Dog, dochter en dagelijks leven

DOG

De Dog, die zwarte, (zie eerdere blogs) is vertrokken. Ik merk duidelijk verschil met, zeg, 2 maanden geleden. Het was toen iedere dag bikkelen, nadenken over hoe het onbehagen te bezweren, verdragen, verzachten. Dat is heel inspannend merk ik altijd weer. Van al dat gedenk en al die bewuste keuzes wordt een mens moe.

dbd030a611f7b8ac71465c24ad76d278.jpg (236×304)Het meest sprekende kenmerk van terugkeer naar normaliteit is het me niet voortdurend bewust zijn van mezelf. Maarten van Buren schreef in Kikker gaat fietsen, een boek over zijn depressie, dat depressie een soort super bewustzijn teweeg brengt. Maar dan één die alleen het negatieve, het zware en het moeizame waarneemt. Dode vogeltjes en onkruid en de rotzooi in huis, zeg maar. In feite een bewustzijnsvernauwing. Het kost dus enorme inspanning om jezelf steeds er weer van te overtuigen dat het niet de hele werkelijkheid is die je ervaart, maar dat het de depressie is die de werkelijkheid vervormt. Zoals een bril met te sterke (of zwakke) glazen het zicht beïnvloedt. En soms is iedere inspanning tevergeefs. Van Buren gaat fietsen, 100 km of meer om te voorkomen dat het zo ver komt. Goed van en voor hem. Dat zit er voor mij niet in, maar naar buiten gaan is zeker een wapen in de strijd geworden. Lopen, wandelen, fietsen, de deur uit!

De depressie is grotendeels voorbij wanneer de dingen weer ‘vanzelf’ gaan.
Als ik niet bij iedere stap hoef te denken: oh nee, ik moet weer een stap zetten, bij wijze van spreken.
Als ik mezelf weer hoor denken dat ik ‘even’ dit of dat zal doen. Gewoon…éven. Moeiteloos.
Als ik ’s ochtends wakker word en niet gelijk denk: kon ik maar blijven slapen.
De gewoonste zaken worden gelukzalig als ik ze zonder denken kan doen. Ik heb geen grootse dingen nodig, haha. Geef mij maar een dagje huishouden (niet mijn hobby) zonder die donkere schaduw en ik ben gelukkig.

Wat maakt dat de depressie ontstaat en ook weer verdwijnt? Wie zal het zeggen. Natuurlijk zijn er factoren die (in mijn geval) maken dat het risico op depressie groter is. Vermoeidheid. Teveel of te lang geen ‘eigen’ tijd hebben (voor mij altijd een lastige omdat het zo trendy en egocentrisch klinkt, vroeger hadden mensen ook geen eigen tijd..). Maar het is de tijd die ik nodig blijk te hebben om prikkels (die waren er vroeger minder??) te verwerken, tot mezelf te komen, enzovoort. Ik wil dat eigenlijk allemaal niet nodig hebben. Anderen lijken eindeloos door te kunnen gaan, zonder daar last van te hebben. Ik doe dat ook wel, maar de reactie komt later en is meestal onvoorspelbaar. Dát vooral is moeilijk te verteren. Wanneer je ergens huiverig over bent en het dan toch maar doet, gebeurt er niets en doorsta je alles prima. De volgende keer doe je hetzelfde en je valt op je gezicht.

DOCHTERS

Schermafbeelding-2016-01-26-om-13.04.09.png (1613×1077)
Instituut voor Beeld en Geluid

Dochter-1 kwam terug van haar bewogen reis naar Korea en Dochter-2 uit New York is geweest voor 10 dagen. Het was goed. Maar wat gaat de tijd angstaanjagend snel voorbij! Toen we Dochter-2 weer afzetten op Schiphol na 10 dagen, leek het nog geen dag geleden dat we haar ophaalden!
Als gezin zijn we met een hele club van jong en oud naar het Instituut voor Beeld en Geluid geweest en daarna gegeten in een leuk pannenkoekenrestaurant in Baarn, de Wildenburg. (vrij nieuw en zeer kindvriendelijk) Zo kon iedereen elkaar weer zien en spreken na de reis van dochter -1 en de lange afwezigheid van dochter-2.
Beeld en Geluid is trouwens een aanrader voor een familie-uitje. Nostalgie over oude tv programma’s gegarandeerd! Maar ook veel inter-activiteiten, voor zowel kinderen (vanaf 7 zou ik zeggen) als volwassenen! Later kun je verschillende opnames die je ter plekke maakt (je kunt het nieuws lezen, meepraten in programma’s) via een link in je mail terugluisteren/zien. Hilarisch! Lezen van een autocue is moeilijker dan je denkt! En een opname van jezelf is nogal lachwekkend als je blijft zitten ipv te gaan staan. Het enige zichtbare zijn mijn fladderende oogleden terwijl ik mezelf serieus voorstel aan het publiek…

DAGELIJKS LEVEN

Na dochters’ vertrek was het huis een paar dagen vreemd leeg. Het dagelijks leven moest weer worden opgepakt. Tommy, onze kat werd veel geknuffeld, de boel werd weer opgeruimd. En ik ben weer afspraken gaan maken. Gaan bellen met mensen. Weer dingen op de rail gaan zetten. Het is alsof je even van de wereld bent geweest tijdens een depressie.

