Oh die middenhuur!

Tekort aan huurwoningen in vrijesector tot duizend euro

Er is een tekort aan vrijesectorhuurwoningen tot duizend euro per maand, volgens de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en Vastgoedmanagement Nederland (VGM NL) in een marktreportage

Het aantal woningen met een huur tot duizend euro dat op een andere huurder overging, nam tussen 2014 en vorig jaar af ten opzichte van het aantal mutaties bij woningen van boven de duizend euro. Dat duidt er .. op dat mensen door een laag aanbod in het middenhuursegment gedwongen worden om uit te wijken naar woningen die meer dan duizend euro per maand kosten.
NVM-voorzitter Onno Hoes maakt zich zorgen. ‘De vrijehuursector is de schakel tussen de sociale huur en koopwoningen. Ook hier geldt echter dat het aanbod er dan wel moet zijn. Er is een gebrek aan zowel goedkope als middeldure huurwoningen.

*samenvatting van een berichtje uit het ND van 12 oktober 2020

Zomaar een van de berichten die op het moment overal in de krant verschijnen of op radio en tv te horen zijn. Er is woningnood. Tekort aan sociale huurwoningen; een tekort aan middenhuurwoningen; een tekort aan betaalbare koopwoningen. Schrijnende verhalen van zelfs mensen met een normale baan die toch dakloos raken vanwege een scheiding en stomweg geen betaalbaar onderkomen kunnen vinden. Of ouderen die noodgedwongen in een (te) grote eengezinswoning moeten blijven wonen, om dezelfde reden, geen betaalbare kleinere woning kunnen vinden.

Er moet gebouwd worden, minstens 300.000 woningen, daar is iedereen het inmiddels over eens. Meer woningen, meer sociale woningen, meer in de middenhuursector tussen de 750 tot 1000 euro. Alle politici roepen het. Overal worden plannen en ideeeen gelanceerd. Maar met nog weinig resultaat.

Ik ben eens gaan onderzoeken wat het in de praktijk betekent in mijn eigen woonplaats IJsselstein. Ik zie dan dat op een mooi stukje grond langs de Hollandse IJssel, waar ik vaak langs fiets, na 9 jaar eindelijk de grond bouwklaar gemaakt wordt. Het is een buurt met dure koopwoningen dus ik ben bang dat hier geen betaalbare huizen gaan verrijzen, temeer omdat de grond eigendom is van een projectontwikkelaar. Tot nog toe heb ik geen concrete plannen kunnen traceren.

plaatje van AvroTros Radar

Ik zie dat in een andere buurt een basisschool gesloopt gaat worden en dat daar een nieuw appartementencomplex gaat komen. Voor ouderen en jongeren. In de online brochure wordt over koopwoningen gesproken. Niet voor ons dus, huurders. De prijzen zijn, als ik er naar informeer, nog niet bekend.

De woonvisie van de gemeente is zoveel mogelijk woningen te realiseren zodat jongeren en ouderen hun geliefde IJsselstein niet hoeven te verlaten. Het klinkt mooi en de wil is er. De grote vraag die de gemeente vervolgens bij haar bewoners neerlegt is: Waar zullen we gaan bouwen?
Tja…zeggen jullie het maar, vind ik dan. En zo’n democratische ronde en de verwerking van de resultaten gaat wel even duren natuurlijk. Daar schiet ik zo onmiddelijk niet veel mee op.

De ChristenUnie, mijn partij, heeft goeie plannen. Zij spoort de gemeente aan in het verkiezingsprogramma 2018-2022, in kaart te brengen:

Alle gebouwen die kunnen worden omgevormd naar woningen: voormalige scholen, lege winkels, lege kantoorpanden, of bestaande kantoorpanden in woongebied met wie een afspraak over uitplaatsing naar een bedrijventerrein een optie is;

Wat valt er in mijn woonplaats (en elders) vooral op? De enorme voorraad lege winkelpanden die allemaal te huur staan om vervolgens of door weer eenzelfde vreselijke keten als de Action te worden opgekocht of een horecabestemming krijgen, of jarenlang gewoon LEEG staan!

Onlangs is een nieuw bouwproject gerealiseerd. Woningen, winkels en horeca. Mooi geworden, zonder twijfel. Maar na een jaar staan de helft van de winkels nog leeg….Ga daar studio’s maken! Appartementen!

Een dilemma wat ik nog niet tegen ben gekomen is dat van ons. Om de huur te kunnen betalen blijven wij bijklussen, na ons pensioen. Daardoor verdienen we net boven de grens om in aanmerking te komen voor huizen onder de 800 euro. (Onze kale huur is inmiddels opgelopen tot 1030) Stoppen we met bijklussen dan zouden we daar wel voor in aanmerking komen. Maar wie betaalt ondertussen de huur? Dat is dus een kwestie van Catch22. Iemand een suggestie hoe dat op te lossen?

