Sommelsdijk, een bezoekje aan mijn voorouders

Ik heb al eens geschreven over mijn op Sommelsdijk (Goeree en Overflakkee, ZH) en omstreken roemruchte voorvader Cornelis Joppe. Hij woonde van 1819 – 1906 in Sommelsdijk en was daar bekend met iedereen en iedereen kende hem.

Tijdens een korte vakantie onlangs in Oostvoorne zijn we weer naar Sommelsdijk getogen. Ik ben verknocht aan familiegeschiedenis en wilde weer eens snuiven aan de lucht van Goeree en Overflakkee. Ik bracht daar vroeger als kind met ons gezin vele vakanties door.
Vanuit Schiedam reden we tot het niet verder kon. Want er was nog geen brug naar het eiland. Daar reden we met auto en al de pont op. Als kind vond ik dat tegelijk opwindend en angstig. Het geluid van auto’s die over zo’n rammelende loopplank het ruim van het schip inreden, de sterke geur van uitlaatgassen en diesel, de enorme kettingen en vuistdikke touwen. De echo van mensenstemmen en verkeer in die holle, stalen ruimtes. De wind, het water. Griezelig en heerlijk, want het was allemaal verbonden met vakantie. In het streekmuseum dat we bezochten in Middelharnis zag ik een maquette staan van een vergelijkbare pont die we dan namen.

Een erg leuk streekmuseum trouwens, waar alles de lucht van vroeger ademt. Tot aan het winkeltje waar ik me terug waande in de winkel van mijn tante Nel Sonneveld in Schiedam. Met de oude koffiemolen (toen al voor de sier denk ik), de lades met koffie, thee enzovoorts.

De familie Joppe was, evenals mijn andere voorvader Carl Buschman, van Duitse origine. Geert Joppe en zijn vrouw Getrud Boos/Bos kwamen rond 1740 vanuit het Duitse Dulken naar Overflakkee. Hij was een van de bekende Hankemeijers, arbeidsmigranten, zoals we ze nu zouden noemen. Oorspronkelijk luidde de naam overigens Joepen. In Duitsland nog Rooms-katholiek laat Geert Joepen zijn kinderen op Sommelsdijk dopen in de hervormde kerk. Mijn voorvader Cornelis, achterkleinzoon van Geert, was een toegewijd lid van die kerk. Hij woonde er tegenover en was er zowel diaken als ouderling. En verder diende hij het dorp als raadslid en uiteindelijk als wethouder. Dat laatste 17 jaar lang tot vier jaar voor zijn dood in 1906.

Hervormde kerk Sommelsdijk, waar Cornelis diaken en ouderling was

Cornelis was veehandelaar. Ik begrijp dat dat de handel in koeien betekende. Mijn familie van vaders kant in de vrouwelijke lijn was een echte agrarische club. Ze hadden geen grote boerderijen maar pachtten land, waarop ze koeien lieten grazen die uiteindelijk voor de verkoop bedoeld waren. Mijn betovergrootvader, Frederik Willem Buschman, met wie Teuntje, een van de dochters van Cornelis Joppe zou trouwen, kwam op het eiland om koeien te kopen. Hij verscheepte die naar de VS. Waarschijnlijk naar boeren die daarheen geëmigreerd waren en een Nederlandse veestapel wilden. Het was geen succes. De koeien braken vaak poten, zo wil het verhaal, en waren dan natuurlijk niets meer waard.

Enkele Ring Sommelsdijk, waar het woonhuis nr. 9, van de familie Joppe stond

Ik verbeeld me dat Teuntje Joppe verliefd werd op de zwierige Frederik Buschman. Op foto’s kijkt hij nogal trots en fier de lens in. Ook zijn handtekening onder verschillende documenten is met een groot en krachtig handschrift geschreven. En zo verliet Teuntje het groene Goeree, waar de zeewind altijd waaide en kwam terecht in naar jenever stinkend, arm en dichtbevolkt Schiedam. Wel woonden zij op een klein gepacht boerderijtje langs de Schie. Aan die verbintenis dank ik (ternauwernood) mijn bestaan. Mijn oma is daar nog geboren. Zij was een van de drie kinderen, twee meisjes en een jongen, van de twaalf kinderen, die overleefden. Zelfs voor die tijd een ongehoord hoog aantal sterfgevallen onder kinderen. Die lag toen rond de 30%. Hier is sprake van 75%! Was er een erfelijke ziekte? Armoede? Het laatste kan ik me niet voorstellen omdat zowel Teuntje’s vader als de vader van Frederik niet echt arm waren. Teuntje stond erom bekend in het dorp dat ze langskwam om geld te lenen van haar vader. Ik lees dat in ‘Het Sommelsdijkse geslacht Joppe’ gepubliceerd in 1975 door dr. J.L. Braber: “Als Teuntje haar ouders bezocht te Sommelsdijk fluisterde de familie: Teuntje is er, het geld is zeker op.” Arme Teuntje. Zoveel verdriet om negen gestorven kinderen en dan ook nog geldzorgen en een roddelende familie!

Ik dank mijn voornaam aan de Goereese familie. Margaretha. Te zien aan de initialen op de grafsteen van Cornelis en Margaretha Hendrika Joppe

Mijn vader bezocht nog wel familie op Goeree en Overflakkee. Nakomelingen van de Joppe’s, met de naam Buth. Ze waren van de zware gereformeerde kerk en mijn vader vertelde met trots hoe hij op de begrafenis van een (oud) tante getuigd had van haar geloof in Jezus en hoe hij zeker wist dat ze nu in de hemel was. Dit vanwege de sombere toespraak van de predikant vol twijfel over het geestelijk lot van deze vrouw.