Wat me staande houd en helpt om door te gaan is een  tekst uit de bijbel in het Nieuwe Testament, Handelingen 17:28:
Want in Hem (God) leven we, bewegen we ons en zijn we.
Dat is een citaat uit een toespraak die Paulus (een zendeling in de 1e eeuw) hield in Athene voor allerlei geleerden en gewone mensen uit die tijd die de Griekse goden vereerden. Paulus vertelt over de God van de bijbel.

Die tekst beschrijft de werkelijkheid die ik geloof. Als de bodem van mijn bestaan soms gaten lijkt te vertonen, moedig ik mijn angstige zelf aan: zak er maar doorheen, je hoeft niet bang te zijn. In God ben je geborgen.  Aan de andere kant van de angst is er dan niet onmiddelijk een luid geroep van Hosanna, maar wel (tijdelijk) Rust. Rust in die zin dat ik de depressieve gevoelens, voor een periode weer, kan accepteren. Een groeiend besef dat lijden een integraal onderdeel is van dit gebroken leven. En dat lijden ook leidt tot het vermogen de meest basale dingen in het leven dieper te waarderen en er meer van te genieten dan al het andere: relaties, liefde, goede gesprekken en samenzijn. Dan is er toch werkelijk zegen.

 

En dan blijkt het toch niet je moeder te zijn

Al vrij snel na aankomst in Zuidkorea kreeg onze dochter daar alle hulp om een zoektocht naar haar biologische ouders te starten. Zie ook mijn vorige blog en die daarvoor

Twee televisiereportages, hulp bij het maken van flyers door Koroot, die ze zelf (met partner Mark)verspreidde in de stad waar ze oorspronkelijk door de politie gevonden werd bij het busstation daar. In de televisiebeelden zie ik haar daar lopen, op mensen afstappen en een folder geven. De mensen reageren wat aarzelend zoals iedereen die iets in zijn handen krijgt gedrukt, maar de camera en de foto’s op de flyer maken hen nieuwsgierig. Je ziet ze een stapeltje uit haar handen nemen en ze gaan zelf aan het uitdelen of opplakken. Men overlegt en kijkt.

Het veroorzaakt een moeilijk te definiëren emotie in me. Het ontroert me, het maakt mijn hart heel week en pijnlijk. En ik voel ook iets van boosheid en onmacht. Dat zou toch niet moeten kunnen bestaan, dat een dochter op die manier naar haar ouders moet zoeken. Het zou toch eerder andersom moeten! Daar loopt een prachtig mens, wie kan zo iemand verstoten hebben? Wat een schrijnende omstandigheden moeten er toch zijn vóór een moeder haar eigen kind achterlaat. En wat is het aangrijpend als dat kind dan zelf weer die daad ongedaan probeert te  maken. ‘Wat er ook gebeurd is, het geeft niet. Kom maar gewoon. Ik hou van jullie’, hoor ik onze dochter zeggen, vergevingsgezind als ze is. Het is heftig. Zegt ze ook zelf wanneer ik haar spreek: ‘Als ik een dag later op het bussation kom om een bus naar elders te nemen, zie ik mezelf daar hangen! Zo vervreemdend…’

En dan wordt er gebeld door het televisiestation: Iemand heeft zich gemeld. Een vrouw die haar dochtertje is kwijtgeraakt, ze was drie. De informatie is incompleet en vaag. We schrikken er allemaal wel van op. Zou het dan echt gelukt zijn? Via de WhatsApp worden we voortdurend op de hoogte gehouden en we leven mee alsof we er zelf bij zijn. Spoorloos live! We krijgen een foto van de vrouw en een van haar gezin. We menen gelijkenis te zien, maar houden onszelf voor dat wij Aziatische gezichten niet even goed kunnen ‘lezen’ als Europese/westerse gezichten…

Een echtpaar dat onze dochter helpt en een Nederlandse vriendin die al 30 jaar in Korea woont en al veel zoekers heeft bijgestaan, gaan op visite bij de vrouw. Stellen haar vele vragen en krijgen een verdrietig verhaal te horen. Deze vrouw nam haar kind mee naar het werk om het te beschermen tegen haar man die alcoholist was. Ze speelde in een ruimte terwijl de moeder aan het werk was. Op een gegeven moment is het naar buiten gegaan en nooit meer terug gevonden. Het verhaal is tragisch en was het maar de geschiedenis van onze dochter. Maar dit meisje kon goed lopen, en de jaartallen kloppen niet.

Toch besluit onze dochter deze vrouw te bezoeken,ook al weet ze dat het niet haar moeder kan zijn. En ze vindt daar toch een zekere troost in. Deze vrouw behandelt haar, tegen beter weten in, als haar verloren gewaande dochter. Vertroetelt haar en blijft maar zeggen ‘was je maar mijn dochter!’ Iets van het  verlies en het verlangen delen ze. En dat is een gedeelde smart.

 

 

 

 

Ting en Rotjeknor

We zouden nog eens een dansvoorstelling ‘doen’, hadden echtgenoot en ik afgesproken. Altijd een beetje zoeken, want voor je het weet kosten de kaartjes meer dan ik in een maand verdien aan Nederlandse les geven. Ooit een Podiumkaart gekregen, maar altijd wanneer je iets hebt uitgekozen wat leuk lijkt kun je niet online reserveren…een must, want pas aan de kassa betalen is te onzeker. Zit je op de achterste rij, achter een paal. Of is alles uitverkocht. Niet handig van zo’n kaart dus.

Maar goed, ik las over Scapino en dacht: dat lijkt me leuk. Ik was al tijden niet meer in Rotterdam geweest, dus de combi van een middag ronddwalen en ’s avonds een voorstelling zien was snel gemaakt.

