Thrifting in the Hamptons?

Het is altijd even wennen in Amerika. Niet gewoon een koffie bestellen, nee, een keuze maken tussen acht verschillende mogelijkheden. Het valt nog mee, vergeleken met Starbucks. In de Golden Pear in Southampton, NY, is het self-service. Dit dringt tot me door wanneer de vrouw achter de toonbank geen aanstalten maakt mijn koffie in te schenken na mijn verzoek om koffie met de sterkste smaak. Ze raadt me de French blend aan, maar doet verder niets. Ze zei wel wat en na een paar seconden valt het kwartje: ik mag zelf inschenken. Ik giet vervolgens zo’n akelige papieren beker half vol, na aarzelend nog om een ‘ cup’ gevraagd te hebben. ‘ No cup’. Nou ja, dan maar zo. Koffie zal wel vies zijn, dus een halve beker is genoeg. Ik ga buiten zitten, naast een vader die zijn peuter roerei uit een papieren bakje voert. Even verder zit een oude dame met zonnehoed. Ik had haar al naar buiten zien komen, geholpen door iemand van de zaak. Ze loopt moeilijk, met behulp van een rollator.

Ik neem een slok van mijn koffie en heb onmiddelijk spijt niet een volle beker genomen te hebben. De smaak is namelijk prima. Te laat. Ik kan moeilijk bij gaan schenken en zeggen dat ik niet van volle bekers hou. Langzaam drinken maar. Ik voel me senang. Lekker naar het dorp gefietst, cafeetje gevonden, er ligt een lokaal krantje en ik verdiep me in de plaatselijke cultuur en wat dies meer zij. Het is niet echt warm, maar de zon doet haar best door te breken. Ik zit hier best.

De peuter naast me wordt onrustig, haar pappa plaatst haar in de wandelwagen en ze verdwijnt met haar ouders. Plotseling vraagt de oude dame me wat. Ze heeft een sterk accent, dat ik niet helemaal kan thuisbrengen, maar het maakt het moeilijk voor me om haar te verstaan. Ik merk ondertussen op dat ze mooie sieraden draagt. Geen diamanten maar kunstig gezette half-edelstenen. Echt een Southampton type denk ik bij mezelf. Rijke mensen hier. Ze vraagt me iets over de wandelwagen. Of ik weet dat die wel $4000 kost. Ik reageer met ongeloof. Ik denk tenminste dat ze dat van me verwacht. De rest van de conversatie is moeilijk te reconstrueren want ik knik veel ja en nee, terwijl ik werkelijk geen idee heb waarover ze het heeft. Op een gegeven moment verdiep ik me maar weer in de krant.

Ik sta op en ga wat neuzen in de winkeltjes in Mainstreet. Ik ga nergens naar binnen want alles ziet er duur uit en klein. Daar heb ik een hekel aan want dan komt er gelijk iemand op me af. Maar daar staat zowaar een rek met afgeprijsde kleding. Het staat buiten, dus ik kan zonder verplichting kijken. Heel In de verte zie ik de oude dame met haar rollater heel langzaam naderen. Ze gaat ook een beetje winkelen zeker. Ik keur de kleding aan het rek. Best leuke Billabong spullen. Ik vergeet even mijn omgeving. Na een minuut of wat hoor ik de oude dame me roepen. ‘ Hallo, hallo!’ Dit is mijn taak blijkbaar vandaag.  Deze oude dame aanhoren.

‘Ik zie je tussen de uitverkoop spullen kijken. Dan kom je hier niet vandaan zeker?’ Ik versta haar nu goed en zeg lachend dat ik inderdaad niet in het stadje woon. Samenzweerderig kijkt ze me aan. ‘Ik weet een hele leuke winkel die jij ook leuk zal vinden. Een tweedehands winkel hier om de hoek. Als je van afgeprijsde artikelen houdt dan hou je vast ook van een ‘ thriftstore’! Nu moet ik helemaal lachen. Wat een grappig mens. Met haar accent en hoed en mensenkennis. Ik vraag haar of ze in Southampton woont. Ze rolt met haar ogen. ‘Welnee, veel te duur! Ik kom hier ieder jaar voor een paar dagen, al heel lang. Maar maar langer dan een paar dagen gaat niet, want ik betaal $400 per dag’.

