Om 11 uur ’s avonds kondigde president Yun van Zuid-Korea plotseling de staat van beleg af in het land. We wisten niet wat we hoorden! We hadden net geboekt om er volgend jaar weer heen te gaan.
Nu besef ik dat het land niet bij iedereen in het centrum van de belangstelling staat.Toen wij 45 jaar geleden gevraagd werden er te gaan wonen en werken, moest ik ook eerst op de kaart kijken waar het lag.
Korea en de buurlanden
We kwamen er aan januari 1980, net toen in die maand de staat van beleg was afgekondigd. De president (dictator) was eind ’79 vermoord door zijn eigen lijfwacht en de macht werd overgenomen door het leger. De situatie was gespannen, hoewel we daar weinig van meekregen.
Nu was het 2024. Zuid-Korea was en is al decennia een democratie. Chaotisch en met behoorlijk veel polarisatie. Maar toch. Vrij, met een onafhankelijke pers en gescheiden machten van recht en overheid. Echter, de president kon dus toch zomaar de staat van beleg afkondigen? Ja, dat blijkt. Dat kon hij als opperbevelhebber van het leger doen. Gelukkig was er in de grondwet in voorzien dat het parlement daar weer een eind aan kon maken. Vandaar dat het leger uitrukte, met helicopters en troepen om te voorkomen dat de parlementsleden zich als een speer konden verzamelen (het was middenin de nacht!) om de wet weg te stemmen. Je zag wel wat schermutselingen, maar mijn indruk was dat als het leger echt had gewild, er geen hond dat gebouw binnen was gekomen. Iedereen bleek, ook politie en leger, gewoon flabbergasted!
President kondigt staat van beleg af
In 1980 was er bepaald geen sprake van halfhartigheid! Er werd streng en hard gehandhaafd. Niet na 12 uur ’s avonds naar buiten. De pers werd zwaar gecensureerd. Onze Time Magazine was altijd bewerkt met zwarte stift als het over de situatie in Korea ging. Geen enkele vorm van kritiek werd toegestaan. Veel dissidenten verdwenen in de gevangenis. En er vielen doden. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het land is wat er gebeurde in Kwangzu. Studenten die in opstand kwamen tegen de arrestatie van hun politieke leider, werden keihard aangepakt. Er vielen honderden, zo niet duizenden doden. De lezingen verschillen. De Koreaanse schrijfster Han Kang, zelf afkomstig uit Kwangzu, die laatst de Nobelprijs voor de Literatuur won, schreef er een aangrijpende roman over overhttps://athenaeumscheltema.nl/vertalers/2024/over-de-poetische-fragmentarische-taal-van-han-kang-door-mattho-mandersloot
En, ook toen, altijd met de rechtvaardiging dat het land beschermd moest worden tegen communistische, Noord-Koreaanse invloeden. Bij iedere zweem van sympathie voor Noord-Korea kon je rekenen op arrestatie en gevangenisstraf. De man van onze hulp, die een adres van iemand in Noord-Korea doorgegeven had aan een familielid, werd veroordeeld tot jaren gevangenisstraf.
Die staat van beleg duurde tot 1987. We hebben de eerste democratisch verkozen president nog meegemaakt. Koreaanse politiek is altijd licht chaotisch en vol van heftige tegenstellingen gebleven. Veel persoonlijke machtslust, waardoor corruptie op de loer ligt. En vaak toeslaat. De grootste tegenstelling lijkt te zijn dat de ene groep toenadering tot Noord-Korea wil om ervoor te zorgen dat de gespannen relatie wat genormaliseerd wordt. Er is immers officieel nog steeds sprake van een wapenstilstand tussen de twee landen, niet van vrede.
President Kim van Noord-Korea (Supreme leader…) en Moon Jae-un, president van Zuid-Korea in 2018.
De andere groepering, de conservatieven, zijn vuurbang voor toenadering met de communisten. Er heerst angst voor de extreme repressie van het Noorden en de herinnering aan de vreselijke burgeroorlog in de jaren vijftig wordt levend gehouden. Hele families werden uit elkaar gescheurd, met name veel christelijke gezinnen. Wie achterbleef kwam in kampen terecht, in veel gevallen. Ook nu worden grote aantallen christenen en dissidenten gevangen gehouden in werkkampen. Indertijd was Pyongyang ( nu in het Noorden) het Jeruzalem van Korea. Honderduizenden gelovigen vluchtten naar het Zuiden. In de jaren tachtig maakten wij sommigen van hen, of hun kinderen nog mee. Ze droegen een diep verdriet mee dat tijdens de kerkdienst zich vaak uitte door gehuil en geweeklaag tijdens gebeden.
Dat is, denk ik, onder andere de achtergrond van het feit dat veel christenen president Yun steunden. Niet in zijn laatste rare beslissing. Het Nederlands Dagblad meldt dat de grote meerderheid van behoudende christenen in Korea, Yun niet steunden.
Net als Trump wordt Yun (en zijn vrouw) verdacht van corruptie. Er dreigen rechtszaken zo gauw hij president af is. Dus lijkt het erop dat hij blufpoker speelde. Tot nog toe is er nog niets van hem vernomen.
Toevoeging 24-12-26
Yun is gearresteerd en zijn vrouw. In afwachting van een rechtszaak
Op 19 oktober begint de officiële Korea week. Zes dagen zijn we dan te gast van een comité dat, namens de Kosin kerken, op 29 oktober de herdenking organiseert voor onze vriend en collega, wijlen dr. Niek Gootjes. Hij overleed vorig jaar in Hamilton, Canada, na lange moeizame jaren, aan de ziekte van Alzheimer.
Voor we vertrekken naar de Theologische Universiteit van de Kosin kerken in Chonan, 1,5 uur ten zuiden van Seoul, verblijven we een paar dagen in een hotel in de hoofdstad. Die zondag zal Dinie Gootjes na de kerkdienst een toespraak over het leven van haar man geven. In een andere Kosin kerk gaat echtgenoot preken. Na de lunch, een uitgebreide Koreaanse maaltijd, iedere zondag bij toerbeurt verzorgd door een van de leden, zal Kim een lezing geven.
(voor wie dit de eerste blog is over Korea, mijn man en ons gezin woonden in jaren tachtig, samen met het gezin Gootjes in Pusan, Zuid – Korea. Echtgenoot en collega Niek Gootjes doceerden theologie aan een opleidingsinstituut van de Koreaanse kerken, op hun verzoek. Je kunt er meer over lezen als je zoekt naar de categorie Korea 2024, Korea of Korea memories))
Seoul – wereldstad
Door omstandigheden kan een gepland uitje van onze Koreaanse gastheren op vrijdag niet doorgaan en zijn we ‘vrij’. We kunnen de dag met zijn vieren naar eigen inzicht doorbrengen. Dinie Gootjes is inmiddels uit Canada gearriveerd en zoon Albert uit Nederland. We zien elkaar na 36 jaar voor het eerst weer op Koreaanse bodem. Wij vertrokken in 1988, de familie Gootjes in 1989. Wij naar Nederland, zij naar Canada. We hebben elkaar wel gezien na die tijd, maar nu dus in Korea, waar we bijna 10 jaar lief en leed deelden en waar onze kinderen een soort broertjes en zusjes voor elkaar waren.
