Kafka is er niets bij

Op ons Internationaal Rijbewijs ligt geen zegen. Vorig jaar, tijdens onze reis in Zuid-Korea kwamen we er bij de Koreaanse Avis tot onze schrik achter, dat we in het bezit hoorden te zijn van een dergelijk rijbewijs, anders ging onze autohuur niet door, helaas. Daar stonden we. We meenden redelijk bereisd te zijn, maar nergens eerder was ons een auto geweigerd. Het gooide aardig wat roet in ons eten want geplande reisjes door het mooie en geliefde land gingen niet door.

Dit jaar, met een gepland verblijf van 3 maanden in hetzelfde land, zou ons dit niet meer overkomen. Op tijd dus, vandaag, vier weken voor vertrek, naar de ANWB getogen die deze broodnodige papieren mag verschaffen. Twee recente pasfoto’s mee en ons rijbewijs. We voelden ons heel georganiseerd en voorbereid. Straks weer een item van het lijstje.

Die van mij was zo klaar. Gegevens erop, mooie rode stempels (het lijkt Korea wel) en handtekening, klaar. Toen die van echtgenoot. Ik zag de ANWB dame wat turen naar zijn rijbewijs. Vervolgens zei ze “momentje, even een check doen”. We keken elkaar aan, huh, is er iets mis?

“Nou”, zei de vrouw. “het is vreemd maar u heeft helemaal geen rijbewijs voor een auto, alleen voor een scooter.”
“Wat???”
“Ik heb helemaal geen scooter”, stamelde echtgenoot ongelovig.
“Ja, of een brommer misschien?” opperde de vrouw enigszins beschaamd, omdat ze al besefte dat hier iets raars aan de hand was.
We bekeken met elkaar het roze pasje en warempel. Slechts een A vergunning, terwijl er op de mijne een A, een B en zelfs een C vergunning prijkten. De C betekent dat ik ook op een tractor mag rijden. Nieuw voor mij, maar altijd handig, toch?

We kwamen dus thuis met slechts 1 Internationaal Rijbewijs. Direct aan de telefoon met de gemeente. Wat is hier mis gegaan? Die wisten het antwoord. Boven de 75 jaar is er een gezondheidsverklaring nodig en die had meneer niet ingeleverd. “Maar, maar”, stamelde echtgenoot opnieuw, “ik heb daar helemaal geen bericht van gekregen!”
Als meneer in zijn digitale mijnoverheid box zou kijken stond daar vast wel die oproep. waarschijnlijk heeft meneer die over het hoofd gezien. (Hoorde ik daar een belerend toontje? Meneer is 79 en weet het allemaal niet meer zo goed?). Maar we konden het laten checken bij het CBR.

Redelijk gefrustreerd inmiddels het CBR gebeld. Of zij hem die oproep gestuurd hadden? Check, check…nee hoor, die was niet aan hem verstuurd. Waarom niet? Check, check…”oh, ik zie het al, dat is natuurlijk omdat meneer een bromfiets rijbewijs heeft en daar is geen gezondheidsverklaring voor nodig!”

Weleens van een beter voorbeeld van een Kafkaiaanse situatie gehoord? Je krijgt bij verlenging een verkeerd rijbewijs. Rijdt al een jaar auto met alleen een scooterrijbewijs. Dat is blijkbaar zo afgegeven omdat er niet de benodigde gezondheidsverklaring was. Je krijgt geen oproep daarvoor omdat het CBR denkt dat je die niet nodig hebt omdat je een scooterrijbewijs hebt. De wurgende cirkel van de bureaucratie is weer helemaal rond.

Het gaat allemaal nog wel even duren. En voor ons vertrek zal het wel niet meer lukken met dat vermaledijde internationale rijbewijs. Ik zal eraan moeten geloven in Azie, Margreet achter het stuur.

