Korea town en NYC

We wanen ons terug in Pusan, Zuid Korea. Overal om ons heen winkels en restaurantjes met Koreaanse opschriften, de straten vol met Koreanen, de meisjes giegelend achter hun hand, vrouwen en mannen, kinderen in wandelwagens, af en toe een westerling. Eén groot verschil, we worden niet aangestaard of nageroepen. Flarden van Koreaanse gesprekken dwarrelen rond vermengd met Engelse woorden. Enigszins zoals wij Nederlands en Engels door elkaar spreken. Het voorrecht om van beide talen de meest expressieve woorden te combineren. Slechte gewoonte trouwens, maar onvermijdelijk voor wie in twee culturen verkeert. Wij gebruiken zelfs wel Koreaanse woorden die feilloos aangeven wat je bedoelt en waarvoor geen Engels of Nederlands equivalent bestaat. Maar dit terzijde.

korea town

We rijden rondjes in de buurt, op zoek naar een parkeerplek en vinden er een op enige afstand van het restaurant waar we gaan eten (San Su Kap San, een aanrader! Met gratis parkeren!) Een goeie vriend van onze dochter, die in New York woont, zelf van Koreaanse afkomst, heeft ons erheen gebracht. Korea Town in Flushing, Queens, New York. Volgens hem heerst hier nog de sfeer van de jaren ’80/’90, de tijd dat we zelf in Zuid Korea woonden.

SAM_1269
We lopen van St. Johns Place richting Eastern Parkway

Inderdaad, ik heb een ‘thuis’ gevoel. Dat had ik al in de (achter) buurt waar dochter woont en waar wij twee nachten logeren, Crown Heights, Brooklyn, NYC. (lees vooral 21st century renaissance) We slapen in haar bed, zij op een luchtbed op de grond. Haar dove katje Sy ligt tussen ons in. De eerste nacht, zaterdagavond, is er zoveel lawaai en is Sy zo blij weer gezelschap te hebben dat we weinig slapen.   In de straat staat een brandweerkazerne waarvandaan wel twee keer een wagen uitrukt met een oorverdovende sirene. In hun kielzog een blèrende politieauto.  Ik waan me in Law and Order. Voor de rest zit Sy regelmatig op mijn of echtgenoots hoofd. Maar als echte catwhisperer krijgt hij het beestje eindelijk rustig.

sy
sweet, crazy, deaf, smart little Sy foto Saskia Batteau
image-7
The bed is a little short           

In de wijk wonen overwegend zwarte mensen met een Caribische achtergrond (West Indies). De straten zijn rommelig, de voortuinen (eigenlijk omheinde plaatsjes) bezaaid met afval, en de ganse dag is het er druk op straat. Het tempo is laag, er is veel eten te koop en mensen groeten elkaar. Hier worden we wel wat aangestaard. Wat doen deze witte, rijke toeristen hier? Hoewel, dochter kent inmiddels wat winkeliers en wordt ook gegroet. Als ze af en toe roept dat haar ‘mom and dad’ op bezoek zijn krijgt ze een brede glimlach toegeworpen. Familie is heilig hier!

Foto Saskia Batteau
Foto Saskia Batteau

Op de zondag dat we er zijn ga ik uit mijn dak door de kleding om me heen. Kleurrijk, feestelijk, met prachtige hoofddeksels en klederdracht (Surinaams, Jamaican’s) voor de vrouwen, felgekleurde pakken voor de mannen, allemaal op weg naar een van de tientallen kerken en kerkjes in de buurt. Huiskamerkerken vaak. Er wordt uit volle borst gezongen, met de deuren wijd geopend voor wat frisse lucht in de volgepakte kleine ruimtes. De dominee preekt luid en duidelijk. Dit zijn gemeentes die zich niet schamen voor het evangelie! Alles samen brengt dit het Korea gevoel naar boven. Zo liepen we in de jaren tachtig ook op straat: Mensen her en der op weg naar hun kerk, gekleed vaak in hun schitterende Koreaanse hanboks, dikke bijbels onder de arm. De kerken met luidsprekers die, lelijk vervormd maar toch, hun oproep lieten horen ter kerke te gaan. De drukte op straat, de eettentjes, het chaotische verkeer.
Ik heb opeens een blij gevoel! Hier hoor ik thuis. (Ik vergeet gemakshalve alle minder leuke dingen, ik wil me even onderdompelen in het warme bad van goeie herinneringen)

We lopen van St. Johns Place via Eastern Parkway richting de buurt waar we vrienden van dochter gaan ontmoeten. Het is een prachtige, zonnige dag dus we kiezen ervoor te gaan lopen. Een half uurtje of zo. Eastern Parkway is een mooie, brede, groene avenue, dus prettig wandelen. Na 10 minuten zien we in de verte een afzetting van de weg voor verkeer, en we komen terecht in een parade van Chassidische joden die daar wonen.  Duizenden in lange zwarte jassen gekleedde mannen met baarden en pijpenkrullen langs de oren en hoge hoeden of grote vierkanten bontmutsen op hun hoofd. Vergezeld van Oosteuropees uitziende vrouwen. Lange rok, met dikke kousen, een trui of bloes lukraak uitgekozen, en een soms slecht passende pruik op het hoofd. Niet erg modieus, zeg maar. Kinderen idem dito. Kleine volwassenen. Maar ze lopen in een optocht, (Lag BaOmer) , begeleid door vrolijk ogende clowns en ze zingen en huppelen dat het een lieve lust is. En dit gaat maar door. Een onafzienbare menigte. Ik zie in Antwerpen wel eens Chassidische joden. Een paar of zo. Maar hier zijn het er letterlijk duizenden! Ik krijg er toch een beetje kippenvel van. Zeker als we op grote spandoeken lezen in het Hebreeuws en Engels dat deze mensen allemaal met smart wachten op de komst van de Messiah. Die een nieuwe aarde zal stichten, een rijk komt brengen waar het vrede zal zijn. Bizar. Daar wacht ik ook op, maar de Messiah is er volgens mij al een keer eerder geweest en het rijk heeft al een begin gekregen. Je zou er zo over willen beginnen. Dat doen we niet natuurlijk.

