Lukas Batteau @ Cafe Paradiso –
‘Lukas Batteau @ Cafe Paradiso – Paradiso – Amster…’ bekijken op YouTube
Lukas Batteau @ Cafe Paradiso –
Lukas Batteau @ Cafe Paradiso –
Lukas Batteau – ‘ Impossible Man’ – Live @ Xnoizz…:
Ik schreef laatst een opgewekte blog over een Etsy winkel. Ik beloof op mijn startpagina immers ‘zo mogelijk’ vrolijk commentaar te leveren op het dagelijkse leven. Dus, goeie intenties. Zelfs als er geen aanleiding is om vrolijk te zijn. Dan wordt het wel lastiger, maar achter de wolken schijnt de zon, aan iedere wolk zit een zilveren (of was het gouden?) randje, na regen komt zonneschijn, enzovoorts. Je merkt wel aan deze uitdrukkingen wat het summum van geluk blijkt te zijn voor Nederlanders.
Om nu maar een keer te somberen: Zelfs aan de zon kun je verslaafd raken volgens wetenschappers. Wie teveel zont krijgt niet alleen uiteindelijk huidkanker, maar moet ook uiteindelijk afkicken omdat, als de zon er niet is of de zonnebank is failliet, er ontwenningsverschijnselen ontstaan. Alles met mate. Dat blijft toch een goed motto van de oude wijzen. Overal waar te voor staat…
Dit was trouwens het minst ernstige bericht dat ik tot me nam tijdens mijn dagelijkse krant-bij-het-ontbijt moment (understatement, dat ‘moment’) vorige week.
Steeds grotere ongelijkheid in verdeling rijkdom. Op de een of andere slinkse manier is het een kleine groep slimmerikken in de wereld gelukt van de crisis zodanig te profiteren dat ze er rijker van geworden zijn. Ik ga geen procenten en statistieken reproduceren, ik ben geen nieuwssite, maar het is onthutsend. Kijk maar op allerlei dagbladsites, ik las het in het ND, maar er zijn ongetwijfeld anderen.
Wat zo erg is dat dit juist vaak mensen zijn (de goede niet te na gesproken, die zijn er gelukkig ook!) die voor anderen soberheidsmaatregelen moeten bedenken, doorvoeren of handhaven. Of ze werken in een sociale sector als de zorg, woningbouwverenigingen en wat dies meer zij.
Als ik mensen als Erik Staal of Marcel de Vries van woningbouwvereniging Vestia (o.a.verantwoordelijk voor sociale woningbouw voor mensen met een lager inkomen) bijvoorbeeld hoor spreken (achtergrond) kan ik mijn oren niet geloven. Terwijl ik toch gereformeerd ben. (Dat is dat geloof dat ervan uitgaat dat mensen van nature, zonder Gods hulp, tot alle kwaad geneigd zijn. Waarom, ben ik dan toch altijd weer verbaasd en verbijsterd als het ‘grote kwaad’ voorbij komt? Het is er immers altijd? Ondergronds, ver weg, verborgen, onopgemerkt omdat het klein blijft. Maar als het dan zijn klauwen uitslaat in bijvoorbeeld grove begeerte, het grote graaien, kan ik er niet overuit.
Het komt denk ik doordat het grote, grove kwaad ten alle tijde gepleegd wordt door gewone mensen. Ik zou het zelf kunnen zijn, als het ware. En dát maakt het voor mij zo schokkend. Is het grote graaien in wezen anders dan meedoen aan de loterij in de hoop een miljoen te winnen en er allerlei luxe dingen van te kopen? Dat wil ik wel. Opeens een zak geld voor de deur en er alles van kopen waar ik al jaren zonder doe.
Ik bedoel te zeggen, ik herken die lust naar geld. Dat ik het niet heb is maar goed ook, bij wijze van spreken. Het is niet mijn bedoeling om dingen goed te spreken of glad te strijken, helemaal niet! Maar toen ik een ‘bestorm de Bastille’ gevoel begon te krijgen bij het lezen en overwoog me aan te sluiten bij de communistische partij, (die bestaat niet meer, geloof ik) realiseerde ik me dat dat ook geen oplossing is. Het kwaad zit te diep. Ik bedoel, 56 miljoen vluchtelingen in de wereld! Waarvan de helft uit kinderen bestaat. Dat los je niet op met alleen maar de politiek en ook niet met geweld!
