Langzaamaan nemen de kinderen hun door mij bewaarde bezittingen mee. Jaren lang heb ik gezeurd maar was er geen interesse of geen ruimte. Bij ons was beide wel aanwezig dus bleef het erbij. Nu hebben ze gelukkig allemaal én interesse en ruimte, dus daar gaan de dozen met boeken, herinneringen en speelgoed…
Open Doors Gebedsnieuws
Somalië: Nurta vermoord om Christus
Overdag vastgebonden aan een boom en ’s nachts opgesloten in een kleine, donkere kamer. In juni vroegen we gebed voor Nurta Mohammed Farah. Haar leven veranderde ingrijpend toen zij de islam de rug toekeerde en christen werd. Nurta vluchtte naar familie, omdat ze sinds haar bekering zo slecht werd behandeld door haar ouders. Op 25 november werd ze doodgeschoten.
Nurta was één van de weinige christenen in Somalië. Als christen kun je in dit land je geloof alleen in het diepste geheim uitoefenen. De sociale controle is groot en de overheid hanteert streng islamitische wetten. Daarnaast neemt de macht van islamitische extremisten toe. Eerder dit jaar vroegen we uw gebed voor het 15-jarige christenmeisje Anab Ghelle Hassan en voor de kinderen van de christelijke Abdullah. Zij werden ontvoerd door de extremistische islamitische organisatie al Shabaab. Sindsdien hebben we niks meer van hen gehoord.
Bid dat de ouders en familie van Nurta aan het denken worden gezet over haar geloof en dat zij zelf ook Jezus Christus leren kennen.
Bid om wijsheid en bescherming voor alle geheime gelovigen in dit land. Bid ook om troost en bemoediging voor de christenen met wie Nurta contact had.
Bid om bescherming en vertrouwen voor Anab en de kinderen van Abdullah. Bid dat zij een teken van leven kunnen geven. Bid ook voor de algehele situatie van christenen in Somalië.
Een ding tegelijk?
Ik heb een vreselijke gewoonte om altijd drie of vier dingen tegelijk te doen. Af en toe vraag ik me af of ik niet een beetje neurotisch aan het worden ben naarmate ik ouder word. Steeds vaker betrap ik mezelf erop dat ik met gevaar voor eigen leven de trap op of af ga met een verzameling aan spullen die allemaal wel naar boven cq naar beneden moeten, maar of dat nu echt in één keer moet?
Ik heb haast om ergens te komen en wil naar beneden rennen maar ik loop dan toch terug om nog even dit boek mee te pakken en die krant en de lege mok en het plantje wat eigenlijk verplant moet worden. In die ene slaapkamer kom ik dan nog wat wasgoed tegen en ik herinner me dat ik eigenlijk de was aan wilde zetten maar dat er beneden nog een vieze theedoek ligt, dus ik ren naar beneden en herinner me dan dat ik al die spullen mee wilde nemen en keer terug en…, nou ja enzovoorts.
Als ik onder de douche sta, zie ik de voegen die wel erg schimmelig aan het worden zijn en schrob die maar gelijk even. Als ik in de keuken koffie zet zie ik de spetters op de koelkastdeur en neem die gelijk maar even af en als ik de oude koffiefilter weggooi zie ik dat de afvalbak vies is…Als ik op de WC zit veeg ik de stofvlokken op de grond bij elkaar, als ik kook neem ik ondertussen de tegeltjes af.
Het is wel efficiënt moet ik zeggen. Ik sta zelden 's ochtends op met het plan om huishoudkarweitjes te gaan doen. Maar aan de andere kant alles tussendoor doen is ook erg onrustig…
Toch maar 's zoeken naar een balans.
