Observations of a non-American visiting Boston – Travels,tidiness and trash

I read Americanah, written by Chimamanda Ngozi Adichie, a Nigerian writer. In the novel, the leading character, Ifemelu, writes a blog: Observations by a non American Black.
Inspired by the idea I want to write a few blogs while I’m here in Boston, visiting my father-in-law Chris, titled: Observations of a non-American visiting Boston. Let’s see what I come up with. I’m writing in English so my American family can read it as well…(do I really want that?)

Traveling with Americans is always relaxed. They communicate easily and are usually interesting to talk to. This is probably a generalisation, but so far it is my experience and I have traveled here for almost 40 years now. My fellow passenger waiting for our delayed plane in Dublin was a real traveler ‘American style’. He had traveled far and wide around the world, always in the form of bustrips or cruises. A cruise along the Yangtze in China for three weeks, a bus tour through eastern Europa in two weeks, a bus tour in India, now he just returned from a two week trip through Italy, by bus. He was tired, he said. It was a lot to take in, in a short time. I told him we Dutchies joke about American tourists like him, “doing Europe in a week”. He laughed and admitted it was probably their lack of patience to stay put somewhere longer than a couple of days. When you cross the ocean you want to see it all. Probably it’s also related to the way vacations get organised, trying to overcome language barriers. Americans speak only English (or Spanish) so to get around they feel safer on a tour. The gentleman I talked to was from Greek/Albanian descent, but didn’t speak the language.

After a long wait and a lot of speculating and joking around about the source of the delay troubles, we finally boarded and flew without any further problems to Boston.

Our plane crew was Irish, so no observations on their Americanness. I watched three American movies, which turned out to be very good. The Homesman, You’re not you (bad reviews, but I thought it pretty good), and I forgot the third one, probably wasn’t any good after all.

Walking around the neighborhood today, I enjoyed watching the busy streets and parks. It’s Memorial Day weekend (no Pentecost days here) and everybody is out to enjoy the first balmy weather. Shorts, tanktops, skirts and dresses, everybody is determined to get some sun! I noticed very short skirts and dresses, on sometimes very chubby girls. Not very becoming.

I noticed with great delight the absence of DOGPOOP! Nowhere to be found. Why I ask, why is it that in our so called ‘clean and well organised’ country we cannot seem to solve that filthy problem? Why do Americans clean up their mess and we don’t?

As a non-American I miss a place to sit down with a cup of coffee. Oh, I know there are dozens of Starbucks, Dunkin Donuts and what not, to pick up a gallon of coffee, but I miss the sitdown places where coffee is served in porcelain cups, accompanied by a small coockie. I would like to know what the amount of waste is in one single day in the city of Boston. Waste of only the take away plastic or paper coffee cups. The ‘take out’ culture in America is so deeply ingrained that I wonder if that could ever be changed.

Greeting in stores is something I have learned to handle over the years. But today’s  greeting at the local supermarket left me speechless: Wassup? I know the expression (short for What’s up?), but what is the appropriate answer? I mumbled something like: I’m good..but felt very foreign.

I see many people of Asian, Indian or South American descent, but no Muslim people. At least not recognizable by headcovering.

Loving the outdoors on a beautiful day is universal: many families were out enjoying the sights and having fun!

Het verlaten Gola en de schoonheid van familie-erfgoed

Een half uur rijden van Igoumenitsa, naar het noordoosten, ligt het bergdorp Gola. Bakermat van schoonzoons familie van vader’s kant. In de winter (bijna?) geheel verlaten, in de zomer bewoond door families die naar hun familiegeboortegrond terugkeren voor een paar weken, vanuit de hete steden als Athene. Niet dat het koel is in Gola. We hadden het al behoorlijk warm in de felle zon, begin mei. Maar er is de ijskoude rivier, en natuurlijk de zee op rijafstand.

spookdorpgola

olivegroves1

We lopen vanaf het familiehuis van schoonzoon naar het oude dorp waar zijn opa en oma woonden en andere familieleden, inmiddels overleden. Hun kinderen zijn over  Griekenland uitgewaaierd, vanwege het werk. Het dorp is langzaam leeggelopen. Er woont (bijna) niemand meer. De school is dicht, het café op de hoek, met het terrasje onder de hoge boom, is dicht. Ik zie de schaduwen van de oude mannen van het dorp, uitrustend van het harde werken waaruit hun leven bestond. Bij de halte van de bus, die niet meer rijdt, staat een rij bankjes, leeg. Zoon neemt een foto: symbool van de verlatenheid van het dorp

spookdorpgola2

We lopen langs het huis waar opa en oma woonden. Het is vervallen en overwoekerd door planten. We klauteren op wat stenen en kijken door een raampje naar binnen. Daar leefden deze mensen, jarenlang. Het stemt ons melancholisch. Het is een leven wat verdwenen is. De rozentuin is verwilderd. Grote venkelstruiken wuiven met het felgroene loof in de wind en felle zon. De geur van bloemen en kruiden is overweldigend. Oregano, tijm, allerlei soorten bloemen die ik niet benoemen kan, acacia’s, de geur wordt verstikkend in de warmte en ik moet weg uit de smalle doorgang naast het huis. Het is er steil, dus ik klauter met enige moeite, hoestend en met een dikke keel omhoog. De rest gaat verder naar beneden, naar het kerkhof bij het kerkje wat er nog fris bijstaat. In de zomer worden daar de gestorven geliefden herdacht, denk ik. Zo leven die toch verder hier, als schaduwen weliswaar, maar sterk en krachtig in de herinneringen van de levenden.

Op het kerkhof ligt familie begraven, onder andere de opa en oma en een oom van schoonzoon.

opaomagoros

Gola vormt een hoogtepunt van onze reis. Gola brengt ons bij een stuk van het leven van de familie van schoonzoon dat tot nog toe onbekend bleef, want niet gezien, niet meegemaakt. In het dorp geweest te zijn, er rond gelopen te hebben, de geuren opgesnoven, de graven gezien, het maakt dat ik nu een beeld heb bij het Griekenland van zijn voorouders.

Nu nog de Antillen voor een ander stuk van de familie.

Griekenland is voorbij. Een volgende reis staat voor de deur. Maar Griekenland zal me nog lang heugen. Het is een plek waar ik zo weer heen wil. De koffietjes, de gastvrijheid, de heerlijke zon, de zee, de bergen, de natuur, de killer-bakhlava’s (die daar anders heten, maar ik weet niet meer hoe) de gekookte geitensoep (heerlijk!), de reuzenbonen schotels, de terrassen waar je tijdenlang kunt zitten op één consumptie (gemiddeld 93 minuten volgens mijn reisgids), ach, ik kan nog wel even doorgaan.

