Het windorgel

Windorgel Ik heb ze ook gehad. Van bamboe, van glas, van metaal. Windorgels zo heten ze volgens mij officieel. Ze maken met een zacht briesje een liefelijk geluid: pingeling-e-ling…

Tijdens een storm zoals we die vaak hadden in mijn vorige woonplaats Scheveningen wordt het geluid wat doordringender en zijn er momenten 's nachts dat je denkt 'morgen gooi ik het ding in de vuilnisbak!'. Maar de wind gaat meestal liggen tegen de ochtend dus het kwam er niet van. Tijdens de verhuizing heb ik ze allemaal weggekieperd. Die van bamboe en die van metaal. Ik was er klaar mee.

Helaas. Een van onze buren heeft een windorgel hangen. En niet eentje die liefelijk af en toe 'pingeling-e-ling' zegt, nee, deze heeft de afmeting van een klein kerkorgel en galmt voortdurend bij het geringste zuchtje wind heel doordringend Ding-Dong, Dong-Ding, met als toegift een soort variatie op die twee.

Ik probeer al dagen (nachten) te denken: als dit het enige is waar je last van hebt, moet je je niet aanstellen, het went vanzelf. Melodieuze klanken, harmonieus en warm. Daar kun je toch niet over klagen? Er zijn mensen die aan de snelweg wonen, mensen die een trein onder of bijna door hun huis hebben razen. In Scheveningen moest je de politie te hulp roepen vanwege de overlast die allerlei vreemde lieden in het buurhuis gaven. Wat is dan het geluid van een windorgel daarmee vergeleken?

Oordoppen, voor wie dat aan gaat raden, helpen niet. Het ding-dong geluid penetreert alles. Heel harmonieus weliswaar, maar niettemin hardnekkig en constant. Het is een soort Chinese marteling. Een waterdruppel op het hoofd. Eentje maar. Maar wel constant, totdat de druppel een mokerslag lijkt te worden. Nou ja, zo erg is het natuurlijk niet, maar ik heb wel de neiging te gaan gillen af en toe zo gauw ik het geluid weer hoor. 's Nachts lijkt het of iemand voortdurend onze bel ingedrukt houdt.

Iets voor de rijdende rechter? Het dossier Windorgel in IJsselstein. Nou eerst maar eens kennismaken met de buren en zien of we er met elkaar uit kunnen komen zonder dat er arrestaties worden verricht.  

Jammer genoeg is het nogal winderig op het moment.

revoluties

Terwijl ik niets beters te doen heb dan spullen van de ene plek naar de andere te verplaatsen, en paniekerig te zijn over waar ik alles laten moet, vinden er elders in de wereld revoluties plaats. Ik heb te maken met luxeproblemen, een te veel aan bezittingen. In Egypte en andere Arabische landen waar het rommelt wordt duidelijk dat miljoenen op of onder de armoedegrens leven. Terwijl een kleine elite zich verrijkt en baadt in weelde, kunnen deze mensen nauwelijks het hoofd boven water houden. Hoe kan het toch denk ik dan, dat je als leiders zo gemakkelijk je ogen sluit voor de misere van landgenoten en je eigen volk? Ik sympathiseer met de opstandelingen die het beu zijn verdrukt en uitgebuit te worden. Volg alles ook met zorg want wat komt er straks voor in de plaats? Zie Iran met Khomeiny in het verleden…

Maar terug naar het uitbuiten en er gemakkelijk mee leven. Ik realiseer me nl. dat ik (op kleinere schaal weliswaar, maar toch) hetzelfde doe. Ik hoor bij die kleine superrijke Westerse elite in een grote wereld waar massa's medemensen onder armoede en honger gebukt gaan. Wat doe ik concreet om daar verandering in te brengen? Laat ik het ook maar gebeuren, omdat ik nu eenmaal in de juiste hoek zit, nl. die van het geld? 

Het dringt me ertoe opnieuw te zien dat mijn rijkdom niet vanzelfsprekend is. Ik wil waar mogelijk delen en steunen. Nadenken over wat ik koop, waar mijn spullen gemaakt zijn en door wie. Niet te veel zeuren (een beetje mag, ik ben ook maar een mens) over relatief kleine ongemakken als ik zie waar de rest van de wereld mee te maken heeft aan ellende…

Vandaag kijk ik weer anders naar de inhoud van mijn verhuisdozen.

