Dankbaar III – Schoonheid, geweld en rouw

Vandaag mijn derde dankbaarheidsstukje. Genomineerd door Willemien Wierenga Bremmer op Facebook.

Maar dankbaar voor wat? Schrijven over dankbaarheid op een dag dat bekend wordt dat er een vliegtuig in het  luchtruim boven Oekraine is neergeschoten met bijna 300 mensen aan boord, waaronder 173 Nederlanders. Niemand overleefde de aanslag, (bedoeld of onbedoeld).

In Gaza wordt zwaar gevochten en sterven mensen, in Syrie gaat de strijd maar door. In Nigeria worden meisjes ontvoerd en meerdere malen per dag verkracht. ik voel me bijna schuldig om nu over onbenullige dingen te schrijven waar ik dankbaar voor ben.

Dankbaar dat God de zee en het strand geschapen heeft, zonsondergangen boven de weilanden rondom mijn woonplaats, de geuren van het pas gemaaide gras dat straks als hooi gaat dienen, de mini-padjes in mijn tuin, die altijd net wegspringen als ik wat onkruid trek, de libellen die verzot zijn op onze vlinderstruik.

Dankbaar ben ik voor schoonheid. In de natuur, in kunst en in het alledaagse leven. De felle kleuren van kranen en boten die afsteken tegen de blauwe wolkenlucht in de havens van Rotterdam of Scheveningen, de blauwgroene roestkleur van verweerde materialen, het lijnenspel van machines en fabrieken op een industrieterrein. Overal vind je schoonheid, als je goed kijkt.

Ik zie de rokende puinhopen van het ontplofte vliegtuig in Oekraine. Ik luister naar het nieuws, ik hoor de verslagen. Wat is er gebeurd? Waarom? Wie zaten er allemaal in dat vliegtuig? Met een Marokkaanse jongen praat ik over Gaza. De haat tegen het beleid van Israel is groot, ook in Europa onder moslims. De haat van pro Russische separatisten in Oekraine tegen de regering in Kiev is groot. De haat van de ene moslim groepering in Syrie tegen de andere is groot. De haat van Boko Haram tegen de regering Nigeria is groot. En geweld is het antwoord. Steeds meer geweld. Waar gaat dit heen, nu Nederlanders en andere Europese inwoners betrokken raken bij deze conflicten?

Vandaag kies ik ervoor me te concentreren op dankbaarheid als tegenwicht tegen angst. Dankbaar zijn is niet hetzelfde als voelen. Soms is het ervoor kiezen en jezelf toespreken.  Zo ben ik dankbaar voor de belofte van Jezus dat Zijn Koninkrijk aan het komen is.  Dat daar vrede en gerechtigheid heersen. Dat wie rouwen daar worden getroost en haat overwonnen wordt door  liefde.

En daarom toch ruimte om dankbaar te zijn voor schoonheid! Een voorproef van hoe het worden zal! Geweld en haat hebben niet het laatste woord.

 

 

Etsy of edgy?

Ik schreef laatst een opgewekte blog over een Etsy winkel. Ik beloof op mijn startpagina immers ‘zo mogelijk’ vrolijk commentaar te leveren op het dagelijkse leven. Dus, goeie intenties. Zelfs als er geen aanleiding is om vrolijk te zijn. Dan wordt het wel lastiger, maar achter de wolken schijnt de zon, aan iedere wolk zit een zilveren (of was het gouden?) randje, na regen komt zonneschijn,  enzovoorts. Je merkt wel aan deze uitdrukkingen wat het summum van geluk blijkt te zijn voor Nederlanders.

Om nu maar een keer te somberen: Zelfs aan de zon  kun je verslaafd raken volgens wetenschappers. Wie teveel zont krijgt niet alleen uiteindelijk huidkanker, maar moet ook uiteindelijk afkicken omdat, als de zon er niet is of de zonnebank is failliet, er ontwenningsverschijnselen ontstaan. Alles met mate. Dat blijft toch een goed motto van de oude wijzen. Overal waar te voor staat…

Dit was trouwens  het minst ernstige bericht dat ik tot me nam tijdens mijn dagelijkse krant-bij-het-ontbijt moment (understatement, dat ‘moment’) vorige week.

Steeds grotere ongelijkheid in verdeling rijkdom.  Op de een of andere slinkse manier is het een kleine groep slimmerikken in de wereld gelukt van de crisis zodanig te profiteren dat ze er rijker van geworden zijn. Ik ga geen procenten en statistieken reproduceren, ik ben geen nieuwssite, maar het is onthutsend. Kijk maar op allerlei dagbladsites, ik las het in het ND, maar er zijn ongetwijfeld anderen.

Wat zo erg is dat dit juist vaak mensen zijn (de goede niet te na gesproken, die zijn er gelukkig ook!) die voor anderen soberheidsmaatregelen moeten bedenken, doorvoeren of handhaven. Of ze werken in een sociale sector als de zorg, woningbouwverenigingen en wat dies meer zij.

