A day well spent

Voor ik weer enkele decennia terug ga in de tijd naar Zuid-Korea, een klein verslag van een welbestede dag, afgelopen zaterdag in Waltham, VS. We logeren hier tijdelijk in het huis van vrienden die elders wonen.

Ik had gelezen dat er hier in Waltham, een kunstmuseum is. Op de website leek het de moeite waard, dus, op een stralende zaterdagochtend daarheen getogen. Rose Art Museum is verbonden met Brandeis University, een bekende universiteit hier in de omgeving met Joodse wortels. Er studeren zo’n 5000 studenten, van wie naar schatting 25% van Joodse afkomst zijn. Gesticht in 1947, oorspronkelijk voor Joodse studenten en andere leden van etnische minderheden, die vaak niet op andere opleidingen terecht konden of discriminatie ondervonden.

Het museum heeft de reputatie op te komen voor sociale gerechtigheid en kritisch te zijn op racisme en discriminatie in de samenleving. Een fenomeen waar we in Nederland ons eigenlijk nog maar net bewust van zijn geworden, is in Amerika zo verweven met alles op het gebied van media en culturele uitingen dat je er wel eens moe van wordt. Maar, ik geef direct toe, ik behoor tot de witte, bevoorechte laag van de bevolking, zonder een geschiedenis van slavernij en discriminatie. Voor mij is het dus makkelijk praten. Niet dat ik in mijn familiegeschiedenis terug kan gaan op veel aanzien en geld. De meeste van mijn voorouders waren arm, moesten sappelen en behoorden tot de arbeidersstand. Zeker die van mijn vaders kant. Maar dat is niet hetzelfde als slavernij en racisme hier in de VS en in ons land.

Maar goed, terug naar het museum. We kwamen terecht in een mooi, licht en ruim gebouw met de kunst heel prettig tentoongesteld.

De eerste zaal was gewijd aan kunst van nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikaanse bewoners van Amerika. Of werk dat die vreselijke erfenis en het trauma daarvan tot onderwerp had. Er hing ook werk van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, First Nation People, dat de onderdrukking die zij moesten ondergaan vertolkte. Niet alles vond ik even geslaagd. Te filosofisch, te dik erboven op. Maar een paar werken waren indringend. Zoals de onderstaande installatie van Radcliff Bailey (interessant artikel over zijn kunst)

Onderstaand bord staat bij de ingang van het museum. Zeer bewust dus van de geschiedenis van de plek.

Het museum is gebouwd op land dat behoorde aan de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de Massachusets Native American stam.

Na het kritische gedeelte bekeken we nog een zaal met schilderijen van o.a. Susan Lichtman en Willem de Kooning. Kunst waar ik blij van werd. Heel kleurrijk, origineel, semi-realistisch.

Wildlife Refuge

In de auto aten we op z’n Nederlands onze meegebrachte bammetjes en een mandarijntje. En daarna reden we met Google maps als gids richting een plek om te wandelen. Het was tenslotte een stralende dag. Zon, weinig wind en de temperatuur rond het vriespunt.

Een plek om te wandelen vinden bleek nog niet zo eenvoudig. Wat volgens Google het begin was van een mooi wandelpad blijkt in de praktijk tot tweemaal toe privegrond te zijn, door buurtbewoners met hun enorme villa’s ontoegankelijk gemaakt. Niet bestemd dus voor ons buitenstaanders. Na nogal wat heen en weer rijden, een smal pad oprijden wat iemands oprit bleek te zijn, een achterlicht kapot rijden bij het achteruit weer terug navigeren, vonden we eindelijk een mooi gebied.
Great Meadow Wildlife Refuge. Daar hebben we heerlijk gewandeld en genoten van de zon. Een groot deel ervan bestaat uit wetland, drassige en ondergelopen gebieden. Blijkbaar in de 20e eeuw volledig vervuild door een textielfabriek die er chemicaliën loosde. Inmiddels volledig schoon en een trekpleister voor vogels en vissen. Dat geeft altijd weer hoop. Het kan dus wel!

Memories of Korea 1980-1988 – I

Korea Jaren 1980-1988, wat eraan vooraf ging.

Het is voorjaar 1979. Ik ben 24 jaar en zwanger van ons tweede kindje. Samen met echtgenoot Kim en onze dochter Jesseka van ruim drie, verheug ik me op de komst van de nieuwe baby. We wonen in Kampen op een flat en zijn bezig met onze toekomst. Kim heeft zijn studie afgerond. Een (wat nu zou heten) Master theologie. De tijd is aangebroken om een nieuwe stap te zetten. 

Eck en Wiel

Vier jaar eerder, in de zomer van 1974, ontmoetten Kim Batteau, Amerikaan van geboorte, en ik elkaar op l’ Abri, een christelijk studiecentrum in Eck en Wiel, in de Betuwe. Het is liefde op het eerste gezicht en om samen naar Duitsland te kunnen gaan, waar Kim zijn studie theologie wil voortzetten, besluiten we na twee maanden te trouwen. Een nogal schokkende beslissing voor de omgeving. Maar, wonderlijk genoeg, we zijn zeker van elkaar en zetten door. Nu, na bijna vijftig jaar samen, een goeie beslissing dus!

Al voordat we trouwen blijkt dat Duitsland niet door kan gaan, vanwege allerlei praktische redenen. Kim zet zijn studieplannen tijdelijk op een laag pitje en gaat werken als  computerprogrammeur, een tweede beroep dat hij in de VS al heeft beoefend, om inkomsten te genereren.

Rotterdam

Op de dag na onze bruiloft in oktober van hetzelfde jaar verhuizen we, heel romantisch, naar Rotterdam. We wonen er een jaar. Eerst op een zolder appartement waar de douche de eerste dag al stuk is en de ‘keuken’ op de overloop is. De keuken is een tafeltje met daarop een tweepits gasstel. Ik kookte desondanks enthousiast gevulde paprika’s en dat soort gerechten uit mijn nieuw aangeschafte Margriet kookboek. Ik zocht naar bezigheden, passend bij mijn idealen, maar uiteindelijk was het praktischer om voorlopig als receptioniste te werken. Via een uitzendbureau werkte ik op diverse plekken en vond het werk prima. 

Ik raakte zwanger en dat verliep minder voorspoedig. Vanwege een dreigende miskraam schreef de huisarts me bedrust voor. In die tijd nog de gebruikelijke methode. Ik lag zes weken op de bank bij mijn ouders, maar de miskraam kwam toch op gang.
“ Ga maar een nieuwe bakken”, zei de gynaecoloog in het ziekenhuis, terwijl ik verdrietig de pijn lag te verbijten. Patiëntvriendelijkheid hoorde nog niet bij de opleiding. Waarom ik me zo leeg en doelloos voelde na die miskraam ben ik pas later gaan begrijpen, toen er meer aandacht kwam voor die ervaring.

Ondertussen hadden we een betere woonplek gevonden in het centrum van Rotterdam, bij de Heemraadsingel. Een bovenwoning voor een lage prijs, omdat we in opdracht van de zoon, ook een oogje in het zeil moesten houden op zijn vader, de bejaarde, allerliefste eigenaar van de woning, die beneden ons woonde en tegen wie zijn zoon vaak stond te schreeuwen. Naar om aan te horen.

Amsterdam

Het lukt Kim na een jaar om toch de studie weer op te pakken, nu aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ik ben twintig jaar oud en zeven maanden zwanger van ons eerste kindje wanneer we op een steenkoude dag in februari verhuizen naar Amsterdam, waar we in de Bijlmermeer een ruime flat hebben gevonden. Het was zo koud dat alle planten die we in het busje met de rest van onze bezittingen vervoerden, dood vroren.

Kim studeert en werkt tevens als glazenwasser om verzekerd te blijven. Tenslotte is er een baby op komst. Dan wordt onze oudste dochter op tweede Paasdag geboren. 20 april en het vroor nog! Wat waren we blij met haar. Ik sliep de eerste weken slecht omdat ik me zo verantwoordelijk voelde. Iedere kik, ieder geluidje deed me toesnellen, zou er iets zijn? Opeens zo’n klein hoopje mens in mijn leven, het was een ingrijpende ervaring, waar ik tegelijk enorm van genoot.