We kiezen ervoor om naar Namdaemun Markt te lopen. Het is schitterend herfstweer en lopend onderga je de stad meer dan in een bus of taxi. Het blijkt een flinke wandeling. Zeker anderhalf uur, in de warme zon. Samen lopen we door de straten van een hypermodern Seoul. Met honderdduizenden anderen. Maar de wegen en trottoirs zijn breed en anders dan in New York bijvoorbeeld, staan de gebouwen niet dicht op elkaar. Het geeft veel licht en een ervaring van ruimte, ondanks de drukte. Ook zijn er overal plantsoenen en parkjes. En soms passeer je dan opeens tussen alle wolkenkrabbers een oude poort of tempel.
Namdaemun Markt – een ervaring
Een markt in Korea is anders dan in Nederland. Geen losse kraampjes die ’s avonds opgeruimd worden, maar permanente winkeltjes met open winkelpuien naar de straatkant waar alle waren liggen uitgestald. Om de zoveel winkeltjes is er een ingang naar binnen het gebouw, waar nog eens rijen en rijen winkeltjes zijn, met een open front. Dan heb je ‘straten’ van alleen maar kleding. Of linnengoed. Of lederwaren. Of etenswaren. Heel grappig, allemaal geordend op het categorie. Dus niet, zoals in Nederland, door elkaar en verspreid. Ik vond en vind het altijd lastig winkelen. Je hebt tientallen schoenenwinkeltjes, maar die verkopen dan geen sokken. Dan moet je weer naar de ‘sokkenstraat’.
De markten zijn levendig, kleurig, goedkoop en je zou er uren rond kunnen lopen, ware het niet dat het zo vermoeiend is. Alle winkeleigenaren proberen je van alles te verkopen zo gauw je maar een blik werpt op hun spullen. Het is wat minder geworden, maar nog steeds is het voor langs slenterende westerlingen lastig wanneer je bij een korte stop onmiddellijk alles aangewezen krijgt, met de prijs erbij. Ik raak dan van de wijs en kan niet meer rustig zoeken. Ik zie Koreanen het compleet negeren. Hier ben ik te beleefd voor opgevoed blijkbaar. We kopen wat cadeautjes en zoeken een eettentje voor een snelle hap. Die zijn er in tientallen. Een barretje, drie mensen erachter die van alles klaar weten te stomen en bakken, tentdoek erover en klaar. Ontzettend efficiënt. We eten staand, tussen de Koreanen, en genieten.
Soep met UFO’s (unidentified floating obejects)
De dag ervoor zijn echtgenoot en ik ook ergens wezen eten. Een klein restaurantje in de categorie ‘soep-mét’. ‘Kalbitang’, rundvleessoep, met rijst en bijgerechtjes is lekker, weet ik uit het verleden. Maar kom, ik wil eens wat anders proberen. Eigenlijk lust ik alles dus ik kies van een plaatje uit het menu een ander soort soep. Die arriveert gelijk met de soep van echtgenoot. In die van mij drijven halve maanvormige, pluizige dingetjes, die ik niet direct herken. Zijn het visachtige wezens? Champignons? Ik proef. Er zit niet veel smaak aan, voelt aan als rubber. Hmm. Dan neem ik een stuk vlees op mijn lepel. Dat blijkt een dik stuk lever te zijn. Ik schuif de soep onmiddellijk van me af. Ik weet nu ook wat die ronde, harige dingetjes zijn. Maagwand! Er staat een kom met ingewandensoep voor me. Nee, dank je, ik durf veel, maar er zijn grenzen.
Echtgenoot is zo lief om met me te ruilen.
Eten, en nog eens eten
Eten wordt een thema deze week. Twee keer per dag worden we meegenomen naar restaurants, na het Ontbijt met een hoofdletter in het hotel. Voor de lunch en het avondeten. Maar voor we eten gaan we thee/koffie drinken en krijgen we allemaal onze eigen schotel met fruit en koekjes. Daarna gaan we echt eten. En iedere keer heerlijke en overvloedige maaltijden. Ik heb de lunch nog niet verwerkt of we gaan alweer avond eten. En ‘nee’ zeggen is er niet bij. Je kunt in de Koreaanse cultuur geen eten weigeren. Het is niet het eten zelf, maar de expressie van waardering en gastvrijheid die je dan afwijst. We laveren tussen overal van eten en veelvuldig uitroepen hoe heerlijk alles is en tegelijk, niet alles opeten. De Koreaanse keuken is gelukkig heel gezond. Veel groentes, veel vis, ook wel vlees, maar meestal niet het hoofdingrediënt. En natuurlijk altijd een kom rijst, met een kom soep ernaast. En vooral véél knoflook!
We zijn nu begonnen aan onze knoflook detox, 🙂 Om onze omgeving in Nederland niet af te schrikken. Knoflook is lekker, maar de Koreaanse hoeveelheden maken dat je hele lijf het uitwasemt. Maar missen gaan we dat eten! En de gastvrijheid waar het een expressie van is.
We reizen de volgende dag verder naar Busan. De trein doet er 3,5 uur over, langer dan de beloofde 2,5 uur. Er blijken twee soorten bullet trains te zijn. Je moet zelf opletten dat je de snelste pakt. Het geeft niet, we hebben de tijd.
We worden opgehaald door onze vrienden die ons naar ons hotel rijden. Ze hebben het hotel en de kamer persoonlijk uitgezocht om er zeker van te zijn dat we een mooi uitzicht op zee hebben. Het is prachtig!
het uitzicht is prachtig
We laten onze bagage achter om te gaan eten. Het is heerlijk om achter onze vrienden aan te lopen en ons te laten rijden. Ze wonen in deze buurt dus weten precies waar ze heen moeten.
We eten in een seafood restaurant, met uitzicht op de zee! Ik vind het enigszins spannend, want in Korea is seafood meer dan kabeljauw, zalm of fish en chips. De keuze wat zeevruchten betreft is oneindig, en de smaak van Koreanen voor alles uit de zee grenzeloos. Maar wat op tafel verschijnt ziet er prachtig uit en het smaakt nog goed ook. Octopus, Inktvis, krab, garnalen, mosselen, andersoortige schelpdieren, zeewiersoep, het is de hele zee op ons bord en in onze kom. Zeewiersoep ken ik nog van vlak na mijn bevalling van onze jongste. Na thuiskomst uit het ziekenhuis kwam de kerk met een enorme pan van die soep. Om aan te sterken. Een oude traditie. Alleen de kraamvrouw wordt geacht de soep te eten, vanwege alle mineralen. Wij aten er van met het hele gezin.
