The Hamptons – Foto’s

First bike ride to the village

Main Street Southampton,NY. Op de supersnelle hybride fiets maak ik een eerste verkenningstocht.

20131007_173017

Mijn logeerhuis voor drie weken bij een van de dochters. Zij werkte tijdelijk in East Hampton, NY, Verenigde Staten.

Opening up

Opening shop in East Hampton:  Malia Mills badkleding en toebehoren

The Hamptons. Beroemd als een verzameling oude badplaatsen op de oostelijke punt van Long Island met vele schitterendere landhuizen, historische panden en de prachtige stranden. Aan de Noordkant de Long Island Sound, een baai, en aan de zuidkant de Atlantische oceaan.

20130930_132044

Roger’s Mansion, nu historisch museum in Southampton, maar typerend landhuis voor de omgeving. De high society van New York bezat vaak een tweede (zomer)huis in The Hamptons en beïnvloedde daardoor de samenleving in de kleine dorpen en hun omgeving waar meest vissers, boeren en winkeliers woonden. Tegenwoordig wonen er zomers of in het weekend ook vele beroemdheden, bekend van film en andere media. Oud en nieuw geld geven een bepaald gezicht aan het gebied.

20131015_134234

Mooi voorbeeld van een landhuis pal aan het strand. Dijken en waterkeringen worden moeizaam bevochten door de plaatselijke Trustees omdat veel eigenaren eigen oplossingen bedenken en de openbare veiligheid minder belangrijk vinden. De kleine dorpscomités kunnen vaak niet opboksen tegen het grote geld van de oude families en de beroemdheden die zich langdurige rechtszaken kunnen veroorloven.

20131015_130642

Thomas Halsey huis, een van de eerste woningen in Southampton, gebouwd in het midden van de 17e eeuw

20131012_145402-120131012_145650

20131006_151249-1Shinnacock Bay Southampton and Accabonac Harbor bij East Hampton

20131006_151039-1Veel van de oorspronkelijke namen van de Native Americans stammen (wij noemen ze nog Indianen)zijn behouden. Gebieden op Long Island werden rond 1640 ‘gekocht’ van Indiaanse stammen die daar gedurende de zomer hun woongebieden hadden.

20131006_124352

20131006_131212

20131006_130519

20131006_13120620131006_132049


Plaatselijke competite: grootste clam (kokkel) en de lekkerste clamchowder. Drie uur gratis oesters eten, zo uit de zee. Je moet er van houden. De rauwe kokkels waren nog wel lekker. Met saus!

 

 

Jackson Pollock en zijn vrouw Lee Krasner behoorden tot de beroemd geworden leden van een kunstenaarskolonie die zich in de jaren 40 van de vorige eeuw in de buurt van East Hampton vormde, in het plaatsje Springs. De dorpswinkel is nog geheel in oude stijl bewaard gebleven. Op de foto’s huis en studio van de Pollocks.

20131006_154943Pollocks  studio pollock‘druppel’ schilderijen, waarbij hij de verf willekeurig liet druppelen op een doek dat op de grond lag. In het Parrish Museum in Watermill zag ik ander werk dat ik erg mooi vond. Foto boven, Pollock (rechts voor) en enkele beroemde collega’s.

20131015_115038

Heerlijk schoon Amerika. Hier tenminste en in andere steden die ik ken. Geen hondenpoep! 

Onder: heerlijke lunch bij Barbara Albright (85) met pompoen en herfstthema. Pompoenen, chrysanten en mais, geliefd decoratiemateriaal in de herfst.

Lunch at Barbara Albright, 85

Pumpkin time!

Storm, suiker en HIFF

Als een veertje vlieg ik langs Meadow Lane. Op een dunne landtong ligt de schier eindeloze, net nieuw geasfalteerde weg in westelijke richting, aan de zuidkant van Long Island, NY. Ten zuiden van het dorp Southampton, waar ik logeer. Aan de linker kant de Atlantische oceaan, verborgen achter de landhuizen en hun enorme tuinen. Aan de andere kant, wist ik, moest Shinnacock Bay liggen. Aan die kant ook huizen, maar minder veel. Ik kreeg af en toe een glimps te zien van een glinstering van water.

Ik fiets als een speer op mijn hybride en kan niet te veel links of rechts kijken. Ook mijn zonneklep zit enigszins in de weg. Het nieuwe asfalt is als een ijsbaan zo glad en makkelijk begaanbaar. De snelheidsmeter langs de kant (uiteraard niet op fietsers berekent) geeft 20 mijl aan. Ik verklap onmiddellijk dat er windkracht 8 staat. En in mijn enthousiasme ben ik nog niet zo ver om aan de terugweg te denken

Opeens valt alle bebouwing weg en heb ik weids uitzicht op Shinnacock Bay, een uitgestrekt meer, waar langs de kust al vele eeuwen de oorspronkelijke bevolking leeft, de Shinnacock Indianen. Nu op een zeer gereduceerd stukje land, het reservaat.

