Seoul. Lopen, veel kijken en zoeken.

Parkeren

‘Ik weet het zeker’, zegt echtgenoot, ‘we parkeerden aan de westkant van het station!’ Nadrukkelijk een richting wijzend loopt hij voor me uit. We zijn op zoek naar onze auto na een lange dag in Seoul. Het is rond zes uur ’s avonds en we komen net terug van het treinstation.
Ik denk alleen in rechts en links en in plaatjes. Het westen? Als jij het zegt geloof ik het graag. Ik volg hem gedwee. Zijn richtingsgevoel is fenomenaal. In vijftig jaar huwelijk heeft hij te vaak gelijk gekregen om hem nu te wantrouwen. Op dit gebied dan.
Maar. Ik ben ook niet geheel zonder inzichten. Ik weet zeker dat we langs een bouwput kwamen om het station te bereiken. Minzaam zegt echtgenoot dat er aan beide kanten bouwwerkzaamheden zijn, dus dat helpt niet.
Goed. Ik volg. En zeg maar niet dat ik het onmiddellijk zou herkennen als ik het zie. Terwijl hij dan nog op zijn telefoon tuurt of dit wel echt het westen is…

Al lopend komen we erachter, dat er vier (!) uitgestrekte parkeerplaatsen zijn. Een vriendelijke Koreaan laat ons op Naver (Google maps in Korea) zien hoe de vork in de steel zit. Natuurlijk vinden we de auto pas op de vierde en allerlaatste parkeerplaats. In het westen en naast mijn bouwput.
Vijftig minuten gelopen! Wat een vreugde om onze auto te vinden!

20250527_1850183477181846428196989

Naar het hart van Seoul met de KTX

Dit gebeurde aan het einde van een lange dag in de hoofdstad van Zuid-Korea, Seoul. Met een indrukwekkend inwoneraantal van bijna 10 miljoen mensen. Volgens Wiki een van de dichtstbevolkte steden ter wereld. Dat merk je als je er rondloopt. Veel, heel veel mensen. En toch. Het grote verschil met oude steden als Amsterdam of New York is, dat in Seoul door nieuwbouw er veel ruimte gecreëerd is. Dat is dan wel in de belangrijke, grote wijken waar de grote kantoren, winkels en bedrijven gevestigd zijn. Daar zijn de trottoirs breed en de wegen hebben een avenueachtige allure. Om de zoveel tijd kom je langs speciaal ontworpen met bomen beplante rustplekken, met schaduw en zitplaatsen waar je even op adem kunt komen. Er mag nadrukkelijk niet gerookt worden staat dan met grote borden aangegeven. ook niet gevaped. Bij de oversteekplaatsen, breed en wijds, staan steeds grote verankerde parasols waaronder je tegen de zon kunt schuilen.

KTX-Hoge snelheidslijn

We kwamen met de trein. De hogesnelheidslijn. Uiterst comfortabel. In drie kwartier waren we in hartje Seoul. Je koopt een ticket, en je hebt daarmee een gereserveerde stoel. Op het perron zoek je het nummer van de wagon van je trein op (staat op je ticket). Vervolgens naar het nummer van je stoel. Dan stel je je daar op om te wachten tot de deuren opengaan. En nergens anders. Wat een genot! Geen geren, geduw en getrek! Het is weliswaar eerste klas, maar toch. Alle andere treinen volgen het principe van wachten bij het nr. van de wagon. Een beetje van dat soort orde kunnen we in Nederland wel gebruiken. De prijs van de ticket is overigens de helft van wat het bij ons is. Openbaar vervoer is nog altijd top in dit land. Bussen met stoelen die qua luxe in een vliegtuig in de businessklasse vindt. Ook goedkopere bussen, die een paar keer per uur naar plaatsen in het hele land vertrekken. Ook stadsbussen die kris kras door het platteland rijden. En dan heb je nog de taxi’s. Duurder, natuurlijk, maar niet onbetaalbaar, zoals in Nederland.

Museum

De reis begon dus comfortabel. In Seoul zouden we naar het Nationaal Folk Museum. Dat was een aardige tippel vanaf het station daar. En het was warm. Maar leuk om te doen. Je krijgt echt een gevoel voor de stad en de bewoners als je zo rondloopt. Na anderhalf uur bereikten we de poort van het museum. Ik was er wel aan toe. Ondanks m’n pothoedje en zonnebril begon mijn hoofd aardig te bonzen. Het museum was echt de moeite waard. Er was een heel kunstzinnig samengestelde speciale tentoonstelling over een aantal karakteristieke Koreaanse ambachten en producten. Gemoderniseerd zijn die nog steeds van grote waarde. Daar wil ik een aparte blog over schrijven, zo bijzonder. Onder andere over het gebruik van Koreaans geschept papier “Hanji”, bij het restaureren van antieke meubels in het Louvre, Frankrijk!

