Spondylodiscitis – Verslag van een vreemde aandoening II

Ik wilde mijn koffiekopje neerzetten, op bezoek bij iemand en mijn rug ging op slot. Voorzichtig aan, het lijkt wel spit, meer dacht ik niet.  Op de fiets terug naar huis voelde het niet echt goed. Met voorzichtige bewegingen stap ik af, zet mijn fiets weg en loop naar binnen. In de loop van de dag word ik stijver en krijg meer pijn, dus ik slik mijn eerste simpele paracetamollen. Het helpt niet veel en op den duur ga ik toch maar liggen. Even die zere rug ontlasten. Maar ja, iedere rugpijnlijder weet dat, als het fout zit, er eigenlijk geen enkele houding meer is waarin je lekker zit, staat of ligt.

De volgende dag bellen we even met de huisarts omdat de pijn inmiddels verhevigd is en onze huis-tuin en keukenpijnstillers geen soelaas meer bieden. Ik kom in het spit-protocol. Diclofenac en paracetamol met codeine en dergelijke. Ik slik met nieuwe hoop. Een dag later komt de vervanger van onze huisarts even een kijkje nemen, op echtgenoot’s aandringen, die de zaak niet vertrouwt en lichtelijk radeloos is van mijn pijn. Veel anders dan nog wat sterkere pijnstillers kan ze ook niet aanbieden. ‘Spit is erg pijnlijk, even doorbijten’. Ja, dokter. Bedankt.

Dat spit pijnlijk is weet ik uit ervaring, maar dit, deze wee-achtige krampen heb ik nog nooit meegemaakt. Ze snijden me de adem af. ’s Nachts bellen we met een arts van de huisartsenpost en die krabt zich ook achter de oren. Hij suggereert dat de spit op mijn lange rugspieren is gaan zitten, wat vervolgens de krampen veroorzaakt. Het kan mij allemaal niet schelen, ik wil alleen maar van de rotpijn af en van de krampen die in mijn rug schieten als ik maar wijs naar iets. Naar de WC  is geen optie meer. We halen luiers in huis. Ik ben al zover heen dat ik dat alleen maar als opluchting ervaar!

We tobben het weekend nog door. Dinsdagochtend komt onze eigen huisarts. Kim heeft namelijk in de ochtend mijn temperatuur opgenomen en die blijkt 38.4.  Bij spit denk je niet aan koorts, dus we hadden nog niet eerder aan temperaturen gedacht. Het verontrust ons niet direct, maar als de arts het hoort onderneemt ze actie en belt een ambulance.

Ik herinner me vaag dat er ambulanceverplegers de kamer binnenkomen, maar hoe ik de trap af, in de ambulance terecht ben gekomen, is verdwenen uit mijn geheugen. Gelukkig maar, denk ik. Of misschien hebben ze me wel een spuitje gegeven, Ik weet het niet meer. Evenals het verblijf op de Eerste Hulp, foto’s die daar genomen zijn, MRI-onderzoeken, bloedprikken, enzovoorts, alles is een zwart gat.

Mijn eerste herinnering is het bed in St.Antonius Utrecht waarin ik door de eindeloos lange gangen naar mijn plek wordt gereden, in de hoek, bij het raam (zonder uitzicht). Uit de onderzoeken is gebleken dat ik de aandoening met die lange naam heb. Via een infuuus in de arm krijg ik de eerste zak antibiotica toegediend en een dikke dosis pijnstillers. Eindelijk kan ik slapen!

Ik schrijf zo uitvoerig omdat de aandoening zeldzaam is en het verloop dus anders was geweest (eerder ziekenhuis+antibiotica=minder pijn) als ik mijn temperatuur had bijgehouden. Misschien heeft iemand er wat aan in de toekomst!

Mijn volgende blog voor het laatst over spondylodiscitis. Over het ziekenhuis nog wat en de weken erna. Afkicken van morfine bijvoorbeeld!

 

Spondylodiscitis – Verslag van een vreemde aandoening 1

Iedere dag schone lakens op mijn bed vergoedt veel voor mij. Wanneer ik, hangend in mijn ‘walker’, bijgestaan door een zorgzame verpleegkundige, gedoucht had en ik weer uitgeput in mijn verschoonde ziekenhuisbed neerzeeg, voelde ik me als terug in mijn kindertijd. Veilig, schoon, verzorgd, vertroeteld, ondanks lichamelijk ongemak.

Ooit had ik ziekte van Pfeiffer, als negenjarige. In de jaren zestig werd Pfeiffer nog behandeld met strikte bedrust en een vetvrij dieet. Ik lag zes weken plat op een bed dat in de voorkamer thuis, voor het raam was geplaatst. Als ik ’s ochtends beneden kwam, had mijn moeder mijn overdagbed weer strak opgemaakt en lag de deken teruggeslagen, met een boek of tijdschrift op mijn kussen. Mijn moeder verzorgde me als een prinses.

Nu ben ik zestig en hetzelfde gevoel overvalt me. Dat kind woont altijd in me.

Ik lag enkele weken in het ziekenhuis met spondylodiscitis. Nooit van gehoord? Voel je niet dom. Ik ook niet en velen met mij. Het is een bacteriele infektie in een tussenwervel van de wervelkolom. Enige symptoom in mijn geval: hevige pijn in de onderrug, die overging in krampen (als weeen!) door de hele rug en wat koorts. Aanvankelijk leek het spit, maar de arts vertrouwde het niet vanwege de koorts. Ik belandde in het ziekenhuis voor de juiste diagnose en dat bleek maar goed ook. Enige behandeling voor de aandoening is antibiotica, zes weken lang, bij voorkeur intraveneus. En goeie pijnstilling. Nou, die kreeg ik. Een dag of tien heb ik me Puff the Magic Dragon gevoeld door alle morfinepillen.

