Bonita Avenue

Bonita Avenue is geen straat in de Hamptons, zoals de meesten van jullie wel zullen weten. Het is een boek. Door Peter Buwalda. Zijn debuut. Een boek wat ik meenam op vakantie naar de Hamptons. En met stip het meest vunzige boek dat ik ooit gelezen heb.

Dat zegt meer over mij waarschijnlijk, dan over het boek. Dat ik het heb uitgelezen zegt iets meer over het boek. Het is meeslepend geschreven. Met een plot dat blijft boeien, hoe gaat dit aflopen? Het einde vind ik dan weer ‘over the top’. Te vergezocht en niet overtuigend.

Een van de hoofdpersonen lijdt aan schizofrenie en wanen. Het hele boek ademt de sfeer van een in wanen en manie geschreven verhaal. Het verhaal dendert en stort zich over je heen. Ik heb de meest expliciete passages overgeslagen. Sorry. Ik hoef niet te weten hoe een pornofilm gemaakt wordt en hoe de acteurs zich daarin gedragen. Verder wordt er ook te veel gevloekt. Kortom het is een echt Nederlands boek. Nederlandse moderne literatuur (en film) is toch wat armzalig, al ben ik geen echte kenner, maar het lijkt altijd om hetzelfde te draaien, uitzonderingen daargelaten. Een gebrek aan creativiteit m.i.! De Angelsaksische literatuur is eindeloos veel fantasierijker zonder op grove taal en sex terug te hoeven vallen. Sex is onderdeel van het leven en dus ook van de literatuur, maar porno, uitgebreid beschreven? Please, liever niet. Al mogen andere seksuele handelingen voor mij ook eerder impliciet dan expliciet geschreven of vertoond worden. Ik ervaar toch een licht ongemakkelijke, plaatsvervangende schaamte bij te veel detail. Ik ben geen voyeur.

Nou ja, Bonita Avenue liet mij niet vrolijk achter, Voor Enschede bewoners wel leuk dat je met het stratenplan erbij (een gedeelte) van het verhaal kunt lezen. De vuurwerkramp komt erin voor. Nogmaals, het is knap geschreven en beeldend (!). De diepere laag is aanwezig.  Liefde tussen vaders en (stief)dochters, de relatie tussen mensen onderling, hoe vertrouw je elkaar, hypocrisie en leegte. Misschien zien literatuurkenners er meer. Maar ik vind het moeilijk te zeggen wat nu de boodschap is van het boek. Soms lijkt het een thriller, maar dan vind ik het einde niet geslaagd.

Ik heb nog geen recensies gelezen om mijn eigen (bescheiden) oordeel eerst te vormen.

Kortom. Ik ben blij dat ik nu mag beginnen in een ander vakantieboek: The Water’s lovely,  door Ruth Rendell!

Hier een link van een NRC recensie die ik inmiddels gelezen heb, om te checken of ik niet al te egenwijs overkom.

Sagaponack, Mayflower en Barbara

We zijn te gast bij Barbara. Ik heb haar ontmoet op een bijbelkring van Grace Church, Water Mill, de gemeente die ik tijdens mijn verblijf hier, tijdelijk bezoek. Ze is een klein en tanig vrouwtje, een beetje krom gegroeid in de loop van de vijf en tachtig jaren die ze op deze aarde wandelt. Ze is duidelijk geen zestien meer om te zien en toch heeft ze een meisjesachtige uitstraling. Ze praat snel en veel en haar gezicht is expressief. Haar donkere ogen stralen als kooltjes in het oude kind gezicht. Ze is trots op haar oude huis, trots op de familie waarin ze door haar trouwen terecht kwam. Ze heeft de rondleiding door haar huis duidelijk al vele malen gegeven. Aan vrienden en belangstellenden, tot en met deskundigen met verstand van antieke en historische meubels van onder andere het Metropolitan Museum in New York.

Barbara's house,built in 1680

Het huis waarin ik door Barbara ben uitgenodigd om te komen lunchen, is oud. Gebouwd van hout, rond 1690. Van binnen gepleisterd met gemalen oesterschelpen, geïsoleerd met zeewier. Gekocht aan het einde van de 17e eeuw door een voorvader van haar man, Earl Albright. Hij is een nazaat van een van de oorspronkelijke passagiers van de Mayflower, het beroemde schip waarmee de Pilgrim Fathers (gelovigen die onafhankelijk wilden blijven van de Church of England, Puritans genaamd) in 1620 vanuit Engeland vertrokken. Ze woonden een periode in Leiden in verband met vervolging in eigen land. Vanuit Delfshaven vertrokken ze per boot naar Southampton UK, om na een reeks tegenslagen uiteindelijk vanuit Plymouth, UK, naar de Nieuwe Wereld te varen. Op deze site is het verhaal kort te lezen.

