De kunst van het herdenken

Reunie’s

Amerikaanse scholen hebben een lange traditie van het organiseren van reünies. Iedere school, of het nu om de basis-, of de middelbare school gaat of om opleidingen die daarop volgen als universiteit of HBO, overal worden reünies gehouden, meestal tijdens de afstudeerceremonies van jongerejaars. En hoe langer geleden het afstuderen, des te uitgebreider de reünies. Op Harvard wordt de 25e reünie het meest uitgebreid gevierd.

25 jaar geleden maakte ik die mee van echtgenoot. In Cambridge, VS. De hele week was gevuld met een programma van lezingen, workshops, concerten en optredens en niet te vergeten: overvloedige lunches en diners, opgediend in grote tenten. Strak georganiseerd voor de meer dan 1500 afgestudeerden en aanhang. Een herinnering die me is bijgebleven is de eindeloze stoet bussen die ons naar het concertgebouw in Boston brachten om daar een concert bij te wonen. Het verkeer werd stil gelegd om de bussen te laten passeren. Mijn moment van bescheiden en gedeelde roem…Er werd nog net niet naar ons gezwaaid.

Ditmaal is de 50e reünie gaande. De leeftijd van de deelnemers is uiteraard een stuk hoger dan 25 jaar geleden maar er is nog steeds een behoorlijk grote groep  komen opdagen. Allemaal grijs geworden en door het leven getekend. Het is fantastisch om dan mensen gade te slaan die elkaar opeens weer herkennen. Echtgenoot ontmoette vandaag bijvoorbeeld twee vrouwen met wie hij niet alleen aan de universiteit studeerde maar ook mee op de basisschool had gezeten. En een aantal mannen met wie hij in het voetbalteam had gespeeld.

Voetbalmaatjes uit de jaren zestig

Memorial

Vandaag stond een herdenkingsdienst op het programma. Ook een traditie van deze groep alumni. Ieder vijf jaar wordt een samenkomst belegd waarin de overledenen van de jaren daarvoor worden herdacht. Zeer indrukwekkend. In de Harvard Memorial Church kwamen we samen en luisterden naar gebeden en een schriftlezing uit Jesaja 61. De namen van de overledenen werden een voor een voorgelezen door aanwezigen en aansluitend luidde de kerkklok en werd er een aantal minuten stilte gehouden. (Natuurlijk gingen er twee telefoons af, juist tijdens die stilte…)

Harvard Memorial Church

Gedichten en gebeden
Een van de voorgelezen gedichten dat me ontroerde was het onderstaande:

We Remember Them by Sylvan Kamens & Rabbi Jack Riemer

At the rising sun and at its going down; We remember them.
At the blowing of the wind and in the chill of winter; We remember them.
At the opening of the buds and in the rebirth of spring; We remember them.
At the blueness of the skies and in the warmth of summer; We remember them.
At the rustling of the leaves and in the beauty of the autumn; We remember them.
At the beginning of the year and when it ends; We remember them.
As long as we live, they too will live, for they are now a part of us as We remember them.

When we are weary and in need of strength; We remember them.
When we are lost and sick at heart; We remember them.
When we have decisions that are difficult to make; We remember them.
When we have joy we crave to share; We remember them.
When we have achievements that are based on theirs; We remember them.
For as long as we live, they too will live, for they are now a part of us as, We remember them.

Vervolgens werd een Kaddisj Yatom (Joods gebed voor de doden) gelezen. Joodse mannen (ongeveer 20% van de aanwezigen) haalden hun keppel uit hun binnenzak, zette die op en baden hardop mee. Mijn buurman eveneens. Een wat verdrietige man die me eerder al vertelde dat zijn goede vrienden onder zijn jaargenoten al overleden waren. Later las ik wat na over wat Kaddisj is eigenlijk. Opvallend is dat er in het gebed voor overledenen niet gesproken wordt over doden. God is immers een God van de levenden? Voor Hem is niemand dood. Kaddisj bidden is Zijn grote Naam prijzen.

