Het groene gras van de buurman

Aan de hits te zien is mijn laatste blog voelen met je lijf populair. 176 hits die dag, dus veel gelezen in ieder geval. Als iedere lezer 1 of  2 personen wat ruimte en aandacht schenkt om pijnlijke gevoelens te delen bereiken we met elkaar toch weer een paar honderd mensen!

Zo is er het effect van kleine dingen, die grote betekenis hebben in Gods ogen. En er is het verlangen naar Grootse Dingen, die betekenis hebben in mijn ogen en dat van de mensen om me heen. Ik noem dit vanwege een gesprek dat ik onlangs had over onze onhebbelijke en onuitroeibare neiging altijd meer of anders te willen dan we hebben. IJkpunt is wat anderen (lijken te) hebben. Succes. Resultaat. Carrière. Of misschien gewoon hetzelfde als ik, maar dan hoeft die ander zich er niet zo hard voor in te spannen. Groener gras dan het mijne. Het kan echt aan je vreten als je niet oppast.

Toen wij na negen jaar buitenland terugkwamen heb ik jaren moeten vechten tegen een gevoel van voortdurend achter te lopen. Iedereen (ja, ja iedereen….je lijdt namelijk aan tunnelvisie, ziet alleen wie je wilt zien) had een huis vol met mooie spullen en ik moest weer vanaf het begin beginnen, op een paar ‘ouwe meubels’ na…Geld om alles nieuw te kopen was er niet echt, dus deden we het maar met wat we zo hier en daar op de kop konden tikken. Tweedehands, doorgevertjes…Ik vond mezelf zielig..

Ik kan er nu om glimlachen. Maar ik weet me nog wel goed te herinneren hoe dat gevoel van ‘achterlopen’ erin hakte. Ik was jaloers en jaloezie is een soort gif dat door je aderen stroomt. En er werden geen enveloppen met geld door de brievenbus gestopt. Dat las ik dan in een boek van Edith Schaeffer. Als je het echt nodig hebt zorgt God wel dat je het krijgt. Blijkbaar had ik het niet echt nodig. Ook al ging de wasmachine stuk, ik moest gewoon een krediet bij de bank opnemen. Was ik bitter? Het scheelde niet veel. Het ging ook niet om het geld zo zeer, maar omdat ik me achtergesteld voelde. Beteken ik wel iets, als ik minder heb dan vrienden of familie? Het heeft te maken met status. Met schaamte. Met wat je denkt dat hoort. En ook met waar je vindt dat je recht op hebt.

En daar komt een rare aap uit de mouw. Want waar baseer je dat eigenlijk op? En dan blijk je een hele wereld aan verwachtingen en  vooronderstellingen met je mee te slepen. ‘Alle mensen van mijn leeftijd…’, ‘alle domineesvrouwen….’, ‘alle vrouwen met mijn opleiding..’ en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. Vergelijken doe je altijd met wie het beter, succesvoller en gezonder vergaat dan jij. Nooit met wie op een houtje bijt, chronisch ziek is, in een rolstoel zit, van de bijstand moet rondkomen of door wat voor omstandigheden ook, niet verder komt in het leven dan het minimale en met wie aan de zijlijn staat.

Hoe kom je van dat giftige vergelijken af? Hoe kan je leren blij te zijn met wat er is, wat je hebt, wat je bent, wat je doet? Nu, vanavond, vanmorgen, vandaag. Dat is een levenskunst die je blijkbaar een leven lang moet beoefenen. Ik zie het als humor van God dat mijn redelijk wanhopige gebeden verhoord zijn, niet met dikke enveloppes (hoewel ik dat toch wel leuk gevonden zou hebben) en een design interieur maar met een passie voor tweedehands en oud. Zo heb ik wel een eigen, unieke smaak kunnen ontwikkelen.

Bonhoeffer zei, terwijl hij eenzaam opgesloten zat in een Nazi-gevangenis, vrij vertaald: Als je voortdurend verlangt naar wat er niet is raak je verlamd, als je helemaal niets verlangt verdor je. Het gaat om verlangen naar datgene wat God binnen jouw mogelijkheden plaatst.

Binnen die begrenzingen kan levensvreugde ontstaan die niet puur afhankelijk is van externe factoren, al zullen die altijd hun invloed houden.