Als ik mensen als Erik Staal of Marcel de Vries van woningbouwvereniging Vestia (o.a.verantwoordelijk voor sociale woningbouw voor mensen met een lager inkomen) bijvoorbeeld hoor spreken (achtergrond) kan ik mijn oren niet geloven. Terwijl ik toch gereformeerd ben. (Dat is dat geloof dat ervan uitgaat dat mensen van nature, zonder Gods hulp, tot alle kwaad geneigd zijn. Waarom, ben ik dan toch altijd weer verbaasd en verbijsterd als het ‘grote kwaad’ voorbij komt? Het is er immers altijd? Ondergronds, ver weg, verborgen, onopgemerkt omdat het klein blijft. Maar als het dan zijn klauwen uitslaat in bijvoorbeeld grove begeerte, het grote graaien, kan ik er niet overuit.

Het komt denk ik doordat het grote, grove kwaad ten alle tijde gepleegd wordt door gewone mensen. Ik zou het zelf kunnen zijn, als het ware. En dát maakt het voor mij zo schokkend. Is het grote graaien in wezen anders dan meedoen aan de loterij in de hoop een miljoen te winnen en er allerlei luxe dingen van te kopen? Dat wil ik wel. Opeens een zak geld voor de deur en er alles van kopen waar ik al jaren zonder doe.

Ik bedoel te zeggen, ik herken die lust naar geld. Dat ik het niet heb is maar goed ook, bij wijze van spreken. Het is niet mijn bedoeling om dingen goed te spreken of glad te strijken, helemaal niet! Maar toen ik een ‘bestorm de Bastille’ gevoel begon te krijgen bij het lezen en overwoog me aan te sluiten bij de communistische partij, (die bestaat niet meer, geloof ik) realiseerde ik me dat dat ook geen oplossing is. Het kwaad zit te diep. Ik bedoel, 56 miljoen vluchtelingen in de wereld! Waarvan de helft uit kinderen bestaat. Dat los je niet op met alleen maar de politiek en ook niet met geweld!

Geld corrumpeert, macht corrumpeert, aan de zon raak je verslaafd, kwetsbare kinderen worden misbruikt (“Volgens VirtualGlobalTaskforce-voorzitter Ian Quinn is de internethandel in filmpjes en afbeeldingen van seksueel misbruik van kinderen inmiddels zo omvangrijk geworden, dat ze gerust een epidemie genoemd mag worden”, ND 21-06-14).  De zee raakt verstikt door plastic afval, vluchtelingen leven op straat met hun gezin, en het Midden-Oosten is een tijdbom.

Ik ben maar even het gras gaan maaien toen. De randjes met de hand bijgewerkt. Contact met de aarde. De verrukkelijke geur van pas gemaaid gras maakte me rustig. De donkere aarde, de wind in de bomen, het zingen van de merels, het kleine padje onder de afgevallen bladeren, Gods schepping.

Diepe zucht en toen wist ik het weer: God is erbij. God is betrokken. Het loopt Hem niet uit de hand.

Zelf op deze aardbol  geleefd, Zelf arm geweest, Zelf met rijken en graaiers omgegaan en het onrecht ervaren, Zelf zieken meegemaakt, Zelf de rouwenden getroost, en uiteindelijk Zelf de marteldood gestorven.  En toen begon de nieuwe beweging, het nieuwe leven. Jezus opstanding uit de dood is het signaal dat er werkelijk een nieuwe start gekomen is. Voor de graaiers en de verbitterde armen, de misbruikers en de misbruikten, de zieken en de stervenden, en voor wie rouwen. Vluchtelingen en daklozen. Zwakke, luie burgers zoals ik, en overwerkte hulpverleners.

Worden de problemen nu allemaal opgelost? Zijn de schaduwen verdwenen, de zon breekt onmiddellijk door? Was dat maar waar. Geloven is in essentie vertrouwen. Vertrouwen in een Persoon, met Wie je een relatie kunt hebben die zoveel geeft dat je verder kunt, soms op je tandvlees, maar er is een band met Iemand die vult en vervuld. Daarover hoor je getuigen. De vervolgden, de armen, de rijken, de gevluchten, ze houden het vol vanwege hun band met Jezus nu en de belofte van het Koninkrijk.

Dat voelde ik weer even in mijn tuintje. Een geur, een geluid, een belofte van wat komen gaat. Is er ruimte voor Etsy naast al dit wereldleed? Toch wel. Het mooie, het schone, het artisitieke zijn als de tuin die vooruitblikt op wat er nog voor veel mooiers komen gaat. Maar ik wil ook ‘edgy’ blijven zodat ik mijn lijdende medemens niet vergeet.

