Weblog van Margreet, (zo mogelijk) positief commentaar op het dagelijkse leven.
Auteur: Margreet
Ik vind het heerlijk om te peinzen over de dingen van alledag, de grote en de kleine. Mijn interesses? Lezen, gesprekken met vrienden en kinderen, koken, tweedehands spulletjes zoeken, films kijken, tuinieren, tegenwoordig vooral inheems en biologisch. Verder mijn kleinkinderen, die niet meer zo klein zijn, mijn Nederlandse, Amerikaanse en Franse familie, kortom te veel om op te noemen. Het volle, rijke, soms moeilijke leven met zijn ups en downs, daarover schrijf ik, met plezier.
Prachtige documentaire (helaas geen ondertiteling..) van de BBC. Praten over hoe het met je gaat kan het verschil maken tussen leven en dood. Blijkbaar is suïcide onder jonge mannen in Engeland zorgwekkend. Beroemde voetballers en prins William praten openlijk over hun eigen ervaringen met elkaar in de setting van de kleedkamer van een voetbalstadion.
Luisteren, signaleren, tijd vrijmaken voor de ander, eigen ervaringen delen, allemaal voorwaarden om een meer open sfeer te creëren waarin we niet alleen onze successen en verworvenheden delen, maar ook dat wat niet lukt, wat frustreert, datgene waarin we falen. Zo kun je voorkomen dat zaken zich van binnen ophopen en tot depressie leiden. En als je in een depressie zit kan het helpen die dragelijker te maken.
Mooi om te zien hoe de deelnemers vertellen over hun eigen situaties.
Samen zochten we songs van zijn vader. Mijn kleinzoon en ik. Op YouTube, waar alles te vinden is. Eerst zijn favoriete lied en dan ik weer. Hij vond een instrumentaal nummer het mooist. Slow Traveler:
Ondertussen werd ik aan het werk gezet. ‘Oma, als jij nu een kaart van Amerika tekent, schrijf ik de namen van alle staten erin.’ Mijn kleinzoon is een grote fan van de VS. Terwijl ik zweette over de kaart (met alle staten) zocht hij de titels van de liedjes op mijn laptop. Zo stuitten we op het lied: To say a prayer . Opeens herinnerde ik me weer hoeveel indruk dat lied aanvankelijk op me maakte. Zowel wat de muziek als de tekst betreft. Helaas, kleinzoon vond het wat saai en aangezien ik nogal worstelde met de Oostelijke staten en ministaatjes van Amerika (ik kreeg ze met geen mogelijkheid in de juiste vorm uit mijn potlood) besloot ik op een later tijdstip nog eens uitgebreid te luisteren.
Na de logeerpartij kreeg ik weer de ruimte om dat te doen. Het lied was blijven haken en had een snaar geraakt. Ik praat namelijk vaak met mensen die in hun leven een kloof ervaren tussen wat er is in hun leven en wat er volgens hen had kunnen of moeten zijn gezien inspanningen, talenten, leeftijd en verwachtingen. Ik praat daar niet alleen over met anderen, ik ervaar die kloof bij tijden ook zelf. De onvolmaaktheid der dingen, zal ik het maar noemen. Extra pijnlijk in onze overspannen succescultuur. Ambitieus zijn, hard werken, ervoor gaan, in je kracht staan, nou ja, de bekende taal met de daaraan verbonden visuele glorie-expressie van Facebook en Instagram. Ik schuif het niet helemaal van tafel als onwaar en slecht, hoor, ik post zelf ook leuke dingen. En je inspannen om iets te bereiken is ook normaal. Toch blijft voor mijn gevoel een hele dimensie van het menselijk bestaan vaak onbenoemd en onderkend. Namelijk die van het lijden. Het verdriet. De zwakte. De tegenslag. De teleurstelling. Wanneer de dingen je bij de handen afbreken. Wanneer het succes uitblijft. Wanneer er ziekte komt. Als de dood toeslaat.
Daar gaat het lied gaat over. Eerst maar de tekst:
Normally I’d suggest, To suffer the consequences And reach for the stars With patience and relentless persistence But already I confess That in my experience The only thing I can recommend Is a lesson in helplessness, To give it up To see the end To give your heart to break not bend To say a prayer
To walk alone To reach the end To give your heart To break not bend To say a prayer
Na het lied volgt een tekst (met toestemming gebruikt) gesproken door Ramon Gieling naar aanleiding van zijn film Erbarme Dich. Een uitvoering van de Mattheus Passion waar dak- en thuislozen met hun verhalen aan meewerken. Een aangrijpende documentaire. Gieling spreekt over verdriet:
Sadness is a place in your life that is always there but you don’t enter, until something takes you to a place where you have to surrender. You have to give up, you have to say I don’t know the answer…this is too much for me. And that place of surrender means you have to give up the illusion that you are in control. You have to recognize That your life is being directed not by you and you are not the author of the script. And after surrender, after going to the lowest place there is a radical opening and life is organized in such a way that eventually it stops you in your tracks and the ache and the unconsolable place of melancholy sends you seeking for something deeper…
Terwijl ik dit schrijf voel ik al een druk om te zeggen dat het allemaal wel erg somber aan het worden is. Om vooral weer over te schakelen naar hoe goed en fijn en mooi alles is. Want verdriet ervaren, dat is oké, maar tonen, dat ligt toch wel lastig in onze cultuur. Zij/hij was zo flink, is het hoogste compliment dat we kunnen bedenken wanneer iemand zijn tranen inslikt bij een begrafenis. We voelen ons ongemakkelijk wanneer iemand ongelukkig is. Dat willen we oplossen. De Belgische psychiater Dirk de Wachter zegt: het is niet normaal hoe graag wij alleen gelukkig willen zijn. Succes willen hebben. Willen scoren.
Wat ik boeiend vind is dat deze psychiater, die met zijn boodschap van matiging in verwachtingen volle zalen trekt, eigenlijk de boodschap van de bijbel brengt. Er is geen boek zo nuchter en realistisch over het vluchtige menselijk geluksgevoel dan de bijbel. En de ruimte die de bijbel biedt voor ‘negatieve’ emoties is onbeperkt. Wie regelmatig de psalmen leest leert vanzelf verwachtingen van ‘aardse’ dingen te temperen en niet alle hoop op mensen te stellen. Beiden, allerlei ‘aardse’ zaken als werk, bezittingen, muziek en de menselijke dingen als relaties, zijn een geschenk en om van te houden en genieten. Tegelijk is de boodschap helder, als je daar alles van gaat verwachten gaat het je nog eens vies tegenvallen.
