I become so happy watching stuff like this: Building or making something beautiful from scratch…
10 tips voor de Kringloop fans
Een link naar de Engelstalige website: A Beautiful Mess . Geweldige site. Deze link verwijst naar een post met 10 tips voor wie vaak bij de Kringloop komt.
MIJ – Waarin een klein museum Groot is
Al weken had ik me voor genomen naar Museum IJsselstein te gaan, na de verbouwing in 2012. MIJ heet het lekker kort en krachtig tegenwoordig. Ik ben er eerder geweest, met de kleinzoons zelfs en had er een leuke herinnering aan. Toegankelijk, mooie verhalen over het verleden en, wat vooral de kleinzoons leuk vonden, je was er zo doorheen.
Groot in: Overzichtelijkheid
De verbouwing was alweer een tijdje klaar en de titel van de expositie die er nu gehouden wordt intrigeerde me. In de Wolken. Foto’s, installaties, schilderijen van wolken, luchten en water. Alleen de woorden maken me al vrolijk. Binnen, bij de receptie ook nog de onverwachte mededeling dat mijn museumkaart geldig is. Meestal is dat niet het geval in plaatselijke musea. Bonus dus. Expositie linksaf, IJsselsteins straatje gelijk rechts.
Trouw aan IJsselstein als ik ben, begaf ik me opnieuw in het IJsselsteinse geschiedenisstraatje. Misschien was er nog iets nieuws en anders kon ik weer proberen de relatie tussen de Gijsbrechten van Aemstels, de van Egmonds en de Oranjes te ontwarren.

Want ja, IJsselstein is een baronie, al eeuwen en ooit was Willem van Oranje baron van IJsselstein. Zijn nazaat, onze koning, is dat ook. Het paard dat hem traditiegetrouw geschonken werd bij zijn troonsbestijging, schonk hij ruiterlijk aan een kinderboerderij hier in het stadje. (Voor de geïnteresseerden hier een link naar een beknopte geschiedenis van het stadje)
Groot in: Weinig prehistorie
Het straatje start bij ‘de prehistorie’. Welja, de geschiedenis gaat dus nog verder terug. Er is hier zelfs een Romeinse grafheuvel gevonden. Eerste vitrine. Nog wat meer potten, scherven en roestige objecten in de tweede vitrine en daarna gaat het snel naar de middeleeuwen en verder. Kijk, dat is dus een grootsheid in een klein museum. Je bent niet verplicht uren door te brengen op een archeologische afdeling. Ik vind archeologie boeiend, vooral verhalen over hoe het eruit gezien zou kunnen hebben. Maar na twee á drie vitrines met gebroken schotels en potten ben ik klaar. Ze zien er over de hele wereld (in mijn lekenogen!) hetzelfde uit.
Maar dan de vitrines met ‘echte’ geschiedenis! Kleding, meubels en gebruiksvoorwerpen! Daar smul ik van. MIJ is beperkt maar geeft toch een inkijk in het leven van de IJsselsteiners door de eeuwen heen. Ook wat hun beroep en ambacht betreft. Al die wilgenbomen hier, geen wonder! De moerassige Lopikerwaard werd ontgint en langs de rivieren en sloten groei(d)en de knotwilgen in overvloed. De mensen hebben er eeuwen van geleefd. Kinderen hielpen al met het (schillen) van wilgentenen. Hele industrieën ontstonden. Mandenvlechters, touwslagers, alles werd gemaakt dat van het materiaal gemaakt kon worden.
Kwaliteit
Na van de geschiedenis weer genoten en geleerd te hebben, vervolgde ik met In de Wolken. Zeer minutieus geschilderd werk van (Utrechtse kunstenaar) Daan de Jong, gemaakt naar aanleiding van uitgebreide documentatie tijdens vakanties en reizen, van landschappen en wolkenluchten. Een drieluik van prachtig, uitvergrote fotobeelden van het IJsselmeer van Wout Berger, gemaakt vanuit zijn slaapkamerraam, gedurende één jaar. Foto’s van interieurs met daarin kunstmatig gecreëerde wolken, die net op het juiste moment zijn vastgelegd, voor ze weer verdampten. IJl, des te meer zo vanwege de hoge of kale interieurs (Berndnaut Smilde). Van JCJ Vanderheyden (leuke video), schilderijen van blauw/witte/zwarte vakken die, zoals de maker achteraf ontdekte, gezichten op wolken blijken te zijn vanuit een vliegtuigraam. En geinige (wolk)installaties van veelzijdig kunstenaar-architect John Körmeling. Marisca Voskamp bedacht een adem-mee installatie. Van plastic zakjes met lucht (ingeblazen door de museumbezoekers) maakt ze een groeiende wolk.
Het meest indrukwekkende vond ik het enorme landschapsschilderij van Daan de Jong. Te zien is een bergketen met daaronder een meer, aan de oever een stadje en links erboven naderende onweerswolken. Naast het schilderij staat een muziekinstallatie. Terwijl je kijkt kun je luisteren naar een pianoconcert van Ferruccio Busoni (had ik nooit van gehoord). De schilder geeft suggesties welke track bij welke onderdeel van het schilderij past. Ik heb zeker een kwartier bij het schilderij gezeten, al luisterend en kijkend. Ik denk dat het beeld voor eeuwig vastligt in mijn hersenen. Fantastische ervaring.