Mijn vader had een soort gedurfde spontaniteit. Eenzelfde soort zwier wellicht die mijn overgrootmoeder Teuntje Joppe had aangetrokken in Frederik Buschman, mijn vader’s opa.

Hieronder nog een foto uit het boekje met de stamboom van de familie Joppe tot 1975. Foto is genomen op 11 augustus 1903, de dag van het zestigjarig huwelijksjubileum van mijn betovergrootouders. De stoel die hem cadeau werd gedaan staat tegenwoordig bij mijn zus te pronken. Een waar familie erfstuk.

Familie – 45 jaar na dato

@daphnespeckle fotografie

Zo ben je met z’n twee-en en zo word je omringd door elf prachtige mensen.
Wat een verhalen, wat een geschiedenissen, wat een toekomsten! Nederland, Amerika, Puerto Rico, Korea, de Antillen, Griekenland.
Tennis, tafeltennis, voetbal, boulderen, snowboarden, fietsen, playmobil en lego.
Gitaar, piano, klarinet, dwarsfluit.
Letterkunde, dierenliefde, liefde voor lezen, styling, zorg voor buddy’s en gehandicaptensport. IT, legal advice, moeder- en vaderschap.
Preken maken en Engelse les, NT2.
Maar vooral: samen eten, samen delen, samen lachen en (soms) samen huilen.

We missen elkaar in deze quarantainetijd. Ik werd onlangs 65 jaar en we zouden het in Drenthe vieren. Het ging niet door. Klein leed. En de alternatieve viering was ook feestelijk.

Ik ben God dankbaar voor deze mooie mensen. Voor alles wat ik van hen ontvang aan warmte en liefde en wat ik van ze mag leren. Dat zijn Gods armen om mij heen.

Ik eindig met een lied van onze zoon Lukas Batteau, singer songwriter.

De doden en mijn dromen

Komt het door de dagelijkse melding van het aantal gestorvenen tijdens deze coronacrisis?
Komt het door het nieuws dat iedere dag weer meldt hoe nijpend de situatie is in Spanje, Italië en New York? Hoe schrijnend het is in Nederland voor zieken op de IC die alleen sterven?
Maar de laatste weken droom ik steeds over geliefden die gestorven zijn. Sommigen al lang geleden. Haarscherp zijn ze aanwezig. Ik zie en voel ze. Zoals mijn zwager die in 1980 overleed op 35-jarige leeftijd door een tragisch ongeval.

Als een broer

Mijn zwager was als een broer voor me. Ik was vijf of zo toen mijn zus al jong (ze was veertien, denk ik) verkering kreeg met hem. Hij was er gewoon altijd bij in mijn herinnering. Op zondagen na de kerk bij het koffiedrinken, met vakanties. Als een lid van de familie. Hij was vriendelijk, droog en maakte me aan het lachen.

Mijn zus en hij trouwden in 1968, op een snikhete dag in wat volgens mij de  warmste zomer ooit was tot dan toe. Ik was twaalf of dertien en zo trots als een pauw. Ik droeg een lange jurk en een hoed en mocht tafeldame zijn van een van de broers van mijn zwager. Mijn eerste bruiloft. Een dag om nooit te vergeten.

Eind 1979, begin 1980, zouden echtgenoot en ik naar Zuid-Korea gaan voor een langere periode. Zo’n vertrek was toen ingrijpender dan nu, met als enige mogelijkheid tot communicatie brieven schrijven. Telefoneren alleen in uiterste gevallen. Het was duur en de verbinding was slecht. 

Mijn zus en zwager waren toen al een paar jaar gescheiden, maar ik had nog steeds contact met hem. Het ging (psychisch) niet goed met hem. We zijn nog een dag naar de dierentuin geweest, met ons dochtertje. Ik weet niet goed meer wanneer we elkaar voor het laatst zagen.

Hoe rouw je op afstand?

Toen, na onze eerste paar maanden in Korea, kwam het telefoontje. Hij is overleden. Een tragisch ongeval. Een week later ontvingen we nog een kaart van hem, geschreven vanuit Parijs…Geschreven en verstuurd vlak voor zijn dood. Hoe bizar was dat.

Hoe rouw je wanneer je alleen bent, zonder andere familie en vrienden die hem een levenlang kenden? Hoe rouw je wanneer je geen afscheid kunt nemen? Hoe rouw je wanneer je niet samen met anderen een geliefde kunt begraven? Vragen die nu met het coronavirus ook gesteld worden. Ik heb er geen antwoord op. Ik zat aan het andere einde van de wereld, zelf verwikkeld in een enorme aanpassing aan de Aziatische cultuur. Je schrijft brieven aan iedereen, leeft mee, maar tot op de dag van vandaag heb ik het gevoel niet echt gerouwd te kunnen hebben.

En dan is er opeens die droom. Hij is er, staat in de kamer en ik vlieg hem om de hals. Mijn grote broer! Ik schreeuw het uit van blijdschap dat ik hem weer zie. Ik heb je zo gemist! Ik voel geen verdriet, maar blijdschap. Hij is er weer. Maar bij het wakker worden is hij weer weg.

Ik leef mee met de nabestaanden van hen die nu sterven en die er niet bij kunnen zijn. Die niet het gezicht kunnen strelen van de geliefde die hen verlaten gaat. Die niet nog eens kunnen zeggen hoeveel diegene in hun leven betekend heeft. Die geen tranen kunnen storten omdat alles zo vervreemdend is. Die niet een laatste groet kunnen brengen aan het graf en zich niet kunnen laven aan de warmte van wie mee-lijden. 

