Het verlaten Gola en de schoonheid van familie-erfgoed

Een half uur rijden van Igoumenitsa, naar het noordoosten, ligt het bergdorp Gola. Bakermat van schoonzoons familie van vader’s kant. In de winter (bijna?) geheel verlaten, in de zomer bewoond door families die naar hun familiegeboortegrond terugkeren voor een paar weken, vanuit de hete steden als Athene. Niet dat het koel is in Gola. We hadden het al behoorlijk warm in de felle zon, begin mei. Maar er is de ijskoude rivier, en natuurlijk de zee op rijafstand.

spookdorpgola

olivegroves1

We lopen vanaf het familiehuis van schoonzoon naar het oude dorp waar zijn opa en oma woonden en andere familieleden, inmiddels overleden. Hun kinderen zijn over  Griekenland uitgewaaierd, vanwege het werk. Het dorp is langzaam leeggelopen. Er woont (bijna) niemand meer. De school is dicht, het café op de hoek, met het terrasje onder de hoge boom, is dicht. Ik zie de schaduwen van de oude mannen van het dorp, uitrustend van het harde werken waaruit hun leven bestond. Bij de halte van de bus, die niet meer rijdt, staat een rij bankjes, leeg. Zoon neemt een foto: symbool van de verlatenheid van het dorp

spookdorpgola2

We lopen langs het huis waar opa en oma woonden. Het is vervallen en overwoekerd door planten. We klauteren op wat stenen en kijken door een raampje naar binnen. Daar leefden deze mensen, jarenlang. Het stemt ons melancholisch. Het is een leven wat verdwenen is. De rozentuin is verwilderd. Grote venkelstruiken wuiven met het felgroene loof in de wind en felle zon. De geur van bloemen en kruiden is overweldigend. Oregano, tijm, allerlei soorten bloemen die ik niet benoemen kan, acacia’s, de geur wordt verstikkend in de warmte en ik moet weg uit de smalle doorgang naast het huis. Het is er steil, dus ik klauter met enige moeite, hoestend en met een dikke keel omhoog. De rest gaat verder naar beneden, naar het kerkhof bij het kerkje wat er nog fris bijstaat. In de zomer worden daar de gestorven geliefden herdacht, denk ik. Zo leven die toch verder hier, als schaduwen weliswaar, maar sterk en krachtig in de herinneringen van de levenden.

Op het kerkhof ligt familie begraven, onder andere de opa en oma en een oom van schoonzoon.

opaomagoros

Gola vormt een hoogtepunt van onze reis. Gola brengt ons bij een stuk van het leven van de familie van schoonzoon dat tot nog toe onbekend bleef, want niet gezien, niet meegemaakt. In het dorp geweest te zijn, er rond gelopen te hebben, de geuren opgesnoven, de graven gezien, het maakt dat ik nu een beeld heb bij het Griekenland van zijn voorouders.

Nu nog de Antillen voor een ander stuk van de familie.

Griekenland is voorbij. Een volgende reis staat voor de deur. Maar Griekenland zal me nog lang heugen. Het is een plek waar ik zo weer heen wil. De koffietjes, de gastvrijheid, de heerlijke zon, de zee, de bergen, de natuur, de killer-bakhlava’s (die daar anders heten, maar ik weet niet meer hoe) de gekookte geitensoep (heerlijk!), de reuzenbonen schotels, de terrassen waar je tijdenlang kunt zitten op één consumptie (gemiddeld 93 minuten volgens mijn reisgids), ach, ik kan nog wel even doorgaan.

Iedereen moet gewoon zelf gaan kijken!

Voor ieders informatie: In de zomer is het dorp Gola levendig en vol van de mensen die terugkeren voor de zomer. Onze beleving is die van de periode dat het dorp rust en wacht.

“In den Koekoeksklok”, sneeuw, strand en een verlaten spookdorp

Ons hotel in Metsovo,Griekenland
Het hotel is traditioneel ingericht. Veel (hand)houtsnijwerk, geborduurde gordijntjes met Griekse motieven, kussens van geweefde stoffen in weer andere Griekse patronen die wat aan kelims doen denken. Het is er knus. Het geeft me steeds het gevoel dat we in een koekoeksklok logeren. Buiten is het andere koek(oek)! Zwembad, jacuzzi en een schitterend uitzicht!

hotelmetsovohotelmetsovo1

 

 



 This photo of Metsovo is courtesy of TripAdvisor




metsovo

METSOVO
Het dorpje ligt in het Pindus gebergte. Op 1200 meter hoogte. Het is een schilderachtig, oud dorp. In de Ottomaanse tijd (14e-19e eeuw) genoot het privileges in ruil voor het bewaken van een bergpas voor de Turken, lees ik ik in mijn gidsje. Er staat een zeer oude kerk en langs de steile hellingen zie je nog prachtige oude huizen, met houten veranda’s en leistenen daken. De oorspronkelijke bewoners herken je goed tussen de import en de toeristen. Oudere vrouwen in het zwart, met een hoofddoek-met knoop-in de nek. Eronderuit steken twee lange vlechten. Ze hebben hun eigen taal, die niet gerelateerd is aan het Grieks, maar aan het Latijn. De theorie is dat het nazaten zijn van Romeinse kolonisten. Ze worden Vlachs genoemd of ook wel Aroemenen. ‘De Vlachen stammen voornamelijk af van geromaniseerde Thraciërs en mogelijk ook Illyriërs, en Romeinse kolonisten. Als zelfbenaming gebruiken alle groepen een variant van het woord romani’ (Wikipedia).
Mijn fantasie wordt door zulke informatie enorm geprikkeld.