Ik ben dankbaar voor het huis dat we hebben. Het kan nog veel erger!

tramdorp in Groningen na de oorlog

Maar de toekomst baart me zorgen. Gaat dit straks betekenen dat we allemaal vooral moeten (blijven) werken om onze huur cq hypotheek te kunnen bekostigen? Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Ik pleit voor een beleid op landelijk niveau. Een ministerie voor Ruimtelijke Ordening of Volkshuisvesting om weer eens goed orde op zaken te stellen. Er spelen nu veel te veel plaatselijke belangen om een goed beleid te ontwikkelen. Die vrije markt van de VVD heeft sturing nodig!

Modest Fashion

De entree van het museum, tevens winkel en cafe

Een nieuwe beweging in de mode: Modest Fashion oftewel Bedekkende /Bescheiden Mode. Alweer een paar weken geleden bekeken we in het Stedelijk Museum Schiedam de tentoonstelling onder die naam. SMS is een van de leukste musea in Nederland trouwens! Toegankelijk, origineel en innovatief! In de grote entreehal (voormalige kapel van een tehuis voor behoeftige bejaarden ) kun je koffiedrinken en een boterham eten. Alles zelfbediening. Ook het brood kun je zelf snijden en het beleg staat in schaaltjes en schalen erbij. Super makkelijk en uitnodigend. Ook de prijs bepaal je zelf. Iemand met een klein beurs kan er voor een prikkie even lunchen. (Er staat natuurlijk een aanbevolen prijs bij).

De Mode
Ik hou van kleding, maar ben niet iemand die de laatste mode op de voet volgt. Ik ben meer van de Kringloop, en het tweedehands spul. Daarmee loop je meestal wat jaren achter en ontwikkel je een meer eigen stijl. Ik kies de minder trendy dingen, de betere merken en zo onstaat al gauw een interessante mengeling van modestijlen. Je ziet in de winkels al snel wat hot was een jaar ervoor. Massaal wordt dat dan weer van de hand gedaan. Op dit moment vind je in de kringlopen veel broeken met een onmogelijk lage taille. Ik kijk nu eerst naar de rits en weet dan al die kan ik laten hangen. Een rits met 10 tandjes of zo is een teken dat de broek nauwelijks boven de bilspleet uitkomt. Nee, dank u. Dat dit ooit mode was!

De tentoonstelling
Terug naar het museum. Wat mij trok naar de expositie was de omschrijving die ik erover las. De wederzijdse beinvloeding van culturen, de invloed van religie op mode en het langzaamaan toenemende bewustzijn dat een vrouwenlichaam niet bedoeld is om door mannen ontworpen sexy kleding te dragen. Door critici van mijn leeftijd ook wel de nieuwe preutsheid genoemd. Ik zie het eerder als vervrouwelijking of zelfs vermenselijking van kleding. Men heeft het op de tentoonstelling zelfs over een nieuwe vorm van feminisme. Niet je kleden alsof je een man bent maar volop vrouw zijn en je makkelijk kunnen bewegen zonder dat de hele goegemeente meekijkt naar delen van jouw lichaam die prive zijn. De invloed die verschillende culturen op elkaar hebben gehad door de eeuwen heen is fascinerend. Zoals de huik, een soort Nederlandse boerka, overgewaaid vanuit het midden oosten ten tijde van de kruistochten. Heel gangbaar geworden in de middeleeuwen! 

De Huik

Modest fashion heeft geen eenduidige boodschap. Aan de ene kant is er de religieuze motivering van kuisheid en niet-uitdagende kleding die niet alleen is voorbehouden aan de islamitisische cultuur. Ook het christendom en orthodox jodendom kent een historie van een bescheiden kledingcultuur. Aan de andere kant is er het door westerse vrouwen uitgedragen idee van vrijheid en verzet tegen mode die hen tot een lustobject voor mannen maakt. En dan is er de commercie zoals een modehuis als Chanel die groot geld ziet in de arabische modewereld en daar in de ontwerpen op inhaakt.

Tegelijk proef je in sommige van de tentoongestelde kunstobjecten een protest tegen de mannenoverheersing in sommige islamistische landen als Iran en Saoedie- Arabie waar vrouwen slechts in het zwart gekleed en geheel bedekt op straat mogen verschijnen. Duidelijk geen vrije keuze, getuige sommige van de getoonde kunstwerken.

Een boeiende tentoonstelling al met al. Nog te zien tot 9 februari.

Sterke wil

Twee blauwe, amandelvormige ogen onder een bos zwarte krullen kijken me aan. Smekend. Met wild gebarende handen probeert de kleuter me ervan te overtuigen dat hij het meent.
‘ Ik heb het niet koud, ik hoef geen jas aan buiten, Oma! Echt niet!’
Buiten giert de wind, het is net droog en de slierten koude mist hangen boven het weiland. Echtgenoot wilde even naar de speeltuin, tussen de buien door.

