De ingewikkeldheid van het familieleven

Onlangs heb ik een avondlang gesprekken gehad met sommige siblings (daar hebben wij helaas geen woord voor in het Nederlands, broers en zussen) over onze jeugd. Wat ging er goed, wat ging er fout? Hoe heeft het ons beïnvloed? Wat speelt er nog nu in ons leven? Hoe kijken we aan tegen onze vader en moeder? Er is altijd zoveel te bespreken. Wij waren met vijf kinderen en hebben allemaal onze eigen herinneringen en ervaringen.

Wanneer je als kind opgroeit met een driftige vader (of sibling) laat dat sporen na. Drift is namelijk onvoorspelbaar en onberekenbaar. Voor kinderen een factor van betekenis. Vooral in het ontwikkelen van een gevoel van veiligheid. Tegenover mijn driftige vader, stond mijn vredelievende en conflictmijdende moeder, die onder iedere woordenwisseling leed. Grotere tegenstelling kun je je niet voorstellen.

Mijn vader’s drift kwam, denk ik,  vaak voort uit onmacht. Wat hij wilde, was wat hij als ‘normaal’ ervoer. Wat hij belangrijk vond, maar waar hij geen woorden aan kon geven. Je gaat twee keer naar de kerk. Punt. We eten ś zondags om half negen ontbijt, dus moet je er om half acht uit. Punt. Je gaat naar catechisatie, proefwerk of niet. Punt.

In mijn herinnering slikten mijn broers en zussen niets voor zoete koek. Het was de beruchte generatielkloof die in de jaren zestig voor zo ontzettend veel onbegrip en wrijving zorgde tussen de generaties. Ik kwam net kijken (1955) dus was meer toeschouwer dan participant.

Terugkijkend, nu zelf ouder en wijzer (?) begrijp ik zoveel beter hoe vervreemdend alles geweest moet zijn voor mijn ouders. Zelf van de vooroorlogse generatie die geleerd had ouders niet te bekritiseren en te bevragen, kregen ze te maken met kinderen die opstandig waren, niet alles zomaar slikten en die het waarom wilden weten van iedere handeling of beslissing.

Iets van die ‘eigenwilligheid’ was mijn vader niet vreemd geweest in zijn eigen jonge jaren. Hij vertelde altijd met glinsterende ogen hoe hij zijn ouders te slim af was door in plaats van naar catechisatie (of iets dergelijks) naar dansles te gaan. Tot mijn grootvader hem een keer volgde (met een hoed diep over de ogen) en hem opwachtte bij het einde van de les…Maar hij erkende dat hij betrapt was en accepteerde de sancties. En dat was nu het verschil met de jaren zestig. Het gezag van ouders was niet langer vanzelfsprekend.

Mijn vader zei altijd dat mijn moeder hem op het rechte pad van kerk en geloof had teruggebracht. Hoewel hij altijd wel klaar stond voor een dansje met één van ons. Maar toch. Als het over het waarom van de dingen ging, gaf hij niet thuis. Vooral als hij voelde dat met die vraag ook zijn gezag werd aangetast, door de toon waarop die vraag dan gesteld werd. Stapje terug, de boel laten kalmeren en er dan nog eens over doorpraten was er niet bij. Er ontstond direct een aanvaring. ‘Omdat ik het zeg!’, was de standaard uitdrukking waarmee hij mijn broers en één van de zussen op de kast kreeg. Wóest was mijn oudste zus toen mijn vader bij mij de nagellak wegschrapte van mijn arme nageltjes, met een aardappelschilmesje. In mijn onschuld (ik was 6?) had ik die met mijn buurmeisje erop gekalkt. Het hoorde niet. Punt. Het was ordinair. Punt.

Mijn oudste broer en zus waren negen en tien jaar ouder dan ik. In mijn ogen bijna op het niveau van ‘grote mensen’. Een andere zus scheelde zes jaar en dan volgde de broer boven mij, drie-en-half jaar ouder. Met vijf goed gebekte, eigenwijze kinderen heeft mijn vader het wel erg te stellen gehad.

Wat meespeelde was dat hij, totdat ik een jaar of tien was, (dus ver voorbij de middelbare schooljaren van mijn oudste broer en zus) veel op reis was voor zijn werk. Soms wel een hele week, waarbij hij dan in een hotel overnachtte. Mijn moeder hield de boel draaiende, met moeite. Maar door haar zachte, conflictvermijdende aard,  was er minder ruzie. De sfeer was beter. Als mijn vader dan thuiskwam was het net of alles anders was.

Ik heb mijn vader, o.a. door het vele geruzie (in mijn beleving tenminste) tijdens mijn eerste tien levensjaren niet echt leren kennen. Toen mijn broers en zussen geleidelijk het huis verlieten om te gaan studeren of werken (of trouwen) werd de sfeer anders. Minder gespannen. Ik kreeg wat meer contact met hem.  Maar het bleef toch altijd wat moeizaam. Hoewel ik nooit heb getwijfeld aan zijn liefde voor me. Pas later heb ik me gerealiseerd hoe ik hem bekeek en beleefde door mijn moeders ogen. Zo vast zat ik aan haar, dat een eigen oordeel eigenlijk pas mogelijk werd toen een volkomen buitenstaander, in de persoon van mijn echtgenoot, de dynamiek van die relaties binnenkwam en (positief) beïnvloedde. Hij benaderde mijn vader als een gesprekspartner, zonder de lading van vroegere irritaties en gevoeligheden en dat gaf me een ander beeld.

Mijn vader was een kind van zijn tijd. Met veel inspanning en hard werken heeft hij een relatief groot gezin kunnen voorzien in alles wat nodig was en meer. Al heel vroeg gingen we op vakanties. Er waren altijd cadeautjes, met verjaardagen en Sinterklaas. Tweemaal per jaar werd er kleding gekocht. Hij hield van gezelligheid, trakteerde in de vakanties op drinken, op patat en kroketten.