Toen we Rotterdam inreden kwamen de herinneringen naar boven. We reden door naar de buurt van onze eerste gezamenlijke woonplek, de Boezemsingel. De oude panden waren er niet meer, dat wisten we. Ze waren al bouwvallig in de jaren ’70. We huurden een zolderverdieping indertijd. Nu niet meer voor te stellen, maar de douche ging de eerste dag al stuk en we deden de afwas in de wasbak, want een keuken zat er ook niet bij. Er stond een kastje op de overloop met een gasstel. De eerste maanden van ons huwelijk hebben we daar gekampeerd, zeg maar. We hebben drie keer rond gereden om toch weer enigszins een idee te krijgen van de buurt. Echtgenoot wist nog dat we vanuit ons zolderraam uitzicht hadden op de theologische opleiding van de Gereformeerde Gemeente. (Zoiets vergeet je immers niet…) Die zit daar nog steeds, dus vandaaruit konden we een reconstructie maken. De buurt is nu zeer exotisch geworden.

In het centrum liepen we over de Lijnbaan, langs de oude V&D, waar ik mijn eerste kookboek kocht, via de (mooie) Koopgoot, richting de Markthal, een fantastische aanwinst voor Rotterdam. Maar eerst dronken we koffie op het Stadhuisplein, vlakbij het verdwenen Steakhouse, waar we onze eerste ruzie hadden. Alles zag er daar zo aftands en bouwvallig uit! Dan heeft ons huwelijk de tand des tijds beter doorstaan, concludeerden we blij.

Natuurlijk het nieuwe station bewonderd. Wat een vooruitgang. Ik kan me niet herinneren in Rotterdam geweest te zijn in de laatste 40 jaar zonder dat er ergens in die omgeving niet een enorme verbouwing gaande was.

grijze dag, grijze foto
grijze dag, grijze foto van het station
Plafond Markthal
Plafond Markthal

En toen, na in de Markthal bij Jamie’s gegeten te hebben (matig…) naar Tinto in de Ferro Dome. Toen ik af en toe in de stad ‘bouwvallig’ dacht,  wist ik nog niet waar ik

Ferro Dome, Rotterdam
Ferro Dome, Rotterdam

later terecht zou komen. De meest desolate omgeving ooit! Een oud industrieterrein met afgestoten, lege opslagtanks en fabrieken. Zo lelijk dat het weer mooi werd. In een van die fabrieken organiseerde Scapino haar jubileumvoorstelling. Zeventig jaar. Met zg. locatietheater/dans /circus. In samenwerking met de Nits en Codarts Circus Arts. We verwachtten een soort Cirque Soleil, maar dan kleinschaliger en meer experimenteel.

Het was spectaculair. Een club fantastische dansers, musici en acrobaten. De muziek van de Nits deed me wat aan die van Bob Dylan denken. Pop-achtig en gevoelig. Een ontdekking voor me. Muziek waar de dans wonderlijk bij paste. Wat betreft de dans, ik heb weinig verstand van choreografie en meen dat er bij moderne dans nooit veel duiding mogelijk is en dat het knap, maar nogal rommelig plaatsvindt. Dat is modern, denk ik dan. Toch bleek dat een punt van kritiek te zijn in de recensies van enkele kranten. Hoe dan ook, de prestaties waren ongelooflijk. Wat wordt er keihard gewerkt door deze mensen en wat hebben ze een, naar het lijkt, perfecte beheersing over hun lichamen. Iedere beweging is doordacht. Hoekig of vloeiend, altijd indrukwekkend.

Het was een gedenkwaardig dagje uit.

Nog een video van de Nits met Kiteman als voorbeeld van de muziek.

Geadopteerd zijn is ook een werkwoord

De blogs over adoptie publiceer ik uitsluitend met instemming en na lezing ervan door mijn dochter! Zie ook mijn vorige blog Adoptie is een werkwoord en Arirang en adoptie

Onze Koreaanse dochter is voor het eerst sinds 1988 terug in haar geboorteland.  In 1984, op haar zesde, kwam ze bij ons wonen. ‘Bij ons’ was: echtgenoot en ik en onze drie kinderen. Toen acht, vijf en anderhalf jaar oud. Wij woonden sinds 1980 in Pusan, Zuid Korea, in verband met het werk van echtgenoot. Na Sook-hi’s komst hebben we samen nog vier jaar in Korea gewoond.

Na terugkomst in Nederland is Korea altijd een rol blijven spelen in ons gezamenlijk familieleven. Gedeelde warme herinneringen aan de tochten in onze Bongobus (KIA), de vakanties aan zee in Kangnung, aan het eten, aan onze adzjoemoni (hulp) op wie we allemaal zeer suusinseoulgesteld waren. Die de allerlekkerste ramyun kon maken die we nergens meer zo gegeten hebben.

Voor onze dochter was Nederland een beter oord om te wonen. Door C(erebral) P(alsey) met moeite lopend, was het steile en vaak trottoirloze Pusan geen makkelijke woonplek. In Nederland was er onmiddellijk een team van specialisten die haar monitorden, er was wekelijkse fysiotherapie, ergotherapie, er kwam een aangepaste fiets, een rolstoel, een douchestoel, enzovoort. In Nederland werd je als mens met een handicap verzorgd (het waren betere tijden toen!) en gerespecteerd, in Korea werd je (ik schrijf de jaren tachtig van de vorige eeuw!) erom veracht, verstoten, te vondeling gelegd. Niet omdat de moeder haar eigen kind niet wilde, maar meestal omdat de schoonfamilie het gehandicapte kind niet accepteerde. De moeder had gefaald in haar plicht een gezonde, liefst mannelijke, nakomeling op de wereld te zetten.