Memory Lane

We dronken een heerlijke ice-ginger/coconutlatte (smoothie-achtige drank met blokjes ijs) in het museum café voor we vertrokken. Op weg naar de uitgang zagen we een expo aangekondigd onder de naam ‘Memory Lane’. We dachten, laat maar. Oude landbouwwerktuigen, of zo. Been there, done that. Toch even gluren. Het bleek een straatje te zijn met de sfeer van de jaren zeventig/tachtig! Precies zoals het was toen we hier woonden. Het badhuis (zelf nooit geweest, maar het was een wezenlijk onderdeel van het leven van de gewone Koreanen), het cafeetje, met de rode stoeltjes met een hoes om de rug, het fotowinkeltje, compleet met Fuji fotorolletjes en ontwikkelenveloppes. (Daar hebben we heel wat foto’s en dia’s laten ontwikkelen, voor het thuisfront!) Het winkeltje waar je bus muntjes kon kopen. We liepen hard te ah’en en te oh’en, met zoveel plezier! Dat straatje alleen al maakte de reis de moeite waard!

Terug naar het station met de metro was weer even zoeken. Maar vraag een (jongere) Koreaan om hulp en ze nemen alle tijd! Lopen met je mee, komen zelfs nog extra een keer terug, als ze denken niet duidelijk geweest te zijn. Met Google translate een eitje trouwens tegenwoordig als je de taal niet beheerst. Koreanen zijn digitaal zeer vaardig. We kwamen er, met een keer overstappen. Men staat niet meer voor je op, zoals vroeger, merkten we. Noch pakt een zittende persoon je zware tas om even te voor je vast te houden, als jij moet staan. Vervlogen tijden. Maar vriendelijkheid en behulpzaamheid blijven een prachtig kenmerk van het Koreaanse volk.

Seoul en Koreaanse gastvrijheid

Seoul met oude vrienden

Op 19 oktober begint de officiële Korea week. Zes dagen zijn we dan te gast van een comité dat, namens de Kosin kerken, op 29 oktober de herdenking organiseert voor onze vriend en collega, wijlen dr. Niek Gootjes. Hij overleed vorig jaar in Hamilton, Canada, na lange moeizame jaren, aan de ziekte van Alzheimer.

Voor we vertrekken naar de Theologische Universiteit van de Kosin kerken in Chonan, 1,5 uur ten zuiden van Seoul, verblijven we een paar dagen in een hotel in de hoofdstad. Die zondag zal Dinie Gootjes na de kerkdienst een toespraak over het leven van haar man geven. In een andere Kosin kerk gaat echtgenoot preken. Na de lunch, een uitgebreide Koreaanse maaltijd, iedere zondag bij toerbeurt verzorgd door een van de leden, zal Kim een lezing geven.

(voor wie dit de eerste blog is over Korea, mijn man en ons gezin woonden in jaren tachtig, samen met het gezin Gootjes in Pusan, Zuid – Korea. Echtgenoot en collega Niek Gootjes doceerden theologie aan een opleidingsinstituut van de Koreaanse kerken, op hun verzoek. Je kunt er meer over lezen als je zoekt naar de categorie Korea 2024, Korea of Korea memories))

Seoul – wereldstad

Door omstandigheden kan een gepland uitje van onze Koreaanse gastheren op vrijdag niet doorgaan en zijn we ‘vrij’. We kunnen de dag met zijn vieren naar eigen inzicht doorbrengen. Dinie Gootjes is inmiddels uit Canada gearriveerd en zoon Albert uit Nederland. We zien elkaar na 36 jaar voor het eerst weer op Koreaanse bodem. Wij vertrokken in 1988, de familie Gootjes in 1989. Wij naar Nederland, zij naar Canada. We hebben elkaar wel gezien na die tijd, maar nu dus in Korea, waar we bijna 10 jaar lief en leed deelden en waar onze kinderen een soort broertjes en zusjes voor elkaar waren.

We kiezen ervoor om naar Namdaemun Markt te lopen. Het is schitterend herfstweer en lopend onderga je de stad meer dan in een bus of taxi. Het blijkt een flinke wandeling. Zeker anderhalf uur, in de warme zon. Samen lopen we door de straten van een hypermodern Seoul. Met honderdduizenden anderen. Maar de wegen en trottoirs zijn breed en anders dan in New York bijvoorbeeld, staan de gebouwen niet dicht op elkaar. Het geeft veel licht en een ervaring van ruimte, ondanks de drukte. Ook zijn er overal plantsoenen en parkjes. En soms passeer je dan opeens tussen alle wolkenkrabbers een oude poort of tempel.