Kaddisj

Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden
in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil.
Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen
en in het leven van het gehele huis van Israël,
weldra en spoedig.
Zegt nu: Amen

Moge zijn grote naam gezegend zijn nu en voor altijd.
Gezegend, geprezen, gevierd, en hoog en hoger steeds verheven
Verheerlijkt, gehuldigd en bejubeld worde de naam van de Heilige,
gezegend zij hij
hoog boven iedere zegening, elk lied,
lof en troost die op de wereld gezegd wordt.
Zegt nu: Amen

Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven!
Over ons en over heel Israël.
Zegt nu: Amen

Hij die vrede maakt in zijn hoge sferen,
zal ook vrede maken voor ons en voor geheel Israël
Zegt nu: Amen

Hier een filmpje waar een Rabbi het Kaddisj uitzingt tijdens de herdenking van de terroristenaanval in New York, in 2001

Voorbeeld ter navolging

Een overheersende gedachte na deze ervaring was bij mij dat we in Nederland, in de kringen waarin ik opgroeide, een schreeuwend gebrek hebben aan rituelen om onze geliefde doden te gedenken. Het gemis te benoemen. Het lezen van het gedicht “We remember them” bracht tranen in mijn ogen. Ik herinner me mijn geliefden ook! Als de zon schijnt en als het regent, als ik bezig ben in de tuin en als ik in de natuur wandel. Als ik lees en als ik schrijf. Vooral als ik schrijf. En ik prijs God ook voor al het moois dat ze in mijn leven brachten. Voor de herinneringen, de uitdagingen die hun karakters soms meebrachten. Voor hun lach en hun humor. Voor de pijn die ze deelden met me.

Hoe mooi zou het zijn om vormen te vinden (er zijn er al veel) om die gedachtenis een keer in de zoveel tijd uit te spreken. Als ik hier ben gaan we altijd naar het graf van mijn schoonmoeder, met mijn schoonvader. We leggen bloemen neer en praten over wie ze was, wat ze voor ons betekende. Dat is goed voor ons, maar ook zo goed voor mijn schoonvader die haar pijnlijk mist. Haar noemen is heilzaam. Maar ik ga zelden naar het graf van mijn eigen moeder. Het gaat er niet om dat ik geloof dat ze daar nog is natuurlijk. Het gaat om een vorm, een punt waar je even de focus op die persoon richt en de gedachtenis aan zijn of haar leven eert.

Vijftigste reünie op Choate

 

campus Choate Rosemary
campus Choate Rosemary

De reünie zit erop. Donderdag kwamen we aan in Wallingford, CT, om de 50e reunie te vieren van echtgenoot die daar in 1964 zijn eindexamen high school deed. Samen met nog 120 andere jongens uit verschillende delen en staten van Amerika. Allemaal daar vanwege de goede naam van dit (toen nog, jongens-) internaat.

Echtgenoot was er niet meer terug geweest, maar stuurde wel trouw ieder lustrumjaar een biografietje in. Pas in de laatste paar jaar kreeg hij weer contact met een klasgenoot, met wie hij ook in college een kamer deelde. Samen maakten ze de stap van middelbare school (in de VS van 14 tot 18 jaar) naar college.

Getting ready for remebering those who died
Getting ready for remebering those who died

Als ‘ŕoom mates’ besloten ze het verzoek in te dienen hun appartement verder te mogen delen met een derde kamergenoot uit het Zuiden en eentje uit het Middenwesten. Dat werd ingewilligd. De student uit het Middenwesten was net tot geloof gekomen en dat zou een grote rol gaan spelen in echtgenoots leven. Maar dat was pas op college.

Wij aten de eerste warme maaltijd met een klein groepje fanatiekelingen. Zij zouden de hele reünie van begin tot eind mee gaan maken. De meesten van de jaargroep 1964 zouden vrijdag en zaterdag pas komen. Of eerder weggaan, zoals wij, omdat ze het combineerden met een ander bezoek. Sommigen kwamen van ver. Californië, Texas, Florida. Anderen hadden er een behoorlijke autorit opzitten. Wij waren redelijk dichtbij voor Amerikaanse begrippen, zo’n twee-en-halfuur rijden, vanaf Boston.

Vrijdagmorgen kwart over acht zaten we in de immense cafetaria achter de cornflakes. Een eenvoudige keuze uit een rijk palet aan etenswaren. Van hamburgers tot mediterraanse grill. De organisatie en het eten is uitstekend op deze vermaarde kostschool in het Noordoosten van de VS. ChoateRosemary Hall, Wallingford, Connecticut, tegenwoordig gemengd onderwijs, maar nog wel een internaat, met kinderen uit veertig verschillende landen. Acht honderd leerlingen, met docenten en andere stafleden totaal elf honderd personen op de campus.