Shinnacock betekent rotsachtige kust. Indianen zijn, zoals overal langs de oostkust van Amerika en verder, de oorspronkelijke bewoners en veel namen herinneren daar nog aan. Ik blijf het tragisch vinden dat zo’n eeuwenoud volk (ze spreken zelf over duizenden jaren) zo slecht is behandeld en terecht gekomen. Ook hier. Verarmd, verpauperd en vaak, door de casino’s die succesvol door hen gerund worden, ook nog eens gokverslaafd in veel gevallen. Maar dat is een ander verhaal. Vorig jaar heb ik geschreven over de Lakota Indianen in de staat Wyoming.

Het meer is indrukwekkend groot en de storm maakt dat de watermassa voortdurend in beweging is. Het felle zonlicht weerkaatst in het woelende water en maakt de begroeiing van grassen, riet en waterplanten een intens groen en goud. Foto’s geven een impressie maar de schoonheid is niet te vangen. Wat is Gods schepping fantastisch. Op een plankier kan ik ongeveer 500 meter over de begroeiing richting het water lopen. Ik word bijna weg geblazen en hou mijn cameraatje stevig vast.

Ik vervolg uitgelaten mijn weg, Water, het doet iets met me wat geen ander natuurfenomeen voor elkaar krijgt, De weidsheid, de ruimte, de geluiden doen me vrijheid ervaren. De storm nog steeds in de rug fiets ik verder, nu op zoek naar een doorgang naar het strand aan de andere kant. Dat duurt even, maar hé, ik geniet!

Aan het strand laat ik me zandstralen. Zoek nog wat drijfhout en schelpen, maar de oogst is mager. Inderdaad, rotsachtige kust. Er liggen voornamelijk steentjes en stenen hier. Van die prachtig rond geslepen, witte stenen. Ik stop er een paar in mijn rugzak en begin aan de terugweg. Mijn tempo ligt aanmerkelijk lager nu. Ik kijk maar niet meer naar de snelheidsmeter, maar ploeg en worstel verder. Heel in de verte voor me zie ik nog een paar fietsers. Ik leef op wanneer ik merk dat ik ze langzaam inhaal. Dichterbij zie ik dat het een jong stel is. Met grote moeite komen ze vooruit. Ben ik competetief? Welnee. Ik span gewoon de benen nog iets meer in en wiel voor wiel kom ik in de buurt.

Mijn suikerspiegel begint te dalen, ik voel het. De inspanning is aanzienlijk en mijn lichaam merkt het. Maar ik ben nu zo dicht bij mijn doel, verder! Ik haal eerst de vrouw in, tralala. Het lijkt alsof het me geen enkele moeite kost. Met mijn Nederlandse fietservaring heb ik wel geleerd dat het energieverlies is om hevig met je bovenlichaam heen en weer te bewegen. Het gaat om je benen. Als ik de man voorbij fiets begint het zweten. Niet van de inspanning, ja ook, maar meer van de suikerdip. Ik fiets door. Ik laat me nu niet kennen natuurlijk. Gelukkig voor mijn zelfrespect is er een strandopgang, eindelijk, waar ik met goed fatsoen kan afstappen. Het stelletje zwoegt me voorbij, terwijl ik snel drie dextro’s in mijn mond prop.

===============================================================HIFF

In The Hamptons is het jaarlijkse Hampton International Film Festival gaande. HIFF. Eén dag begeef ik me onder het filmpubliek dat me een beetje doet denken aan het publiek van het Oude Muziek Festival in Utrecht. Veel senioren, die naast mij onmiddellijk snurkend in slaap vallen wanneer de film wat langzaam voortkabbelt. Ik overdrijf, maar even om een indruk te geven.

Ik heb twee films gezien, een Franse met Juliette Binoche, sterk maar zeer verdrietig. Camille Claudel 1915. Ik schrijf er een aparte blog over. En een tweede, op goed geluk, die ontzettend leuk en onderhoudend was. Een muziek-documentaire over Marvin Hamlisch. Wonderkind en Juliard School of Music graduate wil geen concertpianist worden maar ontwikkelt zich tot componist van vele, vele musical songs. Ik had nog nooit van de goede man gehoord, maar de documentaire was fantastisch.

Met een lunch samen met iemand van Grace Church en dinner met dochter en haar collegaatje, had ik een ware Hamptons day…I was sooo busy!

