Himalayan Tapestry, (HTjoy) en Chhayya cafe

Het cafe

Ik zit op het terras dat bij het Chhayya eetcafé hoort waar ik vandaag Annema Ebenezer (63) spreek, inspirator en manager van Himalayan Tapestry (HTjoy) sinds twintig jaar. Het terras biedt een spectaculair uitzicht op de bergen, uitlopers van het Himalaya gebergte. Op het dak achter me zitten twee apen die af en toe op de reling springen en twee bezoekers schrik aanjagen. Men is het gewend hier. Binnen haalt iemand van de bediening een nepgeweer dat alleen maar geluid maakt, maar de apen zijn er bang voor. Ik ben in Rajpur, een dorpachtige buitenwijk van Dehra Dun, een stad ten noorden van Delhi, India, met rond de 750.000 inwoners.

Uitzicht op de uitlopers van de Himalaya vanaf het terras; foto van de website van HTjoy

HTjoy

Twintig jaar jaar geleden stond op deze plek een ruïne. Annama Ebenezer, zag echter potentieel. Geïnspireerd door de liefde van Jezus en gezegend met een flinke dosis doorzettingsvermogen en vasthoudendheid zette ze in geloof een eerste stap op de moeizame, lange weg om haar visie te verwezenlijken. Zelf vat ze die visie op haar website zo samen: to go beyond providing minimum subsistence, to empower women and give hope for greater future for themselves and their children.  Kansarme, in vele gevallen misbruikte en mishandelde, vrouwen meer dan een bestaansminimum bieden en hen door het aanleren van vaardigheden en het verdienen van een eigen inkomen hoop te bieden voor de toekomst van henzelf en hun kinderen. Een stap in het doorbreken van de armoedecirkel waarin zoveel nog gevangen zitten.

Kansarme vrouwen

In India is het bestaan voor arme vrouwen zwaar. Vrouw zijn en van arme afkomst, maakt, ook in het India van nu, vrouwen kwetsbaar en biedt hen weinig uitzicht op een goede toekomst. Meisjes (als ze niet geaborteerd zijn) worden nog steeds veel te vroeg uitgehuwelijkt aan soms veel oudere mannen, hebben fysieke problemen door het te jong krijgen van kinderen (afgezien van de psychische trauma’s), worden slecht behandeld door echtgenoot en/of de schoonfamilie als zonen uitblijven, en dan is er daarnaast nog de uitbuiting door werkbazen, tot slavernij aan toe. Iets wat te lezen valt op websites als die van IJM (International Justice Mission). In India wonen de meeste slaven. Tussen de 13,3 en 14,7 mensen. Mannen, vrouwen en kinderen. Vrouwen en kinderen zijn vanwege hun positie het meest kwetsbaar.

De weg die God gaat

Vrouwen die steun nodig hadden bleven op het pad komen van Annama. Als student ging ze, samen met een medestudente, iedere zaterdag eropuit om van huis tot huis mensen over Jezus te vertellen. Zo kreeg ze al veel verhalen te horen over het harde leven van veel vrouwen. Ze was daar gevoelig voor. Haar eigen moeder stierf toen ze drie maanden was en al snel daarna trouwde haar vader met een andere vrouw en liet zijn twee dochters achter bij zijn ouders. Toen die stierven adopteerde een oom Annama. Van haar tante heeft Annama weinig liefde ontvangen. Daar kwam nog bij dat ze door polio gehandicapt was geraakt en moeilijk kon lopen. In de cultuur van het sterk hindoeïstische India van toen en nu is dat een stigma. Ze ziet het zelf als onderdeel van haar vorming door God om anderen te kunnen helpen.

Later als docent spande Annama zich in om vrouwen van getrouwde studenten, zonder scholing, praktische cursussen te laten volgen, gesubsidieerd door de overheid. Zoals een cursus voeding en hygiëne. Of ze ging samen met vrouwen zonder inkomen aan de slag om van oud materiaal, nieuwe handvaardigheidsproducten te maken en verkopen. Een hele praktische benadering om vrouwen te leren zien dat ieder mens van God talenten krijgt of je nu een onaantastbare, mishandelde, door ouders verkochte of verstoten vrouw bent of de beste opleiding hebt gekregen, we zijn allemaal in Gods beeld geschapen. Met talenten. Die mag je ontdekken en gebruiken om de juiste training te krijgen. De een heeft daar wat meer steun bij nodig dan de ander. Zelfvertrouwen te herwinnen. Het hoofd weer op te heffen. Veel vrouwen zetten zich in voor hun kinderen. Als hun kinderen goed onderwijs krijgen is de cirkel van armoede te doorbreken. Alles in het vertrouwen dat God het is die zegent.