Goede Vrijdag en Pasen

Dat God Zich over ons allen ontfermen mag. Ik geloof dat Hij er bij is. Ook als het niet zo voelt of lijkt. Het troost me om te weten dat Jezus stierf in eenzaamheid, verlaten van God en mens. Hij weet hoe dat is. Maar straks is het Pasen. In de vroege ochtend stond Hij op, zag Maria Hem, mocht hem aanraken! Zo’n ontroerend moment vind ik dat. Ze denkt dat Hij de tuinman is, maar aan Zijn stem en de manier waarop Hij haar naam noemt herkent ze Hem. Rabboeni, zegt ze dan…wat zal ze gevoeld hebben? Het doet me een beetje denken aan mijn droom: Mijn grote Broer! Je bent er weer! Ik heb je zo gemist!

De dood is er. En we hebben verdriet en we rouwen zo goed en kwaad als het kan. Maar de dood is overwonnen. Straks vieren we Goede Vrijdag en Pasen. Die belofte geeft me troost.

Lente in tijden van Corona

IJsselstein, Noord Ijsseldijk

Deze onstuimig bloeiende lente en het heftige Coronavirus zullen, denk ik, voor altijd verbonden blijven in mijn herinnering. Nooit eerder heb ik de lente zo intens beleefd als gedurende deze bizarre periode van quarantaine vanwege het virus. De natuur is in een aanstekelijke schaterlach uitgebarsten terwijl wij tot bezinning worden geroepen over wat nu uiteindelijk telt in het leven.

De mist trekt op

Ik heb het gedicht Lente van Vasalis al eens eerder op mijn blog gezet, geloof ik. Ik moet er nu steeds aan denken. Omdat de lente zo fantastisch mooi is deze afgelopen week. En tegelijk zo onverwacht. De lange grijze regenweken (of waren het maanden?) die bijna niet door te komen waren. De mist die over het leven hing, letterlijk en figuurlijk. En dan opeens het onzichtbare, volkomen onvoorspelbare virus dat ons allemaal wakker schudde. De mist verdween en alert en klaarwakker zitten we in een ongekende crisis. En alsof het weer meedoet is er geen spoor van mist of zelfs maar een wolk te bekennen. Helder is het. Strakblauwe (iemand zei, neon indigo) hemel en een zonovergoten wereld.

Eerst het gedicht weer:

Voorjaar

Het licht vlaagt over ’t land in stoten
wekkend het kort en straf geflonker
der blauwe wind-gefronsde sloten;
het gras gloeit op, dooft uit, is donker.
Twee lammren naast een stijf grauw schaap
staan wit, bedrukt van jeugd in ’t gras…
Ik had vergeten hoe het was
en dat de lente niet stil bloeien,
zacht dromen is, maar hevig groeien,
schoon en hartstochtelijk beginnen,
opspringen uit een diepe slaap,
wegdansen zonder te bezinnen.


M. Vasalis
In: Parken en woestijnen, 1940.

De harstocht van de ontwakende schepping.

Het ’hevig groeien’ en ‘opspringen uit een diepe slaap’ is zowel in tegenstelling tot wat we nu beleven tijdens Corona als een uitdrukking ervan. Het virus gaat ‘zonder bezinning’ zijn gang. We waren ook vergeten hoe het was: afhankelijk zijn, zonder controle. We zijn wakker geroepen uit een diepe slaap van zelfgenoegzaamheid. Althans, zo beleef ik het.

Maar ook, de dagen rijgen zich gezapig aaneen. Er is genoeg te verzinnen binnenshuis maar met die lachende, springende en dansende natuur buiten is het binnenleven toch van een zekere saaiheid. Wat hadden we veel afleiding! Een kop koffie op een terrasje, een museumbezoek (wat word ik blij van kunst), een film, met vrienden of familie gezellig samen komen. Mijn 65e verjaardag zouden we vieren met het hele gezin in Drenthe. Niet dus.

Ik mis de kerkdienst

En wat ik nu het meeste mis is de kerk. Die gewone kerkdienst. Samen zingen, samen bidden, samen luisteren naar en leren van Gods Woord. Oh, ik doe het thuis ook wel. Ik luister online naar meer diensten dan ik normaal op zondag doe! Maar de samenkomst is, weet ik nu, onvervangbaar. Juist het elkaar ontmoeten, even meeleven, even de sterke band van het gedeelde geloof in Christus ervaren. Het is uniek en ik ervaar een fractie van wat zussen en broers ervaren die in landen wonen waar men nooit bij elkaar kan komen. Ik denk aan Noord Korea. Geen troost van samenkomen en de dreiging van een ongekende ramp door het virus. Mensen zijn zwak en ondervoed, dus uitermate vatbaar. Maar hun vertrouwen op God is al zoveel sterker gebleken dan dat van ons. Door de onderdrukking komen er steeds meer christenen bij.

Vergankelijk en fragiel

Bijzonder is het dat we in onze bevoorrechte maatschappij plotseling ons realiseren dat niets vanzelfsprekend is. Je weet het, maar het dringt nu door. Een kennis van ons kreeg van de huisarts een brief met daarin het verzoek na te denken of men ja dan nee op de IC terecht wilde komen in het geval van besmetting. Blijkbaar worden alle ouderen erop voorbereid daarover na te denken. Ik ben nog geen 70+ maar echtgenoot wel. En dan moet je dus toch nadenken over een mogelijke dood. Ik vind dat niet zo erg. Maar opnieuw besef je: het leven is inderdaad vergankelijk en uiterst fragiel.