Lunch at Barbara Albright, 85Barbara heeft een heerlijke lunch klaargemaakt voor ons. Alles tot in de puntjes verzorgd en geheel volgens de etiquette waaraan ze hecht. Alles is ‘homemade’. Kipsalade, wortel-ananas salade, deviled eggs, augurken. Alleen de dinner-rolls komen uit de winkel, maar zijn te groot volgens haar, dus ik snij ze in vieren. Op tafel servies uit vier eeuwen. Van kostbaar porselein tot glazen Blokkerschaaltjes waaruit we de zelfbereidde rabarber met cranberries en gember eten. In de kasten om ons heen majolica uit de 18e, gietijzeren kandelaars uit de 17e eeuw (nog gemaakt door de bouwer van het huis, Theodore Pierson die smit was van beroep), sierborden uit de 19e eeuw, waar je maar kijkt: geschiedenis. Mijn hart klopt een paar slagen sneller en ik voel me als een kind in een speelgoedwinkel.

Tijdens de maaltijd krijgen we het verhaal van het huis te horen. Wie het bouwde, wie er woonden, wat het allemaal heeft doorstaan. Verhalen over stormen, bezettingen en slijtage. Tijdens de burgeroorlog aan het einde van de 18e eeuw was Sagaponack bezet door de Engelsen die Duitse (Hessische) soldaten in dienst hadden. Rauwbauwen die werden ingekwartierd bij de lokale bevolking. Ook bij de voorouders van Barbara’s man. In de muren zijn ingekraste tekeningetjes bewaard gebleven.

Iedere kamer heeft een eigen verhaal, karakteristieke meubels en van ieder voorwerp kan Barbara eindeloos vertellen. Met zoveel liefde en toewijding. De site van de gemeente Sagaponack noemt haar als iemand met wie rekening gehouden moet worden, ze voert onophoudelijk campagne voor behoud van het historische karakter van het dorp. Dit tot ergernis van de geldbeleggers die er liever een aaneengesloten tennisbaan, golfbaan en Club Med van zouden willen maken.

PArt of Barbara's property, a potatofarm in thye old days

Haar huis staat op 2 hectare (20.000 vierkante meter) grond, van oudsher agrarisch. De Indianen verbouwden al aardappelen op Long Island. Sagaponack betekent in de taal van de Shinnecock Indian Nation (stam): Land of  big ground nuts, Land van de grote aardnoten=aardappel. Een soort Zeeland  of Groningen dus.

Ook Barbara en haar man (in 2005 overleden) verbouwden groenten en aardappelen, naast hun gewone werk. Maar de belasting voor agrarisch gebruik van de grond is enorm gestegen, dus nu gebruikt ze de grond als bomenkwekerij. Geld wordt niet veel gebruikt, zegt ze, in de gemeenschap. We ruilen goederen.  Ook om de hoge belastingen te ontwijken. Want voor de oude families is het zuur. Zij bezitten land dat ze voor vele miljoenen zouden kunnen verkopen aan steenrijke New Yorkers. Maar zij willen hun bezit, land en huis, conserveren en doorgeven aan hun nageslacht. Omdat de overheid belasting heft over de waarde van hun bezit is voor hen het geld nauwelijks op te brengen. Met allerlei ingewikkelde constructies moeten ze een manier bedenken om het huis en de grond in de familie te houden en niet tegelijk failliet te gaan. Volgens de informatie die ik vond is de postcode van Sagaponack (2009) de duurste van de hele VS! Gemiddelde huizenprijs: $4,421,458 volgens Zillow.com. Inmiddels dus alweer gestegen. En dan heb je het nog niet over de waarde van bijvoorbeeld 2 hectare grond. (Klik hier voor een interessant artikel over Sagaponack en dit probleem)

Geweldig om, onverwacht en ongepland, zo’n levend museum binnen te stappen en overal aan te mogen komen en er zelfs van de tafel te mogen eten. Met als conservator de eigenaar zelf die met zoveel liefde een stuk Amerikaanse geschiedenis probeert te bewaren voor haar nageslacht.

Thrifting in the Hamptons?

Het is altijd even wennen in Amerika. Niet gewoon een koffie bestellen, nee, een keuze maken tussen acht verschillende mogelijkheden. Het valt nog mee, vergeleken met Starbucks. In de Golden Pear in Southampton, NY, is het self-service. Dit dringt tot me door wanneer de vrouw achter de toonbank geen aanstalten maakt mijn koffie in te schenken na mijn verzoek om koffie met de sterkste smaak. Ze raadt me de French blend aan, maar doet verder niets. Ze zei wel wat en na een paar seconden valt het kwartje: ik mag zelf inschenken. Ik giet vervolgens zo’n akelige papieren beker half vol, na aarzelend nog om een ‘ cup’ gevraagd te hebben. ‘ No cup’. Nou ja, dan maar zo. Koffie zal wel vies zijn, dus een halve beker is genoeg. Ik ga buiten zitten, naast een vader die zijn peuter roerei uit een papieren bakje voert. Even verder zit een oude dame met zonnehoed. Ik had haar al naar buiten zien komen, geholpen door iemand van de zaak. Ze loopt moeilijk, met behulp van een rollator.

