Saint Rémy en het ‘gekkenhuis’ – een bezoek

Van Gogh door Zadkine in tuin St.Remy
Van Gogh door Zadkine in tuin St.Remy

‘Ik wilde je zeggen dat ik geloof er goed aan gedaan te hebben hierheen te gaan, allereerst omdat ik, nu ik de werkelijkheid van het leven van allerlei gekken of dwazen in deze menagerie zie, de vage vrees, de angst ervoor kwijt raak. En langzamerhand krankzinnigheid kan gaan beschouwen als een ziekte zoals elke andere ziekte.(………..)en hoewel je hier voortdurend vreselijk geschreeuw en gekrijs hoort als van beesten in een dierentuin, kennen de mensen elkaar hier ondanks dat heel goed en helpen ze elkaar als ze een aanval krijgen.(…..) Ik ben nog nooit zo rustig geweest als hier(..) zodat ik eindelijk een beetje kan schilderen…’ 

Dit schrijft de schilder Vincent Van Gogh op 9 mei 1889 aan zijn broer Theo in Parijs. Hij is begin mei opgenomen in een psychiatrische inrichting in Saint-Remy-de -Provence. In Arles, zijn woonplaats sinds een jaar, heeft hij ‘aanvallen’ van waanzin (bijna iedereen kent wel het beruchte ‘oorverhaal’, waarbij Vincent een groot stuk van zijn oor afsnijdt en presenteert aan een prostitué). Minder bekend is dat hij ook van de grond ging eten en zijn verf en zelfs de terpentine trachtte te drinken.

Hij was ver heen. Vandaar dat zijn broer Theo regelde dat hij opgenomen werd en onder behandeling kwam van dr. Peyron. Een voor die tijd ‘wijze’ arts die erg zijn best deed mensen met een psychiatrische stoornis humaan te verplegen. Met de beperkte kennis van toen weliswaar, maar de toestanden in de inrichting waren zodanig dat Van Gogh er zich beter voelde dan in zijn eigen huis in Arles,  dat blijkt uit zijn brieven uit die periode. Hij is niet erg weg van het eten, wil niet teveel te maken hebben met de andere zieken, maar hij voelt zich er geborgen en veilig. Dr. Peyron schrijft in zijn aantekeningen over van Gogh dat hij waarschijnlijk aan epilepsie lijdt. Met onregelmatig voorkomende toevallen, tijdens welke hij zich niet langer bewust is wat hij doet.

Eén van de behandelmethodes bestaat uit baden, tweemaal per week, twee uur lang, de zg. hydrotherapie. We zagen de houten kuipen, met deksel. Dat werd waarschijnlijk bij onrustige patiënten vastgeschroefd zodat ze er niet uit konden springen.

De baden waarin patiënten 2 uur zaten, om rustig te worden
De baden waarin patiënten 2 uur zaten, om rustig te worden

Al jaren volgen echtgenoot en ik het ‘spoor’ van Van Gogh door Nederland en Frankrijk. Het begon met een ‘toevallige’ lezing van een Regenboog-pocket  ‘Brieven aan Theo’. Ooit door mij geschonken aan echtgenoot vanwege zijn interesse in en bewondering voor de schilderijen van Van Gogh. De brieven sloegen in als een bom. Ik moest ze onmiddellijk ook lezen. Wat ik deed en ik begreep waarom ze zo’n indruk maakten. Van Gogh kon geweldig goed schrijven, zeer persoonlijk en beeldend en legt zijn ziel volkomen bloot in bijna iedere brief. Eerst zijn worsteling en gedrevenheid om armen te helpen en het evangelie te preken. Periodes die grote teleurstelling brengen. Dan de strijd om te schilderen zoals hij het wilde, de armoede en het geworstel om in zijn levensonderhoud te voorzien, wat niet lukt. De tegenslagen.  Veel idealen lopen op niets uit, alleen het schilderen blijft. Zonder enige erkenning schildert hij uiteindelijk als een razende het ene doek na het andere. Geld om te leven heeft hij niet, zijn broer Theo onderhoudt hem volledig.

De brieven (inmiddels hebben we de volledige uitgave cadeau gekregen) geven een inkijk in het moeizame en, ondanks zijn grote talent, toen nog onopgemerkte leven van de schilder. Hij neemt in Den Haag een zwangere prostitué in huis, Sien, eerst met de bedoeling om haar een plek te geven waar ze haar kind kan krijgen. Het brengt hem in kwaad gerucht. De familie heeft het er moeilijk mee, vooral zijn vader die predikant is, en Vincent niet kan volgen. Er is veel ruzie. In Parijs gaat hij onder invloed van anderen lichter schilderen dan hij in Nederland deed, maar de zon breekt pas echt door wanneer hij in Zuid Frankrijk, in Arles, arriveert. Alleen is van Gogh dan al een gekweld, ziek mens. Waarschijnlijk ook als gevolg van alcohol (absinth!) en een slecht dieet is zijn gezondheid ondermijnd. Dat komt zijn psychische gesteldheid niet ten goede.