image-8 image-9

Het hele gebeuren heeft een zeer naar binnen gericht karakter. Je voelt je, hoewel het de openbare weg is, enigszins een voyeur. Als echtgenoot een jonge man aanspreekt om te vragen wat de achtergrond is van de parade, verschiet die een beetje van kleur. Maar hij doet zijn best in aarzelend Engels (ze spreken Yiddisch onderling) om uitleg te geven.  Later blijven we staan bij een podium waar een fantastische Klezmerband het mannelijk deel van de luisteraars (en dochter en mij ) tot een rondedans beweegt. Toch houden we het gevoel iets ongeoorloofds te doen. Bang om weggestuurd te worden lopen we verder.

Echtgenoot met hoed en baard wordt een paar maal gevraagd of hij Jood is. Waarom weet ik niet, maar wellicht zouden ze hem willen vermanen dat vrouw en dochter er dan niet zo wuft uit zouden mogen zien?

New York. Een overweldigend geweldige stad, zeker wanneer je Manhattan achter je laat. Over Manhattan nog een laatste blog.

Ik vind het zo spannend soms om mijn statistieken te bekijken. Ik kan daar zien hoeveel mensen er op mijn blog waren, wat ze lazen en ook, dat is het leukste, in welk land ze wonen. Omdat ik in het Nederlands schrijf is mijn bereik niet zo groot. Dacht ik. Maar er zijn dagen dat er lezers zijn uit Brazilië,  Suriname, Verenigde Emiraten, Denemarken, Zweden (die ken ik) em zoals vandaag: Russische Federatie! Wie zouden dat allemaal zijn, vraag ik me dan af. Nederlanders in den vreemde? Buitenlanders die per ongeluk op Parelpad terecht kwamen?
Blijf komen en vooral…reageer als je in het buitenland woont! Leuk om te weten en ervaringen te delen!

Vietnam en Boylston Street

Ik sprak tijdens de reünie op Choate Rosemary Hall afgelopen weekend (16-18 mei) met verschillende mannen die in Vietnam gevochten hadden en daar levenslang door getekend zijn. Wie in 1964 van school kwam had grote kans in dienst te moeten, vóór of na college. De Vietnam oorlog woedde toen al ruim 10 jaar en er was dienstplicht. Ik vroeg een tafelgenoot wat hij na de middelbare school was gaan doen. Hij was het leger in gegaan. Nog niet het verband leggend met de oorlog in Vietnam, ging ik ervan uit dat hij zijn loopbaan in het leger was begonnen. Wat hij daar dan gedaan had, vroeg ik nog naïef. En toen kwamen de verhalen. Vietnam, tanks, bommen, angst en moed.

Voor mij is Vietnam de oorlog van de protesten. Ver weg, verder weg nog dan de 2e WO, ten eerste omdat ik zelf geen mensen ken die er persoonlijk ervaring mee hebben en ook omdat ik er weing over weet, behalve dat het tot grote demonstraties leidde in de zestiger en zeventiger jaren in Europa en Amerika. Haat tegen Amerika, give peace a chance, flowerpower, het had allemaal indirect met de oorlog in Vietnam te maken. Het gaf er daarom een wat onwerkelijk karakter aan.

Mijn tafelgenoten waren er geweest. Omdat het moest, omdat er dienstplicht was, omdat je je land diende, zo verwoordden ze het. Kreeg je een laag lotingsnummer dan was je de pineut, kreeg je een hoog nummer, of studeerde je theologie (zoals echtgenoot) dan had je geluk. Eén van de mannen vertelde dat hij een jaar lang zijn hele leven moest plannen rondom het wel of niet moeten vertrekken naar Vietnam. Sommigen vertrokken naar Canada waar de overheid hen toestond te blijven. Er bestond een mogelijkheid tot vervangende dienstplicht, zoals in het onderwijs.

Zo blijf je hier mensen tegenkomen die gevochten hebben. IIn Vietnam, in Irak, in Afghanistan, en je ziet ‘veteranen’ op straat bedelen, met hun geamputeerde benen of armen duidelijk geëtaleerd..Of dit ook echte veteranen zijn? Volgens familie hier is er meer aan de hand dan puur het feit dat ze geen uitkering krijgen van de overheid. Er is meestal ook sprake van alcoholisme en psychiatrische problemen (vaak Post Traumatisch Stress Syndroom) waar men geen hulp voor krijgt. Vreselijk moeilijk om die mensen zomaar voorbij te lopen. Gisteren zag ik een jonge vrouw met een beker koffie bij een zwaar gehandicapte bedelaar stoppen om hem uit een rietje te laten drinken. Dan besef ik dat mijn vermogen tot dienen nog heel wat groei moet doormaken.  Aan de overkant van de drukke, sjieke Boylstonstraat liep, midden tussen het winkelend publiek, een bedelaar die in zijn broek had gepiest. ik zou zo iemand zo graag zijn waardigheid teruggeven. Kom, hier is een bad en schone kleren. Maar de stank, de overweldigende waanzin van het leven van deze mensen staat tussen hen en mij in als een dikke muur.

Ik begin maar met af en toe wat geld te droppen in de bekers van de minst dronken bedelaars en ze vriendelijk te groeten. Het zijn tenslotte mensen geschapen in het beeld van God.

Site met interessante (behoorlijk schokkende) informatie over gehandicapte veteranen in de VS. Lees vooral het gedeelte: geschiedenis van injured veterans.