Zo werden veel kinderen (gehandicapt of soms slechts omdat ze meisjes waren) op straat of in busstations achtergelaten. Op straat zag je ernstig gehandicapte mensen zich voortbewegen met de meest primitieve hulpmiddelen  en om aan de kost te komen, kranten verkopen of andersoortige zaken. Heel triest en tegelijk ook heel sterk. Ik had een enorme bewondering voor de strijdlust van deze mensen die zich toch maar staande wisten te houden!

Er is intussen veel veranderd. Volgens mijn goed ingelichte schoonzoon zijn de sportfaciliteiten voor gehandicapte sporters in Korea tegenwoordig bijvoorbeeld state of the art. Ook in de jaren tachtig werd onze dochter overigens goed opgevangen in het weeshuis annex revalidatiecentrum waar ze heen werd gebracht door hulpverleners. Mede door de Amerikaanse sponsoring was er gemiddeld betere zorg dan elders, denk ik.

Nu, na 32 jaar is dochter er voor het eerst terug dus. Onvervaard rijdend in haar rolstoel door megapool Seoul, en nu reizend met OV door het land. Maar eerst heeft ze een flyer gemaakt. Op een kantoor dat mensen zoals zij bijstaat in het zoeken naar familie.

Abandoned enz

Ze stuurde ons deze foto. Een poster die op het kantoor hangt van Koroot (spreek uit Ko-roet) een organisatie die geadopteerde Koreanen bijstaat in het zoeken naar familie en het mogelijk maakt voor hen om kennis te maken met de cultuur van hun geboorteland.

De poster sloeg in als een bom bij mij. Al die kinderen, afgestaan ter adoptie, of achtergelaten op straat; de nood, het verdriet van de biologische moeders, de problemen en leegte voor veel van de adoptiekinderen en daardoor ook voor hun adoptie-ouders. Zo’n poster brengt het allemaal in één klap samen. Door staccato, op alfabetische volgorde steekwoorden te noemen die waarschijnlijk verzameld zijn onder de geadopteerden zelf.

Als het leven ‘plaatsvindt’, van dag tot dag, met een druk gezin, met alle verplichtingen van school, sport, kerk en muziek en de dagen zich sneller aaneenrijgen dan je kunt bijhouden, wordt geadopteerd zijn in een bestaand gezin een gewoon feit. Je kunt daar ook niet voortdurend bij stilstaan.

Maar nu is het opeens weer dáár. Verlaten worden slaat een wond in iemands leven die misschien wel dichtgroeit, maar altijd een litteken achterlaat, dat schuurt en trekt. Onze dochter is geen klager. Dat heeft mij meerdere malen op het verkeerde pad gezet. Haar intense verdriet om de dood van haar cavia en andere huisdieren was een signaal wat, denk ik nu, duidde op een dieper verdriet waar ze niet bij kon.

Adopteren is hard werken en geadopteerd zijn ook. Zonder hulp van derden red je het nauwelijks. Maar dat is opvoeden natuurlijk ook. Kinderen in huis hebben, of ze nu geadopteerd zijn of niet, betekent confrontatie met jezelf. Al je eigenschappen worden op een nieuwe manier uitgedaagd, de goeie én de slechte. De goeie blijken soms minder geworteld dan je dacht en de slechte heb je minder onder controle dan je dacht. Zo verging het mij tenminste. Daar maak je als ouder de fouten in de omgang met je kinderen. Die weer verzacht worden (hopelijk) door een sterke basis van wederzijdse liefde, als het goed is.

In het geval van adoptie, in ons geval van een ouder kind, lag daar de angel.  Niet alleen ons adoptiekind had/ heeft moeite met zich geliefd te voelen, maar dat bleek andersom ook voor mij zo. Liefhebben is bij een dergelijke adoptie een proces. Een bewust proces. Een keuze. Ik ga mijn best doen jou lief te hebben als mijn kind. Dat lijkt een tegenstelling, maar is in feite de basis van echte liefde: doen. Handelen in de geest van liefde, het goede zoeken, de ander goed gezind zijn. Dat is de intentie…maar dan volgt de praktijk die weerbarstiger was dan ik wilde of vermoedde.

In  iedere opvoeding maak je fouten. Alleen ontbreekt bij adoptie of geadopteerd zijn de vanzelfsprekende basis. Iedere fout van de kant van de ouder is voor het geadopteerde kind vaak een bevestiging van het ‘vreemd’ zijn, van ‘er niet bijhoren’.  Voor mij gaf dat het gevoel iedere keer weer opnieuw te moeten beginnen. De keuze was onvoorwaardelijk, maar de gevoelens niet vanzelfsprekend. Ik merkte, om dit wat vage verhaal kort samen te vatten, dat ik wederkerigheid veel meer nodig bleek te hebben dan ik verwachtte.

Ondanks dat dit een redelijk warrig verhaal is, is het voor mensen in een vergelijkbare situatie misschien toch wel herkenbaar?

Het heeft me uiteindelijk ontzettend veel geleerd over Gods liefde voor mij. Ik ben tenslotte ook geadopteerd in Zijn gezin en ik begrijp beter dan ooit hoe die liefde van Hem voor mij een keuze is en dat die onvoorwaardelijk is. Als ik me dat al voor kan nemen, laat staan God Zelf. Het grote verschil is dat mijn ‘gedrag’ geen invloed heeft op die liefde van Hem, omdat ik door Jezus Christus vergeving krijg.  En God is Zelf liefde, daar heeft Hij mij niet voor nodig. Uit die liefde kon ik wel putten, steeds weer.

