Allerlei bezoek

Ik heb nogal wat bezoek gehad in de laatste weken. Leuke en minder leuke bezoekers.

Om met de laatste te beginnen, opeens was daar de Black Dog! Onverwacht en natuurlijk altijd onwelkom. Ik vroeg hem wat hij ineens kwam doen, waarom en dat er geen enkele goede reden voor zijn bezoek was. Maar Black Dogs, zoals de mijne, houden er totaal niet van ondervraagd te worden. Hij gaat dan gewoon harder blaffen, zodat ik nauwelijks mezelf nog verstaan kan. Goed, er zat niets anders op dan hem maar te accepteren.

Ondertussen blijf ik natuurlijk stiekum wel vragen stellen, (alsof hij dat niet merkt). En juist van die vragen wordt een mens weer helemaal gek. Bij alles wat ik doe vraag ik me af: doe ik dit uit de juiste motivatie of doe ik dit om die stomme hond maar koest te houden? En moet ik die hond niet confronteren, ook al bijt hij misschien,  in plaats van op mijn tenen langs hem heen te sluipen?

Nou ja, dat gaat dan de hele dag zo’n beetje door. Hoe meer ik mezelf verwijt dat de aanwezigheid van het Beest aan mezelf te danken heb, hoe nadrukkelijker ik die dreigende aanwezigheid ook voel. Geen leuk bezoek dus. De ervaring leert dat acceptatie de beste weg is. Geef het beest een plekje, niet teveel aandacht, gewoon een beetje en hij trekt zich terug. Soms met de staart tussen zijn benen.

Dat was het minder leuke bezoek. Een ander minder leuk bezoek bestond uit drie schattige veldmuisjes, die een overvloed aan keutels – als – hagelslag achterlieten in de keuken. Met pijn in ons hart, bij gebrek aan huiskat, toch maar een paar vallen gekocht. Die bleken effectief en afdoende. Maar niet leuk. Vooral echtgenoot die de dode muisjes naar buiten bracht voelde zich er niet senang bij. Maar wat doe je eraan? Ik heb nog een keer door de keuken heen en weer gerend met een pan en deksel, om er eentje te vangen, zodat ik die bij de sloot kon achterlaten. Zonder resultaat. De laatste heeft echtgenoot opgezogen met de stofzuiger, met hetzelfde doel voor ogen. Maar ook dat mocht niet baten. Drie muizen op bezoek dus en levenloos afgevoerd.

Het leuke bezoek was van dr. Henry (Hendrik) Krabbendam. Echtgenoot had hem op een synode van de Orthodox Presbyterian Church in de VS ontmoet, onlangs. In 1935 geboren in Rotterdam en vertrokken als student naar Canada. Daar zijn vrouw ontmoet en sindsdien in verschillende plaatsen predikant geweest. In Canada en in de VS. Zijn naam deed een belletje bij me rinkelen. Mijn overgrootmoeder heette namelijk Maria Catharina Krabbendam. Zij trouwde met Jan van Katwijk. Hun zoon Jacob zou mijn opa van moeders kant worden, Jacob van Katwijk. Het zou leuk zijn om te zien of de families iets met elkaar te maken hadden.

En ja hoor, mijn betovergrootvader Gerard Krabbendam had een broer Johannes. Henry is een nazaat van Johannes. Die was, gezien het leeftijdsverschil van 20 jaar tussen ons, dan waarschijnlijk zijn overgrootvader. Kijk, dat vind ik leuke bezoekjes! Van genealogie krijg ik op den duur hoofdpijn, maar het is zo ontzettend leuk om te doen.

https://instagram.com/p/5lrqq0tEYMc_9-PpFeHgCBopZ6edZTPqxMQ7A0/

En last but not least: voor zes weken logeert hier onze lieve kat Charlie! Zijn huidige baasjes zijn aan het verhuizen en dat vinden poezen erg verwarrend en vervelend. Dus mag hij weer even in zijn oude omgeving logeren. Hopelijk verdrijft zijn bezoek alle verdere muizen en wie weet jaagt hij mijn Hond ook wel de stuipen op het lijf!

