Tweedehands

Puppy_franse_bulldog2Sophie zit vlak voor de deur en kijkt me met haar bruine ogen verlangend aan. Ik moet haar min of meer opzij schuiven om binnen te komen. Ze is zo lelijk dat ze vertedert. Haar bazin is druk met tweedehands kleding passen en duikt met grote hartstocht het pashokje in om er even zo gauw weer uit te komen om nieuwe voorraad op te snorren. Ondertussen snuffelt Sophie vrolijk rond en veronderstelt de de bazin dat iedereen Sophie een schatje vind. Ze heeft een doorlopende dialoog met het beestje, een Franse bulldog pup. Haar meisje, haar poepie. Het hondje verdwijnt in de vertrekken achter de winkel en verschijnt na een poosje opgewekt kwispelend. De Haagse dame vertelt Sophie dat ze bijna moest huilen toen ze dacht dat Sophie kwijt was. ‘Hier blijven hoor’, schalt ze door de winkel. Iedereen wordt er vrolijk van. Niemand is bang voor het gedrochtje.

De dame met haar vriendin hebben ongeveer de helft van de beschikbare kleding in hun hokjes hangen en kleden zich met het gordijn open snel en ervaren om, alsof ze niets anders gewend zijn dan kleren aan en uit trekken. Beiden toch zeker wel maatje 44-46 persen ze zich met elan in maat 38-40. Vetrollen, dikke billen, brede heupen, dreldijen, het maakt het stel helemaal niets uit. Half ontkleed lopen ze rond, geheel zonder gene of schaamte. In de lycra t-shirtjes waar de een een voorliefde voor heeft, tekent de diabetes-risicobuik zich in rolformaat af. Met een ervaren handeling trekt ze het shirt over de rollen zodat ze minder zichtbaar zijn. De glanzende broek waar ze zich in wurmt maakt dat er zich een vierde rol bij vormt, over de broekband. Geen nood. Bovenste knoop open. De mouwtjes zitten een beetje strak. maakt niet uit, de roesjes zijn zo schattig, die mouwen haalt ze er thuis gewoon uit. ’t Is zo’n enig bloesje. En het rode jasje, te krap over de boezem? Gewoon niet dicht doen, nergens voor nodig toch?

Ik wacht een tijdje bescheiden met mijn vondsten en sla met bewondering de dames gade. Heerlijk, zo helemaal niet in te zitten over een vetkussen meer of minder. Ze zouden zo kunnen meedoen met de Dove-reclame. En ze hebben zo’n handigheid in combineren en mixen dat alles nog leuk staat ook!

Als blijkt dat de ladies nog lang niet klaar zijn en andere klanten doorverwijzen naar de keuken om daar te passen, trek ik overmoedig m’n vest uit. Jazeker ik ga het ook gewoon doen. Midden in de winkel mijn dingen passen. Ok, wel over mijn t-shirt heen. Ik ben namelijk niet over mijn hele lijf egaal bruingebrand als deze dames, die waarschijnlijk nu al achter glas op de boulevard liggen bruin te branden. Mijn witte drelletjes zien er toch minder uit. Die houd ik nog even voor mezelf.

Bibberschelp en het verhaal over God

Ik heb het nog steeds niet kunnen vertellen aan mijn kleinzoon, het verhaal over God. Het was helaas te moeilijk…

Zaterdag vierde ik mijn verjaardag en een deel van de familie was blijven slapen na het feestje. Ook de kleinzoons. Niek (van 5) wilde mee naar de kerk, wat ik altijd heel gezellig vind. Het was een beetje hectisch ’s ochtends, dus ik was er niet aan toe gekomen iets voor hem mee te nemen. Met als gevolg dat hij, met Thomas de trein en wat volgelingen in zijn handen geklemd, aandachtig zat te luisteren naar wat er gebeurde. De ouderling las uit de Bijbel de gelijkenis over de koning die een bruiloft gaat vieren en de mensen die uitgenodigd zijn laat ophalen door zijn knechten. Als niemand dan wil komen mogen de mensen van de straat binnenkomen. De ouderling las het spannend voor, maar het verhaal was net te gecompliceerd voor Niek om te volgen. Wat gebeurt er nu oma, waarom zegt hij kom binnen, wie moet er dan naar binnen, oma? Ik fluisterde dat ik het straks ging uitleggen…Ok, zei Niek.

