Depressie-epidemie, Trudy Dehue, 2008

Heb ik nu een (biologische) stoornis in mijn emoties en ben ik daarom zonder pillen depressief, of ben ik depressief gestemd en moet ik me tijdens een depressie afvragen waarom dat zo is? Pillen of praten?

Dit dilemma stelt Trudy Dehue in haar boek de Depressie- Epidemie, (uitgeverij Augustus, Amsterdam). Het boek verscheen in 2008 en mevr. Dehue was in elk praatprogramma op TV en radio te horen en zien. Zij probeert in haar boek een verklaring te vinden voor het feit dat er zo schrikbarend veel antidepressiva wordt geslikt. Ligt daar een biologische oorzaak aan ten grondslag? Of zijn we met z’n allen in het Westen watjes geworden, we kunnen nergens meer tegen en hebben overal een pil voor nodig?

Ze constateert dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van het beschrijven van een bepaalde conditie met de naam ‘depressie’ naar het zien van de depressie als oorzaak van die conditie, als ziekte. Het is in feite de discussie tussen de biologische en de, zoals zij het benoemt, psychodynamische benadering in de psychiatrie. De eerste zegt: u voelt zich naar, hier is een pil en het gaat u binnenkort weer beter. Geen gezeur over kinderjaren en trauma’s. U mist bepaalde stofjes en die vullen we met een pilletje weer aan.

De tweede benadering zegt: u voelt zich naar, hoe zou dit komen en laten we er eens over praten. Als we de oorzaak weten nemen de nare gevoelens vanzelf af.

Ik vraag me af waarom zij er in haar boek zo’n tegenstelling van maakt. In mijn ervaring is er juist een combi van de twee.

Veroorzaakt het lichaam zelf de depressie? Dat is nog steeds niet wetenschappelijk hard te maken, volgens Trudy Dehue. In eerste instantie werden de moderne antidepressiva gebruikt binnen een praattherapie. De therapie was de weg waarlangs verlichting gevonden kon worden, medicijnen golden daarbij als hulpmiddel. Rust, een zekere mate van welbevinden zou bevorderend zijn voor de therapie. Allerlei onderzoek van de laatste jaren heeft nog geen inzicht gegeven in de vragen ‘waarom de pillen voor de een wel en voor de ander niet werken, hóe ze werken wanneer ze werken‘ (pag.83) ‘…er zijn stukjes van de puzzel gelegd, maar de biologie van depressie is nog raadselachtig’ (pag.83)

Dehue is zeer wantrouwig ten aanzien van de farmaceutische industrie. Haar boek is een aanklacht tegen de industrie die onder het mom van wetenschappelijkheid miljarden verdient aan, in TD’s ogen,’verzonnen ziektes’. Voor zover ik haar kan volgen zegt ze daarover wel hele interessante dingen. Wetenschappelijk onderzoek dat gesponsord wordt door de industrie die belanghebbende is, is een rare zaak.Het is wel goed dat zij daar de vinger bij legt.

Haar conclusie echter dat de depressie-epidemie o.a. in gang is gezet door de farmaceuten om daar geld aan te verdienen vind ik erg ver gaan. Ik vind dat zij doorslaat in haar wantrouwen.

In haar tweede analyse kan ik haar (tot op zekere hoogte) beter volgen. Er zou een enorme druk op de westerse mens liggen om gelukkig en succesvol te zijn.Iedereen moet mee in de vaart der volkeren. Kom je niet mee? Dan moet je het maar leren. Grip op je dip, aan je zelf werken, Mentaal Vitaal. De biologische psychiatrie maakt ieder mens verantwoordelijk voor zijn eigen ziekte. Het ligt aan jouw hersens dus zorg dat je je pillen slikt. Lijden, traagheid, ‘anders-zijn’ kan allemaal verholpen worden door het slikken van de juiste pil. Mochten we denken dat de staat zich zo om ons bekommert dat ze van alles bedenkt om ons van onze ziektes te genezen, dan hebben we het mis. Volgens Trudy Dehue zit daar vooral economisch belang achter (pag.230) . ‘The economic burden of disease’ heet een berekening van hoeveel geld het de maatschappij kost mensen met o.a. psychische problemen te hebben rondlopen.  Ze werken niet of werken minder efficiënt en zijn vaak ziek. Dehue verdenkt de overheid ervan een keiharde mentaliteit te propageren: Jij bent verantwoordelijk voor je eigen gezondheid, zowel psychisch als lichamelijk. Voor kneuzen is geen plek in onze maatschappij. Een vrolijke geest in een strak lichaam., dat soort mensen hebben we liever.  (wordt vervolgd)

