Een predikant is zijn pensioen waard

De redactie van Pro Minesterio (een tijdschrift waaruit ik citeer in deze blog) wees me op zachtmoedige wijze erop dat PM alleen voor intern gebruik is en dus niet geciteerd mag worden zonder toestemming. Als ik dit er even bij wilde zetten was er verder geen probleem. Bedankt redactie voor de vriendelijke, terechte correctie!

Pensioenrechten opgeven

In het Nederlands Dagblad van 22 oktober stond een, op het oog, sympathiek artikeltje van ds. Jaap Oosterhuis. Een oproep aan collega predikanten in de vrijgemaakte kerken om hun pensioenrechten af te staan. Zoals Paulus ooit zijn recht op salaris opgaf (opdat men hem niet zou verdenken van geldzucht), zo zouden vrijgemaakte predikanten moeten afzien van hun recht op pensioen. Het wordt immers steeds duurder voor de kerken om voor de pensioenen van hun predikanten te sparen (nu al € 120,00 per kerklid per jaar). Het gevaar dreigt dat het geld van de kerken opgaat aan dit soort zaken, in plaats van meer belangrijke.

Het klinkt sympathiek. En gelovig. Vertrouwen op Gods zorg, nu en voor de dag van morgen. Niet steeds bezig zijn met je schaapjes op het droge te krijgen, zodat je van een ‘onbezorgde oude dag’ mag genieten, zoals de reclame ons nog steeds wil doen geloven dat dat kan. Als je 65 bent, pardon, 67, mag je gaan reizen, een boot kopen, vakantie vieren op Bali, op wintersport gaan, en voor de variatie nog een leuke stedentrip maken of een tuinenreis in Engeland. Daar heb je toch voor gewerkt?

Goed, dit soort Zwitserleven is nog maar voor een zeer kleine, rijke elite mogelijk. Geen predikant, vrijgemaakt of niet, die dáár ook voor werkt. Integendeel. Ik ken heel wat predikanten en ik heb de indruk dat ze hard werken voor hun loon. En dat hun loon niet vaak naar werken is. Dat hoeft ook niet. De diepste motivatie voor een beroep als predikant is tenslotte een andere dan de vergoeding die er tegenover staat. Dat is ook zo met veel andere beroepen!

De werkelijkheid

Maar de rekeningen moeten wel betaald. Zo nuchter is het leven en zo nuchter is Paulus gelukkig ook. Een arbeider is zijn loon waard. Ook een predikant heeft tenslotte (meestal) gewoon een gezin, gewoon een huis en gewoon een (tweedehands) auto die naar de garage moet voor de APK. En daar heeft hij gewoon harde euro’s voor nodig. Met een gemiddeld salaris betekent dat geen vetpot. Bijvoorbeeld:  tot voor kort werd er van vrijgemaakte dominees verwacht dat ze hun kinderen naar (verre) vrijgemaakte scholen stuurden. Treinabonnementen door de jaren heen worden steeds duurder en aangezien predikanten gemiddeld gezien grotere gezinnen hebben, tikt dat behoorlijk aan. Ieder jaar kwam het bij ons terug in september: drie of vier kinderen elk voor 1000-1500 gulden (toen nog) een jaarabonnement. Het bankkrediet was geduldig. Maar van sparen komt het dan niet. En als kleine zelfstandige (ja, al jaren houden predikanten een winst- en verliesrekening bij, alsof we een winkel hebben) val je te vaak in de meest ongunstige belasting tarieven.

Sparen

In een ander tijdschrift, Pro Ministerio, las ik een bijdrage van de eveneens vrijgemaakte ds. Ernst Leeftink. Ook over pensioenvoorzieningen. Hij rekende zijn collega’s voor dat er makkelijk te sparen valt omdat de meeste predikanten in een pastorie van de kerk wonen en daarvoor minder hoeven te betalen dan de gemiddelde Nederlander betaalt aan woonkosten. Het geld dat overblijft kan dan op de spaarrekening voor het extra pensioen bijvoorbeeld.