De Wachter en Gieling zeggen eigenlijk allebei dat je ongelukkig voelen de weg kan vrijmaken naar een diepere ervaring in je leven. Verlies opent de mogelijkheid iets nieuws te ontvangen. Het dwingt iemand om verder te zoeken naar wat dan een blijvender vreugde kan geven.
We zien De Wachter in een kerk in Antwerpen. We horen prachtige koormuziek van Bach. Hij wijst op de stilte, de vertraging in de tijd in een dergelijke omgeving. De rituelen die je weer bepalen bij het tijdelijke van ons leven. ‘Laten we leren om weer wat ongelukkig te zijn’, zegt hij. Laten we het verdragen dat anderen om ons heen soms ongelukkig zijn. Nabijheid krijgt pas betekenis wanneer we elkaar nodig hebben, niet als we constant zogenaamd onze successen vieren. En dan is er het wonder dat we vreugde ervaren omdat we er voor elkaar zijn. En een gebed kunnen uitspreken.
Man-Made Ik zag gisteren een gedeelte van de documentaire die Sunny Bergman maakte over mannelijkheid, Man Made Wat is dat eigenlijk en hoe beïnvloeden maatschappij en cultuur de perceptie die we hebben van wat mannelijk en vrouwelijk is? Mannen zijn sterk, ondernemend, huilen niet enzovoort. Wat clichématige karaktertrekken waarvan ik dacht dat die niet meer zo golden, maar die toch nog steeds door veel mannen worden genoemd als typisch mannelijk. Sunny laat ook zien dat veel mannen in verwarring zijn over wat er nu eigenlijk van ze verwacht wordt. Ze moeten gevoeliger zijn, meer over emoties praten, maar ook beschermen en leiderschap vertonen. Sommige mannen hebben daar geen moeite mee, anderen verlangen terug naar de oude rolverdeling.
Nature-Nurture Ik heb de documentaire niet helemaal uitgekeken omdat er nogal veel herhaling in zat en weinig zelf-kritisch was. De boodschap was duidelijk, verschillen zijn ‘man-made’, komen voort uit wat de maatschappij verwacht van meisjes en jongens. Dat is een discussie die allang gevoerd wordt en er zijn onderzoeken die duidelijke verschillen aantonen in de hersenen van man en vrouw en ook onderzoeken die meer de overeenkomsten benadrukken. De bekende nature/nurture (genen/omgeving)discussie. Mijn eigen bescheiden ervaring met drie dochters en een zoon was dat nature wel degelijk een rol speelt. Hoewel zoonlief met plezier met zijn zussen en de Barbies speelde (ja, sorry…) was hij toch de enige die auto’s en treinen ging tekenen op zeer jonge leeftijd. En hij was degene die de Barbie in een voertuig zette om op reis te gaan. Geen wetenschappelijk verantwoord onderzoek, dat geef ik onmiddellijk toe, maar het viel wel op. Ik moet er ook nog bij vertellen dat we nogal geïsoleerd leefden in Azië. Niet de invloed van TV en school dus.
Jezus huilt wel Maar wat bij mij vooral naar bovenkwam tijdens het kijken naar de documentaire was dat je in de bijbel (die ik graag lees) zo’n enorm scala aan emoties tegenkomt, bij zowel mannen als vrouwen. Jezus die huilt als Hij de stad Jeruzalem intrekt waar Hij uiteindelijk gedood zal worden. Hij huilt in het openbaar, zonder enige schaamte. Het staat ook zo nadrukkelijk vermeld dat je er niet overheen kunt lezen. Lukas 19:41, Jezus was nu dichtbij Jeruzalem en toen Hij de stad zag begon Hij te huilen. En later als hij bij het graf van zijn vriend Lazarus staat: Johannes 11:35, Bij het graf begon Jezus te huilen. En zijn vrienden denken niet, wat een mietje, maar zeggen moet je eens kijken hoeveel Hij van Lazarus hield!
James Tissot 1836-1902 Brooklyn Museum via
Ik lees op dit moment het evangelie van Markus. Het verslag van Jezus leven op aarde, geschreven door een van Zijn volgelingen. Wat me opvalt is met name de tederheid waarmee Hij zieke mensen aanraakt om ze te genezen. Hij had dat niet hoeven doen. Er zijn voorbeelden waar hij alleen spreekt om iemand te genezen. Maar Markus schildert een portret van een zeer nabije Jezus die heel persoonlijk de mens benadert, hem aanraakt en geneest.
De mens zoals bedoeld Tranen, tederheid, zachte omgang met mensen (m/v), boosheid en confrontatie vanwege schijnheiligheid, woede vanwege onterecht winstbejag in de tempel, ongeduld met voortdurend ongeloof en onbegrip. Als Jezus de mens is zoals God ons oorspronkelijk bedoelde, kent Hij alle emoties die menselijk zijn. Mannelijk en vrouwelijk. Geen noodzaak dus voor mannen om hun tranen te verbergen en voor vrouwen om alleen maar lief te zijn. Hoe moeilijk dat ook kan zijn in allerlei (vooral Noord-Europese) culturen. Grote jongens mogen huilen en grote meisjes hoeven niet altijd lief te zijn. Dat leer ik van Jezus.
’s Ochtends vertelde onze buurman in India dat ze die middag zou komen, Ness Khana*, ons voormalig sponsorkind via Stichting Red een Kind. Vanaf 1980 of zo maakten wij (en velen met ons) braaf iedere maand wat geld over opdat een kind in een Indiaas kindertehuis kon eten en naar school gaan. Eenmaal per jaar kwam er een wat obligate brief, zelf geschreven door het sponsorkind (of vertaald met hulp van een medewerker) in het Engels met wat informatie over vorderingen, cijfers en hobby’s. Met een fotootje. Dat hing dan vele maanden bij ons op het prikbord, tot er weer een volgende arriveerde. We baden ook voor het kind, stuurde soms een kaartje, maar veel persoonlijk contact was er niet en werd ook niet aangemoedigd.