Had hij verstand van opvoeden, nou nee…Was hij wijs, iemand bij wie je altijd terecht kon om je hart uit te storten? Nee, ook niet. Hij had weinig geduld, was geen pedagoog en zeker geen goede luisteraar. Hij ging gauw meppen, wat ook geen aanbeveling was. Was hij dus een slechte vader? Nee, absoluut niet. Hij was een vader met de beste bedoelingen en veel menselijke zwakheden, zou ik zeggen. Uit het feit dat hij alle kinderen koosnaampjes gaf en de manier waarop hij over ons praatte, heb ik altijd geproefd dat hij ten diepste gek op ons was. Met terugwerkende kracht realiseer ik me dat ik eigenlijk ook wel gek was op hem. Dat is het geschenk van ouder worden, vind ik. Je wordt milder, snapt beter waar gedrag vandaan komt en je weet zoveel beter hoe zwak en gebrekkig veel van je eigen reacties en handelingen waren en zijn.

De grootste invloed die mijn vader op mij heeft gehad is, dat ik nog steeds gek ben op ergens koffie te drinken, het super gezellig vind om met elkaar een glas wijn (liever geen jenever) te drinken en dat ik geknield bid. Dat zag ik hem vroeger doen, zoals ik al eens eerder schreef. Onbewust blijk ik dat overgenomen te hebben als gebedshouding. Het helpt concentreren is mijn ervaring. En dat is uiteindelijk de grootste invloed: die vaste, diepe overtuiging van mijn vader dat er een Vader in de hemel is, Die, wat er ook gebeurt ons liefheeft en dat Hij in Jezus naar ons toegekomen is. Het was een worsteling voor hem om daar op te vertrouwen, in de teleurstellingen die het leven hem brachten, maar eraan getwijfeld heeft hij niet.

Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen. de zekerheid van allen die U vrezen. Geslachten gaan, geslachten zullen komen: wij zijn in uw ontferming opgenomen (Psalm 90:1)

We hebben de psalm op zijn begrafenis gezongen en ik heb hem bijna mee horen zingen!

19 oktober, vakantie en een verjaardag

Co van Katwijk, 19/10/1997
Co van Katwijk, 19/10/1997

Herfstvakanties ontgaan me nooit. Al twee decennia geen kinderen meer thuis, laat staan op school en toch weet ik feilloos wanneer de herfstvakantie is. De 19e oktober, de verjaardag van mijn moeder tot 2006, haar sterfjaar, valt er altijd in. Je moeder jarig en vakantie, wat wil je als kind nog meer? Verjaardagen werden thuis altijd gevierd en zeker voor die tijd, uitbundig.

Uiteraard met cadeautjes, al kan ik me niet een van mijn eigen cadeau’s herinneren. Mijn moeder had later wel prullaria staan waarvan ik dan zei, gooi toch weg, maar ieder ding had een speciale herinnering. Gekregen van die en die, waarbij dan een naam van een broer of zus voorbij kwam. Bijzonder dierbaar waren prullen die voor een eerst verdiende vakantiegeld gekocht werden. Ik was als jongste wellicht wat zuunig, want er stond nooit iets van mij bij…

Voor haar verjaardag was mijn moeder dagen van tevoren al boodschappen aan het slepen. Zware tassen aan haar stuur, maar geen fietstassen want dat stond ordinair. Mijn moeder was zich van haar stand bewust. Dat het een hoop gesjouw scheelde mocht niet baten. Liever driemaal op en neer.

Mijn vader zorgde voor de sterke drank. Specialiteit van het huis, want mijn vader handelde in jenever en aanverwante dranken (citroenjenever, bessenjenever, oude jenever, jonge jenever en wat er verder nog meer gebrouwen werd). Ook voor de sherry en de advocaat werd gezorgd. Wijn werd niet gedronken. Tenzij het de mierzoete Spaanse variant was. Maar advocaat was verreweg de meest populaire damesdrank. En boerenjongens, rozijnen ingemaakt in brandewijn. Pittige rozijnen werden dat! Een tante dronk jonge jenever. Dat viel wel op. Met haar sigaret zonder filter, borreltje en doorrookte stem was ze een aparte tante. Maar wel lief!

Terug naar de dagen van voorbereiding. Ik maakte die met gespannen verwachting mee. Met de boodschappen eenmaal in huis, uitgestald in de kelder als een waar luilekkerland, begon de rest: Cakes bakken in het losse oventje dat uit de schuur werd gehaald, op het aanrecht geplaatst en met een slang werd aangesloten op het gas. Mijn moeder maakte heerlijke, goudgele cake. De geur alleen al!

In het primitieve jaren vijftig keukentje ging ondertussen de rest van het werk ook door. Naast de verjaardagsdrukte, moest er gezorgd worden voor het gezin met vijf kinderen. Gekookt, gewassen, afgewassen en het huis netjes en schoon gehouden…wat een eindeloze dagen moeten dat geweest zijn. Mijn moeder was geen enorme poetser, maar alles moest voor het oog in elk geval netjes en schoon zijn. Zeker als er een stoet mensen op bezoek kwam!

Later vertelde ze me wel dat ze op dat soort dagen valium slikte omdat ze stijf stond van de spanning. Eigenlijk was het allemaal veel te veel. Kwestbaar als ze was, kon ze die drukte in feite niet aan. Maar het hoorde zo. Verjaardagen vier je. Punt. De familie moest langskomen. En daar dacht je ook niet over na.

Ik had dat natuurlijk allemaal niet door als kind. Ik kon niet wachten tot de ooms en tantes kwamen en het huis bruiste van hun aanwezigheid. Vooral mijn moeders broers en zussen waren geliefd bij ons als kinderen. Ze hadden een groot gevoel voor humor en vertelden altijd de gekste verhalen. Het gillende gelach van mijn tantes kan ik nog horen!

Mijn vaders broers en zussen waren heel verschillend. Je had de ‘stillen’, die niets zeiden en wat humeurig leken. En je had de lolbroeken die van een borreltje en een geintje hielden, zoals mijn vader en twee van zijn broers. Maar de humor was meestal niet naar mijn moeders smaak, dat voelde ik als kind wel aan…Henk!, zei ze dan, op zachte toon.