Tja. Fijn al die collega predikanten die blijkbaar hun financiën op orde hebben en zelfs aan sparen toekomen, dacht ik, toen ik het las. Minder fijn voor al die collega predikanten die  in andere omstandigheden verkeren. Want er wordt een beeld geschapen dat niet met mijn werkelijkheid overeenkomt. Veel predikanten moeten sappelen om rond te komen. Dat geeft niet, zo sta je dichtbij het gemiddelde gemeentelid dat ook moet bikkelen. Zolang dat maar gezien en erkend wordt. Maar het drama vind ik, dat er nog altijd een beeld bestaat dat een predikant makkelijk rond komt en geen financiële zorgen kent. Dat beeld wordt onder meer bevestigd door artikelen zoals boven genoemd.

Geen zorgen?

Net als de meeste Nederlanders hebben predikanten in de vrijgemaakte kerken ook hun financiële noden. Voor iedereen is de situatie anders. Ieder gezin is anders en heeft zo zijn bijzondere financiële behoeftes. Vergeet ook niet dat de meeste predikanten geen kapitaal opbouwen door het bezit van een huis. Bij pensionering verlaat je de laatste pastorie met je boeltje en dat is het dan. Een schat aan vrienden en bekenden uit alle gemeentes waar je hebt gewoond, maar geen schatten aan geld of bezittingen. Gelukkig maar. Zo ga je lichter door het leven. Maar zonder pensioen kan ik geen huis huren in de vrije sector waar ik noodgedwongen terecht kom omdat ik nergens een economische binding heb. En ik kan ook niet rusten op mijn lauweren, er moet gewoon bij geklust worden om de rekeningen te betalen. Niks aan de hand, zolang God ons gezondheid geeft. Heel Nederland moet harder werken. Maar er komt een moment dat we mogen minderen en op een andere manier de maatschappij mogen dienen.

Ik zeg: Een predikant is zijn pensioen waard.

Nog een aantal tips voor predikanten die na hun pensioen er wél warmpjes bij willen zitten, zonder bijbaan:

1. Ga niet een periode voor de kerk naar het buitenland waarna je helemaal opnieuw moet starten op eigen kosten

2. Ga niet in een gemeente wonen waar geen scholen in de buurt zijn

3. Verhuis vooral niet te vaak

4. Gebruik altijd het vakantiegeld om extra rekeningen te betalen

5. Ga vooral als vrouw van de predikant werken

6. Laat je kinderen niet studeren

7. Koop nooit een (geldverslindende, tweedehands) auto, laat je rond rijden door je gemeenteleden

8.  Bid veel

Trouwdag, OV en cultuur in Amsterdam

Mooi hoteladres in A’dam voor viering van 38 jaar samen

En toen waren we op vier oktober alweer 38 jaar getrouwd! De echte trouwdag in 1974 was miezerig en grijs, nu straalde de zon uit een blauwe hemel ons tegemoet. In combinatie met de felle herfstkleuren van de bomen een ongekend mooie dag!

In Amsterdam voor onze trouwdag, slapen we op 3 oktober een nachtje in een hotel in de buurt van de Vrije Universiteit. Goedkoop parkeren, met OV de stad in, makkelijk toch? De halte van de tram is vlakbij, dus ’s ochtend gaan we monter op pad. We checken in op het platform met onze OV chipkaart (zo makkelijk!) bij de halte (de tram stopt wel ver van het platform, dachten we nog) en rijden naar de Dam, om vandaar naar de Jordaan te lopen. Tenminste dat was de bedoeling.

Tijdens het uitchecken registreert het apparaat onze kaarten niet juist. We lezen ‘Goede reis’ in plaats van ‘Tot ziens’. Ervaren reizigers als we zijn ruiken we onraad. Echtgenoot houdt zijn kaart nog een paar keer voor de lezer, maar leest nog ’s twee keer ‘goede reis’ of zo. Op naar de bestuurder. Er gaat een lichtje branden bij me. Stond er bij die tramhalte in Buitenveldert ook niet een grote M?