Vijftigste reünie op Choate

 

campus Choate Rosemary
campus Choate Rosemary

De reünie zit erop. Donderdag kwamen we aan in Wallingford, CT, om de 50e reunie te vieren van echtgenoot die daar in 1964 zijn eindexamen high school deed. Samen met nog 120 andere jongens uit verschillende delen en staten van Amerika. Allemaal daar vanwege de goede naam van dit (toen nog, jongens-) internaat.

Echtgenoot was er niet meer terug geweest, maar stuurde wel trouw ieder lustrumjaar een biografietje in. Pas in de laatste paar jaar kreeg hij weer contact met een klasgenoot, met wie hij ook in college een kamer deelde. Samen maakten ze de stap van middelbare school (in de VS van 14 tot 18 jaar) naar college.

Getting ready for remebering those who died
Getting ready for remebering those who died

Als ‘ŕoom mates’ besloten ze het verzoek in te dienen hun appartement verder te mogen delen met een derde kamergenoot uit het Zuiden en eentje uit het Middenwesten. Dat werd ingewilligd. De student uit het Middenwesten was net tot geloof gekomen en dat zou een grote rol gaan spelen in echtgenoots leven. Maar dat was pas op college.

Wij aten de eerste warme maaltijd met een klein groepje fanatiekelingen. Zij zouden de hele reünie van begin tot eind mee gaan maken. De meesten van de jaargroep 1964 zouden vrijdag en zaterdag pas komen. Of eerder weggaan, zoals wij, omdat ze het combineerden met een ander bezoek. Sommigen kwamen van ver. Californië, Texas, Florida. Anderen hadden er een behoorlijke autorit opzitten. Wij waren redelijk dichtbij voor Amerikaanse begrippen, zo’n twee-en-halfuur rijden, vanaf Boston.

Vrijdagmorgen kwart over acht zaten we in de immense cafetaria achter de cornflakes. Een eenvoudige keuze uit een rijk palet aan etenswaren. Van hamburgers tot mediterraanse grill. De organisatie en het eten is uitstekend op deze vermaarde kostschool in het Noordoosten van de VS. ChoateRosemary Hall, Wallingford, Connecticut, tegenwoordig gemengd onderwijs, maar nog wel een internaat, met kinderen uit veertig verschillende landen. Acht honderd leerlingen, met docenten en andere stafleden totaal elf honderd personen op de campus.

Nu met het reünie-weekend loopt er waarschijnlijk het dubbele aantal mensen over de parkachtige campus.  Niet alleen de 50e reünie is gaande, ook alle andere lustrums worden gevierd (iemand kwam bij ons aan de tafel zitten tijdens het ontbijt die een bordje met : klas van 1949 omhad!) En allemaal drie dagen lang. Met drie maaltijden gecatered, en allerhande activiteiten. Een immense logistieke organisatie. Petje af voor degenen die hier maanden mee bezig zijn. En dan was het ook nog opa – en – oma dag voor de leerlingen op vrijdag.

SAM_1190
De grote reünietent

Alles gebeurt o.a. uiteraard ook met het oog op de hoognodige sponsoring van het onderwijs. Op de grande finale, tijdens het chique zaterdagdiner werd meegedeeld dat het doel van $1 miljoen gehaald was door de klas van 1964 (1 klas dus!) mede door de bereidwilligheid van een van de alumni om ter plekke   de ontbrekende $20.000 te doneren. Hij werd als held bejubeld. Er gaat veel geld om bij (sommige van) deze mannen.

Ruim 50 mannen, sommigen vergezeld door hun echtgenotes, drie dagen bij elkaar om herinneringen op te halen aan vier jaar intensief samen optrekken in het vreemde milieu van een jongens kostschool, met Engelse discipline.  Het was bepaald niet zomaar een middelbare school. In de VS worden deze scholen ‘prep-school’ genoemd. Men staat al voorgesorteerd voor college. HAVO-VWO niveau, zeg maar. Maar naast het feit dat iedereen een redelijk hoog niveau bezit, het lesgeld hoog is, is het ook een kostschool. Toen dus met louter jongens.

Echtgenoot herinnert zich met overtuiging dat dit een minder geliefd aspect was van het schoolleven. De stoutmoedigen ontsnapten ’s avonds om de plaatselijke schonen te ontmoeten, maar gezagsgetrouwen hadden daar niet de durf voor. Het was dus een eenzijdig bestaan met al die jongens op een kluitje.

Veel sport op de prachtig aangelegde campus en veel studie. De meeste mannen herinnerden zich de sportprestaties van elkaar. Dikbuikige, zwetende mannen bleken in het verleden uitmuntende footballspelers.  Schuifelende, zeer oud ogende mannen waren teamcaptain of aanvoerder van het voetbalteam geweest. Fascinerend om te zien hoe verschillend al deze mannen het verouderingsproces ondergaan. Er waren welgeteld twee van wie je de oorspronkelijke haarkleur nog kon herkennen. Sommige mannen hadden een nog jeugdig figuur maar de meesten zagen er werkelijk stokoud uit. Het ligt ook aan de mode. De enorme bandplooibroeken, sommigen van ribfluweel of denim (!) met daarop veel te lange, oversized blazers zijn ook niet erg flatterend, moet ik zeggen. Mijn echtgenoot sprong er tussenuit met zijn Europese, strakgesneden jasje en jeans, al zeg ik het zelf.

De branieschoppers van vroeger, de stillen, de alternatievelingen, de harde werkers, de eenlingen, je herkent ze allemaal weer moeiteloos. Ik deel mijn echtgenoot niet in bij de stillen, maar bij een groep die moeilijk te definiëren te valt. Hard werkend zeker, maar ook sociaal, sportief en muzikaal. Een beetje bij de snobs misschien?