Ik herinner me de verjaardagen als geluksmomenten in mijn jeugd. Ik was een wat tobberig en angstig kind (leefde heel erg verbonden met mijn onzekere, sociaal angstige moeder), maar de avonden dat ik boven in bed lag, luisterend naar het geroezemoes en gelach beneden, voelde ik me warm en veilig.

Verjaardagen en vakantie…een perfecte combo!

De ‘vacantietijd’

paenkinderen1954
vader met vier van de kinderen, vóór mijn verschijnen…

Hielp mijn vader tijdens vakanties in het huishouden? Ik moest er vanmorgen opeens diep over nadenken, na het lezen van ‘Uit de hoofdredactie’ in het Nederlands Dagblad. Hoofdredacteur Sjirk Kuiper citeert een editie van 3 juli 1965, waarin de toenmalige hoofdredacteur, in verband met de ‘vacantietijd’, de oudere kinderen oproept hun moeder wat te helpen tijdens de weken in een ‘zomerhuisje of tent’.
‘Vacantietijd’…voor velen een tijd van ontspanning – ‘maar niet voor de huisvrouwen, in het bijzonder de moeders van opgroeiende kinderen’ – ‘tenzij de kinderen al zo groot zijn dat ze meehelpen om het ook voor moeder eens wat gemakkelijker te maken.’ Sjirk Kuiper wijst erop dat hier de vaders buiten beeld blijven, alsof die niet ook mee zouden kunnen helpen. ‘Ook vaders zijn verantwoordelijk voor de rust van moeder.’

Dat zette me aan het denken. Ik deel een paar van de gedachtes:

1. Ik voerde, volgens mij, geen barst uit; tot ik op mezelf ging wonen rond mijn 17e (ja, jong!)

2. Hoe zat dat nou met mijn vader? Die hielp wel, maar wat deed hij dan eigenlijk?

De eerste vakanties die ik me herinner zijn vakanties op de Veluwe, waar we in een, wat we nu een krot zouden noemen, drie weken verbleven. In Garderen. Ik vond het er heerlijk. Het rook er verrukkelijk naar bos, heide en zandpaden. Als watermens zijn mijn scherpste herinneringen die van het Uddelermeer. De aardachtig, donkere geur van het natuurmeer is in mijn geurgeheugen gegrifd. En dan: Zwemmen, altijd een feest!

Zo’n dagje Uddelermeer ging natuurlijk niet vanzelf. We fietsten, met handdoeken en badkleding achterop. We aten gesmeerde en belegde boterhammen, dronken ranja, , waarschijnlijk koekjes, snoepjes. En we waren met zeven á acht personen. Zus Loes had al vroeg verkering.

Ik heb in het verleden ook dat soort stranddagen voorbereid voor eigen gezin van zes personen. Het was een klus. De hele dag is er proviand nodig. Maar…

…Wij smeerden sandwiches, dat wel, maar vulden het meestal aan met een patatje. We kochten pakjes drinken (dit is vóór mijn ecologisch bewustzijn ontwaakte), we smeten alles in de stationwagen en reden naar de kust en na thuiskomst stonden de wasmachine en droger geduldig te wachten op hun lading.

De handdoeken die we aan het Uddelermeer gebruikten, moeten modderig geworden zijn na een dag zwemmen en drogen. Maar in het krotje stond bij thuiskomst geen wasmachine. Ook niet voor de stapels ondergoed, sokken, en kleding van zeven of acht mensen. Ik kan me wel de emmertjes herinneren die mijn moeder gebruikte, maar pas later realiseerde ik me, hóeveel was erdoorheen ging. We gebruikten ongetwijfeld minder vaak verschoningen dan nu, maar zowel vader als moeder waren erg schoon. We zullen echt niet een week met dezelfde modderige handdoeken gedaan hebben. Laat staan ondergoed en kleding. Dat moet toch keihard werken geweest zijn! Als kind heb ik dat zo nooit beleefd. Mijn moeder verstond de kunst om gezelligheid te creeeren en ze was geen klager. Ze had beter meer kunnen mopperen om zodoende meer hulp te genereren van al die mensen om haar heen, zowel van kinderen als echtgenoot. Mijn moeder was regelmatig overspannen, waaruit wel blijkt dat  het huishouden en gezin haar (te) zwaar vielen. Wij werden niet opgevoed om te helpen. Ze deed alles alleen. We waren dus als kinderen erg verwend.

Ik weet bijna zeker dat mijn vader hielp met de afwas. Ik zie hem de tafel afruimen, de vaat voorspoelen, zo grondig dat hij pas na een paar keer roepen terug naar de tafel kwam om te eindigen (met bijbellezen en gebed). Hij bracht mij soms naar bed en deed me ook in bad. Ik weet dat nog zo goed omdat het minder gezellig was dan wanneer moeder het deed.

Mijn vader deed alle karweitjes waar gereedschap bij nodig was, deed alle financieën, zorgde voor de auto en hij hield de tuin bij. Een vrij traditionele taakverdeling, denk ik, in die tijd. (Hoewel ik vrijwel naadloos in het patroon pas, behalve de tuin dan…) Koken heb ik mijn vader nooit zien doen.

Ik kom tot de conclusie na deze overpeinzingen dat mijn vader het zo slecht nog niet deed. Er was wel sprake van een taakverdeling, maar hij droeg zijn steentje bij. Ik weet van mijn moeder dat ze ondanks de ongemakken altijd zeer genoot van vakanties. Zo hebben mijn beide ouders me kostbare herinneringen bezorgd: zonnige zomers (nou ja, de regen ben ik vergeten, hoor), weg uit de stad, water, bergen, bossen en meren. Extra lekkere dingen en aan het einde: potverteren (het ‘overgebleven’ vakantiegeld opmaken in een cafetaria waar we patat en kroketten aten, heaven on earth!)

meer vakantieherinneringen, of hier over mijn vader

Oudroze en hoe ik weer iets heb geleerd

Alles gaat bij mij geleidelijk. Ik heb inmiddels (na 60 jaar) over mezelf geleerd dat ik te snelle veranderingen niet fijn vind. Altijd heb ik even tijd nodig om te ‘wennen’. Als ik thuis ben wil ik eigenlijk niet weg, als ik weg ben wil ik in feite niet naar huis. Niks ergs. Goed mee te leven als je het weet van jezelf. Ik merk het ook aan dingen weggooien. Vind ik heel moeilijk. Planten die lelijk worden zet ik eerst een poosje buiten tot ze daar nog lelijker worden en dan kan ik pas afscheid nemen.