De opbouw van het pand

De vervallen ruïne en de grond waarop die stond werd haar ter beschikking gesteld door een zendingsorganisatie die het niet langer gebruikte. Al het spaargeld werd gebruikt om van de ravage een huis te bouwen. Het begin in 2001 was klein en eenvoudig en diende als opvang voor vrouwen in acute nood. In de loop van twintig jaar ontstond echter iets wat je een kleinschalig bedrijf kunt noemen: Himalayan Tapestry waar mooie, kwalitatief hoogwaardige producten worden gemaakt. Geen snelle kleding in een sweatshop voor de H&M’s van de wereld, maar handgemaakte producten met aandacht en liefde gemaakt. Zoals de zijde die geverfd wordt zonder chemicaliën. Met alles uit de natuur. Bloemen, bladeren, bessen, de bast van bomen, schillen van groente en fruit of zelfs met thee. Vrouwen met talent leerden stof te bedrukken met een eeuwenoude blokprint techniek. Anderen versierden artikelen met fijn borduurwerk. En er kwam een winkel waar de producten verkocht konden worden.

Het proces van eco-dyeing; foto van de website van HTjoy

Het pand werd verder uitgebreid Vrouwen die betrokken raakten, maar geen vaardigheid of plezier hadden op het gebied van textiel kregen een kook- of baktraining. Om hun werk rendabel te maken opende Annama een eetcafé. Chhayya, wat Schuilplaats betekent. Dat wil ze de vrouwen ten diepste bieden: een schuilplaats, zoals alleen God die kan schenken. Zelf benadrukt ze ook voortdurend dat het Jezus is die dit werk begonnen is en dat Zijn Geest er woont.

Gasten vragen vaak waarom het hier zo vredig is en dan zeg ik dat dat door Jezus komt. Jezus woont hier en daarom ervaren mensen een weldadige rust hier. Actief evangeliseren is riskant in India, maar antwoord geven op een vraag is ook een manier. Zo kom ik vaak tot hele mooie gesprekken.

De serene stilte op het terras wordt alleen doorbroken door het geluid van de vele vogels. Voor me op tafel staan Indiase snacks. Een dunne, knapperige pannenkoek van rijstmeel met verschillende chutneys en gefrituurde linzenhapjes. Indiase gasten, vooral jongeren, komen overigens ook graag voor het meer westerse eten. Chicken potpie, frietjes, tosti’s en bagles. Alles met een Indiase twist. Maar vooral komen de gasten voor de ruimte en de rust die het café uitstraalt.

Vrouwen die hier werken zijn niet allemaal christen,
sommigen zijn moslim of hindoe. Christen zijn is geen voorwaarde voor hulp. Ik lees aan het begin van de werkdag de bijbel en we bidden samen. Aanwezigheid is niet vereist. Maar het geeft een fijn en vredig begin van de dag. We delen zorgen en bidden voor ieders situatie.”

Nogmaals HTjoy

Waar komt eigenlijk de naam Himalayan Tapestry vandaan? In Dehra Dun heeft men het over Chhayya als ze refereren aan Annama’s werk. Vijf jaar geleden is het eetcafe grondig gerenoveerd met hulp van een sponsor en zoals gezegd populair. Onder de bezoekers ook veel yogacursisten die naar Rajpur komen voor een retraite. Ook met hen heeft Annama interessante gesprekken. Maar Chhayya ontstond echter na Himalayan Tapestry Joy, afgekort tot HTJoy, de oorspronkelijke naam die aan het werk onder de vrouwen gegeven werd. Het leven als een tapestry, een geweven tapijt. De gebeurtenissen in ieders leven die soms willekeurig lijken maar toch een geheel vormen, zoals de schijnbaar onontwarbare draden van een tapijt een tekening gaan vormen. Levens van de vrouwen en Annama die als draden samen geweven zijn en ten diepste levens waar als een gouden draad de vreugde die Jezus geeft doorheen geweven is. Die heling, herstel en het vermogen tot vergeven schenkt.