Ik neem een slok van mijn koffie en heb onmiddelijk spijt niet een volle beker genomen te hebben. De smaak is namelijk prima. Te laat. Ik kan moeilijk bij gaan schenken en zeggen dat ik niet van volle bekers hou. Langzaam drinken maar. Ik voel me senang. Lekker naar het dorp gefietst, cafeetje gevonden, er ligt een lokaal krantje en ik verdiep me in de plaatselijke cultuur en wat dies meer zij. Het is niet echt warm, maar de zon doet haar best door te breken. Ik zit hier best.

De peuter naast me wordt onrustig, haar pappa plaatst haar in de wandelwagen en ze verdwijnt met haar ouders. Plotseling vraagt de oude dame me wat. Ze heeft een sterk accent, dat ik niet helemaal kan thuisbrengen, maar het maakt het moeilijk voor me om haar te verstaan. Ik merk ondertussen op dat ze mooie sieraden draagt. Geen diamanten maar kunstig gezette half-edelstenen. Echt een Southampton type denk ik bij mezelf. Rijke mensen hier. Ze vraagt me iets over de wandelwagen. Of ik weet dat die wel $4000 kost. Ik reageer met ongeloof. Ik denk tenminste dat ze dat van me verwacht. De rest van de conversatie is moeilijk te reconstrueren want ik knik veel ja en nee, terwijl ik werkelijk geen idee heb waarover ze het heeft. Op een gegeven moment verdiep ik me maar weer in de krant.

Ik sta op en ga wat neuzen in de winkeltjes in Mainstreet. Ik ga nergens naar binnen want alles ziet er duur uit en klein. Daar heb ik een hekel aan want dan komt er gelijk iemand op me af. Maar daar staat zowaar een rek met afgeprijsde kleding. Het staat buiten, dus ik kan zonder verplichting kijken. Heel In de verte zie ik de oude dame met haar rollater heel langzaam naderen. Ze gaat ook een beetje winkelen zeker. Ik keur de kleding aan het rek. Best leuke Billabong spullen. Ik vergeet even mijn omgeving. Na een minuut of wat hoor ik de oude dame me roepen. ‘ Hallo, hallo!’ Dit is mijn taak blijkbaar vandaag.  Deze oude dame aanhoren.

‘Ik zie je tussen de uitverkoop spullen kijken. Dan kom je hier niet vandaan zeker?’ Ik versta haar nu goed en zeg lachend dat ik inderdaad niet in het stadje woon. Samenzweerderig kijkt ze me aan. ‘Ik weet een hele leuke winkel die jij ook leuk zal vinden. Een tweedehands winkel hier om de hoek. Als je van afgeprijsde artikelen houdt dan hou je vast ook van een ‘ thriftstore’! Nu moet ik helemaal lachen. Wat een grappig mens. Met haar accent en hoed en mensenkennis. Ik vraag haar of ze in Southampton woont. Ze rolt met haar ogen. ‘Welnee, veel te duur! Ik kom hier ieder jaar voor een paar dagen, al heel lang. Maar maar langer dan een paar dagen gaat niet, want ik betaal $400 per dag’.

Ik prijs me gelukkig.  Drie weken gratis verblijf in een groot huis met zwembad, jacuzzi, fiets en dichtbij zee. In het goede gezelschap van mijn dochter. (De dochter van de oude dame leek wat minder gelukkig met haar spraakzame moeder)

Vrouw als ouderling of predikant 6

Een jaar of zo geleden begon ik met het verslag leggen van een onderzoekje. Wat zijn nu de bijbelse gronden voor de uitsluiting van vrouwen als ouderling, diaken en predikant in mijn kerk (Gereformeerde Kerk vrijg.)Ik was er nog niet aan begonnen of de boeken en rapporten begonnen me om de oren te vliegen. Myriam Klinker, Almatine Leene en nu dan het rapport van de werkgroep van de GKv zelf, geschreven als advies aan de synode van 2014.

Ik moet bekennen dat ik daardoor wat minder hard van stapel liep. Ik wilde een serie blogs schrijven, maar als er over je onderwerp opeens zoveel nieuws in druk verschijnt ben je aan de ene kant verplicht daar grondig studie van te maken. Nu schrijf ik geen dissertatie, scriptie en zelfs geen boek, dus ik mag aan de andere kant gewoon lekker, zonder verward te zijn door enige kennis, verkondigen wat ik wil. Daar is een blog uitstekend geschikt voor! Maar ja, dat is toch mijn eer te na. Ik zat dus nog met mijn neus in de dikke dogmatiek van Wayne Grudem en had eerlijk gezegd moeite mezelf daartoe enige discipline op te leggen. Er kwamen ook zoveel leuke boeken op ander gebied voorbij. Altijd mijn zwakke plek geweest: focussen.