Nu met het reünie-weekend loopt er waarschijnlijk het dubbele aantal mensen over de parkachtige campus.  Niet alleen de 50e reünie is gaande, ook alle andere lustrums worden gevierd (iemand kwam bij ons aan de tafel zitten tijdens het ontbijt die een bordje met : klas van 1949 omhad!) En allemaal drie dagen lang. Met drie maaltijden gecatered, en allerhande activiteiten. Een immense logistieke organisatie. Petje af voor degenen die hier maanden mee bezig zijn. En dan was het ook nog opa – en – oma dag voor de leerlingen op vrijdag.

SAM_1190
De grote reünietent

Alles gebeurt o.a. uiteraard ook met het oog op de hoognodige sponsoring van het onderwijs. Op de grande finale, tijdens het chique zaterdagdiner werd meegedeeld dat het doel van $1 miljoen gehaald was door de klas van 1964 (1 klas dus!) mede door de bereidwilligheid van een van de alumni om ter plekke   de ontbrekende $20.000 te doneren. Hij werd als held bejubeld. Er gaat veel geld om bij (sommige van) deze mannen.

Ruim 50 mannen, sommigen vergezeld door hun echtgenotes, drie dagen bij elkaar om herinneringen op te halen aan vier jaar intensief samen optrekken in het vreemde milieu van een jongens kostschool, met Engelse discipline.  Het was bepaald niet zomaar een middelbare school. In de VS worden deze scholen ‘prep-school’ genoemd. Men staat al voorgesorteerd voor college. HAVO-VWO niveau, zeg maar. Maar naast het feit dat iedereen een redelijk hoog niveau bezit, het lesgeld hoog is, is het ook een kostschool. Toen dus met louter jongens.

Echtgenoot herinnert zich met overtuiging dat dit een minder geliefd aspect was van het schoolleven. De stoutmoedigen ontsnapten ’s avonds om de plaatselijke schonen te ontmoeten, maar gezagsgetrouwen hadden daar niet de durf voor. Het was dus een eenzijdig bestaan met al die jongens op een kluitje.

Veel sport op de prachtig aangelegde campus en veel studie. De meeste mannen herinnerden zich de sportprestaties van elkaar. Dikbuikige, zwetende mannen bleken in het verleden uitmuntende footballspelers.  Schuifelende, zeer oud ogende mannen waren teamcaptain of aanvoerder van het voetbalteam geweest. Fascinerend om te zien hoe verschillend al deze mannen het verouderingsproces ondergaan. Er waren welgeteld twee van wie je de oorspronkelijke haarkleur nog kon herkennen. Sommige mannen hadden een nog jeugdig figuur maar de meesten zagen er werkelijk stokoud uit. Het ligt ook aan de mode. De enorme bandplooibroeken, sommigen van ribfluweel of denim (!) met daarop veel te lange, oversized blazers zijn ook niet erg flatterend, moet ik zeggen. Mijn echtgenoot sprong er tussenuit met zijn Europese, strakgesneden jasje en jeans, al zeg ik het zelf.

De branieschoppers van vroeger, de stillen, de alternatievelingen, de harde werkers, de eenlingen, je herkent ze allemaal weer moeiteloos. Ik deel mijn echtgenoot niet in bij de stillen, maar bij een groep die moeilijk te definiëren te valt. Hard werkend zeker, maar ook sociaal, sportief en muzikaal. Een beetje bij de snobs misschien?

Wat betreft muziek kwam hij, behalve de wekelijkse vioolles, niet erg aan zijn trekken. Hij moest weliswaar iedere zaterdagavond (op een balkonnetje) in het orkestje spelen dat het diner begeleidde van de rest van de studenten, maar dat was een verplichting vanwege zijn ‘scholarship’. Met grote tegenzin speelde hij daar op zijn viool lichte muziek waar hij in feite zijn neus voor op trok. In een opstandige bui weigerde hij zijn beurt te vervullen, maar hem werd onmiddelijk aangezegd dat de beurs zou komen te vervallen. Dat was waarschijnlijk het meest opvallende kenmerk van de groep waar hij bij hoorde, de jongens die niet op grond van een dikke portemonnaie maar vanwege een bepaald talent een (gedeeltelijke) beurs kregen en zo toch toegang kregen tot deze eliteschool.

Choate campus
Choate Campus