En toen stond ik weer buiten. Na het kopen van een paar leuke kunstkaarten van Ijsselstein. Mijn bezoek meer dan waard. Ik voelde me blij met Ijsselstein. Klein stadje, maar rijk met een eigen museum, bioscoop, theater, zwembad en bibliotheek.
Willem-Alexander mag trots zijn op zijn titel: Baron van IJsselstein.
De muziek:
Vrouw van een dominee 8, Koffie of thee?
Ik had laatst een afspraak bij een specialist. Hij heeft een praktijk aan huis, vertelde de dame die de afspraak met me maakte door de telefoon. Ik zette mijn fiets tegen een boom en zocht bij het huis met het juiste nummer naar de patiënten ingang. Die was er blijkbaar niet. Er was maar één deur, de voordeur. Naast de voordeur zat een naamplaatje met de naam van de arts, die ik herkende. Maar verder geen aanduiding van zijn beroep. Er stond namelijk familie NN. Ik twijfelde of de praktijk toch niet elders zou zijn, maar adres en naam klopten exact.
Enigszins in verlegenheid belde ik toch maar aan. Door het raam van de woonkamer zag ik iemand in beweging komen. Misschien personeel met koffiepauze, dacht ik nog. De deur werd geopend door een vrouw. Ze liet me binnen, nam vriendelijk mijn jas aan en wees naar de gang, ik kon doorlopen. Automatisch zocht ik een deur met het bordje wachtkamer. Maar de vrouw haalde me in, liep voor me uit, een kamer in en verwachtte duidelijk dat ik haar zou volgen. Het verbaasde me dat ik zo persoonlijk ontvangen werd. De vrouw zou wel de assistente zijn, maar zoals ze mijn jas had opgehangen aan de kapstok en me zo hartelijk ontving..Dat had ik nog nooit eerder meegemaakt bij een arts of hulpverlener. Vreemd.
De dame wees me een stoel en wat ongemakkelijk ging ik zitten. Ik was namelijk in de woonkamer terecht gekomen. Daar bestond geen twijfel over. Leuk en comfortabel ingericht. De tv stond aan, met het geluid uit. Ik was duidelijk aan het storen. De vrouw, ze moest wel de echtgenote van de arts zijn, zei me dat ik nog even geduld moest hebben. De vorige afspraak van haar man was uitgelopen. Of ik misschien een kop koffie wilde tijdens het wachten? Thee kon ook. Ze liep al richting de keuken toen ik op de gang stemmen hoorde. De voordeur opende en de patiënt voor me liep langs het raam richting haar auto. De arts stak zijn hoofd om de hoek van de deur: ga je mee? Uit de keuken riep zijn echtgenote dat ze de koffie wel boven kwam brengen.
Ik was in een soort artsenparadijs terecht gekomen, dacht ik, terwijl ik achter de arts aan de trap op, naar boven liep, richting zijn praktijkruimte, die ergens naast de slaapkamers was. Ik voelde dat ik inbreuk maakte op de privacy van deze mensen, maar kon het ook niet helpen. Blijkbaar vond deze specialist het zo prima. Privé en werk met elkaar verweven.
Bovenstaande situatie is natuurlijk fantasie. Bij mijn weten hebben alleen predikanten lange tijd hun beroep uitgeoefend zoals boven beschreven. Ergens, in een tot studeerkamer omgebouwde slaapkamer, op de eerste of tweede verdieping van hun huis. Bezoekers moe(s)ten dwars door het huis, soms onder de was aan het wasrek door, en over de rommel heen van kinderen of tieners.
Tegenwoordig is er steeds meer sprake van studeerkamers buitenshuis, of gescheiden van de privé woonsituatie. En dat is een enorme verbetering. Ik kan het weten, want ik ben een ervaringsdeskundige.
Ik ben gastvrij van nature. Vind het ook niet moeilijk om af en toe een praatje te maken met deze of gene. Maar de voortdurende verweving van werk en privé in het leven van een predikant en zijn gezin, is niet goed voor een mens. Dan lag ik lekker lui (eindelijk, na mijn werk) op de bank een detective te kijken, kwam de afspraak voor mijn echtgenoot van negen uur al om half negen, (koffie of thee?) Of de afspraak van zeven uur moest na afloop van gesprek of catechisatie wachten op een lift, die dan pas na een halfuur op kwam dagen (koffie of thee?). Of echtgenoot wachtte tot de koffie was doorgelopen en bleef met het bezoek een halfuur beneden plakken (koffie of thee?).
Koffie of thee, hoe vaak heeft dat zinnetje niet uit mijn mond geklonken?