Nu was een van de laatste opmerkingen van één van onze dochters voor ze een periode naar het buitenland vertrok: hé mam ga je nog verder met die serie over vrouwen in de kerk? Een paar vriendinnen vroegen er naar, die vonden ze boeiend om te lezen. Dat prikkelde. En nu is er dan sinds een week het rapport van onze eigen theologische studiebollen. Dat in principe de weg vrij maakt voor vrouwen in onze kerken in alle posities. Enigszins verbazend, zo’n drastische ommekeer, maar dat hoeft op zich niet verkeerd te zijn. In de politiek wordt dat altijd mooi omschreven met ‘voortschrijdend inzicht’. Dan kun je rustig van rechts naar links en andersom switchen. Met goeie argumenten kun je van ieder inzicht terug komen.

In mijn eigen lezen was ik in feite blijven hangen in het hoofdstuk in Grudem’s Systematic Theology over de Drie-eenheid. Het lijkt dor en dogmatisch maar als je erover gaat lezen heel mooi en indrukwekkend.  Hoe ik bij de Drie-eenheid uitkwam? Ik heb nog een afwijking die in het verlengde (of misschien wel aan de basis?) ligt van slecht kunnen focussen.Ik begin ergens over een willekeurig onderwerp te lezen en ga dan terug naar ‘wat eraan vooraf ging’. Met geschiedenis begin ik bij een gebeurtenis in de 18e eeuw of zo en voor ik het weet zit ik in de 7e eeuw AD of de 1e eeuw BC. Dat schiet niet op, hoewel het erg boeiend is.

Zo begon ik te lezen over wie is de man/vrouw en wat is hun betekenis in de bijbel en eindigde bij: wie is God? Want dat we op Hem lijken en in Zijn beeld geschapen zijn is een duidelijke boodschap in de bijbel. Almatine Leene heeft het in haar proefschrift ook over de Drie-eenheid als van betekenis voor het begrijpen van de verhouding man/vrouw. Gelijkwaardig, allebei geschapen volgens de blauwdruk van God zelf. Voor haar volgt daar uit dat er geen onderscheid meer is in de verschillende ‘bedieningen’ in de gemeente. Ik citeer uit een recensie, want het proefschrift zelf heb ik (nog) niet gelezen.

Voorlopig even nog dit: Ik zou willen dat er een heel andere vraag geformuleerd zou worden. Niet: mag de vrouw zus of zo, maar hoe kunnen mannen en vrouwen hun talenten gebruiken in verschillende ambten,taken, bedieningen, noem het zoals je wilt. Is er een eindverantwoordelijke? Iemand of een aantal personen die voor God verantwoording zullen afleggen  over een specifieke gemeente? Het bijbelse patroon vanaf de schepping lijkt te wijzen naar de man. Om redenen die voor mij tot nu toe alleen bij God bekend zijn. In ieder geval niet vanwege mindere betekenis van de vrouw, lagere waarde of wat dan ook in die categorie. Zoals er binnen de Drie-eenheid geen sprake is van minder of meer, maar eerder van schikking en taakverdeling.

Dat in de gereformeerde kerkelijke traditie te weinig oog is geweest voor de wezenlijke bijdrage van vrouwen in de kerk, niet alleen in het vrijwillige dienen, maar ook met een werkelijk geestelijk mandaat is te betreuren, vind ik. Maar de stap naar alle nu bestaande ambten openen voor man en vrouw gaat mij te ver. Ergens moeten we de ‘koppositie’ die de man in de Bijbel heeft (de term komt uit het rapport van deputaten M/V), verdisconteren in hoe we aankijken tegen de positie van vrouwelijke ambten.

Ik ben geen theoloog, ik heb zeker niet alles gelezen op dit gebied, maar kom eigenlijk tot een voorlopig, zoekend standpunt op grond van mijn eigen bijbel lezen. Als ik mijn zeer boeiende roman uitheb (Het land van herkomst van E. du Perron) ga ik me weer eens verdiepen in één van de M/V boeken! Dan kan ik vervolgens daarover weer bloggen.

Vrouw van een dominee 7, Wat als?

Iedereen loopt wel eens rond met de vraag, wat als? Wat als dit of dat niet was gebeurd, wat als ik toen zus of zo had besloten. Niet altijd in negatieve zin bedoeld. Stel je voor dat ik bijna 40 jaar geleden niet had besloten naar l’Abri te gaan in Eck en Wiel voor een paar maanden? dan had ik nu niet Batteau als familienaam gevoerd. Ik zeg maar wat. Natuurlijk, ik hoop dat God misschien wel iets anders bedacht
Geen enkele gebeurtenis is toeval, geloof ik. De goeie en de slechte krijgen allemaal hun plek in het kunstwerk dat God van ons wil maken. Nu zeg ik er wel direct bij dat ik dat kunstwerk niet altijd kan waarderen, zo ik er al zicht op mag hebben in het hier en nu. Het is grotendeels een kwestie van vertrouwen op wat God daarover zegt in de bijbel. Wij hopen op iets dat we nog niet zien, en we wachten daarop met volharding.(Romeinen 8)

Ik kom hierop, omdat ik mijn vorige blog eindigde met de vermelding van mijn zus Loes. Hoe haar leven een grote invloed had op het mijne tijdens de eerste jaren in de pastorie, na onze terugkeer in Nederland.