Bloggen is leuk maar soms even niet

don_t-be-a-slave-to-writer_s-blockJa, dan zit je daar opeens weer met een ‘schrijversblok’. Dat overheersende gevoel van ‘alles is al gezegd, wat heb ik er nog aan toe te voegen?’ Als ik eerlijk ben is dat is natuurlijk waar. Niets van wat ik schrijf is super origineel of uniek, het is simpel mijn kijk op dingen, een verhaal over mijn ervaringen. En blijkbaar geef ik bij tijden weer wat anderen voelen of denken, of in ieder geval is mijn weergave interessant genoeg voor een groepje mensen om te lezen. En dat is leuk. En geeft voldoening. Ook al is het soms moeilijk te bedenken waar ik over schrijven wil.

In feite is het bedenken van een onderwerp niet zo moeilijk, maar mijn eigen meetlat ligt soms zo hoog dat ik halverwege het schrijven van een blog ermee ophoud..schrijven is best zwaar. Opnieuw beginnen, schrappen, inkorten, uitbreiden. En soms denk ik, toedeloe, ik ga lekker een detective kijken.

Maar na een inspirerend artikel (€0,95) over bloggen in mijn lijfblad, het Nederlands Dagblad (sommige bloggers schoppen het zelfs zo ver dat ze er hun brood mee verdienen!), voelde ik de vonk weer. Mijn boterham ermee verdienen gaat niet lukken, maar de voldoening van het schrijven is ook een soort loon. Waarom ik er niet aan kan verdienen ligt aan het volgende: om euro’s  te verdienen aan je blog bestaan er  volgens het artikel twee voorwaarden: 1. iedere dag bloggen en 2. focussen op iets wat jou onderscheidt.

En dat focussen, lezers, is mijn probleem.  Ik kan namelijk niet focussen. Daarom is er nog geen meesterwerk verschenen van mijn hand. linus-and-snoopy3Daarom staat ons huis vol met spullen uit alle tijdperken en periodes; en liggen er minstens 4 boeken op een stapeltje waar ik mee bezig ben.  Naast mijn bed en ook beneden. Ik neem me vaak voor hier wat orde in aan te brengen, maar ik zit blijkbaar zo in elkaar. Van veel een beetje. Van weinig alles.

Mijn hoofdinteresses zijn geschiedenis, en kunst in alle vormen en uitingen. Dat zie ik wel terugkomen in de derivaten die mijn bestaan vullen. Genealogie, en vooral de sociale geschiedenis van mijn familie, het verzamelen van oude spullen, vanwege de historie, de boeken die ik lees, de films die ik bekijk. Mijn hart gaat sneller kloppen zo gauw er oude en andere tijden aan te pas komen!

Mijn statistieken laten zien dat de persoonlijke verhalen het hoogst scoren. Familiegeschiedenis, de blogs over de laatste maanden van mijn moeders leven, de blogs over mijn worsteling met depressies. Ook reisverslagen doen het goed. Ook die zijn redelijk persoonlijk, geen tripadvisor blogs.

Dat is denk ik voor mij de beste focus: persoonlijk schrijven over wat ik lees, zie en meemaak: de mooie en de lelijke, de grote en de kleine dingen, in deze tijden of andere tijden.

Wat vinden jullie als volgers van mijn blog?

 

 

16 tips om met je depressie te dealen

Nog wat praktische tips van een ervaringsdeskundige over hoe om te gaan met depressies.

Fleur's avatarzenfiles

iedere ochtend
de reden van de dag kwijt
omdat het
nacht blijft

Het doet soms fysiek zeer, maakt van je leven een kleurloos dal en drijft je tot wanhoop – met in sommige gevallen een heel verdrietige afloop. Depressie. Veel mensen hebben er last van gehad of kampen er op dit moment mee. Ook ik ben bekend met deze aandoening – en daarmee een levensillusie armer, maar een ervaring rijker. En die ervaring deel ik graag. 16 tips om met je depressie te dealen.

Ik heb er even over gedaan om te bepalen of ik iets over depressie online wilde zetten, omdat depressie voor mij ook gekoppeld is aan mij – en ik daarmee toch een deel van mezelf laat zien. Maar ik weet ook: ik bén niet deze aandoening, en ik kan met mijn ervaring wellicht wat mensen, al is het er één, helpen. Ik stel me hiermee misschien…

View original post 1.538 woorden meer

Hondenfluisteraar

dog-whisperer-cesar-millan-Als ik er langs zap blijf ik meestal even hangen: The Dogwhisperer, Cesar Milan. Op een van de commerciële zenders, National Geographic Channel Wild. Die mooie kop alleen al van de man. Mexicaan denk ik, van oorsprong, mooi gebruind, grijs haar en een lijf zo uit de sportschool. Maar goed, dat is niet de reden dat ik blijf hangen. Hij is toch te breed en zo naar mijn smaak.