De Bijlmer was een prima plek om te wonen toen. Heel groen, rustig en we hadden vrienden in de directe omgeving. We bewaren er goede herinneringen aan.

Kampen

Na 1,5 jaar volgt een nieuwe verhuizing. Kim zet zijn studie voort in Kampen aan de Theologische Universiteit daar. We vinden een flat (dat was toen nog eenvoudig) en settelen in onze nieuwe woonplaats. We spreken nu over 1978. Vier jaar geleden trouwden we en we wonen nu in ons vierde huis. Er zullen er nog vele volgen. Ik kan me van toen niet herinneren dat ik er moeite mee had. Goede vrienden woonden een verdieping onder ons en ik voelde me thuis. Ook waren de woningen zelf steeds een verbetering qua comfort en ruimte. In de derde plaats raak ik, tot onze blijdschap, weer zwanger van onze tweede baby.

Kim slaagt voor zijn laatste examens en is dan klaar met zijn studie. De toelage van de school (voor buitenlandse studenten) stopt abrupt. Ik zie nog de voorzitter van de commissie die de toelages regelde, voor me die het nieuws kwam brengen. Heel rustig:  ‘Volgende maand stopt uw toelage’. Mijn hart zakte in mijn schoenen. Ik zag ons al op straat zwerven met zijn drieen.

We moesten nu dus vaart maken met een beslissing over wat we gaan doen. Predikant worden? In Nederland blijven, naar Amerika gaan of in een ander Engelstalig land?
We groeien toe naar een toekomst in Canada. Er zijn gemeenten daar die een predikant zoeken en het lijkt een goed land om te wonen. Mentaal beginnen we ons voor te bereiden op een emigratie.

Dan komt er een onverwacht verzoek binnen dat een emigratie van een heel andere orde zal gaan betekenen. Kim wordt gevraagd, samen met nog een collega, docent theologie te worden in Zuid-Korea. Tevens zouden hij en zijn collega optreden als contactpersoon tussen de Koreaanse kerken en die in Nederland. Dit verzoek kwam van de kerken in Korea, waarmee al een aantal jaren een officieel contact was. Liever dan geld, mankracht, is hun verzoek.

Voor mij ligt er geen concreet verzoek of een specifieke opdracht. Maar in het hele proces van ondersteuning en communicatie zou ik natuurlijk ook een grote rol spelen en het was daarom erg belangrijk dat ik de onderneming zag zitten. Met een peuter van drie en zwanger van de tweede een hele uitdaging. 

Het verzoek komt voor ons als een totale verrassing. Wonderlijk genoeg staan we er eigenlijk direct positief tegenover, hoewel we dat nauwelijks aan onszelf durven toegeven. Het was toch een behoorlijk uitheemse bestemming vergeleken met Canada! Aan de andere kant, ergens heen vertrekken in het buitenland zat al in de pijplijn, dus welk buitenland leek in principe niet zoveel uit te maken. Ik had eerlijk gezegd nauwelijks van Zuid-Korea gehoord, zoals velen met mij, maar ‘Azië’ trok ons wel. De Koreaanse medestudenten van Kim die we hadden leren kennen, waren vriendelijk en het eten dat ze klaar maakten was lekker. Oppervlakkige redenen, toegegeven, maar het kwam voorbij. We besluiten na rijp(er) beraad en gebed op het verzoek in te gaan en daadwerkelijk binnen afzienbare tijd naar Zuid-Korea te vertrekken. Het is augustus 1979. 

Meppel

Het is allemaal nogal onwezenlijk. Hoe bereid je je voor op zo’n majeure verandering? De taal leren is onze eerste prioriteit. In Leiden kunnen we een beginnerscursus Koreaans volgen aan de universiteit. Maar eerst moet er (weer) verhuisd en een baby geboren. In september, de laatste maand van mijn zwangerschap, vertrekken we naar Meppel. Verhuizen met een toeter van een buik is inmiddels mijn specialiteit, maar het is niet echt leuk. Vanuit Meppel bezoeken we nog een paar keer een bevriend Koreaans echtpaar dat ons het alfabet leert. Het Koreaans heeft een eigen alfabet dat logisch is opgebouwd. Na een paar weken oefenen kennen we de letters, maar daarmee begrijp je de taal nog niet. En na de bevalling ben ik natuurlijk alles compleet vergeten.

Zo wonen we opeens vanaf september 1979 voor vier maanden aan de Pelikaanstraat in Meppel en leren in afwachting van de geboorte de prachtige omgeving van Drenthe kennen. Mooi meegenomen. Het huis daar hebben we tijdelijk ingericht met tweedehands spullen, met veel steun van de leden van de kerkelijke gemeente en toen kon de baby komen. Op twee oktober 1979 rond 10 ’s ochtends uur krijgen we een kerngezonde zoon, die we Lukas Michael noemen .

Wereldreis

Lukas zal maar twee maanden in Nederland wonen. Begin januari 1980, zullen hij en grote zus Jesseka, die dan 3 jaar en 9 maanden is, aan hun eerste wereldreis beginnen. Via de ouders van Kim in Boston, Verenigde Staten, waar we een week of drie logeren en Los Angeles waar een broer met zijn gezin woont, reizen we naar Tokio, Japan. Van een koud Nederland, naar een nog kouder Boston, naar zwoel Californië. Dan na weer een week door naar koud Tokio. Daar zullen we ons collega-gezin ontmoeten om samen verder te reizen naar Busan, Zuid Korea. Een grote havenstad, in het uiterste zuidoosten van het land. Onze nieuwe woonplaats.

Dit zal onze nieuwe woonplek worden in 1980. Maar eerst nog even niet niet.

VS revisited

Ik ben weer in de VS. in Waltham, om precies te zijn, in het huis van vrienden van mijn zwager die hier ook tijdelijk woont. Echtgenoot is bezig met de ingewikkelde administratieve afhandeling van zijn stiefvader’s nalatenschap. De bureaucratie in Amerika is nog erger dan in Nederland, hebben we inmiddels mogen constateren. Een testament geldt pas, zelfs al is het voor veel geld opgemaakt door een advocaat (doen alles hier, maar voor heel veel geld), wanneer de rechter getoetst heeft of het in overeenstemming is met de wetten van de staat en of er niemand is die het kan aanvechten. Alle ambtelijke molens draaien langzaam, zo ook hier. We waren maanden verder voor we bij de bezittingen konden om de inmiddels hoog opgelopen rekeningen te gaan betalen. Intussen waren we druk genoeg met het leegruimen en opknappen van de twee appartementen die het eigendom waren van mijn schoonvader. Een giga klus, waarover ik al eerder schreef. Nu moeten we aan de gang met de verkoop ervan.

Een andere bezigheid is het bellen en afmelden voor werkelijk ontelbare organisaties waar mijn schoonvader lid van was of die hij steunde; een dagtaak.. En iedere opzegging leidt weer tot een volgende complicatie. “We kunnen uw abonnement niet vinden.” “We hebben dit of dat van u nodig”, wat we dan net niet hebben, en waar een andere instantie voor gebeld moet worden. Na een uur wachten: “Ik  verbind u door”, en dan…: tuut, tuut, tuut…verbinding verbroken. Waarna weer een uur wachten aan de lijn volgt. Iedereen kent dit frustrende gedoe. En dit nu met 150 belletjes. Nog maar 100 of zo te gaan…

Behalve assisteren bij het laatste, heb ik zelf niet veel specifieks te doen en neem de gelegenheid te baat om mijn schrijven weer wat op te pakken. Buiten ligt, wanneer ik dit schrijf, een dik pak sneeuw, het is -7 met een stralend blauwe lucht. Te koud om naar buiten te gaan met mijn verkoudheid. Binnen is het behagelijk warm. Ideale schrijfomstandigheden.