Ik wilde me voor de volle 100% inzetten als gemeentelid en als vrouw van de dominee. Maar het moeizame leven van mijn zus maakte dat het anders liep. Zij was een tweemaal gescheiden vrouw, 9 jaar ouder dan ik, met psychische problemen die door haarzelf niet genoeg onderkend werden.

Inmiddels is het 25 jaar geleden en hoe ‘populair’ tot op zekere hoogte therapieën toen aan het worden waren, het taboe op psychisch ziek zijn was, net als tegenwoordig, nog altijd groot.

Mijn zus koos voor het alternatieve circuit waarin men niet over ziekte of kwalen wilde spreken, maar steeds bezig was om (uitsluitend) vanuit zogenaamde innerlijke kracht het pijnlijke in de ziel te overwinnen. Terugkijkend geloof ik dat zij aan een bipolaire stoornis leed, die zich steeds sterker manifesteerde, omdat de alternatieve ‘trainingen’ een averechts effect hadden. Ze versterkten het ongeremde in haar en na periodes van hoge adrenaline pieken, stortte ze in en kon dan dagen en weken alleen maar slapen en huilen.

Ik beschrijf het zo uitvoerig omdat ik een indruk wil geven van hoezeer het mij bezig hield. Ik heb in vorige blogs, o.a. Kabeljauw in Korea, verteld hoe Loes ruim een maand bij ons was in Korea tijdens een periode waarin ik in het ziekenhuis lag. Zij heeft toen voor me gezorgd (in Koreaanse ziekenhuizen verzorgt de familie de patiënt, uitgezonderd medische handelingen) en er was een sterke zussenband tussen ons gegroeid. Daarom viel ze later vaak op mij terug wanneer ze zich slecht voelde. En juist in die eerste periode in Nederland, waarin ik mijn weg moest zoeken in nieuwe levensomstandigheden, kwam dat op mijn pad.

Ik zag dat toen als een hinderlijke, storende factor. Het was zo belangrijk voor me om een goeie start te maken, om bezig te zijn met wat ik misschien wel zag als een roeping, dat ik een huilende, psychisch gekwelde zus helemaal niet gebruiken kon. Ik wilde het dus graag oplossen voor haar. Als zij zich beter voelde en het leven weer aan zou kunnen, kon ik eindelijk met het mijne verder. Ik had dan wel niet gestudeerd, maar ik ging carrière maken als domineesvrouw.

Hoe help je een zieke zus die geen hulp wil, geen medicijnen, geen therapie, geen arts? Wat ik me vooral herinner uit die tijd was dat onbeschrijfelijke gevoel van machteloosheid.

Het is erop uitgelopen, dat mijn zus een einde aan haar leven heeft gemaakt. Ze zette een streep door haar eigen toekomst en indirect ook door al mijn grootse toekomstplannen. Als nabestaande van een familielid dat suïcide pleegt, heb ik vooral dit ervaren: er loopt vanaf dat moment een scheur door de bodem van je bestaan. Tegelijk is het zo dat die scheur ervoor zorgde dat ik gedwongen werd te leren kijken naar de gesteldheid van de bodem die ik zo stevig achtte. Die was misschien wel brozer dan ik dacht.

Wat als Loes een andere zus was geweest? Zonder problemen en eerder een steun voor mij dan andersom? Zou alles anders gelopen zijn? Zou ik inmiddels bevorderd zijn tot engel? Want dat was immers waar ik naar streefde (besefte ik later), zo sterk te zijn dat ik er voor anderen helemaal zou kunnen zijn. De eerste symptomen van wat in vaktermen wel het Messiascomplex genoemd wordt.

Ook zonder de tragiek van Loes zou het tot een ‘scheur’ gekomen zijn.

Eet meer onkruid! – met dank aan hetkanWel.nl

Overgepikt van een hele leuke site over duurzaamheid.