Maar zijn manier van omgaan met (probleem)honden en mensen is fenomenaal. We hebben ooit zelf honden gehad en dan herken je veel van zowel het honden- als mensen gedrag. Vooral ook wat we niet goed deden. Te lief, te weinig de baas zijn. Te veel de honden als onze baby’s zien. Het is heel verleidelijk, omdat ze als pups zo overweldigend schattig zijn. Maar slechte gewoontes die je jong niet corrigeert worden als de honden ouder worden irritant of gewoonweg gevaarlijk. Een van onze honden gromde als je aan zijn eten kwam. Dat vonden wij, naief als we waren wel lief van zo’n mini-hondje. Maar later, toen onze mini-hond groot was gromde hij nog steeds en moest je met allerlei commando’s hem bevelen zijn bak los te laten. Wij wisten het en naar ons luisterde hij, maar wee degene die zonder enig vermoeden iets wilde pakken zelfs maar in de buurt van die bak…Onze Max beet in alles wat hem niet zinde. En hard ook. Na de derde gast bij de EHBO voor een tetanus injectie was het einde verhaal en hebben we hem naar het asiel gebracht, met pijn in ons hart want het was een geweldige hond verder.

Nu hebben we geen honden meer. Ik heb er wel nog eentje die voor de buitenwereld onzichtbaar is, maar bij mij heel lastig gedrag kan vertonen. Mijn hoogst persoonlijke ‘Black Dog’ die meestal braaf in zijn bench blijft, maar af en toe opeens naast mijn bed staat, grommend en al. Voor diegenen die mijn blog nog niet zo lang volgen lees hier meer over die Zwarte Hond. Het is de naam die Churchill ooit aan zijn depressies gaf. 

Het helpt me om zo’n beeld te hanteren. Het meest destructieve van een depressie is namelijk de neiging te denken dat jij het zelf bent die al die zwarte gevoelens en gedachten genereert, terwijl het de kwaal, de ziekte is die alles vervormt. Om het buiten je zelf te plaatsen geeft moed en ruimte om de strijd aan te gaan. Het is een woeste, dreigende, blaffende en grommende hond, maar er zijn middelen en er is hulp om hem te bedwingen. Handelbaar te maken.

En daar is de link met de Hondenfluisteraar. Wat hij doet kan ik toepassen op mijn eigen onhandelbare Hond. Wat leert Cesar de baasjes namelijk? Dat zij door hun gedrag de hond beïnvloeden. Zijn ze angstig, onzeker, te lief, dan nemen dominante honden het heft in handen. De baasjes moeten zeker worden van zichzelf, rustig zijn en respectvol, maar vol overtuiging, de baas blijven. Nu is dat veel gevraagd van iemand met een depressie. Het laatste wat je voelt is rust en zekerheid immers. Maar deze baasjes vroegen ook om hulp. Het is blijkbaar iets wat je leren kunt met oefening en geduld. Veel eigenaren met een probleemhond raken geïsoleerd vanwege dat gedrag van hun beest. Als ze hulp gezocht hebben en leren omgaan met de problemen komen ze ook uit hun sociale isolement!

Moraal: Zoek een ‘Dogwhisperer voor jouw Black Dog’.

 

Een tijd om blij te zijn

Ik schreef mijn vorige blog nog blinkend en bonkend van plezier over de geweldige vierdagen van onze veertigste trouwdag. Bij het publiceren was er wel een stemmetje in mijn hoofd dat iets riep van ‘zou je dat nou wel doen?’, maar ik wilde het graag delen.

Nu vind ik het tijd om te zeggen dat ik me realiseer dat er onder de lezers van mijn blog genoeg mensen zijn die mijn verslag met gemengde gevoelens lazen. Vrouwen of mannen van wie de partner gestorven is of chronisch ziek met dementie, of van wie de partner hen verlaten heeft. Mensen die graag een partner zouden willen, maar nooit hebben gevonden. Of stellen die graag kinderen hadden gewild en steeds tegen dat gemis aanlopen, ook of juist bij huwelijksjubilea.