Vaderdag

pappa (2)Ik was een echt moederskind. Lezers die mij al langer volgen zullen die conclusie al wel getrokken hebben. (bijvoorbeeld: nu is het welletjes, Yesterday, kijk verder op categorie Moeder ) Mijn wereld als kind bestond uit ik en mijn moeder, ergens ver weg was er een vader, en nog verder weg een aantal broers en zussen, maar die verstoorden in feite de rust en de eenheid met mijn moeder. Het kwam, als je zoiets al verklaren kunt misschien wel omdat mijn vader er meestal niet was. Zakenman, dus veel op reis. Ouderling of diaken in de kerk dus veel vergaderen en op pad voor de gemeente. Mijn moeder daarentegen was er altijd. Vóór ik naar school ging vanzelfsprekend, zij zorgde voor het gezin en de huishouding. En vanaf de kleuterschool iedere ochtend aan het ontbijt (mijn vader bleef liggen) en als ik thuis kwam ook. Het eten was in huis of we gingen samen nog wat halen in de buurt bij de groenteman of slager. Of bij de Végé op de hoek. Maar ik kan mij niet herinneren dat ik ooit werd opgevangen door mijn  vader. En als mijn moeder ziek was (en dat was ze regelmatig) stortte mijn wereld in.

Wanneer kreeg ik meer een band met mijn vader? Eerlijk gezegd pas laat in zijn leven. Ik vond het moeilijk met hem om te gaan. Hij was redelijk eigenwijs (dat zeggen mijn kinderen ook van mij, dus een ding heb ik alvast gemeen met hem) en kon op zijn punt blijven staan met in mijn ogen belachelijke argumenten, en als ik dan zover was dat ik hem onderuit gepraat had zei hij: we houden erover op! Woest maakte me dat.

Hij kon ook heel ongenuanceerd zijn, vond ik. Iets was wel zo of niet zo. Daar kon ik ook slecht tegen. Ik ben dan misschien eigenwijs, maar niet zwart wit!

Ik denk dat ik, omdat ik zo verbonden was met mijn moeder, heel lang mijn vader alleen kon zien door haar ogen. En veel van de leuke dingen van mijn vader kon zij niet zo waarderen. Dat voelden wij haarfijn aan. Mijn moeder wilde een gevoelige, empathische, zachtaardige, boeken verslindende man. Mijn vader was een nogal dikhuidige,’ís er soms iets met je of zo‘-achtige, driftige, lezen- als- er- geen- sport- op- tv was, van een borrel en lekker eten genietende man. Die gek was op zijn vrouw, maar af en toe he-le-maal niets van haar begreep. Dan bracht hij haar maar naar haar broer en zijn vrouw in Brabant om een paar daagjes begrepen te worden en verwend. En dan zat ik met de gebakken peren: een gezinsverzorgster, met een wit schort.

Want mijn vader had veel leuke eigenschappen. Zoals ik al zei: hij hield van een borrel, lekker eten, was zeer gelovig en serieus op dat vlak, hij kon uitbundig zijn, gieren van de lach en probeerde ons te leren stijldansen. Slechts een van de drie meiden had er feeling voor, en dat was ik niet! Hij was streng voor mijn oudere broers en zussen. Ik als laatste en vijfde heb een andere vader gekend dan zij. Make-up was een al lang gepasseerd station. Mijn oudste zus mocht nog geen lipstick, ik liep met dikke zwarte eyeliner op de middelbare school.

Mijn vader was, toen ik tiener was, niet in goeie doen. Hij was ontslagen wegens een fusie en kon het onrecht van aan de kant gezet te zijn niet verdragen, na veertig jaar trouwe dienst. Hij stortte in en kampte jaren met wat we nu een depressie zouden noemen. Lag lang op bed, was down en altijd bezig met De Zaak. Pas na een jaar of 10 kwam hij daar wat bovenop en hebben hij en mijn moeder nog wat kunnen genieten van hun tijd samen (hij overleed in 1986).  Lichamelijk had hij ook veel geleden. Zwakke rug, altijd pijn, een zwakke maag, en slechte longen (roker!). Maar uit die laatste  jaren stammen mijn beste herinneringen. Zijn liefde voor onze kinderen, zijn altijd beschikbare behulpzaamheid. Hij heeft wat afgeklust in onze huizen. Met echtgenoot voetbal kijken, met zijn vieren ergens koffie drinken (met een glaasje jenever erbij of een cognacje) en een gebakje met slagroom.