Wat betreft muziek kwam hij, behalve de wekelijkse vioolles, niet erg aan zijn trekken. Hij moest weliswaar iedere zaterdagavond (op een balkonnetje) in het orkestje spelen dat het diner begeleidde van de rest van de studenten, maar dat was een verplichting vanwege zijn ‘scholarship’. Met grote tegenzin speelde hij daar op zijn viool lichte muziek waar hij in feite zijn neus voor op trok. In een opstandige bui weigerde hij zijn beurt te vervullen, maar hem werd onmiddelijk aangezegd dat de beurs zou komen te vervallen. Dat was waarschijnlijk het meest opvallende kenmerk van de groep waar hij bij hoorde, de jongens die niet op grond van een dikke portemonnaie maar vanwege een bepaald talent een (gedeeltelijke) beurs kregen en zo toch toegang kregen tot deze eliteschool.

Choate campus
Choate Campus

 

Boston-Wallingford-New York

Maandag weer de oversteek gemaakt naar het Amerikaanse continent. Mijn tweede thuisland. De 50e reünie van de middelbare school van echtgenoot in Wallingford CT, en een snel bezoek aan de jongste dochter in New York staan op het program.

De  vlucht is als immer lang en maakt mij gaar. Het valt me op hoe ik ter compensatie bereid ben iedere morsel voeding dat wordt uitgedeeld met een zekere gretigheid te ontvangen en veroberen als ware  ik net gered uit een gebied met voedseltekorten,

Op de korte vlucht van Amsterdam naar Dublin krijgen we een kop koffie met een snack. Prima. Maar vanaf Dublin komt het meer serieuze vliegtuigeten. De pretzils met een drankje, waarvoor $5,00 betaald moet worden bij Aer Lingus, Dan het eten, Van te voren door ons besteld omdat op de site waar we onze ticket bestelden de vraag gesteld werd of we wilden eten tijdes de vlucht. Dat leek ons voor een vlucht van 7 uur wel aangenaam, dus ja, we bestelden 2 maaltijden voor 17 euro per stuk.  Duur vonden we dat wel. Maar ja om nu zeven lange uren te vasten…

Aan boord worden de maaltijden bezorgd. Keurig met zelfs echt bestek, geen plastic. Een glazen wijnglas en een porseleinen koffiekop. Een bord met folie eromheen onthult een kipgerecht. Niet slecht.  Een zurig smakende smurrie blijkt rijst en de eetlepel groente is zelfs nog wat knapperig. Tot onze verbazing waren er maar weinig mensen die besteld hadden. We kregen al medelijden met alle passagiers die besloten hadden al die tijd met een lege maag te zitten (en voelden ons licht decadent). Tot op een gegeven moment alle passagiers een (weliswaar iets minder luxe), maaltijd kregen uitgedeeld. Wij waren er dus gewoon ingestonken. Aer Lingus vertelt niet dat er wel een maaltijd is, ook als jij niet de luxe variant besteld. Dit voor wie ooit met Aer Lingus gaat vliegen. Het scheelt toch 2x 35 euro!

Verder at ik met plezier alles op het blad. Broodje, salade, stukje kaas, crackers, eten zelf en het toetje, hemelse chocolade mousse. Veel viel er daarna niet meer te nuttigen, maar iedere kop koffie, iedere granolabar, iedere choco snack ontving ik met open handen. Geef, geef, ik heb geen andere afleiding dan eten.

Ook de 2 appels die niet ontdekt waren door de strenge controles konden we zo lekker oppeuzelen.

Na deze overdaad aan caloriën en suikers moest ik van mezelf een dut doen. Dat mislukte. Dan maar de films bekijken. Begonnen met The Bookthief. Ik kwam tot ongeveer de helft, maar het boeide me niet. Hoe tragisch verder het verhaal ook is over de 2e wereldoorlog en het Duitse gezin dat een Joodse buurjongen tracht te verbergen. Ik vond het  acteren erg stijf en gekunsteld. Amerikaanse acteurs met een nep duits accent, en duitse acteurs wiens engels weer moeizaam is. Misschien hebben wij ook wel teveel films over de oorlog gezien.

Tweede film die ik op mijn mini-scherm bekeek was er een met Meryl Streep in de hoofdrol als Mater Familias van een uiterst dysfunctioneel gezin. Goeie rol van haar en ook van Julia Roberts als verbitterde dochter! Nu eens niet als de romantische alles -komt-goed icoon. Naam van de film is August: Osage County.

Vanuit mijn ooghoeken zag ik steeds de vader en moeder op de voorste middelste rij, waar alle babybezitters terecht komen. Ik heb er zelf ook vaak gezeten. Aan het muurtje voor je wordt een bak opgehangen waarvan men denkt dat het als wiegje zal fungeren. Vergeet het maar. De meeste babies hangen er al snel met benen en armen over de kant heen en zijn niet van plan er een oog in dicht te doen. Deze vader en moeder waren de  hele vlucht druk met hun dochtertje van een maand of zes. Blijkbaar was het gewend in slaap gedanst te worden want ik heb zelden zo’ń ritueel gezien. In Korea kent men ook de gewoonte een kind vrij hard, ritmisch op rug of buik te kloppen met een vlakke hand, om het zo in slaap te krijgen. Maar dit was geen kloppen of wrijven meer. Dit was een combinatie van woest wrijven en kloppen op het randje van meppen, in een tempo waar ik moe van werd,  alleen al van het kijken. Wrijf, wrijf, klop, klopper de klop, wrijf en tegelijkertijd voerde men een soort dansje uit. Knikken door de knieën, wrijf, klop, knik, wrijf, wrijf, knik en klop. En dan zeker 4 of 5 uur lang. Topsport. Het kind sliep drie minuten en dan begon de slaapdans weer. Wat zullen die ouders moe geweest zijn!