Mijn moeders kleding (ze overleed in 2006) is ook zo’n ding. In een keer alles weg doen bleek een tijd geleden een brug te ver. Ik bewaarde stapels truien waarvan ik wist dat ze die met zorg had uitgekozen en nog wat andere zaken. Van één trui heb ik nog een sjaal gemaakt. Langzamerhand voelde ik dat de tijd aanbrak om weer eens wat weg te doen. Ik heb toen de truien weg gedaan die ik zelf niet mooi vond. Maar de allermooiste, de kobaltblauwe, de oudroze, die heb ik weer terug in de doos gedaan.

Oudroze was een van mijn moeders lievelingskleuren. Ik ben ermee opgegroeid en was verbaasd toen mensen mij aankeken later en zeiden, oudroze, wat is oudroze? Ja, oudroze is roze maar dan oud.., verbleekt zeg maar. Best mooi, vind ik ook. Met grijs, of blauw. Een andere kleur die mijn moeder droeg, maar pas later. Aanvankelijk durfde ze niet zo op te vallen. Alles was pastel en tot op zekere hoogte kleurloos. Maar oudroze, dat kon.

Zo waren ook vele meubels oudroze bekleed. De eettafelstoelen, de fauteuils, allemaal van een rozig kleedje voorzien. Ook die heb ik nog staan. Wat moet ik er nu mee…? Met die vraag liep ik de laatste maanden rond. Enigszins in de greep van een opruimwoede. Wegdoen naar de Kringloop? Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen. De stoel waar ze zo trots op was toen die net terug kwam van de stoffeerder. Eerst maar een poosje in de garage stallen.

upholsteringma'schairEn zo besloot ik op een mooie middag dat nu de tijd gekomen was om van deze stoel een project te maken. De bekleding eraf en gewoon eens kijken of ik dat zelf zou kunnen, bekleden. Dat heb ik geweten. Ik heb heus weleens een stoel opnieuw bekleed. Maar dat ging dan meestal van hatseflats, kussens eruit, stof eraf, nieuwe stof erop, klaar. Dit echter was van een geheel andere orde. De oudroze stof, waar mijn moeder zo trots op was, zat met drie miljoen nietjes en sierspijkers verankerd aan het hout van de stoel. In het zweet mijns aanschijns heb ik die eruit moeten wurmen. Met een schroevendraaier en een tangetje. Eén voor één.

Ik snap nu waarom meubels laten stofferen zo duur is.

Liebster Award

liebster2Busybeezzz heeft mij genomineerd voor de Liebster Award. Eerlijk gezegd had ik geen flauw idee wat dat was. Maar een Award klinkt altijd goed, natuurlijk.

Inmiddels weet ik meer.  Het is een award die op internet door bloggers aan andere bloggers wordt gegeven, om die meer in de picture te plaatsen. Heel sympathiek idee!

Busybeezzz is een creatieve website/blog van Frouckje, Elmarie en Liesbeth die allerlei creatieve projecten onder handen hebben. Ze maken mooie dingen op het gebied van textiel, schoonheidsproducten, fotografie, schrijven enzovoorts. Ga vooral eens op hun site kijken!

Vragen beantwoorden

Ik kreeg elf vragen van Busybeezzz om te beantwoorden. Straks moet ik weer vijf tot elf blogs uitverkiezen om ze te nomineren voor de Liebster Award. Die vragen mag ik zelf formuleren. Dat wordt nog even piekeren dus!

Ik begin met de vragen die Busybeezzz mij stelde:

Waarom blog je? Het is voor mij een uitstekend middel om mijn behoefte aan schrijven te verwezenlijken, zonder dat er druk op me ligt om een heel manuscript te produceren. Verder biedt het op een bescheiden manier een platform om iets van mijn ervaringen en overtuigingen met anderen te delen, in de hoop dat anderen er wat aan hebben. Zelf heb ik altijd veel aan het lezen van andermans ervaringen. Herkenning leidt tot vermindering van zorg over mijn eigenaardigheden.

Welke kunstenaar inspireert jou? Ik heb niet één kunstenaar die me inspireert, het is vooral een bepaalde stijl. Ik hou van krachtig vormgegeven kunst. Van expressionisme en gedurfde kleuren en beelden. Van Gogh, Emil Nolde, Henk Helmantel zijn een paar namen die me zo te binnen schieten. We hebben een schilderij van Marc de Kleine aan de muur hangen en een aantal van mijn vriendin Ans Wouters, die veel terra en aardkleuren in haar werk gebruikt.

Van wat voor muziek hou jij? Ik hou van bijna alle soorten muziek (behalve van atonale, moderne). Ik heb standaard Classic FM aanstaan, als achtergrond. Maar ik houd van pop, jazz, wereldmuziek, indie (voor het eerst over deze richting in de muziek gehoord van singer/songwriter zoon: Lukas Batteau.

Wie is belangrijk voor jou? Mijn echtgenoot, mijn kinderen en mijn kleinkinderen zijn erg belangrijk voor mijn gevoel van welzijn. Maar daarboven, -onder en -achter, Jezus Christus. Zonder Hem valt de bodem uit mijn bestaan en hebben zelfs de menselijke relaties geen zin meer. Alles krijgt voor mij betekenis in Hem. Wat overigens niet wil zeggen dat geloven en vertrouwen geen worsteling is.

