Eten doe je zwijgend? – Korea 1980-1988

Koreanen houden van eten. Zo veel dat er tijdens het eten niet gesproken wordt. Nou ja, beperkt. Eigenlijk is eten zoiets speciaals dat we wel eens voor het eten uitgenodigd werden en in een apart kamertje werden geserveerd, terwijl de gastheer en -vrouw elders waren. Het voorzien worden van lekker eten was het teken van gastvrijheid, niet dat je daar eindeloos bij kletst met je gasten. Laat ze maar rustig genieten…

Maar ja daar zit je dan. We voelden ons toch niet erg welkom, hoe vaak we ook tegen elkaar zeiden dat het een cultureel verschil was. We hadden een donkerbruin vermoeden dat onze gastheer geen zin had in een moeizaam Koreaans/Engels gesprek….Dit was gelukkig de enige keer dat we alleen in kamertje werden gezet.

Maar het niet praten tijdens het eten is in zijn algemeenheid waar. Eerst eten, dit met veel geluid en gesmak en daarna eventueel praten.  In een restaurant krijg je voor dat praten echter nauwelijks de tijd. Je lege kom en alle andere schaaltjes en bakjes worden schielijk verwijderd en men verwacht dat je weer plaats maakt voor een volgende gast. Je eet niet voor de gezelligheid, maar om een volle buik te krijgen. Is dat bereikt dan is het tijd voor andere dingen.

Dit zijn herinneringen die alweer aardig wat jaren terug gaan. Ik vraag me af of het inmiddels anders is. Ik kan me voorstellen dat armoede en honger lang doorwerkt in een cultuur wat betreft eetgewoontes. Denk maar aan de generatie van na de oorlog in ons land. Nooit kliekjes weggooien, altijd je bord leeg eten enz. Wellicht dat het gebrek aan voldoende voedsel onder de meerderheid van de Koreaanse bevolking tot ver in de 20e eeuw het eetgedrag daarom zo beïnvloedde. Eten is zo kostbaar, daaraan besteed je alle aandacht.

Onder zakenmensen was het een van de eerste lessen over de Koreaanse cultuur. Begin geen gesprek over zaken, ga niet onderhandelen tijdens het eten. Dat is de grootste vergissing die je maken kunt.

Er had van alles kunnen gebeuren – Korea 1980-1988

Ik heb de afgelopen week een cursus EHBO voor kinderen gevolgd. Heel leerzaam en interessant. Vooral de reanimatie-training vond ik heel fijn om te leren. Verder was er een (verontrustend) onderdeel speciaal gericht op alles wat er met een kind gebeuren kan aan ongelukken, verwondingen, ziektes en zeertes. Vooral alle gevaren die een kind loopt wanneer er niet voortdurend een volwassene toezicht houdt, werden flink uit de doeken gedaan. Niet alleen naar een speeltuin, niet zonder begeleiding ergens heen laten gaan, alles mag, maar niet alleen, want jonge kinderen overzien de gevolgen niet van wat ze doen.

Tijdens de les kreeg ik het langzaamaan lichtelijk benauwd. Ik heb nl. mijn kinderen al heel snel veel alleen laten doen, zonder toezicht, maar met de afspraak dat ze bepaalde dingen wel of niet zouden doen. Ik had toen de illusie dat het ok was. Het ging ook allemaal goed, ondanks de risico’s die ze blijkbaar hebben gelopen.

Het gekke is dat het in die tijd in de Koreaanse maatschappij waarin we leefden een natuurijke keuze leek. Onze zoon ging nog voor hij vier was, tot zijn grote vreugde, naar de KOSINDIS, (Nederlandse schooltje waar een juf of meester uit Nederland les gaf. Het was een lokaal van de school waar mijn echtgenoot theologie doceerde). Omdat hij nog zo jong was ging hij maar een dagdeel. Dat betekende dat hij op de een of andere manier thuis moest komen. Daar hadden we wat op gevonden. De juf zette hem op de stadsbus en vroeg het busmeisje dat de passagiers de bus introk en er uitgooide of ze op hem wou letten en hem bij die en die halte eruit wilde zetten. Vervolgens pikten wij hem daar op.