Mijn vermoeden blijkt juist. ‘Ja’, zegt de bestuurder verveeld, zonder verder enig inlevingsvermogen, ‘als je bij de Metro incheckt moet je ook bij de Metro uitchecken, mevrouw’. Juist. Logisch. We checken weer in bij de tram en vervolgen onze weg naar het CS. Daar is de Metro. Maar waar moeten we dan uitchecken? Want we komen er niet aan op het perron…

Bij de Metro klampen we iemand aan met een uniform. Wat te doen? Een hele relaxte Antilliaanse Nederlander in dienst van de Amsterdamse metro gaat het ons laten zien. We lopen, zonder haast, in een rustig Antilliaans tempo, dat ik inmiddels van mijn schoondochter ken, naar de OV chipkaartmachine. Daar  toont hij ons hoe we een ‘uitdraai’ van onze reizen kunnen maken. Nooit eerder van gehoord, maar iedere zwaai van je kaart voor de apparaten in tram, trein of bus wordt blijkbaar geregistreerd en er komt dus een lange kassabon uitrollen met al ons gedoe van de ochtend tot dusver keurig op een rijtje.

Nu is het de bedoeling dat we 3 aparte elektronische formulieren gaan invullen (voor elke zwaai één) op de site van de metro met een verzoek om teruggaaf van geld. Echtgenoot, inmiddels lichtroze van ingehouden frustratie doet een poging tot verbetering van het Amsterdamse OV: ‘Het is helemáál niet duidelijk waar je moet inchecken bij die halte. Als toerist is het echt allemaal heel verwarrend!’ De man is vriendelijker maar even onverstoorbaar als de trambestuurder: ‘Nee, de metro is niet hetzelfde als de tram, meneer’. Dan moet je ze ook niet op één perron laten stoppen, ja? Typisch weer een logistiek voor ingewijden, waar Nederland in floreert.

Verder hebben we een leuke dag gehad, trouwens! Het bleek de eerste van de Drie Dwaze Dagen bij de Bijenkorf te zijn, de eerste dag van de Kinderboekenweek en uiteraard ook nog Dierendag. Wij hebben altijd gevoel voor belangrijke dagen gehad. We hebben het geheel gerenoveerde Scheepvaart Museum bezocht (tip: maak de Virtuele Zeereis) en het eveneens totaal verbouwde Stedelijk Museum, ‘de Badkuip’ in de volksmond. Tip: neem een audiotour!).

’s Avonds zijn we na een lekkere maaltijd bij eetcafé Blauwe Brug (een 8 wat ons betreft, maar wij zijn geen gourmets) aan het Waterlooplein, naar een dansvoorstelling van Het Nationaal Ballet geweest van de choreograaf Hans van Maanen: De Hand van de Meester, in de Stopera. Een bijzondere ervaring. De ongelofelijke kracht van de dansers waarmee ze schijnbaar moeiteloos hun lichamen als lichte vogeltjes over het podium laten vliegen en bewegen. Geweldig. Hoe dóen ze het? Ik ben compleet analfabeet op het gebied van ballet en dans, dus ben zeer onder de indruk van de prestatie op zich al. Ik miste wel wat spanning op den duur. Het leek veel van hetzelfde. Decor was er niet, behalve in hele strakke grijzige panelen en lichtval. Het laatste stuk vonden we allebei het sterkst. De Frank Bridge Variations, op de (bijna) gelijknamige muziek van Benjamin Britten. Prachtig!

foto van de site

En nu de electronische formulieren invullen voor de teruggaaf van 10 euro. Of zal ik het maar gunnen aan de metro? Voor het VTT fonds: Verbetering Toegankelijkheid Toeristen.

