Bloggen en de bieb

De mogelijkheid tot 'korte boodschapjes', om onze koningin te citeren, op Facebook, maakt dat het uitgebreidere bloggen wat verwaarloosd wordt door mij. Maar ook drukte heeft er mee te maken. Het vreemde verschijnsel doet zich voor dat ik meer blogde toen ik nog werkte dan nu ik al maanden zonder werk thuis ben! Het is net of mijn tijd meer gefragmenteerd raakt en zo door mijn vingers schiet dat ik die alleen nog markeren kan door de wekelijkse vuilophaaldag (is het nu alweer donderdag?) en de zondagse kerkgang. Voor de rest doe ik van alles, maar wat en wanneer? Ik moet het maar eens bij gaan houden. Ik kom i.e.g. vaak in de Kringloop, dat wel. En een nieuw fenomeen, eigenlijk een oud, maar in ere hersteld, ik kom weer in de bieb! Zalige rust, heerlijke geur, en het prettige gevoel van honderden boeken die me allemaal smekend aanstaren: neem me mee! Ik ben wel wijzer geworden door het verleden. Toen spekte ik het budget van de bieb nog stevig met al mijn boetes. Ik kon de verleiding nooit weerstaan stapels mee te slepen naar huis. Maar dat tikt aan als je 2 dagen te laat bent met terugbrengen…En toen ik eens hoorde dat de begroting van een bibliotheek voor een aanzienlijk deel is opgebouwd uit de verwachte boetes voor het komende jaar, ben ik streng geworden voor mezelf. Hoewel ik de bieb eigenlijk best wil steunen, maar dan anders.

Van Mike Boddé mogen we pillen slikken

Na Trudy Dehue’s ‘ De Depressie-epidemie’ waarin zij (wel of niet terecht) vooral de farmaceutische industrie aan de kaak wil stellen die antidepressiva pusht als ware het snoepjes, en er ondertussen flink aan verdient, slikte ik mijn pillen toch weer wat schuldbewuster dan voor ik haar boek had gelezen. Zie je wel, ik zou best zonder kunnen maar ik ben in de val van de farmaceuten gelopen, waren mijn af en toe donkere gedachten. Wordt het niet tijd toch maar ’s af te bouwen? Een poging gewaagd. Waarom ook niet? Ik hoef toch niet mijn leven lang afhankelijk te zijn van die rommel…?

Het ging best goed. Een tijdje. Tot de Black Dog weer grommend zijn tanden vertoonde. Het gaat geleidelijk, dus ik kon een tijd lang dat grommen negeren, maar op een gegeven moment ben je nergens anders meer mee bezig dan dat. Dat is een zware dobber. Een soort topsport. Dus na aandrang van de diabetesverpleegkundige en overleg met de huisarts de dosis weer wat verhoogd. Dat was letterlijk en figuurlijk even slikken. Vooral toen het niet het gewenste effect had. Wat nu? Mijn huisarts vatte mijn dilemma als volgt samen: het gaat er toch om dat jij je zo goed mogelijk voelt, niet dat je zo min mogelijk pillen slikt! Wie doe je daar een plezier mee? Ik dacht nog even, misschien Trudy Dehue, maar zag ook wel in dat dat onzin was. Ik zat na ruim een jaar weer op mijn oude dosis. Experiment mislukt.

En nu is er weer een nieuw boek. Pil.(Nijgh en Ditmar, ISBN 978 90 388 9369 3). Van een lotgenoot. Mike Boddeüs, cabaretier, o.m. bekend van zijn imitaties van o.a. Hilbrand Nawijn bij Kopspijkers. Hij raakte in de jaren negentig zwaar depressief. Het duurde vijf jaar voor hij, na van alles geprobeerd te hebben op alternatief gebied, eindelijk de juiste combinatie van medicijnen kreeg (o.a een oudere vorm van een antidepressivum, Anafranil, dat voor hem erg goed werkte). Hij had daarvoor ook praattherapie gevolgd die nuttig was maar hem niet van de depressie afhielp. Uiteindelijk, was zijn conclusie, ging de therapie pas voor hem werken nadat de medicijnen hem uit de zware depressie haalden. Ik kan dat volledig beamen. Met galgenhumor verhaalt hij over de vijf zwarte jaren waarin hij niet langer kon werken en uiteindelijk nauwelijks meer de deur uitkwam.