Goeie afspraken maken aan de keukentafel. Wie doet de deur open? Wie zet de koffie of thee? Een koffiezetapparaat in de studeerkamer is al een hele verbetering. En een elektrische waterketel voor de theeleuten. Het vergt voorbereiding. De spullen moeten er staan. Een voorraad kopjes en glazen. Het lijkt simpel, maar vereist toch enige doordenking. Het zou voor ons beter zijn geweest. Beter nog een aparte studeerruimte die niet middenin het zenuwcentrum van ons huis lag, met een dunne wand gescheiden van slaapkamers van kinderen of mezelf.
Er is nu aandacht voor. Uit het oogpunt van professionaliteit. Of privacy. Of om, door scherpere scheiding tussen werk en privé, een burnout te voorkomen.
Maar ook voorheen zouden velen met mij zich vreemd gevoeld hebben om door de vrouw van hun arts (of andersom bijvoorbeeld)ontvangen te worden en ergens boven in het huis een consult te krijgen naast de slaapkamer van de kinderen.
Waarom vonden we het toch zo gewoon van een predikant? Ik zou graag reacties krijgen. Vooral collega predikantsvrouwen! Ben erg benieuwd naar jullie ervaringen hierin. Als ik het zo opschrijf lijkt het egocentrisch en liefdeloos, maar ik ben ervan overtuigd dat het geen goede situatie was. Is het nu beter? Het was niet alleen zo omdat ik niet werkte, bijvoorbeeld, want dat deed ik wel, vanaf midden jaren negentig. Het had (heeft?) echt te maken met de toch weinig geprofessionaliseerde wijze van bezoekers ontvangen. Het ontbreken van een wachtruimte, het ontbreken van faciliteiten voor koffie/thee, het ontbreken van een goede werkruimte.
Ik raad alle aanstaande predikanten met hun vrouwen aan alleen een studeer/werkruimte in de pastorie te accepteren, mits die een eigen ingang heeft, met mogelijke wachtruimte. Het is echt een voorwaarde voor gezond en vrolijk predikantsvrouw zijn!
En dan kun je zelf de tijden bepalen waarop je met plezier aan je bezoek uit de kerk de vraag kan stellen: Koffie of thee?
Twijfelstapel
“Je hebt er geen batterijen of snoeren bij nodig; je hoeft er geen onderhoudscontract voor af te sluiten; het is lichtgewicht, recyclebaar en biologisch afbreekbaar; het is draagbaar en kan moeiteloos de trein, de auto,de bus, het vliegtuig, je bed zelfs; het is geruisloos dus geen geratel, gebrom gezoem of gepiep; je hoeft er geen gebruikerscodes of wachtwoorden bij te onthouden, hebt er geen modem voor nodig en blijft telefonisch bereikbaar; voor een paar tientjes per maand kun je er onbeperkt gebruik van maken; je wordt niet bestookt met pornografie, oplichterstrucs of spelfouten; je hoeft er geen speciaal meubilair voor aan te schaffen en het zal Bill Gates geen cent rijker maken’. Uit: ‘Denken voor de spiegel’ van Neil Postman, mij verder onbekend.
Wat je natuurlijk nooit moet doen wanneer je boeken aan het opruimen bent, is erin gaan zitten lezen. Dat is vragen om problemen. Van de stapel boeken die ik apart had gelegd om ze eventueel via Facebook of aan vrienden te slijten pakte ik, zonder er bij na te denken, er eentje op en begon te bladeren.Techniek tegen het licht. Zo’n boekje dat je koopt omdat het uitgegeven wordt door je krant en om diezelfde krant (Nederlands Dagblad) te steunen. En ook omdat het interessant lijkt. Eenmaal in huis komt het er niet van om het te lezen. Ik ben meer van de romans of biografieën. Zo kwam het uiteindelijk op de twijfelstapel: niet zomaar naar de Kringloop, maar een ‘hoger’ doel.
Al bladerend stuitte ik op het bovenstaande citaat. Het gaat daar om de krant. De krant als oud communicatiemiddel dat zoveel voordelen biedt boven digitale info. Ik denk nog geschreven vóór het tijdperk van de digitale kranten en ook voor het bestaan van wifi en tablets wat het lezen van kranten vergemakkelijkt in openbaar vervoer en zelfs in bed. Wat mij trof was vooral een citaat, verderop in het artikel, over het verschil tussen kennis en informatie. Via de moderne media komt een onafzienbare stroom informatie op je af waar je van duizelt. Zoveel feiten en losse brokken info zonder context, dat je er kotsvol van zit zonder er veel mee op te schieten. Kennis, zegt diezelfde meneer Postman, verschilt van informatie in dat het georganiseerde informatie is. Het is info met een doel. Het is ingebed in een kader. Omdat je iets van voeding wil weten of geschiedenis. Dan vallen de feiten op hun plek. En krijgen samenhang. En daar komt de onmisbare rol van de krant in zicht. Een goeie kwaliteitskrant zal daarmee bezig zijn. Afhankelijk van hun levens- of maatschappijvisie zullen kranten o.a feiten duiden en gebeurtenissen een plaats geven in een groter geheel van dingen. Economisch, historisch, cultureel of godsdienstig. Hèt grote verschil dus tussen een site als Nu.nl of Nos.nl en bijvoorbeeld een krant als het ND of Trouw of NRC Ik zeg: Groei in kennis, steun de krant en neem een abonnement! Vóór ze verdwijnen. Oh en trouwens, heeft iemand nog interesse in het boekje? Want daarom lag het op de stapel.