Sagaponack, Mayflower en Barbara

We zijn te gast bij Barbara. Ik heb haar ontmoet op een bijbelkring van Grace Church, Water Mill, de gemeente die ik tijdens mijn verblijf hier, tijdelijk bezoek. Ze is een klein en tanig vrouwtje, een beetje krom gegroeid in de loop van de vijf en tachtig jaren die ze op deze aarde wandelt. Ze is duidelijk geen zestien meer om te zien en toch heeft ze een meisjesachtige uitstraling. Ze praat snel en veel en haar gezicht is expressief. Haar donkere ogen stralen als kooltjes in het oude kind gezicht. Ze is trots op haar oude huis, trots op de familie waarin ze door haar trouwen terecht kwam. Ze heeft de rondleiding door haar huis duidelijk al vele malen gegeven. Aan vrienden en belangstellenden, tot en met deskundigen met verstand van antieke en historische meubels van onder andere het Metropolitan Museum in New York.

Barbara's house,built in 1680

Het huis waarin ik door Barbara ben uitgenodigd om te komen lunchen, is oud. Gebouwd van hout, rond 1690. Van binnen gepleisterd met gemalen oesterschelpen, geïsoleerd met zeewier. Gekocht aan het einde van de 17e eeuw door een voorvader van haar man, Earl Albright. Hij is een nazaat van een van de oorspronkelijke passagiers van de Mayflower, het beroemde schip waarmee de Pilgrim Fathers (gelovigen die onafhankelijk wilden blijven van de Church of England, Puritans genaamd) in 1620 vanuit Engeland vertrokken. Ze woonden een periode in Leiden in verband met vervolging in eigen land. Vanuit Delfshaven vertrokken ze per boot naar Southampton UK, om na een reeks tegenslagen uiteindelijk vanuit Plymouth, UK, naar de Nieuwe Wereld te varen. Op deze site is het verhaal kort te lezen.

Lunch at Barbara Albright, 85Barbara heeft een heerlijke lunch klaargemaakt voor ons. Alles tot in de puntjes verzorgd en geheel volgens de etiquette waaraan ze hecht. Alles is ‘homemade’. Kipsalade, wortel-ananas salade, deviled eggs, augurken. Alleen de dinner-rolls komen uit de winkel, maar zijn te groot volgens haar, dus ik snij ze in vieren. Op tafel servies uit vier eeuwen. Van kostbaar porselein tot glazen Blokkerschaaltjes waaruit we de zelfbereidde rabarber met cranberries en gember eten. In de kasten om ons heen majolica uit de 18e, gietijzeren kandelaars uit de 17e eeuw (nog gemaakt door de bouwer van het huis, Theodore Pierson die smit was van beroep), sierborden uit de 19e eeuw, waar je maar kijkt: geschiedenis. Mijn hart klopt een paar slagen sneller en ik voel me als een kind in een speelgoedwinkel.

Tijdens de maaltijd krijgen we het verhaal van het huis te horen. Wie het bouwde, wie er woonden, wat het allemaal heeft doorstaan. Verhalen over stormen, bezettingen en slijtage. Tijdens de burgeroorlog aan het einde van de 18e eeuw was Sagaponack bezet door de Engelsen die Duitse (Hessische) soldaten in dienst hadden. Rauwbauwen die werden ingekwartierd bij de lokale bevolking. Ook bij de voorouders van Barbara’s man. In de muren zijn ingekraste tekeningetjes bewaard gebleven.

Iedere kamer heeft een eigen verhaal, karakteristieke meubels en van ieder voorwerp kan Barbara eindeloos vertellen. Met zoveel liefde en toewijding. De site van de gemeente Sagaponack noemt haar als iemand met wie rekening gehouden moet worden, ze voert onophoudelijk campagne voor behoud van het historische karakter van het dorp. Dit tot ergernis van de geldbeleggers die er liever een aaneengesloten tennisbaan, golfbaan en Club Med van zouden willen maken.

PArt of Barbara's property, a potatofarm in thye old days

Haar huis staat op 2 hectare (20.000 vierkante meter) grond, van oudsher agrarisch. De Indianen verbouwden al aardappelen op Long Island. Sagaponack betekent in de taal van de Shinnecock Indian Nation (stam): Land of  big ground nuts, Land van de grote aardnoten=aardappel. Een soort Zeeland  of Groningen dus.