Het verschil met het boek van Trudy Dehue en dit boek is dat je bij Boddé’s  boek voortdurend herkenning hebt. Dehue schrijft kritisch over het gebruik van antidepressiva en het veelvuldig voorkomen van depressies, en hoe dat met onze cultuur te maken heeft, maar heeft geen eigen ervaring. Daardoor ontstaat in haar boek gemakkelijk verwarring over zg. lichte depressies en vitale depressies, die vaak genetisch zijn en hardnekkiger.  Boddé schrijft uit ervaring en doet dat heel goed. Hij beschrijft bijvoorbeeld op weergaloze wijze hoe het voelt wanneer je merkt dat de medicijnen aanslaan. Het is niks bijzonders, behalve dat je koffie weer smaakt en je ziet dat er buiten niet alleen onkruid groeit en dat je gewoon even een boodschap wilt gaat doen zonder angst de deur uit te moeten. Het voelt alsof je weer tot leven komt na heel dicht bij de dood geweest te zijn. Hij schrijft:  “Ik kijk naar buiten: eigenlijk best om aan te zien wat ik daar waarneem. Een rivier; best een aardige rivier. Die hangbrug, wel een beetje overdreven voor die plek maar toch. Op zichzelf geen lelijk ding…Niet te hard van stapel lopen nu. Rustig aan……Maar die boot die daar vaart, ja hoe zal ik het zeggen: is gewoon wel een stoere boot…” (pag. 171). Zo doodgewoon, maar zo intens heerlijk als je dat ‘gewone’ weer voelen kunt. Het is een vorm van weer in jezelf passen.

Boddé is 25 kilo aangekomen, heeft voortdurend een droge mond en trillende handen maar heeft, na  geprobeerd te hebben af te bouwen met als gevolg een terugval, besloten dat Anafranil onderdeel van zijn leven is.

Aan het eind van het boek staan twee interviews met zijn behandelaars. Een psycholoog en een psychiater. Zij brengen de nodige nuances aan en noemen goeie zaken als sporten, praten en andere belangrijke middelen ter preventie en/of behandeling van depressies.

Kritische noten heb ik ook wel. Boddé probeert (weinig onderbouwd) te zeggen dat we af moeten van een onderscheid tussen lichaam en geest: ” als een pilletje alles wat jij voor je geest hield van de ene op de andere dag compleet verandert, ga je je afvragen wat die geest nu eigenlijk is. Is die geest niet gewoon een chemisch proces?”  Lichaam en geest zijn één, dat ben ik met hem eens. Chemische processen in mijn hersenen hebben invloed op mijn geestelijk leven, en andersom is dat ook zo.  Maar die processen vallen niet samen met de geestelijke werkelijkheid zoals die buiten mij bestaat. Ik hoef God niet te voelen om Hem te laten bestaan. Hij bestaat onafhankelijk van mij. En het geloof (lees overtuiging) in die werkelijkheid heeft vervolgens ook invloed op mij. Er is hoop. Er is uitzicht. Ik gebruikte voor mijzelf vaak beelden om me eraan te herinneren dat de angstige, wanhopige gevoelens niet de hele realiteit waren.Wie op een donkere, druilerig koude dag in het vliegtuig stapt weet dat er op een bepaalde hoogte opeens niets meer te zien is van de regen. Je vliegt boven de wolken, en de donkere deken ligt onder je. Of het beeld van de bloembol. Onaanzienlijk ui-achtig, verschrompeld bolletje, wat je ook nog weg moet stoppen in de donkere, koude aarde. Maar de pracht van de bloem zit al in dat miserabele bolletje.

Tenslotte vind ik het jammer dat Boddé zoveel meent te moeten vloeken in het boek.

Maar, ik slik mijn pillen weer met opgeheven hoofd.