Waarin ik op mijn vader lijk? Eigenwijs dus (volgens mijn nageslacht), ik kan ook uitbundig zijn, hou van een wijntje en lekker eten. Kan ook moeilijk uit bed komen in de ochtend en naarmate de avond vordert word ik actiever. Eén ding wat ik, in navolging van hem, altijd doe is knielend bidden. Dat zag ik hem doen, ’s ochtends, op zijn knieën voor het bed, hardop biddend. Onbewust heb ik dat overgenomen. En wat ik helemaal aan hem te danken heb is mijn bijbelkennis. Geen maaltijd werd het overgeslagen, het bijbel lezen. En altijd zochten mijn ouders naar een goed te volgen vertaling van de bijbel. De Willibrordvertaling, moderne vertalingen, voorlopers van Groot Nieuws. Veel erover praten deden we niet, maar mijn vader las met passie en overtuiging  voor: Dit is het woord van God.

Ik bedank bij deze mijn vader voor veel. Zijn inzet, zijn harde werken zodat het ons aan niets ontbrak, voor de vakanties, de uitjes, de patatjes en kroketten, de badmintonspelletjes, zijn trouw in het bijbellezen en kerkbezoek. Voor alle klusjes, alle verhuishulp en vooral voor het feit dat hij van ons hield. Het leven was niet makkelijk. Vijf kinderen opvoeden was niet makkelijk. Zeker niet in een periode waarin alles veranderde en kinderen rebels waren en andere wegen gingen dan hij wilde. Maar uiteindelijk hebben we allemaal rond zijn sterfbed gewaakt en gewacht. Wel een maand lang rouleerden we en brachten tijd door met hem. Hij stierf op zijn 72e. Best jong eigenlijk. Maar het was goed. “Dan ga ik op tot Gods altaren, tot God mijn God de bron van vreugd”. Ik zie hem nog staan in de kerk, hard zingend, hoofd in de nek vol overgave. Zijn lievelingspsalm.

Vietnam en Boylston Street

Ik sprak tijdens de reünie op Choate Rosemary Hall afgelopen weekend (16-18 mei) met verschillende mannen die in Vietnam gevochten hadden en daar levenslang door getekend zijn. Wie in 1964 van school kwam had grote kans in dienst te moeten, vóór of na college. De Vietnam oorlog woedde toen al ruim 10 jaar en er was dienstplicht. Ik vroeg een tafelgenoot wat hij na de middelbare school was gaan doen. Hij was het leger in gegaan. Nog niet het verband leggend met de oorlog in Vietnam, ging ik ervan uit dat hij zijn loopbaan in het leger was begonnen. Wat hij daar dan gedaan had, vroeg ik nog naïef. En toen kwamen de verhalen. Vietnam, tanks, bommen, angst en moed.

Voor mij is Vietnam de oorlog van de protesten. Ver weg, verder weg nog dan de 2e WO, ten eerste omdat ik zelf geen mensen ken die er persoonlijk ervaring mee hebben en ook omdat ik er weing over weet, behalve dat het tot grote demonstraties leidde in de zestiger en zeventiger jaren in Europa en Amerika. Haat tegen Amerika, give peace a chance, flowerpower, het had allemaal indirect met de oorlog in Vietnam te maken. Het gaf er daarom een wat onwerkelijk karakter aan.

Mijn tafelgenoten waren er geweest. Omdat het moest, omdat er dienstplicht was, omdat je je land diende, zo verwoordden ze het. Kreeg je een laag lotingsnummer dan was je de pineut, kreeg je een hoog nummer, of studeerde je theologie (zoals echtgenoot) dan had je geluk. Eén van de mannen vertelde dat hij een jaar lang zijn hele leven moest plannen rondom het wel of niet moeten vertrekken naar Vietnam. Sommigen vertrokken naar Canada waar de overheid hen toestond te blijven. Er bestond een mogelijkheid tot vervangende dienstplicht, zoals in het onderwijs.

Zo blijf je hier mensen tegenkomen die gevochten hebben. IIn Vietnam, in Irak, in Afghanistan, en je ziet ‘veteranen’ op straat bedelen, met hun geamputeerde benen of armen duidelijk geëtaleerd..Of dit ook echte veteranen zijn? Volgens familie hier is er meer aan de hand dan puur het feit dat ze geen uitkering krijgen van de overheid. Er is meestal ook sprake van alcoholisme en psychiatrische problemen (vaak Post Traumatisch Stress Syndroom) waar men geen hulp voor krijgt. Vreselijk moeilijk om die mensen zomaar voorbij te lopen. Gisteren zag ik een jonge vrouw met een beker koffie bij een zwaar gehandicapte bedelaar stoppen om hem uit een rietje te laten drinken. Dan besef ik dat mijn vermogen tot dienen nog heel wat groei moet doormaken.  Aan de overkant van de drukke, sjieke Boylstonstraat liep, midden tussen het winkelend publiek, een bedelaar die in zijn broek had gepiest. ik zou zo iemand zo graag zijn waardigheid teruggeven. Kom, hier is een bad en schone kleren. Maar de stank, de overweldigende waanzin van het leven van deze mensen staat tussen hen en mij in als een dikke muur.

Ik begin maar met af en toe wat geld te droppen in de bekers van de minst dronken bedelaars en ze vriendelijk te groeten. Het zijn tenslotte mensen geschapen in het beeld van God.