Geld corrumpeert, macht corrumpeert, aan de zon raak je verslaafd, kwetsbare kinderen worden misbruikt (“Volgens VirtualGlobalTaskforce-voorzitter Ian Quinn is de internethandel in filmpjes en afbeeldingen van seksueel misbruik van kinderen inmiddels zo omvangrijk geworden, dat ze gerust een epidemie genoemd mag worden”, ND 21-06-14). De zee raakt verstikt door plastic afval, vluchtelingen leven op straat met hun gezin, en het Midden-Oosten is een tijdbom.
Ik ben maar even het gras gaan maaien toen. De randjes met de hand bijgewerkt. Contact met de aarde. De verrukkelijke geur van pas gemaaid gras maakte me rustig. De donkere aarde, de wind in de bomen, het zingen van de merels, het kleine padje onder de afgevallen bladeren, Gods schepping.
Diepe zucht en toen wist ik het weer: God is erbij. God is betrokken. Het loopt Hem niet uit de hand.
Zelf op deze aardbol geleefd, Zelf arm geweest, Zelf met rijken en graaiers omgegaan en het onrecht ervaren, Zelf zieken meegemaakt, Zelf de rouwenden getroost, en uiteindelijk Zelf de marteldood gestorven. En toen begon de nieuwe beweging, het nieuwe leven. Jezus opstanding uit de dood is het signaal dat er werkelijk een nieuwe start gekomen is. Voor de graaiers en de verbitterde armen, de misbruikers en de misbruikten, de zieken en de stervenden, en voor wie rouwen. Vluchtelingen en daklozen. Zwakke, luie burgers zoals ik, en overwerkte hulpverleners.
Worden de problemen nu allemaal opgelost? Zijn de schaduwen verdwenen, de zon breekt onmiddellijk door? Was dat maar waar. Geloven is in essentie vertrouwen. Vertrouwen in een Persoon, met Wie je een relatie kunt hebben die zoveel geeft dat je verder kunt, soms op je tandvlees, maar er is een band met Iemand die vult en vervuld. Daarover hoor je getuigen. De vervolgden, de armen, de rijken, de gevluchten, ze houden het vol vanwege hun band met Jezus nu en de belofte van het Koninkrijk.
Dat voelde ik weer even in mijn tuintje. Een geur, een geluid, een belofte van wat komen gaat. Is er ruimte voor Etsy naast al dit wereldleed? Toch wel. Het mooie, het schone, het artisitieke zijn als de tuin die vooruitblikt op wat er nog voor veel mooiers komen gaat. Maar ik wil ook ‘edgy’ blijven zodat ik mijn lijdende medemens niet vergeet.
Ik wil een Etsy shop beginnen.
Mijn huis slibt dicht met van alles en dan nog wat. Serviesgoed en serviesgoed. Meubels, sieraden, ‘kunst’, vazen, mijn laatste verzamelobject. Hele wilde, in Duitsland gefabriceerde zg.fat lava (met van dat hele dikke druipglazuur) vazen, uit de jaren 50, 60 70. Ik ben eigenlijk te laat met verzamelen begonnen, want jarenlang stonden ze voor een kwartje bij de Kringloop. Maar sinds een jaar of vijf (?) stijgen de prijzen als raketten omhoog. Ik heb de onlineveilingen ontdekt en dat is niet geheel gunstig voor de portemonnee.
