om de simpele reden dat hij al gestorven was toen de eerste geboren werd, in 1946. Oma Batteau hertrouwde en de kleinkinderen schreven wel brieven, maar hebben haar nooit onmoet. Ze stierf in 1966. Om de een of andere reden had Wayne Batteau, mijn schoonvader, het contact met zijn ouders verbroken. Waarom? We kunnen er alleen maar naar gissen. Hij trouwde met zijn eerste liefde op zijn 19e, kreeg een dochter (Judy) en is toen gescheiden. In het streng christelijke milieu waarin hij opgroeide werd dat waarschijnlijk niet geaccepteerd. Was dat de reden voor de breuk?

Hoe dan ook, er is veel wat we (nog) niet weten. Opa Batteau was postbode en verdiende zo zijn boterham. Wanneer en hoe voelde hij de roeping ook voorganger te worden? En heeft hij ook een Bijbelschool bezocht? Waar en welke? Of was dat nog niet gebruikelijk toen?

Iemand in de kerk heeft alle oude papieren goed gearchiveerd. Op Amerikaanse wijze. Er liggen in een vergaderruimte 7 of 8 ordners, met om de kaft een hoes van witte stof met ruches. Per 10 jaar zitten daarin, in plastic hoezen, alle foto’s, jaaroverzichten enz. van de kerk. De kerk werd gesticht in 1910 als ik me goed herinner. En in het boek zit keurig van alles wat met de periode Batteau (1930-1940) te maken heeft. Geweldig, zo’n eenvoudig en toegankelijk archief.

Onder de leiding van Harry Batteau werd alles officiëler en meer volgens de voorschriften van de Baptist Union opgezet. Het zondagschoolwerk werd op poten gezet. Uit de papieren lijkt het dat hij een goeie organisator was. “During the pastorate of Rev. H.W. Batteau, the church reached the requirements of the General Standard of Excellence for Sunday School work, The enthousiasm of the members caused the church to grow from 90 in 1929, to 189 in 1937. A Sunday School enrollment of 200 was reported.” Uit de archieven van de First Baptist Church, Energy.

Wat me zo blijft verbazen dat we hier niets van wisten, tot nu toe. Grandma Batteau hertrouwde, maar ze moet toch veel gedacht hebben aan en gebeden voor haar zoon en zes kleinkinderen.

We zien een paar foto’s van kerkuitjes waarop ook Kim’s vader als tiener te zien is. We krijgen copieën, maar eigenlijk moeten ze gescand, of digitaal gecopieerd. Energy bestaat echter ook alleen maar uit gewone huizen, garages en benzinepompen. Winkeles kunnen we er niet ontdekken. We laten het maar even zo. De dominee is hulpvaardig, maar ziet er nog zo broos uit. We willen hem geen stress bezorgen.

Met Bill gaan we naar het kerkhof en zien de grafstenen van Grandpa en Grandma Batteau (later Gaither) naast elkaar. Ik weet zeker dat ze apetrots op hun kleinzoon geweest zouden zijn!

We zijn al met al weer een stapje dichter bij opa Batteau en daarmee ook bij Wayne, Kim’s vader. De volgende dag rijden we naar zijn geboortestad, West Frankfort.

Back to the US of A – Chicago Abbey

Gisteravond gearriveerd in Chicago. Eigenlijk een voorstad, Oak Park. Prachtige wijk, eind 19e, begin 20e eeuw.Grote huizen en veel groen.

De beroemde Amerikaanse architect Frank Loydd Wright woonde in deze wijk en ontwierp er een aantal schitterende gebouwen.

De B&B staat pal tegenover de middelbare school waar de schrijver Ernest Hemingway zijn opleiding volgde. Hij is hier in de buurt geboren. Een leuk toeval aangezien mijn echtgenoot zijn afstudeerscriptie op college over Hemingway geschreven heeft. Onze B&B, Longwell House, is een huis uit 1909, geheel in de oude stijl, met enige moderne aanpassingen. Vanmorgen kregen we een fantastisch ontbijt geserveerd op gebloemd bone china servies, een replica van een oud Engels ontwerp, in de chique eetkamer. Ik moest steeds aan Downton Abbey denken…

En alles voor 60 dollar per nacht. Echtgenoot is de beste trip organiser! Ik ga nu de wijk in!

Back to the US of A – Down and out in Super 8, maar eerst nog even St. Louis, Miss.