De toekomst

Wat is de toekomst voor het kleine, ideële bedrijf? Winstgevend hoeft het niet te worden, maar iedere maand is er de spanning of er voldoende financiën zijn om de vrouwen die er werken te betalen. Het café loopt goed. Voor HTjoy wordt gezocht naar een formule die recht doet aan de geest van de organisatie, maar tevens een stabiele economische basis biedt. Men zoekt een brug naar de westerse markt. Er komen orders van Amerikaanse ontwerpers die ethische kleding willen verkopen. Die kopen niet uit liefdadigheid, maar omdat ze geloven in de formule van Annama. Eerlijke, mooie, duurzame producten, gefabriceerd door vrouwen met talent. Annama gelooft in een sterke God. Hij zal voorzien zoals Hij vanaf het begin voortdurend gezorgd heeft en wonderen heeft gedaan. God werkt echter meest door mensen en het gebed blijft nodig om mensen met visie en fondsen.

interessante links:
discriminatie van minderheden in India
kindhuwelijken
slavernij

Geluiden van een campus

Op de achtergrond klinkt het zachte, ritmische geluid van een takkenbezem. Urenlang veegt een man in alle rust de paden van de campus waar ik tijdelijk woon schoon van gevallen bladeren. Geen wreed, ronkend geluid van een mechanische blazer, maar een zacht swi-isj, swi-isj, veeg, veeg, links, rechts. Een een-twee maat in de muziek van het dagelijkse leven hier, dat uit allerlei klanken bestaat. Er is een indeling in belgeluiden. Eerste bel, tweede bel voor de colleges. Een bel voor chapel. Voor studietijd. Een harde klap op een stuk metaal voor lunch en avondeten en als het bedtijd is. Daarna gaan we over op een soort pannendeksel-gekletter om aan te geven dat de nachtwacht aanwezig is. Ieder uur laat die ons weten dat we veilig kunnen slapen. Heel fijn om te weten middenin de nacht :). Wat er tussen de hele uren in gebeurt mag Joost weten, maar af en toe is er ook iemand met een fluitje. Inmiddels slaap ik er doorheen.

Veel haviken nestelen in de bomen rond de campus

Het zijn geluiden die samenvloeien met ons leven hier. Ons ritme is dat van de bel; de takkenbezem; de haviken; de groenteman die zijn waren al roepend aanprijst. Het is vredig. Toch loopt hier nog geen 300 meter vandaan de drukste doorgaande weg van Dehra Dun, waar auto’s, scooters en motors en een eenzame fietser hier en daar, elkaar onder luid getoeter naar het leven staan. En wordt de vrede soms verstoord door de electronische gebeden van de moskee of de hindoetempel, het liefst bij het ochtendgloren.

Prachtige verse groentes voor zo weinig geld…foto van http://www.intrepidtravel.com

Van dag tot dag

De dagen verglijden en zijn altijd gevuld. We hebben het voorrecht iedere avond eten te krijgen dus is er veel extra tijd die anders besteed zou zijn aan boodschappen halen en koken. Er komt zelfs tweemaal in de week een hulp die de vloer wat aanveegt en er een natte dweil overheen haalt. Geen Nederlandse poetsbeurt, maar het haalt het stof weer wat weg.

Wat ik de hele dag doe? Geen tuin, geen huishouden, niet koken…Ik geef toe, ik leid een relaxed bestaan. Ik lees een interessant boek van Nancy Pearcy over lichaam en identiteit Love your body, ik schrijf blogs, ik surf (het internet) en ik ga erop uit. Om 10 uur is er ‘chapel’ voor een half uur. Een korte overdenking en (goed) zingen met een bandje. Vandaag had ik overigens mijn eerste Hindi les, van de buurvrouw die lerares is. Gaaf. Ik ben een talenmens en iedere kans die ik krijg om een nieuwe taal te leren grijp ik aan. Ik besef dat het bij het alfabet en wat woorden en zinnen zal blijven, maar het is gewoon leuk. Het is stampen en herkennen van klanken en letters. Het Hindischrift is sierlijk, maar complex. Ik leer nu vijf letters per dag en er zijn er vijftig.

Het kost meer tijd dan thuis om dingen te doen. Water uit de kraan kan niet gebruikt, dus we vullen onze flessen bij de buren die een filtersysteem hebben. Net als je thee of koffie wil zetten zijn de flessen natuurlijk leeg en moet je langs de buren. Douchen is ook geen aangename bezigheid zoals thuis. Het granieten badkamertje is koud, en ondanks het feit dat er volgens mij wel vijf kranen zitten komt er uit geen van allen warm water, helaas. We kunnen een soort boiler aanzetten, gelukkig. Het water wordt dan goed heet, maar je moet absoluut niet op een plens rekenen. De druk is laag, dus een bezemsteel zou voldoende kunnen opvangen. Maar wij mensen hebben wel moeite om het water te voelen. Het is een piesstraaltje. Maar goed, alles went.