Het zeevruchtenbanket
De volgende dag wordt echtgenoot verwacht op de Engelse faculteit van Kosin college om daar te preken tijdens de dagelijkse gehouden chapelbijeenkomst. De gebouwen zijn enorm uitgebreid sinds we er begin 2000 waren. Alles is zo modern en goed onderhouden. Het sanitair is ruim en schoon. (Even om te onthouden, WC papier hangt soms bij de wastafels, buiten het toilet zelf, moeilijk te bereiken met je broek om je enkels). Alles glanst, alles doet het, er zijn mooie, grote zalen met zitzakken en makkelijke stoelen om in te ontspannen. Sommige studenten liggen heerlijk te slapen.
Na de chapel vertrekken we naar de buurt waar het gebouw van Kosin Theologische opleiding stond, vóór de verhuizing naar Chunan, in de buurt van Seoul. Naast het ziekenhuis, dat oorspronkelijk bij de school hoorde. We zoeken naar onze eerste woning, vlakbij. Tot onze grote verbazing staat het er nog steeds, Urim Mansion, een flatgebouw van vier verdiepingen. Ik zie het flatje waar we ons eerste jaar doorbrachten. De eerste cultuurschokken ondergingen, de eerste beginselen van de taal leerden, waar onze oudste haar eerste Koreaanse woordjes leerde en vriendinnetjes maakte, altijd samen met Henk Gootjes.
19802024 Het een na bovenste balkon was het onze. In de diepte speelden de kinderenOudste met vriendje Henk Gootjes en Koreaans meisje
Vanuit onze flat konden we naar de school lopen en naar de kerk op zondag. Dat kerkgebouw is nu leeg en vervallen, helaas. Er is wel een nieuwe kerk voor in de plaats gekomen, maar aan de eerste Songdo kerk hebben we de meeste herinneringen.
Voormalig kerkgebouw Songdo
We dalen af, naar het strand van Songdo. In onze tijd een klein vissershavenje, vervallen, met wat winkeltjes, restaurantjes en een mini strandje. Nu een beach resort, met wolkenkrabbers tegen de heuvel aangebouwd, een starbucks, luxe eetgelegenheden en allerlei attracties. Onherkenbaar. Ik zoek een herkenningspunt voor wat houvast, maar nee, werkelijk volledig getransformeerd. We voelen ons als twee bejaarde buitenaardse wezens. Wat wij ons herinneren is een Korea in ontwikkeling, nog arm. Voor de meeste jongere Koreanen is dit welvarende, moderne land het enige wat ze kennen.
At Songdo Beach resort
We gaan maar weer eten. Eten is belangrijk in Korea. En geen broodje kaas of gezond. We gaan nu naar een all-you-can-eat buffet restaurant. Koreaans en Westers gemengd. Verrukkelijk. Maar ik begin het einde aan de rek van mijn maagwand en mijn energie te voelen…nu moet ik beleefd doch beslist vragen om terug gebracht te worden naar ons hotel. En dan niets meer eten tot de volgende dag. Dan gaan we onze huurauto ophalen om te beginnen aan een mini roadtrip door Korea, terug naar Seoul.
Het is de laatste vakantieweek in regio midden. Ik fiets door mijn woonplaats en zie her en der moeders wandelen, vergezeld door hun kinderen in basisschoolleeftijd, die aan hun zoveelste ‘leuke’ dag beginnen. Wat zullen we vandaag weer eens gaan doen? En moeder (toch wel vaak de moeders…), die de vakantie meer dan zat is, verzint iets waarbij ze zelf ook enigszins baat heeft. Niet weer de zoveelste speeltuin of Monkeytown, Kidcity of hoe ze ook maar heten mogen. Meestal wordt het een tochtje naar het stadje, zoals we hier ons centrum noemen. Niet de ‘stad’ maar het ‘stadje’. Sloffen door de winkelstraat, moeder aan de telefoon, verveeld hangen bij het Kruidvat of de Action
De Kringloop is op zo’n ‘wat – kunnen -we – nu – weer ‘s- verzinnen’ dag ook een trekpleister. Daar is altijd speelgoed te bekijken en meer ruimte om rond te rennen. En al ben je het niet van plan, je vindt altijd wel wat, nietwaar?
Ik ben toevallig ook op een Kringloopuitje, (in mijn eentje) en hoor de gesprekken in de achtergrond. Om de twee seconden een gil, ‘Ma-am!’ ‘Ja-haaa’, is het vermoeide antwoord, want het is de duizendste ‘Ma-am’ die dag. En het is nog maar 1 uur. ‘Kom ’s kijken!’ ‘ Stra-aks!’ met nauwelijks beheerst ongeduld. Laat me nu even met rust…
Ik voel mee. Lange vakanties stellen op de proef, zowel ouders als kinderen. Iedere dag weer inhoud geven, van de vroege ochtend tot bedtijd, is een uitdaging. Uiteraard een luxe probleem, pas ontstaan toen we zo welvarend werden dat het begrip ‘vrije tijd’ ontstond. Luxe of niet, het is de realiteit en de schoolvakanties zijn lang.
Korea
Ik denk terug aan de lange vakantiemaanden toen we nog in Korea woonden, in de jaren tachtig. In mei stopte de school al voor onze kinderen. Dan ging een van de gezinnen met verlof en het andere bleef achter, met drie maanden de kinderen thuis. De opleiding waar echtgenoot les gaf, stopte niet, maar had juist in die periode examens en er waren dus stapels en stapels papieren om na te kijken. Veel tijd voor ‘uitjes’ met hem was er nog niet dan. Wat was er te doen voor de kinderen? Niet veel eigenlijk. Ik vraag me nu dus eerlijk af wat ze in vredesnaam al die tijd deden. Winkelen was geen optie. Niet dat die er niet waren, maar niet te vergelijken met winkels van hier. Meer markten, waar onze kinderen (en ik) gek werden van de drukte en de aandacht, dus dat was geen uitje.
Ze waren enorm vindingrijk, nu ik er over nadenk. Het ontbreken van alle vormen van electronisch vermaak zal daar wel aan hebben bijgedragen. We keken regelmatig video’s (VHS), dat wel. Maar overdag was er, behalve hun eigen fantasie, weinig extern vermaak. Ze waren creatief. Uren brachten ze door met schilderen, tekenen, knutselen, meestal gadegeslagen door mij, die daar niet heel goed in was. Ik zorgde voor de spullen en bleef in de buurt om eventuele conflicten te beslechten, ervoor te zorgen dat de muren niet geverfd werden en natuurlijk om alle ‘Ma-am’ vragen te beantwoorden.
Ze speelden ook veel buiten. De tuin in ons laatste huis was vrij ruim en de buurt was veilig. We hadden zo’n opblaaszwembadje, want het was vaak loeiheet en benauwd. Ik ging er ook dankbaar in liggen soms. Toen ze wat ouder waren hadden ze om de hoek ook een groot natuurpark ter beschikking. Nu denk ik, lieten we ze daar dan alleen spelen? Ja. volgens mij dus wel. Zo veilig voelden we ons, blijkbaar. Ik herinner me dat Koreaanse buren ons wel bezorgd wezen op het gevaar van ontvoering. Dat namen we niet serieus, het kwam gewoon nooit voor, behalve in films. Waren we naief, eigenwijs?