Vier neven en twee nichten

Fotos van Schiedam, bakermat van de familie. Stadhuis waar iedereen trouwde. Zakkendragershuisje. Westvest met de Beurs. Img_2872

In Leersum waren we bij elkaar gekomen, in het huis van Werner. Vier van mijn neven, zoons van drie zussen en een broer van mijn moeder. En mijn zus en ik, als dochter van de vierde zus in het gezin. Zoons van twee broers ontbraken. De ene oom heeft geen kinderen gekregen, de andere oom heeft drie zoons maar die konden er niet bij zijn. Dat gaat nog wel komen.

Img_2875Img_2876We waren bij elkaar om uit te wisselen. Wat weten we van de familiegeschiedenis, wie heeft welke foto’s, welke verhalen doen de ronde, welke raadsels zijn er.
Fascinerend dus. Er ontvouwde zich daar in die kamer een stuk geschiedenis van zeven, inmiddels overleden broers en zussen, die allemaal uit het begin van de vorige eeuw stamden. Wat  hadden ze hun kinderen meegegeven over eigen jeugd en welke herinneringen hadden ze doorgegeven? Allemaal waren ze positief over hun jeugd, behalve mijn moeder die altijd vertelde zich niet gewaardeerd te voelen door haar moeder.

De neven waren daar verbaasd over. Ze hadden nooit iets negatiefs over onze grootmoeder gehoord. Wel dat ze wat stil en zwaar op de hand was. Nu was mijn moeder dat ook, dus vermoedelijk hebben die twee gebotst. Mijn grootmoeder lachte graag en haar zoons en dochters hadden allemaal een groot gevoel voor humor en kwamen altijd in komische situaties terecht waarover ze dan smakelijk konden vertellen. Verjaardagen herinnerden wij ons allemaal als avonden waar we ons op verheugden want dan kwamen de ooms en tantes bij elkaar en was het lachen, gieren, brullen geblazen.

Alleen mijn moeder kon niet zo goed leuke verhalen vertellen. Wel erom lachen net als haar moeder. Zij moesten aan het lachen gemaakt worden. Mijn moeder was ook minder handig dan de tantes. Die naaiden geloof ik allemaal. Mijn moeder werd er nerveus van en mocht van haar moeder geen schaar hanteren. Die werd haar, volgens eigen zeggen, uit de handen ‘gerukt’.
Mijn moeder had dus als enige een moeizame band met haar moeder. Ze heeft daarvoor nooit begrip gevonden bij haar zussen, die meenden dat ze het zich verbeeldde.

Allemaal waren ze gek op hun vader. Een serieuze, zachtaardige man die een zeer betrokken burger was en overal lid van en veel weg. Maar ze hadden allemaal grote bewondering voor hem. In de oorlog heeft hij gegijzeld gezeten in St. Michelsgestel, waar notabelen gevangen zaten om gedood te worden mochten er Duitsers worden geliquideerd door het verzet. Er zaten veel bekende Nederlanders, politici en hoogleraren. men kwam de tijd door met colleges geven en debatten voeren over hoe het Nederland van na de oorlog verder moest, uit de ontzuiling komen als het ware.

De familienaam van Katwijk is terug te voeren naar de 16e eeuw. Vrij ongewoon om zo ver in het verleden te kunnen duiken. Maar de familie was erg honkvast. Altijd in Schiedam gebleven en op een gegeven moment werd de wijk war het kasteel stond (Cat, of Kat) een toevoeging aan de naam: van Katwijk. Blijkt dezelfde wortel te zijn als Gatwick bijvoorbeeld.

Mijn smakelijk lachende tantes blijken allemaal wel een melancholische binnenkant gehad te hebben. Ze tilden redelijk zwaar aan het leven en de humor was een steunpilaar die ze nodig hadden om vol te houden. Heel herkenbaar allemaal.