“Met uw man op de scooter er achter aan”, grapte de ANWB dame nog. Daar kon ik wel weer smakelijk om lachen. Maar je moet er toch niet aan denken dat er iets gebeurd zou zijn terwijl je in de auto zit? Je wordt gestopt door de politie, en je moet je rijbewijs laten zien… Je ziet die agent kijken. Geduldig, gezien de leeftijd van de bestuurder, maar toch streng: “Meneer, beseft u wel dat u niet op een scooter zit, maar achter het stuur van een auto?”

Lentekriebels, ik krijg er de kriebels van…

Minder animo voor Week van de Lentekriebels, ook Paarse Vrijdag onder druk https://www.trouw.nl/binnenland/minder-animo-voor-week-van-de-lentekriebels-ook-paarse-vrijdag-onder-druk~bcb09750/

De voorstanders van de Week van de Lentekriebels zijn zich slecht bewust van de grens tussen het zorgen voor veiligheid en respect voor iedereen in de samenleving en aan de andere kant het bevorderen van een bepaalde levensstijl.

Achter iedere keuze voor een levensstijl zit een levensbeschouwing. Die is niet neutraal, zoals de organisatoren menen.

Wie niet gelooft in een Schepper neemt zichzelf als norm voor goed of fout. Of wat de gangbare mening is in de maatschappij. Dat is een keuze. In een democratie mag dat. Dan kun je met elkaar in gesprek over in hoeverre die mening stand kan houden. Kijk naar de VS. Een meerderheid stemt voor Trump. Dus? We volgen die meerderheid? Of beoordeel je de standpunten van de meerderheid op diepere waarden?

Wie in een Schepper gelooft neemt als norm de levensregels van de Ontwerper, omdat je ervan overtuigd bent dat mens en maatschappij zo het beste tot hun recht komen. Ook bij die groep zijn onderlinge verschillen. Die bespreek je vanuit de normen en waarden die het geloof meegeeft. Word je het eens of niet.

Maar niemand is neutraal. Iedereen heeft het recht om bepaalde opvattingen te bekritiseren vanuit diepere waarden. De ene waarde mag in een vrije samenleving niet worden opgedrongen ten koste van een andere.

Wanneer er op scholen niet alleen over veiligheid en respect (terecht en nodig!) wordt les gegeven, maar daarnaast een bepaalde levensstijl wordt onderwezen als normaal en acceptabel die strijdt met de levensovertuiging van ouders, hebben die alle recht daartegen te protesteren. Dat is niet ‘zorgelijk’, dat is leven in een vrije samenleving waarin men niet gedicteerd wordt wat te geloven en doen, op straffe van canceling.8

Cheers to the ones that we lost

Voor Egbert. In memoriam

   Vandaag wordt een goede vriend van ons begraven. Onze vriendschap gaat terug naar de jaren negentig. Voor ons bewogen jaren. Terugkeer in Nederland na bijna negen jaar in het Verre Oosten. Voor het eerst een gemeente. Voor het eerst alles zelf doen in ons gezin van zes, zonder de steun van onze adjoemoni, de hulp die als een gezinslid was. Echtgenoot veel op pad als predikant, op tijdstippen dat de kinderen thuis waren of juist overal heen moesten voor sport en muziek.

   Daarnaast de nabijheid van familie die veel zorg nodig had. Mijn zus Loes die psychisch ziek was, mijn zwager, man van een andere zus, zwaar ziek met kanker. En mijn moeder, nog niet zo lang weduwe. Zij kwam vaak en ik had van haar ook steun. Maar haar grootste zorg ging uit naar Loes. Haar oudste dochter en omdat het slecht met haar ging, was mijn moeder vaak verdrietig.

   In die jaren was het huis, om de hoek, van onze vrienden Jetty en Egbert een plek waar ik me even verzorgd voelde. Altijd gastvrij en hartelijk binnen gehaald, met een dikke knuffel van Egbert, kon ik even neerploffen op de bank. Boeken snuffelen die overal in stapeltjes lagen. Een babbel hebben onder het genot van een glaasje sherry (dat dronk ik nog in die tijd..). Er was altijd tijd en aandacht, beide zaken waar ik naar snakte.