De antibiotica sloeg aan en na 2,5 week werd ik ontslagen met een grote voorraad pillen om die thuis verder in te nemen. Via de mond. En dat heeft zo zijn voor- en nadelen. Minder voor de maag, maar beter voor mijn  bloedvaten.

Ik heb in mijn medisch dossier inmiddels een aantekening ‘ moeilijk prikbaar’ staan, ‘direct doorsturen naar anesthesie’.  Nadeel daarvan is dat een enkele verpleegkundige het dan juist een uitdaging vindt om alsnog zelf te experimenteren. Maar de meesten volgden de instructie op: ‘ Ja, op anesthesie ruiken ze gewoon waar goeie vaten zitten.’ En dat klopte als een bus. In no time zat dan het infuus weer op een goeie plek en had ik weer even een reisje door het ziekenhuis gemaakt in mijn bed. Altijd trouw heen en weer gereden door twee vrijwilligers. Geweldig, zoveel vrijwilligers er in dat ziekenhuis (St. Anthonius,Utrecht) werken!

Assertiviteit om de prikzusters te weigeren me aan te raken heb ik nog niet voldoende ontwikkeld. Een van de kamergenoten die ik had (in 17 dagen heb ik er heel wat voorbij zien komen..), was een MS patient die af en toe voor een prednison kuur kwam. Ze had de ziekte al 25 jaar, dus heel veel ervaring met de medische wereld. Dat kon ik goed merken aan haar gedrag. Ze wist heel goed wat ze wel en niet wilde van de verpleegkundigen, die dat ook respecteerden. Ook zij was moeilijk prikbaar, maar ze liet zich niet ‘uitproberen’.

Een ziekenhuis is een wereld op zichzelf. Een soort paralel universum waarin je verkeert. Vreemd genoeg had ik de eerste week thuis heimwee.

De ‘vacantietijd’

paenkinderen1954
vader met vier van de kinderen, vóór mijn verschijnen…

Hielp mijn vader tijdens vakanties in het huishouden? Ik moest er vanmorgen opeens diep over nadenken, na het lezen van ‘Uit de hoofdredactie’ in het Nederlands Dagblad. Hoofdredacteur Sjirk Kuiper citeert een editie van 3 juli 1965, waarin de toenmalige hoofdredacteur, in verband met de ‘vacantietijd’, de oudere kinderen oproept hun moeder wat te helpen tijdens de weken in een ‘zomerhuisje of tent’.
‘Vacantietijd’…voor velen een tijd van ontspanning – ‘maar niet voor de huisvrouwen, in het bijzonder de moeders van opgroeiende kinderen’ – ‘tenzij de kinderen al zo groot zijn dat ze meehelpen om het ook voor moeder eens wat gemakkelijker te maken.’ Sjirk Kuiper wijst erop dat hier de vaders buiten beeld blijven, alsof die niet ook mee zouden kunnen helpen. ‘Ook vaders zijn verantwoordelijk voor de rust van moeder.’

Dat zette me aan het denken. Ik deel een paar van de gedachtes:

1. Ik voerde, volgens mij, geen barst uit; tot ik op mezelf ging wonen rond mijn 17e (ja, jong!)

2. Hoe zat dat nou met mijn vader? Die hielp wel, maar wat deed hij dan eigenlijk?

De eerste vakanties die ik me herinner zijn vakanties op de Veluwe, waar we in een, wat we nu een krot zouden noemen, drie weken verbleven. In Garderen. Ik vond het er heerlijk. Het rook er verrukkelijk naar bos, heide en zandpaden. Als watermens zijn mijn scherpste herinneringen die van het Uddelermeer. De aardachtig, donkere geur van het natuurmeer is in mijn geurgeheugen gegrifd. En dan: Zwemmen, altijd een feest!

Zo’n dagje Uddelermeer ging natuurlijk niet vanzelf. We fietsten, met handdoeken en badkleding achterop. We aten gesmeerde en belegde boterhammen, dronken ranja, , waarschijnlijk koekjes, snoepjes. En we waren met zeven á acht personen. Zus Loes had al vroeg verkering.

Ik heb in het verleden ook dat soort stranddagen voorbereid voor eigen gezin van zes personen. Het was een klus. De hele dag is er proviand nodig. Maar…

…Wij smeerden sandwiches, dat wel, maar vulden het meestal aan met een patatje. We kochten pakjes drinken (dit is vóór mijn ecologisch bewustzijn ontwaakte), we smeten alles in de stationwagen en reden naar de kust en na thuiskomst stonden de wasmachine en droger geduldig te wachten op hun lading.