Dagboek van een verhuizing – 9

Wat een ingrijpende en slopende ervaring is verhuizen. Leuk hoor die dagboek blogjes, maar dat was nog vóór het echte werk begon. Vanaf vorige week maandag de 7e ben ik in de ware verhuismodus. Verhuizers in mijn huis tot en met woensdagmiddag, toen ze uit ons nieuwe huis vertrokken met achterlating van hun 300 dozen en een enorme verzameling aan meubels, kasten, en TROEP.

Ja ik weet het, mijn eigen troep. Maar wie weet hoeveel troep hij/zij verzamelt totdat vreemden zonder onderscheid alles in een doos kieperen en aan jou de taak de eindeloze hoeveelheid dingen en soms ondefinieerbare zooi weer een plek te geven..Ik weet niet hoeveel potjes en bakjes en laatjes ik nu al heb met spul waarvan ik geen idee heb wat het eigenlijk is maar waarvan ik toch denk, wie weet….

En dan de kamer van mijn echtgenoot. Het was er pikkedonker op klaarlichte dag omdat er een Chinese muur aan boekendozen was gebouwd. Ergens diep verscholen eronder stond zijn bureau. Pas vandaag dringt het daglicht weer door!

Vervolgens de ellende van internet. We hebben een nieuwe provider, Caiway, nooit van gehoord en het verliep allemaal in het geheel niet soepel. Vandaag voor het eerst weer online. Nu nog de telefoon en dan is het leven bijna weer normaal. Op de tientalle dozen na dan die nog uitgepakt moeten worden en de lampen die opgehangen en de planken en schilderijen die aan de muur moeten.

Focussen op prioriteiten is de les van het verhuizen. Ik heb het overleefd. We zitten weer op een nieuwe stek en zijn er zeer tevreden mee!

Noah

Ik heb nog geen blog gewijd aan mijn derde kleinzoon Noah Michael. Er is nog niet zoveel te schrijven over hem behalve dat hij goed eet, veel slaapt en zijn mamma en pappa tot grote vreugde is. Hij is onze eerste kleinzoon die Aloë krijgt wanneer hij verkouden is, en het helpt! Oma Patricia heeft het hem toegediend, thee getrokken uit eigen Aloë. Genezend en zuiverend. Plus natuurlijk de, ook door de Batteau-clan ijverig beoefende, aloude truc om een ui in de slaapkamer te zetten waardoor het snot blijft stromen i.p.v. vast komt te zitten = ademen. Kleine Noah heeft in zijn eerste maand dus al een verkoudheid doorstaan. Goed voor de weerstand zullen we maar zeggen, maar deze oma vond het niet leuk!

Dagboek van een verhuizing – 8

Ik moest even wennen aan de nieuwe samenstelling van ons klusteam. In plaats van met drie waren we met vier man/vrouw aanwezig in ons nieuwe huurhuis om te schilderen en behangen. Ik was tot nu toe het klusmaatje geweest van Kim, mijn echtgenoot en samen hebben we vol toewijding IMG_4656 barok en zwartIMAG0195   IMG_4658 streepbehang van de muur weggestoomd. Urenlang. Best gezellig zo samen, hoewel hij tot de categorie ‘stille werker’ hoort en ik wel van een babbel houd zo tussen het stomen en krabben door.

Gisteren was er een behangexpert mee. Van beroep apotheker-assistente, dus we hadden goede hoop opIMAG0210  strak  en recht behang. Bobbels heb je altijd, die trekken wel weg. Kim ging haar assisteren, André was al weer fanatiek aan het schilderen, dus ik moest even zoeken naar een nuttige bezigheid. Niet dat die er niet waren maar ik moest omschakelen. Toen ik mezelf erop betrapte gedachtenloos de kranten in de afvalbak aan het vouwen te zijn en op nette stapeltjes te leggen realiseerde ik me dat dit in elk geval het huis niet verder zou brengen naar een bewoonbare staat.

Toen maar aan het soppen geslagen. De vethoek waar het fornuis normaal staat onder handen genomen. In de volle wetenschap dat het eens en voorgoed was. Tegeltjes soppen is niet mijn ding. Maar ik voelde enorme voldoening deze muurtjes te zien glanzen na een strategische aanval met Jif, schuursponsjes en een microvezel doek.