Ook Barbara en haar man (in 2005 overleden) verbouwden groenten en aardappelen, naast hun gewone werk. Maar de belasting voor agrarisch gebruik van de grond is enorm gestegen, dus nu gebruikt ze de grond als bomenkwekerij. Geld wordt niet veel gebruikt, zegt ze, in de gemeenschap. We ruilen goederen.  Ook om de hoge belastingen te ontwijken. Want voor de oude families is het zuur. Zij bezitten land dat ze voor vele miljoenen zouden kunnen verkopen aan steenrijke New Yorkers. Maar zij willen hun bezit, land en huis, conserveren en doorgeven aan hun nageslacht. Omdat de overheid belasting heft over de waarde van hun bezit is voor hen het geld nauwelijks op te brengen. Met allerlei ingewikkelde constructies moeten ze een manier bedenken om het huis en de grond in de familie te houden en niet tegelijk failliet te gaan. Volgens de informatie die ik vond is de postcode van Sagaponack (2009) de duurste van de hele VS! Gemiddelde huizenprijs: $4,421,458 volgens Zillow.com. Inmiddels dus alweer gestegen. En dan heb je het nog niet over de waarde van bijvoorbeeld 2 hectare grond. (Klik hier voor een interessant artikel over Sagaponack en dit probleem)

Geweldig om, onverwacht en ongepland, zo’n levend museum binnen te stappen en overal aan te mogen komen en er zelfs van de tafel te mogen eten. Met als conservator de eigenaar zelf die met zoveel liefde een stuk Amerikaanse geschiedenis probeert te bewaren voor haar nageslacht.

Thrifting in the Hamptons?

Het is altijd even wennen in Amerika. Niet gewoon een koffie bestellen, nee, een keuze maken tussen acht verschillende mogelijkheden. Het valt nog mee, vergeleken met Starbucks. In de Golden Pear in Southampton, NY, is het self-service. Dit dringt tot me door wanneer de vrouw achter de toonbank geen aanstalten maakt mijn koffie in te schenken na mijn verzoek om koffie met de sterkste smaak. Ze raadt me de French blend aan, maar doet verder niets. Ze zei wel wat en na een paar seconden valt het kwartje: ik mag zelf inschenken. Ik giet vervolgens zo’n akelige papieren beker half vol, na aarzelend nog om een ‘ cup’ gevraagd te hebben. ‘ No cup’. Nou ja, dan maar zo. Koffie zal wel vies zijn, dus een halve beker is genoeg. Ik ga buiten zitten, naast een vader die zijn peuter roerei uit een papieren bakje voert. Even verder zit een oude dame met zonnehoed. Ik had haar al naar buiten zien komen, geholpen door iemand van de zaak. Ze loopt moeilijk, met behulp van een rollator.

Ik neem een slok van mijn koffie en heb onmiddelijk spijt niet een volle beker genomen te hebben. De smaak is namelijk prima. Te laat. Ik kan moeilijk bij gaan schenken en zeggen dat ik niet van volle bekers hou. Langzaam drinken maar. Ik voel me senang. Lekker naar het dorp gefietst, cafeetje gevonden, er ligt een lokaal krantje en ik verdiep me in de plaatselijke cultuur en wat dies meer zij. Het is niet echt warm, maar de zon doet haar best door te breken. Ik zit hier best.

De peuter naast me wordt onrustig, haar pappa plaatst haar in de wandelwagen en ze verdwijnt met haar ouders. Plotseling vraagt de oude dame me wat. Ze heeft een sterk accent, dat ik niet helemaal kan thuisbrengen, maar het maakt het moeilijk voor me om haar te verstaan. Ik merk ondertussen op dat ze mooie sieraden draagt. Geen diamanten maar kunstig gezette half-edelstenen. Echt een Southampton type denk ik bij mezelf. Rijke mensen hier. Ze vraagt me iets over de wandelwagen. Of ik weet dat die wel $4000 kost. Ik reageer met ongeloof. Ik denk tenminste dat ze dat van me verwacht. De rest van de conversatie is moeilijk te reconstrueren want ik knik veel ja en nee, terwijl ik werkelijk geen idee heb waarover ze het heeft. Op een gegeven moment verdiep ik me maar weer in de krant.

Ik sta op en ga wat neuzen in de winkeltjes in Mainstreet. Ik ga nergens naar binnen want alles ziet er duur uit en klein. Daar heb ik een hekel aan want dan komt er gelijk iemand op me af. Maar daar staat zowaar een rek met afgeprijsde kleding. Het staat buiten, dus ik kan zonder verplichting kijken. Heel In de verte zie ik de oude dame met haar rollater heel langzaam naderen. Ze gaat ook een beetje winkelen zeker. Ik keur de kleding aan het rek. Best leuke Billabong spullen. Ik vergeet even mijn omgeving. Na een minuut of wat hoor ik de oude dame me roepen. ‘ Hallo, hallo!’ Dit is mijn taak blijkbaar vandaag.  Deze oude dame aanhoren.