Als ik nu mijn kleinzoons zie, van 5 en 2,5 en ik stel me voor dat ik ze in een stad van 4 miljoen inwoners van de ene kant naar de andere zou sturen in de bus, op hun eentje, verklaar ik mezelf voor gek.

En toch. Er speelde waarschijnlijk mee dat we als buitenlanders een uitzonderingspositie innamen. De Koreanen waren vriendelijk, gek op kinderen en zorgzaam. Zo’n busmeisje was in haar rol als ‘conducteur’  heel serieus, dus daar vertrouwden we ook op.

Het was ook een kwestie van roeien met de riemen die je hebt en de noodzaak van met beperkte middelen je doel zo goed mogelijk zien te bereiken. Onze zoon had er geen enkele moeite mee. Die wilde heel graag naar school, sprak genoeg Koreaans om vervelende nieuwsgierige Koreanen van zich af te schudden en wachtte geduldig tot een van ons hem ophaalde bij de halte. Ik vertel maar niet hoe schuldig we ons voelden toen we hem door een misverstand niet ophaalden en hij na een uur zelf naar huis terug kwam.

Ik had na deze EHBO cursus niet meer in Korea mijn kinderen durven opvoeden…

Het is een kwestie van balans – Korea 1980-1988

In Nederland verdronk ik de eerste jaren, na onze terugkomst van een verblijf in Zuid-Korea, in de was van een gezin van 6 personen. Onze Koreaanse hulp, die wij adzjoemoni noemden, miste ik pijnlijk. Ze was meer voor me geweest dan een hulp in de huishouding. Eerder had ze me geholpen staande te blijven in de nieuwe wereld waar ik in terecht was gekomen. Ik kende de cultuur niet, sprak de taal niet, kende de gebruiken niet. Zij was er drie of vier dagen in de week en op een heel natuurlijke wijze kreeg ik door haar meer vat op mijn Aziatische omgeving.

Het begon al toen ik nog maar een paar maanden in Pusan woonde. We waren net in ons eigen flatje getrokken in een complex met de weidse naam, Urim Mansion, op de 3e verdieping. Woon- en eetkamer, keuken, twee slaapkamers en een badkamertje. Helemaal niet slecht, zeker vergeleken met onze collega en zijn gezin die op de 1e verdieping waren beland en op een muur uitkeken. Wij keken naar overburen die nog in een primitief boerderijtje woonden.

De jongste was een maand of 6, de oudste 4 jaar. Samen sliepen ze op 1 kamer, dat ging prima voor zover ik me herinner.  Boodschappen doen was een uitdaging. Er waren supermarktjes, grote markten met groenten, vis, vlees, huishoudelijke artikelen en alles wat je maar bedenken kon. Maar zonder de Koreaanse taal te beheersen was het een hele toer de juiste spullen te vinden. De Koreanen spraken geen Engels en kregen onmiddelijk de slappe lach als we probeerden te communiceren. Ze waren in het geheel niet gewend met westerlingen om te gaan.

Als ik weg was paste adzjoemoni op. Dat ging goed, ze was lief en de kinderen mochten haar graag. Maar de eerste keer dat ik haar duidelijk probeerde te maken dat de baby om een bepaalde tijd moest slapen had ze grote moeite me te volgen. Ik snapte het niet waarom het zo moeilijk was. Een baby doet een dutje,(baby aanwijzen en bedje) en op mijn horloge liet ik de tijd zien. Eerst dacht ik dat het kwam omdat ze zelf geen horloge had, dus ik gaf haar het mijne. Ze bleef me aarzelend en onzeker aankijken, maar ik kon gaan.