Egbert in zijn element

  Toen Loes een einde aan haar leven maakte volgden er donkere dagen en maanden. Ongezien, maar voelbaar was er de steun van vrienden, waaronder ook Egbert,  onze buurman om de hoek.

  Egbert wordt vandaag begraven. Ik kan er niet bij zijn omdat ik de griep heb. Op deze manier, door over hem te schrijven, ben ik er toch een beetje bij. Mijn herinneringen aan Egbert (en Jetty!) blijven voor altijd verbonden met die aan mijn zus Loes. Op een troostende, warme manier. In donkere dagen is er het licht van de liefde en nabijheid van vrienden.

Mijn oudste zus Loes 1947-1992

  Dank je wel Egbert. Rust zacht in Gods armen. Tot ziens in Jeruzalem.

” Cheers to the ones that we lost, toast to the ones that we lost,  cause the drinks bring back all the memories, and the memories bring back memories bring back you!”

Alawieten die Syrië recent zijn ontvlucht vertellen de meest gruwelijke verhalen

Aldus het laatste nieuwsbericht van de NOS.  https://nos.nl/l/2558839

Wie zijn alawieten?

   Ik had 2 jaar geleden nog nooit gehoord over deze stroming in de Islam. Het is een afsplitsing van de shi’itische islam en wordt door shi’iten als ketters beschouwd. Shi’itische moslims worden weer door Soenni moslims als afvallig beschouwd en dat is wederzijds. De conflicten komen voort uit o.a. verschillende opvattingen over wie rechtens de  opvolger van de profeet Mohammed genoemd mag worden. In de wereld zorgt die tweedeling voor grote spanningen. Kijk maar naar Iran en Irak bijvoorbeeld op het kaartje.

   De Syrische statushouder die wij via #takecarebnb een tijd als gast in huis mochten hebben, was Alawiet (Inmiddels is hij agnost. Zeker geen moslim), zoals de meeste inwoners van het district Latakia, in het Noordwesten van Syrië, dichtbij Turkije. Ook de voormalige dictator Assad was Alawiet. Zijn familie en regime-genoten woonden veelal in Latakia en omgeving. Alawieten dragen geen hoofddoek, hebben hun eigen rituelen en houden geen ramadan, maar vasten op andere tijden. Het is een vorm van verlichte Islam.

Alle alawieten verdacht

  Iedereen die uit het district Latakia komt is nu per definitie verdacht. De ondrukkers vader en zoon Assad woonden er, hun aanhangers woonden er in meerderheid en dus moet iedereen daar nu weg. Dood of levend. Ook christenen die er wonen worden aangevallen. Alle naar verluid duizend doden zijn burgers. Wat begon als een onderlinge strijd tussen milities werd een vergeldingsactie tegen de alawietische minderheid.

   Vanaf het begin van de overname door de nieuwe groepering HTS, zei onze Syrische vriend dat dit slecht nieuws was voor minderheden in Syrië, vanouds beschermd onder Assad. De nieuwe regering bestaat uit voormalige Al Quaida leden. In het openbaar zegt de leider Al-Sharaa  het geweld te hebben afgezworen en dat minderheden een plek moeten hebben in het land. Hoe zijn regering met deze geweldsuitbarsting om zal gaan zal uitwijzen of dit loze woorden zijn of niet.  Van ex-moslims hoor ik wel dit soort uitspraken, waaruit het grote wantrouwen blijkt:

Nog liever machtsovername door Israël waar een westers rechtssysteem heerst, dan een islamitisch regime

  