Iedereen moet gewoon zelf gaan kijken!

Voor ieders informatie: In de zomer is het dorp Gola levendig en vol van de mensen die terugkeren voor de zomer. Onze beleving is die van de periode dat het dorp rust en wacht.

“In den Koekoeksklok”, sneeuw, strand en een verlaten spookdorp

Ons hotel in Metsovo,Griekenland
Het hotel is traditioneel ingericht. Veel (hand)houtsnijwerk, geborduurde gordijntjes met Griekse motieven, kussens van geweefde stoffen in weer andere Griekse patronen die wat aan kelims doen denken. Het is er knus. Het geeft me steeds het gevoel dat we in een koekoeksklok logeren. Buiten is het andere koek(oek)! Zwembad, jacuzzi en een schitterend uitzicht!

hotelmetsovohotelmetsovo1

 

 



 This photo of Metsovo is courtesy of TripAdvisor




metsovo

METSOVO
Het dorpje ligt in het Pindus gebergte. Op 1200 meter hoogte. Het is een schilderachtig, oud dorp. In de Ottomaanse tijd (14e-19e eeuw) genoot het privileges in ruil voor het bewaken van een bergpas voor de Turken, lees ik ik in mijn gidsje. Er staat een zeer oude kerk en langs de steile hellingen zie je nog prachtige oude huizen, met houten veranda’s en leistenen daken. De oorspronkelijke bewoners herken je goed tussen de import en de toeristen. Oudere vrouwen in het zwart, met een hoofddoek-met knoop-in de nek. Eronderuit steken twee lange vlechten. Ze hebben hun eigen taal, die niet gerelateerd is aan het Grieks, maar aan het Latijn. De theorie is dat het nazaten zijn van Romeinse kolonisten. Ze worden Vlachs genoemd of ook wel Aroemenen. ‘De Vlachen stammen voornamelijk af van geromaniseerde Thraciërs en mogelijk ook Illyriërs, en Romeinse kolonisten. Als zelfbenaming gebruiken alle groepen een variant van het woord romani’ (Wikipedia).
Mijn fantasie wordt door zulke informatie enorm geprikkeld.

Op het plein zitten in de schaduw rijtjes oude mannen op een bankje, enigszins verbouwereerd, de hele dag naar de drukte van bezoekers te kijken. Wat is er van ons dorp geworden, zie je ze denken. Pas in de laatste vijf jaar is het dorp ontsloten voor bezoekers en reizigers vanwege de Egnatia Odos, de Via Egnatia. Een prachtige snelweg die door tientallen tunnels voert, van Oost naar West, vernoemd naar de oude Romeinse weg waarop de apostel Paulus van Philippi naar Thessaloniki (en Berea) liep. De weg is met Europese subsidie gebouwd en betekent veel voor zowel de bergdorpen en de westkust. Er is sinds vijf jaar veel meer toerisme op gang gekomen. Goed voor de economie dus!

De bergweiden rondom Metsovo worden al eeuwen begraasd door kuddes geiten. Eind mei gaan ze van de winterweides naar boven en vreten ze hun buik rond aan de sappige begroeiing van planten en bloemen.  Gelukkig kunnen wij nog genieten van de bloemenzeeën. Wilde orchideeën en helleborus, blauwe druifjes, primula’s en wolfsmelk en nog veel meer bloemen die ik niet benoemen kan. Het is er fabelachtig mooi. Tijdens een wandeling pauzeren we aan een bergbeekje, met uitzicht op het grote Aoös stuwmeer en de besneeuwde bergen in de verte.

Orchidee
Orchidee, foto Lukas Batteau

 

In de verte het Aoös stuwmeer
In de verte het Aoös stuwmeer, foto Lukas Batteau

Onze hotelgastheer is vriendelijk, gastvrij en behulpzaam. Wat een verademing, in tegenstelling tot Frankrijk vaak, zijn de mensen hier zonder uitzondering vriendelijk en bereid om Engels te spreken. Eén ‘calimera!’ en ze doen alles voor je. We krijgen een warm, welkom gevoel en het ontbreekt er nog net aan dat de gastheer en zijn vrouw ons komen instoppen ’s avonds!

Sivota
Vanaf Metsovo voert de reis verder naar Sivota, aan de westkust, onder Igoumenitsa, vlak onder de grens met Albanië. Onze B&B ligt aan het strand. De eerste week van de vakantie, in Thessaloniki kon ik me nog niet voorstellen dat ik in zee zou zwemmen, nu is het bijna het eerste wat we doen! Wel langzaam doorkomen, maar dan: ..aaah het heldere water van de Ionische zee! We hebben de stranden bijna voor onszelf. Dit seizoen is ideaal om hier te reizen!

In Sivota geven we ons over aan nietsdoen, strand en familiegenot. Doel van dit onderdeel van de reis is immers voornamelijk het geboortedorp van de opa en vader van onze schoonzoon bezoeken, Gola, hogerop in de bergen. Dat doen we op een gegeven moment met de hele familie. Een hele bijzondere ervaring. Een spookdorp in de bergen, verlaten door de bewoners op zoek naar werk. Alleen in de zomer komen de mensen die er nog huizen en grond bezitten terug, om de hitte van de stad waar ze wonen en werken te ontvluchten.

panorama gola
Panorama Gola. Foto Lukas Batteau

Ik wijd er nog een aparte blog aan. Wordt vervolgd!

Griekenland 2015 – Kassandra, Pella en Paulus

kassandraIk heb met twee voeten in het water van de Kassandra Golf gestaan en ben er toen snel weer uitgerend. Koud! De zon op mijn huid voelde weldadig, het water aan mijn voeten was nog ijs. Ik zie mezelf deze reis nog niet in badpak in het water spartelen, hoe graag ik dat ook zou willen! April is lente, zelfs in Griekenland. Mooie lente, dat wel. Warmer en zonniger dan in het Noordelijk halfrond. Sinds vorige week geen jas nodig gehad, geen paraplu. ’s Avonds nog wel heerlijk een vest en in bed een dekbed. Mijn ideale klimaat.

kassandra

Buiten bloeit alles hevig (Vasalis). In onze stadstraat zijn de bomen intens groen, de bloesembomen in andere straten zijn knalroze en de wilde bloemen langs de weg zijn door de felle zon neonroze, -rood, -blauw, en -geel.