Het blijft een raadsel waarom God ieders leven zo verschillend leidt. Wat maakt dat het ene stel elkaar wel trouw blijft en de andere, even gelovige man of vrouw, bedrogen wordt? Waarom is het ene huwelijk onhoudbaar vanwege bijvoorbeeld een (niet erkende) persoonlijkheidsstoornis van een van beiden? Waarom sterft de een zo vroeg en ben je jong weduwnaar of weduwe en bereiken wij veertig jaar en sommigen zelfs de 60e of de 70e trouwdag? Waarom krijgen mensen, soms zelfs tegen hun zin, kinderen en krijgen anderen die er naar smachten er geen?

Ik heb ook geen antwoord op die vraag.  Zelfs de bijbel staat vol met klaagzangen over het verschil in zegen tussen mensen. Zeker als het ook nog zo is tussen gelovigen en ongelovigen. De laatsten hebben het dan vooral allemaal goed voor elkaar en de gelovigen bijten op een houtje en zitten in de misère. Hoe kan dat nou,  God, bent u me soms vergeten, roepen de psalmenschrijvers (lees psalm 42 maar eens) De bijbel is heel eerlijk en realistisch over het leven. Geen rozentuin. Nog niet.

Eén ding is duidelijk. God die ons vergeten zou? De hele bijbel roept keihard nee:  Nee, ik vergeet jullie niet. Het raadsel wordt niet opgelost, maar één antwoord kunnen we wegstrepen: dat God ons vergeten zou of nog erger dat Hij onverschillig zou zijn. Dat gevoel krijg je toch, als er mensen worden onthoofd, of kleine kinderen aan kanker sterven?

Ik heb eens een boek gelezen (titel helaas vergeten) over de vraag naar het waarom van het lijden waarin de schrijver redelijk nuchter stelt dat het er ‘gewoon’ bij hoort sinds de zondeval. Het is duidelijk niet meer goed op aarde. ‘The pain of the universe’, noemde ze het. Die term is altijd blijven hangen. Pijn is een motto, zoveel kun je van deze wereld wel zeggen. Of je nu veertig jaar getrouwd ben met kinderen of alleenstaand zonder kinderen, we kennen allemaal de zeerte, de leegte, de duisternis bij tijden in ons leven. Het wordt pijnlijker en donkerder wanneer je blijft vasthouden aan een soort ‘recht op geluk’. Dat recht bestaat niet namelijk. En dat gaat rechtstreeks tegen ons gevoel in.

Waarom heb ik al twintig jaar last van depressies en lopen anderen vrolijk en vitaal over deze aardbol? Die vraag verergert het lijden. En is ook eigenlijk een valse voorstelling. Want hoe weet ik dat anderen vrolijk en vitaal zijn? Wat weet ik van hun sores en moeiten?

Ziektes en tegenslagen, onvervulde verlangens zijn onderdeel van de ‘pain of the universe’ Iedereen krijgt zijn pakket te verwerken. Ergens opgenomen in een voor mij onbereikbaar, niet te bevatten script van God waar ik verder vanaf blijf. ‘Niets loopt uit de hand’ is de troostende betekenis. En verder gaan we een leerproces in: niet wat ik als geluk, maar wat God voor ons als geluk definieert: Hem kennen en dichtbij Hem zijn. Zo simpel. En zo moeilijk.

Veertig jaar getrouwd. Met een man die mijn depressies kan verdragen, die mijn geloofstwijfels steeds weer geduldig aanhoort en die geleerd heeft niet altijd oplossingen te bedenken maar gewoon er te zijn en te luisteren. Mijn depressies zijn vreselijk (geweest). Mijn twijfels vond ik nog erger. Mijn leven is anders gelopen door de ‘pain of the universe’, de gebrokenheid. Ik had heel anders gewild, Maar heel langzaam begin ik te zien dat wat  gebrek en beperking is (dat blijft het) zélf de weg vormt naar een vruchtbaar leven.  De bloembol, het zaad, dat moet sterven om tot bloei te komen. Veel groei in de natuur vindt plaats in het duister.

‘Waarom’ blijven vragen is vruchteloos en op den duur ziek- en bitter makend. ‘Waartoe’ vragen zet de Geest in beweging in je leven. En alle ‘pain in the universe’ , samengebald in een inktzwart moment van dood, is al een keer gedragen door één enkel mens, Jezus en het heeft hem niet gebroken. Hij kwam uit het graf op eigen kracht en Hij is God bekleedt met macht, zingt een oud lied. Sinds die tijd is de pijn nog niet geleden, maar de straf waar die pijn een uiting van is, is voorbij.