Op het plein zitten in de schaduw rijtjes oude mannen op een bankje, enigszins verbouwereerd, de hele dag naar de drukte van bezoekers te kijken. Wat is er van ons dorp geworden, zie je ze denken. Pas in de laatste vijf jaar is het dorp ontsloten voor bezoekers en reizigers vanwege de Egnatia Odos, de Via Egnatia. Een prachtige snelweg die door tientallen tunnels voert, van Oost naar West, vernoemd naar de oude Romeinse weg waarop de apostel Paulus van Philippi naar Thessaloniki (en Berea) liep. De weg is met Europese subsidie gebouwd en betekent veel voor zowel de bergdorpen en de westkust. Er is sinds vijf jaar veel meer toerisme op gang gekomen. Goed voor de economie dus!

De bergweiden rondom Metsovo worden al eeuwen begraasd door kuddes geiten. Eind mei gaan ze van de winterweides naar boven en vreten ze hun buik rond aan de sappige begroeiing van planten en bloemen.  Gelukkig kunnen wij nog genieten van de bloemenzeeën. Wilde orchideeën en helleborus, blauwe druifjes, primula’s en wolfsmelk en nog veel meer bloemen die ik niet benoemen kan. Het is er fabelachtig mooi. Tijdens een wandeling pauzeren we aan een bergbeekje, met uitzicht op het grote Aoös stuwmeer en de besneeuwde bergen in de verte.

Orchidee
Orchidee, foto Lukas Batteau

 

In de verte het Aoös stuwmeer
In de verte het Aoös stuwmeer, foto Lukas Batteau

Onze hotelgastheer is vriendelijk, gastvrij en behulpzaam. Wat een verademing, in tegenstelling tot Frankrijk vaak, zijn de mensen hier zonder uitzondering vriendelijk en bereid om Engels te spreken. Eén ‘calimera!’ en ze doen alles voor je. We krijgen een warm, welkom gevoel en het ontbreekt er nog net aan dat de gastheer en zijn vrouw ons komen instoppen ’s avonds!

Sivota
Vanaf Metsovo voert de reis verder naar Sivota, aan de westkust, onder Igoumenitsa, vlak onder de grens met Albanië. Onze B&B ligt aan het strand. De eerste week van de vakantie, in Thessaloniki kon ik me nog niet voorstellen dat ik in zee zou zwemmen, nu is het bijna het eerste wat we doen! Wel langzaam doorkomen, maar dan: ..aaah het heldere water van de Ionische zee! We hebben de stranden bijna voor onszelf. Dit seizoen is ideaal om hier te reizen!

In Sivota geven we ons over aan nietsdoen, strand en familiegenot. Doel van dit onderdeel van de reis is immers voornamelijk het geboortedorp van de opa en vader van onze schoonzoon bezoeken, Gola, hogerop in de bergen. Dat doen we op een gegeven moment met de hele familie. Een hele bijzondere ervaring. Een spookdorp in de bergen, verlaten door de bewoners op zoek naar werk. Alleen in de zomer komen de mensen die er nog huizen en grond bezitten terug, om de hitte van de stad waar ze wonen en werken te ontvluchten.

panorama gola
Panorama Gola. Foto Lukas Batteau

Ik wijd er nog een aparte blog aan. Wordt vervolgd!

Griekenland 2015 – Kassandra, Pella en Paulus

kassandraIk heb met twee voeten in het water van de Kassandra Golf gestaan en ben er toen snel weer uitgerend. Koud! De zon op mijn huid voelde weldadig, het water aan mijn voeten was nog ijs. Ik zie mezelf deze reis nog niet in badpak in het water spartelen, hoe graag ik dat ook zou willen! April is lente, zelfs in Griekenland. Mooie lente, dat wel. Warmer en zonniger dan in het Noordelijk halfrond. Sinds vorige week geen jas nodig gehad, geen paraplu. ’s Avonds nog wel heerlijk een vest en in bed een dekbed. Mijn ideale klimaat.

kassandra

Buiten bloeit alles hevig (Vasalis). In onze stadstraat zijn de bomen intens groen, de bloesembomen in andere straten zijn knalroze en de wilde bloemen langs de weg zijn door de felle zon neonroze, -rood, -blauw, en -geel.

Het schiereiland Kassandra was één uitstapje, een ander was dat naar Pella. Geboortestad van Alexander de Grote (356-323 voor Chr.). Vanuit Pella is hij zijn grote veroveringstocht begonnen richting het Oosten. Hij is zo ver als het Noorden van India gekomen. Omdat zijn soldaten het getrek beu waren is hij omgekeerd, maar niet linea recta terug gegaan naar Griekenland. Hij maakte een behoorlijke omweg en is onderweg in Babylon gestorven aan koorts. 33 jaar is hij maar geworden.

Pella, ten N-W van Thessaloniki
Pella, ten N-W van Thessaloniki

In Pella is het begonnen, daar heerste zijn vader Philip als koning en werd Alexander opgeleid o.a. door Aristoteles . Nu is daar, naast een archeologische site, een indrukwekkend archeologisch museum. Meestal ga ik gapen bij het woord archeologie. Na 3 scherven en 4 vuurstenen heb ik het wel gezien. Het vraagt teveel van mijn fantasie om me daar iets bij voor te stellen. Ik ben meer van de wat latere geschiedenis, met echte plaatjes en zo.