Ik blijf standvastig en zeg dat hij echt een jas aan moet buiten. Wanhopig wrijft hij over zijn haar, de ogen vullen zich langzaam met tranen, maar opgeven staat niet in zijn woordenboek. ‘Ooooh’, roept hij uit bij zoveel stommiteit van zijn omgeving. En gaat demonstratief op de oudpapiermand zitten, armen stijf over elkaar, kin op de borst, onderlipje trillend en twee tranen op de wangen. ‘Ik doe geen jas aan!
‘Kom’ zegt zijn tante die op bezoek is en niet weg wil zonder hem.
‘Kom’ zegt zijn opa die zo’n blije respons kreeg op zijn voorstel naar buiten te gaan.
‘Kom nou’, zegt zijn ongeduldige grote broer van negen, ‘ doe je jas nou aan en snel!’
‘NEE!’ krijst de kleuter, ‘ik hoef geen jas!’

Dan vertrekt het gezelschap, met pijn in het hart, zonder de boze vierjarige-met-ijzeren-wil. Stil verdriet.
Dan loopt hij naar de keuken en vraagt of hij dan, snik, stroopwafeltjes mag. Hij steekt zijn hand omhoog en telt met zijn vingers af: vier vingertjes en de duim vouwt hij naar binnen, ‘zoveel?’
Ik geef hem een bakje met de miniwafeltjes, blij hem afgeleid te hebben. Even is het stil terwijl hij met het bakje op schoot zijn wafels oppeuzelt.
Dan staat hij weer naast me. Weer met dat handje in de lucht en telt af dat hij er eigenlijk maar twee, vier, drie heeft gehad en er meer mag. Deze suikerfobische oma vindt dat het eigenlijk niet kan. Ik voorzie een nieuwe strijd.
Plotseling gaat de voordeur open. Opa verschijnt.
‘Zullen we samen Lego bouwen?’ De kleuter vergeet onmiddellijk de jas- en koekstrijd en racet naar de legobak: Yessss, opa kom!

Opgelucht stop ik de wafeltjes terug. Kleinzoon is weer happy, het leed is geleden. Voorlopig. Straks moet hij wel weer naar huis. Met jas.
Gelukkig is mamma er dan.

Liefde en lastigheid

strip van http://www.sigmundonline.nl tekenaar Peter de Wit

Ik loop al een aantal maanden op met een naaste die een rottijd heeft. Allerlei persoonlijke omstandigheden maakten dat het draadje knapte en het kost dan altijd veel tijd om het weer aan elkaar te knopen.
Wat doet dit met mij? Allereerst kan ik wel zeggen dat het een dagelijkse les in nederigheid is. Waar je als mens de neiging hebt bij een probleem in oplossingen te denken besef je bij psychische pijn dat die oplossing er echt niet zomaar is. Ongelukkig zijn, van een ander, of jezelf, is moeilijk te verdragen. Het is als lichamelijke pijn die het functioneren belemmert. Alleen is er bij fysieke pijn meestal de (relatieve) troost van pijnstilling, slaap, het ontzorgen van degene die pijn lijdt. Bij psychische pijn is dat een stuk moeilijker. Alles is immers verstoord. De slaap ontbreekt of brengt nachtmerries. Het vermogen troost of steun te ervaren is afwezig. Het kunnen genieten van kleine dingen is er niet. Angst of somberheid overstemt alles. Alles is uit het lood geslagen en hulp lijkt buiten bereik. 

De taak van wie optrekt met degene die pijn lijdt is dus heel beperkt en bestaat meer uit niets doen dan van alles bedenken. Toch is mee-lijden niet passief, heb ik wel gemerkt. Integendeel, er zijn voor de ander is in feite heel actief, het vereist namelijk concentratie en wilskracht. Het is meer dan lichamelijk aanwezig zijn.  Met hart en ziel er zijn is een inspanning. Want mijn hart en ziel zijn snel afgeleid. Er is namelijk van alles te doen. Binnenshuis en buitenshuis. Maar die ander heeft het nodig dat ik luister. Steeds weer luister. Gehoord worden en gezien worden is als pijnstilling voor ieders ziel. Ik weet het uit eigen ervaring. In donkere tijden voor mezelf waren er een paar mensen die ruimte maakten om te luisteren en door te vragen. En steeds daarna voelde mijn last wat lichter. Soms maar even, maar toch…

Het zware delen, verdriet tonen ook wanneer je denkt dat het nergens over gaat, het is de eerste stap op weg naar heling. En toch is dat vaak zo moeilijk voor ons. We oordelen streng over onze gevoelens.
‘Ik heb geen reden tot verdriet’.
‘Anderen hebben het zwaarder dan ik’.
‘Het is mijn eigen schuld’. 
‘Ik wil een ander niet tot last zijn’.
‘Ze zullen me zwak vinden’.