Het eten is lekker. En veel. Vaak moeten we de helft teruggeven. Hopelijk zijn er dan mensen in de keuken die er nog wat mee doen. De bedoeling was dat we drie maaltijden per dag zouden krijgen maar het eten stapelde zich hier op. Eieren, roti’s, soep, groentes en dat driemaal per dag. Nu eten we alleen ’s avonds uit de keuken maar ze staan erop ’s ochtends tenminste gekookte eieren te brengen. Op een gegeven moment lagen er iets van 12 eieren te wachten. Toen hebben we toch maar een eierstop ingevoerd.

dagelijks eten

Het klimaat is momenteel heel prettig. Hoewel binnen koud is het buiten al warm en zonnig als in de late lente in Nederland. En alles bloeit de hele winter door. De campus is als een oase! Met oude bomen, overal potten met planten, een plek waar je na de vieze stad op adem komt!

Koffie onder de bananenboom

Het (gewone) leven

Het gewone leven begint hier in Noord India weer op gang te komen. De scholen gaan gedurende de winter dicht vanwege de kou en gebrek aan verwarming. Midden januari begint het schoolleven weer. Niet dat het nu echt zo warm is, maar de zon heeft meer kracht en je kunt tenminste buiten weer opwarmen nadat je handen en tenen bijna afgevroren zijn van de kou binnen. School begint om acht uur en gaat door tot 1 uur ’s middags. Wat ik begrepen heb zonder pauzes. En zes dagen per week!

Onze eerste zondag hier kregen we een lift van een jong stel, naar een leuk eetcafe in Rajpur, een dorpje aan de rand van Dehra Dun. Dochter was daar in de buurt betrokken geweest als vrijwilliger bij een project. Zij, docent journalistiek, hoogzwanger, nog steeds zes dagen per week voor de klas. Hij, docent aan een technische universiteit, heeft het beter met zijn vijf dagen per week. Universiteiten houden het voor gezien bij vijf dagen.

Het is altijd fascinerend levensverhalen te horen. Zij komt uit het Noordoosten van India, groeide op als jongste in een domineesgezin van vijf kinderen. Kwam tot een persoonlijk geloof op latere leeftijd na allerlei ervaringen. Hij, enige zoon in een katholiek gezin, begon zijn zoektocht naar God rond zijn achttiende. Studeerde in Engeland en deed daar mee aan een bijbelstudie en las de bijbel voor het eerst van zijn leven. In de katholieke traditie lees je niet zelf de bijbel, maar vertelt de priester wat er in de bijbel staat. Langzaamaan begon hij interesse te krijgen in wat hij vond in de protestantse kerken. Toen die twee elkaar ontmoetten was er een klik. Probleem: als enige zoon afstand nemen van het katholieke geloof zou een klap in het gezicht van de familie zijn. Een tijdlang ging hij vroeg naar de mis op zondag, om snel daarna op de fiets naar de protestantse dienst te sjezen. Zodat hij maar niet hoefde te liegen als moeder vroeg hoe de mis was geweest. We moesten allemaal lachen om de manier waarop hij het vertelde. Maar het ook iets moois, dat een zoon zo gaf om de gevoelens van zijn moeder en familie.

Hoe dan ook, een keuze moest gemaakt voor het huwelijk plaats kon vinden. Niemand had elkaar nog ontmoet. Hij kwam uit Goa, Zij uit het Noorden. Enorme afstanden om zomaar even op en neer te vliegen om kennis te maken met een schoonzoon/dochter. Het stel was ook geen twintig meer. Telefonisch contact moest dus volstaan. Op de dag voor de bruiloft kwam de familie. Inclusief de 93-jarige grootmoeder van de bruidegom. Hoe zouden ze reageren? De kerkzaal was ‘eenvoudig’ op zijn zachtst gezegd en armoedig als ze eerlijk waren. Geen mooie architectuur als in de katholieke kerkgebouwen. Geen versiering, geen beelden, geen wierook, geen kaarsen. Grootmoeder ontmoette de bruid als eerste en zag de kerkzaal. Tot grote opluchting van iedereen keurde zij alles goed. Toen kon het doorgaan. Oma heeft groot gezag. Zelfs in het moderne India.