Dit museum echter overtrof al mijn verwachtingen. De overweldigende rijkdom aan vondsten in de regio van Pella is tentoongesteld op zo’n fraaie manier dat je het leven van de Macedoniërs mee ingezogen wordt. De vondsten dateren vanaf de 5e eeuw voor Chr. en zijn van hoge kwaliteit. Prachtig gereconstrueerde voorwerpen. Van het dagelijkse leven, van het religieuze leven, van het koninklijke leven. Van een sierlijkheid en schoonheid dat je je afvraagt of het wel echt is. Zo blasé ben ik dan. Het is te mooi voor mensen uit die tijd…pffff.

crowngoldpella'15
Eikenbladeren gouden kroon met eikeltjes
Gouden dodenmasker met sieraden voor een koningin
Gouden dodenmasker met sieraden voor een koningin

En het goud! Het meeste is gevonden in graven rondom Pella, als grafgiften voor het leven na de dood. Ringen, kettingen, armbanden, gebruiksvoorwerpen. Wat waren deze mensen voor kunstenaars dat ze dit konden fabriceren? Volgens de gids, die ons vrijwillig begeleidde in het uitgestorven, marmeren gebouw, zijn tot op heden nog geen overblijfselen gevonden van iets dat maar op een goudsmederij lijkt. Maar het goud is bewerkt op een manier die de hand van de meester verraadt. Flinterdunne repen goud, gegraveerd met bloempatronen of andere fijne decors. Kettingen met bedeltjes zo fijn dat, volgens de gids, men wel iets van een lens-achtig iets gehad moet hebben, zo delicaat is de bewerking. We zijn diep onder de indruk, van zowel de schoonheid als van de hoeveelheid goud. Als Dijsselbloem hier maar geen beslag op gaat leggen.

We rijden het (nieuwe) stadje in om wat te drinken. We parkeren onze auto en lopen richting een terrasje. Een paar mannen zijn een looppad aan het aanleggen in een moestuin. Een van hen roept ons toe: ‘Where are you from?’ Men ziet blijkbaar direct aan ons dat we toeristen zijn. ‘Holland!’, roepen we. The Netherlands kennen ze hier niet. ‘Aah!’, roept de man, ‘Jeroen!’

no greek beer
no greek beer

Echtgenoot pijnigt zijn geheugen om een voetballer te bedenken die Jeroen heet, vertelt hij later, maar ik heb ‘m door! ‘Yes, Jeroen Dijsselbloem!’ roep ik neutraal, want ik weet niet hoe de pet staat hier. We riskeren niets en roepen: ‘Not so good, right? Too strict?’ De man kijkt ons aan en denkt even na en verklaart dan heel ernstig:  ‘I think Jeroen is a good man, good for our economy. He means very well.’ We worden er warm van. Jeroen is tenslotte ook een beetje van ons. We wensen hem sterkte en zoeken een terrasje op. Om de Griekse economie weer een kleine impuls te geven bestellen we Grieks bier. ‘Sorry’, zegt de kelner, ‘we only have Heineken and Amstel’.

Ja, zo schieten we niet op natuurlijk!

Onze tien dagen Thessaloniki zitten erop. Het was een zeer boeiend bezoek aan deze stad. Er is veel te zien aan (zeer oude) kerken, ruïnes uit de Romeinse tijd en de heerlijke zee altijd in de buurt. Het is er levendig, heel veel jonge mensen, alle terrassen zitten altijd vol. We hebben lang niet alles gezien nog.

agora
Agora Thessaloniki

Indrukwekkend was ook om over de Agora, marktplaats, van het oude Thessaloniki te lopen waar vrijwel zeker de apostel Paulus ook zijn werkplaats gehad moet hebben als tentenmaker en waar hij problemen kreeg met de Joden omdat ze niet wilden dat hij er het evangelie over Jezus als Messias verkondigde. Ze beklaagden zich bij de Romeinen en lieten hem wegjagen. Onder de Griekse bekeerlingen tot het jodendom waren er namelijk die de woorden van Paulus geloofden. Hier speelde zich het af. We hebben als eervolle nagedachtenis een kleine magneet-icoon van de apostel Paulus gekocht. Iconen te kust en te keur maar deze was toch moeilijk te vinden.

Morgen vertrekken we naar de bergen. Naar Metsovo. Wordt vervolgd!

Griekenland 2015 – Dieven, Duits en Doe-oeg!

Dieven

Vrijdag lopen we naar het Museum van Volkenkunde, niet ver van waar we een AirBnB hebben in Thessaloniki. We bivakkeren in de nieuwe stad, één en al hoogbouw, maar op een plezierige manier gebouwd. Om problemen met parkeren te vermijden lopen we de meeste afstanden. Dat is ook een leuke manier om de stad ‘op te snuiven’ en dingen te ontdekken die je niet persé zoekt, zoals die dag een grote, open markt in de Chalkidikistraat. We lopen er min of meer tegenaan.

Kim's impressie van de vismarkt
Kim’s impressie van de vismarkt

We besluiten er een tijdje rond te lopen. Hadden we dat maar nooit gedaan. We zien veel kleding, veel tassen, zoals op elke markt in de wereld. Maar allengs begint het voedselgedeelte. En dan vind ik het interessant worden. Prachtige fruit en groente, gedroogde vruchten, kazen, enorme kramen met alléén maar olijven. En dan de kramen met oogverblindende, zilver-verse vis: makreel, sardines en soorten waarvan ik de naam niet ken, maar die zo mogelijk nog meer versheid spetteren dan de sardientjes en de makreel tezamen. Oh, wat een schoonheid bij elkaar. Verse inktvis, gamba’s, glinsterend zwarte mosselen, het houdt niet op.