Zo steunden we Ness zonder er verder veel bij na te denken. Na afronding van de middelbare school en een verpleegopleiding werd de steun afgerond en kregen we een nieuw sponsorkind. Ness zou uit beeld geraakt zijn ware het niet dat echtgenoot regelmatig in India kwam om les te geven en bij die gelegenheid ook langs het tehuis ging waar zij woonde. Kind van lepra-ouders was zij in het kindertehuis opgenomen om een beter leven te krijgen dan thuis, bij haar ouders, mogelijk was. Tweemaal bezocht hij haar in de jaren negentig. Nam haar en vriendinnen mee op een picknick, kocht fruit en lekkers voor alle kinderen, speelde gitaar en zong voor ze. Hij ontwikkelde daardoor een band met Ness.
vlnr Ness, echtgenoot en een vriendinnetje
Ness vertrok rond haar twintigste uit het kindertehuis twintigste, en we raakten het contact kwijt. We hoorden dat ze verpleegkundige was geworden en later nog dat ze getrouwd was.
Nu we samen in India waren wilden we een poging doen om haar weer te vinden. Via via lukte dat. We kregen een telefoonnummer en spraken uit dat we elkaar echt wilden ontmoeten. En zo hoorden we dus op een ochtend dat ze diezelfde middag zou komen. En twee nachten zou blijven, want ze kwam helemaal uit Lucknow, 750 km verderop naar het zuidoosten. Dat is India. Zonder afspraak van tevoren gewoon komen, want als gast ben je altijd welkom. Dat is voor Hollanders en Amerikanen met hun geplande dagen even slikken.
Na uren treinvertraging stond Ness dan eindelijk voor de deur. Een kleine, frêle, meisjesachtige vrouw van 42 die ons begroette als verloren gewaande familie. Haar Engels was goed, maar spaarzaam. Veel vertellen deed ze aanvankelijk niet, maar na verloop van tijd kwam de conversatie toch op gang. Ze liet foto’s zien van haar dochter en man. Vertelde over hun mislukte poging om samen met de motor te komen. Door slecht weer moesten ze terugkeren en was ze gedwongen met de trein te reizen. Motor- rijden bleek een grote hobby. Achterop bij haar man had ze al heel wat reizen door India gemaakt. Onlangs waren ze de trotse bezitters van een heuse Harley Davidson geworden.
De volgende dag verdween ze voor een paar uur. Een afspraak dachten we. Toen ze terugkwam bleek dat ze cadeau’s was wezen kopen. In de enige Harley Davidson winkel in Dehradun had ze een muts van het motormerk voor echtgenoot gekocht! Met logo. Nu maar hopen dat hij in Nederland niet op een zwarte lijst komt te staan.
Inmiddels had haar man laten weten ook onderweg te zijn. We voelden ons vereerd, verwonderd en beschaamd tegelijk. Zonder veel gevoel hadden we immers een willekeurig kind gesteund, zonder daar veel voor te hebben hoeven opofferen. En opeens staat er een levend iemand naast je die zegt zonder die steun niet te hebben kunnen komen waar ze nu zijn. Die je bijna ziet als een tweede vader en moeder.
Ik had het al gehoord in een gesprek met Shiva*, een leprakind uit hetzelfde tehuis in Bhogpur. De brieven en foto’s die jaar in jaar uit verstuurd werden naar de sponsors zijn voor de kinderen hun enige link naar het verleden. Zowel Shiva als Ness bezitten geen enkele herinnering in de vorm van foto’s of brieven van hun jeugd. Ik schrok daarvan. Hoe achteloos heb ik die brieven na verloop van tijd bij het oud papier gedaan! Wat had ik Ness daar blij mee kunnen maken. Foto’s had ik gelukkig nog wel bewaard. Niet allemaal, maar genoeg. Zo gauw ik thuis was heb ik ze opgezocht en aan haar doorgestuurd.
Een oproep
Ik wil een oproep doen aan sponsoren van kinderen van welke organisatie ook. Bewaarde foto’s en brieven kunnen van grote waarde zijn voor de volwassen geworden personen. Bewaar ze goed en stel ze eventueel beschikbaar via de organisaties. Het is Shiva nog niet gelukt foto’s van zijn kinderjaren terug te vinden, tot zijn grote spijt.
Met Ness en haar man en dochter blijven we contact houden. Een onverwacht groot geschenk wat in geld niet uit te drukken valt.
Goed op tijd arriveer ik op Jolly Grant (:))Airport in Dehra Dun. Echtgenoot mag niet mee het gebouw in dus op dat moment begint mijn reis terug naar Nederland. Ik rol mijn twee lichtgewicht, fel oranje koffers naar de incheckbalie en wordt vriendelijk geholpen. Handkoffer is te zwaar dus die moet ingecheckt, over gewicht wordt niet gezeurd. Ik ben zo opgelucht dat ik geen bezwaar maak wanneer blijkt dat ik bij mijn overstap in Frankfurt de bagage opnieuw moet inchecken. Ben al lang blij dat ik er straks in Delhi niet mee hoef te zeulen.
We vertrekken op tijd voor de korte vlucht naar Delhi. Daar heb ik ruim de tijd, dus alles loopt voorspoedig. Als we opstijgen voor de vlucht naar Frankfurt is er de gebruikelijke mededeling van de piloot over weer en route. Denk ik. Dan spits ik mijn oren want er wordt iets gezegd over ‘rerouten’. Storm misschien? Nee, als gevolg van spanningen tussen Pakistan en India is het luchtruim waar wij doorheen zouden vliegen gesloten. Hmm. Nooit bij stil gestaan dat dit mijn vlucht zou beïnvloeden, eerlijk gezegd. Het blijkt dat we twee uur langer over de vlucht gaan doen! Dat is balen, want zoveel overstaptijd heb ik niet straks in Frankfurt. Dat ga ik nooit redden. Ik kijk om me heen. Springen er mensen op in paniek, is er verrassing, verbazing, verbijstering? Nee, geenszins. Het lijkt erop dat iedereen zijn/haar eindbestemming zal bereiken in Frankfurt.
Er komen geen verdere mededelingen van piloot of staf. Dan zelf maar informeren. Nee, die vlucht ga je niet halen, zegt de steward laconiek. Wordt er voor een andere vlucht gezorgd? Daarvoor moet ik me straks op het vliegveld tot Air India wenden. Aangezien ik op 3000 meter hoogte verder niets kan doen leg ik me er maar bij neer. Ik zie het straks wel. Ondertussen gaan er wel allerlei gedachtes door me heen. Onze ophaler moet ingelicht. En mijn telefoon is minder dan halfvol..