Ze speelden met Koreaanse kinderen in de buurt. Van hen leerden ze Koreaanse buitenspelletjes. Of ze scheurden op een skateboord de steile straten af. Dit uiteraard buiten mijn zicht…En er was een zomer waarin ze bijna onafgebroken UNO speelden, buiten op het garagedak. Oh en ze lazen! De oudsten in elk geval. Perfecte kinderen dus? Nou echt niet, maar verveling stond toen nog niet in hun woordenboek. Idealiseer ik? Misschien hebben ze zelf juist herinneringen aan eindeloze weken van gekwelde verveling? Ik ga het navragen!
Op vakantie gingen we ook. Meestal in juni/juli als het volop regenseizoen was, maar het wel warm bleef en de zon vaak genoeg scheen. We reden naar het noorden, langs de Oostkust (prachtige route, door toeristen nog niet echt ontdekt, helaas voor Korea) en verbleven in de buurt van vrienden. Stranddagen waarop we kokkels verzamelden uit de zee, op onze kop in het water, er ’s avonds vissoep van kookten en BBQ’den. Met zonverbrande wangen en het zand nog in onze haren!
Het park om de hoek- Foto van Wang Yuh-zju via Google
Stek-UP
Terwijl ik mijmer fiets ik naar de tweede Kringloop. Eentje waar ik nog niet eerder was. Stek-UP is de naam en het is volgens de website een ‘sociale cooperatie’. Als ik binnenloop word ik welkom geheten en ik krijg de vraag of ik wat wil drinken? ‘Ga lekker zitten, ik haal een kop koffie voor je’, zegt de medewerker. Een nieuwe ervaring voor me in een Kringloop. Ik krijg er zelfs een koekje bij. De winkel is gezellig ingericht, keurig georganiseerd, de boeken staan zelfs op kleur gerangschikt. Overigens ben ik daar geen fan van, het is moeilijk zoeken zo. Maar goed. Het staat wel leuk.
De sociale coöperatie StekUP is gestart in 2019. De naam StekUP verwijst naar de kiem van een plantje.
Hoewel kwetsbaar, heeft deze kiem (Stek) alles in zich om groot te worden. Net als een stekje heeft talent een veilige plek met gunstige omstandigheden nodig om te groeien.
Zo zal het stijgen naar ongekende hoogten (UP).
(van de website)
Stek-UP Kringloop
Wat opvalt is de leeftijd van de klanten. Hier geen rond rennende kinderen en vermoeide moeders, maar senioren, zoewel mannen als vrouwen. In een hoekje staat een grote tafel met stoelen en daar zitten ze gezellig te babbelen met hun bekertje koffie in de hand. Sommigen komen iedere dag langs, voor een praatje, vertelt een vrijwilliger. Die zijn hartelijk, maken grappen. Eentje zet een smartlap op de radio keihard aan en zingt luidkeels een liefdeslied mee voor een oudere meneer die op zijn rollator zit en er erg om moet lachen. Wat een heerlijk sfeertje! Later lees ik op de site dat mensen met een uitkering ook geholpen worden om een eigen bedrijfje te starten. Het project is ontstaan vanuit de internationale gemeente, Cross Culture Nieuwegein.
Ik ben inmiddels verzadigd. Kringlopen is leuk, maar vermoeiend. ik heb een boek, een t-shirt en een schellekoord met vogeltjes voor mijn verzameling borduurwerkjes in de keuken. Ik fiets voldaan terug. Helaas, al sinds mijn schooljaren, altijd, op de heen- en terugweg, met wind tegen.
Dit is het vervolg in een serie die ik schrijf over onze periode in Zuid-Korea in de jaren tachtig.
De vorige blogs vind je hier en hier en anders via de categorienlijst in de rechterkolom onder Korea.
Het moment is eindelijk aangebroken, we gaan verhuizen naar ons eigen huis. (zie pijl). Een piepklein flatje in een nieuw gebouwd complex van appartementen, redelijk luxe voor die tijd. Flats waren populair en gewild in onze tijd in Korea. Men voelde zich er veilig en er was meer comfort. W.C´s met doorspoelknoppen. Badkamers en keukens met stromend water. Dat waren in de jaren tachtig nog exclusieve zaken. Het grootste deel van de bevolking woonde in kleine huisjes, met een of hoogstens twee kamertjes, waar vaak de entree tevens fungeerde als keuken, het toilet gedeeld werd met meerdere buren en waar ook geen riool was. De stinkende poepwagens die één keer in de week de verzamelde prut kwamen leegzuigen waren alom berucht. In de smalle steile straatjes tegen de hellingen aan kon geen vrachtwagen met zuiginstallatie komen, dus liepen er mannen met een juk, waaraan twee emmertjes gore zooi hingen. De stank was zo penetrant dat het niet hielp om je neus dicht te knijpen. Het drong door al je poriën naar binnen.
Vandaar dus het enthousiasme over flats. Hoe klein die ook waren. Daar zat een Koreaan niet mee, want men is graag dicht bij anderen. Wij vonden de flat wel klein, maar het was een eigen plek dus voelde het als luxe. Woonkamertje, eetkamer, keuken, en twee slaapkamers. De kinderen sliepen samen. De oudste, Jesseka in een eigen Hollands Hugo–bed en baby Lukas kon eindelijk uit zijn reiswieg in een ledikantje. In Nederland had hij de laatste dagen voor vertrek bij mijn ouders thuis, ook al geslapen in zo’n reiswiegje. De aanblik ervan bezorgde mijn moeder een huilbui na ons vertrek. Ze schrijft:
‘ Ik had me op Schiphol flink gehouden. Dat vertelde ik aan Jacques (mijn broer). Hij zei dat ik juist gewoon even lekker moest huilen. Toen ik op zolder de wieg zag staan kwamen de tranen, het luchtte op’. (feb.1980)
Wat stonden we weinig stil bij het gemis dat zij als ouders moesten ervaren. Nu ik de brieven teruglees, dringt het pas echt tot me door. Ze misten niet alleen mij en Kim, maar ook twee kleinkinderen. Ik waardeer eens te meer hoe ze ons de ruimte gaven om te gaan, zonder druk op ons uit te oefenen.
Maar terug naar ons huis. Er was een balkon, afgesloten met glazen schuifdeuren. Daar moest de wasmachine komen die we nog niet hadden. In de badkamer was zowaar een echte douche en de WC met spoeling dus, voor ons weer een luxe na een maand zonder bij de familie Hard. We leefden nog in de illusie dat de douche het ook werkelijk zou doen.
Op een ochtend zouden de spullen uit de container worden gebracht door een verhuiswagen. Die wagen bleek een open truck te zijn waarin de chauffeur met zijn collega´s de inhoud op wonderbaarlijke wijze in de achterbak hemelhoog hadden weten op te stapelen. Daar waren de Koreanen meesters in, om in een kleine ruimte een onbeschrijfelijke hoeveelheid dingen te kunnen meesjouwen. Op handkarren of bagagedragers van fietsen werd gigantische ballast versleept. Onze collega´s hadden ooit een kledingkast laten maken die bezorgd zou worden. Op een gegeven moment zien ze iemand met een fiets de steile heuvel af komen sjezen met achterop een kast van 1.80 hoog. Heel knap en behendig, vooral als je het verkeer in rekening brengt dat moordend was.
hoeveel kilo kool deze man op een gammele fiets vervoert?