Ik besluit van al dat moois een foto te maken. En dat is het moment waarop onze dag in één seconde verandert van puur plezier in frustratie van het zuiverste soort. Ik zeg het netjes. Ik grijp namelijk in een leegte. Na drie keer mijn tas ondersteboven gekeerd te hebben is het 100% zeker: mijn mobiel is er niet meer. Verschwunden, gepikt, weg! Alle behulpzame Grieken weten onmiddellijk wie het gedaan hebben: de Bulgaren. Dat weet ik niet. Wel dat een of andere gluiperd zijn tengels in mijn tas gestoken heeft en mijn digitale smartbaby gestolen heeft. Ik ben geamputeerd.

Naar de politie. Niet makkelijk te vinden. Als we in Nederland meer blauw op straat wensen, dan weet ik niet wat er op het politieke verlanglijstje van de Grieken staat: we moeten de eerste patrouillerende agent nog tegenkomen hier. Het kost ons nogal wat moeite het politiebureau te vinden dat nergens aan de buitenkant is gemarkeerd met zelfs maar het woord politie. De blauwe hekjes buiten zijn eigenlijk het enige wat ons doet vermoeden dat hier (wellicht) het bureau is. Zijn de Grieken misschien anti-politie door hun militaire verleden?

Binnen spreken we een aardige politieagent in burger. Zijn kantoor ziet er meer dan armetierig uit. Stoeltjes met het schuimrubber eruit puilend, gordijnen met af en toe een haakje en aan de muur vergeelde iconen, uitgeknipt uit een tijdschrift en scheef ingelijst. De man spreekt gelukkig Engels en begint met de aangifte. Tot mijn grote verbazing is de eerste vraag hoe mijn vader en moeder heten. Ik schiet in de lach en zeg dat die allang dood zijn. Ik vind het ontroerend eigenlijk dat ik op mijn zestigste nog beginnen moet met de namen van mijn pappa en mamma. Father: Henk en mother: Coba, schrijf ik op een wit vel papier voor de agent. Ze moesten eens weten. Het zal een reden hebben en ik ben tenslotte nog steeds hun dochter…Na lang wachten is het formulier klaar. In het Grieks. No English? No English. No Deutsch? No Deutsch.

Een rotdag dus.

Duits

Vandaag waren we in de Grieks Evangelische Kerk. Hartje Thessaloniki. Op goed geluk erheen gereden met het voornemen de dienst te ondergaan al zouden we er niets van begrijpen. Maar onze achterbuurvrouw regelt bijna onmiddellijk een tolk voor ons. Een Griekse zuster die in Duitsland opgroeide als kind en simultaan de preek voor ons vertaalt in het Duits. Een Zweedse zuster luistert mee. Na de dienst worden we hartelijk begroet door verschillende mensen, ofwel in het Duits (oudere broers en zussen) ofwel in het Engels (jongeren). Men is heel gastvrij en vriendelijk. De voorganger van vandaag, Alexandros Pipilios  komt uit Athene en heeft in Amerika gestudeerd. Hij kent zelfs Nederlandse theologen. Zoals Stefan Paas en Rikko Voorberg. Kleine wereld. Alexandros leidt een gemeente in een achterstandswijk in Athene. Leuke kennismaking!

Doeoeg

Na de dienst zoeken we een terrasje (when in Rome…) voor een kop koffie. Ik neem een dubbele espresso. Verrukkelijk. De Grieken weten hoe je een kop koffie moet zetten. In de zon, met een zacht windje vanaf zee, ah..het leed van de telefoon lijkt lang geleden. Wat doen bezittingen ertoe wanneer je na een mooie kerkdienst-met-avondmaal je zo mag koesteren in de zon en het Licht van Gods liefde?

Als we de auto gaan ophalen uit de garage stoppen we nog even bij een eettentje waar we een quiche-achtige snack kopen voor middageten. De Griekse verkoper wil weten waar we vandaan grieksemankomen en als ik ‘Nederland’ zeg begint hij te stralen en roept heel hard: Goe Gaat Get?? Hij heeft op de Griekse eilanden gewerkt vroeger en een mondje Nederlands geleerd. Hij spreekt ook goed Engels en we leggen hem een aantal van onze meest prangende vragen over de Griekse taal voor. Hij blijkt een goeie leraar en we leren weer een paar woordjes erbij! Hij zou uren door kunnen gaan, maar er komen nieuwe klanten binnen. We kopen onze broodjes en wensen hem veel succes en zeggen dat we deze week nog weleens terug zullen komen.

Als we de winkel uitlopen en hem in ons beste Grieks groeten horen we opeens, terwijl we al buiten staan: Doe-oe-oeg! Met precies de juiste intonatie. Hoe Nederlands!

Griekenland 2015 – Waar ben ik en hoe heet het?