Overzichtskaartje van Syrië

Laat er vrede komen

   Ik bid voor alle Syriërs, alawiet, soenni of shi’it moslim, christen, joods, druzen, agnost of wie dan ook. Dat er alsjeblieft een blijvende, duurzame vrede mag komen. Vele Syriërs, Iraniërs, Irakezen en Afghanen verlangen naar verzoening en vergeving en komen in ons land tot geloof in Jezus. Ze zijn zo moe van de haat en het geweld in hun land. Is het christendom dan zoveel beter? In de basis geloof ik dat zeker. Die basis is de persoon Jezus Zelf. De kern van Zijn boodschap is liefde. Voor God en de naaste.  Niet een ideologie van overheersing en uitsluiting, niet een opdracht om alle volken te onderwerpen, goedschiks of kwaadschiks. Maar een opdracht om je te verzoenen met God, lief te hebben als Hij, licht te zijn, te helen en vredestichters te zijn. Lukt dat altijd? Nee, want christenen zijn slechte vertegenwoordigers van Jezus. Maar het kwaad dat zij hebben aangericht is niets vergeleken met het lijden en de dood van vele miljoenen onder niet-christelijke overheersingen. En de vruchten in de vorm van zorg, onderwijs, en het streven naar algemeen welzijn van mens en dier zijn nog altijd tastbaar in het westen. Nog wel.

Naschrift

   Een goeie vriendin wees op het vreselijke kwaad van en de grote schuld die de kerk heeft bijvoorbeeld t.a.v. misbruik van kinderen. En dat dat toch niet te onderschatten valt. Ik geef dat onmiddellijk toe! Daarom zei ik ook dat christenen slechte vertegenwoordigers zijn van Jezus.

   Het kwaad schuilt in ons allemaal! En dat betekent dus altijd alert zijn geblazen. Maar wanneer je een stap achteruit zet en kijkt naar wat niet-christelijke beschavingen of regimes als dat van Hitler, Stalin, Mao, of de Romeinse keizers voor mijn part ervan gebakken hebben, dan zie je dat het daar vele malen erger was.  De gruwelijkheden (de Romeinen gooiden pasgeboren babies op straat als de vader het niet wilde), onderdrukking, ontmenselijking, met als resultaat tientallen miljoenen doden! Het boek ‘Dominion’ van de Britse historicus Tom Holland laat dat op indrukwekkende wijze zien.

   Objectief gezien heeft het christendom meer goeds gebracht dan die andere ideologieën. De tien geboden hebben de Westerse maatschappij een diep besef van goed en kwaad en morele verantwoordelijkheid meegegeven. En de bergrede van Jezus: Hebt uw vijanden lief…zegen wie u vervolgen.   

    Het is niet omdat wij persoonlijk beter zijn. Het gaat erom op Wiens leer een maatschappij zich baseert. Leven volgens de instructies van de Schepper geeft betere resultaten dan wanneer je je eigen theorieën bedenkt. Zoiets bedoel ik. Tom Holland kwam erachter tijdens zijn research voor het boek, tot zijn grote verbazing. Hij was niet gelovig en gefascineerd door de Romeinen. Gaandeweg begon hij te zien dat zij zeer wreed en gewetenloos waren en dat het vroege christendom onnoemelijk veel goeds bracht. De gelovigen raapten de baby’s van de straat. Verzorgden zieken en stervenden. Gaven armen voedsel en onderdak. Ik zie de prille contouren van een sociaal stelsel.

Misschien moet ik maar een aparte blog over het boek van Tom Holland schrijven.

Een dikke pil maar goed leesbaar!

De kwalen van een ander

   Een van mijn verwen gewoontes is, om na een kappers- of pedicureafspraak in het stadje ( zo noem je hier het centrum), even rond te neuzen in mijn favoriete winkels. Allereerst de HEMA. Vraag me niet waarom, maar ik word daar helemaal zen. Er moeten hele oude wortels aan dat gevoel ten grondslag liggen. Ging ik er al heen als kind? 

   Dat gevoel had ik nooit bij andere winkels. Bij V&D wist ik eigenlijk nooit wat ik er precies deed. Ja, kousen en panties, daar hadden ze altijd een ruime keus in. Ook bij Blokker ging ik niet gezellig drentelen. Daar liep ik doelbewust op datgene af wat ik helaas nodig had om vervelende huishoudelijke klussen te doen. 