Niet miepen, toch?

Het is hier binnen zo verrekte koud. Ik eindigde mijn vorige blog heel dapper maar wennen is best een proces, zal ik maar zeggen. Het gaat gepaard met klagen, aanvallen van ‘dit is toch niet normaal’ en wilde ideeën om via Amazon een grote kachel te bestellen. Maar ja. Dat is dus het proces wat aanpassen heet.

Een voorbeeld. We gaan naar een bijeenkomst en ik denk, dat is binnen, dus ik hoef geen jas mee; buiten is het lekker, dus ik loop er zo heen.
Als we binnen komen zit voorin een man, onherkenbaar vanwege een dikke muts en een sjaal om zijn gezicht. Het enige wat ik zie is een neus en twee ogen. Verder een dikke winterjas. Hij blijkt de spreker. Om mij heen, voor en naast mij, alleen maar dik ingepakte mensen. Wij bibberen ons door de bijeenkomst heen. Buiten wordt de thee geserveerd, in de zon. Wat een verademing, na de ijzige koude van het gebouw.
Eerste les: Binnen dik aankleden, maar wel zo dat je buiten in de zon weer lagen uit kunt trekken.

Nog een voorbeeld. De geur van mottenballen. Niet lekker (eufemisme), vonden we alle drie dus haalden we alle balletjes weg die in ieder gootsteengaatje, afvoerputje en andere openingen liggen. Tot ik wakker word op een nacht en denk, wat ruik ik toch voor vieze rioollucht? Ja dus. Die balletjes lagen er niet voor de lol. Nu verkiezen we de chemische lucht van mottenballen boven de natuurlijke geur van het riool.
Tweede les: Er is een reden voor alles, ook als het vreemd overkomt.

We relativeren hier alles maar met dit lied van Brigitte Kaandorp over haar ‘moeilijke leven’. https://youtu.be/JLNvBvJ-F00

Buiten is het hier fantastisch. Het weer is iedere dag zonnig en de temperatuur nog aangenaam. Ons appartement is gebouwd op een afgesloten terrein en is als een oase in de drukke stad. Met onze dochter als gids zijn we er al veel op uit geweest. Ze woont hier (op een andere plek, in Oud Rajpur, een dorpje vlakbij Dehradun) sinds 3 maanden en heeft behoorlijk haar weg leren vinden. Weet bijvoorbeeld wat de normale prijs is voor alledaagse producten als fruit en zo. En dat helpt want met onze westerse hoofden zijn we al gauw slachtoffer van woekerprijzen. Hoewel je de neiging hebt dat gewoon te betalen, omdat het nog steeds, omgerekend in euro’s, niets lijkt te kosten. Maar dat wordt toch afgeraden.

Zo waren we op de bazaar, de intens drukke dagelijkse markt, zoals je die overal in Azië ziet. Ik waande me weer in Korea, waar ik in de jaren tachtig woonde. Toen was het vooral druk door mensen. Maar hier zijn het de motoren en scooters die je werkelijk van de sokken rijden. Een lange smalle doorgang waar honderden vehikels links en rechts je voorbij razen. Dat bederft de pret enigszins want ik ben gek op al die aparte winkeltjes met producten waarvan ik geen idee heb waar men ze voor gebruikt.

Daarna, voor wat noodzakelijke ‘westerse’ inkopen naar een overdekt winkelcentrum. Het contrast is groot, zoals verwacht en toch altijd schokkend. Vooral omdat daar en niet bij de bazaar, de bedelaars zich verzamelen. Vrouwen met hun vervuilde kleintjes, oude dametjes en jonge jongens. We hadden ons voorgenomen eten te geven, liever dan geld. Toen we de vrouwen met hun kleintjes wat gaven kwamen er in een mum van tijd van overal vrouwen met kinderen op ons af. Wat te doen? Ook de Indiase vrienden hebben er geen antwoord op. De een geeft soms, de ander altijd. De een alleen aan vrouwen met kinderen, de ander alleen aan bejaarden. We zullen onze eigen weg moeten vinden.

Arrival in India

We vliegen laat in de middag via Frankfurt naar Delhi. Wachtend op de Delhi-vlucht zie ik al dat we vergezeld van vele families-met- baby’s de volgende acht uur gaan doorbrengen. Baby’s die geacht worden in door hun ouders gereserveerde, veel te kleine, basinettes te slapen maar dat zelf absoluut niet van plan zijn. Er wordt wat afgeblerd tijdens de vlucht.