Site met interessante (behoorlijk schokkende) informatie over gehandicapte veteranen in de VS. Lees vooral het gedeelte: geschiedenis van injured veterans.

Vijftigste reünie op Choate

 

campus Choate Rosemary
campus Choate Rosemary

De reünie zit erop. Donderdag kwamen we aan in Wallingford, CT, om de 50e reunie te vieren van echtgenoot die daar in 1964 zijn eindexamen high school deed. Samen met nog 120 andere jongens uit verschillende delen en staten van Amerika. Allemaal daar vanwege de goede naam van dit (toen nog, jongens-) internaat.

Echtgenoot was er niet meer terug geweest, maar stuurde wel trouw ieder lustrumjaar een biografietje in. Pas in de laatste paar jaar kreeg hij weer contact met een klasgenoot, met wie hij ook in college een kamer deelde. Samen maakten ze de stap van middelbare school (in de VS van 14 tot 18 jaar) naar college.

Getting ready for remebering those who died
Getting ready for remebering those who died

Als ‘ŕoom mates’ besloten ze het verzoek in te dienen hun appartement verder te mogen delen met een derde kamergenoot uit het Zuiden en eentje uit het Middenwesten. Dat werd ingewilligd. De student uit het Middenwesten was net tot geloof gekomen en dat zou een grote rol gaan spelen in echtgenoots leven. Maar dat was pas op college.

Wij aten de eerste warme maaltijd met een klein groepje fanatiekelingen. Zij zouden de hele reünie van begin tot eind mee gaan maken. De meesten van de jaargroep 1964 zouden vrijdag en zaterdag pas komen. Of eerder weggaan, zoals wij, omdat ze het combineerden met een ander bezoek. Sommigen kwamen van ver. Californië, Texas, Florida. Anderen hadden er een behoorlijke autorit opzitten. Wij waren redelijk dichtbij voor Amerikaanse begrippen, zo’n twee-en-halfuur rijden, vanaf Boston.

Vrijdagmorgen kwart over acht zaten we in de immense cafetaria achter de cornflakes. Een eenvoudige keuze uit een rijk palet aan etenswaren. Van hamburgers tot mediterraanse grill. De organisatie en het eten is uitstekend op deze vermaarde kostschool in het Noordoosten van de VS. ChoateRosemary Hall, Wallingford, Connecticut, tegenwoordig gemengd onderwijs, maar nog wel een internaat, met kinderen uit veertig verschillende landen. Acht honderd leerlingen, met docenten en andere stafleden totaal elf honderd personen op de campus.

Nu met het reünie-weekend loopt er waarschijnlijk het dubbele aantal mensen over de parkachtige campus.  Niet alleen de 50e reünie is gaande, ook alle andere lustrums worden gevierd (iemand kwam bij ons aan de tafel zitten tijdens het ontbijt die een bordje met : klas van 1949 omhad!) En allemaal drie dagen lang. Met drie maaltijden gecatered, en allerhande activiteiten. Een immense logistieke organisatie. Petje af voor degenen die hier maanden mee bezig zijn. En dan was het ook nog opa – en – oma dag voor de leerlingen op vrijdag.

SAM_1190
De grote reünietent

Alles gebeurt o.a. uiteraard ook met het oog op de hoognodige sponsoring van het onderwijs. Op de grande finale, tijdens het chique zaterdagdiner werd meegedeeld dat het doel van $1 miljoen gehaald was door de klas van 1964 (1 klas dus!) mede door de bereidwilligheid van een van de alumni om ter plekke   de ontbrekende $20.000 te doneren. Hij werd als held bejubeld. Er gaat veel geld om bij (sommige van) deze mannen.

Ruim 50 mannen, sommigen vergezeld door hun echtgenotes, drie dagen bij elkaar om herinneringen op te halen aan vier jaar intensief samen optrekken in het vreemde milieu van een jongens kostschool, met Engelse discipline.  Het was bepaald niet zomaar een middelbare school. In de VS worden deze scholen ‘prep-school’ genoemd. Men staat al voorgesorteerd voor college. HAVO-VWO niveau, zeg maar. Maar naast het feit dat iedereen een redelijk hoog niveau bezit, het lesgeld hoog is, is het ook een kostschool. Toen dus met louter jongens.

Echtgenoot herinnert zich met overtuiging dat dit een minder geliefd aspect was van het schoolleven. De stoutmoedigen ontsnapten ’s avonds om de plaatselijke schonen te ontmoeten, maar gezagsgetrouwen hadden daar niet de durf voor. Het was dus een eenzijdig bestaan met al die jongens op een kluitje.