Ik vertelde al eerder dat ik een verkeerde zending kreeg van bronzen mannetjesbeeldjes met een bepaald nogal buitenproportioneel groot lichaamsdeel. Ik heb inmiddels de juiste zending met sieraden, maar daar ontbraken weer twee leuke objecten. Het is dus oppassen geblazen met de veilingen, zowel wat de eigen beurs als wat de veilingmeesters betreft. Maar ik moet zeggen dat een veiling die alles te koop aanbiedt, startend met 1 luttele euro wel een soort zuigende werking op me heeft. Ik heb nu weer een Citizen herenhorloge ‘gewonnen’. Dertig euro geboden en niemand ging erover heen. Zeer benieuwd naar wat ik straks binnen krijg. Echtgenoot was sceptisch. ‘Bedankt voor de lieve gedachte, maar wie verkoopt nou voor zo weinig geld een horloge als het veel meer waard is?’ Hij is niet zo van de veilingen. Het leuke is natuurlijk dat je zomaar een koopje kan hebben omdat net op dat moment niemand interesse had. Het kan natuurlijk net zo goed een oud knar van een ding zijn. Ik wacht het af.
Maar mijn Etsy winkel is in aanbouw. Ik word enigszins ontmoedigd door de gigantische hoeveelheid tijd die het kost om alles online te zetten. Van ieder object meerdere foto’s, uitgebreide beschrijving, hoe oud, wie maakte het enzovoort. Heel wat uitzoekwerk op Google dus. Voor ik het weet ben ik drie uur verder.
Ik kom in de Kringlopen zoveel leuke meubels tegen. Primitieve schilderijen, prachtig borduurwerk, speelgoed, ik word er heel blij van. Alleen, mijn opslagruimte is vol. Ik kan niets meer kwijt.
Als mijn Etsy winkel opengaat (VintageParels) komen jullie dan allemaal gezellig bij me shoppen?
Ik was een echt moederskind. Lezers die mij al langer volgen zullen die conclusie al wel getrokken hebben. (bijvoorbeeld: nu is het welletjes, Yesterday, kijk verder op categorie Moeder ) Mijn wereld als kind bestond uit ik en mijn moeder, ergens ver weg was er een vader, en nog verder weg een aantal broers en zussen, maar die verstoorden in feite de rust en de eenheid met mijn moeder. Het kwam, als je zoiets al verklaren kunt misschien wel omdat mijn vader er meestal niet was. Zakenman, dus veel op reis. Ouderling of diaken in de kerk dus veel vergaderen en op pad voor de gemeente. Mijn moeder daarentegen was er altijd. Vóór ik naar school ging vanzelfsprekend, zij zorgde voor het gezin en de huishouding. En vanaf de kleuterschool iedere ochtend aan het ontbijt (mijn vader bleef liggen) en als ik thuis kwam ook. Het eten was in huis of we gingen samen nog wat halen in de buurt bij de groenteman of slager. Of bij de Végé op de hoek. Maar ik kan mij niet herinneren dat ik ooit werd opgevangen door mijn vader. En als mijn moeder ziek was (en dat was ze regelmatig) stortte mijn wereld in.
Wanneer kreeg ik meer een band met mijn vader? Eerlijk gezegd pas laat in zijn leven. Ik vond het moeilijk met hem om te gaan. Hij was redelijk eigenwijs (dat zeggen mijn kinderen ook van mij, dus een ding heb ik alvast gemeen met hem) en kon op zijn punt blijven staan met in mijn ogen belachelijke argumenten, en als ik dan zover was dat ik hem onderuit gepraat had zei hij: we houden erover op! Woest maakte me dat.
Hij kon ook heel ongenuanceerd zijn, vond ik. Iets was wel zo of niet zo. Daar kon ik ook slecht tegen. Ik ben dan misschien eigenwijs, maar niet zwart wit!
Ik denk dat ik, omdat ik zo verbonden was met mijn moeder, heel lang mijn vader alleen kon zien door haar ogen. En veel van de leuke dingen van mijn vader kon zij niet zo waarderen. Dat voelden wij haarfijn aan. Mijn moeder wilde een gevoelige, empathische, zachtaardige, boeken verslindende man. Mijn vader was een nogal dikhuidige,’ís er soms iets met je of zo‘-achtige, driftige, lezen- als- er- geen- sport- op- tv was, van een borrel en lekker eten genietende man. Die gek was op zijn vrouw, maar af en toe he-le-maal niets van haar begreep. Dan bracht hij haar maar naar haar broer en zijn vrouw in Brabant om een paar daagjes begrepen te worden en verwend. En dan zat ik met de gebakken peren: een gezinsverzorgster, met een wit schort.