Het plaatst me terug in de tijd van onze lange reizen tussen Korea, Amerika en Nederland. Uiteindelijk met vier koters. Ik zie nog de bergen bagage. De lange, lange wachttijden op vliegvelden overal in de wereld als er vertraging was. Sneeuw op de vleugels, oververhitting, storm of regen. Huilende kleintjes. Het eindeloze lopen en wiegen. Het gevoel van bijna-wanhoop dat het nooit zal lukken ze in slaap te krijgen en dan de opluchting als opeens dan toch die oogjes dicht vielen.

De oudere kinderen reisden graag. Films, cadeautjes van de KLM. Uitkijken naar het eten zoals patat, speciaal besteld omdat het in Korea nog niet te krijgen was. Het maakte niet uit dat de frietjes eruit zagen als vette, melige wormen, slap geworden in de heteluchtoven van de vliegtuigkeuken. Eten, cola en filmkijken, het was compleet luilekkerland.

Ik leef mee met de vaders en moeders die urenlang door de gangpaden heen en weer lopen met hun huilende baby’s. En ik kijk geamuseerd naar de grote kinderen die zich in honderd bochten wringen om maar een comfortabele slaaphouding te vinden op de krappe stoelen. Vroeger kon je tenminste nog met een kussen en een deken een slaapplekje creëren op de grond voor een niet al te groot kind. Nu liggen broer en zus uiteindelijk met elkaars voeten in de nek.

Wij hebben voor het eerst slaappillen bij ons. Na het eten is het zover. Beiden nemen we plechtig de pil in en gaan in een slaaphouding zitten. Iets schuiner dan recht. Meer ruimte om te manoeuvreren is er namelijk niet. Hoelang ik slaap weet ik niet, maar zeker drie uur later word ik wakker. En is de vlucht al bijna op zijn eind. Nog maar een keer wat eten, want wat kun je anders doen tijdens zo’n reis. En dan landen we op Delhi Airport.

De overstap naar Dehradun is vermoeiend. Het vliegveld voor binnenlandse vluchten is ver en we moeten dus in een bus erheen. Daar weer door security en als we dan eindelijk willen inchecken ben ik mijn instapkaart kwijt. Blijkt geen groot probleem, maar kost weer tijd. We landen een half uur later in Dehradun, rijden nog een uur in een auto naar ons appartement en dan zijn we na 20 uur reizen op de plaats van bestemming.

Overstappen en onze granieten keuken

Het weer is aangenaam. Een graad of 18. Maar binnen is het als een koelcel. Granieten vloeren, heerlijk koel in de hitte, maar nu, tijdens de korte winter, steenkoud. De inrichting doet me denken aan de zomerhuisjes die mijn ouders huurden in de jaren vijftig/zestig. Het meubilair heeft zijn beste tijd gehad, de deuren piepen en kraken, TL buizen als verlichting en uit de kranen koud water. Het warme water is er na het aanzetten van de boiler en is dan genoeg voor 2 douches. Het is even wennen. Maar het heeft ook wat. Weer even leven zoals miljoenen mensen gewend zijn en dan is dit nog luxe. Gewoon het hoognodige en voor de rest niet miepen.

Kerstpakketten en Athene

Het draaiboek wordt bijgehouden tot op de kleinste details. Plakbandrollers, dozen, boodschappenlijsten, vrijwilligerslijsten en heel veel meer grote en kleine lijstjes. De voorbereidingen beginnen al in oktober en duren tot de dag er dan eindelijk is. Dan nog zijn er op het moment suprême benodigdheden die ontbreken…’Ik dacht dat jij die zou meenemen!’ ‘ Ik weet nergens van..!’ Gelukkig zijn er altijd winkels waar op het laatste moment nog spullen gehaald kunnen worden en is thuis dichtbij genoeg om even op en neer te fietsen.