Eenmaal geland in Duitsland (19.40) ren ik zo hard ik kan (niet erg snel dus) naar de bagageband. Zonder enige zin want mijn koffers komen natuurlijk bijna als laatsten tevoorschijn. Is er een karretje? Ja, maar er moet een muntje in…wie heeft dat nou weer verzonnen. Mijn roepies passen niet dus, hoppa, rennen weer, nu met mijn oranje gevaartes. Waarheen? Ik kan alleen maar de aankomsthal in waar blije mensen staan te wachten. Maar ik moet hier helemaal niet zijn, ik moet weer vertrekken. Buiten adem meld ik me bij Lufthansa (20.35), kan ik nog mee? Waarmee, vraagt een dame glazig. Als ze hoort welke vlucht (20.50) ik bedoel zegt ze resoluut: Nee. Onmogelijk. Ga maar terug naar Air India. Volgende vlucht is morgen om 9 uur. Ik baal. Nu weer zoeken in de gigantische vertrekhal naar een Air India-loket. De hal is verlaten en het duurt even voor ik het vind. Een persoon is nog aanwezig.
Hij stelt me gerust en helpt met het omboeken van de vlucht en zegt dat hij een hotel gaat reserveren. Als hij gaat bellen zie ik zijn gezicht betrekken: het hotel is vol. Nou, zeg ik, dan bellen we een ander hotel. Nee, alleen dit hotel mag gebeld van de leiding. Ik zucht. Kijk moeilijk en kondig aan dan maar in de hal te gaan slapen. Hij kijkt bedenkelijk. Dan zet ik vol in op mijn oudere leeftijd en het feit dat ik een alleenreizende vrouw ben. Hij gaat alsnog bellen en zoeken. Hij noemt een Transithotel, geen idee wat dat is, maar ik vind het best. Als Schengen-inwoner heb ik daar eigenlijk geen toegang, maar…hij doet zijn best. Na veel bellen en praten is het zover. Met mijn nieuwe incheckkaart, zonder koffers (achtergelaten bij Lufthansa) lopen we naar het gedeelte van het vliegveld waar dit hotel zich bevindt. Het is internationaal gebied dus ik moet weer door paspoortcontrole. Voor we daar zijn stuiten we echter op Kazim. Als een soort Petrus bij de hemelpoort moet hij mij toegang verlenen tot de paspoortcontrole. Hij bekijkt mijn incheckkaart en zegt dan ferm: Nein. De vlucht is morgen, dus ik mag pas morgen naar binnen. Hij is onvermurwbaar. ‘Nur um nul uhr’ mag ik naar binnen. Ik ben in Duitsland, merk ik. Het is 22.30 uur. Opnieuw springt mijn beschermengel bij. Op de een of andere manier lukt het hem een document te bemachtigen wat Kazim over zijn hart doet strijken. Komm mal herein. Ik vermoedde in een soort asielzoekersopvang terecht te komen, maar het hotel is prima. Na India waan ik me in een vijf sterrenhotel! Om 11.30 lig ik in een brandschoon bed na de eerste echte douche in twee maanden. Later lees ik dat de kamer 200 euro kost.
Zonder verdere problemen land ik de volgende dag in Nederland. Alwaar het gewone leven wachtte en de grijze regenluchten van Holland. Maar ook de familie, ons huis en het comfort van de Nederlandse welvaart. Even de tijd nemen om te landen.
Straatkind Hij is vier en heeft een broer en een zus. Zijn naam is Shiva. Ze leven op straat. Ze bedelen, dwalen rond en komen ‘thuis’ bij zieke ouders. Hun huis is een verzameling lappen en plastic ondersteund door stokken. Wat dekens, een paar pannen en een vuurtje voor het krot waarop gekookt wordt. De ouders hebben lepra. Langzaam maar zeker verwoest de ziekte hun lichaam. Hulp zoeken toen het begon durfden ze niet. Als er ook maar iets naar buiten lekt over de ziekte worden ze verstoten uit de gemeenschap. Lepra is immers een straf van de goden. Als de ziekte niet meer te verbergen is (lichaamsdelen worden aangetast) valt het vonnis. Het hele gezin wordt naar een leprakolonie verbannen. Afgezonderd van de gezonde mensen. Ze kunnen er slapen en voor het hoognodige wordt gezorgd. Maar overdag moeten ze er weg, naar een plek in de stad waar gebedeld mag worden. Voor Shiva en de andere kinderen is er geen school. Soms krijgen de ouders medicijnen, maar de ziekte is al te vergevorderd. Er is geen houden meer aan. (lees over het stigma van lepra in een artikel in de Indian Times van januari 2019)
foto courtesy of Indian Times
Het tehuis De moeder kan niet langer voor haar kinderen zorgen. Ze verliest haar vingers, kan niet meer lopen. Shiva en zijn broer en zus worden van de straat gered door christelijke hulpverleners die begaan zijn met hun lot. Ze worden in een kindertehuis geplaatst. Waar al vierhonderd andere kinderen wonen. Allemaal kinderen van leprapatiënten. Blijf uit hun buurt. Zoals de melaatse in het evangelie moest roepen: Melaats, melaats.
Shiva is vier en wil naar zijn vader en moeder. Hoe ellendig hun situatie ook is. Hij weet niet anders. Hij graaft een gat onder het hek van het tehuis en ontsnapt. Een dag lang zoekt men hem. Als hij gevonden wordt krijgt hij straf. Weglopen mag niet. Voor Shiva van vier is de situatie niet te bevatten. Maar hij legt zich er bij neer.
Tot zijn zevende woont hij in het grote kindertehuis. Slaapt op een zaal met 30 andere kinderen. Eet in een grote eetzaal met een metershoog plafond en een stenen vloer. Het tehuis staat in de bergen en het kan er vriezen in de winter. Maar er is geen verwarming en geen warm water. Tot zijn dertigste zal hij niet de luxe van warm, stromend water kennen. Het klinkt als een verhaal van Dickens. Maar dit is het India van de jaren tachtig in de 20e eeuw. De 21e eeuw kent nog steeds vele Shiva’s.
Als hij twaalf is verhuist hij naar een (jongens)hostel. Drie kilometer verderop. Verbonden aan het hostel is een kleine boerderij. Met een paar koeien, varkens, kippen en een groentetuin. Zelfs een veld met tarwe voor de dagelijkse roti’s (brood). Alles wordt door de jongens onderhouden, die ook hun eigen eten koken. In de vroege ochtend staan ze op om hun taken te verrichten. Voor de kookploeg betekent dat deeg maken voor de roti’s voor een grote groep kinderen, voor het ontbijt en voor ’s avonds bij het eten. Deeg kneden, roti’s bakken, linzen weken en kruiden mengen. De rijst kan later. Voor de tuinploeg groente plukken, onkruid wieden, schoffelen. Voor de veeploeg koeien melken, stallen schoonmaken en beesten voeren. Daarna ontbijten. En naar school.