Veel sport op de prachtig aangelegde campus en veel studie. De meeste mannen herinnerden zich de sportprestaties van elkaar. Dikbuikige, zwetende mannen bleken in het verleden uitmuntende footballspelers.  Schuifelende, zeer oud ogende mannen waren teamcaptain of aanvoerder van het voetbalteam geweest. Fascinerend om te zien hoe verschillend al deze mannen het verouderingsproces ondergaan. Er waren welgeteld twee van wie je de oorspronkelijke haarkleur nog kon herkennen. Sommige mannen hadden een nog jeugdig figuur maar de meesten zagen er werkelijk stokoud uit. Het ligt ook aan de mode. De enorme bandplooibroeken, sommigen van ribfluweel of denim (!) met daarop veel te lange, oversized blazers zijn ook niet erg flatterend, moet ik zeggen. Mijn echtgenoot sprong er tussenuit met zijn Europese, strakgesneden jasje en jeans, al zeg ik het zelf.

De branieschoppers van vroeger, de stillen, de alternatievelingen, de harde werkers, de eenlingen, je herkent ze allemaal weer moeiteloos. Ik deel mijn echtgenoot niet in bij de stillen, maar bij een groep die moeilijk te definiëren te valt. Hard werkend zeker, maar ook sociaal, sportief en muzikaal. Een beetje bij de snobs misschien?

Wat betreft muziek kwam hij, behalve de wekelijkse vioolles, niet erg aan zijn trekken. Hij moest weliswaar iedere zaterdagavond (op een balkonnetje) in het orkestje spelen dat het diner begeleidde van de rest van de studenten, maar dat was een verplichting vanwege zijn ‘scholarship’. Met grote tegenzin speelde hij daar op zijn viool lichte muziek waar hij in feite zijn neus voor op trok. In een opstandige bui weigerde hij zijn beurt te vervullen, maar hem werd onmiddelijk aangezegd dat de beurs zou komen te vervallen. Dat was waarschijnlijk het meest opvallende kenmerk van de groep waar hij bij hoorde, de jongens die niet op grond van een dikke portemonnaie maar vanwege een bepaald talent een (gedeeltelijke) beurs kregen en zo toch toegang kregen tot deze eliteschool.

Choate campus
Choate Campus

 

Tante Fie – klein in memoriam

IMG_5948Mijn deftige tante Fie, die het eeuwige leven leek te hebben, is maandag gestorven. Ze werd 97 jaar. Zachtjes is ze naar de hemel gegleden, naar haar geliefde Heer. Ze verlangde al jaren om te gaan. Niet om dood te gaan in de zin van levensmoe, maar wel om eindelijk het leven te beginnen waar ze als gelovige al haar hele leven naar toe leefde: Haar Heer zien en ontmoeten. Zijn op de plek waar alles goed komt. Waar we zullen kennen zoals we zelf gekend zijn.

Tante Fie had een sterk geloof in God. Ze sprak erover met wie ze ook maar tegenkwam. Gewenst of ongewenst, niemand kon haar de mond snoeren, daarvoor was ze te ‘onaantastbaar’. Het geloof en de kracht die ze putte uit haar vertrouwen in God maakte ook dat ze de stormen in haar leven kon ondergaan zonder te om te vallen. Kinderloosheid was een groot verdriet. De scherpe kritiek op haar man die ‘voor zichzelf’ een gemeente begon. Not done in die tijd, en misschien ook wel niet zo wijs. Maar toch gezegend in het leven van vele mensen in die streek. Daar ging het ook om. Maar de kritiek was niet makkelijk te verdragen. Pleegkinderen kwamen en gingen en soms liep het helemaal mis, ondanks zorg en toewijding. Misschien wel door de kinderloosheid, waardoor ze een bepaalde feeling miste met hoe je omgaat met oudere kinderen. Een pleegkind bleef en bezorgde haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Toch nageslacht.

Ik weet van vroeger nog hoe beledigd ik me voelde zo rond mijn tiende, als ik naar de keuken gedirigeerd werd ‘want daar stond voor de kinderen limonade’. Ik was een kind en ik dronk nog limonade, maar waarom ik naar de keuken moest? Ja, nu snap ik het, als je geen kinderen hebt probeer je een zekere rust te behouden want je kunt niet tegen alle lawaai die kinderen veroorzaken. Ik heb nu alle begrip en zou soms mijn kleinkinderen ook ergens naar een veraf kamertje willen sturen voor de appelsap. Maar als je kind bent wil je nergens heen gestuurd. (Of er moet wel iets heel leuks tegenover staan).

Tante Fie praatte deftig. Of dat aangeleerd was of dat ze dit van huis uit meegekregen had? Ze kwam uit Vlaardingen. En was van een ‘betere’ komaf volgens mijn moeder. Streng opgevoed. Je altijd nuttig maken, niet lezen doordeweeks, dat was tijdverspilling. Breien, haken, verstellen, dat waren zaken die je deed wanneer je even ‘niks’ te doen had. Ze bleef een zeer energieke vrouw. Altijd in de weer om mensen te bezoeken. Zieken, armen en nooddruftigen, binnen en buiten de gemeente. Een heuse diacones, in de bijbelse betekenis van het woord.