De handdoeken die we aan het Uddelermeer gebruikten, moeten modderig geworden zijn na een dag zwemmen en drogen. Maar in het krotje stond bij thuiskomst geen wasmachine. Ook niet voor de stapels ondergoed, sokken, en kleding van zeven of acht mensen. Ik kan me wel de emmertjes herinneren die mijn moeder gebruikte, maar pas later realiseerde ik me, hóeveel was erdoorheen ging. We gebruikten ongetwijfeld minder vaak verschoningen dan nu, maar zowel vader als moeder waren erg schoon. We zullen echt niet een week met dezelfde modderige handdoeken gedaan hebben. Laat staan ondergoed en kleding. Dat moet toch keihard werken geweest zijn! Als kind heb ik dat zo nooit beleefd. Mijn moeder verstond de kunst om gezelligheid te creeeren en ze was geen klager. Ze had beter meer kunnen mopperen om zodoende meer hulp te genereren van al die mensen om haar heen, zowel van kinderen als echtgenoot. Mijn moeder was regelmatig overspannen, waaruit wel blijkt dat  het huishouden en gezin haar (te) zwaar vielen. Wij werden niet opgevoed om te helpen. Ze deed alles alleen. We waren dus als kinderen erg verwend.

Ik weet bijna zeker dat mijn vader hielp met de afwas. Ik zie hem de tafel afruimen, de vaat voorspoelen, zo grondig dat hij pas na een paar keer roepen terug naar de tafel kwam om te eindigen (met bijbellezen en gebed). Hij bracht mij soms naar bed en deed me ook in bad. Ik weet dat nog zo goed omdat het minder gezellig was dan wanneer moeder het deed.

Mijn vader deed alle karweitjes waar gereedschap bij nodig was, deed alle financieën, zorgde voor de auto en hij hield de tuin bij. Een vrij traditionele taakverdeling, denk ik, in die tijd. (Hoewel ik vrijwel naadloos in het patroon pas, behalve de tuin dan…) Koken heb ik mijn vader nooit zien doen.

Ik kom tot de conclusie na deze overpeinzingen dat mijn vader het zo slecht nog niet deed. Er was wel sprake van een taakverdeling, maar hij droeg zijn steentje bij. Ik weet van mijn moeder dat ze ondanks de ongemakken altijd zeer genoot van vakanties. Zo hebben mijn beide ouders me kostbare herinneringen bezorgd: zonnige zomers (nou ja, de regen ben ik vergeten, hoor), weg uit de stad, water, bergen, bossen en meren. Extra lekkere dingen en aan het einde: potverteren (het ‘overgebleven’ vakantiegeld opmaken in een cafetaria waar we patat en kroketten aten, heaven on earth!)

meer vakantieherinneringen, of hier over mijn vader

Rust

De koeien in de wei tegenover mijn huis kijken me peinzend aan. Af en toe huppelt er één een afstandje, afgeremd door een schaap dat haar voor de voeten loopt en haastig opzij springt voor dat hollende gevaarte. Koeien zijn echte volgdieren heb ik gemerkt. Als er eentje huppelt gaan ze op den duur allemaal een poosje hopsen. Op een aantal na, die dan wel volgen, maar in een bedaard tempo. Zo lopen koeien gewoon heel de dag rondjes. Want één mevrouw gaat op weg en langzaam maar zeker volgen alle dames. Waren ze vanmorgen allemaal nog geen 20 meter verwijderd van onze voortuin (er loopt een sloot tussen ons en de koeien), nu zijn ze nauwelijks nog zichtbaar. De schaapjes hebben de weide weer even voor zichzelf, met af en toe een voorbij rennende haas.

Ja, wat een rustiek na Griekenland en de Verenigde Staten. Mijn ziel landt gestadig in dit vredige oord, dat IJsselstein heet. Even mis ik nog niet de zee, het water, het altijd in beweging zijnde havengebied in Boston. Ik geniet van mijn eigen spullen en voel me minder gewetensbezwaard, nu ik de was weer ouderwets met knijpers ophang (in plaats van drie drogers tegelijk aan te zwengelen) en mijn zakjes weer hergebruik in de supermarkt. Dat kon ik tijdens het verblijf bij mijn schoonvader minder doen dan ik wilde. Daar paste ik me aan, aan zijn gewoontes en die hielden niet het hergebruik in van allerlei onbestemde zakjes voor groente en fruit. Ja, natuurlijk ik had mijn eigen gang kunnen gaan,  en af en toe smokkelde ik ook wel, maar ik vond het doen van een enorme hoop boodschappen in de mega Starmarket al stressvol genoeg. Ik liep braaf met het wagentje achter schoonvader aan, die een vaste route heeft door dit voedseldoolhof en liet hem het wagentje vullen. Voorraden aanleggen was de bedoeling, zodat hij weer even vooruit kon. Nou, dat was te zien.

Bij de kassa raakte mijn ziel ook altijd even in de wurgknoop van mijn geweten. Alle boodschappen worden ingepakt (dat is fijn) maar allemaal in plastic zakjes, waarin een stevige bruine papieren zak. Schoonvader hergebruikt die gelukkig voor de afvalemmer thuis, maar toch. Ik moet wel zeggen dat recycling  beslist veel meer een punt geworden is in de VS. In mijn ervaring tenminste. Maar de eindeloze koffiebekers en meeneem verpakkingen voor lunches en overgebleven eten blijven een grote afvalberg creëren.

Blij dus met mijn eigen GFT bak, hoewel dat ding wel smerig wordt, zeg, als het een paar dagen warm weer is. En de slakken!
Blij met mijn tuin die is opengebarsten in groen en bloei in de tijd dat ik weg was.
Blij met de stilte. Geen sirenes, geen straatfeesten onder mijn raam, geen duizenden toeristen als ik de voordeur uitloop. Kortom ik ben weer thuis in mijn dorp.

Maar straks ga ik het weer missen. Ik blijf een gespleten ziel.