Na een poosje wilde hij naar de creche. Tante Sas nam hem mee. Maar voor het einde van de dienst was hij terug, met een koekje. Is het verhaal over God al geweest, oma? Of ging het over Jezus? Wat was dan het verhaal? Straks zal ik het vertellen, ok? fluisterde ik weer terwijl ik besefte dat het waarschijnlijk te moeilijk was.
Het wordt echt tijd voor een kinderpreek! Niek die niet gewend is naar de kerk te gaan verwacht iets. Kinderen die vanaf hun kleutertijd in de kerk zitten leren soms juist niet te luisteren of te verwachten…

’s Middags zijn we nog naar het strand geweest. Kris van 2 mocht z’n slaapje overslaan en was helemaal blij om op het zand te lopen en te spelen. Niek ging schelpen zoeken. We vonden hele mooie, met horizontale lijnen. Niek vond toen een mooie schelp met vertikale ribbeltjes. Kijk oma kijk, een heel mooie bibberschelp!
Toen ik vroeg wat nou weer een bibberschelp was kreeg hij de slappe lach. Oh nee, een ribbelschelp!

Kabouter Spinneweb en Thomas de trein

Img_3173Kleinzoon Kris van twee houdt van zingen. Hij maakt zijn eigen liedjes en zingt ze hard. Heel hard. Zijn stem heeft het bereik van een operazanger. De kopjes rinkelen in de kastjes en Kris heeft het grootste plezier. Een van zijn liedjes is het uitschallen van "Thomas de trein, Thomas de trein, lalalla, Thomas de trein..". Vandaag zongen we samen "Op een grote paddestoel, rood met witte stippen". Ook een topper. Maar kabouter Spillebeen ging er niet in. ‘Nee-hee oma…niet kabouter Shpiinnebeen!!" Het werd kabouter Shpinneweb, uitgesproken met zijn kenmerkende slis-S.

Niek van vijf is niet zo’n zanger. Hij houdt van tekenen en schilderen en op de grond op z’n zij liggend, in een fantasiewereld met autos en treintjes spelen. Maar denk niet dat Niek een stil jongetje is. Ook zijn stemgeluid lijkt op dat van een trombone. Vooral als hij film kijkt, zoals vanmiddag Thomas de Trein, en mij alvast wil vertellen wat er allemaal voor zeer spannende dingen te gebeuren staan. Aangezien Niek de film al tientallen keren heeft gezien hoeft hij niet, zoals ik,  te volgen wat er op dat  moment gebeurt in het verhaal. Vanmiddag ging ik ook even hard praten. Dat werd niet op prijs gesteld, het deed zeer aan z’n oren, klaagde Niek. Doof is hij gelukkig dus niet.

Het was weer genieten met de jongens.

Vasten

Verschillende artikelen in kranten en tijdschriften inspireerden me dit jaar weer om een tijd van vasten te houden tot Pasen. Niet eten is niet voor me weggelegd, dan kun je me na twee dagen wegdragen en dat lijkt me niet de bedoeling.

Eerst vroeg ik me af waarom en tot welk doel ik het eigenlijk wilde. Om punten te verdienen? Nee. Om mezelf iets te bewijzen? Wellicht, maar niet in de eerste plaats.

Ik las verschillende keren over het idee van discipline. Iets kunnen of willen laten uit vrije keus om jezelf op die manier te oefenen in een levensstijl die haaks staat op de westerse tijdgeest van (materieel) genieten zoveel en vaak als je kunt. Waarom vinden wij dat ons goed recht? Wanneer driekwart van de wereldbevolking nauwelijks genoeg heeft om van te leven. Niet dat ik iets tegen genieten heb, hoor. Maar het gaat meer om waarvan en hoe.

Ik raak er steeds meer van overtuigd dat het meest kostbare dat ik van God krijg (behalve dat ik Jezus mag kennen) mijn menselijke relaties zijn. Partner, familie, kinderen, vrienden, buren, gemeenteleden, collega’s noem maar op. Door de jaren waarin ik ernstig depressief was ben ik die als het allerbelangrijkst gaan zien. Te kunnen voelen dat je om mensen geeft en zij om jou is genieten ten top wanneer je dat lang niet hebt kunnen ervaren.