Het schiereiland Kassandra was één uitstapje, een ander was dat naar Pella. Geboortestad van Alexander de Grote (356-323 voor Chr.). Vanuit Pella is hij zijn grote veroveringstocht begonnen richting het Oosten. Hij is zo ver als het Noorden van India gekomen. Omdat zijn soldaten het getrek beu waren is hij omgekeerd, maar niet linea recta terug gegaan naar Griekenland. Hij maakte een behoorlijke omweg en is onderweg in Babylon gestorven aan koorts. 33 jaar is hij maar geworden.

Pella, ten N-W van Thessaloniki
Pella, ten N-W van Thessaloniki

In Pella is het begonnen, daar heerste zijn vader Philip als koning en werd Alexander opgeleid o.a. door Aristoteles . Nu is daar, naast een archeologische site, een indrukwekkend archeologisch museum. Meestal ga ik gapen bij het woord archeologie. Na 3 scherven en 4 vuurstenen heb ik het wel gezien. Het vraagt teveel van mijn fantasie om me daar iets bij voor te stellen. Ik ben meer van de wat latere geschiedenis, met echte plaatjes en zo.

Dit museum echter overtrof al mijn verwachtingen. De overweldigende rijkdom aan vondsten in de regio van Pella is tentoongesteld op zo’n fraaie manier dat je het leven van de Macedoniërs mee ingezogen wordt. De vondsten dateren vanaf de 5e eeuw voor Chr. en zijn van hoge kwaliteit. Prachtig gereconstrueerde voorwerpen. Van het dagelijkse leven, van het religieuze leven, van het koninklijke leven. Van een sierlijkheid en schoonheid dat je je afvraagt of het wel echt is. Zo blasé ben ik dan. Het is te mooi voor mensen uit die tijd…pffff.

crowngoldpella'15
Eikenbladeren gouden kroon met eikeltjes
Gouden dodenmasker met sieraden voor een koningin
Gouden dodenmasker met sieraden voor een koningin

En het goud! Het meeste is gevonden in graven rondom Pella, als grafgiften voor het leven na de dood. Ringen, kettingen, armbanden, gebruiksvoorwerpen. Wat waren deze mensen voor kunstenaars dat ze dit konden fabriceren? Volgens de gids, die ons vrijwillig begeleidde in het uitgestorven, marmeren gebouw, zijn tot op heden nog geen overblijfselen gevonden van iets dat maar op een goudsmederij lijkt. Maar het goud is bewerkt op een manier die de hand van de meester verraadt. Flinterdunne repen goud, gegraveerd met bloempatronen of andere fijne decors. Kettingen met bedeltjes zo fijn dat, volgens de gids, men wel iets van een lens-achtig iets gehad moet hebben, zo delicaat is de bewerking. We zijn diep onder de indruk, van zowel de schoonheid als van de hoeveelheid goud. Als Dijsselbloem hier maar geen beslag op gaat leggen.

We rijden het (nieuwe) stadje in om wat te drinken. We parkeren onze auto en lopen richting een terrasje. Een paar mannen zijn een looppad aan het aanleggen in een moestuin. Een van hen roept ons toe: ‘Where are you from?’ Men ziet blijkbaar direct aan ons dat we toeristen zijn. ‘Holland!’, roepen we. The Netherlands kennen ze hier niet. ‘Aah!’, roept de man, ‘Jeroen!’

no greek beer
no greek beer

Echtgenoot pijnigt zijn geheugen om een voetballer te bedenken die Jeroen heet, vertelt hij later, maar ik heb ‘m door! ‘Yes, Jeroen Dijsselbloem!’ roep ik neutraal, want ik weet niet hoe de pet staat hier. We riskeren niets en roepen: ‘Not so good, right? Too strict?’ De man kijkt ons aan en denkt even na en verklaart dan heel ernstig:  ‘I think Jeroen is a good man, good for our economy. He means very well.’ We worden er warm van. Jeroen is tenslotte ook een beetje van ons. We wensen hem sterkte en zoeken een terrasje op. Om de Griekse economie weer een kleine impuls te geven bestellen we Grieks bier. ‘Sorry’, zegt de kelner, ‘we only have Heineken and Amstel’.

Ja, zo schieten we niet op natuurlijk!

Onze tien dagen Thessaloniki zitten erop. Het was een zeer boeiend bezoek aan deze stad. Er is veel te zien aan (zeer oude) kerken, ruïnes uit de Romeinse tijd en de heerlijke zee altijd in de buurt. Het is er levendig, heel veel jonge mensen, alle terrassen zitten altijd vol. We hebben lang niet alles gezien nog.

agora
Agora Thessaloniki

Indrukwekkend was ook om over de Agora, marktplaats, van het oude Thessaloniki te lopen waar vrijwel zeker de apostel Paulus ook zijn werkplaats gehad moet hebben als tentenmaker en waar hij problemen kreeg met de Joden omdat ze niet wilden dat hij er het evangelie over Jezus als Messias verkondigde. Ze beklaagden zich bij de Romeinen en lieten hem wegjagen. Onder de Griekse bekeerlingen tot het jodendom waren er namelijk die de woorden van Paulus geloofden. Hier speelde zich het af. We hebben als eervolle nagedachtenis een kleine magneet-icoon van de apostel Paulus gekocht. Iconen te kust en te keur maar deze was toch moeilijk te vinden.

Morgen vertrekken we naar de bergen. Naar Metsovo. Wordt vervolgd!

Griekenland 2015 – Dieven, Duits en Doe-oeg!

Dieven

Vrijdag lopen we naar het Museum van Volkenkunde, niet ver van waar we een AirBnB hebben in Thessaloniki. We bivakkeren in de nieuwe stad, één en al hoogbouw, maar op een plezierige manier gebouwd. Om problemen met parkeren te vermijden lopen we de meeste afstanden. Dat is ook een leuke manier om de stad ‘op te snuiven’ en dingen te ontdekken die je niet persé zoekt, zoals die dag een grote, open markt in de Chalkidikistraat. We lopen er min of meer tegenaan.

Kim's impressie van de vismarkt
Kim’s impressie van de vismarkt

We besluiten er een tijdje rond te lopen. Hadden we dat maar nooit gedaan. We zien veel kleding, veel tassen, zoals op elke markt in de wereld. Maar allengs begint het voedselgedeelte. En dan vind ik het interessant worden. Prachtige fruit en groente, gedroogde vruchten, kazen, enorme kramen met alléén maar olijven. En dan de kramen met oogverblindende, zilver-verse vis: makreel, sardines en soorten waarvan ik de naam niet ken, maar die zo mogelijk nog meer versheid spetteren dan de sardientjes en de makreel tezamen. Oh, wat een schoonheid bij elkaar. Verse inktvis, gamba’s, glinsterend zwarte mosselen, het houdt niet op.