Cultuurschokje

Mijn echtgenoot reist momenteel van hot naar her in Zuid Korea. Prachtig land, met vriendelijke mensen en ongelofelijk lekker eten. We hebben er bijna 9 jaar mogen wonen. Er zijn contacten met vrienden maar ook op kerkelijk niveau. In dat kader is echtgenoot er nu een paar weken.

Met zijn gastgezin ging hij naar de sauna. Nu is een sauna in Korea per definitie gescheiden. Dat was geen probleem, dus. Alvorens de sauna in te duiken werd er fitness gedaan. Rennen, toestellen en wat dies meer zij. Na afloop splitste de familie zich in tweeën om het sauna gedeelte in te stappen. Echtgenoot was al opgelucht toen bleek dat hij gewoon lekker kon gaan douchen. Gezellig in één ruimte, zoals hij dat in Nederland ook gewend is.

Na het douchen bracht zijn gastheer een spiernaakte man naar hem en toe en kondigde aan dat die hem ging masseren. Enigszins in verlegenheid gebracht probeerde echtgenoot eronder uit te komen. ‘Niet nodig, zo ook al lekker gedoucht…’ en meer zwak verweer. Want een naakte man aan zijn lijf, daar zat hij niet op te wachten. Na aandrang van de gastheer (kom op, Korean Style, hoppa!) belandde hij dan toch op zijn buik op de massagetafel. Met een scrubdoek werd het vel van zijn rug geschrobd, zodat hij gillend langzaamaan in brand stond.

Al met al was het toch wel een heerlijk massage. Je moet je gewoon aanpassen aan je omgeving.

PS Ter verduidelijking: in de 80’er jaren toen wij daar woonden waren er wel badhuizen en dergelijke voorzieningen waar keurig aangeklede mannen en vrouwen (vaak blind!) massages gaven. Sauna’s en fitness ruimtes zijn een latere ontwikkeling, net als hier in het Westen.

Kees van der Staaij – wat zei hij nou?

Na alle commotie om de uitspraken van Kees van der Staaij over zijn standpunten ten aan zien van abortus, ook na een verkrachting, even een terugblik, ook al is er inmiddels geloof ik geen enkele journalist of politicus die er nog mee bezig is. Al bij het zien van het bewuste interview op RTLZ met Frits Wester was ik stomverbaasd dat één zin zo’n eigen leven is gaan leiden. Wat van der Staaij bedoelde te zeggen, dat het minieme aantal zwangerschappen dat voortkomt uit een verkrachting (in een tussenzin kwam toen die onhandige opmerking, die niet te onderbouwen is) niet als een excuus mag dienen om de 30.000 abortussen per jaar in Nederland te rechtvaardigen, heb ik nergens terug gehoord, behalve in het ND, en RD.

Ik sta helemaal achter van de Staaij in zijn vóór-het-leven standpunt. Dat is een principieel standpunt, voor mij gebaseerd op het christelijk geloof. Dat bepaalt hoe ik tegen menselijk leven aankijk: als een groot wonder en mysterie dat door God geschapen en geschonken wordt en waar wij niet zelf aan mogen komen, niet aan het begin, niet aan het einde.

Meestal wordt dat gelezen als – dús ben je (als een soort masochist) voor het lijden, voor handicaps, voor allerlei ellende. Jouw God is wreed want Die wil blijkbaar graag dat er gehandicapte kinderen en uitzichtloos lijdende demente mensen bestaan.