 

Observations of a non-American visiting Boston – New York, rythm and gentrification

I was going to New York to pay a visit to my daughter who lives there. First things first though: I had to do a load of laundry. This is a very exerting job in my father-in-law’s appartement. It requires me going up and down the elevator four  times. Down, to the laundry room in the basement of the building to put my load into the machines. Up, to wait for 25 minutes and read the paper. Down again, to stick the same load into the dryer for 30 minutes. Up again, 16 floors and read while waiting and yes, down again, to fold the laundry. Such an effort! I was exhausted after all that work (note: irony! Husband said, after reading this: really? Were you tired?)

Well, I took the Megabus of four o’clock pm to NYC. A great way to travel! I reserved tickets a couple of days in advance and paid $13! Because I wanted an aisle seat, I reserved a chair for $6 extra. Total for one way ticket: $19,00! Return ticket the same. For a 4,5 hour trip not bad. (Prices depend on type of days and how much in advance you book!).

feetbus
I have a terrific view
columbus av NYC
Coming into New York City – Columbus Ave

Seats are reasonably comfy. I ended up on the top deck, in the very first front seat. Great view, but with the fast driving and the potholes in the road, a little bumpy and scary! Could take some good pictures, though.

On my way to the bus in Boston, I walked among the many commuters, well dressed, well groomed. And passed the chique restaurants with tables on their sidewalk patio’s. They  have opened since the Greenway was established. So pleasant, so beautiful. Above the Greenway a gorgeous piece of art by Janet Echelman was installed. A gauzy looking, hammock like, enormous (ruim 2000 m2) netting/cloth in mainly orange, blue/green, oily colours. It  moves and softly changes color in the wind (always blowing in this part of Boston) Very impressive. I was told it weighs more than a ton and is carefully anchored unto the buildings around the area. Title: As If It Were Already Here.

greenway

crown heights
Crown Heights

After my 4,5 hour trip on the bus plus an 1,5 hour by subway to daughters place in Crown Heights, I got off the train in a different world, it seemed. Litter everywhere on the streets. Whereas in Boston (my neighborhood) black people are an exception, here I am the stranger. I feel very white and Dutch. Millions of little shops, colorful people with rasta hats or other custumes,  cars with boom boxes playing rap or reggea driving around. Many of the black people come from Jamaica, originally. And many of the women I see have ‘rythm’. Meaning: big wiggly buts. This was said to daughters’ black friend by somebody in the street: Sista’, you got rythm!’ It is a compliment!

Hassidic Jews are also quite a sight around Crown Heights. There is a large community here. The high hats, the women wearing wigs, the teenagers dressed not for fashion but only, it seems, to cover themselves completely. Long sleeves, long skirts, stockings, nothing really attractive is allowed.

How colorful though, how noisy, how wonderfully messy. I feel I’ve come back to reality. The affluence and the many tourists of my Boston neighborhood creates a kind of distance and isolation.

Crown Heights

Here people more easily engage in a conversation, they live outside and comment on what’s going on (like the Rythm comment, :)) Daughter tells some of the shopowners I’m her mom and from that moment on I’m ‘Momma‘. ‘How you’re doin’, Momma?’, they will call to me in the next coming days. It feels homey and warm. It reminds me of Korea where my tall, blond, whiteness also made me stand out. Sometimes annoyingly so, but also a privilege! I was always greeted in stores and at the market. At first, standing anonymously in line at supermarkets in Holland took getting used to. It felt cold and lonely. Of course, it takes missing something before you really come to appreciate it! I was probably more irritated at the time in Korea…longing to be anonymous. Anyhow, now I feel at home in this sloppy, colorful. multicultural neighborhood, even when it means being adressed as Momma.

But the noíse…! At night I have a hard time sleeping, to put it mildly. People yell, play music, party and to top it off there is a firestation in daughters street, with huge trucks taking off once an hour or so, with loud sirens. When I finally dose off, I’m woken again by the screams, spouting from a church below the appartement. Doors wide open, people sing and dance and clap their hands. And the pastor gets going. This is no yelling. No screaming, This is what I call, having a fit! How can they stand it? The man has screamed his voice all hoarse and hardly has a voice left, and still he continues. It is a sign of the presence of the Spirit, is what they believe, I guess. An organ plays chords in an ever increasing crescendo.

churchsign

This church is not the only one. On our way to our own church later we walk by several, small but loud gatherings of the saints. Many peope in the streets are in their sunday best, literally! Beautiful to see.

After church (Trinity Grace, Crown Heights) we walk around for a long time. We have a bite at Franklin Park, also called Dutch Boy Burger. Dutch Boy turns out to be an old paint brand. Next day we go to Park Slope, another area in Brooklyn. Much gentrified since the ’70s.

map park slope mapcrownheights

 

This happens to many neighborhoods in New York. Because rent is so extremely high, young people, students, artists, will move into cheap, poor neighborhoods because of affordable rents. But after a while these places become interesting to landlords who buy up whole blocks, renovate them minimally and then will rent them for double the price. Poor people are forced in the end to move away, out of these neighborhoods. The ‘hood  will look increasingly beautiful, more green, with the old brownstones and historic places. By than it is an easy guess, rents are once again unaffordable for the original inhabitants and for young people. It is an ongoing cycle.

This process is just beginning to happen  in the part of Crown Heights where daughter lives.

St. John's Place
St. John’s Place
5th_avebird
View of the Bird shop daughter works now. 5th ave, but in Brooklyn!

Liebster Award

liebster2Busybeezzz heeft mij genomineerd voor de Liebster Award. Eerlijk gezegd had ik geen flauw idee wat dat was. Maar een Award klinkt altijd goed, natuurlijk.