We waren er. Met de shuttle naar de metro en met de metro naar huis. Het was zeer warm, 29 gr. Heel Boston liep in korte broek en spaghetti bandjes. Wij hadden dubbele lagen aan en smolten.

De volgende dag was de temperatuur al een stuk gedaald. Tot ieders teleurstelling. De winter heeft hier lang geduurd en is zeer koud geweest. We zien het aan de natuur. Veel dode struiken en alles begint net uit te lopen. De tulpen zijn begonnen te bloeien. De rest van de week wordt het langzaam warmer.

Veertig jaar komen we hier nu in dezelfde buurt, in dezelfde flat. Er is geen huis waar ik zo’n band mee heb als dit appartement aan de haven van Boston. Mijn ouders verhuisden regelmatig en ik heb daarom geen hechte band met welk huis dan ook van vroeger. Behalve misschien het huis van mijn vroege jeugd in Schiedam,  tot ik een jaar of tien was.

Maar hier heb ik zoveel meegemaakt, het is werkelijk mijn tweede thuis.

Tante Fie – klein in memoriam

IMG_5948Mijn deftige tante Fie, die het eeuwige leven leek te hebben, is maandag gestorven. Ze werd 97 jaar. Zachtjes is ze naar de hemel gegleden, naar haar geliefde Heer. Ze verlangde al jaren om te gaan. Niet om dood te gaan in de zin van levensmoe, maar wel om eindelijk het leven te beginnen waar ze als gelovige al haar hele leven naar toe leefde: Haar Heer zien en ontmoeten. Zijn op de plek waar alles goed komt. Waar we zullen kennen zoals we zelf gekend zijn.

Tante Fie had een sterk geloof in God. Ze sprak erover met wie ze ook maar tegenkwam. Gewenst of ongewenst, niemand kon haar de mond snoeren, daarvoor was ze te ‘onaantastbaar’. Het geloof en de kracht die ze putte uit haar vertrouwen in God maakte ook dat ze de stormen in haar leven kon ondergaan zonder te om te vallen. Kinderloosheid was een groot verdriet. De scherpe kritiek op haar man die ‘voor zichzelf’ een gemeente begon. Not done in die tijd, en misschien ook wel niet zo wijs. Maar toch gezegend in het leven van vele mensen in die streek. Daar ging het ook om. Maar de kritiek was niet makkelijk te verdragen. Pleegkinderen kwamen en gingen en soms liep het helemaal mis, ondanks zorg en toewijding. Misschien wel door de kinderloosheid, waardoor ze een bepaalde feeling miste met hoe je omgaat met oudere kinderen. Een pleegkind bleef en bezorgde haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Toch nageslacht.

Ik weet van vroeger nog hoe beledigd ik me voelde zo rond mijn tiende, als ik naar de keuken gedirigeerd werd ‘want daar stond voor de kinderen limonade’. Ik was een kind en ik dronk nog limonade, maar waarom ik naar de keuken moest? Ja, nu snap ik het, als je geen kinderen hebt probeer je een zekere rust te behouden want je kunt niet tegen alle lawaai die kinderen veroorzaken. Ik heb nu alle begrip en zou soms mijn kleinkinderen ook ergens naar een veraf kamertje willen sturen voor de appelsap. Maar als je kind bent wil je nergens heen gestuurd. (Of er moet wel iets heel leuks tegenover staan).

Tante Fie praatte deftig. Of dat aangeleerd was of dat ze dit van huis uit meegekregen had? Ze kwam uit Vlaardingen. En was van een ‘betere’ komaf volgens mijn moeder. Streng opgevoed. Je altijd nuttig maken, niet lezen doordeweeks, dat was tijdverspilling. Breien, haken, verstellen, dat waren zaken die je deed wanneer je even ‘niks’ te doen had. Ze bleef een zeer energieke vrouw. Altijd in de weer om mensen te bezoeken. Zieken, armen en nooddruftigen, binnen en buiten de gemeente. Een heuse diacones, in de bijbelse betekenis van het woord.

Haar echtgenoot, mijn moeders broer, kwam uit een ander soort nest. Mijn moeder hield nooit op te vertellen dat haar vader zo’n lezer was. Hij las voor aan tafel, nam boeken mee van de markt of de dubbeltjesbibliotheek en bracht zijn liefde voor lezen vooral over op mijn moeder en haar broer. Zowel tante Fie als mijn moeder adoreerden de broer/echtgenoot. Heel hun leven zijn ze met elkaar opgetrokken, natuurlijk ook met mijn vader erbij, die eveneens veel van zijn zwager hield maar zich ook wel eens aan hem ergerde. Mijn vader was zo’n totaal ander mens! Ze deelden de liefde voor lekker eten en een borreltje, hadden beiden gevoel voor humor en konden samen gieren van de lach! Maar mijn vader was een zakenman in hart en nieren en kon niet altijd overweg met de geestelijke benadering van het leven van mijn oom. Mijn vader kon dan een gezicht trekken van: ja,ja, klets jij maar verder, maar er moeten ook mensen blijven die zich echt nuttig moeten maken..

Zaterdag gaan we haar begraven. Op de kaart staat een tekst uit Johannes 11:25:

Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij  gelooft zal leven ook al is hij gestorven.

Deftige tante Fie, geniet van uw nieuwe leven!

Veilingen vol verrassingen

Mijn eerste bod op een object bij een internetveiling (Catawiki) is alweer even geleden. Ik was vergeten dat ik geboden had op een vaasje en kreeg na weken een bericht dat ik gewonnen had en de vaas me zou worden toegezonden. Uiteraard na betaling. Het vaasje bleek een joekel van een vaas te zijn, maar erg mooi. Dus spijt had ik niet.