En wat erg wanneer je iets ernstigs hebt dat niet gerelateerd is aan Corona. Vrienden van ons hebben weken moeten leuren bij huisarts en specialisten voordat een van hen werd opgenomen met een zeer ernstige huidaandoening.

De portemonnee

De economische gevolgen zijn niet te bevatten nog. Echtgenoot gaat niet meer uit preken en mist dus een deel van ons inkomen daardoor. Ik werkte via een persoonlijk budget voor een gezin in de huishouding 1x in de week. We hadden niet kunnen voorzien dat dit zo plotseling zou stoppen. We redden het wel, hoor. Er zijn veel schrijnender gevallen. Maar weer, omdat je er zelf mee te maken hebt begrijp je des te beter hoe het mensen kan treffen.

En toch

Ik kijk naar buiten en zie in de weilanden voor ons huis de vogels, de ganzen, de meerkoeten en af en toe een kievit. Ik zie de hazen rennen. Ik zie het riet buigen onder de straffe wind van de afgelopen week. Ik zie de lammetjes en hoor de merel. Dan overvalt me een gevoel van vertrouwen en rust. God laat Zijn schepping niet in de steek. Alle eeuwen door werd het weer lente.

Oude brieven

In de jaren zeventig was het blijkbaar nog niet doodnormaal telefoon thuis te hebben. Ik ben oude brieven aan het herlezen en tot mijn verrassing zijn die niet alleen geschreven in de jaren tachtig toen ik in het buitenland woonde met man en kinderen. Ze dateren al van de jaren ’70. Er wordt weliswaar veel in gemopperd op het feit dat we telefonisch niet bereikbaar waren, maar het kon blijkbaar nog. Ik weet ook niet meer waarom we geen telefoon hadden. We verkasten toen ook al vaak, dus wellicht had het daarmee te maken. Plus het feit dat we buitenlandse vrienden en familie hadden die vanwege de kosten niet belden maar schreven. Het pre-digitale tijdperk was dat.

Ik heb daardoor wel een schat in mijn bezit. Persoonlijke verhalen van tientallen mensen over wat hun in die tijd bezighield. Schrijven leidt tot meer openhartigheid dan praten, denk ik, dus de brieven zijn vaak een blik in de harten van mensen.

De brieven die me bij het herlezen met name raakten zijn die van mijn vader en moeder. Ouders vervagen wat in je herinnering(ze stierven respectievelijk 34 jaar en 15 jaar geleden) , maar opeens waren ze, tijdens het herlezen, weer zo dichtbij. Ook voor hen gold dat schrijven makkelijker was dan praten en dat ze in die brieven hun liefde uitspraken op een manier die in de dagelijkse communicatie minder nadrukkelijk aanwezig was. Ik zie hen zitten aan tafel, mijn moeder met haar vlugge, wat ongeduldige schrift, mijn vader, altijd als tweede, met zijn zeer puntig, precieze schuinschrift. De dunne blauwe luchtpostvellen nauwgezet aan beide kanten beschreven. Altijd nauwkeurig nagenummerd door mijn vader.

Ze vertellen over de de dagelijkse dingen. Bezoekjes bij deze en gene, ziektes en zeertes. Over de broers en zussen, ons nichtje en de neefjes. Maar soms gaat het dieper en vertellen ze over dingen waar ze het moeilijk mee hadden. In de familie of bij vrienden. En je proeft dat ze ons missen. Een deel van de brief is altijd gereserveerd voor onze kinderen, hoe klein ze ook waren. Heel af en toe kregen we een ingesproken bandje. Mijn vader kletste er vrolijk op los, maar aan mijn moeders stem hoorden we hoe vreselijk ze zoiets vond. Ze was duidelijk onder druk gezet door mijn vader. Zij schreef liever.

Wat me ook opvalt, tot mijn eigen schaamte, zijn mijn voortdurende verzoeken om spullen…kleding, thee. koffie, lego….De ene doos is nog niet gearriveerd of ik ben alweer aan het zaniken over de volgende…Wat hebben die twee zich ingespannen om ons verblijf in het verre Korea zo aangenaam mogelijk te maken. Ik realiseer me nu pas hoeveel werk dat was voor ze.

Daarnaast richtten ze iedere twee jaar, wanneer we met verlof kwamen, een compleet huis voor ons in. Alle spullen kwamen van zolders van bekenden waar ze in het pre-Kringlooptijdperk werden bewaard. Bankstellen, bedden, kasten, tafels, serviezen. Alles in de kleur en stijl van het modetijdperk 10 jaar daarvoor. Geen wonder dat wij, toen we definitief naar Nederland terugkeerden, een soort mode-zombies waren. Geen idee van eigen smaak en voorkeur. Dat duurde dus wel even. Het hielp wel om een eigen stijl te ontwikkelen.

Terug naar mijn vader en moeder. Mijn vader overleed relatief jong, net 71 en heeft onze terugkomst niet meer meegemaakt. Moeder heeft gelukkig nog vele jaren mogen genieten van haar kleinkinderen (en van ons). Maar vooral nu ik zelf kleinkinderen heb, besef ik des te meer dat die acht jaar zonder de kleinkinderen moeilijker geweest moeten zijn dan ze ooit zeiden. Steeds weer dat afscheid op Schiphol. De geboorte van onze jongste en er niet heen kunnen. Bij het ouder worden besef ik steeds meer dat er door hen een offer werd gebracht waar ik toen niet bij stil stond. Ook omdat ze er nooit over klaagden. Nooit een bezwaar hebben geuit.