Zoveel redenen waarom we alles inslikken en een buitenkant tonen die als een masker is. Waarachter we soms langzaam stikken als we het te lang dragen. We hebben het zo nodig dat we regelmatig ons masker kunnen afzetten en bij vertrouwelingen gewoon kunnen zeggen dat het leven best wel zwaar kan zijn. Dan krijgen we weer even lucht en kunnen we verder. In een interview over zijn boek Liefde zegt Dirk de Wachter (Vlaams psychiater) het zo:

Dat is mijn volgende punt, maar misschien zeg ik nu hele rare dingen. De liefde toont zich niet alleen in de gewonigheid, maar ook in de lastigheid. En dan heb ik het niet over grote drama’s, maar over een functioneringsgesprek, waarin je niet erkend wordt voor het werk dat je gedaan hebt. Je baas is ontevreden. Je komt thuis, in zak en as, gekwetst in je rechtvaardigheidsgevoel, en je geliefde luistert, toont zich begripvol. Daarin laat de liefde zich ten volste zien. Juist in die lastige momenten hebben we elkaar nodig. Dan toont zich de hoge nood van de mens aan verbinding, aan iemand om bij te zijn. Als alles goed gaat, dan kunnen we ons eigen plan wel trekken. In de leukigheid lukt het wel alleen, in de lastigheid veel moeilijker.’

Verbinding is het sleutelwoord. In de lastige tijden kunnen luisteren, begripvol zijn. Ook als alles overhoop ligt kan dat toch even verlichting geven. Het is geen oplossing. Het is niet het enige. Maar het betekent veel voor wie het moeilijk heeft. Het maakt het duister iets minder donker.

Maar ook ik als luisteraar ervaar dat het samen zijn in die donkere kamer het leven een bijzondere betekenis geeft. Het bevestigt als het ware mijn roeping om niet alleen voor mezelf te leven maar om metgezel te zijn op aarde. Zoals Jezus kwam om mee te lijden met mensen om in onze duisternis het Licht te zijn. Want dat is het. In de moeite van de ander herken je de moeiten van je eigen leven en samen breng je die last bij het kruis. Om samen kracht te ontvangen. Om samen weer struikelend op weg te gaan. Maar niet zonder hoop. Want Jezus heeft de moeiten en de dood overwonnen.

Dat hebben de afgelopen maanden me opnieuw geleerd. Dat geven ook ontvangen is!
(Lees bijgaand commentaar op deze afbeelding van de Barmhartige Samaritaan het verhaal dat Jezus vertelde in Lukas 10).

Half dood is ook half levend

En dan is ze er weer, de stem van mijn moeder. Terwijl ik de cyclaampjes plant in een pot in de tuin, hoor ik haar zeggen hoe ik de uitgebloeide bloemen moet verwijderen: ‘Niet trekken, maar eerst draaien en dan pas trekken. Anders gaat het steeltje rotten.’

Ik kreeg die instructies vroeger, terwijl ik haar hielp de planten te verzorgen. Ik luisterde met een half oor, want ik vond cyclamen lelijk en planten niet echt interessant. Ze stonden bij ons pontificaal in de vensterbank. Witte, rode, roze cyclamen met van die grote bladeren en recht opstaande bloemen. Azalea’s, Chinese rozen en Begonia’s. Mijn moeder was er gek op en kreeg ze elk jaar weer aan het bloeien. Planten die op den duur meer steel dan blad hadden, maar wel altijd hardnekkig weer een paar knoppen kregen, dank zij de groene vingers van mijn moeder. En zolang er knoppen waren was er hoop, hoe lelijk de plant er verder ook uit zag. ‘Gooi toch weg, Mam’, zei ik dan hardvochtig. Maar dat kon ze niet.

Ik ben nu zelf cyclaampjes aan het planten. Door een vriendin heb ik de fijnere, meer natuurlijk ogende soort ontdekt, die buiten bloeit. In de schaduw, onder bomen of in bakken. Ideaal dus. Een paar weken terug zag ik dat eentje die ik vorig jaar plantte weer miniscule knopjes heeft. Hij gaat weer bloeien. Mijn moeder zou heel blij zijn geweest!

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is cyclaamoutdoors.jpg

Ik herken nu overigens ook bij mezelf de moeite om planten die in feite niet meer om aan te zien zijn weg te gooien. Het motto is nu: Half dood is ook half levend. Ik heb bakken vol met kalanchoe, bewaard vanuit gekregen bloemstukjes. En stekjes van planten die ik ook weer van stekjes heb. Meer planten dan ik ruimte heb.

Als ik een plant echt zat ben laat ik hem over aan de elementen. Ik zet hem buiten met een halve leugen tegen mezelf dat planten tenslotte buiten horen. Het is de natuur. Toch? Voor straf overleven ze het dan vervolgens nog maanden. Tot de vorst intreedt en ze roemloos de rest van hun halve dood sterven. Met een licht schuldgevoel gooi ik ze dan de GFT-bak in. Waar ze weer onderdeel van de kringloop worden. Half dood, toch nog levend.

Gratis kunstgebit

Het is ongeveer 54 jaar geleden dat ik een hap nam uit het hoofd van een medescholiertje. Niet vrijwillig, uiteraard. Maar wel echt.
Op het schoolplein speelden we in de pauze een spel. Ik weet nog dat we een grote cirkel tekenden en dat je er in een kring omheen stond. Iemand riep dan hard ‘ik verklaar de oorlog aan…!’ met iemands naam en dan rende je weg zo hard als je kon.
Zo stond ik op scherp om me om te keren en keihard weg te lopen. Met dat ik me omdraai en mijn eerste stap wil zetten, passeert een ander kind mij, rennend. Zijn hoofd botst met een enorme klap op mijn mond, die ik blijkbaar half open heb in de opwinding van het spel. Want een fractie van een seconde later bevindt een stuk tand zich in zijn/haar voorhoofd en zijn mijn twee voortanden voorgoed verpest.