Later, toen ik beter Koreaans sprak, vertelde ze me dat ze nog nooit op de klok had gekeken om een kind naar bed te brengen. Die combinatie kwam haar heel vreemd voor. Een kind slaapt wanneer het slaapt. Je bindt het op je rug en je ziet wel. Maar een kind wegleggen, helemaal alleen in een bedje, terwijl het nog wakker is, zelfs gaat huilen en dan de deur dichtdoen achter je, kwam op haar over alsof je je kind op straat te vondeling zou leggen. Een kind hou je ten alle tijden bij je.

Toen onze derde daar werd geboren had adzjoemoni  helemaal de neiging om, ware het mogelijk geweest, een melding van verwaarlozing te doen. Een pasgeborene, moederziel alleen in een koude kamer (met kruikjes, dat wel) te slapen leggen en dan maar wachten tot het gaat huilen voor je het weer oppakt…Dat ging haar verstand werkelijk te boven en stak haar als een pijl in haar hart. Ernstig sprak ze me erop aan. Hoe ik dat nu doen kon….

Kijkend door haar ogen ben ik het ook wel vreemd gaan vinden dat we onze kinderen (toen) zo afzonderden. Consultatiebureaus en tradities hadden grote invloed. Rust, reinheid en regelmaat zijn nog steeds een gulden regel, maar de Aziatische aanvulling van de lichamelijke nabijheid van de moeder is wel heel waardevol. Gelukkig zie je tegenwoordig meer die koestering door het dragen van de baby in een draagdoek- of zak.  Het is een kwestie van balans. In Korea droegen de moeders 24 uur per dag de babies met zich mee. Ze sliepen er ’s nachts mee, en overdag droegen ze de baby op hun rug. Al het werk dat gedaan moest worden deden ze op die manier. Soms als de baby in een hele diepe slaap was legden ze het even neer, vlak in de buurt om wat gemakkelijker zich te kunnen bewegen. Maar nooit lang.

Daar zou ik dus gek van geworden zijn.

Zaandam

Zaandam. Onze eerste gemeente na acht jaar buitenland. Geen ervaring nog in de pastorie. Geen ervaring als huisvrouw in een Nederlandse context. Mijn hulp voor drie dagen in de week in Zuid-Korea had ik snikkend (zij en ik) achter moeten laten op het vliegveld van Pusan. Acht jaar had ze me bijgestaan. Met huishoudelijk werk (de was bijv.), met liefde voor onze vier kinderen zorgen, en meest nog wel met mij Koreaans leren spreken.

adjoemoni bijafstuderenvanzoonZij kende geen Engels dus ons contact bestond in het begin slechts uit moeizaam handen en voeten werk. Maar langzaamaan nam mijn kennis van het Koreaans toe en zij hielp me met het benoemen van de dingen waaruit het dagelijks leven bestond. Haar reacties en commentaar op onze (in haar ogen vreemde) gewoontes, gaf me mijn eerste kijkje in de intrigerende Koreaanse cultuur.

Na acht jaar was ik verknocht geraakt aan haar. Ze functioneerde enigzins als een moederfiguur, realiseer ik me. Ze was er altijd, zorgde, nam me zware dingen uit handen, was gek op de kinderen en was stand-by, zoals ik nu voor mijn kinderen en kleinkinderen ben.

Na acht jaar werd het dus weer Nederland, Zaandam. Een hoekhuis in een woonwijk, een tuin, een normaal Nederlands leven. Kinderen naar school. Naar muziek, naar sport. Echtgenoot toegewijd aan gemeentewerk en ik moest zoeken naar een andere levensinvulling.

Dat viel niet mee. Vrienden, die we nu nog hebben, hebben me daar zonder dat zij en ik het beseften doorheen gesleept. Door er te zijn met hun hartelijkheid en vriendschap. Gelukkig wel. Want wat is het een omschakeling.