Ik besluit van al dat moois een foto te maken. En dat is het moment waarop onze dag in één seconde verandert van puur plezier in frustratie van het zuiverste soort. Ik zeg het netjes. Ik grijp namelijk in een leegte. Na drie keer mijn tas ondersteboven gekeerd te hebben is het 100% zeker: mijn mobiel is er niet meer. Verschwunden, gepikt, weg! Alle behulpzame Grieken weten onmiddellijk wie het gedaan hebben: de Bulgaren. Dat weet ik niet. Wel dat een of andere gluiperd zijn tengels in mijn tas gestoken heeft en mijn digitale smartbaby gestolen heeft. Ik ben geamputeerd.

Naar de politie. Niet makkelijk te vinden. Als we in Nederland meer blauw op straat wensen, dan weet ik niet wat er op het politieke verlanglijstje van de Grieken staat: we moeten de eerste patrouillerende agent nog tegenkomen hier. Het kost ons nogal wat moeite het politiebureau te vinden dat nergens aan de buitenkant is gemarkeerd met zelfs maar het woord politie. De blauwe hekjes buiten zijn eigenlijk het enige wat ons doet vermoeden dat hier (wellicht) het bureau is. Zijn de Grieken misschien anti-politie door hun militaire verleden?

Binnen spreken we een aardige politieagent in burger. Zijn kantoor ziet er meer dan armetierig uit. Stoeltjes met het schuimrubber eruit puilend, gordijnen met af en toe een haakje en aan de muur vergeelde iconen, uitgeknipt uit een tijdschrift en scheef ingelijst. De man spreekt gelukkig Engels en begint met de aangifte. Tot mijn grote verbazing is de eerste vraag hoe mijn vader en moeder heten. Ik schiet in de lach en zeg dat die allang dood zijn. Ik vind het ontroerend eigenlijk dat ik op mijn zestigste nog beginnen moet met de namen van mijn pappa en mamma. Father: Henk en mother: Coba, schrijf ik op een wit vel papier voor de agent. Ze moesten eens weten. Het zal een reden hebben en ik ben tenslotte nog steeds hun dochter…Na lang wachten is het formulier klaar. In het Grieks. No English? No English. No Deutsch? No Deutsch.

Een rotdag dus.

Duits

Vandaag waren we in de Grieks Evangelische Kerk. Hartje Thessaloniki. Op goed geluk erheen gereden met het voornemen de dienst te ondergaan al zouden we er niets van begrijpen. Maar onze achterbuurvrouw regelt bijna onmiddellijk een tolk voor ons. Een Griekse zuster die in Duitsland opgroeide als kind en simultaan de preek voor ons vertaalt in het Duits. Een Zweedse zuster luistert mee. Na de dienst worden we hartelijk begroet door verschillende mensen, ofwel in het Duits (oudere broers en zussen) ofwel in het Engels (jongeren). Men is heel gastvrij en vriendelijk. De voorganger van vandaag, Alexandros Pipilios  komt uit Athene en heeft in Amerika gestudeerd. Hij kent zelfs Nederlandse theologen. Zoals Stefan Paas en Rikko Voorberg. Kleine wereld. Alexandros leidt een gemeente in een achterstandswijk in Athene. Leuke kennismaking!

Doeoeg

Na de dienst zoeken we een terrasje (when in Rome…) voor een kop koffie. Ik neem een dubbele espresso. Verrukkelijk. De Grieken weten hoe je een kop koffie moet zetten. In de zon, met een zacht windje vanaf zee, ah..het leed van de telefoon lijkt lang geleden. Wat doen bezittingen ertoe wanneer je na een mooie kerkdienst-met-avondmaal je zo mag koesteren in de zon en het Licht van Gods liefde?

Als we de auto gaan ophalen uit de garage stoppen we nog even bij een eettentje waar we een quiche-achtige snack kopen voor middageten. De Griekse verkoper wil weten waar we vandaan grieksemankomen en als ik ‘Nederland’ zeg begint hij te stralen en roept heel hard: Goe Gaat Get?? Hij heeft op de Griekse eilanden gewerkt vroeger en een mondje Nederlands geleerd. Hij spreekt ook goed Engels en we leggen hem een aantal van onze meest prangende vragen over de Griekse taal voor. Hij blijkt een goeie leraar en we leren weer een paar woordjes erbij! Hij zou uren door kunnen gaan, maar er komen nieuwe klanten binnen. We kopen onze broodjes en wensen hem veel succes en zeggen dat we deze week nog weleens terug zullen komen.

Als we de winkel uitlopen en hem in ons beste Grieks groeten horen we opeens, terwijl we al buiten staan: Doe-oe-oeg! Met precies de juiste intonatie. Hoe Nederlands!

Griekenland 2015 – Waar ben ik en hoe heet het?

Vandaag weer veel gelopen. We hebben weliswaar een auto gehuurd, maar die is er voor de lange afstanden. Niets leuker om een stad te verkennen dan er dwars doorheen te lopen. De geuren opsnuiven, de winkels en bedrijfjes bekijken, de mensen, de kinderen en hier in Thessaloniki vooral de studenten. Het lijkt wel of de stad uitsluitend bewoond wordt door jonge, vlotte, druk gesticulerende en pratende, groepjes studenten. Gemiddelde lengte, gekleed in de universele mode van jeans, tops en sneakers. De meisjes met grote zonnebrillen, lange haren; de jongens met veelal kort haar, een enkele baardige uitzondering daargelaten. De hipster-look die je in Nederland veel ziet is hier nog niet algemeen doorgedrongen.

greekgirl

Alsof er geen grote economische problemen in het land zijn, zitten ze vrolijk converserend op de honderden terrasjes, hun ijskoffie of biertjes te drinken. Goed voor de horeca in elk geval. Ze spreken redelijk tot goed Engels en zijn het van harte bereid te doen, zonder veel schaamte. Onze stamelende Griekse probeersels worden meestal vriendelijk ontvangen, maar steevast in het Engels beantwoord.

20150423_140508

Vanmiddag hebben we de oude stad van Thessaloniki bezocht. De Romeinse en Byzantijnse ruïnes bekeken. Keizer Galerius, 4e eeuw AD, bouwde hier een paleis, een basiliek en een poort. De funderingen van het paleis liggen in de oude stad en je kunt ze achter een hek zien, maar je kunt er niet (meer) dichterbij komen, helaas. Waarschijnlijk door de crisis is er geen geld meer om het te onderhouden en toegankelijk te maken. Nu hebben de vele straatkatten er bezit van genomen. Ze kunnen er ongestoord slapen in de warme lentezon.