Jammer genoeg, geen Koreaans vandaag
Ik was gevraagd door het hoofd van de basisschool mee te gaan naar een oudergesprek. Het betrof een Koreaanse vrouw die graag haar kind op de school wilde inschrijven. Aangezien het om een gereformeerde basisschool gaat is het toelatingsbeleid gematigd open. Je hoeft niet persé lid van een bepaalde kerk te zijn, maar het is wel belangrijk dat je gelooft in de grondslag van de school. In dit geval was het dus belangrijk om na te gaan wat de vrouw geloofde en of ze besefte wat voor soort school het was waar ze haar kind heen wilde sturen. Omdat haar Nederlands wellicht niet toereikend zou zijn werd ik gevraagd te assisteren.
Nu is mijn Koreaans behoorlijk roestig! Toen we 2 weken geleden onverwacht Koreaans bezoek kregen was ik letterlijk volkomen (Koreaans) sprakeloos. De meest simpele woordjes en zinnen kwamen me niet in gedachten. Gelukkig spraken de vrienden vloeiend Nederlands, zodat we toch nog een plezierige avond hadden!
Maar na het verzoek mee te gaan begon het Koreaans wel weer op te borrelen. Ik kreeg er zin in. Die heerlijke Koreaanse geluidjes van instemming en be-aming, ook al ben je het ergens totaal niet mee eens. Nèèèè…met een sprongetje omhoog in het midden en dan langzaam afzakken naar beneden in toonhoogte. Of: Ahhhhh, nèèèè! Ahhhh=hoog, maar rustig en nèèèèè=laag en lang uitgerekt. Heerlijke taal.
Ik heb helaas geen kans gekregen. De Koreaanse moeder kon zich goed redden in het Nederlands. Af en toe liet ik even een woordje vallen om te bewijzen dat ik ook wel wat Koreaans sprak, maar ze hield het Nederlands dapper vol. Mijn complimenten!
Ancho Libero Va Bene – film
Gezien op TV, Ancho Libero Va Bene, een Italiaanse film uit 2006. Regisseur: Kim Rosi Stuart, die zelf ook de rol van de vader speelt. Het verhaal speelt zich af in Rome. Een één-ouder gezin, vader Renato, tienerdochter Viola, zoon Tommi van elf, woont op de bovenste etage van een karakteristiek appartementen complex uit het begin van de 20e eeuw. De architectuur van het gebouw speelt een rol in de fotografie van de film. Prachtige opnames van het rondlopende trappenhuis met daar middenin de antieke lift. Vele keren zie je de hoofdpersoon, het jongentje, daarin op en neer lopen. Of hij trekt zich terug bovenop het dak via een luik in de zoldering, of hij is op weg naar een (rijk) vriendje op de 1e verdieping.
Dat ideale gezin vormt een contrast met zijn eigen thuissituatie. Zijn moeder is er niet, is er vandoor gegaan. Zijn vader trekt het maar nauwelijks en door zijn drift- en woedeaanvallen zijn de kinderen vaak onzeker en verdrietig, hoewel ze tegelijk gek zijn op de vader. En dat is wederzijds. Het is dus af en toe ook gezellig. De moeder duikt opeens op en wordt, na veel moeite en beloftes van haar kant, weer geaccepteerd. Maar het wantrouwen is niet overwonnen. Waarom ging ze weg? Zal ze nu wel blijven? Uit de manier waarop over haar gesproken wordt krijg je geen betrouwbare indruk van haar.
Het jongetje trekt naar het vriendje en zijn ouders op de 1e verdieping. Daar wordt hij gewaardeerd en mag hij kind zijn op een gezonde manier. Zijn eigen ouders weten geen raad met hun kinderen. Ze behandelen ze of als kleuters of als gelijkwaardige volwassenen. Met gekromde tenen zie je de vader al zijn ellende uitstorten over het hoofd van Tommi. Renato voelt zich verraden door zijn zoontje. Hij gooit hem in z’n woede zelfs een keer het huis uit. Als de moeder opnieuw spoorloos verdwijnt raakt de vader het spoor bijster. Toch kiest Tommi uiteindelijk om bij zijn vader te zijn. Alsof hij de ouder is, vraagt hij zijn vader na een crisis of ‘het wel gaat met ‘m’. Dit breekt door de woede van de vader, die begrijpt dat dit elfjarige kind niet voor hem kan zorgen, maar dat hij er moet zijn voor hem.