Dit keer bood ik op een kavel sieraden bij ProVeiling. Het blijft moeilijk te zien op een scherm, maar ik nam het risico. Meestal word ik overboden is mijn ervaring. Dus bood ik alles bij elkaar voor zo’n €20,00. En ging verder met andere zaken. Opnieuw, tot mijn verrassing, won ik de kavel. Niemand had blijkbaar interesse in bling-bling uit een ouwe inboedel. Ik werd wel bij de les bepaald, want bij de € 20,- komt nog opgeld en daarover BTW.. Dus was ik in totaal €25,- kwijt én, dat was lastiger, moest ik de spulletjes ophalen in Lunteren tussen 15.00 en 17.00 uur op een vrijdag. Daar had ik geen trek in. Stuur het maar op, liet ik ProVeiling weten. Natuurlijk, geen enkel probleem! Kosten €17,00!. Niet meer bieden, Margreet, nu zit je met de gebakken peren.

Weken verstreken. En eindelijk dan vandaag kwam er een pakketje uit Lunteren. Echt een mini-pakje, dus wat betreft postzegels had het voor €6,75 moeten kunnen. Navragen!

Ongeduldig opende ik het pakje, een doosje waarin weer allemaal kleine individuele in bolletjes-plastic gewikkelde pakjes zaten. Spannend. De eerste die ik ontrolde bleek een bronzen mannetje. Dat was overduidelijk te zien aan een zeker onderdeel van het mannelijk lichaam. Ik vroeg me af of dit gewoon bij de kavel zat en, hoewel ik niet om dit mannetje gevraagd had, meegestuurd was. Hmmm. Nog vijf pakketjes volgden. En iedere keer weer een bronzen mannetje met een steeds geprononceerder lichaamsdeel.

Ik kon mijn ogen niet geloven. Wat heb ik nu in vredesnaam in huis gehaald? Vijf vruchtbaarheidsbeeldjes van brons. De mannetjes zagen eruit of ze te veel van een bepaald medicijn geslikt hadden en nu met de kwalijke gevolgen zaten van een permanent buitenproportioneel groot orgaan. (Ik moet voorzichtig omschrijven anders kukelt filternet me eruit).

Ik onmiddellijk mijn bestelling gecheckt! Met een zucht van opluchting constateerde ik dat de fout niet bij mij zat en ik niet omzichtig de inhoud van het pakketje in de vuilnisbak van de buren drie huizen verderop hoefde te dumpen. Ik had wel degelijk sieraden gekocht!

Weer netjes ingepakt staan de mannetjes te wachten tot ze worden opgehaald. Nu maar hopen dat degene die mijn sieraden heeft ze nog af wil staan. Die zijn zeker weten echt veel mooier dan deze bronzen wanstaltigheden!

 

Geloven binnen en buiten verband – een strenge SCP

Streng gelovig, dat zijn jongeren die tegenwoordig nog naar de kerk gaan. Het NOS nieuws kan er geen ander woord voor bedenken. Het roept een beeld op van jonge mensen die afzien van wat het leven smaak geeft, zich afkeren van de ‘normale’ wereld en ‘ongezond’ bezig zijn met religie. Het woord ‘fanatiek’ om ze te typeren is ook gevallen, niet bepaald positief bedoeld lijkt me. 

‘Ze geloven in de hemel en een hel’, zei de onderzoeker van het SCP met een enigszins ongelovig lachje op de lippen (of verbeeldde ik me dat) en als klap op de vuurpijl van onmogelijkheden: ‘ze geloven in een duivel’. 

Ik voel me aangesproken omdat ik weliswaar geen jongere ben maar wel in dezelfde feiten geloof. Ja, ik geloof in een leven dat niet ophoudt bij de dood, in het wonder van de opstanding van Jezus uit de dood als een van de ‘leerstellingen’ niet van de kerk, maar vanuit de Bijbel waarin ooggetuigen vertellen wat ze meemaakten, zagen, hoorden en aanraakten. 

En ja, ik geloof in een hemel, een plaats in een dimensie voor mij nu niet zichtbaar, waar gestorven gelovigen dichtbij God mogen leven tot de hemel op aarde zal neerdalen en de dood er niet meer zijn zal. Waar we zo dichtbij God mogen leven dat Hij alle leegte in ons zal vullen en we volledig tot ons doel zullen komen. Mysterie? Ja. Snap ik hoe het kan? Nee. Maar ik snap al niet hoe een computer werkt, laat staan hoe een cel zich deelt of een schram in mijn huid ‘vanzelf’ geneest. Ik vertrouw erop dat God zal doen wat Hij belooft omdat Hij dat al duizenden jaren doet.

En ja, ik geloof in de hel. De plaats waar gestorvenen die blijven ontkennen dat er een God is, groter dan hen. Die het recht heeft om over alle mensen te oordelen, Die in Jezus Zelf op aarde kwam om dat oordeel te ondergaan en het zo weer goed te maken tussen Hem en de mensen die dat geloven. Dat er een oordeel zal zijn troost me omdat ik zo weet dat alle grote schurken niet bij hun dood alsnog de dans ontspringen en ongestraft blijven voor hun gruweldaden. Er is een kwaad dat mensen overstijgt, Dat in dienst staat van een kwaad dat groter is dan één mens verzinnen kan, lijkt het. De misere van deze wereld, veroorzaakt door geweldenaars, moet die ongestraft blijven? Is het zo vreemd om te geloven in een duivel die het kwade in ons opjaagt, misbruikt, vergroot, intensiveert? Zoals er Liefde is die groter is dan mensen kunnen verzinnen of geven. Waarvan de bron dieper, hoger. verder ligt dan onszelf.