Op een hoog punt van de oude stad staat een prachtige toren. De plek biedt een schitterend uitzicht over de  stad beneden en de zee. In dit gedeelte van Thessaloniki zien we eindelijk huizen in plaats van hoogbouw. Veel oude huizen zijn er niet meer. Blijkbaar heeft in 1917 een enorme brand vrijwel alles verwoest. 70.000 mensen raakten dakloos. Zou dat de reden zijn dat men toen alleen maar flats is gaan bouwen? Het is frappant en we hebben nog nooit een stad bezocht, tot nu toe, met alleen maar hoogbouw. Het zijn geen galerijflats, zoals wij ze kennen in veel wijken in Nederland. Ze ogen vriendelijker en minder gesloten. De balkons zijn ruim, zijn vaak halve tuinen en de mensen leven duidelijk meer buiten op de balkons. Maar toch, apart is het wel.

Leuke ervaring vandaag. Echtgenoot is een kaartenman. Gelukkig, want we rijden in alle vreemde steden meestal zonder enig probleem, door het drukke verkeer naar onze bestemming. Omdat hij zich oriënteert door het ‘lezen’ van kaarten. Die zitten dan in zijn hoofd zodat hij een idee heeft van Noord , Oost, Zuid en West, terwijl ik als een zombie naast hem zit, met de kaart ondersteboven voor me en meestal minstens vier straten ‘achter’. Dan weet hij aan te wijzen, al rijdend: daar zijn we nu. Magie noem ik het. Hersenen noemt hij het en ruimtelijk inzicht.

20150423_140728 20150423_141255

Op die mooie plek met het prachtige uitzicht waar we vanmiddag waren, zag ik echtgenoot naar de kaart turen. Het was dan wel een mooie plek, maar was dit ook de plek waar hij heen wilde gaan? Hierin verschillen wij al vele jaren. Eigenlijk kan het mij totaal niet schelen waar een plek is, hoe die heet en hoe ik er moet komen. Ik onderga de schoonheid, geniet van het uitzicht en kijk naar de bloemen, de mensen en maak foto’s. Dan ben ik klaar. Echtgenoot daarentegen moet zich eerst kunnen oriënteren. Waar ben ik en hoe heet het hier? Op de onduidelijke kaart kwam hij er niet uit. Een Griekse meneer die naast hem stond sprak wel wat Engels. Is dit de zo en zo toren, vroeg echtgenoot hem vriendelijk. De meneer nam echter de gelegenheid te baat een weidse beschouwing over álles wat we zagen te geven. Echtgenoot veinsde interesse, maar ik vermoedde dat hij slechts wachtte op de bevestiging op zijn vraag. En inderdaad, na wat bewonderende woorden voor de informatie kwam dezelfde vraag terug: Maar is dit de zo en zo toren? En wat was dit voor bouwwerk? De Griekse meneer was nog lang niet uitverteld en vervolgde, zonder in te gaan op de vraag, onverstoorbaar zijn relaas.

Ik was al onderweg naar wat anders, maar echtgenoot bleef geduldig luisteren. En zonder op te geven vroeg hij opnieuw, wijzend op de kaart, als om zijn woorden kracht bij te zetten: maar zijn we dan híer? De meneer wierp een achteloze blik op de kaart en vervolgde, in zijn (voor mij) onverstaanbare Engels, zijn college over de vele eeuwen geschiedenis van de stad. Eindelijk besloot echtgenoot dat deze man hem niet verder ging helpen en scheurde hij zich los, nog steeds in onwetendheid over de naam van de plek waar hij stond. Waar ben ik en hoe heet het hier, hij was geen steek verder gekomen. En ik wist alles al wat hij vertelde, mopperde hij me toe. Dan toch maar gaan genieten van het uitzicht-zonder-naam.

20150423_140715

De plek is overigens het prachtige uitkijkplateau richting de oude stad, een van de torens van de oude byzantijnse stadsmuren  gebouwd rond de oorspronkelijk stad in de 4e eeuw, maar in de loop van de eeuwen vaak uitgebreid en gerestaureerd. Nu werelderfgoed.

Griekenland 2015 – Thessaloniki

Eindelijk, eindelijk. Al 15 jaar zeggen echtgenoot en ik dat we naar Griekenland willen. De vader van één van onze schoonzonen is Grieks en kwam uit het noorden van Griekenland. De verhalen over het land maakten dat we er steeds meer zin in kregen het met eigen ogen te zien. (Naast natuurlijk de verhalen van de bekende apostel Paulus in het Nieuwe Testament! Kim vroeg aan de dame in de supermarkt of ze ook wijn hadden in zijn beste poging om Grieks te gebruiken, maar het nieuwtestamentisch Griekse woord voor ‘wijn’ leverde als enige resultaat een glazige blik op en geen 20 vaten met de beste soort.)

De deplorabele situatie van het land de laatste tijd, maakte geen verschil in ons voornemen. Het zette ons juist aan er wél heen te gaan. Alle beetjes helpen, zelfs onze magere euro’s besteed aan Airbnb, cappucino’s en de supermarkt.

view from balcony Thessaloniki
view from balcony Thessaloniki

Gisteren vlogen we: bestemming Thessaloniki. Tien dagen airbnb in een woonwijk, flatje-met-balkon op de vijfde verdieping. Oud studentenflat van Anastasia die nu in Geneve werkt als architect. Dat is jammer voor de Griekse economie, wel fijn voor haar. We worden ontvangen door Fotini, ook oud-student, die nu, na vijf jaar Londen, in Istanbul woont. Ook weer niet een injectie voor de Griekse economie, maar opnieuw, fijn dat ze werk heeft. De derde die we ontmoeten is Cleopatra, een prachtige Griekse vrouw, goeie vriendin van Anastasia. Zij woont en werkt in Thessaloniki. Halverwege de avond komt ze ons elektriciteitsprobleem oplossen.