Het raadsel mens – toch weer de zee
Op een gegeven moment in je leven bereik je een plateau. De hevige stormen van de puberteit en adolescentie zijn achter de rug, de kinderen zijn geboren, de hormonen komen tot rust. En vóór je ligt het effen pad van de middelbare leeftijd. Niets geen grote gebeurtenissen meer, het leven is in principe af en nu ga je ervan genieten. Hoop je althans, want diep in je hart is er wel de angst dat het rond die tijd erg saai aan het worden is. Niets meer om naar uit te kijken immers? Oh wacht, kleinkinderen, ze zeggen dat dat erg leuk is. Maar dat moet je natuurlijk maar afwachten.
Zo ongeveer was het beeld dat ik had van het verloop van mijn leven toen ik, wat zal ik zeggen, een twintiger was? Ik weet het niet precies, want ik wist ook niet dat ik er zo over dacht. Dat zijn vaak verborgen ideeën die je je pas realiseert wanneer het leven anders loopt. Dan denk je opeens: hè? Dit klopt niet! Hoezo niet, vraagt men dan. Nou, omdat…, en dan komt het hoge woord eruit. Dan blijkt opeens dat je allemaal uitgewerkte beelden met je meedraagt die je op de een of andere manier in je onderbewuste hebt lopen bedenken. Ergens onderweg meegekregen.
Vreemde gewaarwording is dat, vind ik. Want de hevige stormen van puberteit en adolescentie blijken, in mijn leven tenminste, helemaal niet halt te houden voor het grenspaaltje van een bepaalde leeftijd. En het hevige gevoel van tekort gedaan te worden, dat je als kind doet uitbarsten in luid gekrijs, is er af en toe gewoon nog steeds! Even sterk, maar je krijst het niet meer uit natuurlijk. En stampvoeten heb je ook verleerd. Het zou best lekker zijn, zeg, af en toe!
En dan die vlakke, effen weg van de middelbare leeftijd. Laat me niet lachen. In mijn beleving schiet ik van de ene hobbel naar het volgende gapende gat en net als ik op adem kom zit er weer een scheur in de weg waar ik omheen moet laveren. Middelbaar klinkt zo rustig, zo evenwichtig, zo gemiddeld. En dat voel ik mij zelden. Ik begin nu te hopen dat de meeste middelbaren verborgen onrust kennen. We lijden misschien allemaal wel een beetje onder het verplichte imago van bereikte rust en wijsheid.
Het raadsel mens. Daar komt het op neer. Leven zoals je denkt dat het hoort kan voor veel narigheid zorgen. Ik weet dat uit ervaring. Er is een verschil tussen leven vanuit een overtuiging en dan handelen volgens die overtuiging of leven vanuit wat je denkt dat anderen vinden dat juist is. Iedereen heeft wel ervaring met de spanning tussen die twee. Meestal hoef je daar niet zo bij na te denken,maar als je vast loopt moet je wel.
En het gekke is dat ik meende dat je tegen de tijd dat je middelbaar was op dat gebied geen vragen meer zou hebben. Dan zou alles klip en klaar en duidelijk zijn. Op alle levensvragen antwoord en met de onbeantwoorde heb je vrede. Zo werkt het dus niet voor mij. Wat dat betreft zie ik eerder een spiraal of een kringloop dan een weg voor me. Vragen of gebeurtenissen die allang aan de orde zijn geweest duiken weer op. Soms ploep, onverwacht, in alle hevigheid. Gebeurtenissen die moeizaam of verdrietig zijn onderga je met ‘gemak’. En de meest triviale tegenslagen ( de koffie is op, je gooit een glas wijn om) brengen soms een vloedgolf aan emotie teweeg.
Inmiddels zullen mijn lezers wel denken dat ik een emotioneel zwaar geteisterd mens ben. Dat ben ik ook tot op zekere hoogte. Al die emoties en gedachten die ik meesleep houden in ieder geval dit blog in stand. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Maar één ding heb ik inmiddels wel geleerd en dat is dan toch echt de vrucht van het ouder worden: Alles gaat weer voorbij. Als je 20 bent kun je dat nog niet denken. Weet jij veel? Maar als je zoals ik de middelbare leeftijd hebt bereikt (kijk ik leer het al!) heb je ondervonden dat ook in het leven er getijden zijn. En zolang de Here Jezus niet terug komt, het eb en vloed blijft. En dat je tijdens de gevaarlijk sterke stromingen wordt vastgehouden door Hem en dat je bij warm weer heerlijk mag spartelen in de golven (ik blijf een watermens)
Maar voor wie kleinkinderen heeft of ze kan lenen van nichten en neven: de vreugde die zij geven maakt eb bijna tot vloed!
The Hamptons – Foto’s
Main Street Southampton,NY. Op de supersnelle hybride fiets maak ik een eerste verkenningstocht.