Wat inspireert je? Ik raak geïnspireerd door het zien van ‘mooie’ dingen. Kunst zet me aan om erover te schrijven, in een Kringloop zie ik gebruikte spulletjes die me inspireren om ze te integreren in mijn huis. Ik ben geen ‘maker’. Behalve dat ik graag kook. Het lezen van een kookboek inspireert me ook. Maar het wordt nooit precies wat er in het kookboek staat.

Wat heb je van je moeder geleerd? Mijn moeder was lief en zorgzaam. Ze kon goed sfeer in huis creëren. Ze toonde haar liefde in die dingen. Lekker koken. Dat heb ik meegekregen van haar. Tegelijk heb ik wel moeten leren dat liefde verder reikt dan verzorgen. Ook communicatie is belangrijk.

Waar ben je trots op? Ik ben trots op het feit dat ik iedere keer weer, na de zoveelste verhuizing, een kale tuin toch weer aan het bloeien krijg en een prettige plek om te zitten.
.
Wanneer voel jij je kwetsbaar? Als mensen dieper doorvragen naar mijn persoonlijke gevoelens. Erover schrijven is één ding, erover praten is moeilijker.

Wat is een dierbare herinnering voor je? Onze tijd in Korea. We woonden daar als gezin met uiteindelijk vier kinderen en dat was een gelukkige tijd, zonder veel sociale stress.

Waar voel jij je gelukkig? Ik voel me nooit echt ‘gelukkig’ dat is een soort euforische emotie die ik niet zo ken. Maar na een drukke dag, kan ik me heel fijn voelen met een boek en een kop koffie of een glas wijn op de bank. Met in het vooruitzicht een goeie film of detective.

Wat wil je nog bereiken? Graag zou ik iets concreets willen doen voor christen vluchtelingenvrouwen. Hen een plek bieden waar ze zich gezien en gehoord voelen.

De regels:

  1. Je bedankt de persoon die je genomineerd heeft, en plaatst een link naar zijn/haar blog in je blogpost.
  2. Je beantwoordt de 11 vragen die je gekregen hebt bij de nominatie.
  3. Je nomineert zelf 5 tot 11 andere bloggers die minder dan 200 volgers hebben, en brengt hen hiervan op de hoogte.
  4. Je mag zelf niet terug genomineerd worden.

Mijn vragen aan de onderstaande genomineerden:

1. Waarom blog je?
2. Zou je meer willen schrijven dan een blog?
3. Wat geeft je voldoening?
4. Wat is voor jou het doel van je leven?
5. Wat zou je doen met €1000,-?
6. Wie zou je graag eens ontmoeten?
7. Naar welk land zou je graag eens reizen en waarom?
8. Welke traditie heb je meegenomen vanuit je gezin vroeger?
9. Heb je een favoriete schrijver?
10. Wat lees je graag?
11. Welke film heeft veel indruk op je gemaakt?

Ik nomineer Minca Oosterhoff van Wonderlijk Leven; zij schrijft mooie stukjes over kleine dingen die opvallen in het dagelijkse leven.
Ik nomineer Rianne Nieuwenhuize van Rianne blogt; zij schrijft over haar werk als redacteur en over haar dagelijkse ervaringen
Ik nomineer Saskia Batteau van Saskimo; zij schrijft over haar ervaringen in het verre New York City.
Ik nomineer Ruud ter Beek van Ruud ter Beek; hij schrijft mooi, dichterlijk en met humor over de bijbel, over geschiedenis en over reizen.

Bloggen is leuk maar soms even niet

don_t-be-a-slave-to-writer_s-blockJa, dan zit je daar opeens weer met een ‘schrijversblok’. Dat overheersende gevoel van ‘alles is al gezegd, wat heb ik er nog aan toe te voegen?’ Als ik eerlijk ben is dat is natuurlijk waar. Niets van wat ik schrijf is super origineel of uniek, het is simpel mijn kijk op dingen, een verhaal over mijn ervaringen. En blijkbaar geef ik bij tijden weer wat anderen voelen of denken, of in ieder geval is mijn weergave interessant genoeg voor een groepje mensen om te lezen. En dat is leuk. En geeft voldoening. Ook al is het soms moeilijk te bedenken waar ik over schrijven wil.

In feite is het bedenken van een onderwerp niet zo moeilijk, maar mijn eigen meetlat ligt soms zo hoog dat ik halverwege het schrijven van een blog ermee ophoud..schrijven is best zwaar. Opnieuw beginnen, schrappen, inkorten, uitbreiden. En soms denk ik, toedeloe, ik ga lekker een detective kijken.

Maar na een inspirerend artikel (€0,95) over bloggen in mijn lijfblad, het Nederlands Dagblad (sommige bloggers schoppen het zelfs zo ver dat ze er hun brood mee verdienen!), voelde ik de vonk weer. Mijn boterham ermee verdienen gaat niet lukken, maar de voldoening van het schrijven is ook een soort loon. Waarom ik er niet aan kan verdienen ligt aan het volgende: om euro’s  te verdienen aan je blog bestaan er  volgens het artikel twee voorwaarden: 1. iedere dag bloggen en 2. focussen op iets wat jou onderscheidt.

En dat focussen, lezers, is mijn probleem.  Ik kan namelijk niet focussen. Daarom is er nog geen meesterwerk verschenen van mijn hand. linus-and-snoopy3Daarom staat ons huis vol met spullen uit alle tijdperken en periodes; en liggen er minstens 4 boeken op een stapeltje waar ik mee bezig ben.  Naast mijn bed en ook beneden. Ik neem me vaak voor hier wat orde in aan te brengen, maar ik zit blijkbaar zo in elkaar. Van veel een beetje. Van weinig alles.

Mijn hoofdinteresses zijn geschiedenis, en kunst in alle vormen en uitingen. Dat zie ik wel terugkomen in de derivaten die mijn bestaan vullen. Genealogie, en vooral de sociale geschiedenis van mijn familie, het verzamelen van oude spullen, vanwege de historie, de boeken die ik lees, de films die ik bekijk. Mijn hart gaat sneller kloppen zo gauw er oude en andere tijden aan te pas komen!