Herinneringen aan Korea

Al een aantal jaren ben ik bezig met mijn herinneringen aan onze tijd in Zuid-Korea op te schrijven. Het waren aan de ene kant gewone jaren, zoals elk gezin die meemaakt. Dagelijkse bezigheden van huishouden, school, muziekles en sport voor de kinderen, boodschappen doen, eten koken en vul maar in. Maar de omstandigheden waren ook weer heel bijzonder. Het land waar we woonden, de cultuur, de taal, het maakte dat alle gewone dingen net wat anders waren. Soms lastiger, maar vaak ook leuk. Ik ben daar enorm gegroeid in flexibiliteit. In het vertrouwen dat als iets niet op één manier lukt, er vast wel een andere manier moet zijn. Ook improvisatie is iets wat je leert wanneer je in een land gaat wonen dat armer is en ook zo anders.

Mijn idee is nu om dit blog te gebruiken om delen van wat ik schrijf te publiceren. Het schrijft makkelijker, vind ik, met lezers in je achterhoofd tot wie je je kunt richten.

Terwijl het nu, een paar dagen later, regent en +10 is (New England is net Nederland wat het wisselende weer betreft) en ik langzaam bijkom van een zware kou tref ik voorbereidingen om de Koreaanse Herinneringen in een vorm te gieten die geschikt is voor dit blog. Morgen begin ik met de eerste.

Ontruiming, laatste fase

De eerste weken van de ontruiming van de woning in Boston van mijn schoonouders (na het sterven van mijn schoonvader), werd ik als op een golf van adrenaline voortgedreven. Wij gingen die klus klaren! We can do it! Systematisch, la voor la, archiefkast voor archiefkast, legen, sorteren, weggooien, of  bewaren. Ik plakte driftig overal post-its op. ‘Weggooien’, ‘Bewaren’, ‘Goodwill’, ‘Twijfel’. Maakte foto’s. Heel veel kon gewoon weg. Bonnetjes, belastingaangiftes en rekeningen uit de vorige eeuw leken ons niet langer nodig, dus hup, in grote grijze zakken, de stort in.

Mijn zwak voor geschiedenis en genealogie maakte de beslissing echter toch af en toe moeilijk. Bonnetjes en dergelijke uit 2001 lijken minder interessant. Maar een bon uit 1956. Hoe vaak ik niet dacht, zal ik dit of dat toch maar bewaren…? Maar ja, vliegen met een koffer vol oud papier is niet handig. Dat criterium was een goeie stok achter mijn deur. De afmetingen van mijn koffer werd de standaard.

Dus, het meeste papier kwam in de grijze zakken. Dat was anders met persoonlijke correspondentie. Werkelijk dozen vol kwamen er tevoorschijn. Niet alleen mijn schoonvader bewaarde alles, mijn schoonmoeder zo mogelijk nog meer. Alle brieven, briefjes, kaarten van vrienden, familie en kinderen; alle babyboeken, fotoalbums en zelfs knutselwerkjes van de kleinkinderen vonden we terug in half vergane, stoffige dozen, in alle hoeken en gaten van het huis. Soms ontroerend en soms dachten we: heb je dit echt al die jaren bewaard? 

Zoon Lukas, altijd met veel detail
Dochter
Suzy, afzwemmen diploma A?
Dochter Jesseka, kleurrijk en met dieren!
Dochter Saskia, de enige die goed was in, ik weet niet meer hoe het heet…

Een ding staat vast, van opruimwoede hebben mijn lieve schoonouders nooit last gehad. Nogmaals, dat leidde ertoe dat we af en toe echte pareltjes vonden. Vooral echtgenoot en zijn jongere broer werden het verleden mee ingezogen. Aan hun kleuter- en basisschooltijd op Shady Hill School bewaren ze kostbare herinneringen. Ieder leerjaar had een thema. De Grieken en  Romeinen, de Noormannen, en alles stond dan in het teken daarvan. Er werd veel gezongen en muziek gemaakt.  Er werden houtbewerking lessen gegeven, er werd gekleid, kortom, een hoop leuke dingen die ik me zo van mijn eigen lagere school niet herinner. Uren brengen ze door met ‘weet je nog’ verhalen. Heel bijzonder, omdat ze elkaar de afgelopen vijftig jaar nog niet eerder zo lang meemaakten. We wonen nu al bijna 3 maanden in één huis met elkaar.

Samen sport kijken en commentaar leveren

De adrenaline in mijn bloed, waar ik het net over had, kwam ook wel, laat ik maar eerlijk zijn, door nieuwsgierigheid. Ik ben nogal nieuwsgierig aangelegd volgens mijn nageslacht. Ik kom al vijftig jaar in dat huis, zag veel kasten en lades vol met mooie spullen. Serviesgoed, kunstobjecten, zilverwerk, verzamelingen van beelden en olifanten. Als gast trek je geen kastdeur open om alles eens goed te bekijken. Zelfs niet wanneer je familie bent, toch? Nu is alles door mijn handen gegaan. En wat was er veel moois. En wat is er uiteindelijk veel naar de kringloop gegaan…Dat deed me echt pijn. 

In hun jongere jaren gaven mijn schoonouders vaak parties waar veel gasten kwamen. Er was dan van alles te eten, en dat werd geserveerd in enorme, mooie schalen van glas of porselein. Mijn schoonvader kookte eens in de zoveel tijd kreeft, levend en wel. Helaas. Maar hij was er gek op en had voor dat doel een kreeftenpan, afmeting babybadje. Ovenschalen voor de eetclub van ongeveer dezelfde maat. Die stonden allemaal rustig te verstoffen in de garderobe kast. Ook dat serviesgoed is weg gegeven. Mijn koffer had de limiet bereikt.

Zo waren de eerste paar weken vermoeiend, maar hadden ook een min of meer leuke kant, ondanks het verdrietige gevoel dat de onttakeling van een huis  met zich meebrengt. Het ging om de mooie, interessante spullen waar altijd wel iemand voor te vinden was om het te bewaren. Emotionele herinneringen waren meestal het criterium. Ik maakte foto’s voor de dropbox en zo kon de familie op afstand meekijken en kiezen. 

Maar na verloop van die eerste weken werd de klus steeds moeilijker. Al die dossiers. We moesten erdoorheen om te bepalen wat wel en niet moest bewaard. De meubels die niemand wilde of kon hebben vanwege de geografische afstand, wat moesten we daar mee? Dat werd dus een eerste pick-up van Goodwill. Dat was geen goedkope grap….we gaven best goed bruikbare spullen mee, maar moesten daar ook nog $1200 op toe leggen…

Eerste lading voor de Goodwill pickup

Ondertussen was het een eis van de VVE dat de appartementen (mijn schoonouders hadden er twee aan elkaar gekoppeld) in oorspronkelijke staat werden terug gebracht, voor ze in de verkoop mochten en vond de makelaar dat alles geschilderd en de vloeren geschuurd en in de lak gezet moest worden. Alsof er al niet genoeg te doen was..!

De duizenden dollars onkosten vlogen ons om de oren. Men zegt dat het uiteindelijk geld oplevert. We zullen het zien.

Waar ik me vooral heel erg bewust van ben in deze maanden, is de vergankelijkheid van het leven. Al die mooie en minder mooie spullen die mijn schoonouders om zich heen hadden verzameld, en waar ze aan verknocht waren, in twee vrachten werden ze afgevoerd. De eerste zoals gezegd met de kringloop mee en de tweede, treurig, met een ‘got-junk’ vrachtauto….ik vond dat zo verdrietig. 

Dan loop je daarna door dat lege appartement, met kale vloeren en wat groezelig witte muren, en lege kasten. Daar speelde zich vijftig jaar lang hun zo intensieve leven af. Wij kwamen er met onze kleintjes, op weg naar Korea of op doortocht naar Nederland; onze tieners logeerden er en zij kwamen er op het laatst als volwassenen, al dan niet met hun kinderen, de achterkleinkinderen. En altijd met dat gevoel van verwend te worden. Om te genieten van dat prachtige uitzicht op de weidse haven en in de verte het vliegveld en nog verder weg de Atlantische Oceaan. Het huis was een ontmoetingsplek met de rest van de familie bij hoogtijdagen. Waar we dat nu kunnen doen? 