Ja ik geloof in een persoonlijke God, in een persoonlijke duivel en in engelen. Waarom niet? Waarom is dat streng gelovig? Het is het geloof van alle tijden en alle plaatsen sinds duizenden jaren.

Nederland is zo’n klein landje in een grote wereld met 2 miljard christenen. Van die 2 miljard is waarschijnlijk grofweg 30% orthodox of bijbelgelovig(dat woord lijkt me beter!). Verder zijn er 1,5 miljard moslims die het geloof in een persoonlijke God, een persoonlijke duivel, en een leven na de dood met christenen delen. Als we wat betreft leven na de dood en een duidelijk besef van goed en kwaad dat consequenties heeft  voor het leven van de gelovige nu en straks, ook de hindoe gelovigen en boeddhisten meerekenen hoeveel mensen blijven er dan nog over? Een citaat uit de inleiding van het rapport (van Pippa Norris en Ronald Inglehart): ‘the world as a whole now has more people with traditional religious views than ever before – and they constitute a growing proportion of the world’s population.’

Hoeveel mensen zijn er eigenlijk die menen dat er  buiten hun eigen hersenpan niets of  niemand bestaat aan wie ze verantwoording moeten afleggen, en die anderen die dat wel geloven streng, fanatiek en fundamentalistisch noemen? Het is uiteindelijk een kleine groep. En toch is hun oordeel zo absoluut. 

Een beetje fanatiek vind ik dat. 

La Place, een neutrale plek?

Ik sprak af bij La Place met een goede vriendin van mijn overleden zus Loes (die ik alleen op haar begrafenis gezien had) om over haar laatste jaren (Loes overleed in 1992) te praten. Een neutrale plek leek me goed. Ook had ik besloten me niet voor te bereiden met een lijst vragen, maar het gewoon over me heen te laten komen. Ik had geen idee wie ik zou ontmoeten zou, geen enkel vermoeden hoe het verloop van het gesprek zou zijn. We hadden gemaild en via WhatsApp wat uitgewisseld over hoe en waar. Het zijn kleine dingen, maar ergens leidde ik eruit af dat deze vrouw redelijk toegankelijk zou zijn. Ik voelde me dus vrij rustig.

We ontmoeten elkaar op de afgesproken plek. Ik zie een wat gezette vrouw van mijn leeftijd (ze blijkt een paar jaar jonger), ietwat gespannen. We bestellen koffie en zitten eigenlijk direct in ons onderwerp van gesprek: Loes. De relatie van deze vriendin met Loes was niet ongecompliceerd. De vriendschap van Loes ging allereerst uit naar de (lesbische) partner van deze vriendin. Die was van Loes haar leeftijd. En als ik het me goed herinner een collega op het gymnasium waar Loes in de jaren zeventig/tachtig lerares Nederlands was. De vriendin die ik spreek blijkt een oud-leerling van Loes te zijn. Dat verbaast me even, maar bij nader inzien is dat natuurlijk goed mogelijk. Loes was waarschijnlijk een jaar of 27, 28 toen ze begon met lesgeven. En dan heb je in de bovenbouw leerlingen die 10 jaar met je schelen in leeftijd.

Hoe dan ook. Ik zit nu tegenover degene die Loes tot vlak voor haar dood als een van haar beste vriendinnen beschouwde. Mijn prangende vraag ( die bleek er dus wel degelijk te zitten) was hoe zij had aangekeken tegen de psychische gesteldheid van mijn zus. Was zij er ook schuldig aan dat Loes geen hulp zocht in het reguliere medische circuit? Kwam ze ook uit die vreemde, alternatieve do-it-yourself hoek? Niets bleek minder waar. Ook zij had herhaaldelijk erop aangedrongen hulp te zoeken, te stoppen met de kostbare ‘trainingen’ bij goeroe Godefriede die nergens toe leidden. Uiteindelijk verbrak Loes het contact met de vriendinnen. Ik weet nog dat ze dat vertelde aan me: Ik heb gebroken met vrienden die een slechte invloed op me hebben.…Ik had toen geen idee wat ze bedoelde. Zoals ik haar zo vaak niet volgen kon.

In het adressenboekje staan bij sommige namen een kruisje. Ook bij de namen van de vriendin met wie ik sprak. Ik heb het boekje aan haar laten zien. Kon zij een patroon ontdekken? Kende zij de mensen die aangekruist waren? Na een poosje gebladerd te hebben kwam ze tot de conclusie dat de meeste kruisjes stonden bij namen van de beste vrienden Loes. Zeer waarschijnlijk omdat ze aandrongen op het zoeken van hulp, heeft ze het contact met hen verbroken. De vriendin heeft een fotoboek meegenomen. Ze wandelden veel samen. Echte tochten, dat was Loes haar grote hobby. Eén keer eerder sprak ik een kennis van Loes, die ook foto’s meenam van wandeltochten die ze met een groepje maakten. Wandelen door Toscane, door Limburg, door Zwitserland. Ze maakte prachtige tochten met verschillende reisgezelschappen, en ook alleen. En met deze vriendinnen.

Ik zie een jonge Loes. De vervreemdende ervaring van een jongste zusje, die nu haar grote zus ziet als een jonge vrouw. Zo heb ik haar nooit gezien in het werkelijke leven, want ze was altijd ouder dan ik. Ook als we foto’s van vroeger keken was ze er bij, leefde ze, 8 jaar ouder. Nu ben ik 14 jaar ouder dan zij ooit geworden is. 45 jaar. Heel raar is dat, het voelt onwerkelijk, het klopt niet. Nog steeds niet. Al 22 jaar niet.