Inmiddels weet ik meer.  Het is een award die op internet door bloggers aan andere bloggers wordt gegeven, om die meer in de picture te plaatsen. Heel sympathiek idee!

Busybeezzz is een creatieve website/blog van Frouckje, Elmarie en Liesbeth die allerlei creatieve projecten onder handen hebben. Ze maken mooie dingen op het gebied van textiel, schoonheidsproducten, fotografie, schrijven enzovoorts. Ga vooral eens op hun site kijken!

Vragen beantwoorden

Ik kreeg elf vragen van Busybeezzz om te beantwoorden. Straks moet ik weer vijf tot elf blogs uitverkiezen om ze te nomineren voor de Liebster Award. Die vragen mag ik zelf formuleren. Dat wordt nog even piekeren dus!

Ik begin met de vragen die Busybeezzz mij stelde:

Waarom blog je? Het is voor mij een uitstekend middel om mijn behoefte aan schrijven te verwezenlijken, zonder dat er druk op me ligt om een heel manuscript te produceren. Verder biedt het op een bescheiden manier een platform om iets van mijn ervaringen en overtuigingen met anderen te delen, in de hoop dat anderen er wat aan hebben. Zelf heb ik altijd veel aan het lezen van andermans ervaringen. Herkenning leidt tot vermindering van zorg over mijn eigenaardigheden.

Welke kunstenaar inspireert jou? Ik heb niet één kunstenaar die me inspireert, het is vooral een bepaalde stijl. Ik hou van krachtig vormgegeven kunst. Van expressionisme en gedurfde kleuren en beelden. Van Gogh, Emil Nolde, Henk Helmantel zijn een paar namen die me zo te binnen schieten. We hebben een schilderij van Marc de Kleine aan de muur hangen en een aantal van mijn vriendin Ans Wouters, die veel terra en aardkleuren in haar werk gebruikt.

Van wat voor muziek hou jij? Ik hou van bijna alle soorten muziek (behalve van atonale, moderne). Ik heb standaard Classic FM aanstaan, als achtergrond. Maar ik houd van pop, jazz, wereldmuziek, indie (voor het eerst over deze richting in de muziek gehoord van singer/songwriter zoon: Lukas Batteau.

Wie is belangrijk voor jou? Mijn echtgenoot, mijn kinderen en mijn kleinkinderen zijn erg belangrijk voor mijn gevoel van welzijn. Maar daarboven, -onder en -achter, Jezus Christus. Zonder Hem valt de bodem uit mijn bestaan en hebben zelfs de menselijke relaties geen zin meer. Alles krijgt voor mij betekenis in Hem. Wat overigens niet wil zeggen dat geloven en vertrouwen geen worsteling is.

Wat inspireert je? Ik raak geïnspireerd door het zien van ‘mooie’ dingen. Kunst zet me aan om erover te schrijven, in een Kringloop zie ik gebruikte spulletjes die me inspireren om ze te integreren in mijn huis. Ik ben geen ‘maker’. Behalve dat ik graag kook. Het lezen van een kookboek inspireert me ook. Maar het wordt nooit precies wat er in het kookboek staat.

Wat heb je van je moeder geleerd? Mijn moeder was lief en zorgzaam. Ze kon goed sfeer in huis creëren. Ze toonde haar liefde in die dingen. Lekker koken. Dat heb ik meegekregen van haar. Tegelijk heb ik wel moeten leren dat liefde verder reikt dan verzorgen. Ook communicatie is belangrijk.

Waar ben je trots op? Ik ben trots op het feit dat ik iedere keer weer, na de zoveelste verhuizing, een kale tuin toch weer aan het bloeien krijg en een prettige plek om te zitten.
.
Wanneer voel jij je kwetsbaar? Als mensen dieper doorvragen naar mijn persoonlijke gevoelens. Erover schrijven is één ding, erover praten is moeilijker.

Wat is een dierbare herinnering voor je? Onze tijd in Korea. We woonden daar als gezin met uiteindelijk vier kinderen en dat was een gelukkige tijd, zonder veel sociale stress.

Waar voel jij je gelukkig? Ik voel me nooit echt ‘gelukkig’ dat is een soort euforische emotie die ik niet zo ken. Maar na een drukke dag, kan ik me heel fijn voelen met een boek en een kop koffie of een glas wijn op de bank. Met in het vooruitzicht een goeie film of detective.

Wat wil je nog bereiken? Graag zou ik iets concreets willen doen voor christen vluchtelingenvrouwen. Hen een plek bieden waar ze zich gezien en gehoord voelen.

De regels:

  1. Je bedankt de persoon die je genomineerd heeft, en plaatst een link naar zijn/haar blog in je blogpost.
  2. Je beantwoordt de 11 vragen die je gekregen hebt bij de nominatie.
  3. Je nomineert zelf 5 tot 11 andere bloggers die minder dan 200 volgers hebben, en brengt hen hiervan op de hoogte.
  4. Je mag zelf niet terug genomineerd worden.

Mijn vragen aan de onderstaande genomineerden:

1. Waarom blog je?
2. Zou je meer willen schrijven dan een blog?
3. Wat geeft je voldoening?
4. Wat is voor jou het doel van je leven?
5. Wat zou je doen met €1000,-?
6. Wie zou je graag eens ontmoeten?
7. Naar welk land zou je graag eens reizen en waarom?
8. Welke traditie heb je meegenomen vanuit je gezin vroeger?
9. Heb je een favoriete schrijver?
10. Wat lees je graag?
11. Welke film heeft veel indruk op je gemaakt?