Mijn statistieken laten zien dat de persoonlijke verhalen het hoogst scoren. Familiegeschiedenis, de blogs over de laatste maanden van mijn moeders leven, de blogs over mijn worsteling met depressies. Ook reisverslagen doen het goed. Ook die zijn redelijk persoonlijk, geen tripadvisor blogs.

Dat is denk ik voor mij de beste focus: persoonlijk schrijven over wat ik lees, zie en meemaak: de mooie en de lelijke, de grote en de kleine dingen, in deze tijden of andere tijden.

Wat vinden jullie als volgers van mijn blog?

 

 

Tante Fie – klein in memoriam

IMG_5948Mijn deftige tante Fie, die het eeuwige leven leek te hebben, is maandag gestorven. Ze werd 97 jaar. Zachtjes is ze naar de hemel gegleden, naar haar geliefde Heer. Ze verlangde al jaren om te gaan. Niet om dood te gaan in de zin van levensmoe, maar wel om eindelijk het leven te beginnen waar ze als gelovige al haar hele leven naar toe leefde: Haar Heer zien en ontmoeten. Zijn op de plek waar alles goed komt. Waar we zullen kennen zoals we zelf gekend zijn.

Tante Fie had een sterk geloof in God. Ze sprak erover met wie ze ook maar tegenkwam. Gewenst of ongewenst, niemand kon haar de mond snoeren, daarvoor was ze te ‘onaantastbaar’. Het geloof en de kracht die ze putte uit haar vertrouwen in God maakte ook dat ze de stormen in haar leven kon ondergaan zonder te om te vallen. Kinderloosheid was een groot verdriet. De scherpe kritiek op haar man die ‘voor zichzelf’ een gemeente begon. Not done in die tijd, en misschien ook wel niet zo wijs. Maar toch gezegend in het leven van vele mensen in die streek. Daar ging het ook om. Maar de kritiek was niet makkelijk te verdragen. Pleegkinderen kwamen en gingen en soms liep het helemaal mis, ondanks zorg en toewijding. Misschien wel door de kinderloosheid, waardoor ze een bepaalde feeling miste met hoe je omgaat met oudere kinderen. Een pleegkind bleef en bezorgde haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Toch nageslacht.

Ik weet van vroeger nog hoe beledigd ik me voelde zo rond mijn tiende, als ik naar de keuken gedirigeerd werd ‘want daar stond voor de kinderen limonade’. Ik was een kind en ik dronk nog limonade, maar waarom ik naar de keuken moest? Ja, nu snap ik het, als je geen kinderen hebt probeer je een zekere rust te behouden want je kunt niet tegen alle lawaai die kinderen veroorzaken. Ik heb nu alle begrip en zou soms mijn kleinkinderen ook ergens naar een veraf kamertje willen sturen voor de appelsap. Maar als je kind bent wil je nergens heen gestuurd. (Of er moet wel iets heel leuks tegenover staan).

Tante Fie praatte deftig. Of dat aangeleerd was of dat ze dit van huis uit meegekregen had? Ze kwam uit Vlaardingen. En was van een ‘betere’ komaf volgens mijn moeder. Streng opgevoed. Je altijd nuttig maken, niet lezen doordeweeks, dat was tijdverspilling. Breien, haken, verstellen, dat waren zaken die je deed wanneer je even ‘niks’ te doen had. Ze bleef een zeer energieke vrouw. Altijd in de weer om mensen te bezoeken. Zieken, armen en nooddruftigen, binnen en buiten de gemeente. Een heuse diacones, in de bijbelse betekenis van het woord.

Haar echtgenoot, mijn moeders broer, kwam uit een ander soort nest. Mijn moeder hield nooit op te vertellen dat haar vader zo’n lezer was. Hij las voor aan tafel, nam boeken mee van de markt of de dubbeltjesbibliotheek en bracht zijn liefde voor lezen vooral over op mijn moeder en haar broer. Zowel tante Fie als mijn moeder adoreerden de broer/echtgenoot. Heel hun leven zijn ze met elkaar opgetrokken, natuurlijk ook met mijn vader erbij, die eveneens veel van zijn zwager hield maar zich ook wel eens aan hem ergerde. Mijn vader was zo’n totaal ander mens! Ze deelden de liefde voor lekker eten en een borreltje, hadden beiden gevoel voor humor en konden samen gieren van de lach! Maar mijn vader was een zakenman in hart en nieren en kon niet altijd overweg met de geestelijke benadering van het leven van mijn oom. Mijn vader kon dan een gezicht trekken van: ja,ja, klets jij maar verder, maar er moeten ook mensen blijven die zich echt nuttig moeten maken..

Zaterdag gaan we haar begraven. Op de kaart staat een tekst uit Johannes 11:25:

Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij  gelooft zal leven ook al is hij gestorven.

Deftige tante Fie, geniet van uw nieuwe leven!

Het adresboekje van Loes

22 jaar geleden stierf mijn oudste zus Loes. Op 28 juni, op een snikhete dag. Ze benam zichzelf het leven, niet meer in staat verder te gaan op de manier zoals ze de laatste jaren leefde en zich voelde. Omdat ze iedere vorm van medische hulp weigerde werd haar toestand alleen maar erger. Ik vermoed dat ze leed aan een bipolaire stoornis. In Rotterdam volgde ze jarenlang zg. trainingen bij een psychologe die zonder meer in de alternatieve hoek behoorde. Ze adverteert nog steeds in de paranormale/alternatieve hoek.