Maar de foto’s zijn mooi. Limburgse valleien, zonnige heuvels, luierende koeien in een schaduwrijke plek onder de bomen en daarnaast een lachende zus, met haar eeuwige Samson ‘shaggie’ in de hand. Toen was het leven nog goed, denk ik. Mijn zoektocht is naar wanneer de ommekeer kwam. Ook de vriendin verwijt goeroe Godefriede Loes te hebben weerhouden van een realistische kijk op zichzelf. Maar Loes heeft daar natuurlijk ook een aandeel in. Ze was hoogbegaafd denk ik, pienter genoeg om te kunnen beslissen wat het verschil is tussen ziekte en  gezondheid. Maar ze weigerde in die termen te denken. Het was uiteindelijk ook een keuze die ze maakte.

Het adresboekje van Loes

22 jaar geleden stierf mijn oudste zus Loes. Op 28 juni, op een snikhete dag. Ze benam zichzelf het leven, niet meer in staat verder te gaan op de manier zoals ze de laatste jaren leefde en zich voelde. Omdat ze iedere vorm van medische hulp weigerde werd haar toestand alleen maar erger. Ik vermoed dat ze leed aan een bipolaire stoornis. In Rotterdam volgde ze jarenlang zg. trainingen bij een psychologe die zonder meer in de alternatieve hoek behoorde. Ze adverteert nog steeds in de paranormale/alternatieve hoek.

Alles werd uit de kast gehaald om cliënten te doen geloven dat de goddelijke vonk, de eigen kracht, de innerlijke ziel enzovoort het uiteindelijk zou winnen. De kracht was er, die moest je alleen kunnen mobiliseren. Door rebirthing, door schreeuwsessies, door massages, door weet ik wat voor andere methodes werd er jaren (!) getracht mensen te ‘helen’. Dit was uiteraard een kostbare zaak. Mijn zus heeft in de loop der jaren duizenden guldens (toen nog) besteed aan de ‘lessen’ (het was GEEN therapie) van deze vrouw. Het waren de jaren zeventig en tachtig. De jaren van de sensitivity trainingen, de jaren dat we alles eruit moesten gooien, onszelf moesten vinden ten koste van alles en iedereen. Ik denk dat dit tegenwoordig zou vallen onder het misbruik maken van iemands kwetsbaarheid.

Mijn zus werd er niet door ‘geheeld’, al verkeerde ze zelf vaak wel in die overtuiging. Hoe meer ze het ‘decorum’ losliet, des te ‘sterker’en ‘vrijer’ voelde ze zich. Terwijl haar omgeving zich er steeds ongemakkelijker bij voelde. Ze had veel vrienden. Ik kende die niet, omdat we in verschillende werelden leefden. Loes was 8 jaar ouder, had gebroken met kerk en geloof, en ook binnen de familie waren de verhoudingen bepaald niet warm. Ik heb wel blogs (bijvoorbeeld deze) geschreven over mijn relatie met haar. Na een periode in het buitenland waarin ze bij ons logeerde toen ik in het ziekenhuis terecht kwam, (kabeljauw in Korea) waren we dichter tot elkaar gekomen. Ik was altijd voor haar het lieve jonge zusje geweest, maar zij was voor mij een oudere zus met wie ik moeilijk om kon gaan. Ze deed vreemd, won het verbaal altijd van mij, was zeer dominant aanwezig, kortom ik was na een bezoek van haar altijd gevloerd.  Na de logeerpartij en haar hulp toen, groeide er voor het eerst een gevoel van verbondenheid, van genegenheid. Toen haar kleine waanzin toenam heb ik me veel om haar bekommerd. Haar dood kwam als een opluchting aan de ene kant maar ook als een dolksteek. ‘Na alles wat ik had gedaan doe je me dit aan??’ Er is niets wat zoveel gemengde en verwarde gevoelens oproept als de zelfdoding van een geliefde.

Feit bleef dat ik pas een paar jaar voor haar dood Loes enigszins leerde kennen. Haar kon zien zonder de angst voor haar scherpe tong, die ik altijd ervoer als kind en tiener. En toen was ze er niet meer. Vijftien jaar later is mijn moeder gestorven. Ze leed aan de ziekte van Alzheimer en was een aantal jaren geobsedeerd door de herinnering aan Loes. Een zware tijd, voor ons allemaal. Het gesprek ging nergens anders over. Steeds weer dezelfde verhalen, de herinneringen, haar lieve Loesje. In een houten kistje bewaarde ze alle documenten die Loes had nagelaten. Rapporten, diploma’s, foto’s enzovoort. Elke keer als ik op bezoek kwam brak het moment weer aan dat mijn moeder onder haar stoel naar het kistje greep: heb je dit al gezien, Margreet? Voor haar steeds weer nieuw, voor mij de zoveelste maal. Ik heb dat kistje niet zelden verwenst. In het kistje zat ook een adressenboekje en een agenda.

Bij het opruimen van de spullen van mijn moeder heb ik de inhoud van het kistje meegenomen. Het kistje zelf mocht mijn andere zus hebben. In de laatste 22 jaar zijn er momenten geweest dat ik de papieren uit mijn archiefkast haalde en ze door bladerde. Het adressenboekje, de agenda bekeken. Maar steeds legde ik alles weer terug, ik vond het te pijnlijk. Ik heb me ook vaak afgevraagd of ik het wel bewaren moest.

Twee, drie weken geleden vatte ik moed en ben gaan googlen om te zien wie van haar vrienden uit het adressenboekje nog te traceren waren. Ik begon met de namen van twee vrouwen, in die periode een lesbisch stel, over wie Loes het vaak had. Zonder enige moeite vond ik de gegevens. En ik heb een van de vriendinnen gemaild. We hebben afgesproken en een paar uur gepraat met elkaar. Heel bijzonder om Loes te zien door de ogen van een ‘vreemde’ die haar zeer goed kende. In een volgende blog wil ik wat meer vertellen over de ontmoeting.