Limburg

Belofte

Het licht dwarrelt als de herfstbladeren
we lopen het pad door het Gerendal
en zien de warme heuvelrug
waar in de lente
orchideeen zullen bloeien
in het bos verzamelen we
vruchten van de herfst
paddenstoelen, beukennootjes en kastanjes

morgen komen de kinderen

***********************************

Family_weekend_oktober_2009_060_2

Black dog – Depressie 1

Ik kijk naar het pilletje in mijn hand. Een wit pilletje, met een gleufje. Het is 20 mg.Paroxetine. Dat is het werkzame bestanddeel van Seroxat, een antidepressivum. Het is de helft van de dosis die ik gebruikte. Drie maanden heb ik er over gedaan om een pilletje te minderen. Van 40 mg naar 20 mg. Met kruimels per dag probeerde ik heel geleidelijk af te bouwen. Het leek goed te gaan.

Nu neem ik , weliswaar na rijp beraad, in 1 keer weer dat 2e pilletje in. Maanden werk voor niets. Ik voel me er een beetje verslagen bij.

Ik neem een ander pilletje uit de verpakking. Ditmaal 500 mg metformine. Iets groter, ook wit, met een nummer. Het is een medicijn tegen diabetes. Sinds vorig jaar april heb ik die volksziekte. Tegen die kwaal gebruik ik ook twee keer per dag een pil. Met goed resultaat.

Waarom voelt het slikken van Paroxetine nu zo anders dan het gebruik van diabetes medicijnen? Is een depressie ook niet puur fysiologisch? Zo wordt het vaak voorgesteld tegenwoordig. Je mist bepaalde stofjes en daarom…

En toch wil je daar niet aan. Er blijft altijd een twijfel knagen dat je misschien toch door zus of zo te handelen, te denken, door dit niet en dat wel te doen, er een definitieve kentering kan komen. Anderen kunnen toch ook zonder?

Zo wordt mijn geloofsbeleving enorm gehinderd door de depressieve periodes. Twijfels slaan toe. Ik weet dat dit een gevolg is van de stoornis in mijn gevoelsleven. Maar ook dat is heel moeilijk te aanvaarden. Vooral tijdens de depressie cirkelen je gedachtes maar rond dat wat er niet is, wat er wel zou “moeten” zijn. De ervaring van verlies zoals van Buuren dat noemt. Ik schreef daarover in mijn vorige blog.

Het piekeren en malen is zo overduidelijk een symptoom van de depressie. Het kost paardenkracht om er als het ware boven te staan en je niet mee te laten sleuren in die draaikolk van gedachtes, die maar koortsachtig zoeken naar een “verklaring”.

Nog geen minuut heb ik gespendeerd aan het trachten te begrijpen waarom de insuline in mijn lichaam minder effectief is geworden zodat het bloedsuikerpeil niet op een natuurlijke wijze geregeld wordt. Het zit in mijn familie. Dat verklaart veel. Ik word ouder en het is een genetische aanleg. Daar heb ik vrede bij. Verder doe ik mijn best gezond te leven.

Maar de depressie is een ander verhaal om de een of andere reden. Die ligt aan mij. Terwijl ook die familiaal is. Maar ik wil helemaal niet op mijn familie lijken daarin! Diabetes, so what, vervelend maar geen stigma. Depressie, vele malen vervelender (eufemisme), ondragelijk en een stigma.

Black dog

The Black Dog is upon me again. Churchill heeft voor zijn depressieve periodes die term bedacht. Black Dog. Hij ging dan o.a. muurtjes metselen, uren lang. Geen gekke bezigheidstherapie. Je moet wat doen wanneer de depressie toeslaat, maar het kan ook weer niet teveel van je vragen. Concentratie is verminderd, je hoofd wil niet zo best en je geest wil helemaal niet.