In St.Remy schildert hij alle uren van de dag. Het is de enige manier dat hij overleven kan, zo zegt hij zelf. Hij maakt er sommige van zijn mooiste doeken.  Amandelbloesem schilderde van Gogh als kraamcadeau voor het zoontje van Theo en zijn  vrouw Jo. De irissen groeien nog steeds in lange rijen in de tuin van het ziekenhuis (uitgebloeid op de foto). Alles in zijn omgeving kwam op doek te staan. Ook het (schitterende) uitzicht vanuit zijn raam.

We hebben daar gestaan in die kamer, met een vreemde mengeling van gevoelens. Hier in deze kleine, sobere kamer in een psychiatrisch ziekenhuis, in een uithoek van Frankrijk woonde een gekwelde, geniale man, die nog maar een jaar te leven had en onbekend (behalve onder een paar collega’s) in Auvers begraven zou worden. En honderden ondergewaardeerde doeken achterliet. Nét voor zijn dood in 1890 lijkt het erop dat hij zijn eerste doek zal verkopen. Hij heeft het niet meer mee kunnen maken.

 

Kamer Van Gogh

irissen1 St. Remy StRemy (39)

Irissen. Tegen de zon in gefotografeerd, de gevel met het slaapkamerraam van Van Gogh, en de kapel op het terrein van de inrichting, ook toen al in gebruik. De inrichting was onderdeel van een klooster.

amandelbloesem

 

Het is een tragisch verhaal. Met voor Van Gogh liefhebbers een gouden einde. Zijn geweldig talent is uiteindelijk ontdekt en voor ons is er nu zijn prachtige erfenis. Weten dat die de vrucht is van veel bloed, zweet en tranen maakt die erfenis een ware schat.

Heidelberg – Basel – Nimes

In der Neckarhelle is het adres van onze eerste Airbnb-kamer. Vlakbij de Neckar zoals de naam al doet vermoeden, maar net niet aan de Neckar, wat goed is want daar loopt een drukke weg langs. Een straat hoger, tegen de berghelling aan, is de Neckarhelle. En dan eigenlijk nog een steil weggetje omhoog, de hoek om. Dan staan we voor het hek dat toegang geeft tot het appartement van Manfred, de lange, magere eigenaar.

Na wat wennen (zie mijn vorige blog) is de kamer een uitstekende uitvalbasis voor het verkennen van Heidelberg. We zoeven fietsend langs de Neckar.  Fietsen is zeer populair aan het worden in Duitsland. De fietspaden deel je echter met wandelaars en veel van deze onschuldige lopers (vaak ook toeristen die geen idee hebben van naderend gevaar op wielen)  worden rakelings gepasseerd door snelle Jelles. De echte fietsers gebruiken de paden allang niet meer en racen voorbij op de autoweg. Duitsers houden van snelheid. Of ze nu in de auto zitten of op de fiets.

Wij bereiken binnen 10 minuten het Schloss. Een indrukwekkende ruine van het kasteel van de keurvorsten van de Palts , van wie Frederik III tijdens de Reformatie in de 16e eeuw zo’n belangrijke rol speelde. Hij steunde Luther en de protestanten. Onder zijn stimulans kwam de Heidelbergse Catechismus tot stand. Vorig jaar werd 450 jaar HC uitbundig gevierd in de stad terwijl er geen hond is die er nog iets mee doet. Correctie. Er is een heel klein kerkje gestart, Selbstandige Evangelisch Reformierte Kirche, 30 leden max tot nu toe, dat gebruikt maakt van de catechismus en enthousiast is over het gereformeerde erfgoed. Geen afsplitsing, maar een nieuw begin, zeg maar.

We bezochten de gemeente op zondag. De voorganger, Sebastian Heck, is van Rooms Katholieke afkomst en is via velerlei wegen uitgekomen bij het gereformeerde geloof. Alle leden komen van verschilende achtergronden en vormen een boeiend gezelschap, volgens de predikant. De dienst is vlot, behoudend van liturgie. Psalmen vertaald in modern Duits, met Geneefse melodie en af en toe een gezang. Voor we inzetten met zingen, zet de dominee een ‘ bandje’ aan met orgelmuziek. Bij gebrek aan organist. Er stond overigens wel een mooie vleugel. Dus was het wellicht behelpen vanwege de vakantie. Het kwam op mij wel enigszins komisch over. Met een ernstig gezicht drukte de man op een verborgen knopje en opeens rolde er een golf muziek over ons heen als waren we vergaderd in een kathedraal. Het zong wel beter dan acapella. We ontmoetten er natuurlijk andere Nederlandse gezinnen, altijd leuk. Een Amerikaans gezin is er lid en had voor de cake bij de koffie gezorgd. Alleen daarom al is een bezoekje aan te bevelen!