‘Ik zie je tussen de uitverkoop spullen kijken. Dan kom je hier niet vandaan zeker?’ Ik versta haar nu goed en zeg lachend dat ik inderdaad niet in het stadje woon. Samenzweerderig kijkt ze me aan. ‘Ik weet een hele leuke winkel die jij ook leuk zal vinden. Een tweedehands winkel hier om de hoek. Als je van afgeprijsde artikelen houdt dan hou je vast ook van een ‘ thriftstore’! Nu moet ik helemaal lachen. Wat een grappig mens. Met haar accent en hoed en mensenkennis. Ik vraag haar of ze in Southampton woont. Ze rolt met haar ogen. ‘Welnee, veel te duur! Ik kom hier ieder jaar voor een paar dagen, al heel lang. Maar maar langer dan een paar dagen gaat niet, want ik betaal $400 per dag’.

Ik prijs me gelukkig.  Drie weken gratis verblijf in een groot huis met zwembad, jacuzzi, fiets en dichtbij zee. In het goede gezelschap van mijn dochter. (De dochter van de oude dame leek wat minder gelukkig met haar spraakzame moeder)

Jetlag, de feiten

Mijn blog Jetlag, de kwaal joeg sommige mensen de stuipen op het lijf. Dat blijkt uit wat reacties die ik kreeg. Om direct maar iedereen gerust te stellen: het gaat weer prima! Het feit dat ik een blog erover schreef zegt al genoeg, want in de jetlag periode krijg ik nauwelijks een zin uit mijn mond, laat staan een blog uit mijn PC.

Zelfs mijn echtgenoot merkte op dat hij zich niet realiseerde dat het zo erg was. Terwijl we toch minstens driekwart van de tijd samen op trekken. Dat komt natuurlijk ook wel door het versterkende effect van het geschreven woord. Ik had het ook wat minder kunnen maken, zoals je bij de dokter altijd geneigd bent te zeggen dat het allemaal wel meevalt…Waarop de dokter vrolijk zegt dat het met een aspirientje vanzelf weer over gaat,terwijl je sterft van de rugpijn, ik zeg maar wat.

Ik schreef dus bewust over de symptomen, ook omdat veel mensen geen idee hebben dat dit niet zo uitzonderlijk is. Ik lees op internetfora over mensen die nog nooit depressief geweest zijn en na een lange vlucht naar hun vakantiebestemming (meest in oostelijke richting!) daar ’s nachts in hun hotelkamer huilend zich afvragen wat de zin van hun leven is en werkelijk niet weten wat hen overkomt. Ze hadden toch geweldige vakantieplannen en zitten in een prachtige omgeving?

Alles slijt, dus ook een jetlag. maar wat gebeurt er in vredesnaam in je lijf dat zulke heftige gevolgen kan hebben? Na het een en ander gelezen te hebben kom ik tot de volgende beschrijving.

Een verstoring in het circadische ritme, zo heet jetlag officieel. Oftewel: een verstoring in het slaap/waak ritme, maar dat wist iedereen natuurlijk al. Dat het komt door veel te snel per vliegtuig meerdere tijdzones (minstens 2) te overbruggen mag ook bekend wezen. Ons lichaam is er niet op gebouwd  zich zo snel aan te passen aan de latere tijd (meestal de lastigste aanpassing) van de nieuwe omgeving.

Nieuw voor mij was, toen ik wat aan het lezen ging over jetlag en de symptomen, dat we allemaal onze eigen biologische klok hebben die ons slaap/waak ritme regelt. Interessant genoeg is die niet hetzelfde voor iedereen. Ieder mens heeft een eigen 24 uur ritme in lichaamstemperatuur, afscheiding van bepaalde hormonen, hartritme, slaappatroon, plasbehoefte, trek aan eten en drinken enzovoort. De VPRO-NTR had vorig jaar in februari een interessante documentaire over onze biologische klok. Ook lichaamscellen vertonen een bepaald 24-uur ritme in gevoeligheid. Onderzoek probeert vast te stellen hoe dat ritme voor ieder persoonlijk verloopt omdat dit verschil  kan maken wat betreft effectiviteit in de werking van medicijnen en chemotherapie voor kankerpatiënten bijvoorbeeld.

Verstoring van de melatonine productie in ons lichaam speelt een belangrijke rol bij jetlag. Het is een hormoon dat ’s nachts, in het donker, wordt aangemaakt en ons slaperig maakt. Met een jetlag echter, wanneer je lichaam van slag is, kan melatonine ook overdag door je lijf stromen, zeker wanneer je in bed blijft liggen, met de gordijnen dicht! ’s Nachts gebeurt dan het tegenovergestelde, je kunt niet slapen omdat je stijf staat van de cortisol, het wakker-hormoon en je dwaalt door het huis.