Helpt dat nou allemaal als je man er met een ander vandoor is, als je je lichaam oud ziet worden en er geen kinderen komen, als je in een oorlogsgebied woont, als je kind op sterven ligt, of gehandicapt? Wordt alles nu makkelijk en dragelijk? Nee. De tranen blijven. Met één verschil. Er is hoop: Dit is niet het einde, niet het enige, het is  (maar) een fase in de eeuwigheid. En er is de nabijheid in liefde van Jezus, die weet wat het is om te huilen (en ongetwijfeld ook om te lachen!)

Zo simpel. Zo moeilijk. Augustinus zei al: Geef Heer wat U vraagt, en vraag dan wat U wilt.

Graag hoor ik reacties op wat ik schrijf. Hoe gaan jullie om met de pijn in je leven?

Repeterende breuk en pillen

Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet meer weet waar het rekenkundig voor staat: repeterende breuk. Maar in de overdrachtelijke betekenis weet ik het maar al te goed. Ik heb laatst mijn eigen blogs herlezen in de categorie Depressie en was verbaasd om te zien hoe die repeterende breuk mijn leven van de afgelopen, laten we zeggen, acht jaar bepaalde.

Ik heb een aantal blogs geschreven over mijn Black Dog, (zoals Winston Churchill de depressies waar hij aan leed noemde). Die achtervolgt me namelijk bij tijden genadeloos. Na het herlezen van de blogs besefte ik dat er wel degelijk  een patroon zit in de schijnbaar willekeurige periodes van depressie die me overvallen. Iedere keer ben ik op de terugweg van het afbouwen van de anti-depressiva.

Het verloopt zo: Het gaat een tijd goed– Het gaat nog steeds goed– Het gaat in feite prima! –Waarom eigenlijk nog steeds die pillen slikken?– Voorzichtig begint deze vrouw met kruimeltjes minderen. Heel langzaam ga ik terug in dosering. Ik neem na iedere stap de tijd om aan te zien hoe het gaat. Best wel goed, is dan de conclusie, en ik noteer een klein gevoel van triomf.

En dan, na verloop van een aantal maanden, begint de schommeling. Die heb ik aanvankelijk niet door. Logisch. Iedereen is wel eens onevenwichtig, toch? Prikkelbaar, somber, lusteloos of wat dies meer zij. Langzaam, maar wel zeker, begint die stemming echter te overheersen. Het kost steeds meer energie om ‘gewoon’ te leven. Oh, dat heerlijke ‘gewone’ leven….Het is moeilijk uit leggen hoe moeizaam het leven verloopt van iemand die depressief is. Het malen in je hoofd, het negatieve wat dreigt over te nemen, de zelfbeschuldigingen die je steeds het hoofd moet bieden, de gevoelens van minderwaardigheid, het ontbreken van iedere natuurlijke vorm van ‘zin’. Weten dat het de depressie is, maar toch…Vooral dat constante ‘gesprek’ met jezelf is zo uitputtend.

Als het eenmaal zó ver is weet ik: tijd voor actie. En dat is tot nu toe iedere keer weer een gang naar de huisarts die zegt dat ik gewoon mijn pillen moet slikken en niet moet minderen. Blijkbaar heeft mijn brein die dosis nodig om ‘gewoon’ te functioneren. (Mijn grote zus zegt het trouwens ook altijd, ga nou niet minderen..)

Goed de conclusie is dat ik accepteren ga dat 2 pillen per dag er ‘gewoon’ bij horen. Naast het diabetes pilletje. De hogere dosering begint weer aan te slaan en het leven begint weer ‘gewoon’ te worden. Goddank.

En nu weer regelmatig bloggen. Want daar is geen ruimte voor als de Black Dog in mijn nek hijgt.  Ik zie zijn staart nu in de verte en hoop dat hij lang weg blijft. Ik beloof geen dingen te doen die hem terugroepen!

Deze YouTube video is van de WHO (World Health Organisation) en gebruikt ook het beeld van de Black Dog op een hele verhelderende en humoristische manier. De moeite waard om even te kijken.