Ik nomineer Minca Oosterhoff van Wonderlijk Leven; zij schrijft mooie stukjes over kleine dingen die opvallen in het dagelijkse leven.
Ik nomineer Rianne Nieuwenhuize van Rianne blogt; zij schrijft over haar werk als redacteur en over haar dagelijkse ervaringen
Ik nomineer Saskia Batteau van Saskimo; zij schrijft over haar ervaringen in het verre New York City.
Ik nomineer Ruud ter Beek van Ruud ter Beek; hij schrijft mooi, dichterlijk en met humor over de bijbel, over geschiedenis en over reizen.

Kleine geschiedenis van mijn vader 3 – Van Duitsland, via Nederland naar de VS

Mijn reislustige oudvader (officiële naam van de vader van je betovergrootvader) aan vaders kant, Carl Heinrich Buschman  is twee maal geëmigreerd in zijn leven. Dat is toch wel opmerkelijk vind ik. In een tijd waarin reizen een enorme onderneming was, waar emigreren betekende definitief afscheid nemen van familie, heeft deze man dat tot twéémaal toe gedaan! Eerst afscheid, rond 1840, van zijn moeder in Duitsland , die als relatief jonge weduwe achterbleef met haar kinderen, misschien in de hoop dat haar zoons in haar onderhoud konden helpen voorzien. Ruim 35 jaar later neemt CHB opnieuw afscheid, maar dan van kinderen en kleinkinderen. Dat getuigt van een bepaald karakter, lijkt me.

Zijn oudste broer was in de jaren dertig van de 19e eeuw al eerder vertrokken naar Nederland en werkte bij een bakker in Rotterdam. Waarschijnlijk na het doorlopen van militaire dienst vertrokken. Net als Carl Heinrich Buschman (Karel of Henk?), volgens de papieren in Duitsland, zijn militaire dienst had vervuld, vóór hij naar Schiedam vertrok.

Ontheffing Nederlandse militaire dienst vanwege dienst in Duitsland
Ontheffing Nederlandse militaire dienst vanwege dienst in Duitsland

Het was een hele papierwinkel voor hem om daar later uiteindelijk te kunnen trouwen met zijn Helena Poots uit Dordrecht. Ze hebben, vermoed ik, lang moeten wachten voordat alles geregeld was. Niet leuk voor hen want Helena beviel nauwelijks een maand na de bruiloft van hun zoon Frederik Willem, mijn overgrootvader. Voor mij wel leuk, want door al die documenten krijg ik meer inzicht in een stukje van CH’s levensloop.

Van het feit dat hij in Duitsland in dienst was geweest, moest namelijk bewijs komen uit de deelstaat Hessen waar hij diende. Dat bewijs moest vervolgens door een notaris worden gewaarmerkt. Zijn geboortebewijs kwam niet van het stadhuis, maar van de Lutherse gemeente waar hij gedoopt werd. Ook dat moest natuurlijk bewezen en gewaarmerkt. In Holland gaan we niet over één nacht ijs, immers?

copiekerk.archieflavesloh1846

Van trouwen kon dus geen sprake zijn tot alle benodigde papieren binnen waren. Ondertussen groeide de buik van Helena. Mocht het een schande zijn geweest, dan was er geen geheimhouding meer mogelijk. Toch krijg ik de indruk dat er in die tijd vaak getrouwd werd met al een kind-op-komst. In de families van mijn beide ouders komt het met de regelmaat van de klok voor dat er kinderen geboren worden, minder dan 9 maanden na de huwelijksdatum. Een van mijn voorouders werd bij het huwelijk van haar ouders pas geëcht. Hoewel de vader al wel had laten vastleggen dat hij de vader was. Op zijn 19e. Hij en zijn aanstaande waren zo arm dat ze zelfs werden vrijgesteld van de leges voor de ondertrouw. Ook dat werd netjes vastgelegd in de documenten, artikelnummer en inhoud van het artikel: vanwege armoede. Tja.

Bewijs van armoede Jan van Katwijk
Bewijs van armoede Jan van Katwijk

Mijn ouders komen geen van beide uit een rijk voorgeslacht, dat mag duidelijk zijn. Pas aan het begin van de 19e eeuw zie je de welstand aan mijn moeders kant van de familie wat toenemen. De beroepen worden meer middenstand: Veldwachter, kantoorbediende, en een eigen bedrijf in glas en verf. Ik heb gegevens gevonden over een voorvader van Katwijk in de 17e eeuw die lid was van het Lucasgilde, het gilde voor alles wat met schilderen en verf te maken had, ook voor kunstschilders. Was hij ambachtsman of kunstschilder? Ik denk het eerste, want hoewel er aanleg voor tekenen in de familie zit, is er tot nu toe nog geen vroege of late Van Katwijk ontdekt, helaas…

Aangifte Maria van Katwijk 1828

Ik ben nu naarstig op zoek naar hoe het Carl Heinrich Buschman is vergaan in de Verenigde Staten. Hij vertrok met vrouw en dochter naar St. Louis, Missouri, het Mekka van Duitse immigranten en jammer genoeg heette 80% Buschman. Twee van zijn zoons (de jongsten) vertrokken met twee neven tegelijkertijd naar Kansas City, Kansas. Waarom daarheen? Had het iets te maken met veehandel, omdat hij daar in Nederland ook mee bezig was, evenals de oudste zoon, Frederik Willem ? Die handel was niet erg succesvol in elk geval. FW bleef achter, voor zover ik nu kan nagaan, met weinig geld op een gepacht stukje grond in Schiedam waar hij met zijn gezin op een klein boerderijtje woonde. Mijn oma Sonneveld werd daar geboren in 1875 als een van de elf kinderen (en één van de drie die overleven). Zij heeft haar eigen opa en oma dus niet bewust meegemaakt. Ze was twee jaar toen die vertrokken met de boot voor de grote overtocht naar Amerika. Het land van nieuwe mogelijkheden. In 1878.