Na de koffie ben ik gaan sausen. Vreemd woord altijd. Echt jargon, want je kunt net zo goed verven zeggen, maar muren en plafonds saus je. Zoals je, wanneer je een houten vloer gaat schuren de vellingen moet fresen. Op de offerte werd dat genoemd, en werd fresen met een V geschreven. Vellingen vrezen. In een gelovig gezin ken je het woord vrezen alleen uit de Bijbel, God vrezen. Maar vellingen. Geen idee wat dat zijn en waarom ze eventueel gevreesd moeten worden. Ook de vakman kwam er niet uit toen we het hem vroegen. Als je vellingen vreest, tja, dan vrees je de vellingen, daar kwam de uitleg op neer.

Wikipedia bracht uitkomst. Een velling is een voeg (een spleetje, kiertje), maar dan tussen de houten planken van het parket. Ze schoon schuren heet fresen. Blijft een raar woord. Maar het resultaat van de actie mag er zijn, we hebben een prachtig geschuurde, gefreesde en geoliede houten vloer.

IMAG0198Met dank aan Marcel Hazekamp uit Tienhoven 
 

Beroepsgast

Als je op 1 ochtend 2 telefoontjes krijgt van mensen die zo boos zijn dat ze uit frustratie de hoorn erop gooien moet de rest van je dag toch wel bedorven zijn…

Zo niet de dag van mijn geliefde partner. Enigszins beduusd was hij wel, maar hij kon relativeren.  De woede was namelijk niet onmiddellijk op hem gericht. Het kwam erop neer dat hij  in feite gebruikt werd als bliksemafleider,( ook wel pispaaltje genoemd). Als niet direct betrokkene in beide conflicten kon hij de knetterende ontlading opvangen, zonder zich heel persoonlijk aangevallen te voelen.

Maar toch. Het blijft een raar beroep, dominee zijn. Hoe verantwoordelijkheden ook verdeeld zijn, je blijft spin in het web en bij botsende belangen ben jij degene die het eerst wordt ingeschakeld of uitgekafferd.
Ergens is dat logisch. Net vanmorgen las ik een mooie column van een collega predikant die het predikantschap vergelijkt met het beroep van herder (uiteraard niet origineel, dat is een Bijbels beeld) maar het ging in de vergelijking met name om ‘de kooi’, die sedentaire groepen christenen zijn gaan bouwen om rondtrekkende herders een onderkomen aan te bieden. Ruud ter Beek zegt vervolgens in Pro Ministerio â€œWij zijn beroepsgasten, met in ons profiel de vrijheid om te kunnen gaan. We zijn zwervers uit roeping, met in onze verblijfsvergunning de clausule, dat we elk moment de woestijn in gestuurd kunnen mogen worden.”

Nu slaat dit ook erg op verhuizingen en zo, waar ik me momenteel middenin bevind, maar daar wilde ik het dit keer even niet over hebben. Ik heb mezelf een rustdag gegund.

Het gaat me om dat beeld van de predikant als â€˜beroepsgast’. Dat spreekt me aan. Het verklaart namelijk  waarom de predikant degene is die als vanzelf bijna het onzichtbare middelpunt blijft van wat gaande is in een gemeente. Hij is de buitenstaander, als het goed is, die toch zo thuis is als huisgast dat hij zijn mensen kent en begrijpt. Maar ook,( opnieuw: als het goed is!) degene die de mensen eraan blijft herinneren niet op kleinmenselijk clubniveau hun ergernissen en problemen op te lossen, maar naar buiten wijst.
What would Jesus do?

Een hele uitdaging op de luie zaterdagmorgen.

Dagboek van een verhuizing -7

Ik moet toch echt even beginnen met een loflied op de goede huisman. Die staat nog niet in Spreuken, maar ik stel voor hoofdstuk 32 toe te voegen.

Ik heb een partner die overal licht en volheid ziet waar voor mij slechts duisternis en leegte heerst. Wij lopen door ons nieuwe huis in IJsselstein waarin hevig geklust en geverfd wordt. Ik zie spetters en vlekken en kamers die niet klaar zijn. Behang wat er na 2 dagen nóg niet af is. Ik zie kleuren die net niet zijn zoals ik ze bedoelde. Ik zie, mopper, mopper, dat er slordige randjes langs het plafond zijn. Ik zie alles wat niet werkt of niet zoals ik wil.

Mijn partner loopt met een stralende glimlach naast mij. Wat is er al veel klaar! Wat is de kleur mooi geworden! Wat werkt de schilder nauwkeurig en hard! Wat schieten we toch op. Wat zijn we al ver met het behang..