Investeren dus in die relaties! Dat is mijn motto. En ik merk dat het opgeven voor bepaalde periodes van iets wat ik lekker vind of waar ik doorgaans veel (‘nutteloze’) tijd aan besteed me helpt te focussen op wat echt belangrijk voor me is. In de eerste plaats m’n relatie met God waar ik altijd te weinig tijd in investeer. En verder komt er bijv.tijd vrij voor ouderwetse correspondentie, zoals kaarten en brieven die al lang verstuurd hadden moeten worden.

Het kan waarschijnlijk allemaal veel geestelijker en met diepere betekenissen, maar ik ben redelijk tevreden met mijn kleine stapjes. Het heeft wel iets, een tijdje bewust iets nalaten, zodat iets anders gedaan wordt.

Wilders, die Brucke en der Blaue Reiter

Niet bepaald onderwerpen die onderlinge samenhang vertonen, behalve de laatste twee dan. Wel de onderwerpen die me de laatste dagen bezig hielden.
Toen ik vorige week woensdag bezig was met stembiljetten tellen in Scheveningen kwam ik ze al tegen, de felrood gekleurde blokjes onderaan lijst 20 van de PVV. De laatste naam was die van Wilders en tot mijn verbazing waren er veel voorkeurstemmen voor hem. Ik dacht toen, jammer dan voor de kiezer maar dat is een verloren stem, een lijstduwer wordt geen lijsttrekker.
Maar helaas, vandaag kwam het nieuws naar buiten dat Geert Wilders toch mee gaat draaien in de gemeenteraad van Den Haag. En tegelijk lid blijft van de Tweedekamer. Welk bestuur wordt hier nu niet serieus genomen? De Tweedekamer of dat van Den Haag? Ook Fritsma, de lijsttrekker van de PVV, blijft Tweedekamerlid. Het moest niet mogen!

Vrijdag en zaterdag was ik in Groningen om de tentoonstelling over Duitse expressionisten te zien, die zich die Brucke noemden. Voor het eerst in het Gronings museum, wat een bijzondere ervaring was. Heel eigenzinnig vormgegeven, met veel pastel en kleurige accenten. De tentoonstelling vond ik prachtig. De felle kleuren van de expressionisten raken me. De grove lijnen en vormen, de primaire kleuren en het figuratieve spreken me erg aan. Emil Nolde springt er voor mij uit.Links overigens een schilderij van Kirchner

Vandaag in Den Haag een andere uiting van Duits expressionisme gezien, schilderijen van de Duitse kunstenaarsgroep der Blaue Reiter, met Kandinsky als de meest beroemde vertegenwoordiger. Leuk om uit ongeveer dezelfde periode werk van twee van dit soort kunstenaarsverbonden te zien. Brucke was stadser, met veel voorstellingen van variete en danseressen. Blaue Reiter was vooral veel bezig met het weergeven van de natuur.

Is er nog een verband te bedenken tussen Wilders en de andere, de kunstenaars die leefden aan het begin van de 20e eeuw? Breken met de traditie, misschien? Radicaal anders willen zijn? Nee, sorry nu krijgt Wilders al te veel eer. Kunstenaars waren bezig met de werkelijkheid om zich heen, de mens, de natuur, de stad. Hoe ze die zagen en beleefden. En alles kreeg daarin een plaats, niets was daarvan uitgesloten. Ook de donkere kanten van de samenleving probeerden ze te vatten op het doek. Dan voel je de dreiging, de wanhoop, de armoede.

Wilders voelt niet maar is altijd aan het oordelen en indelen. Ik mis ten ene malen ontferming, meeleven en een verlangen naar goedheid. Natuurlijk zijn er problemen, natuurlijk moet er strenger worden opgetreden in sommige situaties. Maar arm volk dat iemand als Wilders tot leider kiest.

bij de migratie van sanoma naar WordPress zijn helaas niet alle foto’s meegekomen.