Maar die conclusie is onjuist. Vandaar dat de pro-life beweging liever die term  graag hanteert: vóór het leven! En dan inclusief de kwetsbare kant ervan. Ook vóór de gehandicapte mens, de gehavende mens, de gedeukten en gebutsten, in onze ogen althans. God is absoluut geen wrede God, maar is liefdevol nabij en dat ervaart een mens júist, vreemd genoeg, wanneer het leven zwaar wordt door het lijden, in welke vorm dan ook. Die liefde, de existentiële steun en het méé-lijden van mensen om je heen kent alleen diegene die er door heen is gegaan, of er nog middenin zit. (Zie bijv. mijn vorige blog van een moeder over haar gehandicapte zoon Job)

Het is de paradox van het lijden dat we als gevolg van handicaps, lichamelijk of psychisch, pas werkelijk de liefde van God leren kennen. Niet in de vorm van een ‘wat ben ik blij, wat ben ik blij’ euforie, maar in de tastbare, bijna zichtbare vorm van de naastenliefde die we dan ondervinden. De onbaatzuchtige betrokkenheid van zoveel mensen om je heen, van hulpverleners en vrijwilligers.

Dus, nooit en te nimmer abortus? Nooit en te nimmer een euthanasie? En fijn wat lijden inplannen? Nee, natuurlijk is dat onzin. In principe geen opzettelijk doden van menselijk leven, nee. Je zoekt dat niet op, dat komt op je pad. Pas dan is er de bewuste keuze vóór het leven met een beurse plek.

Zelfs geen abortus na een verkrachting? Ik zeg niet automatisch, ja dan wél natuurlijk. Lost meer geweld op wat met geweld ontstaan is? Als de verkrachter niet gedood wordt, waarom het onschuldige kind, dat als gevolg van die wandaad ontstaan is dan wel? Zou het dragen van die vrucht ook niet aan heling kunnen bijdragen? Het is een vraag die gesteld mag worden. Ik ken een prachtig mens dat ontstond tgv een verkrachting en door de moeder op de wereld is gezet en vervolgens afgestaan ter adoptie. Tot grote vreugde van ouders en huidige partner en kinderen.

Op principes mogen altijd uitzonderingen gemaakt worden. Dat zijn dan noodsituaties. Die zijn er altijd geweest en daar is altijd ruimte voor geweest. Zowel aan het begin als aan het einde van het leven. Maar als je uitzondering tot wet gaat maken, dan is er geen norm meer en wordt de wet tot dictatuur, waarop géén uitzonderingen mogelijk zijn.

En dan sta je als Kees van der Staaij opeens volop in het nieuws en krijg je emmers met bagger over je heen. Jammer. Sterkte voor alle pro-life politici! Trouwens ook voor de niet-christenen onder hen!

Wel of geen echo?

Via Facebook las ik deze blog, inmiddels gepubliceerd in Linda (tijdschrift). Een zeer lezenswaardig verhaal over een vrouw met een gehandicapt zoontje die steeds de vraag krijgt of ze ‘dat dan niet gezien hadden bij de 20 weken echo?’

Ik verwijs graag naar haar site. www. Koekemokke.nl

Kiezen?

Een weg kiezen die afwijkt van het gemiddelde is eng en moeilijk. Kuddedieren die we zijn als mensen, voelt het gewoon beter om te ‘passen’ in je omgeving. Anders zijn vraagt energie en moed en ja, wat eigenlijk nog meer? Vooral ook niet belangrijk vinden wat anderen denken of zeggen. En hoe moeilijk is dat niet?

OK, dat zijn al genoeg redenen om te blijven steken in je leven. Liever meer van ‘hetzelfde’ en passen bij jouw groep en daarmee verder leven, maar wel een vaag gevoel hebben dat je ‘mislukt’ bent, dan datgene te doen waar je wellicht constant bij moet uitleggen waarom, en hoe dan en wat dan als er dit en wat dan als er dat gebeurt, enzovoort. Vragen waar je zelf nauwelijks een antwoord op weet. Je hebt misschien minder aanzien, minder geld, minder luxe, minder vul zelf maar in. En toch.

Maar is zo’n keuze altijd te maken? Het leven is toch veel te weerbarstig om te ‘kiezen’ voor de ideale situatie waar al je talenten tot groei en bloei komen en waar je ondanks alles je ‘helemaal op je plek’ voelt?