Dat kun je ook toepassen op te groot van jezelf denken of juist te klein. Je moet beginnen met wat er is. De realiteit. Met zelfkennis. En volgens het advies van Calvijn  heb je daar ook Godskennis voor nodig. Niemand die je zo goed kent als Hij. Gods unieke design, immers?

Voelen doe je met je lijf

‘Ik was misselijk en duizelig en moest van mijn fiets afstappen zo ellendig voelde ik me. Ik realiseerde me dat ik boos was en dat het zich zo bij mij manifesteerde’, aldus een goeie vriendin laatst.

‘Het voelde alsof ik met een mes van mijn buik tot aan mijn hals werd opengereten, zo’n pijn voelde ik’, een citaat van een weduwe uit een filmpje over rouw en verdriet.

Het is alsof er een zware steen op mijn borst ligt, waardoor ik niet goed kan ademhalen, alsof er een zwaar gewicht aan mijn voeten hangt, zo moe ben ik, alsof mijn tong drie keer zo dik is, zo moeilijk krijg ik een woord uit mijn mond‘, een beschrijving van iemand die depressief is.

Emoties voelen doe je blijkbaar met je lijf. Alle uitdrukkingen in onze taal ten spijt dacht ik lang dat emoties zich ergens anders afspeelden dan in mijn lichaam. Emoties zijn immers ‘geestelijk’, iets van de psyche, dus dat is een andere dan een fysieke ervaring.

Iets ligt als een steen op de maag, het komt je de strot uit, het lood in de schoenen hebben, een waas voor de ogen hebben, ergens de buik vol van hebben, niet lekker in je vel zitten, wie er meer uitdrukkingen paraat heeft mag het zeggen. Waar kunnen we anders mee voelen dan met ons lichaam? Het is het enige instrument dat ons in staat stelt te beschrijven én te signaleren wat er met ons gebeurt. Je lichaam vertelt je feilloos wat je gevoelens zijn.

Andersom is het natuurlijk niet zo dat iedere lichamelijke sensatie eigenlijk een verborgen emotie is. Voor mij was het echter een verbijsterende ontdekking dat gevoel en ervaring zo fysiek en lijfelijk zijn. Dat depressie ook voelt als een stevige griep, dat boosheid zich kan uiten in verlamming, duizelingen, misselijkheid, dat verdriet als een pijnlijke bonk in je borstkas klopt waar je letterlijk benauwd van kan zijn.

Waarom ik dit schrijf? Omdat, anders dan bij werkelijk lichamelijke aandoeningen, erover praten een enorme (tijdelijk, maar toch)verlichting van de ervaren pijn kan geven. Puur het kunnen delen met een ander van datgene wat je ervaart kan de mate van pijn verlichten. Dat is het verschil met ‘echte’ maagpijn, hartfalen, benauwdheid en andere ziektes. Dan zal praten niet helpen. Beter om naar de dokter gaan.

Maar die andere pijn, die moet gedeeld. Geef daarom mensen met verdriet, pijn, boosheid over geleden onrecht of depressie de ruimte om te vertellen. Gewoon. Dat. Ruimte, belangstelling en een luisterend oor. Oplossingen zijn niet direct nodig. Praat zelf maar niet teveel, maar als je het kunt, geef iemand ruimte en aandacht. Het maakt verschil, echt!

Ook dat voel je met je lijf.

Tweede Kamer en de plastic suikerpot

De Tweede Kamer is veel en vaak in het nieuws. Iedereen kent van tv beelden van de vergaderzaal, de prachtige rode panelen achter de voorzitter, het plafond dat als een Nederlandse wolkenhemel blauwgrijs geschilderd is, de hemelsblauwe stoelen in de vorm van een tulp waarin Wilders niet lijkt te passen omdat hij immer dwarszit (pun intended), het grasgroene tapijt dat symbool staat voor de Nederlandse polders. Enzovoort. Een rondleiding door het gebouw is de moeite zeker waard.

Overal is over nagedacht en het gebouw heeft een hoge esthetische uitstraling, de verbinding tussen nieuwbouw en oudbouw is prachtig, er is veel kunst te zien aan de muren en de historie giert door de lucht.