Tellen in de Mallemok

Ik had me aangemeld om mee te doen op de verkiezingsdag, als lid van een van de vele stembureaus in Scheveningen. Ik ontving enkele weken geleden een uitnodiging om me op 3 maart te vervoegen op stembureau 414, de Mallemok te Scheveningen, als assistent-teller. Het klonk me lichtelijk komisch in de oren. Aangezien ik altijd stem maar nog nooit als vrijwilliger had mee geholpen bij het hele gebeuren was ik erg nieuwsgierig naar het verloop van alles. Ik maakte me zenuwachtig over ingewikkelde telmethodes die ik met mijn gebrekkige cijfertalent niet zou kunnen volgen, waarbij ik naar huis gestuurd zou worden: Sorry mevrouw, wij kunnen van uw onnozele diensten geen gebruik maken. Ik heb nog overwogen af te bellen.

Maar om acht uur ’s avonds stapte ik op de fiets en reed naar de Mallemok. Een wijkontmoetingscentrum dat helemaal beantwoordt aan de deprimerende verwachting die ik van het gebouw had. Scheveningen blinkt uit in wijkgebouwen die strijden om de eer het meest haveloos en verwaarloosd te zijn. Met man en macht proberen dappere wijkwerkers en vrijwilligers er nog wat van te maken, maar hier is te merken dat er al decennia bezuinigd wordt in deze publieke sector.

Stembureau 414 was neergestreken in de grote zaal waar rafelige oranje gordijnen de hoge ramen bedekten en waar waarschijnlijk af en toe gegymd wordt door senioren en kinderen. Met vijf andere vrouwen en een bejaarde mannelijke Scheveninger zijn we om negen uur begonnen met het tellen van de 759 uitgebrachte stemmen op even zovele stembiljetten die de grootte van de Nederlandse vlag hadden omdat er 21 partijen een plekje op moesten vinden.

Ingewikkelde telmethodes? Vergeet het maar. Lange tafels met daarop 21 stapels van de verschillende partijen. Het was al ver over tienen voor we die orde bereikt hadden, want de belachelijk grote biljetten moesten driedubbel gevouwen de stembus in, anders pasten ze niet door de gleuf. Toen moest het tellen nog beginnen. In de volkswijk waarin de Malllemok staat waren duidelijk 2 partijen favoriet. De lokale Politieke Partij Scheveningen en helaas, de PVV. Sommigen hadden zelfs een grote rode cirkel om de naam van ( de onverkiesbare) Wilders gezet als voorkeurstem.

Al met al hebben we het redelijk vlug gedaan. Een keer moesten we hertellen omdat er 1 stem miste. En de lokale partij had zoveel verschillende voorkeurstemmen, ook nog vaak met dezelfde namen (vader, zoon, broer enz) dat het lang duurde voor we die uitgezocht hadden.

Ondertussen bleek wel uit berichtjes van de thuisbasis dat mijn partij, de ChristenUnie, het minder goed deed dan verwacht. Met veel liefde legde ik steeds de lijst 13 stembiljetten bij elkaar. Het mocht niet baten. Met de hoge opkomst vanwege de PVV was de kiesdeler vrij hoog en hebben we het niet gehaald. Jammer. Nu weer op naar de landelijke verkiezingen.

Fighting a great battle

Even is het weer heel dichtbij gekomen. De zoon van vrienden benam zich onlangs het leven door voor de trein te springen. Als een donderslag bij heldere hemel, zo kwam het bericht bij de ouders binnen. Letterlijk. Ik hoor de predikant nog de woorden herhalen van de ouders tegen de politie, vol ongeloof en verbijstering: Onze A.? Weet u het zeker, onze A.?

Het moment waarop je de mededeling krijgt, dat is tegelijk het moment waarop je leven een wending neemt die nooit meer terug te draaien valt. Het gaat buiten je om, je weet het niet, want je bent verdoofd. Pas langzaam, heel langzaam gaat de betekenis doordringen en begin je de gevolgen te onderkennen.

Het is als een aardbeving, hoewel ik die nooit letterlijk heb meegemaakt. Maar mensen die ervaring hebben uit de eerste hand  vertellen dat een aardbeving je basisvertrouwen ondermijnt. De grond waarop je loopt en leeft, letterlijk de grond onder je voeten, wordt weggevaagd. De aarde beeft en golft en is niet meer het fundament wat het hoort te zijn. Zo trekt de zelfgekozen dood van een geliefde een scheur in je leven, een barst die wanneer je niet de zorg krijgt die nodig is, tot grote ontreddering kan leiden.