Het verhuisbedrijf in Nederland had alles zeer grondig ingepakt voor verscheping. Ieder lepeltje, ieder kopje, elk vaasje, elk stuk speelgoed was verpakt in bubbeltjesplastic. Het uitpakken was een uitdaging en een geduldwerk. Maar het weerzien met onze eigen spullen was plezierig na twee maanden van omzwervingen. Hoe we alles gingen inpassen in het mini-flatje was een uitdaging. Maar het voelde goed. Nu begon het echt!
Jesseka en Henk Gootjes spelen ziekenhuisje
Voor de kinderen was het ook goed een eigen plek te krijgen. Hoewel ze zich uitstekend vermaakten en ik me niet kan herinneren dat ze onrustig waren. Ze hadden ook een leeftijd dat het vooral belangrijk is dat je er als ouders bent en verder was het dan wel goed. We hadden veel tijd voor elkaar omdat Kim nog niet werkte en ze kregen ook veel aandacht van anderen. Soms te veel, vooral van Koreanen, die gek zijn op kinderen en ook graag in wangetjes knijpen. Maar we hadden niets te klagen. Ze waren gezond, Lukas gedijde en was een vrolijke, makkelijke baby. Ik voedde hem zelf en toen de tijd voor hapjes aanbrak, kon ik gelukkig Amerikaanse potjes babyvoeding kopen. Gerber ́s baby food. Niet te eten, vond ik het toen al, zeker als ik het vergelijk met wat ik proefde van de Olvarit potjes van onze kleinkinderen in die leeftijd. Brood was lastiger. Er was uitsluitend wit brood te koop, klef en plakkerig, dat alleen te eten was wanneer je het in de toaster deed. De kleintjes die erop sabbelden maakten er complete deegballetjes van die dan vervolgens in hun keel bleven steken. We verlangden naar volkoren brood, maar dat zou ik zelf moeten bakken. Een heel proces van graan kopen, wassen, drogen, malen en dan pas deeg maken en broodbakken. Dat zou nog wel een paar jaar duren voor ik daar ruimte voor kreeg.
De eerste indrukken vormen zich tot de eerste ervaringen. Na een maand logeren in Amerika bij familie, verwachtte ik dat nu echt ons Koreaanse avontuur zou beginnen. Maar na een poosje realiseerde ik me dat we eerst nog een andere bijzondere ervaring ondergingen, namelijk die van Amerika in Korea. Klik hier en hier voor de eerdere blogs
Koud
Zoals gezegd, het was koud. Busan ligt helemaal in het zuiden van Zuid-Korea en is minder koud dan de rest van het land vanwege de ligging aan zee, maar het is er kouder dan in Nederland. Daarnaast waren de huizen slecht gebouwd en was er geen centrale verwarming zoals wij die gewend waren. Traditionele verwarming was kookvuur in de keuken, waarvan de warme rook door tunnels onder de vloer geleid werd. ‘Ondul’ in het Koreaans (zie illustratie onderaan). Op de vloer lag gelakt papier dat heel schoon werd gehouden omdat men op de grond leefde.
Traditionele Vloerverwarming
In huize Hard was echter geen vloerverwarming. Olie- en kolenkachels moesten de kou buiten houden. Het was een terug-in-de-tijd ervaring voor mij, ik groeide op als jong kind met kolenkachels. Voor Kim was het nieuw. Hij groeide in Amerika op met centrale verwarming.
Ik herinner me vooral de badkamer in huize Hard, die eerste weken. Waarschijnlijk omdat de rest van het huis koud was. In de badkamer was een cementen bad ingebouwd, een enorme, rechthoekige bak. Dat stond geheel gevuld met koud water. Daarboven hing een ouderwetse douche waarvan ik me niet herinner of die het deed. In diezelfde badkamer was ook het toilet zonder spoeling. Ernaast stond een groot, bruin aardewerken vat, gevuld met water. In dat vat dreef een plastic bakje met een lange steel. Een veel gebruikt instrument in Korea, in die dagen. Na gedane arbeid moest je door het gieten van een aantal van die bakken water het toilet spoelen. Dat was even wennen.
Het kacheltje
Er stond ook een klein kacheltje, met een lange pijp langs het plafond die naar buiten leidde. Dat kleine kacheltje zorgde voor een weldadige warmte. Op het kacheltje stond een grote koperkleurige metalen emmer met deksel, met daarin altijd stomend heet water. Het suisde een beetje, tegen de kook aan. In dat badkamertje wilde ik wel een luie stoel neerzetten. Warmte, suizend water, optimaal voor de ontspanning. Maar er was werk aan de winkel. Ted, onze gastheer, schakelde ons direct in om het kacheltje brandend te houden. Ik voldeed graag aan die taak omdat ik er ook direct voordeel bij had. Het was wel een omslachtig gedoe. En ik vermoed dat we door de jaren heen aardig wat giftige dampen hebben binnen gekregen. In het ijzeren geval stonden twee kolen briketten, aanvankelijk pikzwart, rond als een flink blik bruine bonen, met gaten van boven naar beneden erin. De gaten moesten precies boven elkaar staan, voor de luchtcirculatie. Je moest ervoor zorgen dat er altijd een van de briketten brandde. Als de onderste brandde ging de bovenste langzaamaan gloeien. Na verloop van tijd moest dan de onderste eruit. Dat was de vieze klus. Gloeiend heet deksel maakte je aan de bovenkant open, de brandende yun-tan viste je eruit met een speciale tang, die zette je neer op een brandvrije ondergrond. Vervolgens verwijderde je de uitgebrande yun-tan, nu een soort crème kleur. De brandende er weer in en daarop weer een verse. Dan kon je weer een paar uur vooruit. Een even simpel als gevaarlijk systeem. De enige invloed die erop uit te oefenen viel, was de toevoer van de hoeveelheid lucht, dat ging dan door er een opgevouwen krant voor het luchtgaatje te wapperen. We deden ons best het kacheltje brandende te houden. Maar de eerste dagen wel met enig angst en beven.
Yuntan
De wijk
Het huis van de familie Hard stond in een zeer arme wijk, op een steile helling met betonnen plaveisel. Vroeger zat daar ongetwijfeld een trap, net als aan het vervolg van de weg, die naar de rosse buurt leidde. Het was een hele klim om bij de poort van het huis te komen. Naast de opgaande weg liep een diepe, open goot, niet afgeschermd. Ik stond doodsangsten uit wanneer we in de auto met Ted of Grace aan het stuur met gierende banden tegen de helling aan omhoog vlogen. Geen van beide waren erg zorgvuldige chauffeurs, dus de auto stond soms in de verkeerde versnelling, of de koppeling kwam te snel omhoog. Op het hoogtepunt, richting huis, moest er een scherpe bocht genomen worden om de auto in de juiste positie voor de poort te manoeuvreren. Ik was altijd weer opgelucht heelhuids in de tuin uit te kunnen stappen.