In een volgende blog hoop ik meer te vertellen over de spannende zoektocht die nu gaande is in Korea! Televisie en radio zijn bijgesprongen in de zoektocht!

Laat mij dat maar even maken

2016-06-15 00.21.25‘Oh, laat mij dat maar even maken’, zegt kleinzoon Noah van vijf, wanneer ik zuchtend de plas water opdweil die (door een lek in het kit) uit de douchecabine is gelopen. Noah is gek op douchen en spettert, giet en gooit overvloedig met water, terwijl hij zichzelf en vooral de glazen wanden wast.
‘Nee’, zeg ik, ‘dat kan niet zomaar gemaakt.’
‘Écht wel’, zegt hij, met een overtuiging waar ik jaloers op ben. ‘Ik heb alleen maar een hamer en een spijker nodig om in dat gaatje te slaan.’
Nee joh, dat kan niet met een spijker, probeer ik nog, maar Noah is de schade al aan het opnemen.
‘Ik weet het, met sterk plakband!’

Eureka, mijn oplossing voor veel dingen (zeer tegen de zin van echtgenoot). Lekker een dikke strip ductape ertegenaan  of eromheen en we kunnen weer even vooruit. Ik vind het voorstel dus niet zo gek. Echter, leg ik mijn klusjesman uit, dit wordt nat en dan laat het los. Dat snijdt hout en hij geeft zich over. Ok.

Plakband is bij hem in goede handen. De windmolen die hij op het strand had gekregen van zijn pappa, moet op de fiets bevestigd. Ik ben altijd enigszins linkshanderig in dat soort zaken. Aarzelend sta ik met het ding in mijn handen bij zijn fiets.
‘Geef maar, oma, ik heb een idee. Heb je ijzerdraad?’
Uh…ik voorzie een bloedbad, dus doe een leugentje om bestwil. ‘Nee, volgens mij niet, Noah.’
Hij kijkt me meewarig aan, maar switcht al snel naar plan B. ‘Plakband?’
Yes! Dat lijkt me super veilig en ik weet uit ervaring dus hoe veelzijdig plakband is.

Ik geef hem goedplakkend afplaktape dat makkelijk scheurt. Hij is een tijdje bezig in de schuur. ‘Kijk, oma!’
Wat wankel nog, maar de steel van het windgeval zit vastgeplakt.
Noah is er nog niet tevreden mee. ‘Knijpers, oma, heb je die?’  Na het ontbreken van ijzerdraad denkt hij zeker dat ik helemaal geen basisdingen in huis heb.

Ik geef hem een stel knijpers. Met grote concentratie worden die vervolgens bevestigd aan de bagagedrager. Het resultaat is stevig en betrouwbaar. Supertrots en als een speer rijdt hij de wind tegemoet om de kleurige molentjes aan het snorren te krijgen.

We brengen twee dagen samen door en ik sta steeds weer versteld van zijn ingenieuziteit en fantasie. Hij leeft deels in onze wereld en deels in zijn eigen wereld die bestaat uit een combinatie van Starwars, Politie, Brandweerman Sam, Dino’s, Draken en alle planeten en sterren in de ruimte. We lopen ergens en plotseling wijst hij een plekje aan: Oh, dit herken ik, daar ben ik geland met mijn raket! Ik moet even meeschakelen. Niet zo thuis zijnde in de ruimte kan hij me van alles leren, maar wat nu echt waar is en wat uit zijn rijke verbeelding komt is moeilijk te onderscheiden. Het is dus zoeken naar de juiste toon. Wow!, dat is altijd een goed begin..

Het ultieme moment van de logeerpartij is wanneer hij naar bed gaat. Het ritueel van douchen, tandenpoetsen, en in bed nog even op de Ipad (wordt hij slaperig van). Maar zonder uitzondering komt de roep om liedjes. Ik draai het repertoire af dat ik voor mijn eigen kinderen zong (en die mijn moeder voor mij zong, de Nederlandse). Mijn vinger moet over zijn neus en voorhoofd wrijven en dan zie ik de ogen langzaam dichtgaan. Na de tweede ronde ‘Er schommelt een wiegje in het bloeiende hout‘, ‘I’ve been working on the railroad’, ‘Row, row, row your boat’, ‘Drie kleine kleutertjes’,  Roodborstje, Op de grote stille heide , sluiten ook mijn vermoeide ogen.

Het was weer een volle, rijke en vermoeiende dag.

Onverwacht bezoek

20131125_110659 (1)De ‘black dog’ (zie mijn vorige blogs over de black dog, een ander woord voor depressie) miste me, zo zei hij. Het werd tijd voor een bezoek. Hij was al binnen voor ik er erg in had en toen hij eenmaal op de bank lag, kon ik niet meer van hem af. Ik probeer een goede gastvrouw te zijn. Want van afwijzing en boosheid wordt het beest alleen maar zwarter en lelijker. Af en toe een aai over zijn hoofd. Maar ook weer niet té veel aandacht. Me niet af laten blaffen door ‘m, maar wel proberen in gesprek te blijven. Wel vermoeiend, hoor, zo’n hond op bezoek. Ik had hem helemaal niet gepland! En dan zit hij daar zomaar of hij nooit is weg geweest…Af en toe gaat hij op schoot liggen en daar krijg ik het echt spaans benauwd van. Zo close wil ik niet zijn met hem.