Alles werd uit de kast gehaald om cliënten te doen geloven dat de goddelijke vonk, de eigen kracht, de innerlijke ziel enzovoort het uiteindelijk zou winnen. De kracht was er, die moest je alleen kunnen mobiliseren. Door rebirthing, door schreeuwsessies, door massages, door weet ik wat voor andere methodes werd er jaren (!) getracht mensen te ‘helen’. Dit was uiteraard een kostbare zaak. Mijn zus heeft in de loop der jaren duizenden guldens (toen nog) besteed aan de ‘lessen’ (het was GEEN therapie) van deze vrouw. Het waren de jaren zeventig en tachtig. De jaren van de sensitivity trainingen, de jaren dat we alles eruit moesten gooien, onszelf moesten vinden ten koste van alles en iedereen. Ik denk dat dit tegenwoordig zou vallen onder het misbruik maken van iemands kwetsbaarheid.

Mijn zus werd er niet door ‘geheeld’, al verkeerde ze zelf vaak wel in die overtuiging. Hoe meer ze het ‘decorum’ losliet, des te ‘sterker’en ‘vrijer’ voelde ze zich. Terwijl haar omgeving zich er steeds ongemakkelijker bij voelde. Ze had veel vrienden. Ik kende die niet, omdat we in verschillende werelden leefden. Loes was 8 jaar ouder, had gebroken met kerk en geloof, en ook binnen de familie waren de verhoudingen bepaald niet warm. Ik heb wel blogs (bijvoorbeeld deze) geschreven over mijn relatie met haar. Na een periode in het buitenland waarin ze bij ons logeerde toen ik in het ziekenhuis terecht kwam, (kabeljauw in Korea) waren we dichter tot elkaar gekomen. Ik was altijd voor haar het lieve jonge zusje geweest, maar zij was voor mij een oudere zus met wie ik moeilijk om kon gaan. Ze deed vreemd, won het verbaal altijd van mij, was zeer dominant aanwezig, kortom ik was na een bezoek van haar altijd gevloerd.  Na de logeerpartij en haar hulp toen, groeide er voor het eerst een gevoel van verbondenheid, van genegenheid. Toen haar kleine waanzin toenam heb ik me veel om haar bekommerd. Haar dood kwam als een opluchting aan de ene kant maar ook als een dolksteek. ‘Na alles wat ik had gedaan doe je me dit aan??’ Er is niets wat zoveel gemengde en verwarde gevoelens oproept als de zelfdoding van een geliefde.

Feit bleef dat ik pas een paar jaar voor haar dood Loes enigszins leerde kennen. Haar kon zien zonder de angst voor haar scherpe tong, die ik altijd ervoer als kind en tiener. En toen was ze er niet meer. Vijftien jaar later is mijn moeder gestorven. Ze leed aan de ziekte van Alzheimer en was een aantal jaren geobsedeerd door de herinnering aan Loes. Een zware tijd, voor ons allemaal. Het gesprek ging nergens anders over. Steeds weer dezelfde verhalen, de herinneringen, haar lieve Loesje. In een houten kistje bewaarde ze alle documenten die Loes had nagelaten. Rapporten, diploma’s, foto’s enzovoort. Elke keer als ik op bezoek kwam brak het moment weer aan dat mijn moeder onder haar stoel naar het kistje greep: heb je dit al gezien, Margreet? Voor haar steeds weer nieuw, voor mij de zoveelste maal. Ik heb dat kistje niet zelden verwenst. In het kistje zat ook een adressenboekje en een agenda.

Bij het opruimen van de spullen van mijn moeder heb ik de inhoud van het kistje meegenomen. Het kistje zelf mocht mijn andere zus hebben. In de laatste 22 jaar zijn er momenten geweest dat ik de papieren uit mijn archiefkast haalde en ze door bladerde. Het adressenboekje, de agenda bekeken. Maar steeds legde ik alles weer terug, ik vond het te pijnlijk. Ik heb me ook vaak afgevraagd of ik het wel bewaren moest.

Twee, drie weken geleden vatte ik moed en ben gaan googlen om te zien wie van haar vrienden uit het adressenboekje nog te traceren waren. Ik begon met de namen van twee vrouwen, in die periode een lesbisch stel, over wie Loes het vaak had. Zonder enige moeite vond ik de gegevens. En ik heb een van de vriendinnen gemaild. We hebben afgesproken en een paar uur gepraat met elkaar. Heel bijzonder om Loes te zien door de ogen van een ‘vreemde’ die haar zeer goed kende. In een volgende blog wil ik wat meer vertellen over de ontmoeting.

 

Kringloop

Vorige week weer eens uitgebreid bij de Kringloop geweest. Oogst: Vier truien voor echtgenoot en mezelf,een vintage leren portemonneetje eeen West Germany fat lava vaas. Helaas zijn ze bij de Kringloop niet op hun achterhoofd gevallen en ben ik deze gedrochten te laat gaan verzamelen. Het duurde even voor ik in de grillig gevormde, kleurige, wat lompe vazen iets moois begon te zien. En dat hebben blijkbaar velen met mij gehad, want opeens schoten de prijzen omhoog. Een hele gave zag ik gisteren staan voor €17,50. Bij de Kringloop is dat kostbaar. Ik hou meer van alles onder de €5,00. Eigenlijk moet ik iets anders gaan verzamelen. Iets wat nu nog helemaal niet in is en waarvan je er 10 voor een euro koopt. Zoals koperen en bronzen objecten. Of tin. Pindastelletjes, maatbekertjes, schaaltjes, kannetjes. Planken vol. Niet in. Terwijl er vaak hele mooie tussen zitten.

portemonnaie tin

fatlavayellow fatlavabrown

De mooie Engelse bloemen kopjes, waaruit de generatie van mijn ouders thee en koffie dronk, zijn ook populair geworden de laatste paar jaren. Dat merk ik aan de prijs bij de tweedehandswinkels. Kocht je ze daar eerst voor €0,50, nu betaal je er zo €3, €4, of zelfs €5 voor. Mijn moeder had er een heel stel van. Herenkopjes (breed en ruim) en dameskopjes (smaller, iets hoger en kleiner). Ik had er een hekel aan. Ik nam expres al een herenkopje, maar zelfs dan dronk ik in twee slokken mijn kopje leeg en moest dan weer wachten tot de tweede ronde. Ik ben van de mokken. Ook die had mijn moeder in elegante vormen. Helaas hebben we de kopjes niet bewaard.