St. Louis, Missouri heeft vele waardevolle dingen om te bezichtigen. Musea, botanische tuinen, antiekmalls, en nog veel meer, maar mijn echtgenoot wilde heel graag de theologische opleiding van de Lutherse kerk, Missouri Synod, bezoeken en indien mogelijk met iemand praten over contacten in de toekomst. Mijn echtgenoot is een voorvechter van  contacten, over kerkelijke grenzen heen, waar mogelijk. Calvinisten, Lutheranen, Katholieken, laten we zoeken naar wat ons bindt in Jezus Christus op basis van Gods Woord, voor we de verschillen benadrukken. Ik hou van die benadering.

Omdat we niet veel tijd hadden besloot ik mee te rijden en in de buurt van Concordia Seminary iets te zoeken waar ik met een kop koffie een poosje kon lezen of zo. Maar we werden zo uiterst gastvrij ontvangen door de academic dean van de opleiding, Andrew Bartelt, dat ik ben gebleven. Hij gaf ons een tour over de prachtige campus (1926) van de opleiding, bood ons een lunch aan in de ‘cafetaria’ van de school en liet ons kennismaken met verschillende proffen en docenten.

Opnieuw een kennismaking met de geschiedenis van Duitse immigranten, nu de Lutherse in de 19e eeuw, waarbij de Lutherse en Gereformeerde kerken in sommige delen van Duitsland gedwongen werden tot een fusie. Eerder in Rapid City ontmoetten we de nazaten van Gereformeerde Duitsers die wegvluchten uit Duitsland vanwege economische omstandigheden.

Het was een ontzettend leuk bezoek, de spreekwoordelijke Amerikaanse gastvrijheid was weldadig. Op tijd namen we afscheid om naar West Frankfurt, Illinois te rijden, om eigen geschiedenis te zoeken.

En toen schoot dat ene spiertje of botje in echtgenoot zijn rug de verkeerde kant op. Pijn, nog meer pijn en toen was het zover.. mijn arme man kon geen kant meer op…Samen hebben we
hem met veel moeite in de auto geschoven en toen ben ik maar gaan rijden. Richting ons hotel in Marion, wat helaas dit keer een Super 8 was, min of meer op het parkeerterrein van een McDonald, met een slechtwerkende Airco en vrachtwagens die gerepareerd werden bij de 24 – uur garage, ook net onder ons raam. Oh wat een nacht hadden we toen…

Het loopt beter af, gelukkig. In ieder geval waren we nu in Illinois.

 

De volgende dag zouden we Bill Batteau ontmoeten, een achterneef van mijn echtgenoot, die ons naar de kerk zou brengen waar Kim’s grootvader voorganger was geweest tot 1942. Henry Westbrook Batteau, in de First Baptist Church in Energy Illinois.

 

Back to the US of A – Klein medisch dossier

Na mijn val over een domme stoeptegel in Casper, Wyoming, een uithoek in het Middenwesten van Amerika, heb ik eigenlijk opmerkelijk weinig klachten. Ik ben hard bovenop mijn gezicht gevallen en mijn rechterschouder. Ik verwachtte eindeloze spier- en bottenpijn, maar alles viel mee. Wie weet dankzij mijn extra calcium en magnesiumpillen die ik al tijden slik. Wat minder is de verkleuring op mijn schouder en rond mijn oog. Het sneetje in mijn wenkbrauw is geplakt, daar zit een soort Y vormige korst, maar het vel tussen mijn wenkbrauw tot en met het ooglid is verkleurd en gezwollen. Ik heb al niet wat je noemt een strak oogvelletje (meer). Maar wat er nu zit is erg. Er hangt een soort bruingeel, gekreukeld zakje onder mijn wenkbrauw…Echtgenoot zegt natuurlijk dat het wel meevalt, maar ik vind absoluut van niet. Dit gecombineerd met mijn blauwzwarte schouder is in de zomer in bikini toch niet je van het. Temeer daar het ook nog eens verdacht lijkt.

Echtgenoot zoekt al dagen naar een T-shirt met opschrift: I didn’t do it! 

Terwijl we nog aan het wachten waren in de behandelkamer van de Eerste Hulp in Casper werd er iemand in doodsnood binnen gebracht. Een enorm gekots, gehoest en gehijg en snikkende geluiden. Is dit een spoedbevalling, een hartaanval, een dodelijk ongeluk? We luisteren met afgrijzen. Dit is tenslotte de ER. ‘Put her in 2’ roept onze nurse, ‘she can wait!’. We kijken hem verbaasd aan en hij lacht: ‘she is here everyday, we’ve gotten used to it, sorry’.