Haar echtgenoot, mijn moeders broer, kwam uit een ander soort nest. Mijn moeder hield nooit op te vertellen dat haar vader zo’n lezer was. Hij las voor aan tafel, nam boeken mee van de markt of de dubbeltjesbibliotheek en bracht zijn liefde voor lezen vooral over op mijn moeder en haar broer. Zowel tante Fie als mijn moeder adoreerden de broer/echtgenoot. Heel hun leven zijn ze met elkaar opgetrokken, natuurlijk ook met mijn vader erbij, die eveneens veel van zijn zwager hield maar zich ook wel eens aan hem ergerde. Mijn vader was zo’n totaal ander mens! Ze deelden de liefde voor lekker eten en een borreltje, hadden beiden gevoel voor humor en konden samen gieren van de lach! Maar mijn vader was een zakenman in hart en nieren en kon niet altijd overweg met de geestelijke benadering van het leven van mijn oom. Mijn vader kon dan een gezicht trekken van: ja,ja, klets jij maar verder, maar er moeten ook mensen blijven die zich echt nuttig moeten maken..

Zaterdag gaan we haar begraven. Op de kaart staat een tekst uit Johannes 11:25:

Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij  gelooft zal leven ook al is hij gestorven.

Deftige tante Fie, geniet van uw nieuwe leven!

Kwetsbare christenen in Pakistan en elders

Aangrijpend bericht op Persecution.org over een zelfmoordaanval op een christelijke kerk in Peshawar in Pakistan.

Nog een bericht over een zwangere vrouw in Sudan, gearresteerd en gevangen gezet vanwege haar geloof en nu ter dood veroordeeld.zwang.vrouw

Bidden is wat we kunnen doen. Open Doors biedt ook de mogelijkheid tot het sturen van kaarten. Een kaartje in moeilijke omstandigheden kan zoveel betekenen!

Een aanvulling, correctie op het nieuws over de Centraal Afrikaanse Republiek. In het nieuws wordt vaak gezegd dat christenen en moslims elkaar bestrijden. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. In de CAR is een meerderheid moslim. Wie geen moslim is wordt christen genoemd, maar dit is meer een politiek/etnische aanduiding. Kerken veroordelen het geweld categorisch.

Laatste nieuws over Asia Bibi, moeder van vijf kinderen die al ruim vier in de gevangenis wacht op de doodstraf omdat ze de profeet belasterd zou hebben in een ruzie met buurvrouwen: haar proces staat nu op de agenda voor 27 mei.

Wanneer ik me een uurtje verdiept heb in al deze verhalen gaat Bevrijding nog meer spreken. Machteloosheid over het vreselijke lot van zoveel mensen, medegelovigen, slaat ook toe. Maar dan weer de zekerheid: vrijheid is een geschenk, die ik gebruiken mag voor anderen.

En opmerkelijk blijft, waar de kerk het meest vervolgd wordt daar groeit ze. Waar de grootste vrijheid heerst daar sterft ze. Om over na te denken de rest van de dag.

Geloven binnen en buiten verband – een strenge SCP

Streng gelovig, dat zijn jongeren die tegenwoordig nog naar de kerk gaan. Het NOS nieuws kan er geen ander woord voor bedenken. Het roept een beeld op van jonge mensen die afzien van wat het leven smaak geeft, zich afkeren van de ‘normale’ wereld en ‘ongezond’ bezig zijn met religie. Het woord ‘fanatiek’ om ze te typeren is ook gevallen, niet bepaald positief bedoeld lijkt me. 

‘Ze geloven in de hemel en een hel’, zei de onderzoeker van het SCP met een enigszins ongelovig lachje op de lippen (of verbeeldde ik me dat) en als klap op de vuurpijl van onmogelijkheden: ‘ze geloven in een duivel’. 

Ik voel me aangesproken omdat ik weliswaar geen jongere ben maar wel in dezelfde feiten geloof. Ja, ik geloof in een leven dat niet ophoudt bij de dood, in het wonder van de opstanding van Jezus uit de dood als een van de ‘leerstellingen’ niet van de kerk, maar vanuit de Bijbel waarin ooggetuigen vertellen wat ze meemaakten, zagen, hoorden en aanraakten. 

En ja, ik geloof in een hemel, een plaats in een dimensie voor mij nu niet zichtbaar, waar gestorven gelovigen dichtbij God mogen leven tot de hemel op aarde zal neerdalen en de dood er niet meer zijn zal. Waar we zo dichtbij God mogen leven dat Hij alle leegte in ons zal vullen en we volledig tot ons doel zullen komen. Mysterie? Ja. Snap ik hoe het kan? Nee. Maar ik snap al niet hoe een computer werkt, laat staan hoe een cel zich deelt of een schram in mijn huid ‘vanzelf’ geneest. Ik vertrouw erop dat God zal doen wat Hij belooft omdat Hij dat al duizenden jaren doet.