Mijn scherpste herinnering is aan de eindeloze was, waar ik in verdronk. Ik had zelf nauwelijks ervaring met het bijhouden van de was voor een gezin van 6 personen. En opeens was dat het voornaamste karwei wat ik moest leren beheersen. Ik had er nachtmerries van. Overal in huis lagen er hopen was in verschillende stadia. Vieze was, in hopen lciht en donker, was in de machine die er nodig uitgehaald moest worden, natte was die nodig opgehangen moest worden, was die nodig van de rekken af moest, was die al lang gevouwen moest worden, en een berg strijkwas waar ik niet meer over heen kon kijken …Het kwam gewoon nooit klaar. Iedere keer weer zat die wasmand barstens vol.

Voorzichtig peilde ik bij andere vrouwen in mijn omgeving hoe zij ˜de was” ervoeren, maar aan niets kon ik merken dat ze er een probleem mee hadden. Sommigen hadden het dan over ˜tussendoor”dingen doen en ik vroeg me dan af wáár in vredesnaam tussendoor. Al het huishoudelijk werk was een grote brei voor me. Ik miste mijn Koreaanse adzjoemoni smartelijk.

Aan de Amsterdamse Grachten, werelderfgoed

Wat me het meeste bijblijft van mijn wandeling langs de Amsterdamse grachten, rondom de Noorderkerk, en verder, zijn de flamboyant geklede mensen. Ze kunnen zo uit een schilderij van Rembrandt zijn weggelopen. Hoeden, mutsen, fluwelen en satijnen jurken, rokken, jassen, veelkleurige combinaties in mannenkostuums, grote, kunstzinnige ringen en kettingen, kortom een artistieke, prachtige stoet van mensen. Ik kijk mijn ogen uit. Ik woon zelf niet in een dorpje en toch heb ik het gevoel uit de provincie te komen en voel me heel gewoontjes tussen dit kunstzinnige volk in mijn driekwart spijkerbroek en polootje. Gelukkig ben ik niet vergeten mijn oorbellen in te doen en heb ik me uitgedost met make-up.

Op de Noordermarkt is het dringen geblazen. Rondom de kerk is het meest begeerde plekje. Tweedehands kleding en spullen. De moed zinkt mij in de schoenen als ik een duik probeer te doen naar mooie laarzen van 189 naar 35 euro afgeprijsd. Ik loop verder maar na tien minuten gaat het toch weer trekken. Zulke leuke laarzen, stapels dozen, en voor die prijs….Ik verman me en stort me opnieuw in de menigte. Ik bereik zo waar een plekje tot aan de kraam en zie dat in die tien minuten de stapel dozen tot de helft is gereduceerd. Alle 39 en 40’s zijn eruit. Voortaan mijn jachtinstinct sneller gehoorzamen.

Een tweedehands kleding kraam met alleen merkkleding, alles voor 5 euro. Een grote berg om in te graaien. Ik vind graaien leuk maar met nog 100 anderen wordt het me te veel. Ik loop weer verder en besluit alleen nog maar te kijken om een burnout te voorkomen.

Dan komen de spulletjes. Vijftiger, zestiger jaren, servies, aardewerk…Ik breek direct mijn gelofte en sta al weer tussen de artistieke meute. Maar hier is het beter toeven, want alles is duurder. Ik verlekker me aan de spullen maar hoor mijn geweten opdreunen hoeveel borden, kopjes, thee- en, suikerpotten, melkkannetjes, pindasetjes en schalen er al in de kast staan en de lust vergaat me. Ik loop weer door.

Boekenstalletjes. Ik durf niet eens te kijken. Mijn eigen boekenkasten heb ik aan een eerste zuivering onderworpen en de dozen staan nog op zolder om te worden weggebracht. Geen boeken tot die verkocht zijn is de afspraak.

Noordermarkt. Zonder iets te kopen kom ik er weg! Een unicum. Op de hoek stel ik mezelf op in de rij bij De Winkel waar ze de lekkerste appeltaart van de wereld verkopen. Ik troost mezelf met een groot stuk, met slagroom.