Met terugwerkende kracht ben ik trots op ze en voel ik weer even hun liefde door de toewijding die ze toonden.

Vooral niet doen, meneer Rutte!

Geen verweesde kinderen uit Griekenland halen.

afb. van website JOOP-BNNVARA

Vooral niet doen, vooral geen verweesde kinderen die in Griekenland verkommeren opnemen in Nederland, meneer Rutte!
Doe het niet want je weet maar nooit. Het lijken zielige kinderen, maar, volgens Frits Huffnagel, uw partijgenoot, zit je zomaar met terroristische vaders en moeders in je maag.
Oh nee, dat kan niet want die kinderen hebben geen ouders meer, zeggen ze. Maar ja, wie gelooft hen nu op hun bruine ogen? Die vijfjarige kan natuurlijk ingefluisterd zijn door een slechte oom of tante. En die baby of peuter, wie zal het zeggen? Er ligt misschien wel een handgranaatje in hun bedje. Oh nee, alweer een foutje, dat bedje hebben ze niet, ze liggen ergens op een zeiltje onder plastic in de kou en regen.
Zielig? Tja, dan hadden die ouders maar drie keer moeten nadenken voor ze huis en haard achterlieten. Wij hebben ook weleens pech en dan gaan we niet direct vluchten naar een ander land. Kom op zeg, schouders eronder en gebruik de vele kansen die Turkije biedt aan mogelijkheden tot ontwikkeling van je talenten! We investeren er genoeg geld in. Fijn werken in een naaiatelier of op straat spullen verkopen? Wat is daar mis mee? Even door-sappelen en wie weet heb je zoveel succes dat je anderen kunt gaan helpen. Toch?

Ja meneer Rutte onze grens is bereikt, we hebben al zoveel sores aan ons hoofd, nu met dat Corona virus. Straks nemen die kinderen ook nog een besmettelijke ziekte mee. Dat zou zomaar kunnen want volgens Artsen zonder Grenzen is de situatie op Lesbos bijvoorbeeld erbarmelijk te noemen. De hygiëne is ver te zoeken.

Te weinig toiletten en wasgelegenheden

Tegelijkertijd is er een groot gebrek aan voorzieningen: er zijn te weinig toiletten en wasgelegenheden, nauwelijks medische zorg vanuit de Griekse overheid en veel te weinig goed voedsel.

Dagelijkse gevolgen

In onze medische kliniek tegenover kamp Moria zien wij dagelijks de medische en psychologische gevolgen van deze situatie: ‘Iedere dag behandelen we een groot aantal aandoeningen die met de slechte hygiëne te maken hebben, zoals braken en diarree, huidaandoeningen en andere infectieziekten’, zegt onze medisch coördinator Declan Barry in Griekenland.

Dus nee, haal hier geen kinderen naar toe meneer Rutte. Zelfs niet als Duitsland zegt het te willen doen. Die Merkel heeft geen realiteitszin.

 (9 mrt teletekst 131: Duitsland wil ruimte maken voor "een   
 passend deel" van de 1000 tot 1500     
 kinderen die EU-landen moeten opnemen. 
 Er komt plek voor onder anderen ernstig
 zieke kinderen.Premier Rutte zei vorige
 week dat hij niet van plan is om       
 minderjarige vluchtelingen op te nemen)

Laat Turkije en Libanon en Griekenland die rotklus maar opknappen. Waarom zouden wij er iets voor opofferen? Iets van onze welvaart inleveren? Ben je gek? Ons ontfermen over kinderen die niet anders weten dan ellende? Lekker laten zo. Straks raken ze hier gewend aan onze welvaart en willen ze niet meer weg! Dan zitten wij weer met de gebakken peren en verliest de VVD weer stemmen aan Wilders en consorten. Dat moeten we ten allen tijden zien te voorkomen.

Laten we ons gewoon concentreren alleen op onszelf. Daar worden we allemaal veel gelukkiger van. De economie groeit lekker, er moeten alleen nog wat huizen bij voor onze eigen kwetsbaren. Voedsel is er genoeg, al is het maar bij de voedselbank. Mensen met problemen, ja, die zijn er altijd. Die moeten vooral wat weerbaarder worden en dan is dat probleem ook opgelost. Hebben we ook geen extra mensen in de zorg meer nodig.
Het gebrek aan personeel in het onderwijs is ook een bevestiging dat we vooral niet nog meer kinderen hierheen moeten halen.
Kortom, doe het niet Rutte. Laat die mensen en kinderen lekker verkommeren. Je kunt niet het leed van de hele wereld op je schouders nemen.

PS Voor een evenwichtige afweging is het lezen van deze open brief van Artsen zonder Grenzen nog wel de moeite waard

‘Stop de ziekmakende omstandigheden voor vluchtelingen en migranten, op de Griekse eilanden’

Oh die middenhuur!

Tekort aan huurwoningen in vrijesector tot duizend euro

Er is een tekort aan vrijesectorhuurwoningen tot duizend euro per maand, volgens de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en Vastgoedmanagement Nederland (VGM NL) in een marktreportage

Het aantal woningen met een huur tot duizend euro dat op een andere huurder overging, nam tussen 2014 en vorig jaar af ten opzichte van het aantal mutaties bij woningen van boven de duizend euro. Dat duidt er .. op dat mensen door een laag aanbod in het middenhuursegment gedwongen worden om uit te wijken naar woningen die meer dan duizend euro per maand kosten.
NVM-voorzitter Onno Hoes maakt zich zorgen. ‘De vrijehuursector is de schakel tussen de sociale huur en koopwoningen. Ook hier geldt echter dat het aanbod er dan wel moet zijn. Er is een gebrek aan zowel goedkope als middeldure huurwoningen.