En ja, ik geloof in de hel. De plaats waar gestorvenen die blijven ontkennen dat er een God is, groter dan hen. Die het recht heeft om over alle mensen te oordelen, Die in Jezus Zelf op aarde kwam om dat oordeel te ondergaan en het zo weer goed te maken tussen Hem en de mensen die dat geloven. Dat er een oordeel zal zijn troost me omdat ik zo weet dat alle grote schurken niet bij hun dood alsnog de dans ontspringen en ongestraft blijven voor hun gruweldaden. Er is een kwaad dat mensen overstijgt, Dat in dienst staat van een kwaad dat groter is dan één mens verzinnen kan, lijkt het. De misere van deze wereld, veroorzaakt door geweldenaars, moet die ongestraft blijven? Is het zo vreemd om te geloven in een duivel die het kwade in ons opjaagt, misbruikt, vergroot, intensiveert? Zoals er Liefde is die groter is dan mensen kunnen verzinnen of geven. Waarvan de bron dieper, hoger. verder ligt dan onszelf.

Ja ik geloof in een persoonlijke God, in een persoonlijke duivel en in engelen. Waarom niet? Waarom is dat streng gelovig? Het is het geloof van alle tijden en alle plaatsen sinds duizenden jaren.

Nederland is zo’n klein landje in een grote wereld met 2 miljard christenen. Van die 2 miljard is waarschijnlijk grofweg 30% orthodox of bijbelgelovig(dat woord lijkt me beter!). Verder zijn er 1,5 miljard moslims die het geloof in een persoonlijke God, een persoonlijke duivel, en een leven na de dood met christenen delen. Als we wat betreft leven na de dood en een duidelijk besef van goed en kwaad dat consequenties heeft  voor het leven van de gelovige nu en straks, ook de hindoe gelovigen en boeddhisten meerekenen hoeveel mensen blijven er dan nog over? Een citaat uit de inleiding van het rapport (van Pippa Norris en Ronald Inglehart): ‘the world as a whole now has more people with traditional religious views than ever before – and they constitute a growing proportion of the world’s population.’

Hoeveel mensen zijn er eigenlijk die menen dat er  buiten hun eigen hersenpan niets of  niemand bestaat aan wie ze verantwoording moeten afleggen, en die anderen die dat wel geloven streng, fanatiek en fundamentalistisch noemen? Het is uiteindelijk een kleine groep. En toch is hun oordeel zo absoluut. 

Een beetje fanatiek vind ik dat. 

Overgevoelige zintuigen

Het eerste wat me opviel, of beter gezegd, wat óp me viel, was de rookwalm. Dit huis was doordrenkt van zware shagrook. Tijdens mijn bezoekje werd er gelukkig niet gerookt, maar eigenlijk
maakte dat geen verschil. Later toen ik naar huis fietste rook ik mezelf. Achter mij zweefden slierten rookgeur in de wind. Nou ja, als dat het ergste was?

In mijn drang de zwakken in de samenleving te helpen word ik erg gehinderd door een afwijking in mijn zintuigen. Ik kan niet tegen stank en viezigheid. Ik zag ooit Majoor Bosshardt op televisie Herman Brood in bad doen, op zijn verzoek. Hij wilde haar misschien wel choqueren, maar daar had ze in de verste verte geen last van. ‘Ach, meneer Brood, u moest eens weten hoeveel vuile mannen ik al in bad heb gedaan, ik sta van een paar blote mannenbillen meer of minder echt niet meer te kijken’.

Ik stelde me dat voor: daklozen die binnenkomen bij het Leger des Heils, die misschien al maanden geen douche hebben gezien, laat staan eronder hebben gestaan, die dan gewassen moeten worden. Heeft een van jullie wel eens een dakloze in de metro in Amsterdam of zo geroken? Geen pretje om naast te zitten. Ik zou graag die liefde willen hebben, die Jezus ongetwijfeld ook had. Die bezetene in het land van de Gerasenen, die Hij aanraakte en heelde( Marcus 5), zou door ons waarschijnlijk niet zonder handschoenen en een mondkapje benaderd zijn.

Als ik nu geen neus had zou het makkelijker zijn. Zonder zicht zou ook helpen, want bij het zien van slijm en snot ga ik kokhalzen… Zucht.
Nou ja, dan maar verstokte rokers af en toe een handje helpen. En misschien, als het echte werk op mijn pad komt, krijg ik van Jezus kracht om (onzichtbaar) mijn neus dicht te knijpen en mijn ogen op een kiertje te houden. En, net als Hij, alleen maar ontferming uit te stralen.

Want het gaat om de Liefde.