Jetlag is heftiger wanneer je in oostelijke richting reist. Richting het oosten raak je tijd kwijt, want het is uren later waar je aankomt dan je lichaam denkt. Ook het aantal tijdzones speelt mee: hoe groter het tijdsverschil, des te langer last. Volgens de NASA heb je voor ieder uur tijdsverschil 1 dag aanpassing nodig. Maar ook dat blijkt heel individueel te zijn. Ik heb voor ieder uur minstens een week nodig, volgens mij! Overigens, zoals bij alles, speelt ook leeftijd (helaas) een rol.

Behalve vermoeidheid en slaapproblemen zijn er dus ook die andere symptomen die herhaaldelijk genoemd worden op de sites die ik bekeek. Ik vond bijvoorbeeld het onderstaande rijtje:

  • vermoeidheid,slapeloosheid
  • gebrek aan concentratie en motivatie
  • prikkelbaarheid, depressie, verergering van psychiatrische stoornissen
  • hoofd- en spierpijn, wisselende lichaamstemperatuur
  • indigestie, darmklachten

Het laatste waar je op zit te wachten wanneer je terug komt van vakantie of er net aan begint!

Op een site voor reisinformatie en -tips las ik deze 10 tips, speciaal voor gevoelige typetjes zoals ik, want uiteraard,wanneer je gevoelig bent voor depressies zul je ook meer last hebben van de gevolgen van een jetlag. Zaak is om dat dan ook te accepteren en jezelf niet teveel te pushen.

En om met een vrolijke noot te eindigen: Hamsters worden dommer van jetlag en malaria parasieten doen het een stuk slechter met een jetlag. Dat is dan weer goed nieuws!

Jetlag, de kwaal

De ochtenden zijn het moeilijkst. Slapen (áls ik dan eindelijk slaap) is: ‘er niet zijn’, niets hoeven doen, niet hoeven reageren, op niets. In m’n bed ben ik veilig. Maar dan komt, onvermijdelijk, het moment van wakker worden. Meestal is de wetenschap dat er beneden een schaaltje muesli-met-banaan wacht en mijn favoriete  Nederlands Dagblad voldoende om me van een liggende naar een zithouding te bewegen. Benen over de rand van het bed, iets aanschieten en de moeilijkste stap is genomen: ik sta náást mijn bed.

Trap af. De dag is gestart. Ontbijt eten, krant lezen (niet te veel lange artikelen), Facebook checken, mail checken en dan is het op. De ochtendactiviteiten die me op de been hebben geholpen zijn klaar en de volgende horde wacht: aankleden. Ik sta op, beweeg me naar de deur, ondertussen alle onvolkomenheden waarnemend in woonkamer en keuken. Viezigheid, rommel, klussen die nog gedaan moeten worden, het zweet breekt me uit. Eerst aankleden, dan voel ik me beter. Boven moet ik me focussen op precies dat: wassen, kleren uitzoeken om aan te doen en niet meer. Mijn geest werkt op negatieve energie en ziet alleen wat ontbreekt en nog gedaan moet worden. Ik moet mezelf bij de haren nemen om eerst de belangrijkste taak te volbrengen, me toonbaar maken voor mijzelf en voor de wereld. 

Dat helpt. Ik voel me niet langer een slons in pyjama, maar een vrouw met aan de buitenkant in elk geval een toonbaar voorkomen. En dat heeft invloed op de binnenkant. Ik lees, uit gewoonte, een of twee psalmen en het lijkt of er deze weken alleen klaagpsalmen voorbij komen. Maar ook steeds weer de uitroep: God is trouw. Ik voel er niet veel bij, maar weet: dat hoort er allemaal bij. Geduld.

Nu komt de keuze: wat ga ik doen aan de lange lijst van, in mijn ogen tenminste, onvolkomenheden. Waar ga ik wel wat aan doen en wat is onzin. Het lijkt wel of iedere dag de WC schoonmaken bovenaan staat (daar heb ik nl. de grootste hekel aan). En de was. Maar ook al die pluimen stof overal. En eigenlijk de deuren. En de vloer. Ik spreek mezelf ernstig en liefdevol toe: Margreet, moet je nu echt, juist als je je niet goed voelt, allemaal dingen gaan doen die je niet leuk vindt? Pak er één of twee! – Soms ben ik blij met mezelf. Vooral als ik me beroerd voel, want die andere ik in mijn hoofd is heel schappelijk en relaxed. Gek dat die dan niet het roer kan overnemen van die irritante, slecht gehumeurde slavendrijver!