Zoals het was

Tegelijk zijn we ook dankbaar dat ze samen zo’n goed leven hebben mogen hebben. Zo hebben kunnen genieten van elkaar, van muziek en kunst, met familie en vrienden. Je kon mijn schoonmoeder geen groter plezier doen dan als broers en zussen, met aanhang en kinderen, bij elkaar in de woonkamer te zitten en muziek te maken. Als een koningin wees ze dan aan wie nu aan de beurt was. Ik kon gelukkig geen instrument bespelen, dus ik mocht luisteren!

Iets van die zoete herinneringen, flarden van muziek en feestgedruis zijn misschien wel verankerd in de muren en zullen de nieuwe bewoners onverwacht eenzelfde gevoel van lichtheid geven als ik daar soms ervaarde.

Het was echt niet allemaal rozengeur en maneschijn natuurlijk. Maar wat me altijd opvalt bij mijn schoonfamilie is de wil om het goed te hebben met elkaar, ondanks verschillen. En die zijn er! Beide uiterste kanten van het politieke veld, links en rechts; religieuze verschillen, ongelovig, boeddhistisch en christen; introvert en extravert, je vindt het allemaal terug. Zes kinderen. Zes richtingen. Het maakt dat je gedwongen wordt uit je bubbel te treden. En dat is goed. Zolang er respect en ruimte is voor de ander en die proef ik. En dat is de meest waardevolle nalatenschap die mijn schoonouders, en met name mijn schoonmoeder (ze was voor de tweede keer getrouwd) heeft achtergelaten.

Dan zijn de spullen maar spullen, waardevol of niet. 

Zilverpoetsen en de rest in Boston

Door het zilverpoetsen in het huis van mijn overleden schoonvader kwamen de herinneringen weer boven . Aan juffrouw Boenders, onze werkster, die toen ik een kind was in Schiedam, iedere vrijdagochtend kwam helpen . Ik heb eerder over haar geschreven. Ze deed veel in een paar uur tijd. Aan een kant was het gezellig maar aan de andere kant vond ik het maar niets dat alles van z’n plaats ging. Alle stoelen aan de kant. Kleden naar buiten, over de kloppaal (die had je toen blijkbaar) en dan met de mattenklopper er goed op los meppen. Je zag het stof dwarrelen. De stofzuiger kwam er ook aan te pas, wat ik niet fijn vond. Het geluid werkte op mijn zenuwen. Maar zo rond tienen was het koffietijd. Koffie, koekjes en de laatste nieuwtjes werden uitgewisseld. Juffrouw Boenders was getrouwd maar had geen kinderen. Ze kwam al heel lang bij ons en was gek op de jongste kinderen van ons gezin. Ik kreeg ook altijd een cadeautje van haar voor mijn verjaardag. Ik vond haar wel aardig maar ik hield toch wat afstand…vond haar zo anders dan mijn moeder met wie ik verstrengeld was, dat ik haar een beetje eng vond.

Eens in de zoveel tijd was het poetstijd. Mijn moeder hield van koper en had het een en ander verzameld of gekregen. En er waren natuurlijk de zilveren theelepeltjes. Ik mocht helpen met het uitwrijven van de koper- of zilverpoets. Magisch vond ik het.

BOSTON

Poetsen is een meditatief werkje. Heel kalmerend en bevredigend. Je hebt onmiddelijk resultaat van je werk. De zwarte, onaantrekkelijke voorwerpen krijgen hun glans en schoonheid terug. Zo vond ik afgelopen week het geen straf de zilveren voorwerpen van mijn schoonouders weer te laten stralen.

Het zilver na een poetsbeurt

Dat is van een andere orde dan het dagenlang uitruimen van de ontelbare archiefkasten die mijn schoonvader in zijn appartement heeft staan. Daar zijn we de meeste tijd mee bezig. Mijn beide schoonouders zijn nu overleden en het appartement moet leeg voor de verkoop. Iedereen krijgt daar ooit mee te maken. Wat het lastiger maakt is dat mijn schoonouders in Boston woonden, dus om te helpen moeten we een aantal maanden hier bivakeren. Dat is op zich niet erg, maar in een langzaam aftakelend huis te wonen dat zich steeds meer vult met dozen heeft toch ook zo z’n minder aangename kanten.

De grootste klus tot dusver zijn dus de archieven. Mijn schoonvader was een chemicus, die als zakenman, carriere maakte. Hij was gespecialiseerd in Tantalum, een metaal. Naast zijn werk was hij betrokken bij heel veel commissies en werkgroepen, actief tot op een jaar voor zijn sterven op de leeftijd van 95 jaar. Veel van de verbeteringen in de buurt waar hij woonde, zoals een prachtig park, The Greenway, zijn mede aan zijn inspanningen te danken. Maar. Al dat werk had tot gevolg dat hij alles, werkelijk alles verzamelde dat met een bepaald onderwerp te maken had. Alle mails (uitgeprint!), alle documenten, alle jaarverslagen, alle notulen, alle krantenknipsels enz. En dan niet van de laatste 10 jaar of zo, maar tot minstens 40 jaar terug…netjes gerubriceerd op categorie, dat wel. Ook zijn belastingaangiftes van 30 jaar, bankafschriften, rekeningen, reizen, hobbies, enz.enz. In iedere kast, iedere lade die ik opendoe vind ik nieuwe voorraden papier. Niet alles kan zomaar weg. En in de mappen zit veel papier aan elkaar geniet en/of met paperclips bij elkaar gehouden. Die moeten eruit. Er ligt een zee van paperclips in het huis inmiddels.

Lees verder “Zilverpoetsen en de rest in Boston”

Voor veerkracht kun je kiezen?

” Een veerkrachtig mens te zijn, daar kun je dus voor kiezen?”
Het is de samenvatting door Jan van de Bosch van een gesprek dat hij op televisie had met Jurjen van Houwelingen. Een samenvatting die wel past bij de titel van het programma, Hour of Power. Een programma op zondagochtend waarin een Amerikaanse kerkdienst te bekijken valt met daarna een interview in Nederland met iemand die iets bijzonders heeft mee(ge)maakt, waarbij ze Gods kracht (hebben) ervaren.

Dit keer dus Jurjen van Houwelingen. Deze man heeft door een goedaardige tumor een herseninfarct gekregen waarbij blijvende schade is ontstaan. Hij is bijna blind, zijn organiserend vermogen is aangetast en ook herkent hij geen gezichten meer. Bij alles heeft hij hulp nodig.

Van succesvol ondernemer tot een hulpbehoevend mens gereduceerd. Hij raakt in een zware depressie en komt zover een einde aan zijn leven te willen maken. Door hulp en steun van mensen die om hem heen staan en een periode van revalidatie in Jeruzalem in een gerenommeerd instituut (door crowdfunding mogelijk gemaakt) komt hij langzaam op het punt dat hij weer wat perspectief krijgt: ‘In plaats van te kijken naar wat ik niet meer kon, ging ik kijken naar wat nog wel kon.’

‘Mijn leven ligt in puin, is verwoest. Zo ervaar ik dat, ik kan het niet mooier maken.’

Onderweg 2018

Zijn zwager legde eens een velletje papier op de grond en vroeg hem erop te gaan staan. Voel je dat? Nee. Drie blaadjes, nu dan? Vijf blaadjes… nee, nee, nee. Pas bij 50 blaadjes op elkaar merk je dat je voet iets omhoog moet. Je maakt een miniem stapje ‘omhoog’.

En om die bijna onmerkbare stapjes gaat het, benadrukt Jurjen. Hij moest leren niet groot te denken, niet vooruit denken als de ondernemer die hij was, maar werken aan die ministapjes. Uit je bed komen, je aankleden, de gordijnen open, ontbijten…Wat stelt het voor? Maar in het donkere en uitzichtloze van een depressie zijn dit de A4tjes die zich langzaam opstapelen tot een stapje omhoog/ vooruit.

Is dat dan een keuze van jezelf? Nee, zo simpel is het niet. Je hebt daar anderen voor nodig die geloven in jouw herstel. Zien dat je het alleen niet trekt. Dat je hulp nodig hebt. Professionele hulp. Soms schijnbaar onbetaalbare hulp en vrienden die een crowdfunding voor je organiseren. Vrienden, geliefden die onophoudelijk voor je bidden en vertrouwen op de kracht van een God die zieken geneest, of niet. Maar altijd heling brengt in de pijn en het lijden.