Mijn logeerhuis voor drie weken bij een van de dochters. Zij werkte tijdelijk in East Hampton, NY, Verenigde Staten.
Opening shop in East Hampton: Malia Mills badkleding en toebehoren
The Hamptons. Beroemd als een verzameling oude badplaatsen op de oostelijke punt van Long Island met vele schitterendere landhuizen, historische panden en de prachtige stranden. Aan de Noordkant de Long Island Sound, een baai, en aan de zuidkant de Atlantische oceaan.
Roger’s Mansion, nu historisch museum in Southampton, maar typerend landhuis voor de omgeving. De high society van New York bezat vaak een tweede (zomer)huis in The Hamptons en beïnvloedde daardoor de samenleving in de kleine dorpen en hun omgeving waar meest vissers, boeren en winkeliers woonden. Tegenwoordig wonen er zomers of in het weekend ook vele beroemdheden, bekend van film en andere media. Oud en nieuw geld geven een bepaald gezicht aan het gebied.
Mooi voorbeeld van een landhuis pal aan het strand. Dijken en waterkeringen worden moeizaam bevochten door de plaatselijke Trustees omdat veel eigenaren eigen oplossingen bedenken en de openbare veiligheid minder belangrijk vinden. De kleine dorpscomités kunnen vaak niet opboksen tegen het grote geld van de oude families en de beroemdheden die zich langdurige rechtszaken kunnen veroorloven.
Thomas Halsey huis, een van de eerste woningen in Southampton, gebouwd in het midden van de 17e eeuw
Shinnacock Bay Southampton and Accabonac Harbor bij East Hampton
Veel van de oorspronkelijke namen van de Native Americans stammen (wij noemen ze nog Indianen)zijn behouden. Gebieden op Long Island werden rond 1640 ‘gekocht’ van Indiaanse stammen die daar gedurende de zomer hun woongebieden hadden.
Plaatselijke competite: grootste clam (kokkel) en de lekkerste clamchowder. Drie uur gratis oesters eten, zo uit de zee. Je moet er van houden. De rauwe kokkels waren nog wel lekker. Met saus!
Jackson Pollock en zijn vrouw Lee Krasner behoorden tot de beroemd geworden leden van een kunstenaarskolonie die zich in de jaren 40 van de vorige eeuw in de buurt van East Hampton vormde, in het plaatsje Springs. De dorpswinkel is nog geheel in oude stijl bewaard gebleven. Op de foto’s huis en studio van de Pollocks.

‘druppel’ schilderijen, waarbij hij de verf willekeurig liet druppelen op een doek dat op de grond lag. In het Parrish Museum in Watermill zag ik ander werk dat ik erg mooi vond. Foto boven, Pollock (rechts voor) en enkele beroemde collega’s.
Heerlijk schoon Amerika. Hier tenminste en in andere steden die ik ken. Geen hondenpoep!
Onder: heerlijke lunch bij Barbara Albright (85) met pompoen en herfstthema. Pompoenen, chrysanten en mais, geliefd decoratiemateriaal in de herfst.
Moet het feestje blijven?
Moet hij blijven of niet? En als hij blijft moet het dan in het geel, in het zwart of toch liever rood? Allemensen, er is wat afgeredeneerd in de afgelopen weken! Ik heb nog nooit zoveel over Sint en vooral Piet gelezen als de laatste maand. Wel slaaf, geen slaaf, wel racistisch, onzin, niet racistisch! Schoorsteenveger, slaaf, knecht, oer-heidens figuur dat al bestond voor de christelijke jaartelling, wat hebben we ons uitgeput om onze cultuur te verdedigen of juist niet. Je moet goed uitkijken in welke kringen je je begeeft voor je uit durft komen voor je mening. Ben je tegen Zwarte Piet, oei, pas op want je krijgt twee miljoen Piet-moet-blijven Nederlanders over je heen. Moet Piet blijven? Let op want de anti-Piet beweging is fel en niet gevoelig voor gezelligheidsargumenten. Koloniaal en racistisch is het, klaar!
Ik heb het gehad met de discussie. De situatie wordt me hier te gespannen. Onschuldige oudere, zwarte dametjes worden aangevallen als ze toevallig staan te demonstreren op het Malieveld. Na overleg met Rutte heb ik de VN gebeld. Rutte was het volkomen met me eens. ‘Dit is een situatie die om direct ingrijpen vraagt. We hebben allerlei problemen hier in ons land, economische vooral, maar we hoopten juist dat het Sinterklaasfeest een nieuwe impuls aan de economie zou geven. Daar komt nu niets van terecht. Persoonlijk vind ik Piet wel een leuke traditie maar zo gaat het niet meer’. Dat laatste heeft hij geheel voor eigen rekening gezegd, ik neem daar geen verantwoordelijkheid voor.