“Wist je dat heel veel ‘onkruid’ heel goed eetbaar is? Dus de volgende keer dat je gek wordt van het zevenblad in je tuin gooi je het gewoon door de soep. Of pluk je onderweg naar huis wat vlierbessen of walnoten. Er is meer in het wild te vinden dan je denkt, zelfs in de stad, zie http://www.plukdestad.nl. Een paar onkruiden om op te eten:

Paardebloem: jonge blaadjes in de sla, oogsten hele jaar door. Ideaal voor een zuiverende voorjaarskuur: bloedzuiverend, laxerend en veel vitamine C.
Brandnetel: jonge blaadjes en toppen in de soep, oogsten in het voorjaar. Bevat veel mineralen, kalk en ijzer en zuivert het bloed.
Zevenblad: in salades, soepen of roergebakken, oogsten vroeg in het voorjaar. Smaakt een beetje naar selderij.
Komkommerkruid: bloemetjes zijn eetbaar en staan leuk in de sla of ingevroren in ijsblokjes. Trekt ook veel bijen aan.
Zuring: blad geeft frisse smaak aan salades of soepen, oogsten hele jaar door. Bladeren zitten vol met vitamine C.”

Zo da’s nog eens een positieve benadering van dat soms zó irritante onkruid in mijn tuin…

Vrouw van een dominee 6, Idealen en realiteit

Ik krijg veel reacties op mijn blogs over mijn ervaringen als dominee’s vrouw. Veel mensen zeggen zich nooit gerealiseerd te hebben dat ik me zus of zo voelde in de periode die ik beschrijf en voelen zich ergens wat bezwaard.

Vergeet niet, dat ik natuurlijk wel in retroperspectief schrijf. Veel van wat ik nu kan benoemen had ik toen zelf ook niet door. Ik had er nog geen woorden voor. Dus het is zoals het was. Als ik mijn eigen gevoelens al niet kon duiden, laat staan dat mijn omgeving dat kon.

Wat een domineesvrouw ‘behoorde’ te zijn, had ik niet meegekregen uit mijn directe omgeving. Ik ben die rol dus zelf gaan invullen, vanuit gedachtengoed dat ik me in de loop der jaren had eigen gemaakt. Vooral vanuit praktische, meestal evangelisch getinte lectuur. Over dienstbaar zijn, actief en missionair zijn in de gemeente en de aangename geur van het evangelie verspreiden onder iedereen die je tegen komt. Liefhebben zoals Jezus ons heeft lief gehad. Gastvrij zijn. En nog een aantal van dergelijke idealen waar ik warm van werd als ik erover las. Daar kon niets mis mee zijn. Zo wilde ik leven.

In Korea had ik echter een heel ander leven achter de rug, dan wat ik nu ging leiden als vrouw van een dominee. Ik had een gezin met vier opgroeiende kinderen, zonder huishoudelijke hulp. Met een agenda van vijf verschillende mensen – met sport, muziek, catechisatie, zwemles, fysio. En dan noem ik nog niet de scholen, met alle ouder-, rapport- en kijkavonden. Wist ik veel? Wij hadden een beschermd leventje geleid, met nauwelijks sociale verplichtingen. Als de telefoon ging schrokken we: wie zou dat zijn? Huishoudelijke hulp, altijd ‘s avonds thuis, uren voorlezen aan de kinderen uit Lord of the Rings, schrijven, koken, lezen. Ik had een vertekend beeld gekregen van wat ik aankon als persoon.

En nu dus dat intens drukke leven van een (groot) gezin in Nederland. De verplichtingen van het predikant-zijn die altijd samen vielen met die van de kinderen, wat betreft tijdstip. Het eindeloze huishouden, symbolisch samengevat in de eeuwige was en het weer leren leven in de Westerse cultuur.

Helaas was er in die tijd nog geen begeleiding voor terugkerende kerkelijk werkers vanuit een buitenland situatie. Wellicht was ik me dan meer bewust geworden van de zwaarte van dat begin en had ik mezelf meer tijd gegund. En was ik zachter geweest naar mezelf.

Maar vanuit mijn jeugd kwamen de eisen van een opgeruimd en schoon huis, vanuit mijn aard de drang een perfecte moeder te willen zijn voor de kinderen. En, keurig aansluitend op die aard, het er volkomen willen zijn als vrouw van de dominee. Een recept voor rampspoed.

Was het enkel kommer en kwel die eerste jaren?
Nee, absoluut niet. Ik analyseer nu waarom het later wel mis moest gaan. Maar ondanks dat het moeilijke eerste jaren waren heb ik ook veel heel goede en warme herinneringen. Allereerst praktisch. Om vanuit de redelijk abominabel gebouwde huizen die we in Korea altijd hadden, in een kant en klare pastorie te komen wonen was een verademing. Voor ons was centrale verwarming inmiddels een ongekende luxe geworden, na jaren kolen gestookt te moeten hebben. Warm blijven in de winter was een enorme opgave en echtgenootl droomt er nog wel eens van. Het dragen van lang ondergoed en lagen kleding was een voorwaarde. In het begin waren we vast voornemens dat ook in Nederland te blijven doen om stookkosten te besparen. Maar om met lang ondergoed onder je kleding op bezoek te gaan bij mensen die de kachel op 21 hebben staan, was een ware kwelling. Dat hebben we dus snel afgeleerd en de lange onderbroeken en hemden verdwenen in de kast