Kikker en fietsen

Ik ben aan het fietsen geslagen. Wie mij kennen weten dat ik liever lui dan moe ben en, áls ik dan moet bewegen, wandelen prefereer. Fietsen heb ik mijn hele leven gedaan. Naar en van school (waarbij de wind altijd draaide in mijn nadeel onder schooltijd. Heen wind tegen, terug wind tegen..). Naar de winkels, naar de kerk, naar mijn werk. Het valt me dus zwaar fietsen als iets te zien dat ontspanning brengt. Het is een noodzakelijk kwaad, laten we zeggen. Functioneel, handig, beter dan de auto, maar meer ook niet. Behalve misschien dan op windstille dagen

Edoch, nu de zwarte hond mij weer achtervolgt zocht ik naar een manier om flink te bewegen. Tenslotte schreeuwt iedere krantenpagina mij tegenwoordig toe dat bewegen de goeie therapie is. Ik liet me meeslepen door echtgenoot die een ware wielrenner is. En zowaar, na een uur of zo fietsen begon ik me beter te voelen. Het gemaal in mijn hoofd vermindert, ik voel me lekkerder en het beklijft langer dan het ene uur of wat.

Ik zit dus nu in de Kikker gaat Fietsen modus. Zelfs de wind houdt me niet tegen. Hoe meer wind des te meer beweging, dus minder gemaal.

Geloof en depressie

(Deze post heb ik jaren geleden geschreven. Het was er een van een serie. Omdat mijn oude blogs niet in de archieven van Parelpad.com staan wil ik ze hier af en toe herhalen. Omdat ze nog steeds actueel zijn!)

Er wordt nog zo weinig over geschreven, zei iemand me in een reactie op deze blog. ‘ Er blijft toch een taboe omheen hangen onder christenen.’  In de kerk heb je het ‘voor elkaar’.  Iedereen weet dat dat niet zo is en dat er veel verdriet en veel pijn is, maar hoe vaak hebben we het erover?  Hoe vaak delen we in geloof onze tranen?  Ik vind het zelf overigens ook moeilijk. Je moet een grens over, iets doorbreken.  En tranen zijn lastig want als ze eenmaal stromen hebben ze wel eens de neiging niet meer te willen stoppen.  Zeker als we gewend zijn ze in te slikken!  Nou daar sta je dan in de hal van de kerk, met je kopje koffie en je speculaasje….

Is praten over geloven en depressie niet zo moeilijk o.a. omdat we ook niet erg open praten over geloven en vrolijk zijn? Of geloven en  de hele winter verkouden zijn,  of geloven en  een dikke financiele tegenvaller hebben? Om maar een paar dwarsstraten te noemen…

Onder veel christenen in de buitenlanden (en vast en zeker ook in Nederland) waar ik ervaring mee heb, bestaat de gewoonte, tijdens een bijeenkomst of een Bijbelstudie, dat de deelnemers  vertellen over wat ze van God ervaren hebben in de laatste weken.  Dat mag van alles zijn. Ik kan je eerlijk vertellen dat ik me de eerste keer geen raad wist.  Ik kreeg het gevoel een soort examen te moeten afleggen….Maar alles went! Zeker goede gewoontes.
Vervolgens wordt dan met elkaar gebeden en gedankt, nav datgene wat naar voren werd gebracht.  Als dat het klimaat is durf je wellicht eerder je mooie jas uit te doen en je schamele kleren eronder te laten zien.

De persoon waarover ik het eerder had, zei me, dat ze aan de ene kant het betreurt dat er een taboe heerst, maar aan de andere kant durfde die persoon ook niet op de site te reageren en stuurde een email.   ‘Misschien moet ik proberen ook openlijk er voor uit te komen’, was de boodschap.

Nou, ik geloof dat zeker.  Laten we goed zijn voor elkaar zoals de Here Jezus goed was voor wie Hij tegenkwam en die Hem zocht en liefhad.  Goedheid en liefde zijn de geschenken die we met bakken vol krijgen als we erom vragen.  Om ze aan elkaar te geven.  Dat is het frappante.  Ik heb heel lang in de foute veronderstelling geleefd, dat wie geloofde eigenlijk geen andere mensen nodig had.  Hoe sterker je geloof, hoe minder je afhankelijk van anderen zou worden

Ik heb geleerd (met die harde Beeldhouwersbeitel) dat het zo niet werkt!  God zelf is Vader, Zoon en Geest en er is tussen hen oneindige liefde.   Ze kunnen niet zonder elkaar.  Wij zijn gemaakt  om op God te lijken.  Liefde, verbondenheid, steun, noem maar op, zijn wederkerig. Daar heb je andere mensen voor nodig. Als schepsel  lijk je het meest op God als je in diepe verbondenheid met andere schepselen leeft.
Daaruit blijkt ook het ziekelijke van depressies en andere emotionele stoornissen.  Heel vaak hakken ze juist daar erin: in de omgang met anderen.  Er is isolement, wantrouwen, verbittering, enz.  Een gelovige die daarmee worstelt (zo verging het mij tenminste…)denkt dan al gauw, ik zoek m’n heil wel bij God, daar krijg ik dan wel de liefde die ik nodig heb.