De hond vindt het best als ik wat actief blijf. Veel in de tuin doen maar, dan kwispelt hij wat om me heen en heel af en toe gaat hij slapen. Dan ben ik even op mezelf. Het gekke is dat ik dan zo’n moeite moet doen om hem niet te zoeken. Is hij nou weg? Is hij even weg? Is hij misschien helemaal weg? Maar dat zoeken maakt hem wakker…hij voelt het aan of zo. Helaas. Zijn voortdurende aanwezigheid maakt me wel gespannen, merk ik. Alles in me verzet zich tegen dat vervelende beest, maar ik moet toch zijn aanwezigheid accepteren. Hoe ik het ook draai of keer en hoe vervelend ik het ook vind,  het is ergens toch ook mijn hond.

Ik ben druk met het bezoek. Er blijft weinig tijd en energie over voor andere dingen. Rustig thuis maar wat bezig blijven, actief in de tuin bewegen, wat fietsen of wandelen, films kijken. Dan is de hond het rustigst en ik dus ook.

Ik hoop dat hij zich gauw weer gaat vervelen. Bij mij heeft hij eigenlijk alleen maar een hondenleven. Ik zal blij zijn als het zover is. Ik wil nog wel uitzoeken waarom hij nu zo plotseling verscheen, na lange tijd. Maar of dat lukt? Ik moet er maar gewoon aan wennen misschien. Af en toe wil het beest me zien. Hoewel….meestal zijn er ook wel nieuwe levenslessen, of oude die ik vergeten was.

Hot Pink

19183__pink-hydrangea-bed_p.jpg (969×606)

Hot Pink. Knalroze. Is dat een mooie kleur? Ik aarzel. Ja, bij mijn donkere dochters, die staat het best mooi. Of bij zo’n klein, schattig meisje tegenwoordig. In een prinsessenjurkje…Of, laat me nog even goed nadenken. Mijn schoonmoeder ja, die kon alle kleuren hebben, zeker ook knalroze.

Maar!

Cliffhanger…(spannende muziek)

Wat vind ik van knalroze in mijn tuin? Nou ja, hier en daar een roze accent, prima.

Cliffhanger.

Maar wat te doen als AL je hortensia’s, wélke kleur ze oorspronkelijk ook hadden, KNALroze kleuren? Wanneer de stokroos, met veel zorg van zaad tot plant opgekweekt, zich niet met donkerrode bloemen tooit (daar had je toch het zaad van gezaaid?) maar met jawel: KNALroze bloemen! Dan wordt het me teveel. Dan buig ik mijn hoofd en slik de tranen der teleurstelling in en vraag me slechts af welke #$%@ vorige bewoner hier zuurstokken in de grond vermalen heeft…

Ik troost me met de rozen die gelukkig kleurvast zijn en zich niet laten meeslepen in de roze rage. En de rode fuchsia die sierlijk zijn klokjes laat wiegen in de wind. Met de gele wederik, de blauwe monnikskap en de rode geraniums die ik vorige zomer stekte. En natuurlijk bloeit overal de vrouwenmantel, betrouwbaar als een degelijke werknemer, die plant.

Het blijft afwachten met een tuin. Veel gezaaid dit jaar, maar zoals ik al eerder schreef was het resultaat, de zaailingen, slechts bestemd om de buiken van naaktslakken te vullen. Volgend jaar anders aanpakken dus.

Ik vergeet de Annabel! Die blijft wit!

Ik heb nog wel wat kunnen oogsten van mijn AH plantjes. Bij terugkeer van mijn vakantie hingen er welgeteld drie boontjes in de bonenplant, zaten er onderaan de bijna geheel weggesabbelde stelen, twee worteltjes en waren er zeker wel tien (mini)bietjes klaar om gegeten te worden. Eerder had ik al van de sla geplukt en van de krulandijvie. En de kersentomatenplantjes blijken gigantsiche groene bomen te worden. Met hier en daar een tomaat-in-wording.

Dit is niet, wat je zegt, een rijke oogst. En zeker niet wat me was voorespiegeld door AH. Maar ik heb de smaak te pakken. Ik ga de zuurstokken uit de grond zeven en er een container oud roest in verwerken om de kleur te beïnvloeden. Ik koop alvast een paar kratten bier om de slakken te bestrijden plus een grote voorraad korrels. En een mandje, waarin ik dan vanaf mei 2017 2x per dag naaktslakken in hun gretige gang ga hinderen. Ik pluk ze net zolang uit alles tot ze volkomen ontmoedigd, met hun staart onder dat slijmsliertgat, een andere tuin gaan zoeken.

En verder mag de natuur z’n gang gaan.

 

Partir c’est mourir un peu..

Ik nam laatst afscheid van mijn taalles. Vier jaar heb ik namens een welzijnsorganisatie Nederlandse les gegeven aan migrantenvrouwen. Ik begon met de bibbers, maar na verloop van tijd ben ik gaan genieten van de ochtenden dat ik samen met mijn vrouwen aan hun Nederlands sleutelde. Zo’n diverse groep! Zowel wat betreft nationaliteit, religie, taal, leeftijd en achtergrond. Allemaal gelijk echter in hun behoefte aan contact en bevestiging.

SAM_1743

Ik heb veel geleerd van deze dappere dames. Ze lieten hun land en familie achter, sommigen uit vrije keus, maar de meesten gedwongen door oorlog en geweld. En dan een nieuw leven opbouwen in een vreemd land, met een jou vreemde cultuur en een taal leren die als een van de moeilijkste bekend staat. Ga er maar aan staan! Om de stress te verlichten was mijn doelstelling tijdens de les altijd in ieder geval een keer samen lachen. Niet meegezogen worden in de verhalen over ziekte en depressie, maar ze wel te horen.