Onze eerste indruk: we zijn hier helemaal thuis! Net als in Turkije, jaren geleden, zeggen we alphabetsteeds: het is net Korea! Een bepaalde manier van leven, op straat, buiten, de tentjes met eindeloze prullaria, de winkeltjes met de deuren open, de kinderen, een ietwat verslonsde, mooie doorleefdheid, zoals een mens op leeftijd er uit kan zien.  Het geeft ons een gevoel van thuiskomen. Het is moeilijk te omschrijven. Misschien is het wel de cultuur van een land waar het meestal mooi weer is, zodat alles meer op straat plaatsvindt. Het is ook maar een eerste indruk. Wie weet moet ik hem nog bijstellen.
Wat ook bijdraagt aan de Korea-indruk is het schrift. Ook daar liep ik de eerste tijd alleen maar te spellen: wat staat daar? Vandaag eerst maar eens het alfabet bestuderen en uit mijn hoofd leren. Dat zal aanzienlijk meer tijd kosten nú, dan toen. Maar goed voor de grijze cellen.

Na ons eerste potje  gekookt te hebben (bonensoep met kip+ brood en kaas+olijven; boodschappen in de super op de hoek) lopen we naar de zee. Onze eerste aanblik van de Egeïsche Zee. Thessaloniki ligt aan een baai en heeft langs de waterkant een kilometerslange boulevard aangelegd. Zeer populair onder wandelaars, fietsers en flanerende families.

BOARDWALKTHESS1'15
Boardwalk Egeïsche Zee, Thessaloniki

We lopen wat en drinken een ice-cappuccino, Thessaloniki blijkt beroemd vanwege de koffiecultuur. De grote hoeveelheid coffeebars was ons al opgevallen! Van de kelner leer ik mijn tweede Griekse woord: Efharistó, dank je wel!

BOULEVARDTHESS1.'15

 

De eerlijkheid gebiedt te vertellen dat er ook veel leegstand is, met name bij restaurants. Het lijkt erop dat mensen wel koffie of een biertje gaan drinken, maar uit eten gaan is net te duur. Ook dat is een eerste indruk! Maar dit soort plekken zagen we langs dezelfde boulevard.Dank zij mijn alfabet-spiekbriefje kan ik het woord onder NATO nu lezen: Phasista…

BOULEVARDTHESS.'15

Bloggen is leuk maar soms even niet

don_t-be-a-slave-to-writer_s-blockJa, dan zit je daar opeens weer met een ‘schrijversblok’. Dat overheersende gevoel van ‘alles is al gezegd, wat heb ik er nog aan toe te voegen?’ Als ik eerlijk ben is dat is natuurlijk waar. Niets van wat ik schrijf is super origineel of uniek, het is simpel mijn kijk op dingen, een verhaal over mijn ervaringen. En blijkbaar geef ik bij tijden weer wat anderen voelen of denken, of in ieder geval is mijn weergave interessant genoeg voor een groepje mensen om te lezen. En dat is leuk. En geeft voldoening. Ook al is het soms moeilijk te bedenken waar ik over schrijven wil.

In feite is het bedenken van een onderwerp niet zo moeilijk, maar mijn eigen meetlat ligt soms zo hoog dat ik halverwege het schrijven van een blog ermee ophoud..schrijven is best zwaar. Opnieuw beginnen, schrappen, inkorten, uitbreiden. En soms denk ik, toedeloe, ik ga lekker een detective kijken.

Maar na een inspirerend artikel (€0,95) over bloggen in mijn lijfblad, het Nederlands Dagblad (sommige bloggers schoppen het zelfs zo ver dat ze er hun brood mee verdienen!), voelde ik de vonk weer. Mijn boterham ermee verdienen gaat niet lukken, maar de voldoening van het schrijven is ook een soort loon. Waarom ik er niet aan kan verdienen ligt aan het volgende: om euro’s  te verdienen aan je blog bestaan er  volgens het artikel twee voorwaarden: 1. iedere dag bloggen en 2. focussen op iets wat jou onderscheidt.

En dat focussen, lezers, is mijn probleem.  Ik kan namelijk niet focussen. Daarom is er nog geen meesterwerk verschenen van mijn hand. linus-and-snoopy3Daarom staat ons huis vol met spullen uit alle tijdperken en periodes; en liggen er minstens 4 boeken op een stapeltje waar ik mee bezig ben.  Naast mijn bed en ook beneden. Ik neem me vaak voor hier wat orde in aan te brengen, maar ik zit blijkbaar zo in elkaar. Van veel een beetje. Van weinig alles.

Mijn hoofdinteresses zijn geschiedenis, en kunst in alle vormen en uitingen. Dat zie ik wel terugkomen in de derivaten die mijn bestaan vullen. Genealogie, en vooral de sociale geschiedenis van mijn familie, het verzamelen van oude spullen, vanwege de historie, de boeken die ik lees, de films die ik bekijk. Mijn hart gaat sneller kloppen zo gauw er oude en andere tijden aan te pas komen!

Mijn statistieken laten zien dat de persoonlijke verhalen het hoogst scoren. Familiegeschiedenis, de blogs over de laatste maanden van mijn moeders leven, de blogs over mijn worsteling met depressies. Ook reisverslagen doen het goed. Ook die zijn redelijk persoonlijk, geen tripadvisor blogs.

Dat is denk ik voor mij de beste focus: persoonlijk schrijven over wat ik lees, zie en meemaak: de mooie en de lelijke, de grote en de kleine dingen, in deze tijden of andere tijden.

Wat vinden jullie als volgers van mijn blog?

 

 

Saint Rémy en het ‘gekkenhuis’ – een bezoek

Van Gogh door Zadkine in tuin St.Remy
Van Gogh door Zadkine in tuin St.Remy

‘Ik wilde je zeggen dat ik geloof er goed aan gedaan te hebben hierheen te gaan, allereerst omdat ik, nu ik de werkelijkheid van het leven van allerlei gekken of dwazen in deze menagerie zie, de vage vrees, de angst ervoor kwijt raak. En langzamerhand krankzinnigheid kan gaan beschouwen als een ziekte zoals elke andere ziekte.(………..)en hoewel je hier voortdurend vreselijk geschreeuw en gekrijs hoort als van beesten in een dierentuin, kennen de mensen elkaar hier ondanks dat heel goed en helpen ze elkaar als ze een aanval krijgen.(…..) Ik ben nog nooit zo rustig geweest als hier(..) zodat ik eindelijk een beetje kan schilderen…’ 

Dit schrijft de schilder Vincent Van Gogh op 9 mei 1889 aan zijn broer Theo in Parijs. Hij is begin mei opgenomen in een psychiatrische inrichting in Saint-Remy-de -Provence. In Arles, zijn woonplaats sinds een jaar, heeft hij ‘aanvallen’ van waanzin (bijna iedereen kent wel het beruchte ‘oorverhaal’, waarbij Vincent een groot stuk van zijn oor afsnijdt en presenteert aan een prostitué). Minder bekend is dat hij ook van de grond ging eten en zijn verf en zelfs de terpentine trachtte te drinken.