Vandaag weer veel gelopen. We hebben weliswaar een auto gehuurd, maar die is er voor de lange afstanden. Niets leuker om een stad te verkennen dan er dwars doorheen te lopen. De geuren opsnuiven, de winkels en bedrijfjes bekijken, de mensen, de kinderen en hier in Thessaloniki vooral de studenten. Het lijkt wel of de stad uitsluitend bewoond wordt door jonge, vlotte, druk gesticulerende en pratende, groepjes studenten. Gemiddelde lengte, gekleed in de universele mode van jeans, tops en sneakers. De meisjes met grote zonnebrillen, lange haren; de jongens met veelal kort haar, een enkele baardige uitzondering daargelaten. De hipster-look die je in Nederland veel ziet is hier nog niet algemeen doorgedrongen.

greekgirl

Alsof er geen grote economische problemen in het land zijn, zitten ze vrolijk converserend op de honderden terrasjes, hun ijskoffie of biertjes te drinken. Goed voor de horeca in elk geval. Ze spreken redelijk tot goed Engels en zijn het van harte bereid te doen, zonder veel schaamte. Onze stamelende Griekse probeersels worden meestal vriendelijk ontvangen, maar steevast in het Engels beantwoord.

20150423_140508

Vanmiddag hebben we de oude stad van Thessaloniki bezocht. De Romeinse en Byzantijnse ruïnes bekeken. Keizer Galerius, 4e eeuw AD, bouwde hier een paleis, een basiliek en een poort. De funderingen van het paleis liggen in de oude stad en je kunt ze achter een hek zien, maar je kunt er niet (meer) dichterbij komen, helaas. Waarschijnlijk door de crisis is er geen geld meer om het te onderhouden en toegankelijk te maken. Nu hebben de vele straatkatten er bezit van genomen. Ze kunnen er ongestoord slapen in de warme lentezon.

Op een hoog punt van de oude stad staat een prachtige toren. De plek biedt een schitterend uitzicht over de  stad beneden en de zee. In dit gedeelte van Thessaloniki zien we eindelijk huizen in plaats van hoogbouw. Veel oude huizen zijn er niet meer. Blijkbaar heeft in 1917 een enorme brand vrijwel alles verwoest. 70.000 mensen raakten dakloos. Zou dat de reden zijn dat men toen alleen maar flats is gaan bouwen? Het is frappant en we hebben nog nooit een stad bezocht, tot nu toe, met alleen maar hoogbouw. Het zijn geen galerijflats, zoals wij ze kennen in veel wijken in Nederland. Ze ogen vriendelijker en minder gesloten. De balkons zijn ruim, zijn vaak halve tuinen en de mensen leven duidelijk meer buiten op de balkons. Maar toch, apart is het wel.

Leuke ervaring vandaag. Echtgenoot is een kaartenman. Gelukkig, want we rijden in alle vreemde steden meestal zonder enig probleem, door het drukke verkeer naar onze bestemming. Omdat hij zich oriënteert door het ‘lezen’ van kaarten. Die zitten dan in zijn hoofd zodat hij een idee heeft van Noord , Oost, Zuid en West, terwijl ik als een zombie naast hem zit, met de kaart ondersteboven voor me en meestal minstens vier straten ‘achter’. Dan weet hij aan te wijzen, al rijdend: daar zijn we nu. Magie noem ik het. Hersenen noemt hij het en ruimtelijk inzicht.

20150423_140728 20150423_141255

Op die mooie plek met het prachtige uitzicht waar we vanmiddag waren, zag ik echtgenoot naar de kaart turen. Het was dan wel een mooie plek, maar was dit ook de plek waar hij heen wilde gaan? Hierin verschillen wij al vele jaren. Eigenlijk kan het mij totaal niet schelen waar een plek is, hoe die heet en hoe ik er moet komen. Ik onderga de schoonheid, geniet van het uitzicht en kijk naar de bloemen, de mensen en maak foto’s. Dan ben ik klaar. Echtgenoot daarentegen moet zich eerst kunnen oriënteren. Waar ben ik en hoe heet het hier? Op de onduidelijke kaart kwam hij er niet uit. Een Griekse meneer die naast hem stond sprak wel wat Engels. Is dit de zo en zo toren, vroeg echtgenoot hem vriendelijk. De meneer nam echter de gelegenheid te baat een weidse beschouwing over álles wat we zagen te geven. Echtgenoot veinsde interesse, maar ik vermoedde dat hij slechts wachtte op de bevestiging op zijn vraag. En inderdaad, na wat bewonderende woorden voor de informatie kwam dezelfde vraag terug: Maar is dit de zo en zo toren? En wat was dit voor bouwwerk? De Griekse meneer was nog lang niet uitverteld en vervolgde, zonder in te gaan op de vraag, onverstoorbaar zijn relaas.

Ik was al onderweg naar wat anders, maar echtgenoot bleef geduldig luisteren. En zonder op te geven vroeg hij opnieuw, wijzend op de kaart, als om zijn woorden kracht bij te zetten: maar zijn we dan híer? De meneer wierp een achteloze blik op de kaart en vervolgde, in zijn (voor mij) onverstaanbare Engels, zijn college over de vele eeuwen geschiedenis van de stad. Eindelijk besloot echtgenoot dat deze man hem niet verder ging helpen en scheurde hij zich los, nog steeds in onwetendheid over de naam van de plek waar hij stond. Waar ben ik en hoe heet het hier, hij was geen steek verder gekomen. En ik wist alles al wat hij vertelde, mopperde hij me toe. Dan toch maar gaan genieten van het uitzicht-zonder-naam.

20150423_140715

De plek is overigens het prachtige uitkijkplateau richting de oude stad, een van de torens van de oude byzantijnse stadsmuren  gebouwd rond de oorspronkelijk stad in de 4e eeuw, maar in de loop van de eeuwen vaak uitgebreid en gerestaureerd. Nu werelderfgoed.