We genoten van alle comfort van een Nederlands huis. De kinderen allemaal een eigen kamer in plaats van met drie op één, de oudste een ruime zolderkamer in plaats van een pijpenlaatje. De keuken werd verbouwd nadat we onze intrek hadden genomen in de pastorie. Mijn moeder, die veel bij ons was, werd gek van de rommel en het primitieve gedoe tijdens de verbouwing. Ik merkte daar geen last van te hebben, gewend als ik was aan redelijk primitieve condities. Geen warm water, tijdelijke kastruimte en esthetisch gezien onaantrekkelijke ruimtes. Het feit dat daar aan gewerkt werd was voor mij al voldoende om blij te zijn.

Onze dochter die we in Korea geadopteerd hadden, kreeg in Zaandam voor het eerst de zorg en aandacht die ze voor haar handicap (Cerebrale Parese) nodig had. In het ziekenhuis kwam ze onder behandeling van een revalidatieteam dat haar geweldig ondersteunde op alle gebied. Ze kreeg voor het eerst een rolstoel, een fiets en aanpassingen in huis zoals een hoger toilet. Ze was zoveel meer mobiel dan in Korea waar de slechte, vaak steile wegen het naar buiten gaan bemoeilijkten.

Na jaren van gedeeltelijk begrepen preken in het Koreaans, die we ter plekke vertaalden zo goed en kwaad als het ging voor de kinderen was het fijn om nu op zondag weer hele diensten te kunnen volgen. En met broers en zussen het geloof te kunnen delen en lieve aandacht te krijgen. In Korea waren we geëerde gasten en werden we met alle egards behandeld, maar vrienden maken was moeilijk. Nu maakten we vrienden en genoten van een meer sociaal leven. Op de koffie gaan bij mensen na de kerk, eten bij nabije kerkgenoten, een borreltje drinken bij leeftijdsgenoten. Wel ergens altijd op de achtergrond in mijn hoofd de opmerking, ooit meegekregen tijdens onze periode in Kampen op de Theologische Universiteit, ‘geen vrienden maken in de gemeente’. Gewetensvol als ik was, maakte ik me dan zorgen. Echtgenoot vond dat, tot mijn opluchting, onzin. Ik ben een mens en een mens heeft vrienden nodig, ook al ben je predikant, zei hij dan luchtig.

Eén factor heb ik nog niet genoemd. Onlangs zag ik op internet De Wandeling met daarin oud-burgemeester Annemiek Toonen van Culemborg over de impact van privé problemen op je publieke functioneren. Haar man was alcoholist. Op den duur legde dat zo’n druk op haar dat ze in haar werk fouten ging maken en uiteindelijk moest aftreden als burgemeester. Een tragische loop van omstandigheden.

Ik was dan wel geen burgemeester en echtgenoot geen alcoholist, maar toch was haar verhaal herkenbaar. In ons geval speelde iets dergelijks. De psychische problemen van mijn oudste zus waren dermate ernstig en haar situatie legde zo’n emotioneel beslag op mij dat het een wonder is dat ik daarnaast toch nog allerlei dingen gedaan kreeg in het leven van alledag.

Eigenlijk is de periode Zaandam geheel gekleurd door alles wat er zich afspeelde met en rond haar.

Frances Ha – film

 greta-gerwig

FRANCES HA

Regisseur: Noah Baumbach
Genre: Drama, Komedie
Acteurs: Greta Gerwig, Mickey Sumner, Adam Driver

Op een zwoele zomeravond zagen we, in een vrijwel verlaten bioscoop, deze film over een meisje (27) in New York City, op zoek naar zichzelf. Omdat een van onze dochters een half jaar in New York verblijft leek het ons leuk ‘van binnenuit’ mee te kijken met iemand die net als zij zich een (levens)weg moet banen in deze miljoenenstad.

Frances (Greta Gerwig) is iemand die je onmiddelijk sympathiek is. Open, lichtelijk klunzig. totaal niet pretentieus en humoristisch. Ze heeft dans gestudeerd en draait mee in een dansgezelschap, waar ze officieel deel van hoopt te gaan uitmaken. Al na vijf minuten denk je, dansen? Dat is totaal niet iets waar ze goed in is. Ze lijkt  groot en vrij lomp, in ieder geval voor een danseres, zelfs al is het geen klassiek ballet.
Ze heeft ze een relatie die niet geweldig is. Liever brengt ze tijd door met haar beste vriendin Sophie (Mickey Sumner). Met haar is ze volkomen thuis en op haar gemak. Ze delen een flat. Wanneer Sophie aankondigt met een andere vriendin een flat te gaan delen omdat die flat in een betere buurt ligt en goedkoper is  blijft Frances gedesillusioneerd achter. Ze wordt niet aangenomen bij het dansgezelschap. Haar relatie gaat uit en ze heeft geen geld meer om de flat op haar eentje te betalen. Ze trekt in bij anderen, maakt een reis naar Parijs in een (domme) opwelling, met gebruik van haar creditcard, zoekt werk en blijft knokken.