Samen eten
We aten samen. Gezellig en leerzaam. Hoewel Kim Amerikaan van geboorte is, waren de eetpatronen in zijn jeugd anders dan in huize Hard. Er werd hier drie maal per dag goed gegeten. Overvloedig. Ontbijt met meerdere keuzes tussen pap, eieren, brood, pancakes, worstjes en andere smakelijke zaken die mij in de vroege ochtend wat zwaar op de maag lagen. Lunch was opnieuw een uitgebreide maaltijd. Soep, salade, iets warms en sandwiches. Rond 6 uur kregen we weer een rijke maaltijd. Met een heerlijk toetje, altijd dat heerlijke toetje. Warme appeltaart met ijs. IJs met warme saus, warme pudding met slagroom. Dat kende ik van de Amerikaanse cultuur. Een zoet dessert met koffie kan niet ontbreken. Onze sobere yoghurt met vla voldoet niet. Wij hebben onze kinderen ook leren eten met een toetje in het vooruitzicht als beloning. Voor een bakje yoghurt ga je als kind niet sneller of meer eten. Maar de verrukkelijkheden van Amerikaanse desserts motiveerden onze kinderen tot het eten van de meest vreemde gerechten. Gelukkig maar, want er zou hen nog veel buitenissigs worden voorgeschoteld in de loop van onze tijd in Korea.
Culturele verschillen
Onze kinderen Jesseka en Lukas waren 3 jaar en vier maanden toen we onze intrek bij de familie Hard namen. Het was een beste plek voor hen. Grace en Ted’s vijf kinderen waren allemaal het huis uit terug in de Verenigde Staten. De Hards genoten van de kinderen. Jesseka sprak Engels dus dat maakte de communicatie makkelijk. Die eerste weken was het goed toeven in het land van onze toekomst. We zagen weinig Koreanen, behalve dan tijdens de diners die voor ons georganiseerd werden. We leefden een beetje in een cocon en kregen door de gesprekken met Ted en Grace ook een bepaalde indruk van Korea. Ze waren in hart en nieren Amerikaan gebleven, met een zeker scepticisme ten aanzien van de Koreaanse cultuur. Hoewel ze waarschijnlijk in Amerika ook niet meer pasten, was hun kritiek op de Koreanen meestal wel vanuit een Westers standpunt. Wij wisten nog niet beter en luisterden naar hun verhalen met een ietwat onbehagelijk gevoel, maar konden er verder niet veel op zeggen. Als start was dat achteraf niet fijn. Ted en Grace waren vertegenwoordigers van het oude soort zendeling die goede dingen (het evangelie!)komt brengen en zich praktisch inzet voor de mensen, maar die zich toch ook distantiëren van de autochtone bevolking. De hulp die kwam helpen met wassen en andere huishoudelijke zaken, at niet mee aan tafel maar at alleen, in de keuken. Ik heb dat één keer gedaan later met onze hulp, toen we een eigen huis hadden, maar voelde me zo koloniaal dat ik daar direct mee gestopt ben. Onze hulp werd een gezinslid op den duur. Maar ik loop vooruit.
Smeergeld?
Het is nog steeds januari 1980, en we wachten met smart op de container met onze huisraad. Pas dan kunnen we verhuizen naar het miniflatje dat voor ons gehuurd is, dicht in de buurt van de school waar de mannen gaan lesgeven. Die container met spullen stond in de haven, wisten we, maar er waren allerlei bureaucratische problemen wat, zo zei men, in feite betekende dat er gewacht werd op een steekpenning. Smeergeld was indertijd een bijna onontkoombare realiteit. Omdat we er niet aan mee wilden werken, werden wij tegengewerkt en duurde het lang voordat eindelijk de boel werd vrijgegeven. En ik weet nog steeds niet of het uiteindelijk toch door een envelop van de school is gelukt.
We leren kennismaken met de stad. Ted neemt ons mee op wandelingen en toont ons de bezienswaardigheden in de omgeving. Er zijn er niet zoveel. Het land is arm en vervallen, veel oude gebouwen zijn er niet. De straten zijn nauw en steil. En het verkeer, taxi’s, veel bussen en vrachtauto’s, is druk.
Druk verkeer op doorgaande wegennauwe straatjes
Feest
In een vorig blog schreef ik al over het Nieuwe Jaar (Seullal) We hadden het geluk aangekomen te zijn in die periode van het feest. Het is een groots feest waarbij iedereen zijn mooiste (traditionele) kleding aantrekt en op bezoek gaat met geschenken bij familie. Buiten flaneert men in de straten en parken in de prachtige, felgekleurde klederdracht. Een lange, wijde wikkelrok voor de vrouwen die boven de borst sluit, onder de oksels door vastgeknoopt en daarover een kort jakje, met wijdvallende mouwen sluitend met een lange strik. Vroeger van eenvoudig materiaal maar nu de dracht in toenemende mate voor speciale gelegenheden is, van de meest opvallende felgekleurde, glanzende stoffen gemaakt. Prachtig om te zien. De mannen dragen een wijde broek rond de enkels samengebonden met een lintje, met een jasje erboven eveneens met wijde mouwen. En opnieuw van meest primair gekleurde stoffen gemaakt. Geel met bruin, roze en paars, diep blauw met parelmoer, een feest voor het oog!
We liepen door het park en werden nieuwsgierig bekeken als enige westerlingen. Dat zou al die jaren dat we er woonden zo blijven. In de jaren tachtig woonden er behalve in de hoofdstad Seoel nauwelijks buitenlanders in Busan of de rest van Korea. Waar je je ook maar begaf was er wel een groepje kinderen dat als een zwerm vliegen achter je aanliep en Hello mr. Monkey of ‘miekoek saraam! (Amerikaan)’ bleef roepen. Ik haatte dat.
10 maart, een datum onlosmakelijk verbonden in mijn hersenpan met de verjaardag van mijn oudste zus Loes. Gisteren zou haar 77e verjaardag zijn geweest. 32 jaar geleden maakte ze een einde aan haar leven, op de leeftijd van 45 jaar.
Tot ze in de ziektewet kwam, lerares Nederlands op het Stedelijk Gymnasium in Schiedam. Begaafd, gedreven, welbespraakt, belezen, liefhebber van wandelen, reiziger, en mijn grote zus. Ik heb al vaker over haar geschreven. Hoe ik als kind en jonge vrouw bang was voor haar omdat ze altijd meer wist dan ik en ik het in meningsverschillen niet van haar kon ‘winnen’. Hoe ze in mijn beleving thuis de sfeer verpestte omdat ze het altijd oneens was met mijn vader en dan ruzie kreeg. Omdat ze mijn moeder onzeker maakte in haar loyaliteit aan mijn vader en hoe mijn moeder dan koos voor de ontwijking, maar hem niet verdedigde. Dat maakte dat ik me onveilig voelde als jong kind. En omdat ze kritiek had op hoe mijn moeder mij opvoedde (verwende, moet ik toegeven)
Maar ook schreef ik over de band die we kregen in de jaren tachtig nadat ze een paar weken voor me gezorgd had na een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. We woonden toen in Busan, Zuid Korea en zij was bij ons op vakantie. Dat was een heel bijzondere tijd. Ik beschrijf dat in de blog ‘Kabeljauw in Korea’. (Te vinden als je op titel zoekt, de WordPresslink werkt niet)
Na zoveel jaar zijn de complexe emoties rondom haar zelfdoding gekalmeerd. De heftige gevoelens van boosheid en hulpeloosheid die in de eerste jaren overheersten en die tot een confrontatie met mijzelf leidden, zijn er niet meer. Het gemis speelt op bij tijden, maar ik weet dat ik dat ook niet moet idealiseren. Loes haar leven was zwaar en ingewikkeld en ze vroeg veel van haar omgeving.