Volgens het Trimbos Instituut maken jaarlijks in Nederland gemiddeld 1500 mensen (1000 mannen en 500 vrouwen) een eind aan hun leven.

In totaal doen naar schatting 94.000 volwassenen jaarlijks een suïcidepoging. Daar bovenop blijken 410.000 mensen wel eens aan suïcide denken, veelal na een periode waarin zij last hebben gehad van psychische problemen.

In onze cultuur blijft via reclames en soapseries de indruk gewekt worden dat het leven 1 groot feest is, maar deze cijfers laten zien dat dit voor veel mensen beslist niet geldt. Zij kunnen er niet aan meedoen. Tel bij deze mensen ook nog eens alle nabije familie en vrienden op, dan kom je tot een indrukwekkend getal die de spreuk van Philo van Alexandrie eens te meer waar maakt: ‘Be kind for everyone you meet is fighting a great battle’.

Klaar zijn met het leven

NvveEr is een heuse lobby gaande volgens mij op radio en TV. Ik zag de afgelopen weken al drie documentaires over bejaarden die klaar waren met het leven en met of zonder steun van familie en vrienden een einde aan hun leven maakten. In de afgelopen week is door het Openbaar Ministerie aangifte gedaan tegen een oudere journalist die op TV vertelde zijn vriend door verstikking om het leven te hebben gebracht (de vriend leed aan aids, nog voor er goede medicijnen beschikbaar waren). Het was een daad op verzoek en uit liefde verricht. Een zoon stond zijn bejaarde moeder bij die 60 (!!) pillen gespaard had en verzameld en daarmee een einde aan haar leven maakte. En de derde documentaire had ook een bejaarde vrouw tot onderwerp die, zonder steun van anderen, haar leven ging beeindigen.

Wat me bij de twee bejaarde vrouwen opviel was hun grote helderheid op hoog bejaarde leeftijd. Ze waren zeer betrokken bij het leven, intelligente en belezen mensen. Ze hadden kinderen en familie die zeer aan hen gehecht waren en ze woonden nog zelfstandig. Met moeite, dat wel. een van de vrouwen had steun nodig bij het lopen maar weigerde consequent om met een rollator te lopen. Dat was onbespreekbaar.
Er was dus geen sprake van eenzaamheid, verwaarlozing, ernstige pijn, ernstig psychisch lijden. Maar een sterke overtuiging dat het zo mooi genoeg was. "Ik hoop de geboorte van dit kind niet meer mee te maken," zei een van de dames tegen haar zwangere kleindochter.

Ik kan begrip opbrengen voor het gevoel dat het leven soms wel erg lang kan duren. Ook bij ziekte denk je soms waarom moet dat lijden maar voortduren? Wat is de zin daar nu van. Mijn moeders jaren van dementie waren zwaar en pijnlijk, voor haar en voor ons als familie. Toen ze een ernstige ontsteking had waaraan ze zou sterven zonder antibiotica leek de zachte drang van de medici ook te zijn: laat haar maar gaan, ’t is goed geweest, toch? Terwijl wij als kinderen nog een hele sterke tegengestelde reactie hadden: Als het tijd is om te sterven gaan we niet nodeloos rekken, maar simpele antibiotica, als die nog werken en haar weer genezen kunnen, laten we dat in elk geval proberen. Dat was een bijna instinctmatige reactie, niet een weloverwogen principiele, volgens mij. Je moeder hou je in leven, zo lang het kan! Je houdt van haar en zelfs ondanks de dementie waren er goeie momenten waarop je kon lachen met elkaar, waarop ze lekker kon eten of trots was op een nieuwe rok. De zorg voor haar voegde ook een dimensie aan mijn leven toe.

Waren we toen zelfzuchtig? Ik weet het niet. Maar wanneer ik de bejaarde dames hoor bekruipt me het gevoel dat zij dat wel zijn. Ze hebben geliefden die er veel moeite mee hebben dat moeder,oma niet verder wil. Zijn wij dan niet belangrijk voor je? Je kunt je afvragen natuurlijk of het juist is van iemand te vragen een krakkemikkig leven voort te zetten alleen voor jou. Maar in dat krakkemikkige leven zaten nog zoveel prachtige elementen al was het alleen maar de liefde van en voor familieleden.