Zo start de zoveelste editie van de Kerstpakkettenactie IJsselstein 2018 op 17 december. Her en der worden dozen vol met voedselproducten en speelgoed opgehaald. Een aantal scholen hebben verzameld, particulieren brengen tassen vol, bedrijven sponsoren en supermarkten leveren tegen korting (soms) en hier en daar gratis producten. De hal van het gebouw Het Kruispunt waar alles zich afspeelt, staat afgeladen vol.

we verzamelen alles in de hal

Al jaren voeren de gezamenlijke kerken in IJsselstein (verenigd in het Diakonaal Overleg IJsselstein) deze actie. Klein begonnen maar inmiddels worden er zo rond de 230 pakketten bezorgd in Ijsselstein. De adressen krijgen we van sociale organisaties en de kerken. Dit jaar uiteraard met toestemming van de ontvanger in verband met de wet op de privacy. In vorige jaren was het meestal een verrassing. Nu niet meer helaas.

In de loop van de dag wordt de giga berg spullen langzaamaan gesorteerd in categorieën. Op lange tafels in de vorm van een U. Scholieren die een maatschappelijke stage lopen vouwen 230 dozen in elkaar. En uur na uur lopen vrijwilligers langs de tafels om pakketten samen te stellen voor gezinnen, alleenstaanden of echtparen. Ik ben iedere keer weer onder de indruk van de gigantische hoeveelheid producten die in een korte tijd volledig op zijn, verdwenen in de dozen die weer door andere vrijwilligers bezorgd worden in het stadje.

Een behoorlijk inspannende actie, voor een relatief beperkte groep mensen. Maar ieder jaar een succes.

Van een heel andere orde is de actie ‘We gaan ze halen’. Vrijdag de 21e december vertrekken rond de 60 auto’s met chauffeurs en bijrijder en een grote bus naar Athene om daar oorlogsvluchtelingen, die in mensonterende omstandigheden leven, een hart onder de riem te steken. En wellicht er 150 mee terug te nemen. Hoeveel kans van slagen dat zal hebben? Weinig denk ik. Er is officiële toestemming nodig van de Griekse regering om mensen mee te nemen en eveneens van de Nederlandse regering. Zullen ze die krijgen? Niet waarschijnlijk. Is de actie daarom zinloos? Ik geloof het niet. Deze actie is een statement. Waar ik me helemaal in kan vinden. Iets moet er gedaan. We kunnen mensen toch niet zomaar laten creperen?

Als ik eenzaam was of arm in IJsselstein en iemand kwam mij een kerstpakket brengen zou ik blij verrast zijn. Er wordt aan me gedacht! Als ik vluchteling zou zijn in een kamp in Griekenland zou ik me gesteund en gezien weten als er opeens een paar honderd mensen voor mijn neus staan die het niet langer konden uithouden en hun comfortabele kerst-met-kalkoen opgeven om mij te laten weten dat we niet vergeten worden. En even komen delen in mijn misère. Is dat ook niet de essentie van kerst? God die onze misère kwam delen?

Gezien worden. Gekend worden. Wij kunnen het een ander maar in kleine, gebroken beetjes geven. Maar het is Jezus imiteren Die ons ook kwam opzoeken in onze gebrokenheid om echte hoop te bieden. Vergeving en een nieuw leven. In IJsselstein of Athene, ik kijk er halsreikend naar uit!

Behouden vaart naar Athene en dat alle kampen waar geleden wordt snel verleden tijd mogen zijn!

Waarom stierf Pieter van Katwijk niet thuis?

Op een dinsdagochtend trek ik naar mijn geboortestad, Schiedam. Het is een van die herfstdagen waarop de hemel eindeloos hoog lijkt en staalblauw is, de zon nog warm aanvoelt en de atmosfeer zo helder is dat alles mooi lijkt. Zelfs de verpauperde Hoogstraat in het centrum van de stad krijgt een soort allure. Ik sta voor het gebouw waar Pieter van Katwijk, een van mijn voorvaders van moeders kant in de vroege 19e eeuw zijn laatste dagen of weken doorbracht. Het is een imposant bouwwerk, in neo-klassieke stijl gebouwd en lijkt eerder een Griekse tempel dan een Tehuis voor ouden van dagen en zieken, wat het toch eeuwen was. Nu huist het Stedelijk Museum er. Hoe Pieter zich hier gevoeld heeft is niet te zeggen. Hij was dertig, ziek en is er gestorven.

Ik loop het voorplein op en probeer me in te denken hoe het hier geweest moet zijn. Het is 1813. Napoleon is net verslagen. Schiedam is in transitie na een roerige tijd.  De stad moest niets hebben van de rijke regenten die de stad bestuurden en tijdens de Bataafse Republiek heersten enthousiaste republikeinen veelal vanuit de burgerbevolking. Er ging een ware geest van revolutie door het land. 