Meesterlijk geacteerd door de jonge Tommi (Alessandro Morace). De trieste gezinsproblematiek van dit éénouder gezin is heel overtuigend verfilmd. Heel herkenbaar is de universele spanning vertolkt tussen ouders en kinderen wanneer je als ouder te hoge verwachtingen hebt en je kind daarin wil sturen en je je vervolgens verraden voelt wanneer het kind iets heel anders wil. En het dilemma van het kind dat de ouder niet wil teleurstellen, maar tegelijk zich verstikt kan voelen in de dromen van die ouder.
Kijken!
Een tweede leven voor alles – Korea 1980-1988
Ik heb de oorlog niet meegemaakt . Maar ik ben wel een kind van ouders die de 2e WO hebben meegemaakt en de crisis van de jaren dertig en niet uit rijke gezinnen kwamen. Dat vormde hen en vanzelfsprekend ook mij. Hun opvattingen over spullen en materiële zaken adem je in tijdens je kinderjaren. Grappig is dat sommige ervan al in die tijd spreekwoordelijk waren. Het zuinige beleg op je beschuitje wanneer moeder het smeerde was reden om haar niet de kans te geven dat te doen. Tenzij je het op bed geserveerd kreeg, ’s zondagsochtends. Een likje boter en 10 korrels suiker, een droge hap die je wegspoelde met de erbij geleverde thee. Zo kon je in ieder geval wat langer blijven liggen tot je naar de kerk moest.
Zuinig opgevoed dus, hoewel mijn ouders geen krentenkakkers waren. Ik miste niks. We aten lekker, tenminste dat was mijn algemene indruk want ik lustte weinig, maar kreeg altijd een alternatief aangeboden. Mijn moeder kookte ook lekker en met aandacht. En toe was er immer yoghurt met suiker, of voor de liefhebbers, grutjes met stroop. Ik griezelde daarvan, maar er waren er onder mijn broers en zussen die het lekker vonden. Rijstebrij daarentegen vond ik heerlijk. Met boter en bruine suiker. En op zondag was er extra lekker eten en voor toe steevast vla.
Er waren in je omgeving gewoon geen luxe artikelen, speelgoed of voedsel, wat maakte dat je ook niks miste. We woonden in een straat met mensen die allemaal zo’n beetje dezelfde levens leiden. Het onderscheid zat er meer in of en wie er naar de kerk gingen.
Een koelkast was luxe, die hadden wij pas laat geloof ik. En ook een normale wasmachine die zelf de was centrifugeerde. Mijn vader was een conservatief man die alles niet direct zo nodig vond, behalve een TV die we al heel vroeg hadden. Dat was pech voor mijn moeder, die wel bij haar zussen en vriendinnen de begeerde huishoudelijke artikelen zag verschijnen.
Wat me het meest aan die sobere tijd, zuinig op materialen, deed denken tijdens ons verblijf in Korea in de jaren tachtig, was de vanzelfsprekendheid waarmee alles dat kapot was werd gerepareerd. Dat bracht onbewust opgeslagen kinderherinneringen terug. Poppen die naar de poppendokter gingen (een speelgoedzaak waar ze de touwtjes van armen en benen binnenin het lijf weer aan elkaar knoopten), kleding die versteld werd, sokken gestopt en gebroken servies gelijmd. Dat was niks bijzonders, dat gebeurde gewoon.
In Z- Korea, arm als het in de jaren tachtig nog was, was men zeer vaardig op reparatie gebied. Rubberen emmers werden genaaid met ijzerdraad wanneer ze een scheur vertoonden, apparaten als tv’s en radio’s werden eindeloos opgelapt. Langs de wegen zaten in rijen dik de naaisters die waar je bij stond ritsen inzetten, scheuren in kleding verstelden, een zoom ergens in- of uithaalden. De mooiste winkel vond ik die waar alleen paraplu’s werden verkocht en gerepareerd. Niks geen uit elkaar gewaaide paraplu’s in vuilnisbakken langs de weg. Alles, letterlijk alles, werd gerepareerd of opnieuw gebruikt.