Er gebeurt eigenlijk niets bijzonders in de film maar haar leven wordt zo authentiek weer gegeven, met liefde, humor en onopgesmukt dat de film van begin tot einde boeit. Wat is vriendschap? Wat kun je van anderen verwachten? Wat is liefde? Echte liefde? Vergeving, wanneer je je afgewezen voelt door vriendinnen? De dialogen zijn origineel en soms nietszeggend. Net als in het echte leven. Ik kon me zonder moeite met Frances identificeren en hoopte met smart dat er toch nog iets goeds voor haar zou komen.

Een aanrader voor wie een film niet spectaculair hoeft te wezen.

Oh, de film is zwart-wit!

Frances Ha en Tree of Life – film

frannces ha postertree of life


Twee films die ik met interesse heb gezien. Tree of Life voor de tweede keer sinds hij verscheen in 2011. Frances Ha is een recente (filmhuis)film die ik in Louis Hartlooper, Utrecht zag.

Tree of Life
regisseur Terrence Malick
Met Brad Pitt, Sean Penn, Jessica Chastain

Eerst: Tree of Life. Dit is, kort gezegd, het verhaal van een jongetje dat opgroeit in de jaren vijftig in Waco, Texas. Zijn vader is ex-militair en werkt als uitvinder/technicus. Zijn grote passie echter is klassieke muziek. Hij had graag musicus willen worden. Hij voedt zijn kinderen streng op, wil dat ze presteren en heeft weinig op met excuses wanneer ze hun klusjes niet naar behoren doen. In de vader proef je frustratie over hoe zijn leven is verlopen tot nu toe. Zijn vrouw is zachtaardig, lief voor haar kinderen en beschermt ze door zwijgend maar zichtbaar voor haar kinderen te kiezen. Er ontstaan spanningen in de relatie met haar echtgenoot. We zien het gedrag van de vader door de ogen van oudste zoon Jack. Hoe kan hij zijn vader respecteren wanneer die zichzelf verliest in driftbuien en inconsequent gedrag? Hij stelt veel van zijn vragen aan God. De film voorkomt dat je een simpel beeld vormt van ‘slechte vader, zielige jongen’. In de vader voel je de worsteling en het hunkeren naar de liefde van zijn vrouw en kinderen en tegelijk zijn machteloosheid. Jack wordt onevenwichtig en ontwikkelt een onverschilligheid die hem met verkeerde vrienden in aanraking brengt. De film suggereert dat de volwassen Jack onevenwichtig is gebleven en verwart. De film eindigt in een verzameling beelden die een soort hemel suggereren waar iedereen elkaar tegen komt, in zowel jonge en als volwassen fases. Eindelijk kan de vader zijn zoon omhelzen, en het gestorven broertje dat verdronken is. Er is een duidelijke christelijk geïnspireerde boodschap in de film. We worden herinnerd aan Job. Gebeurtenissen stijgen boven ons begrip uit, maar wie is in staat leven te scheppen? De film heeft geen makkelijke verhaallijn, is impressionistisch, maar zeer boeiend en met een werkelijk prachtige muziekscore. Hieronder het thema dat steeds terug komt:
Les Baricades Misterieuses van Couperin.

Tien Levenslessen uit de Tuin

Annabel (the flowers) and the cows* De mooiste planten komen soms zo maar aangewaaid en die waar je veel voor betaald hebt doen het niet – geniet van wat je overkomt en laat wat niet lukt je plezier niet overschaduwen

* Planten doen gewoon waar ze zin in hebben – wees flexibel

* Wat je zaait doet het soms wel, soms niet – eb en vloed in het leven hoort erbij

*Bloemen krijgen soms een andere kleur dan je verwachtte – gun ieder zijn of haar eigen kleur, dan stralen ze meer en het verrijkt je kleurwaardering.

*Wat je groot wil hebben blijft kort en vice versa – verruim je verwachtingen en sluit omkeringen niet uit.

* Soms komt een geplande combinatie van planten prachtig uit – goede voorbereiding op een project is ook niet onbelangrijk

* Opeens worden de blaadjes geel en het is nog echt geen herfst – niets gaat vanzelf, aandacht, kennis en  op tijd ingrijpen kan een slechte ontwikkeling ongedaan maken.

* De buren willen de woekerende Hedera klimop niet weg hebben – van de beperking je kracht maken, plant er een clematis voor.

*Onze mini tuin barstte van de vlonders en de pergola’s – als je echt iets zat ben zet er radicaal de bijl in, tijd voor een nieuw begin.

* Sommige planten verdwijnen gewoon – leg niet op alle slakken zout, maar strooi wel veel korrels!