*samenvatting van een berichtje uit het ND van 12 oktober 2020

Zomaar een van de berichten die op het moment overal in de krant verschijnen of op radio en tv te horen zijn. Er is woningnood. Tekort aan sociale huurwoningen; een tekort aan middenhuurwoningen; een tekort aan betaalbare koopwoningen. Schrijnende verhalen van zelfs mensen met een normale baan die toch dakloos raken vanwege een scheiding en stomweg geen betaalbaar onderkomen kunnen vinden. Of ouderen die noodgedwongen in een (te) grote eengezinswoning moeten blijven wonen, om dezelfde reden, geen betaalbare kleinere woning kunnen vinden.

Er moet gebouwd worden, minstens 300.000 woningen, daar is iedereen het inmiddels over eens. Meer woningen, meer sociale woningen, meer in de middenhuursector tussen de 750 tot 1000 euro. Alle politici roepen het. Overal worden plannen en ideeeen gelanceerd. Maar met nog weinig resultaat.

Ik ben eens gaan onderzoeken wat het in de praktijk betekent in mijn eigen woonplaats IJsselstein. Ik zie dan dat op een mooi stukje grond langs de Hollandse IJssel, waar ik vaak langs fiets, na 9 jaar eindelijk de grond bouwklaar gemaakt wordt. Het is een buurt met dure koopwoningen dus ik ben bang dat hier geen betaalbare huizen gaan verrijzen, temeer omdat de grond eigendom is van een projectontwikkelaar. Tot nog toe heb ik geen concrete plannen kunnen traceren.

plaatje van AvroTros Radar

Ik zie dat in een andere buurt een basisschool gesloopt gaat worden en dat daar een nieuw appartementencomplex gaat komen. Voor ouderen en jongeren. In de online brochure wordt over koopwoningen gesproken. Niet voor ons dus, huurders. De prijzen zijn, als ik er naar informeer, nog niet bekend.

De woonvisie van de gemeente is zoveel mogelijk woningen te realiseren zodat jongeren en ouderen hun geliefde IJsselstein niet hoeven te verlaten. Het klinkt mooi en de wil is er. De grote vraag die de gemeente vervolgens bij haar bewoners neerlegt is: Waar zullen we gaan bouwen?
Tja…zeggen jullie het maar, vind ik dan. En zo’n democratische ronde en de verwerking van de resultaten gaat wel even duren natuurlijk. Daar schiet ik zo onmiddelijk niet veel mee op.

De ChristenUnie, mijn partij, heeft goeie plannen. Zij spoort de gemeente aan in het verkiezingsprogramma 2018-2022, in kaart te brengen:

Alle gebouwen die kunnen worden omgevormd naar woningen: voormalige scholen, lege winkels, lege kantoorpanden, of bestaande kantoorpanden in woongebied met wie een afspraak over uitplaatsing naar een bedrijventerrein een optie is;

Wat valt er in mijn woonplaats (en elders) vooral op? De enorme voorraad lege winkelpanden die allemaal te huur staan om vervolgens of door weer eenzelfde vreselijke keten als de Action te worden opgekocht of een horecabestemming krijgen, of jarenlang gewoon LEEG staan!

Onlangs is een nieuw bouwproject gerealiseerd. Woningen, winkels en horeca. Mooi geworden, zonder twijfel. Maar na een jaar staan de helft van de winkels nog leeg….Ga daar studio’s maken! Appartementen!

Een dilemma wat ik nog niet tegen ben gekomen is dat van ons. Om de huur te kunnen betalen blijven wij bijklussen, na ons pensioen. Daardoor verdienen we net boven de grens om in aanmerking te komen voor huizen onder de 800 euro. (Onze kale huur is inmiddels opgelopen tot 1030) Stoppen we met bijklussen dan zouden we daar wel voor in aanmerking komen. Maar wie betaalt ondertussen de huur? Dat is dus een kwestie van Catch22. Iemand een suggestie hoe dat op te lossen?

Ik ben dankbaar voor het huis dat we hebben. Het kan nog veel erger!

tramdorp in Groningen na de oorlog

Maar de toekomst baart me zorgen. Gaat dit straks betekenen dat we allemaal vooral moeten (blijven) werken om onze huur cq hypotheek te kunnen bekostigen? Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Ik pleit voor een beleid op landelijk niveau. Een ministerie voor Ruimtelijke Ordening of Volkshuisvesting om weer eens goed orde op zaken te stellen. Er spelen nu veel te veel plaatselijke belangen om een goed beleid te ontwikkelen. Die vrije markt van de VVD heeft sturing nodig!

Modest Fashion

De entree van het museum, tevens winkel en cafe

Een nieuwe beweging in de mode: Modest Fashion oftewel Bedekkende /Bescheiden Mode. Alweer een paar weken geleden bekeken we in het Stedelijk Museum Schiedam de tentoonstelling onder die naam. SMS is een van de leukste musea in Nederland trouwens! Toegankelijk, origineel en innovatief! In de grote entreehal (voormalige kapel van een tehuis voor behoeftige bejaarden ) kun je koffiedrinken en een boterham eten. Alles zelfbediening. Ook het brood kun je zelf snijden en het beleg staat in schaaltjes en schalen erbij. Super makkelijk en uitnodigend. Ook de prijs bepaal je zelf. Iemand met een klein beurs kan er voor een prikkie even lunchen. (Er staat natuurlijk een aanbevolen prijs bij).