Na een jaar lang gekweld te zijn door de dorpstandarts die alles zelf wilde knutselen, heb ik twee stifttanden. Die in de daarop volgende jaren op de meest ongelegen momenten zullen afbreken. Om weer gerepareerd te worden.

Tot een paar weken geleden. Met een loszittende tand ging ik vlak voor de vakantie even bij de tandarts langs in de veronderstelling dat er weer wat gesleuteld kon worden. Maar de tandarts fronste zijn wenkbrauwen boven mijn open mond en sprak resoluut zijn veto uit. “Niets meer aan te doen”. Gekrompen wortelgestel, verdwijnend bot en meer enge zaken passeerden de revue, terwijl ik machteloos achterover in de stoel lag. Nieuw bot uit een stuk kaak, implantaten en nieuwe kronen. En dat hoor je net voor de dag dat je op vakantie gaat. Met een los zittende tand.

Nadat ik weer rechtop mocht zitten vroeg ik voorzichtig wat dat allemaal zou gaan kosten. Ik kreeg een uitgebreide berekening te horen van de verschillende onderdelen. Die ben ik vergeten. Alleen het eindcijfer staat in mijn geheugen gebrand: 3000 euro! Enigszins uit het lood geslagen deed ik de deur van de praktijk achter me dicht. Want, zo had de tandarts me nog gezegd, helaas worden implantaten niet vergoed.

En daar breekt mijn klomp. Ik ben reuze dankbaar voor mijn zorgverzekering. Met een kleine aanvulling krijg ik veel vergoed. Fysio, controles voor diabetes, ziekenhuisbehandelingen enzovoorts. Maar boven de hals houdt het blijkbaar opeens op. Bij nadere informatie blijkt dat ik wel al mijn tanden en kiezen mag laten trekken voor een gratis kunstgebit. Maar implantaten zijn nog een luxe? Ik kan dat niet bevatten.

Vorige week is de behandeling gestart. 54 jaar na het ongeluk moet ik weer maandenlang onder het tandartsmes. ‘Een ogenblik van onbedachtzaamheid kan maken dat men jaren schreidt’, was een geliefd gezegde van mijn moeder. Dat bewijst dit geval maar weer. Ik was een paar dagen van de leg door alles. Vier dikke spuiten, twee voortanden eruit, opeens een onhandig plaatje in mijn mond…en dan moet ik er nog voor betalen ook!

Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe het is afgelopen met het hoofd van mijn klasgenootje. Zou hij daar ook nog schade van hebben?

Airbnb’end door Frankrijk

La Ribiere aux Pigeons in Limousin

 Op weg naar een familiereunie in de Spaanse Pyreneeen trokken we langzaam naar het zuiden door Frankrijk. We verbleven onder andere in Airbnb’s.  Al jaren maken we gebruik van deze organisatie. Het oorspronkelijke idee was voor reizigers om je luchtbed (airbed) voor een klein bedrag bij vreemden op de grond te leggen die daar hun huis voor open stelden. Mensen die graag anderen ontmoeten en willen helpen bij iemands rondreis.  Het is een leuke manier om mensen uit allerlei landen te leren kennen. 

Inmiddels weet iedereen dat het ook een geraffineerd verdienmodel is geworden. Nieuws over de overlast van rolkoffer trekkende toeristen over de Amsterdamse grachten, op weg naar zogenaamde Airbnb’s die in feite verkapte hotels blijken te zijn hebben vaak genoeg het nieuws gehaald. Omdat een Airbnb zogenaamd particulier verhuur is zijn de veiligheidseisen minder streng. Huur een pand, noem het een Airbnb en  het geld is makkelijk verdiend. De prijzen zijn de pan uit gerezen. Soms betaal je meer voor een Airbnb dan een hotelkamer!

Maar. Onze ervaring is beslist anders. Wij zoeken goedkopere adressen, bij mensen thuis en vinden die vakanties nog steeds een klein avontuur. Hoe zal het zijn? Wat voor eigenaren komen we tegen? Van tevoren doe je natuurlijk al research. Echtgenoot is daar een expert in geworden. Door schade en schande wijs geworden weten we wat we niet willen. Geen zolderkamers (heet!), geen appartement zonder tuin, niet dicht bij een doorgaande weg, geen gedeelde badkamer en WC en meer van dat soort zaken. Het persoonlijk contact met eigenaren biedt vaak de kans om de wat minder toeristische pareltjes in de buurt te leren kennen. Zij vinden het leuk om van alles te vertellen over hun omgeving.