Dat is meestal het volgende excuus om te blijven zitten waar je zit. Het wordt toch niks. Laat maar. Ik heb nu zekerheid, vastigheid, weet waar ik aan toe ben, ik heb mijn verantwoordelijkheden en ga zo maar door.

Dat is gewoon ook helemaal waar. De boeken van beroemde goeroes waarin je in 10 stappen leert je van niks of niemand wat aan te trekken en gewoon je eigen plan te trekken worden gretig gelezen (het lijkt zo heerlijk) maar er zijn maar weinig mensen die het ook in praktijk (kunnen/durven) brengen. Het is allemaal niet zo simpel als ze je willen doen geloven. Eigen ervaring.

Maar wat dan? Vaak weet je zelf al heel lang dat de weg waar je op zit niet de juiste is. Ik heb het nu vooral over werk. Je weet het vanwege de sloten energie die het opzuigt, de onvrede die je bijna lijfelijk ervaart. Ik had het er over met mijn buurvrouw vanmorgen die net haar baan had opgezegd als docente. Ze combineerde die met een praktijk als coach en aanvankelijk leek het elkaar goed aan te vullen, maar na verloop van tijd voelde het steeds zwaarder, o.a. ook door de toenemende (administratieve) werkdruk in het onderwijs. Je weet het al lang, zei ze en toch volgt zo’n beslissing dan vrij radicaal en plotseling. Ik káp er mee!

Dat is ook wel mijn eigen ervaring. Terugkijkend zie je vaak dat je om allerlei redenen blijft hangen, collega’s, geld, twijfel, maar in feite weet je, dit loopt op niets uit. De beslissing te stoppen is dan een bevrijding. En daarna de vraag: En nu?

Ik heb altijd veel gehad aan de raad van een wijze oudere christen vriend: Als je God wilt zien handelen in je leven, moet je wel in beweging komen. Het is maar een beeld natuurlijk want God is niet van mij afhankelijk. Maar zo werkt Hij wel meestal. Maak een keus en leg die in Gods Hand en sla de richting in die je zelf denkt dat het beste is en bij je past. God stuurt het wel bij.

En als je dan heel anders kiest dan de meeste mensen in je omgeving? Die succesvol zijn of hoogopgeleid, of wellicht juist niet. Die niet werken of juist wel. Dan wordt het nog belangrijker om je keus met God te maken. Het is Zijn weg met jou. Het is Jouw weg met Hem. Punt. Die vrijheid is er in Hem. En om met Henri Nouwen te spreken: je bent niet wat je doet of wat je hebt, je bent Gods geliefde kind vóór alles. Dat is een rustplek waar je iedere dag opnieuw mag starten.

Ik heb tot op zekere hoogte makkelijk praten omdat mijn dagelijkse leven niet van mijn inkomen afhangt.Ik ben benieuwd naar ervaringen van anderen, die worstelen met toekomst- of carrièrekeuzes. Wat telt er voor je, hoe maak je je overwegingen? Is een maandsalaris uiteindelijk het belangrijkst, of telt geld dan toch minder? Vaak zit je al zo vast in veel verplichtingen dat ‘beweging’ onmogelijk lijkt. In hoeverre mag je dan toch vertrouwen op Gods hulp en leiding?

Spinnen, naaktslakken en de was

Toen ik vanmorgen eindelijk weer eens de stofzuiger ter hand nam kwam ik ze tegen: spinnen en spinnenwebben, overal, in de hoogte langs de plafonds en deuren. En laag, langs de vloer. En van die stoffige in elkaar geschrompelde nestjes met ongedierte in vlokkerige, witte coconnetjes en verder nog wel meer niet nader te definiëren beestjes. Heerlijk zo’n stofzuigerslang, met één grote zuig alles naar binnen.   Een poos niet zuigen geeft veel meer bevrediging wanneer je het eindelijk wel doet. Straks wel even de zak eruit halen, bedenk ik me nu.