Ik ben stil en ga bij mezelf te rade. Hoe zit dat nou? Ben ik nu echt zo negatief? Ben ik perfectionistisch? Meent hij echt alles wat hij zegt? Doet ie dat nu voor mij?

Ik kom tot de conclusie dat ik inderdaad perfectionistisch ben en hij niet. Dat ook hier weer het principe van het halfvolle en halflege glas geldt en dat ik gewoon een hele optimistische man heb. Waarvoor ik alleen maar dankbaar kan zijn. Iedere keer weer haalt hij me uit het donkere gat van wat verhuizen voor me is. Hij verstaat de kunst dingen te zien in proportie. Terwijl ik ze vaak allemaal even zwaar laat wegen. En hij heeft de gave om te genieten van kleine vorderingen.

Voor wie slecht verhuizen kan zou ik hem bijna voor een uurtarief uitlenen. Maar ik ben bang dat hij het nog echt zou doen als ik het voorstel. En nog gratis ook!

 

Dagboek van een verhuizing – 6

Het is mijn eerste verhuizing met lijsten. Geen wonder dat ik tijdens de vorige 16 instortte. Ik deed maar wat en belandde in mijn hoofd in een chaos.

Tijdens mijn werk heb ik geleerd te werken met tabellen en planningen. Wat een verschil! Ik had het eerder kunnen leren, want mijn kinderen werken al met lijstjes sinds ze kunnen schrijven, maar ik meende dat ik het wel in mijn hoofd kon overzien. Maar tijdens elke verhuizingfase veranderde mijn hoofd in een waterhoofd en het was slechts wachten op de explosie van die opgezwollen meloen.

Tabelletjes dus. Heel handig en een enorme steun bij het overzichtelijk houden van de situatie.
Maar een tabel is een tabel. Een opgeschreven taak, een opgeschreven taak. Het moet gaan gebeuren. Geen woorden maar daden.  Samen met vriendin Alies heb ik voor het eerst een dag tot dag planning gemaakt. Een heus draaiboek. De grote klus opbreken in kleine happen om het beheersbaar te houden. Nou, dat werkt heel goed. Ik blijf de neiging hebben om hard gillend weg te lopen, maar het helpt absoluut om dan mijn draaiboek te pakken en te kijken wat er vandaag gebeuren moet, alleen maar vandaag.
Het blijft moeilijk in te schatten hoeveel tijd je nodig hebt voor het inpakken van 1 boekenkast…het blijft iedere keer tegenvallen. Er is nog een lange weg te gaan.

Ik haalde het ledikantje van de kleinzoons uit elkaar en voelde opeens dat er een fase afgesloten wordt. Het eerste decennium van de 21e eeuw hebben we in Scheveningen een hele nieuwe ervaring meegemaakt: opa en oma geworden! Die twee jongentjes betekenen de wereld voor me en het uit elkaar halen van dat ledikantje waarin ik ze allebei sinds 2005 vaak heb mogen instoppen en toezingen doet me even heel tastbaar realiseren: dit bedje is voor hen verleden tijd.
Gode zij dank hebben we nu Noah! Die gaat waarschijnlijk slapen in een campingbedje, want de tijden van zeeën van ruimte zijn wel echt voorbij. Geen aparte babykamer meer. Maar wat voor bedje ook: weer jaren van instoppen en toezingen liggen in het verschiet!

Dagboek van een verhuizing – 5

De woonkamerverf, Histor asperge is binnen bij de HUBO in IJsselstein. Daar gaan we morgen mee aan de gang. Eerst de woonkamer muren en het plafond (wit) zodat volgende week de vloer geschuurd en behandeld kan worden. Via Werkspot.nl ene Marcel Hazekamp uit Tienhoven de opdracht gegeven.

Dingen beginnen een zekere vorm te krijgen. Next de keuken. Met een kleurtje, waar we nog niet helemaal uit zijn. Dan de trap op en de slaapkamer als 1e prioriteit: behang verwijderen en iets nieuws op de muur. Wat er nu zit is absoluut niet onze smaak, zwart fluweelachtige strepen met iets zwart/wits op de andere muur. Stomen dus, de boel.

In IJsselstein gaat het wel lukken. In Scheveningen moet er nu een strak plan komen voor het inpakken. Ik krijg veel hulp aangeboden, heel fijn. Ik ben een kneus in het vragen om hulp, ook wel omdat ik niet goed kan aangeven wat mensen dan moeten doen. Ik werk zelf chaotisch, dan hier wat inpakken, dan daar. Dus anderen aansturen is niet mijn sterke kant. Heerlijk dus dat mensen met me meedenken en hun organisatietalenten willen inzetten.  Dat voelt heel warm en betekent echt steun, praktisch, maar vooral psychologisch.
 