Alles nieuw

Vandaag had ik voor het eerst sinds een tijd een pas geboren kindje in mijn armen van net een week. Zaaitips_zaaien_4_2Zo’n prachtig klein, volkomen gaaf geschapen mannetje, met een velletje zo zacht als zijde en haartjes die ruiken naar Zwitsal. Ik ben een echt moederdier geloof ik want mijn ingewanden knijpen altijd samen bij zoiets moois en ik kan het niet laten te denken dat ik zelf ook weer wil, een keertje nog. Dat duurt maar eventjes, maar is wel heel sterk, zelfs op mijn 55ste. Dit kindje is de jongste van vier en beneden was het een drukte van jewelste dus al gauw dacht ik, nee, het is wel weer goed zo voor even.

Gelukkig kan ik voor knuffeldrang terecht bij de kleinkinders. De oudste al weer zo oud dat hij er wel een bui voor moet hebben. Ik vraag tegenwoordig of het mag, een kus en een knuffel en dan knikt hij trouw ja, want hij vindt het ook nog best fijn. Maar ja een jongen van vijf is ook af en toe heeeeel stoer, dus oma, hou je in!

Het nieuwe baby’tje weerspiegelt het seizoen, we fietsten er doorheen vandaag:  kersenbloesem, gele forsytsia,  romig witte magnolia, het felle groen dat als een gazen sluier over de duinen ligt. Ik zie het en kan er van genieten. Dat op zich is al om van te genieten! Wat zijn er veel lentes voorbij gegaan dat ik alles zag en zo verlangde om te genieten maar het niet kon. Er is niets zo bizars als weten dat je wilt genieten, maar niet bij die ervaring te kunnen en daar vervolgens heel verdrietig van te worden. Boehoe, alles is zo mooi maar ik voel het niet, kan er niet bij, ik sta voor matglas.

Er staan in de vensterbank weer een paar kleine kasjes met zaaispul. Geen heel bijzondere planten, Petuniazomergoed. Het blijft voor mij een wonder te zien dat uit miniscule zaadjes miniplantjes ontstaan, met hele kwetsbare blaadjes en stengeltjes die vervolgens (als alles goed gaat) sterk gemaakt door warmte en vocht een eigen leven gaan krijgen. En dan na een week of 8 beginnen de eerste knopjes te komen. Ik weet niet meer welke kleuren ik gezaaid heb, volgens mij gemengd, dus het blijft een verrassing. De kiemkracht van dat, bijna met je gewone zicht niet waar te nemen zaadje, is zo krachtig. Geweldig. Ik heb mezelf vaak ook moed ingesproken naar analogie van die onaanzienlijke zaadjes die toch… met veel geduld…Ik zag het onder mijn ogen gebeuren en dat gaf hoop. Was ook visueel onderwijs. Geef je zelf de tijd om een tijdje ondergronds te wortelen, langzaam te groeien, even verborgen te zijn, onaanzienlijk, onzichtbaar. Er valt niets te forceren. Het zijn gang laten gaan en voeding zoeken bij God. De bloei komt op zijn tijd. Niet eerder, niet later.

Snow – Aida Begic

Prachtige verstilde film over oorlogsleed van weduwen in Bosnië. In een uitgebombardeerd dorpje woont een kleine, rouwende gemeenschap van vrouwen en kinderen, waaronder een aantal wezen. Alle mannen uit het dorp zijn gedood door Servische soldaten, inclusief de jongens. Een oude man, die de Islamitische gebeden leidt en een jongetje dat aan de moordpartij ontsnapt is maken ook deel uit van de dorpsgemeenschap. Het jongetje is getraumatiseerd (waarschijnlijk ooggetuige van de moordpartij geweest) en heeft angstaanvallen, symbolisch vertaald in het feit dat de imam/opa iedere keer weer zijn haar moet knippen. De angst maakt dat het groeit. Zo ben je op subtiele wijze steeds bewust van de angst die de kinderen met zich meedragen, zonder dat er hele dramatische scènes over zijn.

De vrouwen verwerken vruchten en groentes tot jam, gelei, cakes, enz. Daar zijn ze de hele dag mee bezig met primitieve middelen. De jonge Alma droomt er van dat hun voedsel op een dag half Bosnië zal voeden. Dat was de droom van haar vermoordde echtgenoot. Als zij, met een buurvrouw, op een doodstille weg probeert hun waren te verkopen ontmoeten ze een vrachtwagenchauffeur die hen belooft voor vervoer te gaan zorgen en hun voorraad aan de man te brengen.