Toen ik eindelijk vanmorgen de tuin weer eens ging opruimen en hoopvol tussen de bladeren van de vrouwenmantel zocht naar eventuele knoppen (ik heb ze laat geplant) zag ik ze: Naaktslakken. Vieze, bruine, glibberige, licht geribbelde,  op een bedje van oranje slijm rustende slakken. Naakt gespuis. Met een tang heb ik ze verwijderd. Mijn stofzuiger zou er te verstopt van raken. In de GFT bak ermee en deksel dicht.

Toen ik eindelijk vanmorgen weer eens een was ging draaien vond ik ze. De sporen van mensen in mijn huis in de vorm van handdoeken (en lakens). Stapels. De kleinzoons hadden een handdoekenparadijs gemaakt. Geen idee waar het vandaan kwam dat idee, maar het waren wel veel handdoeken op het terras naast het zwembadje. En de badhanddoeken van het strand vol zand. En de handdoeken van de dochters en vriendin die na het zwemmen nog even lekker gedoucht hadden. En de handdoeken van de logé’s. Ik telde er vijftien in totaal. Hier bood noch tang noch stofzuiger een oplossing. Alleen het gat van de wasmachinedeur.

Van de positieve kant bekeken, spinnen eten muggen en die zijn er hier veel, langs de IJsselsteinse sloot. En die handdoeken (wat heb ik er eigenlijk ook veel van) duiden op geliefden die hier heerlijk hebben genoten van tuin, zwembad  en douche. Daar heb ik ze immers voor?

Maar die naaktslakken. Daar heb ik nog geen positieve duiding voor.

Het leven kan zo vermoeiend zijn, voicemail instellen….

Ik heb het niet over de grote dingen, waar je meestal op wonderlijke wijze kracht voor ontvangt, maar over die kleine stomvervelende klusjes die zo tijdrovend zijn dat je er het liefst helemaal niet aan begint.

Al enkele maanden klagen bellers dat onze voicemail het niet meer doet. Inderdaad erg vervelend. Ik vind het ook altijd prettig een boodschapje achter te kunnen laten. Ik denk dus al even lang, daar moet ik eens naar kijken. Een poging gedaan door op allerlei knopjes te drukken via het menu van mijn vaste telefoon, zonder resultaat. Hmm, later nog maar een keertje kijken.

Vanmorgen dacht ik nu zal’t wezen. Via een bepaald nummer opnieuw een boodschap ingesproken, * ingedrukt, nu moet ’t toch goed zijn. Bellen met mijn mobiel, heeeeel lang laten overgaan, geen stemmetje.

Tja, ligt het aan de telefoon, aan de telefoondienst, is er een kantoor dat Voicemail heet dat ik bellen kan? Onze provider gebeld. Inmiddels zeker 45 minuten later. Vrijwel direct contact (hoera, dat is wel anders geweest) en ik krijg de helpdesk. Dat voelt altijd goed. Dat zijn slimme jongens en aangezien Caiway een imago probleem had zijn ze uiterst vriendelijk en behulpzaam. Probleem uitgelegd, hij kan zien wat er aan schort, doorschakelen naar Voicemail service staat op 65 seconden. Lekker, dat houdt geen mens vol natuurlijk.

Kan dat aangepast worden door hen? Ja hoor, geen probleem, als ik even uw wachtwoord en gebruikersnaam mag van MyCaiway. Gloeiende nog aan toe, wat is in VREDESNAAM mijn wachtwoord? Gebruikersnaam bij Caiway?? Enigzins radeloos vraag ik of ik het ook zelf kan oplossen wanneer ik die ellendige codes ergens gevonden heb. Ja, dat is makkelijk. Zus en zo, dat is binnen een seconde gepiept.

Nee dus. Want we hebben werkelijk geen idee waar we dat wachtwoord hebben bewaard. Echtgenoot schiet in een aanval van zelfkastijding. ‘Ik heb een lijst van 100 wachtwoorden en codes op mijn PC (allemaal  onleesbaar voor anderen) en net deze ENE CODE staat er niet tussen!’ En hij slaat met zijn vuist op zijn been.