Na de middelbare school School is klaar om twee uur. Daarna weer taken doen, studeren, een paar uur vrij, eten, opruimen en ’s avonds studeren tot 21.30 uur. Dag in dag uit. Alles doen de jongens zelf. Tot schoonmaken aan toe. En beesten helpen doden en slachten. Shiva leert ontelbaar veel vaardigheden die hem later goed te pas zullen komen.
Als school is afgerond wil de jongen verder leren. Niet een laag baantje ergens, maar studeren. Daar is echter geen geld voor. Ga maar werken, zegt zijn omgeving. Het tehuis zorgt voor de basis. Tot en met de middelbare school en dan sta je er alleen voor. Maar Shiva is zeer intelligent en leergierig en wil meer. Van huis uit Hindu, in het tehuis christen geworden, wil hij het christelijk geloof verder bestuderen. Hij wil Hoger Onderwijs. Wie kan hem sponsoren? Iemand vraagt hem om vrijwillig een jaar in de bergen onder de lokale bevolking te werken. Na dat jaar kan hij gesponsord worden. Shiva vertrekt en leeft in een grot. Als een soort Mowgli in Junglebook (van Rudyard Kipling). Met een bladerdek als bed, een open vuur om te koken, een waterval als douche. Hij helpt de dorpelingen met zaaien, jagen, oogsten. En vertelt hen over Jezus. Leest hen voor uit de bijbel. Laat hen zien hoe veel ontferming er is bij Jezus over hun harde bestaan. Zelf is hij het meest geraakt door die liefde. Jezus raakte een melaatse aan, ongehoord in Israel in die tijd en in het India van vandaag.
Jezus geneest een melaatse
Na een jaar gaat Shiva terug, in de hoop naar school te kunnen. Maar degene met wie de afspraak was is (met andere buitenlanders) het land uitgezet door een anti-christelijke regering. Niemand weet verder van de belofte. Er verlopen jaren tot het eindelijk mogelijk is met een beurs te gaan studeren. Maar dan krijgt zijn vader een herseninfarct en heeft zorg nodig, want zijn moeder is inmiddels door de lepra ernstig gehandicapt geraakt. Als oudste zoon zorgt Shiva voor de ouders tot hij weer weg kan. Want studeren zal hij. Hij weet dat hij alleen met studeren de cirkel van armoede kan doorbreken.
Het verhaal duurt lang en de obstakels waren hoog en veel, maar er komt een dag dat hij niet als student maar als docent verbonden is aan een opleiding. Hij heeft zich gespecialiseerd in religiewetenschappen. Is een expert op het gebied van Hindoeïsme. Zorgt voor zijn moeder die nog steeds in de leprakolonie wonen moet. Gaat er op bezoek met zijn twee dochtertjes die hun oma, die verstoten en zwaar mismaakte vrouw, omhelzen.
Opnieuw, ongehoord onder zijn volksgenoten. Shiva neemt de twee meisjes mee op kampeertochten waarbij hij hen leert vissen en vuurtjes stoken. En hoe ze de vis klaar moeten maken, met mes en al. Alles wat hij zelf gemist heeft als kind wil hij hen meegeven. Hij laat de slager zien hoe die een varken moet slachten, niet in hompen, maar in lekkere delen als haas en karbonades. Alles wat hij leerde komt van pas. Het leven in het kindertehuis was verre van ideaal. Er zijn verbeterpunten gekomen en er zijn er nog te gaan. Maar honderden kinderen als Shiva zijn van de straat gered en hebben kansen gekregen die van onschatbare waarde zijn. Een kindertehuis is niet altijd de oplossing. Maar in het geval van leprapatiënten de enige. Kinderen kunnen niet bij hun ouders blijven, zegt Shiva. Er is voor hen geen toekomst in de kolonies.
Sloppenwijk bij het spoor in Delhi
De Indiase regering beweert dat lepra niet langer voorkomt in India. Volgens Shiva is dat een politieke uitspraak en is lepra zelfs groeiend. Vooral in de arme staten als Bihar en West Bengalen. Omdat mensen naar andere staten vluchten om daar nog een tijd anoniem te leven voor ze terechtkomen in de lepradorpen, lijken de cijfers in de arme staten te zakken, maar de werkelijkheid is anders, zegt Shiva en andere ex-bewoners van het kindertehuis vallen hem bij. Ngo’s en hulpinstanties uit het westen gaan, volgens hen, af op cijfers van de regering, die echter corrupt is en geen juiste statistieken verstrekt. Het is een schijnbaar onoplosbaar probleem. Lepra is een vloek, daar praat je niet over, je zoekt geen medische hulp, waardoor de lepra zich blijft verspreiden. De mentaliteit van de Indiase bevolking moet eerst veranderen, zegt Shiva. Het hindoeïsme leert dat ziekte een verdiende straf is van de goden en een teken van het kwaad. Die opvatting is diep verankerd in de cultuur. Terwijl lepra goed te behandelen valt maakt het stigma dat maar weinigen zich tot een arts wenden. Tot het te laat is.
Ik eindigde mijn laatste blog in de trein, enigszins hijgend, van Delhi naar Jaipur. Mijn uitzicht was op de sloppen langs het spoor. Kilometers lang rijden we langzaam langs duizenden, dicht aaneengesloten krotten waar mannen, vrouwen en kinderen hun leven slijten. Rustig zittend op of bij het roestige spoor, kinderen spelend om hen heen. Temidden van de chaotische bebouwing lijkt er toch een soort orde te zijn. Vrouwen staan hun natte, lange haren te kammen. Blijkbaar zien zij toch kans te baden. De was hangt op hekken, of aan schots en scheef hangende waslijnen. Vrouwen bespreken de laatste nieuwtjes, er wordt gelachen, kinderen rennen om de vrouwen heen. Het lijkt bijna gezellig. Maar het vuilnis ligt opgestapeld en de treinen komen gevaarlijk dichtbij. Er zit een dikke laag glas tussen mij en hen, maar ik heb in Dehra Dun genoeg geroken om een idee te hebben van hoe het daar zal ruikt. Zonder waterleiding en WC’s, met de koeien, apen, honden en varkens die overal hun behoeftes doen, zal de stank in de zomer ondraaglijk zijn. Hier leven mannen en vrouwen beneden het bestaansniveau en hebben zonder veel scholing geen kans op de arbeidsmarkt. De cirkel van armoede zet zich voort onder de jeugd, want slechts weinigen gaan naar school.