Sartre, die niet geloofde in God schreef ooit, de hel, dat is de ander. Dirk de Wachter, een Vlaamse psychiater, draaide het om in een artikel dat ik las: de hel, dat is waar geen ander is. Waar je aan je lot bent overgelaten.

Jurjen vertelt in vogelvlucht hoe hij weer betekenis vond in zjn leven. Schilderen bracht dat en de ontdekking dat zijn geschiedenis van betekenis is voor anderen. Juist in zijn beperking en het lijden dat dat bracht ervaart hij dat hij anderen steunen kan en inspireren.

Ik vond het een mooi getuigenis. Er sprak hoop uit. Hoop die niet onbereikbaar werd gemaakt door een wonderlijke genezing, die toch vaak voor de meesten van ons uitblijft. Maar hoop uit het simpele feit dat lijden niet zinloos hoeft te zijn. Het brengt een verbondenheid die je niet kunt vinden in gedeeld succes, hoe leuk dat ook kan zijn. Dan is het natuurlijk dubbel feest. Maar gedeeld verdriet, gedeelde moeiten worden dragelijker door het samen ervaren. Je bent niet alleen.

Is dat dan een keuze? Ja en nee. Ik was niet zo gelukkig met die samenvatting van Jan van den Bosch. Het lijkt de last te leggen bij de terneergeslagen, depressieve, beperkte mens. Dat jij daar nog steeds zit als een hoopje ellende komt omdat je niet de juiste keuze maakt. Jij schiet tekort omdat je niet kiest voor die fijne veerkracht. En zo gaat het als een zweepslag over die mens: zie je wel, ik schiet in alles tekort.

Het was ongetwijfeld niet van den Bosch’ intentie om zo’n oordeel uit te spreken. Maar het let zo nauw in dit soort situaties. Er is onmacht in ziekte. Psychisch of lichamelijk. En het kan lijken dat iedere keuze onmogelijk is wanneer het zo donker is in je leven. Onze cultuur heeft er en handje van. Alles is maakbaar als je je best maar doet. Slik de juiste supplementen, wel een vaccin, geen vaccin, ga naar de sportschool, doe aan yoga, mindfulness, meditatie, ijsbaden, koud douchen, werken, werken, werken, dan word je vanzelf fit en gezond en leef je een lang en gelukkig leven. Het schreeuwt je tegemoet uit de reclames en de social media.

Is dat dan allemaal onzin? Natuurlijk niet! Gezond leven, gezond eten, beweging en ontspanning zijn vitale onderdelen van goeie zelfzorg. We zijn als verantwoordelijke mensen geschapen, in staat om keuzes te maken die richting geven aan je leven. Maar we zijn ook zondige, gebroken en afhankelijke mensen die in veel opzichten beperkt zijn. Ook in het maken van de juiste keuzes. Opvoeding, omstandigheden, de mensen om je heen, ze hebben allemaal invloed. Hoe maak je de juiste keuzes wanneer niets je wordt voorgeleefd? Als je geen maatstaf hebt? Als je helemaal niet weet of ervaren hebt wat een goed leven is en hoe dat voelt?

Dan kom ik toch weer uit bij die ander. De hulpverlener, de vriend, de zus, de wijze mede-lotgenoot. Die kan luisteren, koesteren, wijzen, practische hulp kan geven. Medicatie verstrekken. Het is denk ik niet kiezen voor veerkracht, maar juist de keuze om ‘zwak’ te durven zijn zodat je kracht ontvangen mag. Zonder hulp en steun van de ander kan je als mens immers niet leven?

Levinas, een Franse filosoof door wie De Wachter zich laat inspireren schrijft ‘de ander’ vaak met hoofdletter omdat die zo wezenlijk is in het vinden van betekenis.

Ik schrijf de Ander met een hoofdletter omdat ik in Jezus, die gans Andere, die mens werd zoals ik, ten diepste mijn betekenis vind.

Bij Hem mag ik zwak zijn, gebroken van geest, hulpeloos, afhankelijk, verdrietig. Omdat Hij het Zelf heeft meegemaakt kan Hij Zich volledig identificeren met wat wij voelen. Dat begon met kerst en eindigde in het dieptepunt, Zijn marteling en dood aan het kruis. En het ergste: verlaten te zijn van God.

Maar dan manifesteert zich een veerkracht die ongeëvenaard is. Een kracht die Jezus doet opstaan uit de dood! Ik geloof dat die veerkracht beschikbaar is. Het is het gebed van Augustinus: Geef wat u vraagt en vraag dan wat u wilt. Ik hoef het niet zelf te doen.

Jurjen zoekt betekenis in zijn leven en vindt die uiteindelijk in de ander. Maar hoop vindt hij, in zijn nog steeds beperkte en moeilijke leven in de Ander, Jezus van Nazareth. Straks zal ik weer ten volle mens zijn, vol veerkracht en zonder beperkingen. Door Jezus, op een vernieuwde hemel en aarde. Die hoop houdt hem op de been.

Die hoop wens ik iedereen toe voor 2023.

Van heggen en grenzen

Lieve mensen, wat een ellende kan er ontstaan over een heg. Ooit keek ik weleens op tv naar de Rijdende Rechter. Dat ging over geschillen tussen buren en ik dacht dan meestal hoe is het mogelijk over dit soort onbenulligheden zo’n conflict te krijgen? Ik weet helaas inmiddels beter. Hier volgt het verhaal van de Woekerende Hedera.

De heg

Ons huurhuis heeft een middelgrote achtertuin. Daar tuinier ik met plezier. Leeggehaald aan het begin van de huur en langzaamaan weer aangelegd en beplant. Links in overleg met de buren een schutting laten plaatsen. Rechts stond al een monsterlijk dikke Hederahaag die we ijverig ieder jaar een paar keer terug snoeiden, maar die een steeds sterkere neiging vertoonde schuin onze kant op te groeien. Zo’n 1,5 m breed en 2 m hoog was het een heel gevaarte geworden waar ik een haat/liefde verhouding mee had. Vogels bouwen er hun nesten in, in de nazomer gonst het er van honderden bijen en een heg oogt mooi groen en natuurlijk. Als hij nou maar niet zo’n beetje een derde van mijn tuin begon in te nemen….

Dit is een Hedera heg. Maar dan recht. Bij ons 45 gr. schuin overhellend naar rechts denken

De heg moet weg

Vorig jaar winter hakte ik de knoop door. De heg moet gewoon drastisch teruggesnoeid. Onze Syrische huisgenoot had allerlei ideeën om met palen en ijzerdraad het ding weer rechtop te krijgen. Of zelfs door er met een auto en een touw heel hard aan te trekken. Ik had daar zo mijn twijfels over. Stapsgewijs begon ik de haag zodanig te snoeien dat ik zou kunnen zien waar eigenlijk de oorspronkelijke ‘stam’ was. Het werd steeds duidelijker. Ergens in de prehistorie was er een paal ( of meerdere) geweest met ijzerdraad waarlangs de Hedera was geplant. Die paal leunde nu 45 gr. onze richting uit en trok de rest van het groene monster met zich mee. Ergens vond ik in de jungle nog een vergane paal en wat verrot tuinmateriaal. Ooit toen de aarde nog wild was en dun bevolkt, was het een mooi begin van een heg geweest, denk ik.

De communicatie

Ik waarschuwde de buurman dat we dit jaar drastisch zouden gaan terugknippen. Dat was akkoord. De buurman doet het tuinonderhoud en die was ook wel klaar met het geknip en gesnoei. In een paar maanden tijd snoeiden we aan onze kant steeds meer weg. Maar het werd duidelijk dat er grover materieel nodig was. Het ding moest gewoon weggezaagd. Opnieuw overleg met de buurman. -Prima, haal dat ding maar weg. We gaan zo goed als zeker verhuizen, dus doe wat je wilt.-

Zo bespraken we tijdens het avondeten met onze jonge, super getrainde huisgenoot erbij hoe we die klus zouden kunnen klaren. Vier meter heg 1,5 m dik en 2 meter hoog, dat is niet niks. En we fantaseerden over wat we dan in de plaats wilden.