Griekenland 2015 – Thessaloniki

Eindelijk, eindelijk. Al 15 jaar zeggen echtgenoot en ik dat we naar Griekenland willen. De vader van één van onze schoonzonen is Grieks en kwam uit het noorden van Griekenland. De verhalen over het land maakten dat we er steeds meer zin in kregen het met eigen ogen te zien. (Naast natuurlijk de verhalen van de bekende apostel Paulus in het Nieuwe Testament! Kim vroeg aan de dame in de supermarkt of ze ook wijn hadden in zijn beste poging om Grieks te gebruiken, maar het nieuwtestamentisch Griekse woord voor ‘wijn’ leverde als enige resultaat een glazige blik op en geen 20 vaten met de beste soort.)

De deplorabele situatie van het land de laatste tijd, maakte geen verschil in ons voornemen. Het zette ons juist aan er wél heen te gaan. Alle beetjes helpen, zelfs onze magere euro’s besteed aan Airbnb, cappucino’s en de supermarkt.

view from balcony Thessaloniki
view from balcony Thessaloniki

Gisteren vlogen we: bestemming Thessaloniki. Tien dagen airbnb in een woonwijk, flatje-met-balkon op de vijfde verdieping. Oud studentenflat van Anastasia die nu in Geneve werkt als architect. Dat is jammer voor de Griekse economie, wel fijn voor haar. We worden ontvangen door Fotini, ook oud-student, die nu, na vijf jaar Londen, in Istanbul woont. Ook weer niet een injectie voor de Griekse economie, maar opnieuw, fijn dat ze werk heeft. De derde die we ontmoeten is Cleopatra, een prachtige Griekse vrouw, goeie vriendin van Anastasia. Zij woont en werkt in Thessaloniki. Halverwege de avond komt ze ons elektriciteitsprobleem oplossen.

Onze eerste indruk: we zijn hier helemaal thuis! Net als in Turkije, jaren geleden, zeggen we alphabetsteeds: het is net Korea! Een bepaalde manier van leven, op straat, buiten, de tentjes met eindeloze prullaria, de winkeltjes met de deuren open, de kinderen, een ietwat verslonsde, mooie doorleefdheid, zoals een mens op leeftijd er uit kan zien.  Het geeft ons een gevoel van thuiskomen. Het is moeilijk te omschrijven. Misschien is het wel de cultuur van een land waar het meestal mooi weer is, zodat alles meer op straat plaatsvindt. Het is ook maar een eerste indruk. Wie weet moet ik hem nog bijstellen.
Wat ook bijdraagt aan de Korea-indruk is het schrift. Ook daar liep ik de eerste tijd alleen maar te spellen: wat staat daar? Vandaag eerst maar eens het alfabet bestuderen en uit mijn hoofd leren. Dat zal aanzienlijk meer tijd kosten nú, dan toen. Maar goed voor de grijze cellen.

Na ons eerste potje  gekookt te hebben (bonensoep met kip+ brood en kaas+olijven; boodschappen in de super op de hoek) lopen we naar de zee. Onze eerste aanblik van de Egeïsche Zee. Thessaloniki ligt aan een baai en heeft langs de waterkant een kilometerslange boulevard aangelegd. Zeer populair onder wandelaars, fietsers en flanerende families.

BOARDWALKTHESS1'15
Boardwalk Egeïsche Zee, Thessaloniki

We lopen wat en drinken een ice-cappuccino, Thessaloniki blijkt beroemd vanwege de koffiecultuur. De grote hoeveelheid coffeebars was ons al opgevallen! Van de kelner leer ik mijn tweede Griekse woord: Efharistó, dank je wel!

BOULEVARDTHESS1.'15

 

De eerlijkheid gebiedt te vertellen dat er ook veel leegstand is, met name bij restaurants. Het lijkt erop dat mensen wel koffie of een biertje gaan drinken, maar uit eten gaan is net te duur. Ook dat is een eerste indruk! Maar dit soort plekken zagen we langs dezelfde boulevard.Dank zij mijn alfabet-spiekbriefje kan ik het woord onder NATO nu lezen: Phasista…

BOULEVARDTHESS.'15

Filistijnen in IJsselstein

‘Ik heb zo’n druk weekend gehad’, zucht Noah, mijn kleinzoon van vier, als hij in zijn ridderpak de trap opklimt naar de tweede verdieping, waar ik de was vouw. Hij logeert twee daagjes bij ons.
‘Oh ja?’, vraag ik meelevend,  ‘wat heb je allemaal gedaan dan?’
‘Oh’, zegt hij achteloos, zijn schild bestuderend, ‘een Filistijn gedood, een draak verslagen, rond gereisd en toen moest ik ook nog Goliath verslaan…’.
‘Wow’, zeg ik, ‘dan ben je zeker wel moe?’
Hij slaakt een diepe zucht. ‘Ik ben kapot, gewoon!’

Ridder Noah
Ridder Noah

Later beneden, blijven de Filistijnen opdagen. Ze moeten met spoed ‘verslaan’ worden. Naast de draken die hij in een haastig aangeschafte ‘legerhelikopter’ ook nog moet aanvallen.

Bij ridders horen blijkbaar, naast Filistijnen, draken en helikopters ook koningen en prinsessen natuurlijk.
‘Ik wil de baas zijn van iedereen’, geeft hij me te verstaan.
‘Dan ben jij dus de koning’, zeg ik. ‘Oh ja, dan ben ik gewoon Willem-Alexander’, straalt hij.
‘Maar jij bent niet Maxima, hoor, jij bent een prinses’.