De medische hulp in het kleine ziekenhuis was erg goed. Zeer vriendelijke verpleegkundigen die me allemaal ‘honey’ en ‘darling’ noemden. De nadruk op privacy viel me weer op. Ik moest mijn bovenkleding uitdoen om de schouder te laten onderzoeken door een arts en kreeg een gewaad aangereikt om aan te doen.  Het enige nut van zo’n jurk is dat je niet in je blootje zit te wachten. Ik vind dat prettig. In Nederland is het de gewoonste zaak van de wereld. Je zit in een kamertje te wachten in je nakende nakie en een wildvreemd iemand komt binnen, schudt jouw hand, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ik daar in mijn blote vel zit en begint een zakelijk gesprek over hoe en wat. Ik kan er wel mee leven, maar voel me toch altijd lichtelijk ongemakkelijk.

Ik heb de jurk niet aangedaan hoor, tenslotte zat ik gewoon in mijn hemd. Maar het gebaar vond ik prettig. Verder moest ik zelf besluiten of er gehecht of geplakt moest worden en of ik een röntgen van de schouder wilde. Hechten mocht, röntgen mocht, maar echt nodig was het niet, mar de keuze was aan mij. Over dat hechten hoefde ik niet lang na te denken: plakken die boel! Een tetanus injectie leek me raadzaam. De röntgen leek me overbodig en om de gezondheidszorg niet op hogere kosten te jagen heb ik me snel laten ontslaan.

Back to the US of A – Rocky Mountain National Park

Geen grotere tegenstelling denkbaar. Gisteren reden we door de vlaktes van Wyoming, indrukwekkend, maar toch saai en slaapverwekkend op een gegeven moment. Vandaag liepen we over de tundra in de Rocky Mountains.

Estes Park waar we twee overnachtingen hebben is een klein stadje in een vallei van de Rocky Mountains en ligt op 7.500 ft = ruim 2000 m. hoogte. Je voelt het aan de sterke straling van de zon die we vandaag eindelijk op onze huid voelden.

Met de auto zijn we het park ingereden en nog een eind gestegen, tot 11.000 ft= ruim 3000 m. (De hoogste bergpiek, Long’s Peak is 14.000 ft). Ergens geparkeerd en driekwart van een zogenaamde ‘trail’ gelopen. Geweldig! Wat een panoramisch uitzicht en wat een weidsheid. We waren op ‘alpen’ hoogte. Het pad voerde door de tundra. Met grillige rotsformaties, korstmos in alle kleuren grijs en groen en alpenvegetatie. Ieniemienie bloemetjes met de meest prachtige kleuren, edelweiss,en vetplantjes. Alles blijft dicht bij de grond omdat het daar een stuk warmer is.

Het pad dat we liepen/klommen is al eeuwenoud. Het heet het Ute trail, Ute is de naam van een Indianenstam die het pad al liepen van hun winter- naar hun zomer verblijfplaats. Later werd het gebruikt door de kolonisten die kwamen jagen op herten en elanden, waarvan het vlees werd verkocht aan slagers en restaurants in steden als Denver.

Het was koud! Er stond een harde wind en ondanks de zon waren we blij dat we capuchons hadden om onze oren tegen de wind te beschermen.

Een geweldige ervaring. De ijle lucht, de zon, de wolken, de snijdende wind en het uitzicht op die machtige besneeuwde bergen. Wat is een mensenleven dan klein en kort. Hier proef ik de grote scheppingskracht van God. In de grootsheid van de bergen en de schoonheid van die kleine bloemen en het korstmos.

Back to the US of A – Estes Park Colorado

Een korte update. Het gaat goed met mij. Op een blauwzwarte, pijnlijke schouder en een gezwollen wenkbrauw na voel ik me prima, na mijn struikelpartij gisteren in Casper, Wyoming. Onderweg van Casper naar Colorado vandaag viel het glas uit het gebroken montuur van mijn bril. Gelukkig wel in de auto, maar het stuk glas verdween in een plekje waar we met geen mogelijkheid bij konden met onze handen. Kim heeft met gedoseerd geweld een plastic ‘ding’ losgetrokken en daar zat het vermaledijde glas achter. Zucht. Ik durf mijn bril niet meer aan te raken.