Foto’s plakken. Was vouwen. Beetje lezen. Boodschap doen. ’t Klinkt allemaal zo gezellig en ontspannen maar zo ervaar ik het niet. Gewoon normale dingen blijven doen, terwijl je daar met een griep niet over zou denken. Ziek is ziek en dan kruip je in bed. Maar helaas, onder de wol kruipen tijdens een depressie draagt niet bij aan mijn gevoel van welzijn. Het is één van de paradoxen van deze ziekte. Juist datgene waar je het meest tegen opziet moet je doen om je ietsje beter te gaan voelen, of in elk geval niet slechter. Gedoseerd onder de mensen zijn, bewegen, W.C’s schoon maken, enzovoort. Maar wat kan een lijf zich moe voelen.

En nu weer wachten op de dag dat de medicijnen gaan werken en dat alles weer vanzelf gaat. Niemand voelt zich zo gelukkig met de gewone dagelijkse gang van zaken, als iemand die een periode van depressie achter de rug heeft, geloof ik. Er hoeft niets bijzonders op de agenda te staan. Maar weer de gewone dingen doen zonder die bodemloze vermoeidheid en tegenzin is bijna paradijselijk.

Ik las bij Maarten van Buuren in ‘Kikker gaat fietsen’ (Lemniscaat, een verslag van een depressie) dat in zijn opinie depressie o.a. leidt tot een vergroot bewustzijn. Voortdurend ben je je ervan bewust dat je reacties niet normaal zijn. De emotie is verstoord dus bij alles realiseer je je dat er iets ontbreekt. Dat leidt tot de vreemde situatie dat je pijn ervaart om wat je niet voelen kunt. Dat is weer zo’n paradox. Van Buuren noemt het de ervaring van verlies. De glazen stolp waaronder jij je bevindt en waar het lijkt dat niemand jou en jij, andersom, niemand werkelijk bereiken kunt. Dat beeld wordt door alle depressieve mensen gebruikt, de glazen plaat die scheiding aanbrengt tussen jou en de realiteit.

Ik ervaar het zelf als desintegratie. Het is alsof er een puzzelmal over mijn werkelijkheid gegaan is, waardoor die in puzzelstukjes uiteen gevallen is. De verleiding is om steeds te proberen alles aan elkaar te passen, wat niet lukt. Pas als ik me weer goed voel passen de stukjes als vanzelf in elkaar en is er weer sprake van een geheel. Van integratie.

(Nu ik dit publiceer voel ik me weer wat beter trouwens. Maar in het kader van taboe doorbreking wil ik er toch een paar blogs aan wijden.)

Sally Mann- Fotomuseum Den Haag

De laatste zaterdag van september was ik in het Fotomuseum in Den Haag. Ik zag een overzichttentoonstelling van het werk van de Amerikaanse fotografe Sally Mann. Een van de meest indrukwekkende tentoonstellingen die ik tot nu toe gezien heb. Ik hou erg van fotografie, vooral zwart wit foto’s. Die hebben een enorme zeggingskracht vind ik.

Deze fotografe is een echte meester. Haar foto’s zijn zo indringend en bij tijden schokkend dat ik even op adem moest komen erna.

De eerste zaal vertoont foto’s van haar gezin, met name haar drie, toen (80′ er jaren) nog jonge, kinderen. Prachtig in beeld gebracht in poses en settings die bijna altijd ernstig zijn en iets donkers meedragen. Maar van een ongekende schoonheid. De kinderen lijken vaak veel ouder dan ze in werkelijkheid zijn. Het meisje hieronder is nog geen 10. Dit soort foto’s heeft Sally Mann veel gemaakt. De kinderen lopen meestal naakt rond. Soms hangt er een zweem van erotiek of seksualiteit rond de foto’s. Er zijn ook wel beschuldigingen geweest van kinderporno in de tijd dat de foto’s verschenen en ten toon werden gesteld. Ik kan daar wel iets van begrijpen. Maar Sally Mann heeft aan de andere kant haar kinderen in hun hele werkelijkheid willen portretteren. Dat ze daarbij hun lichamelijkheid niet schuwt of daar preuts mee omgaat is duidelijk.

bron: sally mann

Je zou kunnen discussiëren over de grens tussen preuts en ‘modesty’, ik weet even geen goed Nederlands equivalent. Ik proef in haar beelden iets van een ongeremde vrijheid, een visie waarbij naaktheid natuurlijk is en kleding een kniebuiging aan een beknottende maatschappij.