Daarom is dat hele zelfbeschikkingsrecht zo moeilijk en pijnlijk. Als je over je eigen leven beschikt, autonoom, wie houd je dan tegen wanneer jij tot de conclusie komt het leven niet meer de moeite waard te vinden? Maar het is lijkt me je uitgangspunt dat bepaalt hoe je de waarde van je leven ziet: van wie is het leven eigenlijk?
  Als christen (of moslim) ga je ervan uit dat je beschikt over iets heel kostbaars dat niemand kan geven en nemen dan God Zelf, die jou gemaakt heeft.  Zelf je leven beëindigen blijft dus, uitzonderingen nagelaten, een vorm van god spelen.  En ook tijdens de moeitevolle periode van de ouderdom tel je (ideaal gezien) de zegeningen die er nog zijn in plaats van te tellen hoeveel elementen van onwaardigheid er zijn.
   Het uitgangspunt van de autonomie maakt dat je zelf beslist wat nog wel en wat niet bij een waardig leven hoort. Je ontwikkelt een eigen kader. En op een gegeven moment beslis je of het nog acceptabel is volgens dat criterium. Je geeft het leven op voor de dood in de veronderstelling dat alles ophoudt of dat er een staat van vergetelheid ontstaat.
   Als gelovige in een Schepper zie je de moeitevolle ouderdom, ziekte enz. als gevolgen van de gebrokenheid van het leven die alleen Jezus weer herstellen kan, straks bij Zijn terugkomst. Nu moeten we daar nog mee leven, hoewel God belooft ons er niet alleen in te laten.

Is oud worden en aftakelen dus een eitje voor wie gelooft? Ik denk het niet. Het is voor gelovigen en ongelovigen net zo moeilijk. Maar wat je er mee doet en hoe je er mee omgaat verschilt.

wintergroenten en winterdarmen

Ik wil graag ecologisch verantwoord leven. Voor zover mogelijk want er hangt een prijskaartje aan die  levensstijl. Sinds ik niet meer werk heb ik een aantal biologische producten van mijn boodschappenlijstje moeten schrappen omdat ze nu even te duur zijn. Vlees, wanneer we het eten, probeer ik wel diervriendelijk te kopen. Ik ben trouwens op een product gestuit wat ik niet kende, de Volwaardkip. Er staat een keurmerk van de Dierenbescherming op die ervoor instaat dat de beesten i.e.g. niet als plofkippen zijn gefokt en ook af en toe aan de frisse lucht mochten ruiken en diervriendelijker worden geslacht dan biokippen. Verder gaat het niet want zelfs de Dierenbescherming zou liever willen dat we voluit scharrelkippen kopen. Maar die zijn dus echt zo duur dat ik bezwijk voor de Volwaard filleetjes, voorlopig.

KoolsoortenMaar nu de wintergroenten. Mijn ideaal is om groenten van het seizoen te kopen, omdat die met de minste energie verbouwd worden en niet ingevlogen hoeven te worden uit verre oorden. Sla, tomaten, komkommers en boontjes zijn nu eenmaal echte zomergroenten en komen of van ver of zijn niet eten zo smakeloos omdat ze uit een kas komen. Dus kies ik moedig zoveel mogelijk wat er aan wintergroenten in de winkel ligt. Spruitjes, witte, rode, groene, chinese kool, zuurkool, boerenkool, koolraap, wortels, en…tja, wat nog meer? Niet veel meer dus. (Tenzij je alle ‘oude’ groentes meetelt die in een biologische winkel te koop zijn). 

Hier begint mijn probleem. Geen financieel probleem want wintergroenten zijn goedkoop. Je krijgt waar voor je geld. Van 1 witte kool kunnen wij samen wel 3 dagen eten. 1 Zuurkoolschotel gaat minstens 2 dagen mee. Stamppot eet ik zelden, daar wordt ik te dik van omdat ik er teveel van eet, maar die zijn ook goedkoop en voedzaam.