Noah wisselt snel van karakter.  Als ik hem een tijdje als koning behandel, vindt hij dat blijkbaar toch teveel van het goede: ‘Ik ben ook gewoon Noah, hoor, oma!’

‘Heeft juf Corien op school verteld over Goliath, Noah?’, vraag ik nieuwsgierig. Hij gaat sinds december 2014 naar groep 0 van een christelijke basisschool.
‘Nee hoor, dat heb ik van mezelf’, zegt hij heel zelfverzekerd

Vanaf zeven uur vanmorgen zijn we al in de weer. Lego, Dino’s, Ipad, Lego, kleien, stickers plakken en erbij tekenen, draakje spelen, weinig respijt voor oma, die natuurlijk speelkameraadje is. Waarom kom je anders logeren? Als een echt baasje vertelt hij me steeds precies wat ik moet doen.

stickers en tekenen

‘Oma, luister goed, nu gaan we een haai tekenen’. Het ‘we’ is een majesteitelijk meervoud en het betekent eigenlijk ‘jij’. Af en toe kan ik hem ertoe verleiden ook een staart of een zon te tekenen. Met zijn tong tussen zijn lippen wordt er dan even heel geconcentreerd kunst gewrocht. Het kleien was ook een goeie bezigheid. En de Ipad is een uitkomst als er even wat overbrugd moet worden. Ipad

Het is 100% genieten van hem.

Berlinde de Bruyckere

Met vriendin Ans toog ik laatst naar het Gemeentemuseum in Den Haag. Naar de tentoonstelling van werken van Berlinde de Bruyckere (1964, Gent). Ik kende haar werk niet. Het was er niet druk, er stonden geen rijen voor de kassa, dus in alle rust liepen we rond. Enigszins verbijsterd, gebiedt de eerlijkheid me te zeggen: Waar ben ik terecht gekomen? Verwrongen, verminkte lichamen van was, in een kleur die me steeds aan doden deed denken, grijsblauw, transparant, broos en breekbaar. Sommigen gewikkeld in stukken doek waardoorheen bloedachtige vlekken te zien waren. Als haastig verbonden, gewonde soldaten in een oorlogssituatie.

Intrigerend, schokkend, fascinerend en misselijkmakend. Na een half uur zeiden we allebei dat we ons letterlijk onpasselijk voelden. Toen hebben we even gepauzeerd om het een en ander op ons in te laten werken.

Ik ga meestal ‘schoon’ naar een expositie. Ik lees er niet over omdat ik het tentoongestelde werk wil ondergaan voordat ik het ga duiden. Bij deze tentoonstelling had ik echter wel meer informatie nodig om iets te ‘kunnen’ met wat ik zag.

berlinde
Marthe

 

Into one another
Into one another

Vriendin Ans wist dat de kunstenares een slagersdochter is. Een vrouw, opgegroeid tussen het vlees, zeg maar. Aan vleeshaken hangend in haar vaders slagerij. Dat verklaarde de gelijkenis van veel lichamen met dergelijke vleespartijen. Het doet gruwelijk aan, maar ik begrijp dat zij er veel meer mee zeggen wil dan dat. Ik las ergens dat de inspiratie en motieven in haar werk te maken hebben met:

metamorfose, dualiteit, lichamen (van mens, dier, plant en alles daartussenin), huid (idem), kwetsuren, broosheid die tegelijk kracht is, verwering, melancholie… Maar De Bruyckere vervalt nooit in pessimisme of fatalisme; haar werken zijn van een sublieme, verstilde schoonheid.’

Naast breekbare lichamen waren er ook werken van takken en boomstammen te zien. Ik kon er niet zoveel mee, maar achteraf lezend over haar inspiratie heb ik er meer waardering voor, afgezien van het zeer knappe, ambachtelijke van haar kunst. ‘Lijdende boomlichamen’, zo omschreef iemand ze op internet. Bomen die gekapt, gerooid worden en als afgekeurd, ontworteld langs de kant van de weg liggen. Dat roept allerlei thema’s op die we als mensen herkennen.

berlindedebruyckere_kreupelhout

‘De bomen, helemaal aan flarden getrokken door het natuurgeweld, als symbool voor leven, dat onherkenbaar vernield werd. De begrenzingen van het menselijk zijn’,  schreef ze aan schrijver J. M. Coetzee.
Iemand anders omschreef het zo:  De kern van het werk was ontheemd zijn. Als een mens ontworteld raakt is dat zo ingrijpend, men vindt zijn plek nooit weer. Ook altijd een groot thema in het werk van Coetzee.

Dat sprak me zeer aan! Ik heb me vaak, door frequente verhuizingen, ontheemd en ontworteld gevoeld. Haar bomen bloeden uit vele kwetsuren en worden gezwachteld; tussen de takken en stompen liggen zachte kussens, als om het leed te verzachten. Dat komt binnen!Berlinde-De-Bruyckere-kreupelhout1

Op verschillende sites las ik dat San Sebastian, de tot het christendom bekeerde Romeinse soldaat die werd vastgebonden aan een boom en met pijlen doorboord, een inspiratiebron is voor de kunstenares. Ik moest echter steeds denken aan de lijdende Christus, breekbaar, kwetsbaar, bloedend uit ‘duizend wonden’.

Berlinde de Bruyckere is verder ook bekend om haar werk met paarden en dekens.