Tegelijkertijd arriveert er in het ruïne dorpje een projectontwikkelaar die het gebied voor toerisme wil opkopen. Veel van de vrouwen hebben wel oren naar het geld. Alma waarschuwt hen: wat willen ze doen en waar willen ze heen? Het lijkt erop dat de vrouwen zich niet laten overtuigen door haar argumenten.

Mooie film, schitterende fotografie, zeer overtuigend geacteerd, ontroerend bij tijden.
De titel ‘Snow’ vind ik wat cryptisch.

Een 9 wat mij betreft, maar ik hou van langzame, verstilde films waarin niet de actie maar het verhaal van de mensen centraal staat!

Geen uitzondering voor oudste partij Nederland-SGP

Een goeie reactie op het vonnis van de Hoge Raad door Amanda Kluveld (klik op ‘columnisten op deze site’ op fotootje van vrouw met donker lang haar en bril) op de site vanVolkskrant. Lezen!

Yen Harley in Panama

Img_3249

Eigenlijk gingen Kim en ik nooit uit toen we jong waren. Tenminste niet naar clubs of disoc-achtige gelegenheden. Niet vanwege principes of zo, maar het kwam er niet van en we gingen liever naar de film of een concert. Sinds zoon Lukas in de muziek zit heb ik meer clubs van binnen gezien in de laatste twee jaar dan in de rest van mijn leven!

Alle beroemde clubs die ik van naam kende ken ik nu uit eigen ervaring. Paradiso, het Paard (Den Haag), Tivoli, en nog wat anderen. Ze hebben wel iets gemeen, die tenten. Allemaal wat slecht onderhouden, donker, kleine en grote zalen, veelkoppig en -soortig publiek. Weinig comfort, dat is ook opvallend. Geen normale stoel om op te zitten, want zitten is er niet bij. Niet dat iedereen aan het dansen is, maar men staat. Soms een hele avond. En dat is lang. Af en toe wordt er heen en weer gelopen voor een drankje of men gaat buiten roken. Hoewel in sommige tenten er doodleuk binnen wordt gerookt. Ik haal het dan maar niet in mijn hoofd als bezoekster van middelbare leeftijd de roker vermanend toe te spreken. Ze zien me al aankomen, haha. Straks maken ze mijn rollator nog onklaar.:)

Gisteravond was de CD presentatie van Yen Harley in Panama, Amsterdam, achter Centraal Station. Een leuke gelegenheid want verbonden aan een restaurant. Tijdens de eerste decibellen verslindende optredens van bands voor Yen Harley hebben we er een rustig kopje koffie kunnen drinken. Een unicum want tot nu toe moest ik altijd gelijk aan de drank. Om tien uur begon het optreden. De zaal was intiem, er schenen wat sfeerlichten en het was er behoorlijk vol. Leuk voor de band. Minder leuk voor de temperatuur. Er heerste al snel een tropisch vochtige atmosfeer, waarbij de bandleden het ’t moeilijkst hadden om het droog te houden. Die hadden uit voorzorg een handdoek mee die door de drummer en de bassiste gedeeld werd.Sanitair geheel verantwoord. Bewerkt de heuse teamspirit.

Het optreden verliep vlekkeloos. Omdat de zaal vrij klein was, werd het geluid voor onze oren af en toe wel wat overweldigend. Ik had er zelf niet zo veel last van maar manlief loopt vandaag nog met een enigzins doof rechteroor. We zijn niks meer gewend. Maar trots waren we wel.

Feestdagen

<!– /* Font Definitions */ @font-face {font-family:"Cambria Math"; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:roman; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1107304683 0 0 159 0;}@font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:""; margin-top:0in; margin-right:0in; margin-bottom:10.0pt; margin-left:0in; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi;}.MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi;}.MsoPapDefault {mso-style-type:export-only; margin-bottom:10.0pt; line-height:115%;}@page Section1 {size:8.5in 11.0in; margin:1.0in 1.0in 1.0in 1.0in; mso-header-margin:.5in; mso-footer-margin:.5in; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>

Afb046

Vroeger ging ik met de feestdagen naar mijn ouders. Op de tweede Kerst-, Paas of Pinksterdag. Met man en kind(eren). Eerst alleen met de oudste. Toen waren we 8 jaar lang in het buitenland, dus kwam het niet voor dat we feestdagen samen vierden. Ons verlof viel meestal in de zomer. Maar na 1988 waren we terug in Nederland en inmiddels waren er vier kinderen.