Ik kan het echt aanraden. Deze vakantie hebben we zes stops gemaakt waarvan twee in Airbnb’s. Onze eerste stop was een Campanilehotel. Een deal. Maar al kreeg ik geld toe, daar gaan we niet terug. Wat een verlopen boel. De kamer zelf was redelijk. Maar de lokatie vreselijk en de buitenkant zag er niet uit. Ik werd uit mijn slaap gehouden door een doordringende gilletjes slakende mevrouw onder onze kamer. Wat zij en haar kamergenoot aan het doen waren laat zich raden. Na een kwartier was ik het zat. Ik wilde slapen. Na wat fors gestamp op de vloer werd het stil. Tot om 5 uur de trucks voorbij kwamen razen.

Vroeg gestart naar onze tweede stop in Limousin. Een gebied waar we tot nu toe niet eerder waren in Frankrijk. Lieflijk heuvelachtig landschap. We wilden stilte, natuur en iets goedkoops. Dat vonden we daar. Voor 33,50 euro verbleven we in een huisje op het terrein van een ouder Engels echtpaar. De stilte suisde er door de bomen. Het huisje was vintage, maar van alle gemakken voorzien.  Bij de eerste blik moest ik wel even het gevoel overwinnen in een soort bejaardenhuis te zijn terechtgekomen. 

Maar ach, al gauw liggen onze boeken en electronica er en zijn we weer in de 21e eeuw. Binnen zitten doe je toch niet veel. John, de gastheer, was alleraardigst. Als gewezen schapen- en koeienboer uit Devon voelt hij zich in het heuvelachtige en agrarische Limousin al 17 jaar volkomen thuis. Een man met gouden handen. We hebben genoten van de rust en de natuur.

Lieflijk landschap, Limousin, Frankrijk

Na drie dagen zetten we de tocht naar Spanje voort. Ter onderbreking een nachtje in Toulouse en de volgende dag verder door de bergen van de Pyreneen naar Laspuna, de eindbestemming. Het grote werk kon beginnen: Vier dagen met de Franse familie van echtgenoot in Casa Sidora, een familiehotel in Laspuna, een mini-dorpje. Voor 45 euro pp vol pension. Lunch is een kwestie van wat brood en kaas kopen. Een fantastische plek. In het dal loopt een rivier en overal kun je langs de kant parkeren om te zwemmen. In het dorp  is op loopafstand een zwembad met een grote schaduwrijke ligweide. Er zijn in de buurt overal oude stadjes, men kan er de bergen in voor lange wandelingen, er kan gefietst (voor de sterken!) er is canyoning enzovoort. Het hotel is zeer kindvriendelijk, met een terras waarop allerhande speelgoed, tafeltennis en wat dies meer zij, aanwezig is. Over de reunie zelf schrijf ik later nog.

Uitzicht vanuit onze kamer
Omgeving Laspuna, Spanje

Toen verder, voor vier dagen rust, naar onze tweede Airbnb. In Cournonterral. Een wat verlaten dorp in de buurt van Montpellier en de Middellandse zee. Een ruime beneden verdieping van een woonhuis. Met buiten een grote tuin en veel schaduw. Monique en Jose, onze gastvrouw en -heer zijn heel vriendelijk, maar spreken alleen Frans met een sterk Zuidfrans accent, een goeie uitdaging voor ons Frans. Het huis is zeer comfortabel. Van alle comfort voorzien, inclusief AC (een luxe!). Voor 60 euro per nacht een goeie prijs! Het was hier heerlijk bijkomen van een paar drukke familiedagen. We ontdekten Sete, een levendige havenstad en verschillende stranden.

Op de terugweg hebben we nog een laatste stop in Dijon, de mooie stad in Bourgondie. Alleen ’s avonds hebben we er wat rondgelopen en genoten van de oude gebouwen en het avondlicht. Of we nog een keer zoveel kilometer willen rijden weet ik niet. Maar we hebben veel gezien en de Airbnb’s en hotelletjes krijgen een goeie recensie op Tripadvisor. Behalve de Campanille in Charlesville. Nooit heen gaan!

Hysterisch historisch, Tafeltranen en Breakdance

Negen jaar heb ik bij ons om de hoek, in het Westbroekpark in Scheveningen, de Parade (een rondtrekkend theaterfestival) opgebouwd zien worden. Wel eens over het terrein gelopen maar nooit een voorstelling gezien. Tot mijn vriendin Ans zei dat ze nooit iemand kon vinden die met haar mee wilde naar de Parade. Dat was een goeie aanleiding om samen af te spreken op het festival in Utrecht, in het Moreelse park. Het weer was schitterend en het was alsof we even op vakantie waren, in Franse sferen. Het theaterfestival wordt een weeklang gehouden en op het terrein worden allerlei tenten en paviljoenen gebouwd. Veel lijken zo uit het begin van de vorige eeuw te komen en zijn of echt antiek of knap nagemaakt. Er staat een vintage draaimolen, er is een kinderprogramma en overal kun je eten en drinken. De ambiance is geweldig.