Waarom, oh waarom, worden er echter Tupperware suikerbakjes gebruikt? Let maar eens op, als er een debat is of zo, dan zie je ze staan, ronde plastic bakjes met een blauw deksel. Praktisch maar oerend lelijk. Volgens mij is het nog niet eens van Tupperware maar Curver of zo…

Ik heb ooit een blauwe maandag bij de Tweede Kamer gewerkt en bij mijn sollicitatiegesprek stond er zo’n bakje op tafel. Ik concludeerde dat de man die mij interviewde zijn lunch zeker in zo’n rond bakje meenam. Ik gebruik geen suiker dus het duurde even voordat ik tot mijn grote verbazing ze later overal tegenkwam, gevuld met suikerklontjes. En zie ik ze nog steeds op tv. Al die miljoenen voor een mooie, representatieve Tweede Kamer en dan van die onnozele suikerpotten.

Kan de HEMA niet een ontwerpwedstrijd uitschrijven voor nieuwe suikerpotten in de Tweede Kamer?

Huis Marseille – Guy Tillim

 

Gezien: Guy Tillim, Second Nature, fotografiemuseum Huis Marseille Amsterdam

Verbijsterende foto’s. Vooral landschappelijk, opnames van Tahiti,  en als tegenpool, stedelijke landschappen in Rio de Janeiro.

Verbluffend vond ik met name de serie Polynesische foto’s. Iedereen denkt  wel eens bij een schilderij, dit moet een foto zijn. Maar voor het eerst stond ik voor foto’s (groot formaat!) en dacht dit moet geschilderd zijn. Zo tastbaar, zo gruizig, zo net of er met grove kwaststreken dikke plakkaten verf op geschilderd en gekneed is.

Het zijn echt foto-opnames. Gemaakt met een technische camera, waarmee, volgens mijn vriendin, oneindig scherper gefotografeerd kan worden. Groot en lastig om mee rond te lopen, maar met ongekende mogelijkheden. De foto’s doen iets met je hersenen merkten we. Alles is even haarscherp en je hersenen hebben moeite met de focus. Je bent gewend aan perspectief, diepte en focus. Als het hele vlak even scherp is lijken dingen of bol of vlak te worden. Een hele vreemde gewaarwording.

De foto’s zijn realistisch, niet geromantiseerd, wat op een zg. paradijselijk eiland makkelijk kan. Het zijn scene’s waar je aan de ene kant zo kunt binnen stappen, aan de andere kant vreemd sprookjesachtig. Vaak met een licht dreigende sfeer vanwege de donkere luchten. Eindeloos mooi.

Guy Tillim is Zuidafrikaan en werd in 1962 geboren in Johannesburg. Hij studeerde economie aan de universiteit van Kaapstad. In de jaren tachtig begon hij met fotograferen, vooral als fotojournalist ook voor grote buitenlandse media. Hij heeft veel prestigieuze prijzen gewonnen.Hij is bekend voor zijn soms schokkende beelden van armoede en geweld in Afrika.

Huis Marseille is een tot museum verbouwd  prachtig 17e eeuws pand aan de Keizersgracht wat alleen al een bezichtiging waard is.

Info:Guy Tillim – Second Nature
tentoonstelling: t/m 3 juni, 2012
Locatie: Huis Marseille – Keizersgracht 401
Entree: € 5,– (€ 3,– voor studenten / 65+ / groepen > 8 personen / CJP / Stadspas / Rembrandtpas, gratis te bezoeken met de museumkaart)

Leuke aanbieding!

Gratis verblijf voor 5 weken in leuk rijtjeshuis aan weiland in Groene Hart van Nederland. Veel fietsmogelijkheden, leuke oude stadjes in de buurt, en in de verte zie je de Dom van de prachtige middeleeuwse stad Utrecht. Wandelen, gebruik van fietsen en genieten in een nieuw aangelegde achtertuin.

Tegenprestatie: zorgen voor onze lieve twee poezen, onze kleine tuin en het huis netjes houden. Wie wil zelf, wie kent mensen, bijvoorbeeld uit de kerk, gemeente?