Het weer in Heidelberg was warm, zeer warm. Zeker fietsend, droop het zweet letterlijk langs mijn rug wanneer we ergens stopten. Ook het Kurpfalziches Museum bracht niet de gehoopte verkoeling. Geen climat control, integendeel, het glazen dak maakte het binnen ondragelijk warm. Er waren wel een aantal bijzondere dingen te zien. Gerard Honthorst was redelijk populair bij de vorsten dus er hangen een aantal mooie portretten. Er is een Cranach, de zondeval,  een schitterend vroeg altaarstuk, uit hout gesneden, van Jezus en de apostelen. Veel porselein en servies van Frankenthal, wat ik erg interessant vond, maar niet altijd mooi. Uiteindelijk kwam het heerlijkste moment in de museumtuin, een groot glas koud Weissbier!

We nemen afscheid van Manfred en Heidelberg en vervolgen ons airbnb avontuur, nu in Basel, voor 1 nacht. Onze kamer daar is 2 maal zo groot en luxe maar ook dubbel de prijs. We zien de verhuurster nauwelijks. Het is een jonge Turkse vrouw die in Europa gestudeerd heeft en nu voor een Turkse werkgever in Zurich werkt. Ze is laat thuis en vroeg weg. Basel blijkt een peperdure stad. Gelukkig hebben we er vrienden die ons een snelle rondleiding geven en ons vervolgens trakteren op een typische Baselse maaltijd: kalfs cordon bleu met rosti en groenten. De volgende ochtend, na een verbazend goeie nacht op het uitklapbed, maken we ons op voor de lange tocht naar Nimes.

Op weg naar het zuiden nu, naar de Pyreneeen, maar eerst nog een airbnb voor vier nachten in Nimes, een weekje bijkomen van alle steden in een gite de France, (hutje op de hei) en dan de week in Laroque, waar we familie in alle soorten en maten zullen ontmoeten.

Maar eerst Nimes. Waar we Sue ontmoeten, die in een 19e eeuws appartement woont. Aan de buitenkant volkomen verwaarloosd wat typererend is voor (Zuid)Frankrijk. Houten luiken waar de verf vanaf bladdert en muren die in geen decennia geverfd zijn. Juist daarom zo karakteristiek. Binnen is het hoog en veel groter dan we dachten. We krijgen eerste lekker een koude rose op het terras aangeboden en worden direct voor de Franse leeuwen gegooid. Sue verstaat wel Engels, maar spreekt het nauwelijks. Wel spreekt ze vlot en snel haar eigen taal. Wij moeten dus aan de bak met ons Frans. Na veel gehaspel en gelach laat ze ons de kamer zien. Een ruime kamer, dat wel, maar op zolder. Warm. En met een schuin dak en dikke balken waar je zo lekker je hoofd aan kunt stoten. We lopen vanaf dat moment gebogen.  Wonder boven wonder slapen we goed, met de ventilator min of meer op het bed.

En tot nu toe heeft alleen echtgenoot zijn hoofd gestoten. Maar die had zijn bankpas in de betaalautomaat laten zitten en holde de trap op om de pas telefonisch te blokkeren. Dat zijn van die momenten dat alles even tegenzit.

 

Levende geschiedenis – Zuid Korea 1982

1982 - Pusan fotograaf Choi Min Shik maakt familiefoto
1982 – Pusan fotograaf Choi Min Shik maakt familiefoto

We woonden nog niet zo lang in Zuid Korea. Ik zie aan de foto dat we nog in ons eerste flatje wonen, Urim Mansion, een nogal weidse naam (Bosrijke Appartementen, zoiets) voor een betonnen blokje met een stuk of 40 woningen. Wel afgelegen, dus minder luchtvervuiling. Vandaar misschien dat Bosrijk.

Een (volgens onze Koreaanse kennissen) beroemde fotograaf, Choi Min Shik, wilde ons fotograferen voor een nieuw te verschijnen boek. Pusan, waar wij woonden, was toen nog een stad waar je weinig buitenlanders tegenkwam, dus een foto van een Westers gezinnetje in zijn boek was een bonus. Het was in een mum gepiept. Onze oudste zong geen liedje op verzoek, onze jongste leefde duidelijk mee in haar dilemma.

Vandaag, op zoek naar een ander boek, vond ik het fotoboek weer in de kast. Met handtekening van de fotograaf voorin. Even Googlen en het blijkt inderdaad een belangrijke fotograaf in de Koreaanse fotografie-geschiedenis. Ik ben het op mijn gemak door gaan bladeren en raakte er helemaal van in de ban. De foto’s zijn rauw en grof van pixel, en stralen een ongekende kracht uit. Dwars door de stad Pusan en elders maakt de fotograaf foto’s van het dagelijkse leven van de Koreanen. Op markten, tijdens uitjes, aan het (zware) werk. Van oude van dagen en pasgeboren baby’s, van kinderen verdiept in hun spel, tot oude mannen, evenzeer verdiept in go-spel. Geweldig mooie beelden in hun alledaagsheid. De armoede en hardheid van het leven van toen spat er af. Maar evenzeer de levenslust, de fierheid en de opgewekte aard van het Koreaanse volk. Wij kwamen daar 27 jaar na het beëindigen van een verwoestende burgeroorlog in 1953. Het land (bijna volledig verwoest en ontbost)  had zich al groots hersteld, maar de armoede was nog zicht- en tastbaar. De gespannen verhouding met Noord Korea (tot op de dag van vandaag een staakt-het-vuren, geen vrede!) legde een zware wissel op de samenleving.