Eerst maar de beuk erin

We waren een dagje weg en bij thuiskomst zien we in de tuin een gehalveerde heg. Dorre takken steken kaal en desolaat de lucht in. De helft van de heg is een meter in de hoogte weggekapt, de rest staat nog fier groen 2 meter hoog te zijn. Voor ik iets kan zeggen hoor ik mijn naam roepen. De toon is niet blij en licht dreigend. Het uit- de-suikerpot-gesnoepte schuldig kind gevoel overvalt me. Er is iets mis. Of ik een christen ben, roept de stem over de halve heg. Aan de toon waarop die vraag gesteld wordt horen we dat die vraag niet uit heilsbegerig verlangen voortkomt.

De tirade die volgde ga ik niet herhalen. Die was niet gezellig. En ook niet redelijk. Wat er gebeurd was werd ons in geuren en veel drama verteld. ‘Die jongen’ was er met zaag en bijl ‘als een idioot’ op los gegaan en wilde niet stoppen ondanks herhaald verzoek. Tja, die jongen, onze huisgenoot, was zo betrokken bij Operatie Heg dat hij, toen hij een middagje alleen was, het plan opvatte ons te willen verrassen. Wij middag weg, Heg weg. Kopzorgen weg.

Hoe verstandig dat was? Onze tachtigjarige buurvrouw, zeer aan haar heg gehecht (:)) ziet plotseling een vreemde, volledig in zwart gehulde (pet, mondkapje, zonnebril, haar en kleding) ninja figuur met een bijl haar heg weghakken. Die is zich een ongeluk geschrokken. Ze is met alles wat ze kon bedenken onze helper gaan tegenwerken, tot de tuinslang aan toe. Onze gast (niet gevoelig voor de emoties van de buurvrouw) voelde zich behandeld als een hond. En overtuigd van racistische bejegening gaf hij daarom geen gehoor aan al haar stop bevelen. Het moet een drama geweest zijn. Ik vraag me af wie van de buurt allemaal heeft meegesmuld.

Anderhalve heg

Zo zaten we dus met anderhalf groen monster en een boze buurvrouw. Geen leuke aanblik, geen fijn gevoel. Wat nu? Na een afkoelpauze waagden we een nieuwe poging tot overleg. Opnieuw gaf de buurman fiat. Haal maar weg! Verder geen excuses, maar ok. Een kennis zou komen met een kettingzaag om de boel weg te zagen. Tot we bedachten dat met het compleet verwijderen van de heg ook onze privacy verdwijnen zou. Iets ter vervanging moest nog bedacht. In de huidige situatie niet fijn voor beide partijen. Dus, dachten we, laten we het uitstellen tot na ons bezoek aan de VS, aan mijn schoonvader. Dat besluit viel niet in goede aarde. Nu was ‘de verwachting’ dat we zo spoedig mogelijk de heg zouden weghalen. Weer werd het een ongezellig gesprek. Ik was bijna rijp voor de Rechter. Nu werd er van ons geeist dat we de heg, die uiteindelijk niet van ons is en die me al jaren stoorde, op een moment dat ons niet uitkwam, moesten laten weghalen door onze ‘tuinman’. Het moest toch niet gekker worden. Plotseling begreep ik de woede van de mensen bij het programma over geschillen tussen buren. Echtgenoot was er klaar mee en vertelde hen, in toorn ontstoken, dat het hun heg was en dat ze er lekker zelf mee verder mochten.

Communicatie is een vak

Een laatste poging tot een verzoenend overleg bleek kansloos. Wat mij redelijk leek en begrijpelijk, werd compleet anders ingeschat. Waar ik meende dat er onaardige dingen gezegd waren over ons bleek ik daar totaal ongelijk in te hebben, of was ik veel te snel aangebrand. Dingen van twee kanten bekijken was iets waar men niets mee kon. ‘Zo zitten we niet in elkaar’. Hier liep ik vast. Het hele gedoe raakte me meer dan ik wilde. Ergens hoop ik door redelijkheid tot een soort ontmoeting te komen. Een plek waarop je tenminste kunt zeggen, nu snap ik waarom je zus of zo reageerde. Wat is goeie communicatie een kunst! Hoe is het toch mogelijk dat wat je meent gezegd te hebben bij de ander een compleet andere boodschap wordt? Wantrouwen speelt daar zeker een rol bij en dat hoeft niet eens iets met mij persoonlijk te maken te hebben.

Grenzen, letterlijk en figuurlijk

Zo leidde het verhaal van de woekerende, naar onze tuin overhellende Hedera tot veel meer begrip voor de heftige emoties van de deelnemers aan de Rijdende Rechter. En realiseer ik me des te meer dat ijzer niet met handen te breken is. Ja, het gaat in die serie om iets onbenulligs. Maar het is de communicatie, nou ja, juist het gebrek eraan, wat tot ruzie leidt. Om over die ruzie heen te komen zijn twee partijen nodig. En dat blijkt een lastige.

Is minder simpel dan het lijkt.

Van Airbnb naar TakeCarebnb

Wie mij kent weet dat ik al heel wat Airbnb’s (en hun eigenaars) heb gezien in mijn vakantietijd. Echtgenoot en ik zijn lang geleden al begonnen met deze manier van vakantie houden. Het had toen nog meer het karakter van couchsurfen . Iemand stelde een kamer in zijn/haar huis ter beschikking voor een hele redelijke prijs. Je zat dan in een gewone buurt, kreeg inside informatie over bezienswaardigheden waar nog niet hordes toeristen kwamen en zo kreeg je echt een vleugje van het ‘authentieke’ leven van het bezochte vakantieland.

Zo’n vakantie was betaalbaar nadat we onze vouwwagen hadden weg gedaan (spijt van trouwens). Zomerhuisjes (een valse benaming voor superdure bungalows op vakantieparken) vonden we te duur, maar stonden ons ook tegen omdat ze zo afgesneden zijn van waar het gewone leven zich afspeelt. Hoewel, soms is dat ook lekker, hoor, even helemaal weg. Door de jaren heen ontwikkelden wij echter wel een voorkeur voor die Airbnb’s. We bleven een paar nachten per plek en trokken dan weer verder. Ooit begonnen we in Heidelberg, bij ‘der Mannfred’.

Onze kamer in Heidelberg 2014

Het was onze eerste toer voor E30 per nacht. De uitdaging was zo goedkoop mogelijk zo ver mogelijk (Pyreneeën) te reizen. Dat is gelukt. Ik geloof dat we in die vakantie 4 of 5 pleisterplekken hadden waarvan die in Nimes de meest memorabele was. Bloedje heet, op een zolder met schuine wanden met de fan constant aan, heel de nacht, maar met een super aardige uit Algerije afkomstige gastvrouw die alleen Frans sprak, help! Nimes was fantastisch. We hadden ook nog fietsten bij ons, dus we fietsten criss cross door de stad, overal heen.
Van dit soort ervaringen leer je. Nooit meer schuine daken. Synoniem voor zweetnachten.

Sue, onze gastvrouw in Nimes


Van Nederland tot in Griekenland en de VS hebben we dankbaar gebruik kunnen maken van Airbnb’s. Tegenwoordig zijn het helaas steeds vaker verkapte hotels. Duur dus. Jammer.

TakecareBnB

Als Airbnb fan trekt de naam Takecarebnb natuurlijk direct mijn aandacht. Ik vond die naam heel ingenieus bedacht, ook al wist ik nog niet wat het was. Ik ben het gaan Googlen en het blijkt een organisatie te zijn die al een aantal jaren succesvol bezig is statushouders te matchen met Nederlandse gezinnen. Ze wonen daar dan een periode tot ze zelf een woning hebben. Het is een gelegenheid voor de statushouder op een leuke manier te integreren en Nederlands te oefenen. En tegelijk ontlast het de AZC’s die overvol zitten. Onder andere vanwege de wooncrisis, waardoor het gebrek aan woningen voor vluchtelingen die het recht hebben hier te blijven permanent lijkt te worden.