Mail:margreet.batteau@gmail.com

Marktplaats anekdote

Marktplaats is leuk. Marktplaats kan ook frustrerend zijn. Geen reactie op biedingen, of dingen die al verkocht zijn wanneer ze nog steeds geadverteerd staan. Maar Marktplaats blijft fascinerend. Het is ook een plek waar nog veel gedaan wordt in vertrouwen. Daar wordt uiteraard, zou ik zeggen als calvinist, misbruik van gemaakt. Maar veel vaker niet.

Het is als een echte marktplaats, ik bied jou iets aan voor een redelijke prijs, voor veel geld, voor niks en wie wil, kome het halen. Kwaliteit? Kom maar kijken, voel en onderzoek. Garanties worden niet gegeven. Je gaat af op wat de verkoper vertelt en daar komt ook de aap uit de mouw: persoonlijk contact via telefoon, mail of face-to-face is (voor mij) essentieel. Je ‘voelt’ meestal of iemand oprecht is. Ik ben eigenlijk nog nooit bedrogen uitgekomen en ik heb toch heel veel via M. verhandeld.

Wat dat vertrouwen betreft. Echtgenoot zocht op Marktplaats naar gratis af te halen stenen voor ons tuinterras. We moeten toch een beetje op de kleintjes letten en er worden duizenden stenenpartijen aangeboden voor niks of een prikkie. Afspraak met iemand in de buurt gemaakt. Buiten het hek van zijn tuin lagen de stenen. ‘Neem zoveel je wilt, alles ligt voor de ophaal.’

Echtgenoot kwam terug met veertien mooie tegels. Anders en groter dan wat er al lag, maar we hadden wel een mooi plekje in de hoek van de tuin. Het was wel raar dat echtgenoot nergens een hek had kunnen vinden. Deze tegels lagen bij de voordeur.

’s Avonds toch nog maar even checken. Eigenaar gebeld, die we via zijn mobiel bereikten, hij was nog niet thuis geweest. Echtgenoot vertelde dat hij geen hek had gevonden, maar wel 14 tegels. Je voelt het aankomen. Dat waren de 14 dure tegels die de man net zelf had aangeschaft. Juist, via Marktplaats!

Direct maar de grote ruiltruc. 14 tegels uit de tuin, in de auto, 14 tegels weer bij de voordeur. En ja hoor, gewoon om de hoek, bij het hek, stonden de stapels afgedankte stoeptegels. 25 in de auto, 25 uit de auto, weer in onze tuin.

Wie zei ook weer dat mannen nooit iets kunnen vinden? Gelukkig blijk je bij zwaar tuinwerk 300 cal. per uur te verbranden!

Voldaan aten we bij de koffie naderhand een stroopwafel.

Marktplaats, stenen en de tuin

Sinds we in ons nieuwe (huur)huis wonen wist ik één ding zeker, de achtertuin moet anders. Huurhuis of niet, ik voelde me zó niet lekker in die benauwde, in 100 kleine vakjes opgedeelde ruimte dat ik vanaf dag één droomde over ruimte, licht en lucht.

De achtertuin was namelijk door één van de vorige bewoners veranderd in een soort jungle van pergola’s, vlonders en houten afscheidingen. Een oerwoud aan buxushaagjes, rozenstruiken, klimop, druiven, clematis, bruidssluier en nog eens klimop maakten dat de 50 m2 aanvoelden als een verstikkende cel van 3 m2. Oh en er zat ook nog een vijverbak in. De ligging op het zuidwesten, het feit dat de woning een tussenwoning is en al die woekerende planten gaven me een claustrofobisch gevoel.

De tijd begon te dringen, het was al lente, dus op een goede dag ben ik marktplaats en werkspot.nl gaan afstruinen, op zoek naar een enigszins betaalbare hovenier die ons zou kunnen bijstaan in de ontmanteling en wederopbouw van de achtertuin.

Het had nog heel wat voeten in de aarde. Hoveniers die niet kwamen opdagen, of wel kwamen maar nooit meer iets van zich lieten horen. Of veel te veel geld vroegen. Uiteindelijk voor een duizendpoot gekozen, die begreep dat we niet een ‘keurige’ tuin wilden, maar een ‘rommelige’.