 Ik wandel verder door het gebied en ben werkelijk onder de indruk weer van hoe mooi het hier is. De dwarsstraatjes zijn allemaal opnieuw geplaveid, langs de panden zijn overal kleine tuintjes gemaakt, potten en bakken met bloemen en struiken. In de grachten liggen de woonboten, langs de hekken op de bruggen de fietsen, dit is zo Nederland. Als de zon doorbreekt en in het water van de grachten  de wolken weerspiegelt ben ik even helemaal trots op Nederland.

Indian Summer Dress – workshop SaskimoBloem

Daar sta ik dan. Nog niet helemaal genezen van een griep, met een hoest alsof ik 1 pakje per dag rook. In mijn onderbroek en BH. Zes paar ogen kijken naar me en analyseren mijn figuur. We hebben een groot papier met voorbeelden: de triangel, de omgekeerde triangel, de zandloper, het vierkant, de cirkel of de appel en nog een paar. Er wordt gekeken naar brede of smalle  schouders, brede heupen, dijen, dikke buik, grote borsten of niet. Een bepaalde combi levert een bepaald figuur op. Ik blijk een omgekeerde triangel te zijn, met dunne benen. Een soort aardappel op stokjes, zeg maar. Doel van de analyse is te weten te komen wat je wel en wat je niet moet dragen.  Je mooie  elementen benadrukken en de mindere niet extra onderstrepen door de verkeerde kleding te dragen.

Om de beurt staan we, heel kwetsbaar, voor de groep. Het leuke is dat niemand zich echt ongemakkelijk voelt. Vrouwen onder elkaar, niemand met een modellenfiguur. Het is gewoon gezellig. Na de sessie voelen we ons zo op ons gemak dat we bijna vergeten ons weer aan te kleden… ‘Oh ja, ik had ook nog een broek aan’.

Ik ben op de workshop Indian Summer Dress van SaskimoBloem, twee meiden die met hun diploma coupeuse op zak op een creatieve manier er wat mee willen doen. We gaan namelijk een jurkje naaien, op onze maten gemaakt op patroon en onder begeleiding van de professionals. Ik kan wel naaien, maar net als de meeste dingen in mijn leven heb ik het zelf allemaal een beetje uitgevogeld en nooit echt de fijne kneepjes en details geleerd die maken dat er ook af en toe wat lukt..

Nu gaat het volgens de regels van de kunst, knippen, raderen, rijgen, passen, aanpassen, weer rijgen en dan pas stikken. Pffff, wat een karwei eigenlijk zeg. Ik heb nog meer bewondering voor onze coaches Saskimo en Bloem die twee jaar lang jurkjes, kraagjes en bloesjes op schaal (!) moesten maken om het vak te leren.  

Na 2,5 dag is mijn werkstuk bijna klaar, ik helemaal uitgeput maar wel voldaan. Met een groep meiden zo een paar dagen bezig zijn is erg leuk en stimulerend. Alleen de techniek blijft het grote hoofdpijnpunt. Net als een computer die altijd op het meest ongeschikte ogenblik dienst weigert, heeft een naaimachine de neiging rare geluiden te maken als je net midden in een belangrijke naad zit. Eerst wil je het negeren, maar dat is onmogelijk. En ja hoor, het spoeltje zit niet goed en rammelt als een gek in zijn ‘huisje’ of er is iets met de spanning en er zit opeens ipv 2 draden een soort kabel van draden achter de stof en die zit ook nog ergens muurvast in een gaatje.

En dat was dus de reden dat ik er in het verleden mee kapte. Als ze geen machines kunnen maken die betrouwbaar zijn doe ik er niet meer aan mee had ik toen bedacht.

Daar is helaas nog geen verandering in gekomen. Maar onder begeleiding van iemand werken die desnoods ter plekke je naaimachine uit elkaar haalt en weer aan de praat krijgt, kijk dat was nieuw voor mij!

Geleerde les: als ik iets wil meer op zoek gaan naar hulp en assistentie. Het maakt het een stuk makkelijker en gezelliger.