Hij was ver heen. Vandaar dat zijn broer Theo regelde dat hij opgenomen werd en onder behandeling kwam van dr. Peyron. Een voor die tijd ‘wijze’ arts die erg zijn best deed mensen met een psychiatrische stoornis humaan te verplegen. Met de beperkte kennis van toen weliswaar, maar de toestanden in de inrichting waren zodanig dat Van Gogh er zich beter voelde dan in zijn eigen huis in Arles,  dat blijkt uit zijn brieven uit die periode. Hij is niet erg weg van het eten, wil niet teveel te maken hebben met de andere zieken, maar hij voelt zich er geborgen en veilig. Dr. Peyron schrijft in zijn aantekeningen over van Gogh dat hij waarschijnlijk aan epilepsie lijdt. Met onregelmatig voorkomende toevallen, tijdens welke hij zich niet langer bewust is wat hij doet.

Eén van de behandelmethodes bestaat uit baden, tweemaal per week, twee uur lang, de zg. hydrotherapie. We zagen de houten kuipen, met deksel. Dat werd waarschijnlijk bij onrustige patiënten vastgeschroefd zodat ze er niet uit konden springen.

De baden waarin patiënten 2 uur zaten, om rustig te worden
De baden waarin patiënten 2 uur zaten, om rustig te worden

Al jaren volgen echtgenoot en ik het ‘spoor’ van Van Gogh door Nederland en Frankrijk. Het begon met een ‘toevallige’ lezing van een Regenboog-pocket  ‘Brieven aan Theo’. Ooit door mij geschonken aan echtgenoot vanwege zijn interesse in en bewondering voor de schilderijen van Van Gogh. De brieven sloegen in als een bom. Ik moest ze onmiddellijk ook lezen. Wat ik deed en ik begreep waarom ze zo’n indruk maakten. Van Gogh kon geweldig goed schrijven, zeer persoonlijk en beeldend en legt zijn ziel volkomen bloot in bijna iedere brief. Eerst zijn worsteling en gedrevenheid om armen te helpen en het evangelie te preken. Periodes die grote teleurstelling brengen. Dan de strijd om te schilderen zoals hij het wilde, de armoede en het geworstel om in zijn levensonderhoud te voorzien, wat niet lukt. De tegenslagen.  Veel idealen lopen op niets uit, alleen het schilderen blijft. Zonder enige erkenning schildert hij uiteindelijk als een razende het ene doek na het andere. Geld om te leven heeft hij niet, zijn broer Theo onderhoudt hem volledig.

De brieven (inmiddels hebben we de volledige uitgave cadeau gekregen) geven een inkijk in het moeizame en, ondanks zijn grote talent, toen nog onopgemerkte leven van de schilder. Hij neemt in Den Haag een zwangere prostitué in huis, Sien, eerst met de bedoeling om haar een plek te geven waar ze haar kind kan krijgen. Het brengt hem in kwaad gerucht. De familie heeft het er moeilijk mee, vooral zijn vader die predikant is, en Vincent niet kan volgen. Er is veel ruzie. In Parijs gaat hij onder invloed van anderen lichter schilderen dan hij in Nederland deed, maar de zon breekt pas echt door wanneer hij in Zuid Frankrijk, in Arles, arriveert. Alleen is van Gogh dan al een gekweld, ziek mens. Waarschijnlijk ook als gevolg van alcohol (absinth!) en een slecht dieet is zijn gezondheid ondermijnd. Dat komt zijn psychische gesteldheid niet ten goede.

In St.Remy schildert hij alle uren van de dag. Het is de enige manier dat hij overleven kan, zo zegt hij zelf. Hij maakt er sommige van zijn mooiste doeken.  Amandelbloesem schilderde van Gogh als kraamcadeau voor het zoontje van Theo en zijn  vrouw Jo. De irissen groeien nog steeds in lange rijen in de tuin van het ziekenhuis (uitgebloeid op de foto). Alles in zijn omgeving kwam op doek te staan. Ook het (schitterende) uitzicht vanuit zijn raam.

We hebben daar gestaan in die kamer, met een vreemde mengeling van gevoelens. Hier in deze kleine, sobere kamer in een psychiatrisch ziekenhuis, in een uithoek van Frankrijk woonde een gekwelde, geniale man, die nog maar een jaar te leven had en onbekend (behalve onder een paar collega’s) in Auvers begraven zou worden. En honderden ondergewaardeerde doeken achterliet. Nét voor zijn dood in 1890 lijkt het erop dat hij zijn eerste doek zal verkopen. Hij heeft het niet meer mee kunnen maken.

 

Kamer Van Gogh

irissen1 St. Remy StRemy (39)

Irissen. Tegen de zon in gefotografeerd, de gevel met het slaapkamerraam van Van Gogh, en de kapel op het terrein van de inrichting, ook toen al in gebruik. De inrichting was onderdeel van een klooster.

amandelbloesem

 

Het is een tragisch verhaal. Met voor Van Gogh liefhebbers een gouden einde. Zijn geweldig talent is uiteindelijk ontdekt en voor ons is er nu zijn prachtige erfenis. Weten dat die de vrucht is van veel bloed, zweet en tranen maakt die erfenis een ware schat.

Met z’n dertigen naar het strand en zo

clermont gite
Onze gite in Clermont-sur-Lauquet

Na onze stille week in het uitstervende Clermont-sur-Lauqet zijn we nu aangeland in het meest levendige deel van de vakantie, de reünie van de Franse familie van echtgenoot. Laat ik het even toelichten. De enige broer van echtgenoots moeder in de VS trouwde een Franse vrouw en kreeg met haar drie kinderen, eind jaren veertig tot midden jaren vijftig. Twee volle neven en een nicht van echtgenoot dus. Vanwege het werk van hun vader, echtgenoot’s uncle Woody, woonden ze in zowel Spanje en Frankrijk. Twee van hen werkten in de VS, nicht Christine niet. Deze neven en nicht vestigden zich in Frankrijk, waar ze zelf gezinnen kregen. En scheidden en andere kinderen kregen en stiefkinderen.
last pics

Zo waren we met een groep van 25 à 30 personen op camping Laroque des Albères aangekomen. Dat de andere campinggasten niet erg blij met ons waren zou later blijken, maar wij vonden het een lumineus idee om nu eens niet in één huis te zitten (zoals op vorige reünies in Puerto Rico in een hotelletje en de VS, in 2 grote huizen), maar ieder zijn eigen plek te laten hebben.