Geen financieel probleem dus. Ook geen probleem met recepten, die kan ik altijd wel vinden of verzinnen. Zelfs niet met de smaak. Maar een acuut lichamelijk probleem!! Waarom moeten er in de winter alleen maar koolsoorten zijn? En waarom hebben koolsoorten zo vreselijk veel enzymen die mijn darmen absoluut niet welkom zijn? Bij consequent eten van wintergroenten ontwikkel ik winterdarmen die borrelen en kronkelen en mij geen moment doen vergeten dat ik DARMEN heb….

Het is dus afgelopen met het uitsluitend ecologisch verantwoord eten. Helaas. Maar ik duik tegenwoordig vaak in het vriesvak voor heerlijk milde spinazie, af en toe een zakje boontjes of erwtjes. Ik en mijn darmen hebben heel veel zin in de zomer met zijn overvloed aan licht verteerbare groentes! 

Gelukswijzer

Ik hou mijn geluk bij in een grafiek. Om de zoveel dagen zet ik in een schema op internet (anoniem) wat ik doe van uur tot uur en vervolgens kan ik dan op een schaal van ‘rot’ tot ‘geweldig’ aangeven hoe ik me erbij voelde. De volgende stap brengt me bij een grafiek die aangeeft hoe gelukkig ik was en hoe dat zich verhoudt tot anderen in vergelijkbare situaties. Dat zal dan leeftijd, geslacht, getrouwd met kinderen, werkeloos enz. zijn. Ik doe dit allemaal op de gelukswijzer.nl

Volgens de wijzer (een initiatief van de Radboudt Universiteit ism Uvit een grote zorgverzekeraar), kun je altijd gelukkiger worden dan je al bent, zeker als je merkt dat anderen in jouw situatie gelukkiger zijn. En als je weet wat jou gelukkig maakt kun je daar ook gerichter aan werken. Het kan je toekomstige keuzes richting geven bijvoorbeeld. En, heel belangrijk voor de ziektekostenverzekering, gelukkige mensen zijn minder ziek! Inmiddels weten we al dat de Denen gelukkiger zijn dan de Nederlanders. Flesje_geluk_2

Ik vond het hele concept zo bizar dat ik dacht, weet je wat, ik doe mee. Gewoon eens zien wat dit inhoudt. Mijn eerste probleem was dat je op de hele site nergens een definitie vindt van wat geluk nu precies is. Hoe definieer je geluk? Je lekker voelen? Goed in je vel zitten? Niet ziek zijn? Geen verdriet hebben? Geen moeilijke dingen meemaken? Ik ben er van uit gegaan dat met ‘geluk’ wel bedoeld zal worden wat in het normale spraakgebruik er onder verstaan wordt: je lekker voelen, een fijn gevoel hebben. Aan de hand daarvan geef ik mijn dagelijkse  bezigheden een cijfer. Maar ik loop voortdurend aan tegen het feit dat gevoelens heel vaak niet eenduidig zijn.

Opstaan. Hmmm. Niet zo moeilijk, een vijf of een zes. Eten. Ook niet moelijk, meestal wel een zeven of een acht. Van eten word ik gelukkig. Ha, mijn score schiet omhoog. Krantlezen? Komt niet voor als een apart item. En daar word ik nu juist zo gelukkig van. Een knik in mijn curve. Huishouden doen van 11 tot 12 uur. Was ik gelukkig? Jeetje, wat een vraag. Ik ervaar voldoening, maar heb ook tegelijk pijn in mijn botten en spieren. Ik zweet (waar ik een hekel aan heb) en mijn bloedsuiker begint te dalen. Maar de stofzuiger doet ‘rikketik’ wat betekent dat er weer veel vuil wordt opgezogen. Goede zaak. Ben ik nu gelukkig? Vooruit een zeven. Of ik ’s avonds hersteld ben van de dag. Vreemde vraag. De dag houdt bij mij pas op als ik naar bed ga. En dan ben ik moe, niet hersteld. Of ik uitgerust ben van de dag. Nee, bepaald niet. Zou dat mijn geluksscore slecht beinvloeden?

Het zal niemand verrassen wanneer ik beken lichtelijk sceptisch te zijn over de gelukswijzer.nl

de foto heb ik van www.eigen-stijl.nl geplukt