Toen begon het grote ruimen. Werk in eigen beheer. Onvoorstelbaar veel groen, grond, hout en steen hebben we uit die kleine achtertuin weggehaald. Twee, drie volle dagen werk. Nog niet eens alle uren meegeteld die ik van te voren al was bezig geweest me met een machete door de klimop een weg te banen.

Stoeptegels, stoepbanden, verrot hout, keitjes, alles moest eruit. De stenen gestapeld in de garage, voor hergebruik. Een ware Chinese muur! Alle potten met mijn mobiele tuin (veel verhuiservaring!) in de voortuin. Alle vaste planten op een grote hoop, opnieuw voor later hergebruik. En in huis een permanente laag zand, als woonden we nog in Scheveningen.

En nu is de duizendpoot, die in zijn vrije tijd een surfer is, met assistentie van echtgenoot (en af en toe een telg) al twee dagen bezig en buiten ontstaat een oceaan van ruimte, licht en lucht. We krijgen zelfs een postzegel gras(zoden), mijn grote wens. Niets heerlijker dan op een warme dag met mijn blote voeten in het gras te lopen.

Heeft iemand nog een grasmaaier over?

Veertigdagen (slot) – Je best doen?

Je best doen voor God. Het klinkt niet eens zo slecht. Ik doe ook mijn best op de tuin. Of mijn werk. Ik wil dingen graag goed doen. Een mooi resultaat zien. Ik had laatst eetgasten en zowel het voor-, hoofd en nagerecht was goed geslaagd. Meestal ben ik niet helemaal tevreden, ik ben namelijk óók een beetje lui én eigenwijs dus ik loop de kantjes er wat van af om tijd te besparen en ik varieer op het recept en de ingrediënten. Maar goed, dit keer echt mijn best gedaan en zie daar een lekkere maaltijd, met complimenten. Voelt goed.

Dus, mijn best doen voor God, is er iets mis mee? Iemand van wie ik hou, daar doe ik immers alles voor?

Dat is dus het gekke. Ik citeer uit een hele oude preek van Kohlbrugge, 1833 (!):
U wilt Gods woord lezen maar u pakt eerst de krant. U wilt hier of daar krachtig getuigen van de weg van het heil, maar de moed zakt u in de schoenen. Iemand wil aan God denken, maar er komt iets tussen en hij is met van alles bezig behalve met God. Of hij wil zich voor God vernederen en is daardoor juist hoogmoedig. Hij wil oppassen voor ijdelheid, maar de spiegel in zijn kamer roept hem toe: oh ijdel mens!

Ondanks de ouderwetse taal herkenbaar. Vooral die krant, quality-time! Ik heb eigenlijk altijd wel een interessanter boek, of iets wat ik eigenlijk nog even af moet maken (de was vouwen, een mailtje sturen) vóór ik aan Bijbel lezen toekom. Eigenaardig wanneer je bedenkt dat God toch heel belangrijk voor me is…

Nog meer mijn best doen dus? Ik investeer ook in mijn relatie met mijn echtgenoot, kinderen en vrienden door tijd te besteden in contact met elkaar. Communicatie is essentieel.

Daar ligt denk ik juist de moeite. Bijbellezen, bidden, het zijn toch in mijn ervaring vaak eenzame bezigheden. Niemand praat terug. Niemand stelt mij vragen. Het vereist soms veel geloof om in wat ik lees ook Gods stem voor mij te horen. Ik leer God wel kennen, wie en wat is Hij, maar voel ik me ook gekend dan?

Kohlbrugge zegt dat je best doen, ‘heiligingskrukken’  zijn die je weg moet gooien. Je best doen is volgens de wet leven. Het enige dat van ons gevraagd wordt is Jezus achterna gaan. Hij is het Woord zèlf immers en als ik de bijbel een tijdje niet lees betekent dat nog niet dat ik vervreemd van God. Ook ons tekortschieten heeft Jezus verzoend.

Hmmm. Dat is voor deze ‘doener’ wel een harde noot om te kraken. Ik ben in mijn geloof best activistisch. Dat heeft, denk ik, met vertrouwen te maken. Als ik niet in beweging kom, wie zal dan naar mij toe komen. Om die lacune te voorkomen ben ik het meest degene die het eerst in beweging kom. Want stel je voor…

Ik las in de psalm voor vandaag dit vers en ik snapte enigszins wat Kohlbrugge tracht te zeggen: He will cover you with his feathers, and under his wings you will find refuge (Hij bedekt je met zijn vleugels, onder zijn vleugels vind je toevlucht) (ps.91-4).