De Mode
Ik hou van kleding, maar ben niet iemand die de laatste mode op de voet volgt. Ik ben meer van de Kringloop, en het tweedehands spul. Daarmee loop je meestal wat jaren achter en ontwikkel je een meer eigen stijl. Ik kies de minder trendy dingen, de betere merken en zo onstaat al gauw een interessante mengeling van modestijlen. Je ziet in de winkels al snel wat hot was een jaar ervoor. Massaal wordt dat dan weer van de hand gedaan. Op dit moment vind je in de kringlopen veel broeken met een onmogelijk lage taille. Ik kijk nu eerst naar de rits en weet dan al die kan ik laten hangen. Een rits met 10 tandjes of zo is een teken dat de broek nauwelijks boven de bilspleet uitkomt. Nee, dank u. Dat dit ooit mode was!

De tentoonstelling
Terug naar het museum. Wat mij trok naar de expositie was de omschrijving die ik erover las. De wederzijdse beinvloeding van culturen, de invloed van religie op mode en het langzaamaan toenemende bewustzijn dat een vrouwenlichaam niet bedoeld is om door mannen ontworpen sexy kleding te dragen. Door critici van mijn leeftijd ook wel de nieuwe preutsheid genoemd. Ik zie het eerder als vervrouwelijking of zelfs vermenselijking van kleding. Men heeft het op de tentoonstelling zelfs over een nieuwe vorm van feminisme. Niet je kleden alsof je een man bent maar volop vrouw zijn en je makkelijk kunnen bewegen zonder dat de hele goegemeente meekijkt naar delen van jouw lichaam die prive zijn. De invloed die verschillende culturen op elkaar hebben gehad door de eeuwen heen is fascinerend. Zoals de huik, een soort Nederlandse boerka, overgewaaid vanuit het midden oosten ten tijde van de kruistochten. Heel gangbaar geworden in de middeleeuwen! 

De Huik

Modest fashion heeft geen eenduidige boodschap. Aan de ene kant is er de religieuze motivering van kuisheid en niet-uitdagende kleding die niet alleen is voorbehouden aan de islamitisische cultuur. Ook het christendom en orthodox jodendom kent een historie van een bescheiden kledingcultuur. Aan de andere kant is er het door westerse vrouwen uitgedragen idee van vrijheid en verzet tegen mode die hen tot een lustobject voor mannen maakt. En dan is er de commercie zoals een modehuis als Chanel die groot geld ziet in de arabische modewereld en daar in de ontwerpen op inhaakt.

Tegelijk proef je in sommige van de tentoongestelde kunstobjecten een protest tegen de mannenoverheersing in sommige islamistische landen als Iran en Saoedie- Arabie waar vrouwen slechts in het zwart gekleed en geheel bedekt op straat mogen verschijnen. Duidelijk geen vrije keuze, getuige sommige van de getoonde kunstwerken.

Een boeiende tentoonstelling al met al. Nog te zien tot 9 februari.

Sterke wil

Twee blauwe, amandelvormige ogen onder een bos zwarte krullen kijken me aan. Smekend. Met wild gebarende handen probeert de kleuter me ervan te overtuigen dat hij het meent.
‘ Ik heb het niet koud, ik hoef geen jas aan buiten, Oma! Echt niet!’
Buiten giert de wind, het is net droog en de slierten koude mist hangen boven het weiland. Echtgenoot wilde even naar de speeltuin, tussen de buien door.

Ik blijf standvastig en zeg dat hij echt een jas aan moet buiten. Wanhopig wrijft hij over zijn haar, de ogen vullen zich langzaam met tranen, maar opgeven staat niet in zijn woordenboek. ‘Ooooh’, roept hij uit bij zoveel stommiteit van zijn omgeving. En gaat demonstratief op de oudpapiermand zitten, armen stijf over elkaar, kin op de borst, onderlipje trillend en twee tranen op de wangen. ‘Ik doe geen jas aan!
‘Kom’ zegt zijn tante die op bezoek is en niet weg wil zonder hem.
‘Kom’ zegt zijn opa die zo’n blije respons kreeg op zijn voorstel naar buiten te gaan.
‘Kom nou’, zegt zijn ongeduldige grote broer van negen, ‘ doe je jas nou aan en snel!’
‘NEE!’ krijst de kleuter, ‘ik hoef geen jas!’

Dan vertrekt het gezelschap, met pijn in het hart, zonder de boze vierjarige-met-ijzeren-wil. Stil verdriet.
Dan loopt hij naar de keuken en vraagt of hij dan, snik, stroopwafeltjes mag. Hij steekt zijn hand omhoog en telt met zijn vingers af: vier vingertjes en de duim vouwt hij naar binnen, ‘zoveel?’
Ik geef hem een bakje met de miniwafeltjes, blij hem afgeleid te hebben. Even is het stil terwijl hij met het bakje op schoot zijn wafels oppeuzelt.
Dan staat hij weer naast me. Weer met dat handje in de lucht en telt af dat hij er eigenlijk maar twee, vier, drie heeft gehad en er meer mag. Deze suikerfobische oma vindt dat het eigenlijk niet kan. Ik voorzie een nieuwe strijd.
Plotseling gaat de voordeur open. Opa verschijnt.
‘Zullen we samen Lego bouwen?’ De kleuter vergeet onmiddellijk de jas- en koekstrijd en racet naar de legobak: Yessss, opa kom!