Pieter was gereformeerd en zal oranjegezind geweest zijn en zich niet gemengd hebben in de opstand. Hij groeide wel op tijdens een turbulente periode in zijn stad en land. Geboren in 1783, gestorven in 1813, zo’n beetje de hele revolutionaire periode en de regering van Lodewijk Napoleon. 

Op zijn overlijdensakte staat dat hij kuiper was. Een ambacht dat veel voorkwam in Schiedam vanwege de visserij en later de jeneverindustrie. De tonnen werden daaraan geleverd. Het was een zwaar, fysiek beroep. Had zijn vroege dood daar iets mee te maken? Een bedrijfsongeval? 

Twee dingen intrigeren me: de jonge leeftijd waarop Pieter sterft (zelfs voor die tijd) en meer nog, dat hij in het Jacobs Gasthuis sterft. Ik heb al heel wat overlijdensaktes verzameld uit de 19e eeuw, maar tot nog toe sterven alle voorouders thuis. Ook de kinderen, soms wel vijf of zes in een gezin, sterven allemaal thuis. 

Pieter echter is naar het Gasthuis gebracht. Dat functioneerde toen eigenlijk als een opvang van de Hervormde Kerk voor ‘ouden van dagen’ (boven de veertig) en behoeftigen. Je ziet op de overlijdensakte dat de twee mannen die zijn dood komen melden op het gemeentehuis ‘oude’ mannen zijn van in de zestig. 

Dit vraagt om nader onderzoek en het bekijken van de archieven van het Jacobs gasthuis om te zien of ik zijn naam kan terugvinden en wellicht een doodsoorzaak. Pieter liet twee jonge kinderen en een weduwe na. Gelukkig kreeg zoon Jan van Katwijk een talrijk nageslacht en verging het hem economisch een stuk beter. Hoewel hij bij zijn huwelijk nog een akte van onvermogen (armoede)  moest aanvragen om onder het betalen van leges uit te komen (en tegelijk zijn maand oude dochtertje Maria echtte), bouwde hij in de loop van zijn leven een handel in verf op. 

De zaak werd voortgezet door Jacob Jansz., mijn betbetovergrootvader. Het werd een familiebedrijf dat tot in de jaren zestig van de 20e eeuw bekend was als Van Katwijks Glas- en Verfhandel in Schiedam.

advertentie uit 1956


Jacob Jansz 1830-1915          Jan Jacobsz 1856-1955      Jacob Jansz 1894-1949

Ook mijn opa Jacob Jansz is begonnen als huisschilder bij zijn vader Jan Jacobsz, maar volgens mijn moeder was hij daar erg ongelukkig mee. Al gauw werd hij ambtenaar bij de Raad van Arbeid (een voorloper van de Sociale Verzekeringsbank) in Rotterdam, waar hij tot zijn dood in 1949 gewerkt heeft. De verfhandel was toen al in handen van nazaten van zijn broers. Pas in 1955 overlijdt zijn vader Jan, nogal eenzaam, in een verpleeghuis in Vlaardingen, 98 jaar oud.

Op die blinkende herfstdag heb ik door Schiedam gelopen. De straten gezocht waar het verhaal van mijn familie zich heeft afgespeeld. Slechts een familielijn. Met zoveel verhalen van armoede, kindersterfte en keihard werken. Van verbeterende levensomstandigheden, maar net zo goed met de moeiten van het leven. Een broer van mijn opa verongelukt jong in 1929 werk.

krantenbericht 1929

Er wordt een gehandicapt kind geboren. Het oudste dochtertje van mijn opa en oma, Marietje, overlijdt als kind. Zoveel verhalen. Ik probeer ze in hun tijd te plaatsen. Wat gebeurde er om hen heen? Hoe stonden ze in het leven? Ze waren allemaal lid van de Hervormde cq Gereformeerde kerk. Uit familieberichten spreekt geloof en liefde. 

Het fascineert me bovenmate. Er zullen nog wel tochten volgen naar mijn bakermat Schiedam. En verhalen!

Grofbaan Schiedam uit de beeldbank van het archief. In deze steeg werd JanPietersz. van Katwijk geboren in 1808. Inmiddels is deze steeg afgebroken en staat er nieuwbouw.

*bron o.a Geschiedenis van Schiedam van dhr. Feyst, een uitgave uit 1975 en verder het geweldige Schiedams (Beeld)Archief.