Dat gaf me een enorme voldoening. Ik heb een genetische aanleg tot recycling geërfd geloof ik. Ik heb er lol in en vind het fijn dat het weer in is tegenwoordig. Alles en iedereen verdient een tweede kans!
Des Hommes et Des Dieuxs

Gezien: Des Hommes et Des Dieuxs. In het Nederlands omgeroepen in het Filmhuis, Den Haag als: Van Mannen en Goden, uitverkocht..! Maar wij hadden gereserveerd, gelukkig. Regisseur: Xavier Beauvois.
Het op ware feiten gebaseerde verhaal speelt zich af in Algerije, in de jaren ’90. Acht monniken leven samen in het enige nog actief bewoonde Trappisten klooster OLVrouwe van de Atlas in Tibléhirine, een afgelegen dorp in het Atlasgebergte. De bevolking is moslim.
De meeste kloosterbewoners zijn al op leeftijd. De jongste onder hen zijn vijftigers. Monnik/ arts, Luc, een tachtiger, die iedere dag een druk bezocht spreekuur houdt voor de dorpelingen. Ergens in de film klaagt hij dat het fysiek te zwaar wordt, soms heeft hij wel 150 consulten op een dag. Zijn verweerde, vriendelijke kop met bruin mutsje boezemt vertrouwen in. Je ziet dat de bevolking hem erg graag mag. Zijn assistent is een negentiger, Aimede, die doorschijnend is van ouderdom.
Ook het klooster is oud, sober en primitief. Het land er om heen wordt door de monniken bewerkt, mooi in beeld gebracht, zodat ze in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Zo verkopen ze o.a. honing op de markt.
In rustige beelden volgen we de monniken in hun dagelijkse bezigheden, inclusief hun godsdienstige handelingen. De gebeden, de mis, de lezingen tijdens de diensten of de maaltijden. Er wordt veel en mooi gezongen, Gregoriaans, maar ook modernere, vierstemmige liederen.
Aan het begin van de film zijn enkelen van hen aanwezig op het besnijdenis feest van de zoon van een van hun Algerijnse medewerkers. Ze gaan op in de bevolking, klappen vrolijk mee. Er is geen sprake van spanning, maar van harmonie en een vreedzaam samenleven. ‘Dat het maar vrede mag blijven, Inshallah’, zegt een van de oudsten in het dorp. ‘Inshallah’, antwoord de priester die hem bezoekt.
De angst voor terreur die de dorpsoudste uitte is echter niet ongegrond. In het land heerst burgeroorlog en fundamentalistische rebellen hebben onlangs Kroatische (katholieke) bouwvakkers de keel doorgesneden. Men is bezorgd over de veiligheid van de monniken. De gouverneur smeekt hen zelfs Algerije te verlaten. Of tenminste het klooster te laten beveiligen door het leger. Christian, de overste, weigert categorisch. Dat levert wel spanning op onder zijn mede-monniken. Prachtig wordt verfilmd hoe de mannen allen op hun eigen wijze in tweestrijd verkeren. Angst, twijfel, gepieker, bidden, de diepste vraag beantwoorden: waarvoor ben ik hier? In Algerije, in de wereld, in het leven?
Op een gegeven moment neemt ieder voor zich een beslissing. Een mooie scene in de film. Rond de tafel komt ieder aan het woord. De meerderheid kiest voor blijven. Trouw zijn op je plek, waar moet ik anders heen, partir c’est mourir een peu, we laten de mensen niet in de steek, ieder heeft zijn eigen beweegreden. Een van de monniken wil op den duur weg, maar wacht het af.