Dat heeft deze fotograaf vastgelegd. Ook voor ons. Nu ik 34 jaar later deze foto’s weer zie, en zelfs mensen herken die daar op straat (onder onmenselijke omstandigheden soms) de kost verdienden, nu realiseer ik me pas hoe arm het Koreaanse volk nog was, maar ook weer, hoe sterk.

The late Choi Min-shik (Courtesy Noonbit Publishing Co / Yonhap News)
The late Choi Min-shik
(Courtesy Noonbit Publishing Co / Yonhap News)

Dat Choi metterdaad een belangrijke fotograaf was/werd blijkt uit het feit dat er in 2013 (jaar van overlijden) in zijn naam een prijs is ingesteld. De eerste in zijn soort in Zuid Korea. Choi kwam zelf uit een arme familie. Hij werd geboren in 1928 (tijdens de Japanse overheersing) en koesterde lange tijd de droom om kunstschilder te worden. Op een kunstacademie in Japan kwam hij in aanraking met het fotowerk van  Edward Steichen: “The Family of Man”. De zwart-wit foto’s troffen hem omdat ze niets verhulden. Dit leidde er toe dat hij zelf de camera oppakte en begon met het vastleggen op beeld van de harde realiteit die het dagelijks leven voor vele Koreanen inhield. Hij was niet geliefd bij het regime van dictator Park Chung hee (net vermoord door zijn body-guard, in 1979, toen wij in Korea aankwamen) die het land alleen als een succesverhaal wilde zien.
(vrij vertaald van http://enkr.blouinartinfo.com/)

Photos taken by Choi Min-shik in Busan in 1965. Courtesy of Choi Min-shik and Noonbit Publishing
Photos taken by Choi Min-shik in Busan in 1965. Courtesy of Choi Min-shik and Noonbit Publishing

Oma, moeder, draagt haar kind op de rug, terwijl ze op de markt haar spullen verkoopt. Samen eten ze zo een bakje noodles.

PS Hopelijk is met de bronvermelding het publiceren van deze foto’s niet illegaal…

MIJ – Waarin een klein museum Groot is

museum IJ

Al weken had ik me voor genomen naar Museum IJsselstein te gaan, na de verbouwing in 2012. MIJ heet het lekker kort en krachtig tegenwoordig. Ik ben er eerder geweest, met de kleinzoons zelfs en had er een leuke herinnering aan. Toegankelijk, mooie verhalen over het verleden en, wat vooral de kleinzoons leuk vonden, je was er zo doorheen.

Groot in: Overzichtelijkheid
De verbouwing was alweer een tijdje klaar en de titel van de expositie die er nu gehouden wordt intrigeerde me. In de Wolken. Foto’s, installaties, schilderijen van wolken, luchten en water. Alleen de woorden maken me al vrolijk. Binnen, bij de receptie ook nog de onverwachte mededeling dat mijn museumkaart geldig is. Meestal is dat niet het geval in plaatselijke musea. Bonus dus. Expositie linksaf, IJsselsteins straatje gelijk rechts.

Trouw aan IJsselstein als ik ben, begaf ik me opnieuw in het IJsselsteinse geschiedenisstraatje. Misschien was er nog iets nieuws en anders kon ik weer proberen de relatie tussen de Gijsbrechten van Aemstels, de van Egmonds en de Oranjes te ontwarren.

grafmonument Nikolaaskerk Gisbrecht van Amstel en zoon en echtgenotes
grafmonument Nikolaaskerk Gijsbrecht van Amstel en zoon en echtgenotes

Want ja, IJsselstein is een baronie, al eeuwen en ooit was Willem van Oranje baron van IJsselstein. Zijn nazaat, onze koning, is dat ook. Het paard dat hem traditiegetrouw geschonken werd bij zijn troonsbestijging, schonk hij ruiterlijk aan een kinderboerderij hier in het stadje. (Voor de geïnteresseerden hier een link naar een beknopte geschiedenis van het stadje)

Groot in: Weinig prehistorie
Het straatje start bij ‘de prehistorie’. Welja, de geschiedenis gaat dus nog verder terug. Er is hier zelfs een Romeinse grafheuvel gevonden. Eerste vitrine. Nog wat meer potten, scherven en roestige objecten in de tweede vitrine en daarna gaat het snel naar de middeleeuwen en verder. Kijk, dat is dus een grootsheid in een klein museum. Je bent niet verplicht uren door te brengen op een archeologische afdeling. Ik vind archeologie boeiend, vooral verhalen over hoe het eruit gezien zou kunnen hebben. Maar na twee á drie vitrines met gebroken schotels en potten ben ik klaar. Ze zien er over de hele wereld (in mijn lekenogen!) hetzelfde uit.

geschiedenisMIJ

Maar dan de vitrines met ‘echte’ geschiedenis! Kleding, meubels en gebruiksvoorwerpen! Daar smul ik van. MIJ is beperkt maar geeft toch een inkijk in het leven van de IJsselsteiners door de eeuwen heen. Ook wat hun beroep en ambacht betreft. Al die wilgenbomen hier, geen wonder! De moerassige Lopikerwaard werd ontgint en langs de rivieren en sloten groei(d)en de knotwilgen in overvloed. De mensen hebben er eeuwen van geleefd. Kinderen hielpen al met het (schillen) van wilgentenen. Hele industrieën ontstonden. Mandenvlechters, touwslagers, alles werd gemaakt dat van het materiaal gemaakt kon worden.