Ik prijs me gelukkig.  Drie weken gratis verblijf in een groot huis met zwembad, jacuzzi, fiets en dichtbij zee. In het goede gezelschap van mijn dochter. (De dochter van de oude dame leek wat minder gelukkig met haar spraakzame moeder)

Stoornis

Er zijn van die dagen dat ik me aan alles stoor. En vooral aan mijn huis. Ik zie alleen maar stof, strepen, haren, kalkvlekken, vieze doekjes, stofpluizen op de vloer, moddervlekken in de hal, snorharen (van de poezen, niet van mijn echtgenoot) en alwéér poezenharen op alle stoelen, banken en tafels. Inclusief het aanrecht. Ik verkeer in een staat van grote irritatie. En opeens vallen alle andere dingen in mijn huis me op. Alles wat ik met veel plezier bij elkaar scharrel in kringlopen en tweedehandswinkels  ziet er uit alsof ik het van de sloop heb. (Dat heb ik soms ook, maar dat doet er nu even niet toe).

Vanmorgen besloot ik in zo’n woeste bui dat ik nu eindelijk dat afzichtelijke wastafelkastje, dat ik al tweedehands wastafelkast_

voor mijn moeder ergens vandaan had gehaald, ging wegsmijten. Dat laatste woord geeft al aan hoe de gestoomde ergernis uit mijn oren kwam. Na mijn douche gooide ik het leeg (al die overbodige troep ook!) en droeg het, met een handdoek om mijn lijf, de hal in, bovenaan de trap. Ik gaf het nog net geen zet. Echtgenoot mag het naar beneden brengen, naar de schuur.

Die liep, onwetend van mijn agressieve bui, naar de badkamer en kwam er weer uit, met een vragende blik in zijn ogen: ‘Waar is dat wastafelkastje dat hier altijd stond?’ Hij vroeg het voorzichtig want ik sjouw nog wel het een en ander van zijn plaats. Ik beet hem echter vanuit de slaapkamer toe:
‘Kastje? Bedoel je dat verrotte ding wat daar al eeuwen staat?’
Ik hoorde enige verbazing in zijn stem:
‘Hoezo? Dat is toch gewoon een functioneel kastje? En we wonen hier nog maar twee jaar, hoor!’
‘Functioneel, functioneel? Heb je wel eens een design kastje gezien? Waar de lades soepel lopen, waar de deurtjes geen plastic knoppen hebben?’ Ik was nu niet meer te houden..

Echtgenoot deed wijselijk snel weer de badkamerdeur dicht en ging douchen. Met mij viel toch geen land te bezeilen.

Meestal heb ik zo’n bui door andere oorzaken dan badkamerkastjes die functioneel maar oerlelijk zijn. Hormonen. Boosheid op iets of iemand waar ik (op dat moment) niks aan doen kan (denk ik). Ik ben namelijk conflictvermijdend. Vandaar dat mijn omgeving dan moet lijden.

Soms ook door dat venijnige duiveltje: begeerte…Dan strijden principes als hergebruik en soberheid, (door de nood ontstaan, maar inmiddels wel deel van wie ik ben geworden) met het vlees van gemak en luxe.

Nu, de WC’s zijn schoon, de was gevouwen. Mijn agressie is gekanaliseerd. Mijn ziel is weer gerust. Misschien zet ik het kastje wel weer op z’n plaats. Dat kan het ook niet helpen dat ik zo ontstemd was. En ja, functioneel is het eigenlijk wel. Anders moet ik weer op zoek naar plek voor al die overbodige spullen die erin zaten.

Niet nog zo’n afzichtelijk kastje erbij!

Hip en trendy voor weinig geld | Uitgeverij Genoeg

Hip en trendy voor weinig geld | Uitgeverij Genoeg.

Leuk, leerzaam artikeltje over kleding en consumentisme.

Recessie of soberen?

Nederland is officieel in een recessie.Ik lees het op de site van de rijksoverheid. Ingrijpen is vereist.

Ik snap dat geen werk hebben slecht is voor een mens. Dat failliet gaan nog erger is. Hoe krijg je mensen weer aan het werk en hoe voorkom je massaal failliet gaan van winkels en bedrijven? Hoe krijg je de woningmarkt weer uit het slob?Zoveel mensen met dubbele hypotheken en restschulden. Vreselijk.

Ik ben geen econoom dus heb niet de oplossing voor recessies. Maar iets in me zegt dat het toch ook wel eens goed is wanneer we met zijn allen eens ophouden met het chronisch kopen van luxe goederen en onnodige bankstellen, kleding en TV’s om maar eens wat te noemen? Let op, ik zeg WE. Geen preek, maar een verlangen naar meer soberheid en geld besteden aan dingen die er echt toe doen. In elk geval veel (nodige dingen) tweedehands kopen voor de prijzen omhoog gaan 🙂

Suggesties? Ik ga de site van ChristenUnie maar ’s lezen wat zij ervan denken.