De spanning neemt ondertussen toe en op Kerstavond gebeurt waarop je zit te wachten: Fundamentalisten overvallen het klooster op zoek naar hulp en medicijnen voor een gewonde onder hen. Christian, de overste, is vanuit het diepst van zijn hart ervan overtuigd dat wapens en geweld, of ze nu van het leger of van de fundamentalisten komen, niet te rijmen vallen met het doel wat de kloosterlingen in opdracht van God nastreven: vrede, liefde en gerechtigheid voor allen. De dorpsbewoners zijn hun broers en zussen en voor hen zijn ze hier. De medische goederen die ze hebben zijn voor hen. De commandant van de terroristen respecteert de moedige houding van Christian. Als die zegt dat het de nacht is waarin herdacht wordt dat Jezus, de Vredevorst geboren werd, biedt hij Christian de hand, biedt zijn excuses aan en vertrekt. Later zal het leger hem doden. Dan blijkt dat het klooster onder zijn bescherming stond.
De fundamentalisten vallen opnieuw binnen en ontvoeren de kloosterlingen. Ze eisen vrijlating van gevangen genomen terroristen. We zien de monniken in de ijzige kou voortstrompelen. Ze verdwijnen langzaam in de mist. Een ongewisse toekomst tegemoet. Wij weten dat ze vermoord zijn omdat de kerk en/of regering niet op de eisen is ingegaan. De keel doorgesneden, hun hoofden gespietst aan boomtakken zo zijn de mannen uiteindelijk terug gevonden. Een gruwelijke dood. Zinloos?
Christian zegt in de film: we zoeken de dood niet. Maar we blijven onze roeping trouw. De dorpelingen hebben geen keus. We laten hen niet in de steek.
Ik was geraakt en ontroerd door de film. En geïnspireerd! Trouw zijn, zonder spektakel, zonder grootse aandacht. Je roeping volgen ondanks alles, ook in tegenspoed. Kracht in zwakheid volbracht. Je ziet hoe een roeping of doel dat boven een mens uitstijgt tot grote moed kan leiden. Wij zijn trouw omdat Jezus trouw was tot in de dood. Wij hebben lief omdat God eerst heeft liefgehad,en in Jezus Christus ons zeer nabij kwam.
Nu interpreteer ik de film volgens mijn eigen inzicht, maar die ruimte laat Beauvois ons ook. Een film om lang over door te praten. Een paar lezenswaardige links: artikel in de Osservatore ten tijde van de gijzeling. Trouw, met een andere lezing van de gebeurtenissen.
Vanavond naar #"Des Hommes et des Dieuxs". Volgens de recensies tot nu toe een indrukwekkende en ontroerende film over Franse monniken in Algerije (het laatste klooster indertijd) die zich verzetten tegen terreur en daar hun leven voor over hebben. Kim leidt morgen een leerdienst over Islam en Christendom, verschillen en overeenkomsten. Misschien valt er nog wat te leren van de film?
Mooi lied, waar een mens moed van krijgt!
Louise Bourgeois(1911-2010) en Hans Bellmer (1902-1975) – Kunst met een vraagteken
Voor alle indrukken zijn weggezakt een blog over de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag, waar ik vorige week was en waar de geslachtsdelen me letterlijk om de oren vlogen. Het thema van de expositie van de werken van beide kunstenaars was de strijd tussen het mannelijke en het vrouwelijke in onszelf, woede en verzet tegen kwetsures opgelopen in de opvoeding. Zowel Louise Bourgeois als haar Duitse collega Hans Bellmer zijn tot ze hoogbejaard waren actief gebleven.
Ik heb een vriendin die als kunstenares erg geinteresseerd is in hoe andere kunstenaars omgaan met vormgeving, materiaal enzovoorts. Ook het menselijk lichaam interesseert haar. Zij kijkt anders naar kunst als ik. Ik kijk veel meer gevoelsmatig, hoe vind ik iets, wat doet het met me. En ik merk dat ik ook ethisch kijk. Wat is de grens van het betamelijke? Pornografie, pedofilie, prostitutie, allemaal zaken die bestaan en waar iedere schrijver en kunstenaar zich mee bezighoudt. Maar hoe?