20131127_153443 Wilgenbosjes, geschild MIJ

Kwaliteit
Na van de geschiedenis weer genoten en geleerd te hebben, vervolgde ik met In de Wolken. Zeer minutieus geschilderd werk van (Utrechtse kunstenaar) Daan de Jong, gemaakt naar aanleiding van uitgebreide documentatie tijdens vakanties en reizen, van landschappen en wolkenluchten. Een drieluik van prachtig, uitvergrote fotobeelden van het IJsselmeer van Wout Berger, gemaakt vanuit zijn slaapkamerraam, gedurende één jaar. Foto’s van interieurs met daarin kunstmatig gecreëerde wolken, die net op het juiste moment zijn vastgelegd, voor ze weer verdampten. IJl, des te meer zo vanwege de hoge of kale interieurs (Berndnaut Smilde). Van JCJ Vanderheyden (leuke video), schilderijen van blauw/witte/zwarte vakken die, zoals de maker achteraf ontdekte, gezichten op wolken blijken te zijn vanuit een vliegtuigraam. En geinige (wolk)installaties van veelzijdig kunstenaar-architect John Körmeling. Marisca Voskamp bedacht een adem-mee installatie. Van plastic zakjes met lucht (ingeblazen door de museumbezoekers) maakt ze een groeiende wolk.

wolk van adem vanbezoekers MIJ. Verzameld in plastic zakjes.

Het meest indrukwekkende vond ik het enorme landschapsschilderij van Daan de Jong. Te zien is een bergketen met daaronder een meer, aan de oever een stadje en links erboven naderende onweerswolken. Naast het schilderij staat een muziekinstallatie. Terwijl je kijkt kun je luisteren naar een pianoconcert van Ferruccio Busoni  (had ik nooit van gehoord). De schilder geeft suggesties welke track bij welke onderdeel van het schilderij past. Ik heb zeker een kwartier bij het schilderij gezeten, al luisterend en kijkend. Ik denk dat het beeld voor eeuwig vastligt in mijn hersenen. Fantastische ervaring.

Daan de Jong - MIJ

En toen stond ik weer buiten. Na het kopen van een paar leuke kunstkaarten van Ijsselstein. Mijn bezoek meer dan waard. Ik voelde me blij met Ijsselstein. Klein stadje, maar rijk met een eigen museum, bioscoop, theater, zwembad en bibliotheek.

Willem-Alexander mag trots zijn op zijn titel: Baron van IJsselstein.

De muziek:

Hit or shit?

http://nlpop.blog.nl/alternatief/2013/08/05/hit-of-shit-lukas-batteau-dance-for-the-dead-video

Ik maak reclame voor niets en niemand maar voor deze zanger, mijn favoriete singer-songwriter (na David uit de Bijbel) toch een uitzondering. Klik op de link en luister naar zijn single en STEM vervolgens: hit or shit (excusez le mot)

Hij is ook te vinden op  iTunes
Kijk even op de volgende link
http://www.lukasbatteau.com/music/

Tot slot:

‘Als kippen zonder kop’ – Cobra-Dumas in Singermuseum Laren

Artistically I am still a child with a whole life ahead of me to discover and create.
I want something, but I won’t know what it is untill I succeed in doing it.
Alberto Giacometti

de HeusDie tekst van Giacometti (beeldhouwer 1902-1966) was 20 jaar geleden zeer van toepassing op het echtpaar De Heus, startende kunstverzamelaars. ‘We kochten als kippen zonder kop’, zeggen ze zelf, in een interview in NRC. Rijk geworden door de verkoop van veevoer, zochten ze een nuttige en leuke vrijetijdsbesteding voor de zaterdag. Geen golf, geen boot, daar hadden ze niet veel mee. Met vele, lege muren in hun nieuwe huis, leek het hun een goed idee wat (grote) schilderijen aan te schaffen. Zo maar, van de ene dag op de andere waren ze verkocht. De schilderijen in de galerie die ze bezochten, maar het echtpaar ook, aan moderne, eigentijdse, Nederlandse kunst.

Het eerste schilderij dat ze kochten was van een in Nederland wonende Russin, Masha Trebukova, een abstract schilderij. Familie en vrienden verklaarden hen voor gek. Maar ze lieten zich daar niet door weerhouden. Het was tenslotte hun huis. Inmiddels beschikken ze over een grote collectie schilderijen, beeldhouwwerken en plastieken. Abstract of figuratief, conceptueel of realistisch, het maakt niet uit: ‘Binnen 4 seconden weten we of het wat wordt’, leggen ze uit in de video die vertoond wordt bij de expositie Cobra – Dumas in het Singermuseum in Laren.