Na alle commotie over het glas waren we vervolgens de autosleutel kwijt. Er passeerden ons heel wat SUV’s en trucks en jeeps voordat we eindelijk onder het tapijtje de sleutel terug vonden. Alles heeft een doel, in ieder geval om geduld te oefenen, zullen we maar zeggen. Enigszins verdwaasd vervolgden we onze weg.

Die weg werd allengs steeds meer slaapverwekkend. Prairie is prairie, kaal, vlak, en eindeloos. Het enige afwisselende waren de autokerkhoven die we op gezette tijden passeerden. Ook de kerkhoven waren van Amerikaanse afmetingen, gigantisch. Roestende tractoren, jeeps, SUV’s, en alles langs de kant van de snelweg. Zo maar, alsof er misschien wel iemand op weg van Casper naar Colorado een verroest auto onderdeel nodig zou hebben.

Onmiddellijk over de grens met Colorado veranderde het landschap, groener, meer bergachtig en dichter bevolkt. Ik werd weer wakker. Morgen hopen we de bergen in te gaan en wat te wandelen, als we het droog houden. Estes Park ligt bij Rocky Mountain National Park. Vanaf hier zien we besneeuwde bergen.

Back to the US of A – Casper Wyoming

Ooit van Casper, Wyoming gehoord? Ik niet in elk geval, tot vandaag. Het is een overnachting op onze reis naar Rocky Mountain National Park in Colorado waar we een paar dagen in de bergen willen wandelen. We boeken een hotelkamer voor één nacht, ongeveer op de helft van de reis die in totaal 10 uur zal zijn.

Dwars door de prairies rijden we van Rapid City, SD, richting het Westen en dan zuidwaarts naar de staat Wyoming. Er wonen 500.000 mensen in heel Wyoming. Een gebied dat waarschijnlijk vijf keer de oppervlakte van Nederland heeft. En dan spreken we over één van de vijftig staten in de VS. Dit land is immens. Ik voel me een dwerg in deze ruimte. Zover mijn oog kan zien reiken de vlaktes, heuvels, velden, graslanden, en nog eens vlaktes. En daarboven de hoogste luchten met de meest grillige wolkenformaties, die als de zon schijnt hun even grillige schaduwen op het landschap projecteren. Ik moet aan een strofe uit een gedicht van Vasalis denken waarin ze dat zo mooi verwoordt:
Het licht vlaagt over ’t land in stooten
wekkend het kort en straf geflonker
der blauwe wind-gefronste sloten;
het gras gloeit op, dooft uit, is donker.

.

In Caspar aangekomen vinden we ons hotel en gaan op zoek naar een restaurantje om wat te eten. Caspar is uitgestorven. Er is geen kip op straat. Het is Memorial Day en iedereen is blijkbaar elders. Middenop de straat maak ik een foto. Er zijn zelfs geen auto’s en dat in dit land. Met 500.000 inwoners heeft Wyoming waarschijnlijk wel 1,5 miljoen auto’s op z’n minst! En niet van die kleintjes ook.

Maar nee, de straten en stegen zijn verlaten. Mijn echtgenoot en ik lopen een rondje door het centrum of wat daarvoor moet doorgaan. En we besluiten terug te gaan naar de auto en ergens anders ons geluk te beproeven.

In een fractie van een seconde veranderen de plannen. We lopen een lichte helling af, Ik struikel over een ongelijke stoeptegel, en ga keihard tegen de grond, met mijn snufferd als stootkussen. En dan zit ik op de grond en voel het bloed door mijn vingers sijpelen. Echtgenoot rent naar het dichtstbijzijnde huis, maar ook dat is verlaten, net als de rest van de spookstad. Wat te doen? Ik denk dat ik doodbloed en wil niet alleen blijven. Eindelijk stuurt God twee engelen in een auto. Ze stoppen, hebben keukenpapier om het bloed te stelpen en ik word in de auto gehesen richting Emergency. Are you from the Netherlands? Awesome! What in the world are you doing out here in Caspar? Well….just staying overnight…

Alles valt natuurlijk mee. Een snee in je hoofd bloedt als een rund maar achteraf hoef ik alleen geplakt met een soort sekonde lijm. Ik krijg een tetanusprik en een icepack voor mijn schouder die meer dan mijn gezicht de eerste klap op heeft gevangen. Eind goed al goed.

Ooit van Casper, Wyoming gehoord? Ik zal het in elk geval niet meer vergeten.