Bij de VN moest ik wel lang wachten. Ze hebben daar zo’n automatisch systeem met keuzenummers. Is er sprake van een levensbedreigende situatie, toets 1. Is er sprake van kinderarbeid of mishandeling, kies 2. Is er sprake van een verdenking van terrorisme, toets 3. Is er sprake van uitbuiting of onderdrukking, toets 4. Nou ja, er kwam van alles voorbij waarin ik echter het Zwarte Piet-probleem toch niet helemaal herkende. Ik heb toen maar naar de afdeling voorlichting gevraagd. Ik had nog maar drie zinnen of zo gezegd of ze verbonden me al door met de afdeling Spoedeisende Zaken.
Na het hele verhaal aangehoord te hebben vond de mevrouw van Spoed dat er geen vergadering nodig was. Ze zou onmiddellijk een persbericht doen uitgaan om Nederland te wijzen op haar verantwoordelijkheid. Sint en Piet? Wat is dat voor onzinfeest? Waar halen jullie Nederlanders het vandaan? Een bisschop? Die cadeautjes uitdeelt? En een Zwarte Piet die daarbij helpt? Kom op,zeg! In de hele wereld nemen ze genoegen met Santa Claus en zijn rendieren, maar Nederland moet zo nodig een eigen feestje? Daar gaan we een eind aan maken. Ik probeerde nog te zeggen dat dat voor onze economie niet goed zou zijn, maar daar had ze geen boodschap aan. ‘Het gaat om het principe’.
Weest u dus voorbereid op een Europees Sint en Piet verbod. Heeft u toch wel zin om cadeautjes te kopen, dan kan dat voor kinderen van klanten van de Voedsel/Kledingbank. Die vieren al jaren geen Sint en Piet meer. En dan stimuleert u toch de economie nog wat. Is Rutte ook blij.
Storm, suiker en HIFF
Als een veertje vlieg ik langs Meadow Lane. Op een dunne landtong ligt de schier eindeloze, net nieuw geasfalteerde weg in westelijke richting, aan de zuidkant van Long Island, NY. Ten zuiden van het dorp Southampton, waar ik logeer. Aan de linker kant de Atlantische oceaan, verborgen achter de landhuizen en hun enorme tuinen. Aan de andere kant, wist ik, moest Shinnacock Bay liggen. Aan die kant ook huizen, maar minder veel. Ik kreeg af en toe een glimps te zien van een glinstering van water.
Ik fiets als een speer op mijn hybride en kan niet te veel links of rechts kijken. Ook mijn zonneklep zit enigszins in de weg. Het nieuwe asfalt is als een ijsbaan zo glad en makkelijk begaanbaar. De snelheidsmeter langs de kant (uiteraard niet op fietsers berekent) geeft 20 mijl aan. Ik verklap onmiddellijk dat er windkracht 8 staat. En in mijn enthousiasme ben ik nog niet zo ver om aan de terugweg te denken
Opeens valt alle bebouwing weg en heb ik weids uitzicht op Shinnacock Bay, een uitgestrekt meer, waar langs de kust al vele eeuwen de oorspronkelijke bevolking leeft, de Shinnacock Indianen. Nu op een zeer gereduceerd stukje land, het reservaat.
Shinnacock betekent rotsachtige kust. Indianen zijn, zoals overal langs de oostkust van Amerika en verder, de oorspronkelijke bewoners en veel namen herinneren daar nog aan. Ik blijf het tragisch vinden dat zo’n eeuwenoud volk (ze spreken zelf over duizenden jaren) zo slecht is behandeld en terecht gekomen. Ook hier. Verarmd, verpauperd en vaak, door de casino’s die succesvol door hen gerund worden, ook nog eens gokverslaafd in veel gevallen. Maar dat is een ander verhaal. Vorig jaar heb ik geschreven over de Lakota Indianen in de staat Wyoming.
Het meer is indrukwekkend groot en de storm maakt dat de watermassa voortdurend in beweging is. Het felle zonlicht weerkaatst in het woelende water en maakt de begroeiing van grassen, riet en waterplanten een intens groen en goud. Foto’s geven een impressie maar de schoonheid is niet te vangen. Wat is Gods schepping fantastisch. Op een plankier kan ik ongeveer 500 meter over de begroeiing richting het water lopen. Ik word bijna weg geblazen en hou mijn cameraatje stevig vast.
Ik vervolg uitgelaten mijn weg, Water, het doet iets met me wat geen ander natuurfenomeen voor elkaar krijgt, De weidsheid, de ruimte, de geluiden doen me vrijheid ervaren. De storm nog steeds in de rug fiets ik verder, nu op zoek naar een doorgang naar het strand aan de andere kant. Dat duurt even, maar hé, ik geniet!
Aan het strand laat ik me zandstralen. Zoek nog wat drijfhout en schelpen, maar de oogst is mager. Inderdaad, rotsachtige kust. Er liggen voornamelijk steentjes en stenen hier. Van die prachtig rond geslepen, witte stenen. Ik stop er een paar in mijn rugzak en begin aan de terugweg. Mijn tempo ligt aanmerkelijk lager nu. Ik kijk maar niet meer naar de snelheidsmeter, maar ploeg en worstel verder. Heel in de verte voor me zie ik nog een paar fietsers. Ik leef op wanneer ik merk dat ik ze langzaam inhaal. Dichterbij zie ik dat het een jong stel is. Met grote moeite komen ze vooruit. Ben ik competetief? Welnee. Ik span gewoon de benen nog iets meer in en wiel voor wiel kom ik in de buurt.