Jesus crucifix DumasCo-Westerik-Zwemmer-5-1969

links: Crucifix, Dumas-rechts: de Zwemmer, Co Westrik 

Na de eerste spontane aankopen vragen Henk en Victoria advies aan een kunstkenner. Tenslotte hebben ze er niet echt kaas van gegeten, realiseren ze zich. Wat begeleiding is wenselijk, want er gaat veel geld zitten in deze hobby. In de persoon van Deborah Campert (vrouw van Remco Campert) ondergaan ze een ‘cursus kunstkijken’. Een halfjaar niets kopen, alleen maar ieder zaterdagmiddag naar galerieën en musea om te kijken,kijken,kijken. De route is uitgestippeld door Deborah. Een goeie invulling van hun vrije zaterdag.

Vermakelijk, zoals ze samen vertellen hoe hun interesse uitgroeide tot een passie. Eén ding is duidelijk, ze moeten zeer vermogend zijn. Zoals een gemiddeld mens van een mooi shirt er soms twee koopt omdat ze zo goed passen en omdat je niet kunt kiezen tussen twee kleuren, zo koopt het echtpaar de Heus twee schilderijen, omdat ze allebei zo prachtig zijn. Leuk is dat ze overal gaan kijken, galerieën en ateliers, maar vooral ook bij eindexamen exposities van beginnende kunstenaars. Zo kochten ze een werk van Robert Zandvliet en zijn hem sindsdien blijven volgen. Zandvliet zoomt in op gewone, alledaagse onderwerpen, zoals een stoeptegel of een schelp en schildert er vervolgens monumentale werken van. Prachtig. Een zo uitvergroot voorwerp krijgt een heel ander karakter. Ik zag bijvoorbeeld een strand of boulevard langs de zee in plaats van twee stoeptegels langs grijs asfalt.

marlene dumas / naomi, 1995 / privatsammlung / © marlene dumas Appel Cobra

De verzameling van De Heus is enorm en zeer gevarieerd en afwisselend. Zoals ik al zei, minimal art, conceptuele kunst, figuratief, abstract, er is werkelijk van alles. En daarom heel plezierig en inspirerend om te bekijken.  De keuze van Henk en Victoria de Heus is vaak toegankelijk. Je snapt bijna onmiddellijk waarom ze tot een bepaalde keuze kwamen. Ik vond het opvallend dat er in hun verzameling geen cynische of schokkende (wel verrassende!) kunst voorkomt. Ik las in een recensie in het Reformatorisch Dagblad van 27 april jl. de reden: ‘Het echtpaar, beiden overtuigd christen en kerkelijk actief, licht toe: „Geloofservaringen zijn ook niet te omschrijven, toch ervaar je ze. Zo is het met kunst ook. Een kunstrecensent merkte op dat er een „religieuze lijn” in onze collectie zit. Zelf zien we dat niet zo. Maar het is waar dat we in de kerk hebben geleerd om het kwade zo veel mogelijk te vermijden en het goede te zoeken. Dat is wat we met onze kunst wel nastreven.”

Grappig is ook dat ze niet schromen om aan kunst hun eigen betekenis te geven. Het schilderij van Marlene Dumas van Naomi Campbell is voor hen vanaf moment één een schilderij van Naomi uit het Oude Testament, vertellen ze. Van Naomi Campbell hadden ze nog nooit gehoord. Heel vrijmoedig geven ze  hun eigen duiding aan de kunst die ze kopen en koesteren. Het maakt me blij om christenen te zien die serieus bezig zijn met eigentijdse kunst, iets wat nog niet heel gewoon is. We nemen als christenen toch vaak genoegen met het middelmatige, terwijl God de Schepper is van zoveel moois! Vooral kerkgebouwen kunnen zo zonder smaak en gevoel voor stijl zijn ingericht. Ik vind het inspirerend om de verzameling van deze christenen te bekijken, zoveel oog voor stijl en schoonheid. Dat hoeft niet per se duur te zijn. Genoeg beginnende kunstenaars, ook in de kerk, die een stimulans goed kunnen gebruiken!

De expositie is een aanrader!

De lange weg naar Jan van Eyck

Annunciation_-_Jan_van_Eyck_-_1434_-_NG_Wash_DCIk ben onlangs naar de ‘Van Eyck’ tentoonstelling geweest in Museum Boymans in Rotterdam. De juiste titel is: ‘Op weg naar Van Eyck’. Dat bleek letterlijk van toepassing op deze tentoonstelling, ik was zó lang op weg naar Van Eyck, dat ik de schilderijen van de goede man niet heb gezien. Ik was de mensenmassa namelijk zat. Ik heb mooie schilderijen gezien ‘op weg’ naar een soort Heilige der Heiligen, een plek gecreëerd in het centrum van de ruimtes, waarbinnen de vijf uiterst kostbare en kwetsbare Van Eyck’s hingen. Ik zag schilderijen, voorwerpen en sculpturen. Devoot, fijnzinnig, zeer knap en doortrokken van een toewijding aan God en de kerk, prachtig. Maar de massa’s mensen…!  Met mijn koptelefoon op kon ik me nog enigszins onttrekken aan de drukte en de lange rijen, maar hoe dichter ik bij Van Eyck kwam, de grote meester van de olieverf, hoe langzamer we schuifelden. Dat is echt niets voor mij. Vooral omdat de voorwerpen en schilderijen geen grote afmetingen hebben en de zalen vrij schaars verlicht zijn was het zicht slecht. Ik hou gepaste afstand van mensen omdat ik het ook niet prettig vind wanneer mensen in mijn nek staan te hijgen. Dus. Zag ik niet genoeg van dichtbij. Dus haakte ik af vóór het Heilige der Heilgen.