Daarom is het leuk met mijn vriendin op pad te gaan, juist om over die thema's na te denken en te praten samen.
Double Sexus. Zo heet de tentoonstelling. 'Een spannende dialoog tussen het werk van deze kunstenaars', volgens de site van het Gemeentemuseum 'Gemeenschappelijke thema’s als vrouwelijke fantasieën, mannelijke angsten, dubbelzinnigheid van geslacht en de zoektocht naar de eigen identiteit sluiten goed aan bij de actualiteit', aldus een citaat van dezelfde pagina.
De kunst van Hans Bellmer is hard en vlak, letterlijk. Hij maakte poppen, haalde die weer uit elkaar en arrangeerde de verschillende lichaamsdelen in onheilspellende, verleidelijke poses, waarvan hij vervolgens foto's maakte. De foto is het uiteindelijke kunstwerk. Ik vind het werk knap, maar mijn vriendin en ik kwamen allebei tot de weinig academische conclusie dat we het maar een vies mannetje vonden. Gefrustreerd, verknipt en met een neiging tot sadisme. Hij wikkelde zijn minnares strak in de touwen en nam daar dan foto's van. Schokkend. Dat is blijkbaar ook de bedoeling, de bordjes die bij de werken hingen, gaven commentaren als "de voyeur wordt in ons wakker gemaakt" enz. Vast een man die die bordjes geschreven heeft.
Hans Bellmer had een tyrannieke vader, die Nationaal Socialist werd in de 30'er jaren. Zoon Bellmer zou zich daartegen hebben willen afzetten. Zijn kunst werd uiteraard al snel door de Nazi's als Entartnete Kunst gezien. Ik geef ze daar niet helemaal ongelijk in…
Louise Bourgeois leed onder de ontrouw van haar vader die een minnares in huis nam. De spanningen die dat tot gevolg had heeft ze zich persoonlijk aangetrokken. Het is de grote inspiratiebron voor haar kunst geworden. Het gekwetste kind.
Haar kunst is zachter, heeft meer humor en is ook estethisch. Haar vader pestte haar ooit op een vernederende manier dat ze bijna geen borsten had. Opvallend is dat haar poppen, genaaide mensenlijven meestal grote, zware borsten hebben. Haar 'personen' zijn ook vaak androgyn, tweeslachtig. Ze is heel creatief, gebruikt soms prachtig materiaal en is minder donker en niet ontluisterend als Hans Bellmer.
Een citaat uit de New York Times geeft weer waar het in haar kunst om draaide: “The subject of pain is the business I am in,†she said. “To give meaning and shape to frustration and suffering.†She added: “The existence of pain cannot be denied. I propose no remedies or excuses.†Yet it was her gift for universalizing her interior life as a complex spectrum of sensations that made her art so affecting.
Beiden zien het menselijk lichaam als een verzameling onderdelen die uit elkaar gehaald weer op elke manier samengevoegd kunnen worden. Gemankeerde mensen ontstaan daaruit. Mensen die volledig beheerst lijken te worden door hun sexe. Man of vrouw zijn is toch meer dan je geslachtsdelen?
Ik vind het ontluisterend wanneer mensen niet meer gezien worden als een geheel, als uitstijgend boven het geslachtelijke. Sex is zeker bij Bellmer synoniem aan lust. Bij Bourgeois is het lichaam bron van worsteling: afstand en nabijheid, verstikking en vrijheid. Daarmee kan je je als bezoeker beter identificeren. Maar wat ik aan moet met levensgrote geslachtsorganen die er door het gebruikte materiaal (latex) uitzien als vleeshompen bij de slager, en ook nog aan grote haken hangen?
Daar haak ik af. En de plaatjes met tekeningen van perverse spelletjes van Bellmer? Sorry, maar dat vind ik pornografie, niet waard om op een tentoonstelling als kunst te worden getoond. Zeker niet naast de kunst van Louise Bourgeois.