Dit zijn precies de mensen die kwetsbaar zijn voor mensenhandelaren die altijd op zoek zijn naar goedkope ‘arbeidskrachten’. De meisjes komen vaak terecht in de prostitutie. Of hele gezinnen worden met beloftes van een voorschot op betaling min of meer ontvoerd en te werk gesteld, zonder ooit in staat te zijn dat ‘voorschot’ terug te betalen.
Ik wilde onder andere naar Delhi om een bezoek te brengen aan het kantoor van International Justice Mission. Ik volg hun werk al jaren en het leek me boeiend om in een land waar het echte werk gebeurt de werkers-in-het-veld te ontmoeten. IJM houdt zich bezig met het opsporen van slavernij en het bevrijden van de werkers in die omstandigheden. De NGO staat er vooral om bekend dat ze enorm investeren in relaties met de overheid. Contacten ontwikkelen, hogere ambtenaren bewust maken van de problematiek en de politie helpen trainen om slavernij te herkennen. Wettelijk is slavernij verboden in India maar de politie herkent het vaak niet als zodanig. De zeer lage status van arme mensen, het kastenstelsel en de slechte positie van de vrouw maken dat men het probleem niet direct ziet. Om structurele veranderingen tot stand te brengen en niet alleen incidenteel resultaten te boeken is een van de prioriteiten van IJM om in dorpen, steden en staten de overheid in te schakelen en een mentaliteitsverandering tot stand te brengen. Ze staan vanwege dat beleid goed bekend hier.
Foto van meneer Lal en zijn vrouw op de brochure van IJM
Neem meneer Lal en zijn vrouw Sukhli. Een arme boer die vanwege het uitblijven van de regen besluit voor een periode naar een andere staat te vertrekken om geld te verdienen. Iets zuidelijker waar men nog wel dezelfde taal spreekt. Veel arme boeren doen dit. Een tijd elders werken en dan weer terug in de hoop dat het volgende jaar beter zal zijn. Hij spreekt af met een bemiddelaar dat hij met vrouw en zoons en anderen uit hun dorp voor zoveel geld zoveel maanden zal werken. Ze vertrekken in een gesloten vrachtwagen en als ze na vele lange uren rijden worden gelost blijken ze veel verder te zijn dan afgesproken. Ze weten dat omdat ze niemand verstaan. Ook worden mannen en vrouwen gescheiden van elkaar. Hun dagen bestaan uit werken van vier uur in de ochtend tot negen uur ‘s avonds, zonder pauze. Ze krijgen nauwelijks te eten. En ‘s nachts zitten ze opgesloten in een stal. Een van de zoons weet via een voorbijganger die Hindi spreekt een mobiel te bemachtigen en hij belt met familie die vervolgens de politie inschakelt. Na een bevel tot opsporing en in samenwerking met IJM en JanSahas worden de arbeiders gevonden en bevrijd door de politie. IJM zorgt ervoor dat de mensenhandelaren vervolgd worden, hoewel dat een heel moeizaam proces is.
Voor de bevrijde slaven volgt een rehabilitatietraject van twee jaar waarbij ook de overheid betrokken is. Juist die samenwerking maakt het zo bijzonder. Dat er steeds meer bewustzijn is merkten we in de trein toen ik dit bord las.
Het bezoek aan IJM was zeer boeiend. We kregen een prachtige presentatie en konden ook horen uit welke bron de ontferming en het doorzettingsvermogen komt om met en voor de allerarmsten te werken.
Wie zou gedacht hebben dat hetgene wat me van Delhi het meeste zou bijblijven de douche zou zijn? Na 6 weken van emmerdouches was de forse warmwaterstraal in ons budgethotel Palm Greens zo ongekend heerlijk. Het hotel was ietwat viezig en niet alles deed het naar behoren, maar de douche..oh man, wat een hemelse, warme waterval. En de lokatie was geweldig. In Suket, een van de wat betere wijken van New Delhi, met veel groen, parken, cafeetjes en redelijk schone wegen. En een enorme, super moderne mall op tien minuten lopen afstand. Select City Walk Mall. We bezochten het Red Fort, wereldberoemd en indrukwekkend in aanzien maar de reis om er te komen ontnam me bijna alle energie. Het verkeer in Dehra Dun is mild vergeleken met dat van Delhi. Een weg oversteken is letterlijk ‘op hoop van zegen’. Voor ik oversteek heb ik de neiging het Jacobitisch voorbehoud uit te spreken, zo de Heer wil zal ik leven en de overkant bereiken….
The Red Fort
Hotel
pollution!
Ik was echter redelijk positief tot we maandag het treinstation in Old Delhi moesten bereiken om de trein te nemen naar Jaipur. Kaarten hadden we van tevoren gereserveerd. De Ashram Express Delhi-Jaipur van 15.20 uur. Na een uur in de taxi gaven we de hoop op het ooit te halen. De rit zou 20 minuten duren. We hadden 1,5 keer de tijd genomen, vanwege het eerder genoemde krankzinnige verkeer. Maar uiteindelijk stapten we om 15.10 uur uit. In een krankzinnige chaos van mensen en bagage die allemaal op de een of andere trein wachten. Perron, gate, plaatsnaam, geen idee! Dochter klampte een politieman aan die ons koel als een kikker naar het volgende gebouw verwees: -De Ashram Express vertrekt over 10 minuten-.
Op een draf dus naar ‘het volgende gebouw’…waar in vredesnaam? Ergens daar, wezen mensen vaag! Onderweg grijpt een behulpzame jongeman mijn onmogelijke koffer en rent ermee weg. Ik probeer hem hijgend bij te benen. Wat nauwelijks lukt. Wanhopig roep ik naar dochter die 100 meter vooruit is: laat die trein maar gaan! Maar zij rent verbeten door. Eindelijk zien we de trein. Het begin ervan althans. Als een slang kronkelt het gevaarte maar door en door. Een kilometer verder zijn we er. De koffer wordt de wagon ingegooid en we storten neer op onze stoelen. In de hoop dat we de goeie trein hebben. Dan blijken onze plaatsen ligplaatsen te zijn. Onduidelijk is hoe we naar boven moeten klauteren. Voorlopig gaan we maar gewoon zitten, in de hoop dat er geen mensen hun plek komen opeisen. Zwetend en met kloppend hart tracht ik bij te komen van de sprint. We hebben de trein tenminste gehaald.