Amerika – good bad and the ugly III

Uit de reactie van Sylvia(do we trust the authorities enough to use our taxmoney right) komt inderdaad iets naar voren wat mij als Nederlandse, redelijk gezagsgetrouw opgevoed in de traditie van GPV, ChristenUnie en CDA, heel erg deed schrikken in de VS. Het kan aan mijn naïviteit liggen, maar het heeft ook met mijn levensopvatting te maken, uit de Bijbel ontleend, dat alle gezag van God komt en dat Hij het heeft ingesteld om het kwaad in te dammen, voor ons ten goede dus. Dat maakt me niet blind voor wat er allemaal mis kan gaan aan corruptie en machtsbeïnvloeding enz. Maar omdat God de uiteindelijke auteur is mag je een zekere mate van gerechtigheid verwachten zolang niet de hele regering uit criminelen bestaat zoals in Afrika soms het geval is. Daarom is het cynisme van mijn familie als ze het over gezag hebbenmij vreemd. Er is geen enkel vertrouwen lijkt het. Iedere 'cop' is uit op winstbejag, ten koste van de arme burger. Iedereen is doodsbenauwd voor de politie die zich niet erg geliefd maakt. Geen oom agent te bespeuren. Veel gezag op straat, veel uniformen, maar weinig vertrouwen.

Ook Obama geniet niet veel vertrouwen meer omdat hij al een aantal grote compromissen heeft moeten sluiten, zoals over de healthcare bill. Door een stevige lobby van de Republikeinen, gesteund door een aantal democraten zijn abortussen niet vergoedbaar vanuit het nieuwe gezondheidspakket. Dit heeft behoorlijk kwaad bloed gezet bij de pro-abortion movement.

America, the good the bad and the ugly II

America is overwhelming. Everytime I visit I experience this. Initially I feel like a baby in a large bathtub, like an ant in Rome's catacombes.

It's because everthing is so large-scale. The distances, the shops, the coffeecups (if you are lucky enough to get one, that is, soupbowl size, instead of a mega styrofoam cup), the portions served in restaurants, the width of the roads and streets, the cars, the people, even the small houses. I know it is somewhat of a cliche and yet it is this fact of largesse that costs me the most energy to adapt to the first couple of days.  It means your brains have to change their perception of things, of distances (how long does it take to get anywhere), of what to order, how much you can do in one day etc. For Dutch perceptions it is theoretically possible to visit touristic attractions in Amsterdam on 1 day within a reasonable time. One can probably travel by subway within the hour from one end of the city to the other. In New York City we wanted to go to a beach, located on the southshore. We drove, naively taking a 'pretty' route there. It took us 2,5 hours just to get back to the address we were staying at in Brooklyn. Just as an example…

I like diversity, and I like the possibility of some choice. Not too much though or I go completely passiv and leave any store without having bought a thing. So, I like to avoid big supermarkets and stores in the US. On the one hand they attract me, I want to browse forever to see if there are any special, typically American things. But the choice is so massive that after working through one isle, say of 'herbs, spices and condiments' 2 hours have passed.

My parents-in-law live in an area where a lot of tourists come. It is the beautifully restored harbor of Boston adjoining a shopping/restaurant area called Quincy market. The harbor is no longer active, but many boats are there to take you out onto the ocean or for tours along the islands.Many of the old wharves have been restored into apartments, hotels and otherwise. Right along the water is a Harborwalk, which takes about an hour if you walk the whole way. Really very nicely done. This area used to be totally decrepid and fallen down. Somebody with vision designed a good plan and worked it out over the last 35 years. I wished this would happen to Scheveningen. The harbor here is not very attractive and the boulevard along the ocean is the most tacky area of all of Holland, I'm afraid.

Anyway, I noticed how few homeless people walk around the larger harbour area there in Boston. Except for a few mentally disturbed people, walking around in a fur coat on a boiling hot day, the place is kept pretty 'clean'. Nobody really pays any attention to these folks.