Ik probeer voor de geest te krijgen hoe we dat toen deden. De zondag was eenvoudig, man moest voorgaan in de kerkdiensten. Terwijl ik dit schrijf  bedenk ik, dat mijn vader in ’86  al overleden was en dat mijn moeder daarom meestal bij ons was. (Of bij een zus en haar gezin). Zij kwam dan logeren en nam een tas met toepasselijk lekkers mee, wat ze tevoren op de markt had gekocht. Lekkers en gezellig gingen samen bij mijn moeder.

Het naar-huis -gaan- gevoel ken ik dus maar van een heel beperkte periode. En toch is het een heel sterke, nostalgische herinnering. Thuiskomen was voor mij altijd sterk verbonden met een gevoel van even geen verantwoordelijkheid dragen. Even alles loslaten, niet hoeven zorgen. Dat vind ik vreemd omdat ik tegelijk het gevoel heb gehad dat ik zorgen moest voor mijn ouders. Mijn vader was op latere leeftijd veel ziek, psychisch niet in orde en vaak somber. Mijn moeder zorgde goed voor hem maar had het zwaar door zijn moeiten. Zij wilde er graag op uit, gezellige dingen doen, vroeg uit de veren, genieten van het zonnetje en de natuur of een stadje, maar mijn vader had daar weinig zin en energie voor. Ik denk nu dat hij depressief was en veel moeite had zichzelf te motiveren. Opstaan was een kwelling, hij kwam zelden voor 11 uur uit bed. Terwijl mijn moeder het liefst om 8 uur aangekleed en wel met een kop thee in haar stoel zat om het nieuws te kijken.

Terug naar het thuiskomen voor de feestdagen. Ondanks de obstakels mis ik bij tijd en wijle het unieke gevoel van binnenstappen bij vader en moeder, hun onvoorwaardelijke en ongeveinsde blijdschap te ervaren van het weerzien en me te laten verwennen.  Het is een ontmoeting die alleen plaatsvindt tussen ouders en kinderen, denk ik. Ik idealiseer onze relatie niet. Maar de ervaring van je geliefd te weten en puur door je aanwezigheid en die van je kinderen hen blij te kunnen maken was en blijft een zeer belangrijke basis voor mijn leven. Daarom mis ik hen nog steeds. Vooral met de feestdagen.

  

1 april grap

De leukste grap die ik tot nu ben tegen gekomen is die van de afdeling Klinische Linguistiek van het Meertensinstituut voor Volkenkunde.

Praten met een harde G zou beter voor je gezondheid zijn dan met een zachte, zuidelijke G. Mensen die met een harde G spreken hebben minder last van Griep en verkoudheid omdat ze vaker hun keel schrapen, dat heeft onderzoek uitgewezen. Het Genootschap Onze Taal bood een therapie aan voor de zachte g-ers…

Ik ken nogal wat zachte G-ers….Ga ’s navragen of mijn G als keelschrapen wordt gehoord. Eigenlijk best onsmakelijk voor hen dan.

Wat wel echt bleek was de poeptherapie…Via een neussonde krijgen mensen met vetzucht de poep van dlanke mensen in hun darmen ingebracht, waardoor ze gaan afvallen….Er zit blijkbaar iets in die ‘dunne mensenpoep’ dat inwerkt op de spijsvertering van de dikke mensen. Er stak een stuk sonde buiten de neus dus hoefde men niet bang voor luchtjes te zijn. terwijl ik het schrijf begin ik alsnog te twijfelen…Wat een walgelijk idee!

Het onderzoek wordt gedaan door een arts-onderzoeker van het AMC. Even checken toch maar op de site….