Dagboek van een verhuizing – 4

Het tweede meubel is de deur uit.

  De schommelstoel van mijn moeder was dezelfde dag dat ik hem op Marktplaats zette al verkocht . Dag, stoel van mijn tienerjaren en van de oude dag van mijn ouders. Mijn vader, handig als altijd, had de uitstekende stukken van de schommelbeugels afgezaagd, zodat de stoel paste in de hoek waar hij hem wilde hebben en tegelijk had de stoel daardoor een heel eigen 'look'. Kinderen die er hard in zaten te schommelen werden altijd gewaarschuwd voor een dreigende salto. De stoel was niet meer op hard wiebelen gemaakt. Ik heb natuurlijk al spijt als haren op mijn hoofd dat ik 'm aan de eerste de beste student heb meegegeven voor 20 euri. Maar ja, ik moet toch echt dingen wegdoen…

  Het volgende waar ik me van los moest scheuren is een houten bureau uit de jaren 50?, 40?, 30?  Niet een hele mooie of zo. Ooit bij de Kringloop Wageningen op de kop getikt. Eenvoudig, met 6 lades en zo'n uitschuifblad waarvan ik nog steeds niet goed weet waar het oorspronkelijk voor diende. En sinds één van de dochters het in een dolle bui ooit wit schilderde schoof dat ook niet meer zo makkelijk. Wel leuk detail. Hij gaat voor 30 euri de deur uit. Kreeg natuurlijk net nadat ik had toegezegd aan iemand, een hoger bod. Handelen is ook een kunst! Maar goed, de koper zat al in de auto op weg naar Den Haag. Dag bureau, waar ik jaren met kouwe benen achter heb gezeten, vol ongeduld wachtend tot mijn oude PC eindelijk 's wou opstarten. Het bureau stond voor de balkondeuren waar het flink tochtte en door de trage PC heb ik er heel wat uurtjes achter gezeten.

Morgen gaan we met de schilder in IJsselstein kijken wat er allemaal gebeuren moet en zien hoeveel tijd hij er voor nodig heeft. André is een vriend van ons en schilder van beroep. Door omstandigheden zonder werk en graag bereid om ons te helpen. Heavenly gift!

Gisteren waren we op een receptie van een gemeentelid uit onze vorige gemeente. We hebben daar ruim 8 jaar gewoond en wonen nu 9 jaar hier. En onze volgende verhuizing staat voor de deur. Heel vervreemdend om mensen te spreken die nog steeds in hun zelfde huis wonen als toen, 17 jaar geleden en dat voorlopig ook blijven doen. Veel van mijn vrienden wonen al tientallen jaren op dezelfde plek. Dat doet iets met een mens. Ik bedoel, vaak verhuizen of juist lang ergens wonen, dat moet toch invloed op je geest hebben? 
  
Ik denk dat ik, naarmate ik vaker verhuis (dit wordt de 17e x sinds mijn trouwen), steeds minder graag weg ga, en steeds honkvaster wordt. Maar ook anders in een huis wóón. Ik ben steeds meer gericht geraakt op made-to-go styling, zeg maar. Sfeer, gezellig, kleur, eigen stijl, maar het moet allemaal weer zo in een doos kunnen, bij wijze van spreken. Zoals die prachtige nomadententen in Mongolië. (Heten inwoners van Mongoliën, Mongolen? Ik wil niemand kwetsen, vandaar dat ik het even vraag). Die tenten zijn ook zo weer op te breken, maar er zit zoveel moois aan borduurwerk en kleur aan! Het ultieme voorbeeld is natuurlijk de tabernakel waarmee de Israëlieten door de woestijn sjouwden. Alles erop gemaakt om zo weer in te pakken en op weg te gaan.

Het heeft wel iets dat pelgrimeren, dat klinkt doordacht, bewust. Niet gehecht zijn, los van vaste dingen en zo. Maar verhuizen klinkt toch echt héél anders in mijn oren. Eigen schuld denk ik dan. Teveel spullen verzameld, toch weer…:) Blijft leuk. Dus nu met goede moed een hoop door Marktplaats jagen, dan kan ik straks in IJsselstein e.o. weer volop op Kringloopjacht!