Bloggen is leuk maar soms even niet

don_t-be-a-slave-to-writer_s-blockJa, dan zit je daar opeens weer met een ‘schrijversblok’. Dat overheersende gevoel van ‘alles is al gezegd, wat heb ik er nog aan toe te voegen?’ Als ik eerlijk ben is dat is natuurlijk waar. Niets van wat ik schrijf is super origineel of uniek, het is simpel mijn kijk op dingen, een verhaal over mijn ervaringen. En blijkbaar geef ik bij tijden weer wat anderen voelen of denken, of in ieder geval is mijn weergave interessant genoeg voor een groepje mensen om te lezen. En dat is leuk. En geeft voldoening. Ook al is het soms moeilijk te bedenken waar ik over schrijven wil.

In feite is het bedenken van een onderwerp niet zo moeilijk, maar mijn eigen meetlat ligt soms zo hoog dat ik halverwege het schrijven van een blog ermee ophoud..schrijven is best zwaar. Opnieuw beginnen, schrappen, inkorten, uitbreiden. En soms denk ik, toedeloe, ik ga lekker een detective kijken.

Maar na een inspirerend artikel (€0,95) over bloggen in mijn lijfblad, het Nederlands Dagblad (sommige bloggers schoppen het zelfs zo ver dat ze er hun brood mee verdienen!), voelde ik de vonk weer. Mijn boterham ermee verdienen gaat niet lukken, maar de voldoening van het schrijven is ook een soort loon. Waarom ik er niet aan kan verdienen ligt aan het volgende: om euro’s  te verdienen aan je blog bestaan er  volgens het artikel twee voorwaarden: 1. iedere dag bloggen en 2. focussen op iets wat jou onderscheidt.

En dat focussen, lezers, is mijn probleem.  Ik kan namelijk niet focussen. Daarom is er nog geen meesterwerk verschenen van mijn hand. linus-and-snoopy3Daarom staat ons huis vol met spullen uit alle tijdperken en periodes; en liggen er minstens 4 boeken op een stapeltje waar ik mee bezig ben.  Naast mijn bed en ook beneden. Ik neem me vaak voor hier wat orde in aan te brengen, maar ik zit blijkbaar zo in elkaar. Van veel een beetje. Van weinig alles.

Mijn hoofdinteresses zijn geschiedenis, en kunst in alle vormen en uitingen. Dat zie ik wel terugkomen in de derivaten die mijn bestaan vullen. Genealogie, en vooral de sociale geschiedenis van mijn familie, het verzamelen van oude spullen, vanwege de historie, de boeken die ik lees, de films die ik bekijk. Mijn hart gaat sneller kloppen zo gauw er oude en andere tijden aan te pas komen!

Mijn statistieken laten zien dat de persoonlijke verhalen het hoogst scoren. Familiegeschiedenis, de blogs over de laatste maanden van mijn moeders leven, de blogs over mijn worsteling met depressies. Ook reisverslagen doen het goed. Ook die zijn redelijk persoonlijk, geen tripadvisor blogs.

Dat is denk ik voor mij de beste focus: persoonlijk schrijven over wat ik lees, zie en meemaak: de mooie en de lelijke, de grote en de kleine dingen, in deze tijden of andere tijden.

Wat vinden jullie als volgers van mijn blog?

 

 

Een steen in de vijver gooien?

slapeloze nachtenIk dacht vorige week, geprangd door alles wat er gebeurt in de wereld en met een enorme drang ‘iets’ te doen:  ik gooi een steen in de vijver en zie wat ervan komt. Die steen was een oproep op Facebook om aanwezig te zijn op een manifestatie als protest tegen en steunbetuiging aan de miljoenen ontheemden, vervolgden, gemartelde, verkrachte minderheden in de wereld. Christen, moslim, jezidi, en noem maar op verder. Zelfs niet-gelovigen, atheïsten hebben geen recht op leven in de zogenaamde kalifaten. Hoezeer we het onderling oneens zijn, dood door geweld is niet te tolereren.

Ik was naiëf. En ongeduldig. Niets ontstaat vanzelf. Hoewel het me fascineert dat bij sommige demonstraties toch binnen no time duizenden mensen de straat op gaan. Zit dáár dan een solide organisatie achter? Zelfs het (per abuis publieke) verjaardagsbericht een tijd geleden van een meisje in Haren bracht duizenden uit het hele land naar de stad. Mijn publieke berichtje was wellicht te vaag nog? Wanneer? waar? hoe laat?  Misschien was een boodschap als: Komt Allen Zaterdag Naar het Plein in Den Haag en Neem Spandoeken met #WeDoNotForgetYou! Mee!! genoeg geweest?