Mijn vriendin had een selectie gemaakt van drie voorstellingen, elk van een half uur en ik sloot me erbij aan. Het karakter van alle optredens op de Parade is enigszins bizar en absurdistisch, dat wist ik van tevoren. Verder had ik geen idee wat te verwachten. We begonnen bij ‘Tisch und hihi tranen’, opera-achtig theater. Met drie spelers, twee vrouwen en een man. In een krappe ruimte met houten banken, waar we hutje mutje zaten. Ik begreep er weinig van, maar de nabijheid van de spelers, hun theatrale expressie en de muziek van Purcell, die de droefheid der mensheid moest uitdrukken, raakte me toch. Iets van een rauwe klacht klonk erdoorheen. Vooral Dido’s Lament, gezongen door Benjamin Meirhaeghe, de maker van het stuk, bezorgde me kippenvel. Lees hier de lovende recensie in de Volkskrant.

Na een half uur gingen de deuren van het snikhete minizaaltje weer open en konden we door naar de volgende: Hysterisch Historisch, de geschiedenis der mensheid in 30 minuten. Via ludieke methodes, waaronder ballen gooien, kon het publiek kiezen waar de geschiedenisles over zou gaan. Geheel ‘democratisch’ kwamen we tot het onderwerp Griekse Liefde in de oudheid.

Daar gaan we dan, dacht ik. Ik had liever een ander onderwerp gekozen, haha. Wat volgde was (uiteraard) een ludieke, maar toch leerzame les over wat die Griekse liefde inhield. Het kwam er op neer dat Griekse mannen grenzeloos hun gang konden gaan, ten koste van slaven, slavinnen en vrouwen. Naderhand hadden vriendin en ik nog een interessant gesprek over de christelijke seksuele moraal die vooral tegen deze achtergrond revolutionair moet zijn geweest. Vriendin ziet alleen onderdrukking in de kerk. Dit was een nieuw perspectief. Gelijkheid van man en vrouw in het huwelijk. Geen misbruik van slaven en/of slavinnen. Monogamie. Voor vrouwen was dat een ware verheffing. (1 Kor.7:1 – 5; )

Het is goed voor een man om niet te trouwen. 2 Maar om te voorkomen dat jullie verkeerde dingen gaan doen, is het toch beter om te trouwen. Iedere man moet zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man. 3 Het is goed voor een echtpaar om regelmatig met elkaar naar bed te gaan. 4 Als de man graag wil, moet zijn vrouw geen nee zeggen. En als de vrouw graag wil, moet de man geen nee zeggen. 5 Het kan gebeuren dat je samen afspreekt om een poosje niet met elkaar naar bed te gaan. Bijvoorbeeld omdat je meer tijd wilt hebben om te bidden. Maar daarna ga je weer gewoon met elkaar naar bed. Anders krijgt de duivel de kans om je te verleiden tot verkeerde dingen, omdat je je niet kan beheersen. (Basisbijbel)

Na deze ongezochte maar toch leuke verdieping kregen we nog een half uur breakdance en acrobatiek te zien door de Ruggeds. Blijkbaar erg bekend door World of Dance. Een competitie op TV. De grootste theaterzaal was dan ook afgeladen vol. Gaaf om te zien, maar soms wat lang uitgesponnen scenes voor onze smaak. Maar het publiek was laaiend enthousiast.

Wij waren klaar. De hitte in de zaaltjes was vermoeiend en we waren toe aan verkoeling en wat te eten. Het leek of we dagen weg waren geweest, zo compleet is de ervaring. Bij een biertje en een lekkere hap praatten we nog een tijd na. Onder de koele schaduw van hoge bomen en een zachte avondwind.

Kleine dingen met grote liefde

Ik ontdekte laatst via mijn dochter dit muziekproject: The Porters Gate, een groep begaafde musici in de VS die samen muziek willen maken om in de kerk te gebruiken. Een soort “Psalmen van Nu” maar dan met eigen teksten en muziek. Het lied wat volgt Little Things With Great Love sprak me aan vooral vanwege de tekst. Ik heb namelijk een moeilijk te bestrijden neiging tot het willen doen van ‘grootse’ dingen. En neer te kijken op de kleine dingen van mijn leven. Dit lied bepaalt me weer bij de betekenis van wat ik doe. Het gaat niet om de ‘maat’ maar om de wijze waarop. En wat kunnen kleine dingen dan een grote betekenis hebben.! Ik draag het ook op aan diegenen die al jaren (vaak ongezien) moeten zorgen voor een demente partner, of hun geliefde (jong) verloren hebben en nieuwe betekenis voor hun leven moeten zoeken. Of aan diegenen die zelf ziek zijn en zeer beperkt in hun doen en laten. Elke kleine handeling gedaan uit liefde is als een bloem in God’s tuin.

In the garden of our Savior no flower grows unseen
His kindness rains like water on every humble seed
No simple act of mercy escapes His watchful eye
For there is One who loves me His hand is over mine

In the kingdom of the heavens no suffering is unknown
Each tear that falls is holy, each breaking heart a throne
There is a song of beauty in every weeping eye
For there is One who loves me His heart, it breaks with mine

O the deeds forgotten, O the works unseen
Every drink of water flowing graciously
Every tender mercy You’re making glorious
This You have asked of us: Do little things with great love
Little things with great love

At the table of our Savior, no mouth will go unfed
And His children in the shadows stream in and raise their heads
O give us ears to hear them, and give us eyes that see
For there is One who loves them. I am His hands and feet

Wat is jouw verwerkingsmechanisme?