Dat vogeljong heeft immers nog helemaal zijn best niet gedaan? Het enige wat het doet is krijsen en vragen om voedsel. Geheel afhankelijk voor zijn leven van de moeder. Als de bijbel zo’n beeld geeft van God, en ik dat tot me door laat dringen, is het of er toch iemand terugpraat. Een vader/moeder die een arm om me heen legt en zegt: kom eens rustig zitten en vertel me hoe het gaat.

Dan voel en weet ik me gekend. En zo ontstaat er (soms) toch een verlangen naar Bijbellezen dat uitgaat boven plicht en moeten.

Ik heb nu heel erg de neiging om allerlei ‘maar, maar..’ argumenten te gaan noemen (we moeten toch volmaakt zijn , we moeten toch ons inspannen, we moeten ons toch enz.). Ik doe het niet. Even mijn dorst lessen en rusten  bij de genade! Het is tenslotte net Pasen geweest!

(deze blog is o.a. geïnspireerd door een artikel van prof. Barend Kamphuis hoogleraar aan de Theologische Universiteit in Kampen, in het weekblad De Reformatie)

Gebroken Hartje of Vrouwentranen

Ik moet even klagen. Gewoon wat vrouwentranen storten. In de frisse kou, mèt zon, begon ik gisteren aan een wandeling. Ik liep met mijn echtgenoot langs de tuinen in lentetooi. De narcissen, de viooltjes, de blauwe druifjes, de forsythia, enfin, het bekende assortiment. Ik word er vrolijk van en altijd enigszins begerig. Op dit moment verkeert onze eigen tuin in een wat desolate toestand. Half leeg geruimd en ont-tegeld, hier en daar wat zand en aarde, met jawel, gelukkig ook nog wat bolletjes die boven de grond uit komen en bloeien.

Maar opeens miste ik mijn ouwe tuinen in Scheveningen en die in Wageningen en die in Zaandam. In de laatste stad, 23 jaar geleden, begon mijn liefde voor de tuin. Aangelegd door een bekwame broeder uit de gemeente in Aziatische stijl (we kwamen tenslotte net terug uit Korea). Maar daar is het experimenteren begonnen met stekjes en zaden. Ik was overmoedig en probeerde van alles. Ik meende in de voortuin misschien wel mais te kunnen kweken, gewoon een paar planten. Waarom niet? Alles moet je leren door ondervinding. Het werkte niet, maar ik was een ervaring rijker.

In Wageningen hebben vele broeders hun mankracht verenigd en alle coniferen uit onze tuin gehaald zodat ik zelf kon gaan rommelen in een lege tuin. Lekker met mijn handen in de zwarte aarde. Mijn nieuwe woonplek werd meer van mezelf naarmate ik meer in de grond stopte. Zaden, bollen, stekjes en soms (volgens mijn kinderen wel erg vaak..)nieuwe planten van het tuincentrum. Altijd dubbel. Heerlijk als ze eenmaal in de grond stonden, maar ik werd in zo’n tuincentrum wel snel tureluurs van alle keus.

In die tijd ben ik gaan houden van Vrouwentranen. Gebroken Hartjes of Dicentra. De verse stengels die zich door de aarde omhoog boren in de vroege lente, vol belofte. De tere blaadjes, de prachtige vorm van de bloemen. ‘Ochtends vroeg met de dauwdruppels als tranen langs je  kin.

Ik word er lyrisch van. Die beginnende plant zag ik gisteren in een van de tuinen waar we langsliepen. En ik wilde mijn tuinen terug. Ik wil geen nieuwe tuin met weer allemaal gedoe. Ik zag die heerlijk dikke groen/rode stengels zich omhoog strekken naar de zon en zag de hartjes al breken, de tranen vloeien.

OK. In mijn nieuwe tuin krijgt de Dicentra een ereplaats. Ik koop een roze en een witte. In het tuincentrum. En nu de renovatie.