De volgende zaal toont foto’s van het diepe Zuiden in Amerika. Genomen met een camera van 110 jaar oud en ontwikkeld met een heel procedé van het wassen van de beeldplaat met water en zuren. Het levert  schitterende resultaten op. Je voelt de vochtige hitte, je beleeft de sfeer op de oude vervallen plantages.

De derde zaal is de meest schokkende ervaring. Sally Mann is in de loop van de jaren gefascineerd geraakt door het proces van ontbinding van een lichaam. Ze maakt foto’s van rottende lijken in al hun gruwelijkheid. Ik heb niet lang naar die foto’s kunnen kijken. Haar visie op de dood maakt dat ze een bepaalde schoonheid ziet in het vergaan van het lichaam, uit de aarde, tot de aarde. Ashes to ashes and dust to dust.

Mijn visie op de dood als vijand en haaks staande op wat God oorspronkelijk bedoelde voor de schepping, maakt dat ik me nog eens te meer bevestigd voel in mijn spontane reactie die de dood lelijk vind en afschrikwekkend. Dat God belooft uit die hoopjes vlees, botten en ondefinieerbaar slijmerig, door wormen aangevreten materiaal weer nieuwe mensen te maken, (maar toch dezelfden), wordt een nog meer onvoorstelbaar wonder.  Inderdaad niemand anders dan de God van de Bijbel kan van zo’n deplorabele toestand als dode en vergane mensen iets nieuws maken. Nieuw en nog mooier dan de foto’s van Sally Mann. En mooi zijn die!

piraten

Kleinzoon Niek zit in de piraten wereld. Piet piraat is een populaire held. En het piratenschip in de speeltuin in het Westbroekpark is zijn favoriete speelplek. Niks geen gevaarlijke schommels en kabelbanen, Niek heeft voldoende aan het schip en zijn fantasie. Hij is op zoek naar de schat, achter het houten stuurwiel vaart hij de grote, eindeloze zeeën af en ontmoet monsters en andere piraten. Dat gebeurt allemaal in zijn hoofd. Om zijn opa en oma een plezier te doen komt hij af en toe het scheepstrapje af en zet zich geduldig op de schommel. Opa duwt en hij vliegt hoog in de lucht. Heel leuk allemaal. Maar niet te lang. Het piratenbestaan roept.

Een tijdje terug kocht ik een piratenpak voor hem. Nou ja, wat heet pak, het is een hoed, een ooglap en een oorbel. Maar het viel wel in de smaak. De oorbel hoefde niet, maar het ooglapje was wel stoer, hoewel onwennig…. De hoed paste Kris van 2 beter, die er vervolgens trots mee rondliep.                              Img_2280                                 Img_2277

Vervolgens kregen de beide mannen afgelopen zaterdag een piratenpannenkoek, ter ere van het feit dat wij 35 jaar getrouwd waren. We zijn met z’n allen uit eten geweest. Het was reuze gezellig en de  dolk plus de haakarm waren helemaal geweldig. Kris, inmiddels weer wat ouder, zwaaide zeer behendig met de dolk en Niek raakte buiten in een waar steekgevecht met oom Sunny. Img_2543De ooglap is inmiddels heel gewoon geworden!  Img_2546               

Geleide agressie is dit. Ergens moeten ze het toch kwijt?                      

Hermitage

In juni opende de Hermitage in Amsterdam haar deuren. Prachtig gelegen aan de Amstel bevindt het museum zich in een oud pand uit de 17e eeuw, het voormalig Oude Vrouwen Huis. Opvang voor hulpbehoevende oude vrouwen van boven de vijftig (slik) door de diaconie van de Gereformeerde kerk te Amsterdam. Die liet het gebouw bouwen van het geld uit de nalatenschap van 90.000 gulden van een rijke Amsterdamse handelaar. Er woonden 400 vrouwen die met vier personen een kamer deelden. Tot in de 20e eeuw is het als verzorgingshuis in gebruik geweest.

Nu dus verbouwd en in gebruik als museum. Omdat het zo mooi aan de Amstel ligt heeft het wel wat weg van de Hermitage in St. Petersburg, het voormalig winterpaleis van de Russische tsaren gelegen aan de rivier de Neva.