Mijn suikerspiegel begint te dalen, ik voel het. De inspanning is aanzienlijk en mijn lichaam merkt het. Maar ik ben nu zo dicht bij mijn doel, verder! Ik haal eerst de vrouw in, tralala. Het lijkt alsof het me geen enkele moeite kost. Met mijn Nederlandse fietservaring heb ik wel geleerd dat het energieverlies is om hevig met je bovenlichaam heen en weer te bewegen. Het gaat om je benen. Als ik de man voorbij fiets begint het zweten. Niet van de inspanning, ja ook, maar meer van de suikerdip. Ik fiets door. Ik laat me nu niet kennen natuurlijk. Gelukkig voor mijn zelfrespect is er een strandopgang, eindelijk, waar ik met goed fatsoen kan afstappen. Het stelletje zwoegt me voorbij, terwijl ik snel drie dextro’s in mijn mond prop.
===============================================================HIFF
In The Hamptons is het jaarlijkse Hampton International Film Festival gaande. HIFF. Eén dag begeef ik me onder het filmpubliek dat me een beetje doet denken aan het publiek van het Oude Muziek Festival in Utrecht. Veel senioren, die naast mij onmiddellijk snurkend in slaap vallen wanneer de film wat langzaam voortkabbelt. Ik overdrijf, maar even om een indruk te geven.
Ik heb twee films gezien, een Franse met Juliette Binoche, sterk maar zeer verdrietig. Camille Claudel 1915. Ik schrijf er een aparte blog over. En een tweede, op goed geluk, die ontzettend leuk en onderhoudend was. Een muziek-documentaire over Marvin Hamlisch. Wonderkind en Juliard School of Music graduate wil geen concertpianist worden maar ontwikkelt zich tot componist van vele, vele musical songs. Ik had nog nooit van de goede man gehoord, maar de documentaire was fantastisch.
Met een lunch samen met iemand van Grace Church en dinner met dochter en haar collegaatje, had ik een ware Hamptons day…I was sooo busy!
Kayakken, kokkels en Jackson Pollock
Wat een dag gisteren. Eerder in de week was ik uitgenodigd door Lynn, iemand van Grace Church, de kerk die ik bezoek terwijl ik in de Hamptons logeer, om mee te gaan kayakken. Een kerkuitje. Na de dienst. Er is maar één dienst op zondag en de dochter bij wie ik logeer werkt op zondag, dus het leek me een leuke manier om de rest van de dag door te brengen. Tenminste, wel met enige aarzeling want ik heb nog nooit van mijn leven gekayakt. Wel ’s geroeid, maar dat is het zo’n beetje.
Maar de unieke gelegenheid om door de Accabonac Harbor te drijven, op een herfstige middag, in het gezelschap van een stel aardige mensen die alles van de omgeving weten, trok me geweldig. Wat te dragen? Korte broek, zwempak want je gaat wel eens ondersteboven (oh nee, wil ik echt wel?). Droge kleren voor daarna.
Nu zouden we eerst naar de kerkdienst, dus ik had me redelijk netjes aangekleed. Ook al omdat mijn begeleidster, Lynn, eerst naar een ander event moest als Trustee van de gemeente East Hampton. Ik meende me daar enigszins keurig voor te moeten kleden. Dikke rugzak mee met bij elkaar gegraaide kleding. Op het strand had ik laatst een zwembroek gevonden die nu goed te pas kwam als korte broek (netjes gewassen eerst uiteraard). Ik had voor de zekerheid ook nog een fietsbroek mee. En lunch, want ik wist niet waar we gingen eten. En mijn regenjas, want het miezerde, uitgerekend die dag. Het was een lastig schema om goed voorbereid voor de dag te komen!
Na de dienst wachtte ik op Lynn die zich ging verkleden. Ik vermoedde in galakleding want ze zag er al netjes uit. Maar nee, ze komt uit de WC met haar trainingsbroek en regenjack en kaplaarzen. Hmm. Ik voel me lichtelijk overdressed. De event is niet helemaal wat ik ervan dacht blijkbaar. Nou ja, vooruit met de geit, ik zie het wel.
Jij kunt je daar wel omkleden, zegt Lynn. Daar is de Grootste Clam Competitie an East Hampton in Amagansett, een jaarlijks terugkerend evenement, georganiseerd door het bestuur van East Hampton. Ik heb werkelijk geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen. Ik weet wat clams zijn, wij noemen ze kokkels. Witte schelpen met daarin licht roze/oranje diertjes. Erg lekker. Dat ze hier veel gevangen worden is duidelijk. Het was en is een van de grootste industrieën van Long Island. Bij mijn weten worden de kokkels die in Nederland gekweekt worden allemaal naar Spanje en Portugal geexporteerd, voor de tapas. Wij eten alleen mossels, die ze hier weer minder eten.