   Nu we geen  Blokker meer hebben, moet ik soms naar de Action. Maar daar ren ik als een speer doorheen. Ik vind het een nare winkel. Met lelijke spullen. Erger nog, ik vertrouw die goedkope producten voor geen meter. Wie betaalt daarvoor? Iemand, ergens ver weg, wordt afgezet.  Ik weet het, dat gebeurt in iedere verkoopketen. Hier ligt het er echter zo dik bovenop, dat ik er niet graag kom. Wij koopjes, ten koste van, ja wie? Oeigoeren, kinderen? De slaaf in de achtertuin.

   Maar goed. Terug naar mijn luxe momentjes. Even winkelen, bij de Hema. Bloemen en plantjes kijken bij Baars, de mooiste bloemenwinkel die ik ken. Helaas verkopen ze nog geen biologisch gekweekte planten of bloemen, dus het is kijken, kijken en heel soms bezwijken voor de verleiding van een mooie plant. Ik ben ook maar een mens.

   Dan komt het moment: een koffietje bij een van de vele cafeetjes in ons winkelstraat(je). Lekker in mijn uppie. Beetje lezen, beetje kijken, soms een beetje schrijven. Ik geniet daarvan. Het worden meestal twee koffies en dat is met de huidige prijzen met recht luxe te noemen. Ik koop er echter ook een ervaring bij.

   Tenzij. En nu komt het. Tenzij er mensen naast me komen zitten, binnen directe gehoorafstand, aan twee verschillende tafeltjes die vervolgens met elkaar, hard pratend, in gesprek gaan. Je moet weten, IJsselstein barst van de bejaarden. (Daar hoor ik zelf inmiddels ook bij, al voelt het anders). En bij het ouder worden horen kwalen. Het lijf gaat de jaren voelen. Ik weet het maar al te goed. Maar. Het gesprek over mijn kwalen houd ik in de huiskamer of fluisterend in het openbaar. De drie naast mij menen in hun eigen huiskamer te zitten.

   Dame 1 zat er al toen ik binnen kwam. Ze had duidelijk behoefte aan een praatje en had overal commentaar op, in de hoop op een reactie. Ik had behoefte aan stilte, dus aan mij had ze geen goeie.

   Dan komt er een echtpaar binnen. De vrouw van het tweetal wordt door haar man geduwd in een rolstoel. Ik noem hem Erik en zijn vrouw Dien. Dame 1 begroet hen enthousiast. Ze kent hen.

    Het echtpaar gaat aan een ander tafeltje zitten dan dame 1. Die is zeer begaan met de vrouw in de rolstoel. Lief natuurlijk. ‘Hoe gaat ‘t?’, ‘Wat een pech heb je toch’, enzovoort. Luid en duidelijk worden over en weer ziekenhuizen in de omgeving vergeleken, daarna de specialisten, en vervolgens komt dan Diens’ kwaal aan bod. 

‘Wat hebbie nou eigenlijk, Dien?’ ‘Weten ze het nou nog niet ?‘ 

Dien wil net een slok koffie nemen en de medische situatie met haar man bespreken, (ze komen blijkbaar net uit het ziekenhuis), maar ze draait zich met moeite om.

 ‘Wat zeg je?’ Opnieuw de vraag. 

‘‘Nee, ze weten het nog niet’.

Verder aan de koffie. 

Maar dame 1 geeft niet op.

‘Is het pijn in je lage rug, Dien? 

Moeizame draai. ‘Wat?’ 

Erik antwoord voor Dien.

 ‘Het is haar bekken.’

‘Oh’.

Het is even stil.

‘Zit het in je lage rug, Dien? In je bil?’

Weer de moeizame draai. ‘Wat?’

‘Of het in je BIL zit, in je linker- of je rechterBIL?’