Maar veel rust in de trein krijgen we niet. Twee jonge mannen zitten links van ons en dochter krijgt de zenuwen van hun gestaar. Zonder enige gene wordt zij hier in dit land voortdurend bekeken en aangesproken door mannen. Mij, met mijn ouwe hoofd, kijken ze aan als toerist, haar als vrouw. Het geeft een onveilig gevoel. Ook wordt er de hele tijd ‘hulp’ aangeboden. Als je het vriendelijk afwijst blijven ze je nog agressiever volgen. Als je ze bot afwijst worden ze boos: Ik probeer alleen maar te helpen…Ze zijn allemaal uit op geld. De ‘behulpzame’ jongen die met mijn koffer rende vroeg er uiteindelijk 500 rupees voor, veel te veel voor Indiase standaarden. Ik gaf hem 250 rps, meestal de standaard prijs.
Op een volgend station voegen zich twee passagiers bij ons. We zitten op hun plek maar ze laten ons er zitten. Dat is ook India. Vriendelijk en behulpzaam in de ware zin van het woord. En er is genoeg plek voor vier. Maar na een tijdje merken we dat mensen zich graag uitstrekken onder een laken om te slapen. Het is tenslotte een reis van zes uur. Eerst verhuist dochter een verdieping hoger en na uitgevonden te hebben dat er een soort van ladder-achtig iets is, klauter ik ook naar het bed. Eigenlijk best comfortabel.
Onze ligplaats
We rijden langzaam. De treinen kunnen niet sneller dan 60-70 km per uur vanwege het verouderde railnetwerk. Het uitzicht op de sloppen langs en op het spoor is deprimerend. Onvoorstelbaar veel mensen leven hier nauwelijks op een bestaansminimum. Miljoenen gaan ’s avonds slapen zonder te hebben gegeten. 1,2 miljard mensen in dit land. 11 miljoen in slavernij. Cijfers waar je geen kant mee op kunt. Hoe kan dit ooit veranderen? Een volgende blog over hoopvolle initiatieven en tekenen van verandering. En onze ervaringen in Jaipur. Pink city. Textiel city.
Krotten langs het spoorvan Delhi naar Jaipur in Rajasthan, Met de trein 6 uur.
Nee, geen opiniestuk over gevoelige onderwerpen. Maar observaties over onverwachte cultuurverschillen. Op de campus waar wij wonen is de Indiase opvatting over hoe jongens en meisjes met elkaar om horen te gaan heel zichtbaar. Er is geen strikte scheiding maar je zult niet gauw een stelletje zien lopen. Tenzij het een echtpaar is. Die zijn hier ook, samen studerend. Maar de meeste studenten zijn single en houden zich alleen op met hetzelfde geslacht. Tijdens de ochtend thee-pauze staan de groepen gescheiden, in de kerk zit men ook apart. Niet heel strikt, er staat geen politieagent, maar toch.
Vooral op de campus valt het op dat jongens en meisjes ook niet echt met elkaar praten. Laat staan hand in hand lopen als een verliefd stel. Niet in het openbaar tenminste. Er bestaat een afkorting NPDA, No Public Display of Affection, geen aanrakingen in het openbaar, als een soort waarschuwing voor kleffe westerlingen. Dat doet me terugdenken aan Korea, waar we in de jaren tachtig woonden. Mannen kwamen dan terug van jaren studie in het buitenland en de enige uiting van blijdschap en affectie voor hun vrouw was dan een hoofknikje en een buiging. Geen kus, geen knuffels! Zo ook hier. Het is een Aziatische benadering van de uiting van liefde tussen mensen en in het bijzonder die tussen man en vrouw. Voor mijn gevoel wat afstandelijk, maar wie ben ik…
Hoe verrassend is het dan als je naar een toilet zoekt in een cafeetje er maar een blijkt te zijn. M/V. Waarschijnlijk vanwege gebrek aan ruimte of geld en niet als gevolg van moderne opvattingen van emancipatie. Maar dat valt wel op. Zo’n afstand, maar wel samen op een WC bril? En sorry, maar gedeelde toiletten zijn in mijn ervaring altijd vies! Ik treed niet in details.
Nog vreemder is het wanneer je kleding wil kopen er allemaal mannen achter je aan lopen. Drie in mijn geval. En dan gaan ze ook nog bij de kleedkamer op je staan wachten! Ga weg! Ik hou helemaal niet van gevolgd worden in een winkel, laat staan door mannen! Blijkbaar gebeurt het zelfs in winkels waar damesondergoed verkocht wordt… Dan breekt toch mijn klomp.
De meest vervreemdende ervaring die ik had was bij de pedicure. Als verjaardagsgeschenk bood ik dochter (die hier ook is) een mani(cure)-pedi (cure) aan. Het was een leuke salon, best chique voor Dehra Dun begrippen. Ik begon met de voeten. Niet de dames die overal stonden kwamen me helpen, maar een oudere man. Prima, zeker de gewoonte hier. Toch was ik enigszins verbaasd (in de Indiase context) toen ik niet alleen mijn sokken uit moest doen maar ook mijn broek tot ongeveer mijn dijen werd opgestroopt en ik werd gewassen, geschrobd en gemasseerd. Zeer kundig. Het is even wennen. Verder prima. Maar toen hij ook mijn nagels wilde lakken dacht ik toch van, laat maar.
Heftige scrub!
De prijs voor deze uitgebreide behandeling van tenminste een half uur tot drie kwartier was omgerekend 5,50 euro. Absolute aanrader om een keer te doen als je in India bent!
Als kind had ik thuis een koosnaam. Ik had er zelfs twee. Waarschijnlijk omdat ik de jongste was en ‘natuurlijk’ door iedereen als heel schattig werd gezien (ik was eerder een verwend draakje). Hoe dan ook, ik werd ‘Poof’ genoemd en dat heeft best lang geduurd. Zelfs een van mijn zwagers noemde me nog zo af en toe.
De tweede koosnaam weet ik vooral dat mijn vader die gebruikte: Didi. En de broer boven mij. Het was echter een naam die minder lang mee is gegaan. Van beide namen is me de oorsprong totaal onduidelijk. Maar ik koester de herinnering eraan.