Ik denk dat het gevoel wat ik met me meedraag er een is van een gemis aan wat had kunnen zijn. Het ‘wat als’? Wat, als ze met goede hulp weer een evenwicht in haar leven had gevonden en al haar talenten en enthousiasme had kunnen inzetten in waar ze goed in was? Wat, als ze weer levensvreugde had kunnen ervaren? Wat, als we als zussen eindeloos over gelezen boeken hadden kunnen praten, naar tentoonstellingen en concerten hadden kunnen gaan? Wat, als mijn kinderen een actieve tante gehad zouden hebben, die hen meenam om te wandelen, zoals ze in betere tijden nog met de oudste deed. Ik mis een grote zus, denk ik. Maar ik weet maar al te goed dat iedere grote zus, net als ikzelf, met gebreken komt.
Ik laat het dan weer los en hoop en vertrouw dat ze nu de Levensvreugde heeft, waar ze hier zo vergeefs naar zocht. Maar ik mis haar wel.
Wie geraakt is en worstelt met gedachten aan suicide: bel vooral 113! Er is hulp en er is hoop!
Over Ds. Ted en Grace Hard, zendelingen in Korea. En een beetje geschiedenis.
Wat een markant stel mensen blijken onze gastvrouw en -heer te zijn. Grace, docente op de basisschool op de Amerikaanse legerbasis, hartelijk, intelligent en geïnteresseerd in vele onderwerpen op het gebied van pedagogiek, theologie en christelijk geloof. Een lange, opvallende vrouw. Ze spreekt met een licht New Yorks accent en heeft een doordringende stem. Goedlachs en met gevoel voor humor. Ik voel een klik.
En Ted, docent theologie op dezelfde school als waar Kim zal gaan werken. Intelligent, vol rusteloze, onverzadigbare belangstelling voor van alles en nog wat, opvliegend, zeer begaan met het Koreaanse volk. Niet alleen op het gebied van zending in de nauwe betekenis van het woord, als evangelieverkondiging. Maar ook op de doorwerking van dat evangelie op sociaal en maatschappelijk gebied. Een van zijn passies was bijvoorbeeld het bouwen van kleine branders op zonne-energie zodat mensen op het platteland niet alleen afhankelijk van hout of (dure) kolen waren.
Wat hem karakteriseerde was vooral, dat hij altijd bezig was dingen te bedenken als mogelijke oplossingen voor de vele praktische problemen die er in het toen nog arme land altijd waren, en die het leven van de meeste mensen zwaar maakten. Hij kon zich opwinden over de koppigheid van Koreanen die liever volgens vertrouwde methodes bleven werken. Hij verzamelde hij meters en meters tweedehands theologische boeken om ze ter beschikking te stellen aan theologische opleidingen in de hele (derde) wereld. Een altijd bezige man, die principieel tegen vakanties en vrije tijd was, omdat God ook altijd werkte. Behalve op zondag. Een originele denker, dat zeker. Maar daarom ook wel eens moeilijk te volgen. Hij genoot van Kims gezelschap en er werden de nodige theologische discussies gevoerd. Hij kon heel dwars zijn en van Kim verwachtte hij dan tegengas.
Hun vijf kinderen zijn al lang het huis uit en terug in Amerika.
Een beetje geschiedenis
Ted Hard was een Korea kenner. Als jonge eerstejaars student meldde hij zich in de Tweede Wereldoorlog aan bij de Amerikaanse luchtmacht. Hij werd getraind als navigator op een B 29 bommenwerper. Zijn standplaats was de Filippijnen. Tijdens zijn trainingen daar werd hij geraakt door de armoede onder de plaatselijke bevolking, zowel fysiek als geestelijk Het deed in hem het verlangen ontstaan zendeling te worden. Na de oorlog studeerde hij verder aan Wheaton College in Chigago, waar hij zijn vrouw, Grace Vogel leerde kennen. Hij vervolgde zijn theologische studie aan Westminster Seminary in Philadelphia.
Na het behalen van zijn diploma vertrok hij naar Zuid-Korea, een land op dat moment geteisterd door een verschrikkelijke burgeroorlog (1950-52). Het communistische Noorden, in Russische handen terecht gekomen na de Tweede Wereldoorlog, was in 1950 het Zuiden binnengevallen en had, geholpen door tienduizenden Chinese soldaten, bijna heel het land bezet, met uitzondering van Busan, het uiterste Zuidoosten. Miljoenen mensen uit het noorden vluchtten naar het zuiden, met name Busan. Gedwongen door de Verenigde Staten en andere grote wereldmachten moest Noord-Korea zich uiteindelijk terugtrekken tot achter de 58e breedtegraad, ten noorden van Seoel, het zuiden verwoest achterlatend.
Onder de vluchtelingen vanuit het noorden waren veel christenen. Pyongyang in het Noorden werd wel het Jeruzalem van Korea genoemd. De situatie in het land was chaotisch. De mensen waren straatarm en velen hadden geen dak boven hun hoofd. Men leefde in tenten of tijdelijke kampementen. Iedereen was wel een familielid of meerdere familieleden kwijtgeraakt door het trekken van een willekeurige grens van prikkeldraad en landmijnen ten noorden van Seoel. Men kon elkaar niet meer bereiken. Ouders hun kinderen niet, broers en zussen hun ouders niet, en vele broeders en zusters in Christus waren gevlucht of gedood. Die grondtoon van verdriet in de Koreaanse samenleving was een element waar wij ons maar langzaam bewust van werden, maar die op den duur voelbaar werd. Zelfs 30 jaar na datum.
Pioniersmentaliteit
In dat verwoeste en verscheurde land kwam Ted Hard aan in 1954 als zendeling namens de Orthodox Presbyterian Church. Hoewel Grace en hij al getrouwd waren, kon zij, vanwege de gevaarlijke situatie, nog niet direct met hem mee. Hun motivatie om juist in dat land als zendeling te gaan wonen was sterk en na een half jaar heeft Grace, hoogzwanger van hun derde baby, zich bij hem gevoegd met twee jonge zoons, Rodney en Sterling, die nog in de VS geboren waren. Zes weken na aankomst werd hun dochter geboren. Om dit te kunnen moet je een pioniersmentaliteit hebben. En je niet door van alles uit het veld laten slaan. Het zijn bijzondere mensen die dit kunnen, met een persoonlijkheid die vaak in de ‘gewone’ wereld niet makkelijk in te passen valt. Laat ik het zo omschrijven. Ted was een pionier. Iemand die zich door niets of niemand liet tegenhouden wanneer hij meende een goed plan te hebben. Conflicten volgden hem dus overal. Maar veel goeds en nuttigs liet hij achter.