Van mijn moeder heb ik wel het plastic oranje plantengietertje dat ze ooit van mijn broer kreeg, ergens in de zestiger jaren. En de plastic kom waarin ze iedere verjaardag de slagroom stijf klopte met een handgedraaide slagroomklopper. Ook het roomlepeltje heb ik nog. Ooit zat er een haakje aan de achterkant van de steel om het aan de wand van de kom te hangen. Dat is inmiddels afgebroken. Verbazend hoe er vroeger voor alles een apart ‘werktuig’ bestond. Ik heb nog een zuurlepel. Een lepel-met-gaten waarmee je de zilveruitjes uit een potje kon scheppen. Je moet er maar op komen. Ik heb meer een kampeermentaliteit. Ik kan bij wijze van spreken met één mes/lepel/en vork een hele maaltijd in elkaar draaien. En een pannetje dan.  En vuur.

Yesterday

Yesterday. De oude Beatles hit vult met haar  klanken de kamer, en mijn hoofd met herinneringen. Mijn moeders favoriete nummer. Elke keer als ze het hoorde ging er een zucht van genot door haar heen. Stil, riep ze tegen iedereen die het waagde erdoorheen te praten. Het lied paste feilloos bij haar melancholieke aard. All my troubles seemed so far away.

Ik denk aan haar op oudejaarsdag en herinner me het oliebollen ritueel. Het was in Schiedam, in de jaren zestig, voor we verhuisden naar Gelderland. Mijn moeder maakte het beslag in de koude keuken van ons huis aan de Graaf Florisstraat. Ik mocht helpen roeren. Ik voel de houten lepel in mijn hand en het lichte gevoel van verbijstering dat dit beslag niet netjes in een kom zat, zoals wanneer we pannenkoeken, koekjes of een cake bakten. Dit spul zat in een emmer! De emmer die we ook gebruikten voor het ramen zemen en andere huishoudelijke klusjes. In verband met het rijzen van het beslag was de emmer het enige wat groot genoeg was. Mijn moeder stelde me gerust dat ze heus die emmer goed had schoon gemaakt, maar het bleef vreemd en een beetje spannend. Het hoorde bij het oudejaargevoel: bakken vanuit een emmer.

Het roeren klaar, de krenten als zwarte bolletjes drijvend in de wittige massa, moest de theedoek erover. En de emmer kreeg een plekje naast de kolenkachel inde achterkamer, waar het lekker warm was. Niet aankomen was het devies. Niemand was erin geïnteresseerd dus de vermaning zal wel aan mijn adres gericht geweest zijn.

En dan was het wachten geblazen. Niet makkelijk voor een meisje van rond de zes. Het
idee dat gist in het beslag ervoor ging zorgen dat het straks dubbel zoveel zou zijn, vond
ik uitermate fascinerend. Ik kon het dan ook niet helpen dat ik, ondanks de waarschuwing, om de vijf minuten stiekem onder de theedoek loerde. Net zo vaak tot mijn moeder riep dat ik er mee op moest houden omdat het beslag te veel zou afkoelen en helemaal niet rijzen. Dat hielp.

Gek genoeg heb ik geen herinnering aan het bakken van de oliebollen. Waarschijnlijk omdat mijn moeder dat in de koude schuur deed en mij daarbij niet kon gebruiken. Wel zie ik nog  voor me hoe raar ze gekleed was. Ze droeg een peignoir (zo heette dat toen, ‘penwaar’ zeiden we)  en had een doek om haar hoofd geknoopt.

Ik zie de oliebollen wel voor me. Ze lagen in de mooie, wit porseleinen Regout schalen te pronken. Grillig gevormd, met kronkelende eindjes en handvatten. Sommige leken op kippenpootjes. Maar lekker waren ze. Al was ik meestal na twee van de baksels al misselijk. Oliebollen en ‘gazeuse’. Smith chips (met zo’n rood stukje folie waar het zout in zat) en chocomel. Dodelijke combinaties. Zeker in een tijd waarin we nog weinig gewend waren aan veel vet en zoet.

Oudejaarsavond was altijd gezellig. Meestal kwamen er vrienden, of gingen wij naar vrienden toe. Kletsen, snoepen en het spannende wachten op de klok. Het indringende loeien van alle scheepshoorns op de werf Wilton-Feyenoord, niet ver bij ons vandaan, gaf aan wanneer het precies 12 uur was. En dan was het lachen, zoenen en proosten geblazen. Daarna gingen we naar buiten.

Ik heb geen herinnering aan vuurwerk behalve wat toen ‘Gillende Keukenmeiden’ heette, of voetzoekers. Die schoten sissend tussen je voeten door en maakten mij aan het schrikken, angstig kind als ik was. Rotjes waren er ook en natuurlijk de in populariteit onverwoestbare sterretjes, meer mijn type vuurwerk. Om de hoek van de Graaf Florisstraat lag het Rubensplein. Daar was een door de gemeente aangewezen plek waar alle kerstbomen uit de buurt verbrand werden. Een groot en indrukwekkend vreugdevuur. Als kind vond ik dat laaiende vuur angstaanjagend en hield mijn vaders hand stevig vast.

Het was een avond die voor mij als kind een echte belevenis was! Terugkijkend realiseer ik me dat Ik als jongste van vijf kinderen duidelijk meer vrijheden genoot dan de anderen, want ik mocht (bij gebrek aan oppas waarschijnlijk) al jong de hele avond opblijven. Mijn moeder spande zich in om een gezellige sfeer te creëren. Pas later realiseer je je  hoeveel moeite dat gekost moet hebben. Eindeloze boodschappen aan het stuur van haar fiets, niet heel veel extra geld, al de voorbereiding om voor een groot gezelschap oliebollen te bakken, terwijl het gewone leven ook door ging. Wassen, strijken, eten koken en alles zonder de moderne machines van nu.

Chapeau Coba van Katwijk! Je hebt me voor een heel leven goeie herinneringen bezorgd.