Ik doe een paar karweitjes en voel me ietsjes beter. De dag is nog lang, maar uit ervaring weet ik dat, naarmate het later wordt, de zware stemming lichter wordt.

Even naar buiten maar. Frisse neus halen. Ik fiets wat rond maar kan het nog niet opbrengen naar het stadje te gaan. De gedachte alleen al maakt me naar. De frisse wind doet goed. Ik raak in gesprek met één van de buren en voel opnieuw hoe het zweet me uitbreekt. Mijn tong lijkt niet te willen en ik probeer er zo snel mogelijk een einde aan te maken. De woorden moeten van zo ver komen, het maakt me moe. Thuis ga ik maar even liggen. Op de bank, met een boek. Lezen is altijd een mogelijkheid om me terug te trekken.

Praten valt me zwaar, dus ik voel me ongezellig voor mijn echtgenoot. Op zijn vragen en verhalen heb ik niet zoveel respons. Ik span me in en voel weer die intense vermoeidheid me overvallen. Mijn lijf voelt aan als een zwaar blok beton. Ik wil gaan liggen, maar mijn andere ik wil niet en fluistert: ga naar buiten. Ik ga naar buiten en loop weer een stukje. Daar knap ik van op. Ik maak het eten klaar maar heb moeite om er iets lekkers van te maken. Het lijkt of mijn smaak anders is. Alles smaakt hetzelfde. 

Twee weken verkeer ik in deze toestand van jetlag. Ik slaap onrustig, áls ik slaap droom ik hevig en op rare tijden word ik wakker en kan onmogelijk in slaap vallen. En dan komt er eindelijk weer die dag waarop ik me realiseer: ik ben er weer. Ik kan praten zonder het gevoel te hebben dat mijn tong van zwaar leer is, ik kan weer relativeren: een beetje vies is heel gezond en het nog geloven ook. Ik hoor de vogels fluiten en zie de boeren hooien in de lentezon. En de Psalmen van Nu CD die opstaat zingt:  Want Hij kijkt naar ons.

Het leed is weer geleden.

Next: Jetlag, de feiten

Hometown

SAM_0578

Boston is getroffen door een aanslag. Boston, de stad die ik meer dan enig andere stad beschouw als mijn ‘hometown’, terwijl ik er niet eens gewoond heb. Wel is het de enige stad waar ik al veertig jaar terugkom. In diezelfde periode heb ik met man en kids in minstens 15 huizen gewoond en in vele verschillende steden wortel geschoten. Maar  Boston bleef Boston, altijd op dezelfde plek, het appartement van mijn schoonouders: Harbor Towers. Ik wandel in dezelfde buurten en neem dezelfde routes. Langs de haven, naar het centrum, de Italiaanse wijk: the North End, Boston Common, het park, de Back Bay met z’n leuke winkelstraten als Newbury Street, Boylston Street, Boston Public Library, Copley Square (de chique Mall waar je alleen maar kunt kijken), allemaal bekende namen en vertrouwde plaatsen. Als was het mijn geboortestad.

Wonderlijk hoe dan een (naar verhouding ‘milde’) aanslag je treft als een moker: in mijn stad, hoe is dit mogelijk? Mijn eigen gevoel van veiligheid wordt hier rechtstreeks aangetast. Ik liep daar altijd vrolijk rond en een of andere gek durft het aan dáár een bom te plaatsen??

Het maakt me beschaamd. Waarom raakt dit me dieper dan alle bomaanslagen in talloze, door oorlogen en conflicten verscheurde landen? Hoeveel kinderen zijn er al niet omgekomen in de afgelopen tien jaar? Als gevolg van onbegrijpelijke, zinloze conflicten?

Misschien balt in de dood van het  Amerikaanse jongetje wel alle zinloosheid zich samen.  Dat jongetje dat daar vrolijk op zijn vader stond te wachten, bij de finish van de marathon en door een spijkerbom van het ene moment op het andere zijn leven verliest. De zinloosheid van alle geweld, alle machtszucht, alle onderdrukking en alle onrecht waardoor kinderen (en hun ouders) in de wereld lijden en sterven. 