Want mijn vader had veel leuke eigenschappen. Zoals ik al zei: hij hield van een borrel, lekker eten, was zeer gelovig en serieus op dat vlak, hij kon uitbundig zijn, gieren van de lach en probeerde ons te leren stijldansen. Slechts een van de drie meiden had er feeling voor, en dat was ik niet! Hij was streng voor mijn oudere broers en zussen. Ik als laatste en vijfde heb een andere vader gekend dan zij. Make-up was een al lang gepasseerd station. Mijn oudste zus mocht nog geen lipstick, ik liep met dikke zwarte eyeliner op de middelbare school.
Mijn vader was, toen ik tiener was, niet in goeie doen. Hij was ontslagen wegens een fusie en kon het onrecht van aan de kant gezet te zijn niet verdragen, na veertig jaar trouwe dienst. Hij stortte in en kampte jaren met wat we nu een depressie zouden noemen. Lag lang op bed, was down en altijd bezig met De Zaak. Pas na een jaar of 10 kwam hij daar wat bovenop en hebben hij en mijn moeder nog wat kunnen genieten van hun tijd samen (hij overleed in 1986). Lichamelijk had hij ook veel geleden. Zwakke rug, altijd pijn, een zwakke maag, en slechte longen (roker!). Maar uit die laatste jaren stammen mijn beste herinneringen. Zijn liefde voor onze kinderen, zijn altijd beschikbare behulpzaamheid. Hij heeft wat afgeklust in onze huizen. Met echtgenoot voetbal kijken, met zijn vieren ergens koffie drinken (met een glaasje jenever erbij of een cognacje) en een gebakje met slagroom.
Waarin ik op mijn vader lijk? Eigenwijs dus (volgens mijn nageslacht), ik kan ook uitbundig zijn, hou van een wijntje en lekker eten. Kan ook moeilijk uit bed komen in de ochtend en naarmate de avond vordert word ik actiever. Eén ding wat ik, in navolging van hem, altijd doe is knielend bidden. Dat zag ik hem doen, ’s ochtends, op zijn knieën voor het bed, hardop biddend. Onbewust heb ik dat overgenomen. En wat ik helemaal aan hem te danken heb is mijn bijbelkennis. Geen maaltijd werd het overgeslagen, het bijbel lezen. En altijd zochten mijn ouders naar een goed te volgen vertaling van de bijbel. De Willibrordvertaling, moderne vertalingen, voorlopers van Groot Nieuws. Veel erover praten deden we niet, maar mijn vader las met passie en overtuiging voor: Dit is het woord van God.
Ik bedank bij deze mijn vader voor veel. Zijn inzet, zijn harde werken zodat het ons aan niets ontbrak, voor de vakanties, de uitjes, de patatjes en kroketten, de badmintonspelletjes, zijn trouw in het bijbellezen en kerkbezoek. Voor alle klusjes, alle verhuishulp en vooral voor het feit dat hij van ons hield. Het leven was niet makkelijk. Vijf kinderen opvoeden was niet makkelijk. Zeker niet in een periode waarin alles veranderde en kinderen rebels waren en andere wegen gingen dan hij wilde. Maar uiteindelijk hebben we allemaal rond zijn sterfbed gewaakt en gewacht. Wel een maand lang rouleerden we en brachten tijd door met hem. Hij stierf op zijn 72e. Best jong eigenlijk. Maar het was goed. “Dan ga ik op tot Gods altaren, tot God mijn God de bron van vreugd”. Ik zie hem nog staan in de kerk, hard zingend, hoofd in de nek vol overgave. Zijn lievelingspsalm.
Alles heeft zijn tijd nodig. Het leeghalen van de met 100 pergola’s volgebouwde tuin van ons huurhuis kostte even wat moed en kracht om aan te beginnen. Met grote inspanning velden we hekken, vlonders en een heuse betonbak van een vijver (ochtend ontstressen voor zoon). Met hergebruik van alle stenen, oude stoeptegels die we in tweeën hakten (echtgenoot’s taak, machinaal weliswaar) en grasmatten toverden we het geheel om tot een plezierige lapje achtertuin.