Ik vond het een briljant idee. We hadden al tijdelijk onderdak geboden aan een aantal Griekse studenten die geen kamer konden vinden en dat ging prima. Onze zolderkamer staat leeg en er zit een extra douche en wasbak. Dus daad bij het woord gevoegd en gebeld met Takecarebnb en een gesprek angevraagd. We wilden ons eens rustig orienteren.

Van dat rustig kwam niet veel terecht. Direct de week erop werd ik gebeld. Door een vrijwilliger met verstand van zaken die als matchmaker voor de organisatie werkt. Een heel prettig gesprek volgde. Wie we waren en wat we verwachten. Wilden we een man of vrouw. En meer van dat soort vragen.
Na weer een week werd er gebeld met een voorstel. Dit ging snel! De kandidaat was een Syrische jongeman met status die als ‘koppelgemeente’ (COA jargon voor de stad waar de persoon huisvesting moet krijgen) Utrecht kreeg toegewezen en daarom graag in die omgeving in een gezin wilde logeren.

Er volgde een kennismaking met de coach erbij. Dat voelt wat onwennig, maar de coach wist het gesprek goed te leiden. Dat onze gast uitstekend Engels sprak was een groot voordeel! In de Takecarebnb procedure volgt dan het ‘proefslapen’. Dat is uiteraard niet zoiets als het bed uitproberen (haha), maar het zijn drie dagen met elkaar doorbrengen voor een nadere kennismaking, wederzijds. Na iedere kennismaking bestond er de mogelijkheid om alsnog af te zien van een vervolg, ook dat weer wederzijds.

Alles verliep positief en sinds januari hebben we dus een extra huisgenoot.

Het vervolg

Ik zou liegen als ik zei dat alles direct prima ging. Iedere extra persoon in huis brengt het evenwicht enigszins uit balans en het kost tijd om weer te wennen. Je leeft tenslotte dicht op elkaar. In de eerste weken heb ik heus wel gedachtes als ‘waar ben ik aan begonnen’ gehad. Het kost echt tijd. Een keer heb ik om advies gevraagd aan onze contactpersoon en dat was heel nuttig. Nu na twee maanden kan ik zeggen dat we de periode verlengd hebben. We kennen elkaar beter en de balans heeft zich hersteld, denk ik.

Er zijn een paar dingen die het ons makkelijk maken. Zoals gezegd, het Engels van onze gast en al aardig wat Nederlands (na 7 maanden!). En hij heeft gevoel voor humor.

Oekraine en regels

Onze situatie werd opeens heel actueel toen al de Oekrainse vluchtelingen in Nederland arriveerden. Ik las over mensen die spontaan naar de grens reden en mensen ophaalden om bij hen thuis te wonen. Fantastisch dat er zoveel behulpzaamheid en spontaniteit was. Ik hield wel mijn hart vast. Hoe zou dit gaan? Een of twee extra personen in huis gaat nog wel, maar een heel gezin? En puur spontaan, zonder begeleiding…
Inmiddels zie je reportages op het nieuws verschijnen van mensen die zeggen dat het toch tegenviel en dat de gasten zulke rare gewoontes hebben. De taalbarriere speelt ook een rol.

Regels en gewoontes?

Het grappige is dat ik dacht dat wij als huishouden niet veel regels hadden. Onze gast vroeg er nadrukkelijk naar in het begin. ‘Wat zijn jullie regels?’ Ik moest een beetje lachen. Regels, nee, daar kon ik zo niet iets bij bedenken. Het klonk wat kostschoolachtig..

Hoe langer S bij ons is des te meer besef ik dat we allerlei ongeschreven regels hebben waar ik mezelf niet van bewust bent. Meer dan regels zijn het verwachtingen die meekomen allereerst in de cultuur van je gezin en ook van je land.

Etenstijden zijn een voorbeeld. (Ook genoemd door de gastgezinnen van Oekraieners). Wij hanteren geen wekker wat betreft tijd, maar we eten wel drie keer per dag. En oh ja, we drinken koffie in de ochtend en thee in de middag en ook koffie weer ’s avonds, op redelijk vaste tijden, met een marge van een half uur of zo. Onze gast is vanuit zijn achtergrond gewend te eten en drinken wanneer hij trek heeft. En dat zijn andere tijden dan de onze. We eten en drinken dus niet vaak samen.
Dat gaat op een gegeven moment toch kriebelen. ‘Waarom eet ‘ie niet gewoon mee, doe normaal..’ Dan moet je dus nadenken, waarom vind ik dat lastig? Maakt het uit, zolang hij zijn eigen rommel maar opruimt? Ik realiseerde me dat voor ons eten en koffiepauzes meer zijn dan alleen je maag vullen, het is ook een sociaal gebeuren, van uitwisseling en even kletsen. (Telefoons vormen trouwens een bedreiging) Het ging me ten diepste dus niet om het eten, maar het voelde als gebrek aan interesse. Onze gast is een introvert persoon die meestal niet in de stemming is om veel te praten.
Inmiddels sturen we een appje dat we over een x aantal minuten gaan eten en laten het bij hem of hij al dan niet mee-eet. En hij weet ondertussen dat wij het gezellig vinden af en toe samen te eten. En daar houdt hij weer rekening mee. eens kijken hoe dat bevalt.

Wij kennen het fenomeen van eten wanneer je trek hebt en niet op bepaalde tijden nog uit Korea. Daar waren wij raar dat we op de klok keken of het etenstijd was. Dat weet je toch gewoon wanneer je honger hebt? Nog vreemder vonden ze het daar dat kinderen op een bepaalde tijd een middagdutje moesten doen. ‘Om zo laat slapen? Maar als ze dan geen slaap hebben?’ vroegen ze dan stomverbaasd.
We hebben daar wel moeten leren dat onze tijdgerichte cultuur niet altijd beter is. Leven in een totaal andere cultuur dan de jouwe is een confrontatie met jezelf en wat je voor waar en ‘normaal’ beschouwt.
Zo gaat het ook met een vreemdeling in huis. Wie is er nu eigenlijk raar?

Dat wij geen water hebben op het toilet om je billen mee te wassen is pas raar! En dat we met onze vieze schoenen door het hele huis banjeren…wat dacht je daar van?

Wie is Maria Magdalena?

Poster Museum Catharijne Convent

Met enige tegenzin vergezelde ik mijn vriendin naar de tentoonstelling Maria Magdalena in het Catharijne Convent in Utrecht. De tentoonstellingsposter had die tegenzin bij me opgeroepen. Overal zag ik een schaars geklede Kim Kardashian mij aanstaren met een zwoele blik en iets van een reikende mannenhand met duif achter haar. Zo’n plaatje trekt natuurlijk de belangstelling, maar in mijn geval stootte het ook af. Hoezo deze wulpse schone als Maria Magdalena afgebeeld?

Maar hé, kunst kijken vraagt om een open mind en er was het feit dat mijn vriendin, die een katholieke achtergrond heeft, heel graag samen met mij wilde gaan. Eerder hebben we samen ook de tentoonstelling over Maria gezien in hetzelfde museum en naar aanleiding daarvan hele interessante gesprekken gevoerd. Ik leerde meer over katholieke tradities, en mijn vriendin keek op van sommige bijbelse feiten omdat de bijbel niet echt gelezen werd in haar jeugd.

De tentoonstelling

De eerste stop is een filmvoorstelling. Mijn eerste hobbel. Fragmenten, aan elkaar gepraat door Herman Pleij, uit de Passion en Jesus Christ Superstar komen voorbij. Ook van voor mij onbekende films waarin thema’s spelen als Jezus die een relatie zou hebben gehad met Maria (Magdalena?) en zelfs dat zij zwanger zou zijn geweest van hem. Heel menselijk om te denken dat een man van die leeftijd toch wel verliefd moet zijn geworden op een vrouw die zo dicht bij hem stond. En liefde moet wel seksueel zijn, dus…Het is Jezus proberen te vatten in onze menselijke maat. Bronnen voor deze verhalen komen blijkbaar uit documenten die nooit erkend zijn door de vroege kerk. Dan Brown heeft er gretig uit getapt.