Further towards the center of Boston you see more beggars. I was struck by the men in wheelchairs, claiming on boards that they are veterans of different wars. They are handicapped and perhaps through psychological problems and alcohol they end up on the street. I was pretty shocked to see that. It is one thing I don't expect to ever see in Holland but who knows?

The healthcareplan of Obama seems to have some benefits for poorer people, but it is only partial, apparently. People are still faced with very high medical costs, which they usually cannot pay. It leads to debts and eventually to banktruptcy and for some to living on the streets. Having paid vacation and on top of that vacation money is an absolute luxury in the States.

Let's count our blessings!

You and I know the problem, right?

Amerikanen zijn heel toegankelijk en je raakt gemakkelijk in gesprek met ze. Ik corrigeer mezelf maar gelijk. Met sommigen raak je voor je het weet aan de babbel. Vooral oudere blanke burgers houden wel van een praatje. In de metro, of als je op een bankje je boterham zit te eten. Dat is een vrij opmerkelijk verschijnsel hier, boterhammen uit een plastic ziplock zakje, dus wie weet maakt dat de tongen losser.

Gisteren in de subway in New York kwam een 'senior citizen' naast me zitten en complimenteerde me eerst met m'n witte kleding (so summery) om de weg vrij te maken voor een gesprek. Waar ik vandaan kwam en dat was het begin van een politieke discussie. Holland has a lot of problems, doesn't it? Ik aarzelde wat en noemde het feit dat we bezig zijn een nieuwe regering samen te stellen en dat dat een ingewikkeld procces is. Hij knikte wat en vervolgde zijn eigen thema, voor mij nog verborgen. All of Europe is in great trouble. Hmmm, ja, de economie gaat niet zo best? Ik deed maar een gok. Maar Amerika is ook nog niet waar het wezen moet. Ik ben graag voorzichtig.

De aardige bejaarde man met een baseballcap op kijkt me aan en spreekt me bijna vermanend toe: You and I know what that problem is, don't we? Ik had geen flauw idee, dus vroeg hem vrolijk: what do you think, sir? Z'n gezicht werd ernstig en strak: MUSLEMS! Trying to take over the country!

Oeps, daar zat ik opeens midden in een racisitische discussie.Maar in een metro waar je van de ene kant van de muur naar de andere kant geslingerd wordt en het lawaai maakt dat je je stem moet verheffen, zat ik daar niet op te wachten. Daarbij was ik eigenlijk verdiept in mijn boek. Well, I think there is more to it than that, probeerde ik nog op een afstand te blijven, maar dit was blijkbaar zijn hobbyhorse, want er volgde een tirade waar ik geen woord tussen kon krijgen. They kill people, what are they doing here, what is their reason for living in this country other than to take it over? Hij wist wie Geert Wilders was, want die kwam ook nog op de proppen.

Many muslems do well?, probeerde ik nog en: It is an extreme minority…Maar opa was niet te houden. Ik liet hem maar begaan. Op een gegeven moment stond zijn vrouw op en zei, met een gezicht dat liet zien dat ze haar pappenheimer kende: You're not letting the lady read! Ook dat hielp niet. She can read later, zei hij, overtuigd van het feit dat we een interessante discussie hadden….

De metrostop verloste mij van zijn politieke inzichten die erop neer kwamen dat alle moslims terug moesten naar hun eigen land. Vreem argument in een land waar iedereen uit een 'eigen' land is gekomen om een nieuw bestaan op te bouwen.