Het lijkt me leuk om mee te maken. Ik ga naast Lynn in de auto zitten (met, net als in de meeste Amerikaanse auto’s, een enorme puinhoop van plastic flesjes, kranten en andersoortig afval) die me al rijdend veel vertelt over wat we zien. Ze is hier geboren en getogen. Na een periode van studie en werk in Californië, Boston en West Virginia (moleculaire biologie) is ze teruggekeerd en nooit meer weg gegaan. Ze werkt in het familiebedrijf van haar broers en ouders. Jachthavens langs de baai van de Long Island Sound. Haar familie beheert er vier langs de kust daar. We hebben ze alle vier even aangedaan. Een haven voor de rijken, een haven voor de midden inkomens en twee voor gewone mensen. Veel eiland bewoners hebben een boot. De rijkere bootbezitters gaan meestal in het winterseizoen naar het Caribisch gebied. Zou ik ook doen.
Als we bij de Competitie aankomen in Amagansett (door de Indianen zo genoemd:Goed water land, stadje gesticht door Nederlanders, de broers Scheliinger in 1690) is alles al in volle gang. Het is kleinschalig en een gebeurtenis voor de autochtonen. Met hier en daar een gast van buiten, zoals ik, maar die hebben dan al zo lang een tweede huis daar dat ze er bij horen (daar hoor ik dan weer niet bij, helaas). Een grasveld met wat kraampjes. Iedereen kent iedereen en er staat een lange rij bij de oester/kokkel kraam. Er staan serieus kijkende proevers bij de clamchowder en wegers bij de, wat ik eerst aanzie voor broodjes, maar wat dus giga kokkels blijken te zijn.
In de WC trek ik mijn Clam Contest outfit aan. Lynn blijkt vooral soep te moeten inschenken voor de lange rijen liefhebbers, Later blijkt er van de minstens 100 liter nog een derde over. Ik krijg ook wat mee, hoewel dit niet mijn favoriete chowder is. Die moet lekker dik en romig zijn. Deze heeft bouillon samenstelling. Maar een gegeven paard..
Rond half drie is het feest afgelopen. Prijzen worden uitgedeeld, De grootste clam blijkt iets van 2 kilo te wegen. Zorgvuldig worden ze allemaal in een tank gedaan en terug gebracht naar het water. Lynn legt me aan de hand van kaarten uit welke gebieden onder de jurisdictie van de negen trustees vallen. De kust is in tegenstelling tot Nederland niet in handen van de overheid maar grote delen zijn in particulier bezit, soms tot aan het water. Een doorn in het oog van Lynn en haar collega’s, want voor iedere maatregel moeten ze overleggen met -tig adressen. Vooral de grote landbezitters zijn niet erg coöperatief. Ze hebben veel land, veel geld en houden van hun vrijheid. Dit is Amerika natuurlijk. Lynn vertelt dat juist in deze oostelijke omgeving van Long Island families wonen met oude namen. Ze noemt Vicks (van de snoepjes, ja), Briar mij niet bekent. En dan de grote namen als Spielberg, McCartney enzovoorts. Sommigen zijn actief betrokken bij het reilen en zeilen van de omgeving, maar vaak niet ten positieve. Een citaat van de website:
In fact, some of those egos frequently try to do battle with one of these ancient governing bodies, the Town Trustees, who hold legal title to the waterways and the land under the waterways in the town. The Trustees hold their title by virtue of a land patent from a colonial governor (Dongan) which predates the existence of the State of New York and yet has been upheld repeatedly by the courts of New York.
We rijden langs de schitterende kust van de baai. Inhammen, moerassen, bossen, en dan weer zicht op het water, Je kunt je iets voorstellen van hoe het leven hier verliep toen er alleen nog maar Indianen woonden. Die wonen inmiddels in een tweetal reservaten.
Tot mijn grote opluchting is het kayakken afgezegd. Het is namelijk gaan regenen en waaien en ik zag mezelf al in een bootje rond dobberen. Lynn neemt me mee naar de havens van haar familie, we rijden door naar de baai waar we zouden gaan varen. Dan door naar een ander mooi uitzichtpunt waar ik de mooiste schelpen verzamel! Door naar het huis waar Jackson Pollock met vrouw woonde en de studio waarin hij schilderde. Ik ken hem van de ‘gooi-en-smijt-verf’ schilderijen, maar heb de week daarvoor een tentoonstelling gezien van vroeger werk van hem in een plaatselijk museum. Mijn achting is gestegen.
We halen koffie bij de General Store in Springs, om de hoek bij de Pollocks, die er nog net zo uit ziet als in de vijftiger jaren. Erg leuk en inmiddels natuurlijk een bezienswaardigheid, maar nog gewoon een winkel waar je voor van alles terecht kunt. Inclusief biologische maaltijden en koffie.
Vermoeid, vol indrukken kom ik zeer voldaan weer thuis. Dochter klimt door een open raam (gelukkig) want we zijn de sleutels vergeten. Binnen gekomen maken we nog wat te eten. Juist: Heldere clamchowder. Met mijn vergeten lunchboterhammen omgetoverd tot tosti’s.






