‘Wachtwoord vergeten’ doen lukt niet want je moet je gebruikersnaam weten.

Ach ik bespaar jullie alle verdere kreten en frustraties. 90 minuten nadat ik onschuldig even mijn voicemail wilde aanpassen zijn we eindelijk zover dat ik op MyCaiway kan.

Jullie kunnen weer een boodschap inspreken, hoor!

Een dagje dierentuin- Ouwehands Zoo

Een dierentuin heeft iets dubbels. Sinds jaren bezochten we gisteren met onze kleinzoons van 19 maanden, 4 en 7 jaar Ouwehands Zoo in Rhenen. Ik vond het leuker dan verwacht. Lekker ruim, veel te zien, leuke speelplekken voor de kinderen. Ruime plekken voor de dieren. We zagen prachtige vogels, papegaaien en roofvogels, de meest waanzinnig gekleurde vissen, zo mooi, watermonsters, krokodillen. Vederlichte sterrekwalletjes, beren in het Berenbos (opgekocht in Oost-Europa, waar ze hun dansjes deden op straat), tijgers (slapend op hun zij), gorilla’s en orang oetans, olifanten, giraffen (die ógen..zo overweldigend donkerzacht als fluweel en doordringend).

Dus, ja ik heb met plezier rondgelopen, langer dan ik van te voren had ingeschat. De jongens hadden er plezier in, weten ook veel van dieren en vonden het fascinerend om van alles te herkennen en aan ons te vertellen. Kris (4 jaar) had het recente referentiekader van Madagascar 4. Alle dieren uit de film die hij tegenkwam kregen een naam. ‘Dat is die en die!!’ Ondanks het feit dat het een tekenfilm is krijgen ze er toch aardig wat dierenkennis in mee. Maar ze leren ook veel uit boeken. Niek (7) heeft dikke boeken met plaatjes van roofvogels, slangen en reptielen en Kris leert met hem mee. Ze weten meer dan ik!

Dubbel blijft voor mij dat hier dieren in gevangenschap leven die eigenlijk in de vrije natuur horen te zijn. Ter lering en vermaak van mensenkinderen zitten ze daar in krappe omstandigheden, hoe mooi die verder relatief gezien ook zijn.

Ik weet het niet. Het is leuk, leerzaam en de dieren worden goed verzorgd, geen twijfel aan, maar toch. Dubbel dus.

PS Een dagje dierentuin kost: €67,00, exclusief ijsjes en koffie. Ik had wel netjes zelf boterhammetjes meegebracht..

Dagboek van een verhuizing – inmiddels al 2012

Ik moet het maar gewoon toegeven. Mijn ziel is nog steeds niet helemaal geland in het IJsselsteinse waar ik nu anderhalf jaar geleden naar toe verhuisde vanuit Scheveningen.

Nee, ik klaag niet, ik ben blij, blij, blij met huis en uitzicht. Echt. Maar toen ik door de Stevinstraat reed vorige week, na een dagje strand en ‘mijn’ huis zag met ‘mijn’ rozegroen pronkende salixboompje in de voortuin en het gevoel kreeg dat er vreemde fietsen voor ‘mijn’ huis stonden, kreeg ik het echt even te kwaad. Wat is dat raar, zeg.

Dobberend op de golven aan het Scheveningse strand hoorde ik de meeuwen krijsen en herinnerde me hoe ik een bloedhekel aan die beesten had gekregen omdat ze me altijd ’s ochtends vroeg wakker maakten. Nu klonk het weer als muziek in de oren.

Scheveningen blijft Scheveningen. Prachtig, foeilelijk, steenrijk, verloederd, verstild en overvol, eindeloze ruim met de voortdurende aanwezigheid van de oceaan en volgebouwd met zestiger jaren monstrueuze gebouwen. Het hoort allemaal bij elkaar.

Ik heb mijn hart verpand aan Scheveningen. Het is niet anders.