Tijdens mijn afscheidsmomentje vloeiden de tranen. Ik was natuurlijk gevleid, maar na de zoveelste omhelzing en toen zelfs mijn Thaise leerling huilde, dacht ik als nuchtere Nederlandse wel: Nou ja, zeg…Ik ga de wereld niet verlaten..We gaan samen  nog een keer eten, dus wat is dit?

Thuisgekomen realiseerde ik me dat er meer aan de hand was. Dat die tranen niet alleen mijn sfscheid golden, maar iets losmaakte bij de vrouwen. Een dieper verdriet over al die andere vaarwels. Van vaders en moeders, vaak te oud of te ziek om mee te vluchten, van broers en zussen, wel gevlucht maar over de hele wereld verspreid asiel gekregen. Soms van kinderen, of van grootouders. Steeds weer dat afscheid.

Het herinnerde me aan onze tijd in Zuid Korea. In de kerken daar werd ook veel gehuild. Waarom, dachten wij in het begin…Ik vond het maar overdreven, dat gesnik, tijdens de gebeden vooral. Arrogante westerling als ik toen was. Maar ook toen werd het me allengs duidelijk dat die tranen ook opwelden uit een diep verborgen verdriet, dat als een onderaardse stroom aanwezig was in de samenleving. Namelijk de herinnering aan geliefden in de Koreaanse oorlog (1950-52), die toen rond dertig jaar geleden was. Er was geen Koreaan (ik spreek over de jaren tachtig) die niet een familielid in het streng afgesloten Noorden had, met wie contact absoluut onmogelijk was. Kinderen die al tientallen jaren hun ouders niet meer spraken, echtgenoten, die elkaar kwijt geraakt waren in de chaos van de oorlog, broers en zussen enzovoort. En juist tijdens de gebeden, in de ontmoeting met God kwamen de tranen los. Dat is tenminste mijn gedachte.

Verdriet zoekt zich altijd een weg naar buiten. Vaak in de vorm van bitterheid of angst en ziekte. Maar wanneer het gedeeld kan worden in tranen, met een ander of de Ander, ligt er in die ontmoeting troost. En is het verdriet weer even dragelijk.

Ik ga mijn taalochtenden missen. Maar het contact met mijn moedige dames wil ik blijven houden. Op een andere manier misschien. Een manier waarin minder de taal, maar de ontmoeting centraal staat.

Nog even broeden over een goeie vorm.

Verliefd, IJsland en immigranten

img_1659.jpg (3264×2448)
fotobron: quintadafontevelha.com

Vakantie. Ander ritme, andere gewoontes, andere mensen, ander eten. Heerlijk. In twee dagen zijn we naar Zuidfrankrijk gereden. Langs volle snelwegen. Ondanks het voorseizoen zijn we niet de enige vakantiegangers.  Het is seniorenuittocht. Grijze hoofden, trekhutten en óf jonge gezinnen met vouwwagens.  Onderweg in de file, denk ik, wat doen we eigenlijk? Tien uur reizen op een dag, waarvoor? Puur om het weer? Dan zijn we er niet aan ontsnapt: hoosbuien en onweer zijn  ook hier ons dagelijks deel. Tramontane, onweer en zware regenbuien, afgewisseld met warme, zonnige uren. Niet slecht.

Het compleet andere van de omgeving is toch de voornaamste reden dat we het in de zomer ver van huis zoeken. Hier in het uiterste zuiden van la Douce France  bloeien de bloemen een veelvoud van uitbundig, staan de soms eeuwenoude, grijsgrillig gevormde olijfbomen stevig en zilver geworteld in de grond. De watervallen van bijna neonpaarse bougainville; de terra gekleurde huizen; de zoete geur van lindebloesem en jasmijn, ah, zo heeft God het bedoeld!  Het van Gogh licht, de heuvels en bergen van de Pyreneeën…de knaloranje granaatappelbloesem, het heeft allemaal net iets meer van de oorspronkelijke glans en kleur van de schepping, lijkt het. Dat is vakantie. En dan straks weer genieten van de ‘gewone’ pracht van het Nederlandse landschap. Altijd verliefd zijn is tenslotte te energieverslindend.

Echtgenoot vermaakt zich ‘s avonds opperbest met het EK voetbal. In het restaurant van de camping is hij inmiddels stamgast. Waarschijnlijk al berucht (beroemd?) door zijn luidruichtige steunbetuigingen voor iedere avond wel een ander team (bij gebrek aan een Nederlandse ploeg). Het liefst een underdogteam. Zo heeft hij, (volgens mijn zus, ik was er niet bij) een ware rondedans gemaakt toen IJsland scoorde. Een Nederlander tegen wie ik tijdens de tweede helft ( ik was ook even komen kijken) zei, dat we voor IJsland waren, knikte nogal veelbetekend zijn hoofd: dat heb ik gemerkt. Toen wist ik nog niet van de rondedans…

queen-elizabeth-1-857b8b4c-4c75-47b2-96e6-7b5e3fd73920.jpg (620×410)

Zondag waren we in de Riverchurch. Een Engelstalige gemeente die rouleert tussen Perpignan en Laroque voor de diensten. Tot onze verbazing was de dienst geheel gewijd aan koningin Elizabeth ter gelegenheid van haar 90e verjaardag. Op het beamscherm een grote foto van haar (niet deze trouwens, maar wat zit ze er goed uit!) en de gezongen liederen hadden veel te maken met ‘hen die over ons regeren’ dat zij regeren namens de Koning de koningen. Aan het eind zongen we zelfs het God save the queen, met een aantal coupletten die wij niet kenden. Mooie verzen in de lijn van de coupletten die in de kerk soms gezongen worden na het Wilhelmus, zoals Mijn schild en de betrouwen, en Oorlof mijn arme schapen. Ik heb wel God save your Queen gezongen, maar ik kreeg toch bubbelwijn na de dienst!