Ik hou het voor gezien en loop door naar het vervolg van de tentoonstelling. Prachtige objecten: handschriften, middeleeuwse houtsnijkunst en met goud geborduurde kerkelijke gewaden. En natuurlijk schilderijen uit alle eeuwen.

De verwarring

Maar wie is nu Maria Magdalena? Ik begrijp dat de verwarring over de Maria’s is ontstaan in de 5e eeuw toen paus Gregorius de Grote drie (of vier?) vrouwen uit het evangelie vereenzelvigde. Er komen ook zoveel Maria’s voor in het Nieuwe Testament! Er is Maria van Magdala en Maria, de zus van Martha en Lazarus uit Bethanië. En niet te vergeten Maria de moeder van Jezus. Of Maria de moeder van Andreas. In ieder geval drie Maria’s vloeiden samen tot een persoon in de middeleeuwse kerk. 1. De vrouw die Jezus voeten zalft en droogt met haar haren, de prostitué. (was dit misschien Maria uit Bethanië?). 2. Maria van Magdala en 3. Maria van Bethanië, als rijke vrouw gezien.

Maria Magdalena kwam uit Magdala, een stadje aan de noordwestkust van het meer van Tiberias. Zij was een rijke vrouw, maar ‘bezeten door zeven demonen’.  Jezus had haar bevrijd en genezen en zij was hem gaan volgen als zijn discipel, samen met andere vrouwen uit aanzienlijke families. Ze steunden hem ook financieel. Dat is te lezen in Lukas 8.

Maria die uit Magdala kwam wordt dus in de middeleeuwen dezelfde als de vrouw die uit de prostitutie kwam en Jezus gaat volgen. Zij wordt een hoopvol voorbeeld voor alle zondaars, er is vergeving voor alle zonden( zelfs die van de prostitutie). In de middeleeuwen wordt deze Maria altijd afgebeeld met een zalfpot. Zo herken je haar. Zij zalfde immers de voeten van Jezus volgens Lukas in hoofdstuk 7. Er onstaat daardoor ook een dubieus beeld van de vrouw als verleidster.

En vandaar dus Kim Kardashian als tja, wat? Verleidelijke vrouw? Met een witte duif die haar aangereikt lijkt te worden, als teken van verzoening? Vergeving? Of is ze een nieuwe Eva, onschuldig en naakt? Hmm, er zit meer in dan ik eerst dacht. Overigens vind ik dit schilderij van Egbert Modderman een stuk mooier.

Apostel der apostelen

Maria Magdalena is pas in de 20e eeuw, zo begrijp ik, ontkoppeld van de persoon van de ‘zondige vrouw’. In andere, buiten-bijbelse, vroege geschriften wordt ze ook de Apostel der apostelen genoemd. Deze kerkvaders noemen haar zo: Clemens van Alexandrië, Tertullianus, Origines, Ambrosius van Milaan, Johannes Chrysostomus en Hiëronymus).
Eerst dacht ik, huh? Dat had ik nooit eerder gehoord en in mijn gereformeerde oren klinkt dat vreemd. Er waren toch twaalf apostelen, allen man? Maar, en dat was eerlijk gezegd nooit zo tot me doorgedrongen, Maria Magdalena is natuurlijk de allereerste getuige van de opstanding van Jezus. Die ontmoeting bij het graf (beschreven in Johannes 20:10) die mij altijd weer ontroert. Maria zit daar als een hoopje verdriet en huilt tranen met tuiten omdat het dode lichaam van haar geliefde meester weg is. Gestolen? Ze ontwaart een figuur en vraagt of hij misschien weet wat er is gebeurd? Ze denkt dat hij de tuinman is of zo. En dan noemt die persoon haar naam. ‘Maria!’. Alleen dat.
Ze weet onmiddellijk wie het is. Ze wil hem om de hals vliegen maar Jezus zegt, nee, ga de leerlingen vertellen dat ik weer leef. Zo is zij de brenger van goed nieuws. De apostel van de apostelen. In de katholieke kerk is er sinds 2016 op 22 juli een feestdag ter ere van haar. Ik vind die naamdagen een mooie traditie. De dagen van het jaar wijden aan het herdenken van gelovigen die voor ons leefden. Het is boeiend om je te verdiepen in hun leven en geloof. Dat kan altijd natuurlijk, maar op de manier zoals de katholieke kerk het doet geeft daar wat structuur aan.

Wie was Maria voor mij?

Goed, terug naar de tentoonstelling. Ik heb die niet af kunnen maken vanwege hoofdpijn. Wat me bijbleef waren vooral toch de vele bronnen ook uit later eeuwen die iets te zeggen hadden over Maria van Magdala. Mystieke groepen die een zelf samengestelde Maria vereerden, moderne groepen die haar afbeelden als sterke vrouw, die eigen keuzes  maakt, of juist weer als misbruikte vrouw. Of verleidelijke vrouw. Je kunt alle kanten op blijkbaar met Maria, wanneer er weinig bekend is over haar leven.

Aan het eind van de tentoonstelling kun je een keuze maken wie Maria voor jou is vooral. Feministe, verleidster, kroongetuige enzovoort.

Ik heb daar nooit zo over nagedacht. In mijn kerkelijke traditie gaat de aandacht vooral naar Jezus, de Opgestane Heer. Maar het is waardevol om na te denken over de rol van mensen in het verhaal van de bijbel en de geschiedenis die er op volgt. Zo werkt God gewoon. Door gewone mensen met een doorsnee leven. Dat is tenminste wel duidelijk als je de bijbel leest.

Maria van Magdala maakte een keuze om door het land te reizen met een rabbi. . Dat was zeker niet gebruikelijk in die tijd voor een vrouw om te doen. Een zekere moed was haar dus niet vreemd. Ze moest ook opboksen tegen wellicht een neerbuigende houding van de mannen om haar heen die niet gewend waren aan vrouwelijke leerlingen. Een populaire leraar volgen is een ding, maar ze bleef hem ook trouw wanneer hij werd vernederd en uitgescholden en uiteindelijk gekruisigd. Haar relatie met en liefde voor Jezus moet dat allemaal mogelijk gemaakt hebben. Ze was trouwens niet de enige vrouw die hem zo volgde. Lukas schrijft in hoofdstuk 8 over vele vrouwen die Jezus volgden en financieel ondersteunden.

Maria van Magdala brengt Jezus als persoon dichterbij voor me. Wij weten nu meer over de inhoud van de boodschap van Jezus en het nieuwe leven dat Hij bracht, maar Maria kende Hem allereerst als persoon, als zwak mens geworden God.

Wat zou er verder gebeurd zijn met haar? Volgens latere tradities is ze naar Zuid Frankrijk gegaan. Er zijn daar verschillende altaren gewijd aan haar en er doen allerlei verhalen de ronde. Niet te verifiëren, hoewel het zo is dat vele christenen gevlucht zijn naar alle windstreken in de tijd van vervolging rond het jaar 70 AD.

Fascinerend dus. De tentoonstelling en wat er achter weg kwam. Vanwege de lockdown heb ik de tweede helft niet meer kunnen zien. Helaas.

Bronnen

Mijn Kringloop boekenlijst

Vaak ben ik van plan volgens een bepaald systeem te gaan lezen en dan erover te schrijven. Een neiging die  mijn nogal chaotische binnenleven wil ordenen.   Onder invloed van andere blogschrijvers bedacht ik laatst om van alle Nobelprijswinnaars voor de literatuur sinds mijn geboorte één of meerder romans te lezen. Overzichtelijk en te doen. Dacht ik. Ik moest  beginnen in 1955, dus een hele lijst. De eerste schrijver, Haldor Laxness, uit IJsland, was mij volkomen onbekend en het boek, Aan de Voet van de Gletsjer, was op z ’n zachtst gezegd ráár, (vond ik). Ik moest heel wat lezen over het boek om een idee te krijgen waar het in vredesnaam over ging. Magisch realisme, legendes, Scandinavische mythen, avantgardistisch…nou ja, van alles en nog wat. Not my cup of tea. Toch leuk om er kennis van te nemen.

Haldor Laxness
Lees verder “Mijn Kringloop boekenlijst”