  Ik haak af. Ik wil helemaal niets over de billen van Dien weten. Echtgenoot Erik probeert de zaken wat algemeen te houden door weer naar het bekken te verwijzen, maar dame 1 heeft het liever over de bil. Ik kan me onmogelijk afsluiten voor de bil discussie, dus ik pak mijn boeltje in en reken af. Geen rust ervaring gekocht, maar wel weer inspiratie voor een blog. Ook wat waard. 

  Volgende keer naar een ruimer café.

Waar keek ik naar?

Wat een vervreemdende ervaring afgelopen dinsdag! 

Om 11 uur ’s avonds kondigde president Yun van Zuid-Korea plotseling de staat van beleg af in het land. We wisten niet wat we hoorden! We hadden net geboekt om er volgend jaar weer heen te gaan.

Nu besef ik dat het land niet bij iedereen in het centrum van de belangstelling staat.Toen wij 45 jaar geleden gevraagd werden er te gaan wonen en werken, moest  ik ook eerst op de kaart kijken waar het lag.

Korea en de buurlanden

We kwamen er aan januari 1980, net toen in die maand de staat van beleg was afgekondigd. De president (dictator) was eind ’79  vermoord door zijn eigen lijfwacht en de macht werd overgenomen door het leger. De situatie was gespannen, hoewel we daar weinig van meekregen.

Nu was het 2024. Zuid-Korea was en is al decennia een democratie. Chaotisch en met behoorlijk veel polarisatie. Maar toch. Vrij, met een onafhankelijke pers en gescheiden machten van recht en overheid. Echter, de president kon dus toch zomaar de staat van beleg afkondigen? Ja, dat blijkt. Dat kon hij als opperbevelhebber van het leger doen. Gelukkig was er in de grondwet in voorzien dat het parlement daar weer een eind aan kon maken. Vandaar dat het leger uitrukte, met helicopters en troepen om te voorkomen dat de parlementsleden zich als een speer konden verzamelen (het was middenin de nacht!) om de wet weg te stemmen. Je zag wel wat schermutselingen, maar mijn indruk was dat als het leger echt had gewild, er geen hond dat gebouw binnen was gekomen. Iedereen bleek, ook politie en leger, gewoon flabbergasted!

President kondigt staat van beleg af

In 1980 was er bepaald geen sprake van halfhartigheid! Er werd streng en hard gehandhaafd. Niet na 12 uur ’s avonds naar buiten. De pers werd zwaar gecensureerd. Onze Time Magazine was altijd bewerkt met zwarte stift als het over de situatie in Korea ging. Geen enkele vorm van kritiek werd toegestaan. Veel dissidenten verdwenen in de gevangenis. En er vielen doden. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het land is wat er gebeurde in Kwangzu. Studenten die in opstand kwamen tegen de arrestatie van hun politieke leider, werden keihard aangepakt. Er vielen honderden, zo niet duizenden doden. De lezingen verschillen. De Koreaanse schrijfster Han Kang, zelf afkomstig uit Kwangzu, die laatst de Nobelprijs voor de Literatuur won, schreef er een aangrijpende roman over overhttps://athenaeumscheltema.nl/vertalers/2024/over-de-poetische-fragmentarische-taal-van-han-kang-door-mattho-mandersloot

En, ook toen, altijd met de rechtvaardiging dat het land beschermd moest worden tegen communistische, Noord-Koreaanse invloeden. Bij iedere zweem van sympathie voor Noord-Korea kon je rekenen op arrestatie en gevangenisstraf. De man van onze hulp,  die een adres van iemand in Noord-Korea doorgegeven had aan een familielid, werd veroordeeld tot jaren gevangenisstraf. 