Hoe het werd
Als laatste plantten we een moerbeiboom, een biologisch gekweekte van een kwekerij in Bennekom. Ik moet eerlijk zeggen dat de laatste foto van vorig jaar is en het terras er niet meer zo maagdelijk uitziet.
Dank zij Erik van erikvanalles.nl, die meedenkt en erg voor hergebruik van materialen is! Beetje reclame voor hem!
Engels, maar zeer leesbaar!
Twee weken was ik in de Verenigde Staten. Twee weken op het vertrouwde adres bij mijn schoonvader in Boston. Het appartement waar ik als net getrouwd meisje al kwam, nog voor ik kinderen had. Waar later mijn kinderen rond huppelden, en waar zelfs twee van mijn kleinzoons omarmd werden door hun overgrootmoeder. Vorig jaar overleed ze. Dit keer was het eerste bezoek waar zij niet meer op haar vertrouwde plekje op de bank zat. Het zitgedeelte een putje en de vloerbedekking ervoor een glanzend vierkantje, kaal gewreven door haar voeten. Daar zat ze, met de telefoon naast haar, de kalender en haar boek. Op het laatst haar wereld. Eindeloos veel telefoontjes naar ik weet niet wie allemaal om af te spreken voor een lezing, een sponsoring, een etentje. Alles werd in de kalender gekrabbeld, onleesbaar voor niet-ingewijden. Naast alle verjaardagen en andere hoogtijdagen van -tig geliefden en vrienden. En als dat werk gedaan was,en de krant gelezen, dan was er altijd nog het boek voor de leesclub.
Die plek was leeg nu. Schreeuwend, overweldigend leeg. Verder was alles hetzelfde. Mijn schoonvader heeft een vast ritme en vaste gewoontes waar hij zelden van afwijkt. Daar kun je echt rustig van worden. Wat er ook gebeurt, welke wereldschokkende gebeurtenissen er ook plaatsvinden, hij heeft een bak slappe koffie en een English muffin voor ontbijt, leest de Boston Globe, uitgebreid, neemt om half twaalf een colaatje, een sandwich om half één, gaat dan aan de administratie van de verschillende commissies waarvan hij lid is. Even ertussenuit, naar de bank meestal ( ik heb overigens geen idee wat iemand iedere dag bij de bank doet). Hij maakt ook wel eens een uitzondering, dan gaat hij naar het postkantoor.
Weer thuis een dutje, soms, en daarna het nieuws van zes uur op TV plus avondeten, meestal een diepvriesmaaltijd, heel smakelijk tegenwoordig. De kranten nogmaals, een serie op TV en om 11 uur naar bed. Een rustig bestaan met af en toe een uitje naar concert of toneel, een etentje met vrienden of een filmpje pakken met schoonzus die redelijk dichtbij woont. Als wij er zijn merk ik dat ik erg mijn best doe me aan te passen aan zijn gewoontes. Dingen niet op het aanrecht, maar spoelen en direct in de afwasmachine. Geen kopjes in de woonkamer laten staan. Dat soort dingen.
Toen we deze keer bij hem waren moest hij voor een ingreep naar het ziekenhuis dus waren we een paar dagen alleen in het appartement. Ik nam de gelegenheid te baat om wat te poetsen, hier en daar. Amerikaanse hygiëne betreft vooral het lichaam, niet zo zeer het huis. Ik ben wel een beetje Nederlands schoon…WC’s en zo…Behalve poetsen wilde ik natuurlijk ook voor de plantjes zorgen. Mijn schoonouders hebben het altijd trots over ‘hun tuin’, waarmee ze voornamelijk op een assortiment meestal uit hun krachten gegroeide kamerplanten duiden. Mijn schoonvader heeft de zorg voor de overgenomen. De vorige keer dat ik er was, in de tijd dat mijn schoonmoeder ziek was en op sterven lag, heb ik een keer de orchideeën in water onder gedompeld. (Die werden toen in plaats van bloemen veel geschonken). Maar dat was een vergissing. ‘No, no, no’, riep mijn schoonvader, ‘Een keer per week een ijsklontje, zo doe ik dat!’ Oeps! Ok, sorry..