De openingstentoonstelling staat in het teken van het Russische hof in de 19e eeuw. Zes tsaren regeerden in die eeuw, o.a. ook de de vader (Paul 1) en de broers (Alexander en Nicholas 1) van Anna Paulowna, die trouwde met de latere koning Willem II

Het pand is van binnen prachtig verbouwd. Veel licht. Hoge witte zalen met chroom en glas. Naast de grote zaal zijn er ook zg. kabinetten (de oorspronkelijke vrouwenslaapzalen) die wat krap zijn.

De tentoonstelling zelf is een en al pracht en praal. Veel (militaire) kostuums, veel baljurken en avondjaponnen, kostbare voorwerpen uit de paleizen en collecties van de tsaren families en prachtige portretten van de verschillende tsaren en hun echtgenotes en andere familie. Zonder meer de moeite van het bezichtigen waard.
Wrang is wel wanneer je al die weelde en overdaad bekijkt te weten dat de Russische bevolking van de honger crepeerde terwijl het hof zich uitsluitend bezig hield met kwesties van protocol en zich dag in dag uit vermaakte met toneel, muziek, bals en wat dies meer zij….

Het blijft iets vreemds zo’n hofleven.

KosinDis 2

Twee families vertrokken op een goeie dag naar Zuid Korea. Met elk twee kinderen. De oudste (die van ons) was nog geen vier, de jongste drie maanden (ook van ons). School was nog geen urgente zaak. Maar twee jaar later werd het tijd dat er iets in de plaats van de Koreaanse kleuterschool kwam waar de oudste twee kinderen inmiddels heen gingen. Ze hadden genoeg dansjes geleerd. Iets waar de Koreanen verzot op waren.

Onze eerste onderwijzeres kwam in 1983. Ze begon met een leerling in groep 3 en een leerling in groep 1. Beetje saai, maar het was maar een halve dag. De start van de school lag pas in de winter omdat het lang duurde voor alles (visum, tickets enz.)geregeld was. Ik werd dus min of meer gedwongen alvast thuis te starten met onderwijs. Onze oudste was tenslotte zes en stel je voor dat ze achter zou raken.

Lees verder “KosinDis 2”

KosinDis, Nederlands onderwijs waar ook ter wereld

graduation 1988 with Niek and kosindis

Het is er doodstil. Acht kinderen zijn geconcentreerd bezig in een lelijk lokaal op de vierde verdieping van een gebouw, uit beton opgetrokken. Het lokaal is door de leerkracht met moeite enigszins gezellig en bewoonbaar gemaakt. De kinderen zitten ijverig te werken. De tafels staan tegen elkaar aan en iedereen is bezig met eigen werk. Aan de kant staat een grote oliekachel die in de winter het ijskoude lokaal met een betonnen vloer en enkele ramen in rammelende sponningen van aluminium redelijk warm houdt
Maar de kinderen en de docent zijn er dan ook op gekleed. Lang ondergoed en dikke truien houden hen warm. In de zomer is de universiteit waarin het lokaal zich bevindt gesloten dus hebben ook de kinderen drie maanden vrij. De ergste hitte, warm en vochtig, beleven ze thuis.

KosinDIS is de naam van de school waar deze acht leerlingetjes opzitten. Kosin is de naam van de universiteit waaraan hun vaders doceren en DIS staat voor Dutch International School. Volledig aangepast onderwijs in Zuid-Korea, voor aanvankelijk twee en uiteindelijk acht kinderen. Dankzij de inzet van, door de tijd, drie onderwijzeressen en onderwijzer die zich, met als betaling niet meer dan een schamel zakgeld, inzetten om de school zo leuk en goed mogelijk te maken. Dat het niveau prima is bewijst zich ieder jaar wanneer er een familie op verlof gaat en een aantal van de kinderen in Nederland een paar weken op een Nederlandse school meedraaien. Geen achterstanden. Integendeel. Wél, bij de kinderen, verbazing over het lawaai in de klas. Dat zijn ze absoluut niet gewend. Op de foto staat de voltallige klas. Achter hen staat de vader van de Gootjes kinderen die net op weg was naar de graduation van zijn theologie studenten.