Ik ben lekker naar een doodstille afdeling in het museum gegaan en heb in grote stille zalen op mijn dode gemak Charley Toorop, Margritte, Dali en andere modernen bekeken.

Ik zou zeggen: ‘Op weg naar van Eyck’, alleen voor de echte afficionados. Liever ga ik naar Gent, om daar, in alle rust, voor De aanbidding van het Lam te staan, dat ongeëvenaard mooie drieluik of polyptiek van de gebroeders van Eyck. Ik kan me daar geen rijen mensen herinneren.

lamgods

Trouwdag, OV en cultuur in Amsterdam

Mooi hoteladres in A’dam voor viering van 38 jaar samen

En toen waren we op vier oktober alweer 38 jaar getrouwd! De echte trouwdag in 1974 was miezerig en grijs, nu straalde de zon uit een blauwe hemel ons tegemoet. In combinatie met de felle herfstkleuren van de bomen een ongekend mooie dag!

In Amsterdam voor onze trouwdag, slapen we op 3 oktober een nachtje in een hotel in de buurt van de Vrije Universiteit. Goedkoop parkeren, met OV de stad in, makkelijk toch? De halte van de tram is vlakbij, dus ’s ochtend gaan we monter op pad. We checken in op het platform met onze OV chipkaart (zo makkelijk!) bij de halte (de tram stopt wel ver van het platform, dachten we nog) en rijden naar de Dam, om vandaar naar de Jordaan te lopen. Tenminste dat was de bedoeling.

Tijdens het uitchecken registreert het apparaat onze kaarten niet juist. We lezen ‘Goede reis’ in plaats van ‘Tot ziens’. Ervaren reizigers als we zijn ruiken we onraad. Echtgenoot houdt zijn kaart nog een paar keer voor de lezer, maar leest nog ’s twee keer ‘goede reis’ of zo. Op naar de bestuurder. Er gaat een lichtje branden bij me. Stond er bij die tramhalte in Buitenveldert ook niet een grote M?

Mijn vermoeden blijkt juist. ‘Ja’, zegt de bestuurder verveeld, zonder verder enig inlevingsvermogen, ‘als je bij de Metro incheckt moet je ook bij de Metro uitchecken, mevrouw’. Juist. Logisch. We checken weer in bij de tram en vervolgen onze weg naar het CS. Daar is de Metro. Maar waar moeten we dan uitchecken? Want we komen er niet aan op het perron…

Bij de Metro klampen we iemand aan met een uniform. Wat te doen? Een hele relaxte Antilliaanse Nederlander in dienst van de Amsterdamse metro gaat het ons laten zien. We lopen, zonder haast, in een rustig Antilliaans tempo, dat ik inmiddels van mijn schoondochter ken, naar de OV chipkaartmachine. Daar  toont hij ons hoe we een ‘uitdraai’ van onze reizen kunnen maken. Nooit eerder van gehoord, maar iedere zwaai van je kaart voor de apparaten in tram, trein of bus wordt blijkbaar geregistreerd en er komt dus een lange kassabon uitrollen met al ons gedoe van de ochtend tot dusver keurig op een rijtje.

Nu is het de bedoeling dat we 3 aparte elektronische formulieren gaan invullen (voor elke zwaai één) op de site van de metro met een verzoek om teruggaaf van geld. Echtgenoot, inmiddels lichtroze van ingehouden frustratie doet een poging tot verbetering van het Amsterdamse OV: ‘Het is helemáál niet duidelijk waar je moet inchecken bij die halte. Als toerist is het echt allemaal heel verwarrend!’ De man is vriendelijker maar even onverstoorbaar als de trambestuurder: ‘Nee, de metro is niet hetzelfde als de tram, meneer’. Dan moet je ze ook niet op één perron laten stoppen, ja? Typisch weer een logistiek voor ingewijden, waar Nederland in floreert.

Verder hebben we een leuke dag gehad, trouwens! Het bleek de eerste van de Drie Dwaze Dagen bij de Bijenkorf te zijn, de eerste dag van de Kinderboekenweek en uiteraard ook nog Dierendag. Wij hebben altijd gevoel voor belangrijke dagen gehad. We hebben het geheel gerenoveerde Scheepvaart Museum bezocht (tip: maak de Virtuele Zeereis) en het eveneens totaal verbouwde Stedelijk Museum, ‘de Badkuip’ in de volksmond. Tip: neem een audiotour!).