Stilte aan het Parelpad
Het is stil geweest op Parelpad.com. Ik had weinig inspiratie; twijfelde wat aan het nut van de blogs ( ‘wat maakt het nu eigenlijk uit of ik wat schrijf of niet?’); de gewone drukte van het leven; een zekere luiheid; teveel boeken om te lezen; de postzegel tuin die toch altijd nog bergen snoeiwerk en onderhoud vraagt, kortom een combi van factoren. Nu er steeds vaker mensen vragen of het wel goed gaat ‘want ik zie geen blogs’ toch maar weer de digitale pen gepakt. Wie mij langer volgt is bekend met de Black Dog die me af en toe bezoekt. Of die er weer was, vroegen sommigen. Wel een mooi idee dat mensen op die manier naar me vragen. Het maakt dus wel uit of ik schrijf of niet in elk geval.

Black Dog?
Of de Black Dog er was/is kan ik niet goed zeggen. Helemaal jofel gaat het niet, merk ik en dat heeft verschillende oorzaken, denk ik. Reina Wiskerke van het Nederlands Dagblad schreef onlangs een column waarin ze het had over haar verwerkingsmechanisme. (column achter een betaalmuur) Hoe gaat ze om met bijvoorbeeld de snelle veranderingen in de kerkelijke gemeenten waartoe zij (en ik) behoren? Even kort door de bocht: eerst kon niet wat nu opeens moet. Wat onbijbels was is nu bijbels en een opdracht. Hoe ook iemands mening is, de radicale ommekeer is opvallend en doet wat met je, schreef zij.

Verwerkingsmechanisme
Het woord verwerkingsmechanisme bleef bij me haken en maakte me bewust van dat fenomeen. Wat is eigenlijk mijn verwerkingsmechanisme? Bij prangende gebeurtenissen, zeg maar. En dan heb ik het niet alleen over kerkelijke situaties. Er gebeurt meer dat moeilijk is in een mensenleven. Na wat zelfonderzoek moest ik tot de conclusie komen dat mijn verwerkingssysteem bestaat uit een soort aftocht is. Een naar- binnentocht. Ik creëer onbewust een rubberen laagje om me heen waarachter ik schuil en ondertussen de gebeurtenissen zich zie ontwikkelen. Reina Wiskerke heeft het over een helikopterblik. Erboven hangen dus en je op die manier ook min of meer terugtrekken uit de onmiddellijke situatie.

Dat heeft voordelen. Je verlaat de gevarenzone en neemt de gelegenheid de dingen van alle kanten te bekijken. In mijn geval heeft dat tot gevolg dat mijn hoofd ongeveer een driedubbele afmeting krijgt door al het denken. Dat hoofd tors ik steeds mee dus dat is een nadeel. Van denken word je moe. Ook een nadeel. Nog een nadeel: je staat overal een beetje buiten.

Nature-nurture
Interessanter is natuurlijk de vraag waarom iemand een bepaald verwerkingsmechanisme heeft ontwikkeld. Waarom trek ik me innerlijk terug en echtgenoot niet bijvoorbeeld? Die is van de actie en de oplossingen. Ik ben van de flight en hij van de fight. Dat heeft veel met nature-nurture te maken denk ik. Als jongste van een gezin van vijf met grote broers en zussen heb ik me (gevoelig mamma-kindje dat ik was) vaak onveilig gevoeld. Ruzies en conflicten (die er tot op zekere hoogte bij horen in een groot gezin) heb ik als heel bedreigend ervaren. Zoiets heeft invloed op je ontwikkeling: Ik ben een volbloed conflictvermijder geworden. Waar ik van baal, want het is gebaseerd op die kinderangst: Ieder verschil van mening kan immers ontaarden in hoogoplopende ruzie. En ruzie is verlies van verbinding. Iets wat ik in mijn jeugd dan moest terug verdienen door ‘lief te zijn’.

India
De stilte op Parelpad is dus enigszins het gevolg van mijn verwerkingsmechanisme. Ook de terugkeer in Nederland na twee-en -halve maand India heeft me meer moeite gekost dan verwacht. Vreemd zou je zeggen, zo lang is dat toch niet en fijn om weer thuis te zijn. Daar heb ik dus ook heel lang over na moeten denken waarom het toch niet zo voelde, afgezien van het feit dat het heerlijk was (klein)kinderen weer in de armen te sluiten. Er bleef toch een gevoel van vervreemding. Ik ben er nog niet helemaal achter. Maar ergens heeft het te maken met een gevoel wat veel mensen die lang in het buitenland hebben gewoond zullen herkennen, namelijk het gevoel van ‘nergens helemaal thuis zijn’. Niet kunnen delen wat het betekent in een totaal andere cultuur mee te draaien en thuis niet helemaal meer thuis te zijn. Het bracht veel herinneringen terug aan onze periode in Zuid Korea en daarna. Een volgende blog wellicht over die buitenlandgevoelens. De stilte is in elk geval weer doorbroken!