Dit keer liep ik al met een schaar rond om de uitgebloeide bloemstelen uit een plant te knippen, de verdorde stelen van de uitgebloeide orchidee-bloemen te verwijderen, ik zag het voor me. De lange,bruine slierten van de kalanchloë die aan het einde weer groene blaadjes kreeg, terugknippen zodat hij weer mooi gedrongen groei zou krijgen. De bijna verdorde kerstster in de prullenbak kieperen. En nog wat hoognodig opknapwerk.
Maar intuïtie hield me tegen. IJsblokjes op de orchidee..Dat duidt op een overwogen plantenbeleid. Eigenlijk is alles in dit appartement weloverwogen. Toen ik later nederig mijn ideeën met hem deelde was ik blij dat ik me ingehouden had…Geen van mijn ingrepen zou instemming verkregen hebben. Mijn schoonvader’s motto is: laat de natuur haar gang gaan. Geen geknip en gesnoei en gedoe. Let nature have her way. Ik durfde niet te vragen naar de natuurlijke oorsprong van de ijsblokjes voor de orchideeën.
We wanen ons terug in Pusan, Zuid Korea. Overal om ons heen winkels en restaurantjes met Koreaanse opschriften, de straten vol met Koreanen, de meisjes giegelend achter hun hand, vrouwen en mannen, kinderen in wandelwagens, af en toe een westerling. Eén groot verschil, we worden niet aangestaard of nageroepen. Flarden van Koreaanse gesprekken dwarrelen rond vermengd met Engelse woorden. Enigszins zoals wij Nederlands en Engels door elkaar spreken. Het voorrecht om van beide talen de meest expressieve woorden te combineren. Slechte gewoonte trouwens, maar onvermijdelijk voor wie in twee culturen verkeert. Wij gebruiken zelfs wel Koreaanse woorden die feilloos aangeven wat je bedoelt en waarvoor geen Engels of Nederlands equivalent bestaat. Maar dit terzijde.
We rijden rondjes in de buurt, op zoek naar een parkeerplek en vinden er een op enige afstand van het restaurant waar we gaan eten (San Su Kap San, een aanrader! Met gratis parkeren!) Een goeie vriend van onze dochter, die in New York woont, zelf van Koreaanse afkomst, heeft ons erheen gebracht. Korea Town in Flushing, Queens, New York. Volgens hem heerst hier nog de sfeer van de jaren ’80/’90, de tijd dat we zelf in Zuid Korea woonden.

Inderdaad, ik heb een ‘thuis’ gevoel. Dat had ik al in de (achter) buurt waar dochter woont en waar wij twee nachten logeren, Crown Heights, Brooklyn, NYC. (lees vooral 21st century renaissance) We slapen in haar bed, zij op een luchtbed op de grond. Haar dove katje Sy ligt tussen ons in. De eerste nacht, zaterdagavond, is er zoveel lawaai en is Sy zo blij weer gezelschap te hebben dat we weinig slapen. In de straat staat een brandweerkazerne waarvandaan wel twee keer een wagen uitrukt met een oorverdovende sirene. In hun kielzog een blèrende politieauto. Ik waan me in Law and Order. Voor de rest zit Sy regelmatig op mijn of echtgenoots hoofd. Maar als echte catwhisperer krijgt hij het beestje eindelijk rustig.


In de wijk wonen overwegend zwarte mensen met een Caribische achtergrond (West Indies). De straten zijn rommelig, de voortuinen (eigenlijk omheinde plaatsjes) bezaaid met afval, en de ganse dag is het er druk op straat. Het tempo is laag, er is veel eten te koop en mensen groeten elkaar. Hier worden we wel wat aangestaard. Wat doen deze witte, rijke toeristen hier? Hoewel, dochter kent inmiddels wat winkeliers en wordt ook gegroet. Als ze af en toe roept dat haar ‘mom and dad’ op bezoek zijn krijgt ze een brede glimlach toegeworpen. Familie is heilig hier!