’s Avonds zijn we na een lekkere maaltijd bij eetcafé Blauwe Brug (een 8 wat ons betreft, maar wij zijn geen gourmets) aan het Waterlooplein, naar een dansvoorstelling van Het Nationaal Ballet geweest van de choreograaf Hans van Maanen: De Hand van de Meester, in de Stopera. Een bijzondere ervaring. De ongelofelijke kracht van de dansers waarmee ze schijnbaar moeiteloos hun lichamen als lichte vogeltjes over het podium laten vliegen en bewegen. Geweldig. Hoe dóen ze het? Ik ben compleet analfabeet op het gebied van ballet en dans, dus ben zeer onder de indruk van de prestatie op zich al. Ik miste wel wat spanning op den duur. Het leek veel van hetzelfde. Decor was er niet, behalve in hele strakke grijzige panelen en lichtval. Het laatste stuk vonden we allebei het sterkst. De Frank Bridge Variations, op de (bijna) gelijknamige muziek van Benjamin Britten. Prachtig!

foto van de site

En nu de electronische formulieren invullen voor de teruggaaf van 10 euro. Of zal ik het maar gunnen aan de metro? Voor het VTT fonds: Verbetering Toegankelijkheid Toeristen.

Back to the US of A – Rapid City en de Indianen

Vandaag was een Native American dag. Het weer is beneden alle peil hier in Rapid City SD. Ik heb sinds woensdag nog geen hogere temepratuur afgelezen van de gigantische electronische thermometer voor het hotel dan 47 gr. F, dat is zoiets als 10 gr. C! Daarbij regent het. Hele natte regen.

Vanmorgen was het enige tijd droog en togen wij naar downtown Rapid City om wat vertier te zoeken. Naast het Journey museum, een museum over de geschiedenis van de Black Hills is er ook het Dhal Arts Center. Een combi van galerie, museum en educatie. Uiteraard volledig in handen van vrijwilligers. Mooie kunst gezien van South Dakota kunstenaars professioneel en amateurs van een middelbare school. Derde plaatje van links is van een scholier.

Er bleek daar tevens een Indiaanse kunstmarkt gaande. Met dansoptredens en muziek.. Rapid City kent een grote populatie Indianen, die hier politiek correct, Native Americans worden genoemd. Je herkent ze direct aan hun uiterlijk, donker, Aziatisch met veelal lang haar in een staart of vlecht en helaas aan het feit dat de meerderheid aan obesitas leidt. Ze behoren veelal bij de armste laag van de bevolking. De oudere generaties leven op de reservaten, grote stukken land hen ooit toegewezen, in armoedige huisjes/krotten. De jongere generaties woont ook wel in de stad zelf. Er zijn hier Indiaanse scholen, die echter vaak van bedenkelijk niveau zijn. De situatie van de Amerikaanse Indianen is triest. Ze leven van een uitkering, als een goedmaker voor de slechte behandeling in het verleden. Het heeft tot armoede geleid omdat men geen enkele stimulans had en heeft om te werken. Op de site van de Lakota Stichting vond ik een link naar een journaal item van de NOS over het Pine Ridge reservaat dat bij Rapid City ligt.

Ook Kelly Looking Horse, een Lakota indiaan met wie we in gesprek raakten op de markt deelde de pessimistische visie op zijn volk. Een oudere man die zich inzet voor het behoud van de Lakota taal en cultuur. Hij gaf aan dat de uitkering een van de redenen is dat er onder Indianen zo weinig initiatief is. We zijn een ‘waiting nation’, zei hij. We wachten op ons geld en we wachten op onze voedselbonnen. En dat is het dan.

Het is een vicieuze cirkel. Met tragische gevolgen. Alcoholisme, drugsgebruik, werkeloosheid, armoede en een steeds toenemend gebrek aan gezondheid.

Kelly Looking Horse gaf ons echter een ander gevoel. Hij is een trotse man. Bezig met de schoonheid van zijn eeuwenoude cultuur. Hij vertelde ons contact te hebben met (of all places!) een organisatie in Nederland, de Lakota Stichting. De stichting organiseert reizen naar de prairies van Noord Amerika en Indianen dienen als gidsen en reisleiders. Frappant toch wel. De stichting heeft een heel informatieve site.

De cultuur van Indianen fascineert me. De oude foto’s van Indianen in hun traditionele kleding, trots en fier, staan in zo’n schrijnende tegenstelling tot wat er van dit volk geworden is. Waar ligt dat aan? Waarom is het ene volk initiatiefrijk en actief in staat zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen? En blijft het andere volk bij de pakken neerzitten en verzandt in armoede en ellende? Het is mij een raadsel.

Prachtig was het te zien hoe trots opa Kelly was op zijn drie kleinkinderen die traditionele dansen opvoerden onder begeleiding van hun grootvader!

het derde kleinkind was 18 maanden en verdween af en toe uit beeld, maar deed zeker ook haar best mee te draaien in de dans. Links een jongen, rechts een meisje.