Namdaemun Markt – een ervaring

Een markt in Korea is anders dan in Nederland. Geen losse kraampjes die ’s avonds opgeruimd worden, maar permanente winkeltjes met open winkelpuien naar de straatkant waar alle waren liggen uitgestald. Om de zoveel winkeltjes is er een ingang naar binnen het gebouw, waar nog eens rijen en rijen winkeltjes zijn, met een open front. Dan heb je ‘straten’ van alleen maar kleding. Of linnengoed. Of lederwaren. Of etenswaren. Heel grappig, allemaal geordend op het categorie. Dus niet, zoals in Nederland, door elkaar en verspreid. Ik vond en vind het altijd lastig winkelen. Je hebt tientallen schoenenwinkeltjes, maar die verkopen dan geen sokken. Dan moet je weer naar de ‘sokkenstraat’.

De markten zijn levendig, kleurig, goedkoop en je zou er uren rond kunnen lopen, ware het niet dat het zo vermoeiend is. Alle winkeleigenaren proberen je van alles te verkopen zo gauw je maar een blik werpt op hun spullen. Het is wat minder geworden, maar nog steeds is het voor langs slenterende westerlingen lastig wanneer je bij een korte stop onmiddellijk alles aangewezen krijgt, met de prijs erbij. Ik raak dan van de wijs en kan niet meer rustig zoeken. Ik zie Koreanen het compleet negeren. Hier ben ik te beleefd voor opgevoed blijkbaar.
We kopen wat cadeautjes en zoeken een eettentje voor een snelle hap. Die zijn er in tientallen. Een barretje, drie mensen erachter die van alles klaar weten te stomen en bakken, tentdoek erover en klaar. Ontzettend efficiënt. We eten staand, tussen de Koreanen, en genieten.

Soep met UFO’s
(unidentified floating obejects)

De dag ervoor zijn echtgenoot en ik ook ergens wezen eten. Een klein restaurantje in de categorie ‘soep-mét’. ‘Kalbitang’, rundvleessoep, met rijst en bijgerechtjes is lekker, weet ik uit het verleden. Maar kom, ik wil eens wat anders proberen. Eigenlijk lust ik alles dus ik kies van een plaatje uit het menu een ander soort soep. Die arriveert gelijk met de soep van echtgenoot. In die van mij drijven halve maanvormige, pluizige dingetjes, die ik niet direct herken. Zijn het visachtige wezens? Champignons? Ik proef. Er zit niet veel smaak aan, voelt aan als rubber. Hmm. Dan neem ik een stuk vlees op mijn lepel. Dat blijkt een dik stuk lever te zijn. Ik schuif de soep onmiddellijk van me af. Ik weet nu ook wat die ronde, harige dingetjes zijn. Maagwand! Er staat een kom met ingewandensoep voor me. Nee, dank je, ik durf veel, maar er zijn grenzen.

Echtgenoot is zo lief om met me te ruilen.

Eten, en nog eens eten

Eten wordt een thema deze week. Twee keer per dag worden we meegenomen naar restaurants, na het Ontbijt met een hoofdletter in het hotel. Voor de lunch en het avondeten. Maar voor we eten gaan we thee/koffie drinken en krijgen we allemaal onze eigen schotel met fruit en koekjes. Daarna gaan we echt eten. En iedere keer heerlijke en overvloedige maaltijden. Ik heb de lunch nog niet verwerkt of we gaan alweer avond eten. En ‘nee’ zeggen is er niet bij. Je kunt in de Koreaanse cultuur geen eten weigeren. Het is niet het eten zelf, maar de expressie van waardering en gastvrijheid die je dan afwijst. We laveren tussen overal van eten en veelvuldig uitroepen hoe heerlijk alles is en tegelijk, niet alles opeten. De Koreaanse keuken is gelukkig heel gezond. Veel groentes, veel vis, ook wel vlees, maar meestal niet het hoofdingrediënt. En natuurlijk altijd een kom rijst, met een kom soep ernaast. En vooral véél knoflook!

We zijn nu begonnen aan onze knoflook detox, 🙂 Om onze omgeving in Nederland niet af te schrikken. Knoflook is lekker, maar de Koreaanse hoeveelheden maken dat je hele lijf het uitwasemt. Maar missen gaan we dat eten! En de gastvrijheid waar het een expressie van is.