Dit als korte schets om een beeld te krijgen met welke bijzondere mensen wij de eerste anderhalve maand de dagen doorbrachten. Al wist ik toen nog niet van die hele geschiedenis.
Eerste indrukken
Niet lang na onze aankomst is het Koreaans Nieuw Jaar. Net als in veel andere Aziatische landen vieren de Koreanen hun feestdagen volgens de maankalender. In de jaren tachtig zeker nog. We worden gewekt door een hels kabaal van metalen trommels waar vol overgave op geslagen wordt met houten trommelstokken. Zo hard als mogelijk is, want de boze geesten moeten verjaagd. Als we gaan kijken bij de poost zien we een dansende groep mannen en vrouwen die op deze oorverdovende manier het nieuwe jaar inluiden. Goedemorgen. Later gaan we naar een park in de buurt waar veel gezinnen en stelletjes flaneren. En oude heren in prachtige kostuums. Ted spreekt ze aan in zijn redelijk vloeiend Koreaans. En wij worden natuurlijk nieuwsgierig gade geslagen. Op de dag van Seollal gaan mensen bij familie langs, met cadeaus, mooi aangekleed in Koreaanse dracht, eten traditioneel een soep met schijfjes rijstpasta. We zouden het nog acht keer meemaken.
Een blogbericht in het Engels deze keer: I lived in Pusan, South Korea in the 1980’s and once a year our neighborhood sounded like a canon was going off every three minutes or so. Ka-Booom! Outside lots of people gathered around an old rusty looking thing on wheels that resembled some sort of mini-tank. It was a mobile rice popper. Quite a contraption. Women and children would flock around it bringing their portions of rice or corn to be popped. It was, what I remember, around Chusok, a Korean harvest festival, in september when (among many other things) the airy and sweet popped rice snacks called yugwa were made. The popped rice would be crushed and a layer of this would cover an airy, sweet, honey tasting inside. Very nice and festive. (On Wikipedia I just read that the proces of making them was very complicated). The enormous explosion each time was one of the great attractions for many of the kids around. After all the neighborhood ladies had their grains popped, the adjessi’s would move on to the next place, all around town. With their machines on hand drawn carts. A mobile machine, but with a lot of manpower on the side. I found a nice description of the working of the equipment by a Chinese man from Taiwan who revisited his hometown. The picture is his as well.
When I was a little boy, we used to gather around a vendor who came to our small community once every few weeks, set up this machine and a stand and began popping rice. The machine looked primitive and it was. A small amount of rice goes into the opening. The lid was closed air tight. The cast iron drum was then rotated over fire (from burning coal) for about 10 minutes which increased the temperature and pressure inside the drum. The drum was then removed from the fire and the seal was forced opened using a wrench. The sudden release of pressure generated a very loud boom to the amazement of the kids. It also released a cloud of gas and steam and popped the rice grains to about 10 to 15 times of its original size into a bag or some kind of container. It was puffy, slightly sweet and had the smell and taste of slightly burned rice at the bottom of a rice cooker.
The reason I remember this, is a ‘novelty’ that was shown on Dutch TV recently. Instead of bringing the fruit harvest of pears and apples to a press far away, there is now this truck coming to the people. It tours the orchard areas where apples are harvested. It carries a state-of -the- art apple pressing machine. In go dozens of kilo’s of apples and out comes clear applejuice. No banging booms. Just a smooth running machine. No novelty this mobile convenience. It takes a little less manpower. But just like in Korea in the old days, it attracts many people which makes it just as social as the ancient popper in the ’80’s!
Ik zag het op 24Kitchen, Jamie in Korea, op de markt. Hij stond bij een verkoopster van kimchie, het gefermenteerde Chinese koolgerecht met veel rode peper en knoflook dat gegeten wordt als kaas bij ons. Iedere dag, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds, bij elke maaltijd, als bijgerecht. Zonder kimchie geen Koreaanse maaltijd. Het wordt tradtioneel gemaakt van Chinese kool maar ook van andere groenten. Van eenvoudige versies tot hele luxe met dadels, noten, jujubes, peren en wat dies meer zij.
Net als zuurkool moet kimchie rijpen. Vroeger werd het in de herfst gemaakt, in grote hoeveelheden, om daarna in een soort Keulse potten te worden bewaard, de hele winter door, tot de volgende herfst. En soms langer. Ik heb weleens dat soort rijpe kimchie gegeten, maar was daar niet enthousiast over, om het voorzichtig uit te drukken. Er is een dunne lijn tussen overrijp en rot, zeg maar…Maar verse kimchie, zo’n 2 weken oud, daar kun je me voor wakker maken.
Onze hulp in Korea maakte van rettich de meest smakelijke kimchie: Kkakttugie. Blokjes rettich, wortel en gember en dan mengen met de rode pepersaus, knoflook, zout, visconcentraat en rijpen maar. In no time was het op. Ook de kinderen smulden ervan.
Geïnspireerd door Jamie ben ik weer eens naar de Chinese supermarkt in Utrecht getogen, op de Amsterdamse straatweg, waar tegenwoordig steeds meer Koreaanse producten verkocht worden. Ik haalde er kimchie (ja, tegenwoordig uit de fabriek verkrijgbaar),
shi-take paddestoelen, zachte tofu (lekkerder dan de wat droge hardere bij de supermarkt) en noodles.
Thuis maakte ik de soep, een beetje uit mijn hoofd, want ik heb geen aantekeningen gemaakt van Jamie’s recept. Maar alsnog dank aan hem voor de inspiratie!
Ingrediënten (geschat voor 3 a 4 personen):
2 kipfilet
bakje (shitake) paddestoelen, in plakjes
een blok tofu (liefst wat zachte)
kippenbouillon, 1 liter
groene bladgroenten, kool, bosui, spinazie, naar keus
2 kleine winterwortels
Kimchie (optioneel), hoeveelheid naar keus
Koreaanse rode pepersaus (evt. vervangen met sambal of iets dergelijks)
Platte dunne mie, voor 3 a 4 personen.
Bereiding:
Bak de paddestoelen in weinig vet, tot ze een kleurtje hebben. Zet apart.
Snij ondertussen de kipfilet in plakjes of blokjes en de wortel in schijfjes.
In een grote pan bak de kipfilet.
Als de kip kleurt voeg de wortel toe en bak mee. Na een paar minuten voeg de bouillon toe en laat de kip garen.
Voeg de rode pepersaus toe en snij de groenten in grove stukken en voeg toe.
Voeg als laatste de kimchie toe en de in blokjes gesneden tofu.
Even doorverwarmen en proeven. Te flauw? Wat sojasaus toevoegen. Te heet? Wat extra water. (en nog een extra bouillonblokje).
Inmiddels heb je de mie gekookt. Zorg dat die niet plakt.
In een grote kom de mie doen en daarover de soep met inhoud.