Wie schetst mijn verbazing toen ik hier in India herhaaldelijk mensen elkaar Didi hoorde noemen. Blijkt het de naam te zijn waarmee jongere vrouwen oudere (vrouwelijke) kennissen, familie of vriendinnen aanspreken: oudere zus. Zo word ik dus op mijn oude dag weer Didi genoemd door mijn lerares Hindi. Op mijn verzoek want Mem vind ik vreselijk. Dat stamt echt nog uit het Britse koloniale tijdperk.
Zomaar onderweg. Vrouwen breien veel zelf.
Ik begin langzaamaan mijn weg te vinden. De eerste dagen durfde ik geen voet buiten de campus te zetten, uit angst te verdwalen. Gisteren ben ik, na wat oefenen, alleen op pad geweest. Begonnen met een taxi, verder gegaan met de Vikram. een soort minibusje op een bromfiets voor minimaal zes personen, maar als je geluk hebt eindig je met acht of tien. Het kan blijkbaar niemand schelen half op elkaars schoot te hangen. Voor 10 rupees (15 cent) kun je ook niet veeleisend zijn. Ik ben geen reclame voor de chauffeur want ik zie mensen afhaken als ze een witte, blonde vrouw zien zitten. Mijn schoot lokt hen niet aan, blijkbaar. Ik klaag niet.
Het was heerlijk om er weer alleen op uit te kunnen. In mijn eigen tempo, kijken en neuzen waar ik wil. Niet dat ik samen dingen doen niet leuk vind, maar af en toe zo’n dag heb ik nodig. Echtgenoot gaat er graag op uit op zijn fiets. Een oud wrak van de buurman dat hij heeft laten opknappen en waarmee hij nu zijn leven dagelijks in de waagschaal stelt. Tegen het krankzinnige, toeterende, niets en niemand ontziende verkeer in (men rijdt hier links) rijdt hij rustig naar de bazaar om boodschappen te halen. Zo hebben we beiden plezier. Maar mij krijg je voor nog geen goud op de fiets hier.
Wat niet went is het afval overal. Een lege plek en het vult zich onmiddellijk met stapels afval. Waar dan vervolgens apen, varkens en honden in gaan wroeten. Het is nu nog te verdragen maar als het straks warmer wordt moet de stank verschrikkelijk zijn. Het lijkt of iedereen zich er bij neerlegt. Onoplosbaar. Als je gaat ruimen ligt er morgen weer een berg; zo redeneert men. Mensen zonder scholing moeten opgevoed, want die doen het, zo zegt men. Maar ik zie overal ook zogenaamd opgeleide mensen die hun afval makkelijk laten vallen. En afval scheiden kennen ze hier helemaal niet. Wie gaat dit veranderen? De scholen? De overheid? Het lijkt onbegonnen werk met een bevolking van 1,2 miljard mensen…Er blijkt regelgeving te zijn, maar door corruptie komt er weinig van terecht. Een eerste begin is er wel. Winkels mogen geen plastic tasjes meer geven. In plaats daarvan krijg je een soort stoffen gevalletje, maar ik vermoed dat hier ook plastic in verwerkt zit. Het is wel sterker en kan makkelijk hergebruikt.
Varkensfamilie en een hond die denkt varken te zijnEen lege plek wordt direct een vuilnisbelt
Ik ben blij met de groentemarkten waar ik verse groente koop als aanvulling op ons eten uit de kantine van de campus waar we verblijven. Dat eten is lekker maar groentes worden nog tot pulp gekookt. Als vlees eten we de meeste tijd kip. Rundvlees wordt hier niet gegeten vanwege het Hindoegeloof in de heilige koe. Wel is er heel af en toe buffel of varkensvlees. Maar daar is als vrouw moeilijk aan te komen omdat dit in de moslimwijk verkocht wordt. Het ligt gevoelig, want hindoes kunnen iemand er zomaar van beschuldigen rundvlees te hebben gekocht, in plaats van buffel en dan heb je de poppen aan het dansen.Of in de wat duurdere supermarkten. We missen het niet. Thuis aten we ook weinig vlees. Er is eigenlijk niets wat we missen aan voeding. Goed brood misschien. En kaas….!
Afgelopen zaterdag was het jaarlijkse Winterfest, een soort Bazar, waarmee de school die we steunen wat extra geld binnenhaalt. Bazar met een hoofdletter want er werd o.a een grote variëteit aan het lekkerste eten verkocht. Niet zomaar soep met een broodje burger. Ter plekke werd uit verschillende regio’s typische specialiteiten bereid. Een varkensgerecht uit het noorden, buffelkerrie en rijst-linzenpannenkoekjes, appam uit Kerala in het zuiden, momo’s, dimsum-achtige hapjes, uit Nepal. Kebab en kipkerrie met roti (plat brood) uit de Punjab, richting Pakistan. De hele dag ervoor en een groot deel van de nacht waren de studenten en sommige proffen bezig met uien, knoflook en vlees snijden. Een van de docenten was een marinade aan het maken voor twintig kilo kip! Knoflook, gember, koriander en chili. De volgende dag was dit het resultaat:
spicy bbq chicken- verrukkelijk!
Appam
gezichtsverven door studenten
blije kinderen op het winterfest
En zoals overal was het meest populaire verkooppunt de tweedehands kleding. Graaien en zoeken naar koopjes is van alle culturen!. Ik heb voor een prikje (omgerekend 4 euro) twee sari’s gekocht om shawls van te maken. En er was gebakken! Een complete banketbakkerij aan cakes, muffins en taarten was er te koop. Aan het einde van de dag alles uitverkocht.
Het heet hier Winterfest, maar als wij zo’n dag in de zomer zouden hebben zouden we heel blij zijn. Het was stralend weer en 20 gr. De kou is duidelijk aan het afnemen. We dragen al een laag minder binnen en kunnen meestal zonder jas naar buiten. Binnenshuis is het nog kil. Vooral in ons appartement waar we geen zon hebben. Maar zelfs de kachel hoeft niet de hele dag meer aan.
Twee weken geleden regende het hard en dat betekent hier in Dehra Dun automatisch dat er sneeuw valt hogerop in de bergen. Er werd een vrije dag uitgeroepen en een hele bus studenten vertrok naar Mussouri, anderhalf uur rijden, op 2000 meter hoogte, om sneeuw te zien. Veel van hen komen uit plaatsen waar nooit sneeuw valt. Mussouri staat nog op mijn lijst voor te bezoeken plaatsen. Maar niet in de sneeuw!