Op de zondag dat we er zijn ga ik uit mijn dak door de kleding om me heen. Kleurrijk, feestelijk, met prachtige hoofddeksels en klederdracht (Surinaams, Jamaican’s) voor de vrouwen, felgekleurde pakken voor de mannen, allemaal op weg naar een van de tientallen kerken en kerkjes in de buurt. Huiskamerkerken vaak. Er wordt uit volle borst gezongen, met de deuren wijd geopend voor wat frisse lucht in de volgepakte kleine ruimtes. De dominee preekt luid en duidelijk. Dit zijn gemeentes die zich niet schamen voor het evangelie! Alles samen brengt dit het Korea gevoel naar boven. Zo liepen we in de jaren tachtig ook op straat: Mensen her en der op weg naar hun kerk, gekleed vaak in hun schitterende Koreaanse hanboks, dikke bijbels onder de arm. De kerken met luidsprekers die, lelijk vervormd maar toch, hun oproep lieten horen ter kerke te gaan. De drukte op straat, de eettentjes, het chaotische verkeer.
Ik heb opeens een blij gevoel! Hier hoor ik thuis. (Ik vergeet gemakshalve alle minder leuke dingen, ik wil me even onderdompelen in het warme bad van goeie herinneringen)
We lopen van St. Johns Place via Eastern Parkway richting de buurt waar we vrienden van dochter gaan ontmoeten. Het is een prachtige, zonnige dag dus we kiezen ervoor te gaan lopen. Een half uurtje of zo. Eastern Parkway is een mooie, brede, groene avenue, dus prettig wandelen. Na 10 minuten zien we in de verte een afzetting van de weg voor verkeer, en we komen terecht in een parade van Chassidische joden die daar wonen. Duizenden in lange zwarte jassen gekleedde mannen met baarden en pijpenkrullen langs de oren en hoge hoeden of grote vierkanten bontmutsen op hun hoofd. Vergezeld van Oosteuropees uitziende vrouwen. Lange rok, met dikke kousen, een trui of bloes lukraak uitgekozen, en een soms slecht passende pruik op het hoofd. Niet erg modieus, zeg maar. Kinderen idem dito. Kleine volwassenen. Maar ze lopen in een optocht, (Lag BaOmer) , begeleid door vrolijk ogende clowns en ze zingen en huppelen dat het een lieve lust is. En dit gaat maar door. Een onafzienbare menigte. Ik zie in Antwerpen wel eens Chassidische joden. Een paar of zo. Maar hier zijn het er letterlijk duizenden! Ik krijg er toch een beetje kippenvel van. Zeker als we op grote spandoeken lezen in het Hebreeuws en Engels dat deze mensen allemaal met smart wachten op de komst van de Messiah. Die een nieuwe aarde zal stichten, een rijk komt brengen waar het vrede zal zijn. Bizar. Daar wacht ik ook op, maar de Messiah is er volgens mij al een keer eerder geweest en het rijk heeft al een begin gekregen. Je zou er zo over willen beginnen. Dat doen we niet natuurlijk.
Het hele gebeuren heeft een zeer naar binnen gericht karakter. Je voelt je, hoewel het de openbare weg is, enigszins een voyeur. Als echtgenoot een jonge man aanspreekt om te vragen wat de achtergrond is van de parade, verschiet die een beetje van kleur. Maar hij doet zijn best in aarzelend Engels (ze spreken Yiddisch onderling) om uitleg te geven. Later blijven we staan bij een podium waar een fantastische Klezmerband het mannelijk deel van de luisteraars (en dochter en mij ) tot een rondedans beweegt. Toch houden we het gevoel iets ongeoorloofds te doen. Bang om weggestuurd te worden lopen we verder.
Echtgenoot met hoed en baard wordt een paar maal gevraagd of hij Jood is. Waarom weet ik niet, maar wellicht zouden ze hem willen vermanen dat vrouw en dochter er dan niet zo wuft uit zouden mogen zien?
New York. Een overweldigend geweldige stad, zeker wanneer je Manhattan achter je laat. Over Manhattan nog een laatste blog.