100 F en toen

IMG_3722 Elfje IMG_3753 IMG_3780
 

Het elfje is een van de kleindochters van vrienden  

                                
We slepen onszelf voorwaarts in de hitte van Philadelphia's buitenwijken, over de geasfalteerde wegen en (als we geluk hebben) korte stukken trottoir van betontegels, die op onvoorspelbare wijze opeens weer in het niets verdwijnen. En soms verdwalen we behoorlijk. (zie foto) Ik heb het over onze dagelijkse wandeling van 1 uur. Om de calorieën te verbranden van alle suikers en koolhydraten die we hier naar binnen werken, ondanks onze inspanningen gezond te eten, doen we een dagelijkse speedwalk van een uur of zo. Met plezier, want je zit hier in de VS nu eenmaal meer in de auto dus wat beweging is heerlijk. Ik moet toegeven dat fietsen ipv autorijden in Philadelphia voor mij geen optie zou zijn. Het is daar zeer heuvelachtig. En er is gewoon geen alternatief voor de auto. Boodschappen doen met een bus? Je hoort mensen nu wel zeggen dat er sinds de ramp in de golf van Mexico echt een verandering moet komen in het energiegebruik van de Amerikanen. De benzine moet duurder, de mensen die dicht bij winkels wonen moeten leren er heen te lopen enz. Maar de hele stadsontwikkeling is er zo op ingericht dat mensen naar de 'mall' gaan met hun auto, dat het minstens een generatie gaat duren voor dat patroon verandert. En zolang wij in Nederland nog de auto nemen voor de wekelijkse boodschappen (wij ook vaak) hebben we de Amerikanen weinig te verwijten. Het is een kwestie van mentaliteit, maar ook van logistiek en stadsontwikkeling!

En als het warmer is dan 95F ga ik ook anders denken over airco en dat soort energieverslindende apparaten.Allemensen wat een hitte.

We zijn inmiddels in Washington bij vrienden en het is hier nog een graadje warmer. We hebben de 100 gepasseerd, dat is min 30 gedeeld door 2 dan 35 graden, met een hoge luchtvochtigheid. Alles en iedereen heeft airco. Behalve het Koreaanse restaurant waar we met onze vrienden wilden gaan eten. het werd dus Japans, maar zoals ik al vermoedde met ook Koreaanse menus.

We hebben tijd doorgebracht in de 'echte' natuur, weg van de snelweg, zeg maar. Dat lukt hier niet zo snel maar de 'cabin' , waar we een dag en een nacht waren staat op een heuvel in het bos, en 35 meter steil naar beneden strekt zich de St. Lennard Creek uit, die weer uitkomt bij een rivier en de rivier leidt naar de Chesapeake Bay en de Bay mondt uit in de Atlantische oceaan. Er vloeit heel wat water dus voor het zeewater de 'creek' bereikt. Ik heb gezwommen in water dat 88 graden F was, dat is 27 C. Verfrissend? Nee, maar een beetje wind op je natte lijf geeft toch enige verkoeling…

Ik haat jetski's omdat ze zo'n beestachtig lawaai maken langs de kust van Scheveningen. Onze gastheer heeft er een, en ik moest natuurlijk mee voor een rit achterop. Toegegeven: het is heerlijk. Eerst maak je je de golven en daarover heen ga je weer bonk-bonk-bonk terug, het water schuimt  in schermen langs je oren en de wind legt je neus plat.  Een ervaring.

Vandaag naar de kerk geweest, 4th Presbyterian. Grote gemeente van meer dan 2000 leden, zeer goed georganiseerd, vooral voor gasten en nieuwe bezoekers. Het inspireert me om daar in onze eigen gemeente meer mee te doen. Wij zijn lichtelijk primitief en nogal passief in dat soort dingen. Nog zo naar binnen gericht en alles is zo vanzelfsprekend. Een piepklein voorbeeld. Wij hebben al een goeie stap gezet door na de dienst de kerkeraad niet te laten vertrekken maar beschikbaar te blijven voor vragen enz. Maar wie nieuw is weet niet wie de ouderlingen en diakenen zijn. Oplossing? De ouderlingen in deze kerk dragen een naamkaartje met hun functie erop. Dat maakt het zoveel makkelijker iemand aan te spreken! Amerikanen zijn meesters op het gebied van praktische gastvrijheid. Inspirerend.