Er wonen veel Engelsen in dit gebied. Ik kan het me goed voorstellen. Een Nederlander die we spraken vandaag (hij heeft hier al 17 jaar een tweede huis) vertelde dat het dorp levendig kan blijven o.a. door de belasting van de buitenlandse inwoners. Daardoor is het mogelijk  dat er een kleine supermarkt is, een slager, een bakker en een aantal restaurantjes en zelfs nog een school. Het dorp is klein, gezellig en leeft. Zo zie je maar dat immigranten goed zijn voor de economie!

De maat is vol!

Ik weet dat ik niet haten mag. Ik moet liefhebben, of ik er nu zin in heb of niet. Liefhebben is doen, gevoelens volgen wel enzovoort. Ik weet het. Echt.

Maar…ik heb het nu niet over irritante mensen, die met hun ongevoelige opmerkingen of niet-empathische houding het me soms heel moeilijk maken.

Ik heb het nu over een wezen, een organisch, levend wezen dat zó walgelijk is, zo slijmerig, stroperig, gluiperig, kruiperig weerzinwekkend, dat ik me niet kan voorstellen dat dit in God’s gedachten is opgekomen toen Hij de wereld schiep. Het is een absoluut geval ‘gevolgen van de zondeval’, waaronder ik poepvliegen en muggen ook reken.

Maar de intense haat die ik momenteel ervaar richt zich op de Naaktslak.
De Naaktslak. Het woord alleen al duidt op iets wat gewoon niet kan. Een slak is al erg en dan is deze ook nog naakt! Heb je er weleens eentje aangeraakt? Het kost je een uur om het lijmslijm van je vingers te boenen. Ik kan het weten want ik doe niet anders dan worstelen met de viezerds.

 

768_2_large.jpg (369×282)
mijn aartsviijand

Net als veel andere mensen ben ik door AH enthousiast geraakt door de zaadjes die je bij alle boodschappen kreeg. Ik had wel eerder in potten sla en tomaatjes gekweekt, maar nu was ik serieus begonnen met komkommerplanten en courgettes. Ik heb gegoogled om te zien hoe en wat en zag foto’s van kleine balkonnetjes voorbijkomen, volgestouwd met weelderige planten in bakken en schalen. De hele zomer eigen komkommers eten, courgettes plukken, watermeloenen verorberen in de warme zomerzon. Wat een hemel op aarde werd me hier voorgepiegeld. Ik had er zo’n zin in. En ik heb een tuin, op het zuiden! Alle voorwaarden waren aanwezig om een rijke oogst te krijgen.

intratuin-moestuin-op-balkon-of-terras.jpeg (1200×500)

U voelt het al aankomen natuurlijk. Ik had namelijk in dit paradijs buiten de zondeval en haar gevolgen gerekend. De Naaktslak. Wat ik ook deed. Hoe ik me ook inspande. Waar ik ook maar korrels en koffiedik strooide, het mocht niet baten. Langzaam, doelgericht, een glanzend zilveren slijmspoor achter zich latend, vrat het beest zich door mijn planten heen. De zelfgezaaide bloemen, ze hoefden maar hun groene neusje boven de grond te steken of ‘hoppa’ weg ermee, zongen de monsters in koor. Maar nooit waar ik bij ben, hè? Heel laf, ’s nachts, als ik diep in slaap ben, komen ze met hun trage gang hun alles vernietigende werk doen.

Bloemenzaailingen weg, smak smak; zoek, zoek, wat is er nog meer te smullen? Ah, groenteblaadjes! Komkommer, courgette, zelfs kruiden versmaden we niet. Weg zelfgezaaide tym.

Maar het ergste komt nog. Gisteravond had ik van overgebleven bladerdeeg (koelkast schoon gemaakt) een strudel gebakken. Die stond op het aanrecht uit te wasemen. Ik kwam binnen uit de tuin en zag (het was donker) een lekker stukje boven de schaal uitsteken. Zo’n randje wat je net  kunt opeten, zonder dat iemand merkt dat je aan het gebak hebt zitten pulken. Mijn hand strekte zich verlangend uit om het korstje te pakken….het korstje was ijskoud en plakte….Het bleek het eindstuk te zijn van een enorme naaktslak!! Wat er toen door me heenging en wat er uit mijn mond kwam…..echtgenoot kwam aanrennen omdat hij ervan overtuigd was dat iemand mij de keel had doorgesneden!

Niet. Ik heb echtgenoot de heuse moord laten doen. Buiten weliswaar. Ik heb me over de appelstrüdel ontfermd. En nog denk ik, wáár kwam dat beest nu binnen vandaan?  Het begint een Egyptische plaag te worden.

Nou ja. Ik zal ermee moeten leren leven. Er zijn ergere dingen. Maar ja, toch…Wie nog tips heeft? Ik ben bereid om ze persoonlijk (wel effectieve) korrels met een lepeltje door hun strot te duwen, als ik zo van het ongedierte af kan komen.