In de psalmen klinkt zo vaak de klacht: waarom laat U het toe, God, dat onrechtvaardigen zegevieren en het lijken te winnen van de rechtvaardigen? Vanmorgen las ik psalm 92. De onrechtvaardigen (die doen wat God niet wil) lijken te groeien en bloeien, succes te hebben, terwijl de schrijver in het verdomhoekje zit voor zijn gevoel. Dan komt er een beeld: onkruid groeit en bloeit snel. Geeft de indruk van overwinning. Maar vergis je niet, de rechtvaardigen zijn als palmbomen, als ceders. In de tuin van God’s huis geplant.  Goeie bodem dus. Maar meer nog: bij bomen heb je geduld nodig. Voordat die hun indrukwekkende hoogte bereiken heb je heel wat geduld nodig. Een iele boomstam en welig tierend onkruid..Wat lijkt sterker?

Met andere woorden: het is niet wat het lijkt. De bommengooiers, de geweldenaars, de onderdrukkers zullen het niet winnen. Dat is het perspectief dat de Bijbel mij geeft. Alleen zo kan ik het vreselijke van het geweld en het lijden in de wereld ‘verdragen’. God belooft: Het heeft niet het laatste woord.

Dat dat tot troost mag zijn voor de nabestaanden en gewonden van de aanslag in Boston. Op deze aarde nog wel, (tot ik in Sion woon): My hometown.

Last Reunion

photoEn zo zitten we allemaal weer in een kamer bij elkaar. De familie. Net als we in 2011 in Lenox, VS, onze reünie hielden. De broers en zussen, sommige neven en nichten, aanhang. Het is even lawaaierig en luidruchtig als altijd. Sommigen spelen gitaar, we zingen, oude anekdotes doen de ronde en er wordt keihard gelachen. Dan slaan de emoties weer toe, de een na de ander barst in tranen uit. Om de beurt zitten we naast haar bed, houden haar hand vast. In het midden van de kamer staat namelijk het  sterfbed van Blanca, de Mater Familias van deze familie. Geen betere omgeving dan deze voor haar om haar laatste weken, dagen, uren door te brengen. Al haar baby’s bij elkaar. Haar zes kinderen. Ze is 91 jaar en ze heeft 67 jaar gezorgd voor haar zes kinderen, hun partners, haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. .  

Cultuurschokje

Mijn echtgenoot reist momenteel van hot naar her in Zuid Korea. Prachtig land, met vriendelijke mensen en ongelofelijk lekker eten. We hebben er bijna 9 jaar mogen wonen. Er zijn contacten met vrienden maar ook op kerkelijk niveau. In dat kader is echtgenoot er nu een paar weken.

Met zijn gastgezin ging hij naar de sauna. Nu is een sauna in Korea per definitie gescheiden. Dat was geen probleem, dus. Alvorens de sauna in te duiken werd er fitness gedaan. Rennen, toestellen en wat dies meer zij. Na afloop splitste de familie zich in tweeën om het sauna gedeelte in te stappen. Echtgenoot was al opgelucht toen bleek dat hij gewoon lekker kon gaan douchen. Gezellig in één ruimte, zoals hij dat in Nederland ook gewend is.

Na het douchen bracht zijn gastheer een spiernaakte man naar hem en toe en kondigde aan dat die hem ging masseren. Enigszins in verlegenheid gebracht probeerde echtgenoot eronder uit te komen. ‘Niet nodig, zo ook al lekker gedoucht…’ en meer zwak verweer. Want een naakte man aan zijn lijf, daar zat hij niet op te wachten. Na aandrang van de gastheer (kom op, Korean Style, hoppa!) belandde hij dan toch op zijn buik op de massagetafel. Met een scrubdoek werd het vel van zijn rug geschrobd, zodat hij gillend langzaamaan in brand stond.

Al met al was het toch wel een heerlijk massage. Je moet je gewoon aanpassen aan je omgeving.

PS Ter verduidelijking: in de 80’er jaren toen wij daar woonden waren er wel badhuizen en dergelijke voorzieningen waar keurig aangeklede mannen en vrouwen (vaak blind!) massages gaven. Sauna’s en fitness ruimtes zijn een latere ontwikkeling, net als hier in het Westen.

Jetlag

Er zit iets in mijn hoofd waarvan ik vermoed dat het in elk geval mijn hersenen zijn waarmee ik in een vorig leven kon denken.

Erom heen zit echter een soort rubberen laag die maakt dat gedachtes, voor zover die er zijn, traag en moeilijk te vatten zijn.

Mijn lijf voelt aan alsof ik in de laatste twee dagen 100 kilo zwaarder geworden ben. En mijn benen zijn zwak en willen niet.

Eigenlijk wil dit hele lichaam alleen maar plat liggen, met gesloten ogen en een zacht muziekje op de achtergrond tot de alles omarmende zoete sluimering mij weer bevangt en meevoert naar het rijk der slapenden.

Reizen is fijn, thuiskomen beter, maar jetlag is erg.