Ik heb moeten leren en leer nog steeds, Gods liefde komt tot mij door anderen.  Door hun zorg, hun vriendschap, hun soms hakkelende woorden, soms gewoon door de ruimte die mensen bieden om m’n verhaal te doen.

Geeft God dan niet direct Zijn goedheid en liefde?  Is Hij afhankelijk van mensen daarvoor?  Nee, dat zou ik nooit durven beweren!  Maar het blijkt me dat de creatuurlijke weg de normale weg is.  Voor Hem een omweg weliswaar, maar voor ons een hele heilzame, want het kweekt eenheid en gemeenschap.

Praten doet goed

Ik ben bezig met een aantal gesprekken om een paar knopen in mijn leven, zoals die bij normale mensen zo vaak voorkomen, te ontwarren met behulp van iemand die goed kan luisteren en analyseren. Iedere keer weer sta ik verbaasd over het feit dat dat zo heilzaam is. Met iemand die totaal buiten je eigen leven staat en jou niet kent, diepe dingen van je leven te bespreken en proberen er zicht op te krijgen en verband te leggen tussen het een en ander.

Ik weet dat er veel scepsis is over psychologie en de beoefenaars van het beroep. Ik hoor daar niet bij, getuige het feit dat ik zonder veel gêne een beroep op ze doe. Uit ervaring kan ik zeggen dat ik er altijd weer wat bijleer over mezelf en het me goed doet.

Op een gegeven moment draaien mijn gedachten nl. in een kringetje rond. Ook gesprekken met partner of goeie vrienden kunnen dat niet voorkomen. Juist hun betrokkenheid op mij persoonlijk maakt dat ze mee gaan draaien in de kring. Die volkomen vreemde, die voor het eerst mijn verhaal hoort en vragen stelt die voor mij wellicht oud zijn, maar voor hem/haar nieuw, ‘dwingt’ me om opnieuw na te denken.

Dat geeft soms nieuw inzicht. Bijvoorbeeld omdat ik opeens besef dat ik uit vanzelfsprekendheid bepaalde dingen veronderstel die blijkbaar niet vanzelfsprekend zijn.  Of omdat ik door de weerklank op mijn verhaal een nieuwe kijk op mezelf krijg. Of omdat ik bevestigd wordt in mijn eigen voorzichtige gedachten. Of omdat ik gewoon voor het eerst sinds lange tijd weer vertellen mag hoe pijnlijk sommige dingen in mijn leven waren (en wie heeft daarin niet veel te vertellen?). Ik heb ze al zo vaak gedeeld met anderen. Dan is het wel weer genoeg.  Maar in deze situatie mag het weer een keer en dan realiseer ik me hoe die pijn er nog zit en hoe goed het is er weer aandacht aan te geven.

Niet om in te zwelgen, maar om er een wezenlijk onderdeel van mijn leven en mijn vorming in te (h)erkennen. Die pijnlijke ervaringen spelen een rol in hoe ik nu in het leven sta. Mijn neiging is te denken dat je daar nu toch wel een keer mee klaar moet zijn. Maar ik merk steeds meer, naarmate ik ouder wordt, dat oude patronen als mijn keukendeur werken. Als het zomer is en mooi weer, sluit hij zonder enig probleem. Pas als de herfst begint en de regen met bakken uit de hemel valt, merk ik op een dag plotseling dat hij alleen maar dicht wil met een harde klap. Het zijn de seizoenen en de omstandigheden die van die deur een lastig geval maken. Ik ben geen klusser dus ik wacht wat de deur betreft ieder jaar geduldig op betere tijden.

Maar mezelf haal ik af en toe uit de hengsels om weer ’s te kijken of de stroefheid iets minder hoeft te zijn. Want mezelf met een harde klap dicht gooien is niet bevorderlijk voor mijn humeur…