Oudroze en hoe ik weer iets heb geleerd

Alles gaat bij mij geleidelijk. Ik heb inmiddels (na 60 jaar) over mezelf geleerd dat ik te snelle veranderingen niet fijn vind. Altijd heb ik even tijd nodig om te ‘wennen’. Als ik thuis ben wil ik eigenlijk niet weg, als ik weg ben wil ik in feite niet naar huis. Niks ergs. Goed mee te leven als je het weet van jezelf. Ik merk het ook aan dingen weggooien. Vind ik heel moeilijk. Planten die lelijk worden zet ik eerst een poosje buiten tot ze daar nog lelijker worden en dan kan ik pas afscheid nemen.

Mijn moeders kleding (ze overleed in 2006) is ook zo’n ding. In een keer alles weg doen bleek een tijd geleden een brug te ver. Ik bewaarde stapels truien waarvan ik wist dat ze die met zorg had uitgekozen en nog wat andere zaken. Van één trui heb ik nog een sjaal gemaakt. Langzamerhand voelde ik dat de tijd aanbrak om weer eens wat weg te doen. Ik heb toen de truien weg gedaan die ik zelf niet mooi vond. Maar de allermooiste, de kobaltblauwe, de oudroze, die heb ik weer terug in de doos gedaan.

Oudroze was een van mijn moeders lievelingskleuren. Ik ben ermee opgegroeid en was verbaasd toen mensen mij aankeken later en zeiden, oudroze, wat is oudroze? Ja, oudroze is roze maar dan oud.., verbleekt zeg maar. Best mooi, vind ik ook. Met grijs, of blauw. Een andere kleur die mijn moeder droeg, maar pas later. Aanvankelijk durfde ze niet zo op te vallen. Alles was pastel en tot op zekere hoogte kleurloos. Maar oudroze, dat kon.

Zo waren ook vele meubels oudroze bekleed. De eettafelstoelen, de fauteuils, allemaal van een rozig kleedje voorzien. Ook die heb ik nog staan. Wat moet ik er nu mee…? Met die vraag liep ik de laatste maanden rond. Enigszins in de greep van een opruimwoede. Wegdoen naar de Kringloop? Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen. De stoel waar ze zo trots op was toen die net terug kwam van de stoffeerder. Eerst maar een poosje in de garage stallen.

upholsteringma'schairEn zo besloot ik op een mooie middag dat nu de tijd gekomen was om van deze stoel een project te maken. De bekleding eraf en gewoon eens kijken of ik dat zelf zou kunnen, bekleden. Dat heb ik geweten. Ik heb heus weleens een stoel opnieuw bekleed. Maar dat ging dan meestal van hatseflats, kussens eruit, stof eraf, nieuwe stof erop, klaar. Dit echter was van een geheel andere orde. De oudroze stof, waar mijn moeder zo trots op was, zat met drie miljoen nietjes en sierspijkers verankerd aan het hout van de stoel. In het zweet mijns aanschijns heb ik die eruit moeten wurmen. Met een schroevendraaier en een tangetje. Eén voor één.

Ik snap nu waarom meubels laten stofferen zo duur is.

Films in 2015 – nummer drie en vier

Nog twee films die we met veel plezier bekeken.

mrturner posterMr. Turner, een Britse productie. Een verfilming van het laatste gedeelte van het leven van de schilder Turner (1775-1851) en is gesitueerd in het Londen van de 19e eeuw. Een parel vonden wij. Zoals bij de meeste Britse acteurs ook hier weer fantastisch acteertalent. Zo realistisch dat je na de film het gevoel hebt Turner persoonlijk gekend te hebben. Een varken van een man, lomp en bot naar vrouwen, in de greep van een enorme gedrevenheid om te schilderen naar ‘waarheid’. In de film zien we hem aan de mast van een schip vastgebonden, met tekenmateriaal, omdat hij de beweging en het kolken van de golven wil ondergaan om het goed vast te leggen. Of het echt zo gebeurd is blijkt onzeker te zijn, maar het past bij het karakter wat in de film wordt neergezet. De modderige straten, de armen, het grauwe licht, alles is zo weergegeven dat je je aanwezig waant in de 19e eeuw. Aanrader.

recensie filmkrant

birdmanposterDe laatste film die ik nog noemen wilde is Birdman. Een magisch-realistisch verhaal over de gesjeesde acteur Riggan Thomson (Michael Keaton). In het verleden heeft hij in Hollywood naam gemaakt als de legendarische Birdman, een soort Batman/Superman figuur. Nu is hij eigenaar (huurder?) van een armoedig, klein theater in New York waar hij een toneelproductie voorbereidt waarin hij nog één keer wil schitteren in een hoofdrol. Thomson gelooft in zijn eigen talent, maar wordt voortdurend begeleid door zijn alterego, Birdman, die aan hem twijfelt en zeurt dat hij eigenlijk een loser is. De film is een tragi-komedie, hilarisch bij tijden en toch ook gevoelig en meelijwekkend. Het is zo herkenbaar, die stem op de achtergrond! Er zijn allerlei verwikkelingen, die ontstaan door de op het laatst ingehuurde, bezeten acteur (Edward Norton), tegenspeler van Thomson in het theaterstuk. Deze gedraagt zich onvoorspelbaar en confronteert hem met zichzelf: je spel moet meer vanuit jezelf komen, durf!!

De verwikkelingen leiden tot een verrassend einde.

recensie NRC/Breedbeeld