Opgelucht stop ik de wafeltjes terug. Kleinzoon is weer happy, het leed is geleden. Voorlopig. Straks moet hij wel weer naar huis. Met jas.
Gelukkig is mamma er dan.

Liefde en lastigheid

strip van http://www.sigmundonline.nl tekenaar Peter de Wit

Ik loop al een aantal maanden op met een naaste die een rottijd heeft. Allerlei persoonlijke omstandigheden maakten dat het draadje knapte en het kost dan altijd veel tijd om het weer aan elkaar te knopen.
Wat doet dit met mij? Allereerst kan ik wel zeggen dat het een dagelijkse les in nederigheid is. Waar je als mens de neiging hebt bij een probleem in oplossingen te denken besef je bij psychische pijn dat die oplossing er echt niet zomaar is. Ongelukkig zijn, van een ander, of jezelf, is moeilijk te verdragen. Het is als lichamelijke pijn die het functioneren belemmert. Alleen is er bij fysieke pijn meestal de (relatieve) troost van pijnstilling, slaap, het ontzorgen van degene die pijn lijdt. Bij psychische pijn is dat een stuk moeilijker. Alles is immers verstoord. De slaap ontbreekt of brengt nachtmerries. Het vermogen troost of steun te ervaren is afwezig. Het kunnen genieten van kleine dingen is er niet. Angst of somberheid overstemt alles. Alles is uit het lood geslagen en hulp lijkt buiten bereik. 

De taak van wie optrekt met degene die pijn lijdt is dus heel beperkt en bestaat meer uit niets doen dan van alles bedenken. Toch is mee-lijden niet passief, heb ik wel gemerkt. Integendeel, er zijn voor de ander is in feite heel actief, het vereist namelijk concentratie en wilskracht. Het is meer dan lichamelijk aanwezig zijn.  Met hart en ziel er zijn is een inspanning. Want mijn hart en ziel zijn snel afgeleid. Er is namelijk van alles te doen. Binnenshuis en buitenshuis. Maar die ander heeft het nodig dat ik luister. Steeds weer luister. Gehoord worden en gezien worden is als pijnstilling voor ieders ziel. Ik weet het uit eigen ervaring. In donkere tijden voor mezelf waren er een paar mensen die ruimte maakten om te luisteren en door te vragen. En steeds daarna voelde mijn last wat lichter. Soms maar even, maar toch…

Het zware delen, verdriet tonen ook wanneer je denkt dat het nergens over gaat, het is de eerste stap op weg naar heling. En toch is dat vaak zo moeilijk voor ons. We oordelen streng over onze gevoelens.
‘Ik heb geen reden tot verdriet’.
‘Anderen hebben het zwaarder dan ik’.
‘Het is mijn eigen schuld’. 
‘Ik wil een ander niet tot last zijn’.
‘Ze zullen me zwak vinden’.

Zoveel redenen waarom we alles inslikken en een buitenkant tonen die als een masker is. Waarachter we soms langzaam stikken als we het te lang dragen. We hebben het zo nodig dat we regelmatig ons masker kunnen afzetten en bij vertrouwelingen gewoon kunnen zeggen dat het leven best wel zwaar kan zijn. Dan krijgen we weer even lucht en kunnen we verder. In een interview over zijn boek Liefde zegt Dirk de Wachter (Vlaams psychiater) het zo:

Dat is mijn volgende punt, maar misschien zeg ik nu hele rare dingen. De liefde toont zich niet alleen in de gewonigheid, maar ook in de lastigheid. En dan heb ik het niet over grote drama’s, maar over een functioneringsgesprek, waarin je niet erkend wordt voor het werk dat je gedaan hebt. Je baas is ontevreden. Je komt thuis, in zak en as, gekwetst in je rechtvaardigheidsgevoel, en je geliefde luistert, toont zich begripvol. Daarin laat de liefde zich ten volste zien. Juist in die lastige momenten hebben we elkaar nodig. Dan toont zich de hoge nood van de mens aan verbinding, aan iemand om bij te zijn. Als alles goed gaat, dan kunnen we ons eigen plan wel trekken. In de leukigheid lukt het wel alleen, in de lastigheid veel moeilijker.’

Verbinding is het sleutelwoord. In de lastige tijden kunnen luisteren, begripvol zijn. Ook als alles overhoop ligt kan dat toch even verlichting geven. Het is geen oplossing. Het is niet het enige. Maar het betekent veel voor wie het moeilijk heeft. Het maakt het duister iets minder donker.

Maar ook ik als luisteraar ervaar dat het samen zijn in die donkere kamer het leven een bijzondere betekenis geeft. Het bevestigt als het ware mijn roeping om niet alleen voor mezelf te leven maar om metgezel te zijn op aarde. Zoals Jezus kwam om mee te lijden met mensen om in onze duisternis het Licht te zijn. Want dat is het. In de moeite van de ander herken je de moeiten van je eigen leven en samen breng je die last bij het kruis. Om samen kracht te ontvangen. Om samen weer struikelend op weg te gaan. Maar niet zonder hoop. Want Jezus heeft de moeiten en de dood overwonnen.

Dat hebben de afgelopen maanden me opnieuw geleerd. Dat geven ook ontvangen is!
(Lees bijgaand commentaar op deze afbeelding van de Barmhartige Samaritaan het verhaal dat Jezus vertelde in Lukas 10).