Van een Joodse rabbijn kreeg ik een sympathieke reactie. Hou me op de hoogte. Van ChristenUnie tot nu toe niente. Ook van Open Doors niet. Ligt ook aan mij. Les: mails hebben geen zin. Bellen is beter! Laat ik nu een telefoonfobie hebben 😦 !
Ik kan erover heen stappen, hoor, maar mailen is zóveel fijner…

En toen ging ik er slecht van slapen. Ik dacht, stel dat er inderdaad duizenden gaan reageren en ik ben eindverantwoordelijk: Help!  En hoe doe ik het logistiek? Van mijn werk uit het verleden wist ik wel een beetje wat er allemaal te doen staat om een event te organiseren: bellen, bellen, persberichten versturen, alle sociale media volgen en bestoken, afgebeld worden, nieuwe sprekers zoeken, lokaties, geluid.  Inmiddels was het 03.00 uur en ik lag nog te stuiteren…Dan vielen mijn ogen langzaam dicht, maar: Oh ..en het zou mooi zijn als Psalmen voor Nu zou optreden en klaagpsalmen zou spelen..!! En …moet je eigenlijk geen vergunningen?
Het wordt tegenwoordig weer vroeger licht, merkte ik aan het einde van die nacht…

Ik had juist gehoopt, lui als ik ben, dat er iemand zich zou melden: goed initiatief, dat ga ik eens even goed regelen. En ik zou dan een taak hier en daar op me nemen. Ach lieve help…ik ben geen kartrekker, ik bedenk alleen maar dingen. Dat is de frustratie van deze creatieve ideeën bedenker: ik heb hulp van anderen nodig om iets uit te voeren. Door een kronkel in mijn brein word ik al nerveus van de kerstboodschappen. Laat staan van een landelijke manifestatie.

Mijn zoon (en echtgenoot, die kent me!)zei wijs: Mam, je moet klein beginnen.
Dat gaan we dus maar doen.

Mocht iemand toch willen steunbetuigen met mij: laat het me weten, dan zoeken we hier in IJsselstein een mooi plekje op!

#WeDoNotForgetYou!

Hondenfluisteraar

dog-whisperer-cesar-millan-Als ik er langs zap blijf ik meestal even hangen: The Dogwhisperer, Cesar Milan. Op een van de commerciële zenders, National Geographic Channel Wild. Die mooie kop alleen al van de man. Mexicaan denk ik, van oorsprong, mooi gebruind, grijs haar en een lijf zo uit de sportschool. Maar goed, dat is niet de reden dat ik blijf hangen. Hij is toch te breed en zo naar mijn smaak.

Maar zijn manier van omgaan met (probleem)honden en mensen is fenomenaal. We hebben ooit zelf honden gehad en dan herken je veel van zowel het honden- als mensen gedrag. Vooral ook wat we niet goed deden. Te lief, te weinig de baas zijn. Te veel de honden als onze baby’s zien. Het is heel verleidelijk, omdat ze als pups zo overweldigend schattig zijn. Maar slechte gewoontes die je jong niet corrigeert worden als de honden ouder worden irritant of gewoonweg gevaarlijk. Een van onze honden gromde als je aan zijn eten kwam. Dat vonden wij, naief als we waren wel lief van zo’n mini-hondje. Maar later, toen onze mini-hond groot was gromde hij nog steeds en moest je met allerlei commando’s hem bevelen zijn bak los te laten. Wij wisten het en naar ons luisterde hij, maar wee degene die zonder enig vermoeden iets wilde pakken zelfs maar in de buurt van die bak…Onze Max beet in alles wat hem niet zinde. En hard ook. Na de derde gast bij de EHBO voor een tetanus injectie was het einde verhaal en hebben we hem naar het asiel gebracht, met pijn in ons hart want het was een geweldige hond verder.

Nu hebben we geen honden meer. Ik heb er wel nog eentje die voor de buitenwereld onzichtbaar is, maar bij mij heel lastig gedrag kan vertonen. Mijn hoogst persoonlijke ‘Black Dog’ die meestal braaf in zijn bench blijft, maar af en toe opeens naast mijn bed staat, grommend en al. Voor diegenen die mijn blog nog niet zo lang volgen lees hier meer over die Zwarte Hond. Het is de naam die Churchill ooit aan zijn depressies gaf. 

Het helpt me om zo’n beeld te hanteren. Het meest destructieve van een depressie is namelijk de neiging te denken dat jij het zelf bent die al die zwarte gevoelens en gedachten genereert, terwijl het de kwaal, de ziekte is die alles vervormt. Om het buiten je zelf te plaatsen geeft moed en ruimte om de strijd aan te gaan. Het is een woeste, dreigende, blaffende en grommende hond, maar er zijn middelen en er is hulp om hem te bedwingen. Handelbaar te maken.

En daar is de link met de Hondenfluisteraar. Wat hij doet kan ik toepassen op mijn eigen onhandelbare Hond. Wat leert Cesar de baasjes namelijk? Dat zij door hun gedrag de hond beïnvloeden. Zijn ze angstig, onzeker, te lief, dan nemen dominante honden het heft in handen. De baasjes moeten zeker worden van zichzelf, rustig zijn en respectvol, maar vol overtuiging, de baas blijven. Nu is dat veel gevraagd van iemand met een depressie. Het laatste wat je voelt is rust en zekerheid immers. Maar deze baasjes vroegen ook om hulp. Het is blijkbaar iets wat je leren kunt met oefening en geduld. Veel eigenaren met een probleemhond raken geïsoleerd vanwege dat gedrag van hun beest. Als ze hulp gezocht hebben en leren omgaan met de problemen komen ze ook uit hun sociale isolement!

Moraal: Zoek een ‘Dogwhisperer voor jouw Black Dog’.