We waren door de campingbaas bij elkaar in de buurt geplaatst. Ieder had een tent, huisje, stacaravan of blokhut (wij: net genoeg ruimte voor een bed, een tafel en een aanrechtje, +badkamer. Type waardeloos  huisje/ luxe tent, afhankelijk van hoe je er naar kijkt). We waren boven of onder elkaar gesitueerd, want de camping, aan de voet van Les Albères, uitlopers van de Pyreneeën, was  steil. De benen zijn weer in goede conditie.

breathtaking view from  the mountain all the way to the mediterranean
breathtaking view from the mountain all the way to the mediterranean

Het camping idee was dus prima, alleen hadden we er geen rekening mee gehouden dat we onderdeel uitmaakten van een rumoerige familie, die tot in de late uurtjes doorzakte en de hele buurt al ‘fluisterend’ uit de slaap hield. Drie families met twee vintage caravans en een aantal tenten hadden een soort nomadenkamp geïnstalleerd waar de hele dag en avond grote delen van de rest van de familie mee-at, dronk en -snackte. Ook alle aanwezige kinderen (zeven of zo) hingen er graag rond.
Deze familie begroet elkaar op ieder moment van de dag alsof ze elkaar in geen maanden gezien hebben, met veel kussen, lachen en uithalen van plezier. Zachtjes praten was er ook niet bij, vooral niet na tienen als de pastiche en vin rijkelijk vloeiden en iedere flauwe grap tien keer zo leuk is.

Bonte avond
Bonte avond
the zebra's
Zebra’s

Het zat er dik in. Na een paar avonden werden we in de ban gedaan. Bij familiedingen moesten we naar een plek op het parkeerterrein alwaar een verzamelpunt werd ingericht, met licht van de camping. Ze hadden er zelfs een slinger opgehangen ter vergoeding van de verbanning. Daar beleefden we wél een hele leuke avond. De (franse) kinderen hadden met oma Christine een heel spektakel ingestudeerd. Dans, rap, zang, van alles. Christine is o.a regisseuse van beroep geweest, dus ze had de wind er goed onder. En sommige kinderen hadden absoluut talent! Inmiddels was het acht uur en er was wél gedronken maar nog niet gegeten. Dat heeft een uitwerking die ik niet hoef uit te leggen. Vooral op degenen (de meesten) die die dag waren raften. Nicht Christine had naast het regisseren ook de taak op zich genomen om voor iedereen te koken. Om half negen/negen uur kregen we na gazpacho (koude tomatensoep),een verrukkelijke varkenscurry met couscous. Alles uit plastic. Met zovelen moet je soms je principes opzij zetten…

Voor ons was dat late eten wel even aanpassen. Met onze sobere boterhammen lunch red je het niet tot negen uur ’s avonds. Na een aantal dagen wit, slap en hongerig naar de maaltijd te hebben zitten smachten zijn we ook een tussenmaaltijd in gaan lassen. ‘Gouter’ zoals de Fransen het noemen, rond vier of vijf uur.

Even pauze in de schaduw
Even pauze in de schaduw

In de hete felle zon beklommen we met zijn allen een berg, inclusief het jongste (3) lid van de familie. Met de hele club naar het strand in Collioure, een pittoresk stadje aan de Middellandse Zee. Als Nederlander zou ik gedacht hebben, dat is totaal onmogelijk. Maar ik heb in de loop van de tijd geleerd los te laten. Met grote groepen, zeker wanneer het om Latino familie gaat is alles mogelijk. Of niet. Je moet het laten gebeuren. Of niet. Geen haast hebben, niet denken ‘dit kan efficiënter’. ‘Go with the flow’ is het devies. En dan gebeuren er ongelofelijke dingen. Of anders morgen wel. Of ooit. Of niet. Geen probleem. Maar na lang zoeken hebben we elkaar allemaal gevonden op het strandje, línks van het paleis van de koningen van Mallorca! Rechts en achter zijn namelijk ook strandjes. Die hebben wij allemaal gezien… Maar een duik in de heldere, koele, licht golvende Middellandse Zee spoelde al het stof en zweet weer weg.

Couillure beach1

Met de hele groep raften zat er niet in want de minimum leeftijd was 8 jaar. Tot groot verdriet van de 6 en 7 jarigen..Met een aantal zijn we naar een roofvogelshow gegaan in de buurt, maar niets woog op natuurlijk tegen de heftig spannende boottocht van de groteren. Zelfs niet de gigantische gieren die gezellig even naast ons kwamen zitten..

Op de laatste avond was ‘potluck’ en BBQ, de Amerikaanse inbreng, zeg maar, van de kant van echtgenoot en stamvader Woody. Inmiddels waren we echt naar de buitenste der buitenste ring van de camping verwezen. Op de vorige plek waren er namelijk klachten binnengekomen van nu weer een naburige camping over ‘lawaai’.

De camping bracht een spotlicht. En verder was er kaarslicht. Zo brachten we die avond opnieuw door met ‘spectacle’, ingestudeerd of niet. Niet alleen de kinderen hielden een modeshow en een dans-act, zelfs de volwassenen dartelden, onder begeleiding van muziek, over de geïmproviseerde catwalk omzoomd door kaarsjes. Iedere act werd begroet met gejoel en gejubel. Deze Franse familie kan een feestje bouwen! Alle uitbundige Spaanse, Franse, Griekse, en Antilliaanse genen gingen met ons aan de haal. Of we werden erdoor aangestoken. Mijn genen gaan niet verder terug dan Duitse..niet de meest exotische dus…

Heel bijzonder was nog dat neef Alain (61), kleinzoon Niek (9) wist over te halen zijn Kungfu vormen te doen. ‘Doe jij Kungfu voor mij? Dan doe ik Tai-chi voor jou!’ Met het felle licht van de lamp, de donkere sterrenhemel boven ons en de perfect gekozen muziek op de achtergrond deed Niek vol overgave en ernstig zijn Kungfu bewegingen. Vloeiend als een danser en krachtig als een krijger. Daarna wandelde Alain als een vogel over de catwalk.

Farewell pictures
Farewell pictures

Natuurlijk is er in deze familiegroep ook het verdriet en de pijn van het leven en wat ze hebben meegemaakt. Maar er was deze week duidelijk een drang om er een bijzondere week van te maken en te genieten van elkaar als familie. Er waren goeie gesprekken, we hebben elkaar veel beter leren kennen en wat ook mooi meegenomen is: ik heb nog nooit zoveel Frans gehakkeld als deze week. Ik heb er weer 25 familieleden bij!