Die staat van beleg duurde tot 1987. We hebben de eerste democratisch verkozen president nog meegemaakt. Koreaanse politiek is altijd licht chaotisch en vol van heftige tegenstellingen gebleven. Veel persoonlijke machtslust, waardoor corruptie op de loer ligt. En vaak toeslaat. De grootste tegenstelling lijkt te zijn dat de ene groep toenadering tot Noord-Korea wil om ervoor te zorgen dat de gespannen relatie wat genormaliseerd wordt. Er is immers officieel nog steeds sprake van een wapenstilstand tussen de twee landen, niet van vrede. 

President Kim van Noord-Korea (Supreme leader…) en Moon Jae-un, president van Zuid-Korea in 2018.

De andere groepering, de  conservatieven, zijn vuurbang voor toenadering met de communisten. Er heerst angst voor de extreme  repressie van het Noorden en de herinnering aan de vreselijke burgeroorlog in de jaren vijftig wordt levend gehouden. Hele families werden uit elkaar gescheurd, met name veel christelijke gezinnen. Wie achterbleef kwam in kampen terecht, in veel gevallen. Ook nu worden grote aantallen christenen en dissidenten gevangen gehouden in werkkampen. Indertijd was Pyongyang ( nu in het Noorden) het Jeruzalem van Korea. Honderduizenden gelovigen vluchtten naar het Zuiden. In de jaren tachtig maakten wij sommigen van hen, of hun  kinderen nog mee. Ze droegen een diep verdriet mee dat tijdens de kerkdienst zich vaak uitte door gehuil en geweeklaag tijdens gebeden.

Dat is, denk ik, onder andere de achtergrond van het feit dat veel christenen president Yun steunden. Niet in zijn laatste rare beslissing. Het Nederlands Dagblad meldt dat de grote meerderheid van behoudende christenen in Korea, Yun niet steunden.

Net als Trump wordt Yun (en zijn vrouw) verdacht van corruptie. Er dreigen rechtszaken zo gauw hij president af is. Dus lijkt het erop dat hij blufpoker speelde. Tot nog toe is er nog niets van hem vernomen. 

Toevoeging 24-12-26

Yun is gearresteerd en zijn vrouw. In afwachting van een rechtszaak

Seoul en Koreaanse gastvrijheid

Seoul met oude vrienden

Op 19 oktober begint de officiële Korea week. Zes dagen zijn we dan te gast van een comité dat, namens de Kosin kerken, op 29 oktober de herdenking organiseert voor onze vriend en collega, wijlen dr. Niek Gootjes. Hij overleed vorig jaar in Hamilton, Canada, na lange moeizame jaren, aan de ziekte van Alzheimer.

Voor we vertrekken naar de Theologische Universiteit van de Kosin kerken in Chonan, 1,5 uur ten zuiden van Seoul, verblijven we een paar dagen in een hotel in de hoofdstad. Die zondag zal Dinie Gootjes na de kerkdienst een toespraak over het leven van haar man geven. In een andere Kosin kerk gaat echtgenoot preken. Na de lunch, een uitgebreide Koreaanse maaltijd, iedere zondag bij toerbeurt verzorgd door een van de leden, zal Kim een lezing geven.

(voor wie dit de eerste blog is over Korea, mijn man en ons gezin woonden in jaren tachtig, samen met het gezin Gootjes in Pusan, Zuid – Korea. Echtgenoot en collega Niek Gootjes doceerden theologie aan een opleidingsinstituut van de Koreaanse kerken, op hun verzoek. Je kunt er meer over lezen als je zoekt naar de categorie Korea 2024, Korea of Korea memories))

Seoul – wereldstad

Door omstandigheden kan een gepland uitje van onze Koreaanse gastheren op vrijdag niet doorgaan en zijn we ‘vrij’. We kunnen de dag met zijn vieren naar eigen inzicht doorbrengen. Dinie Gootjes is inmiddels uit Canada gearriveerd en zoon Albert uit Nederland. We zien elkaar na 36 jaar voor het eerst weer op Koreaanse bodem. Wij vertrokken in 1988, de familie Gootjes in 1989. Wij naar Nederland, zij naar Canada. We hebben elkaar wel gezien na die tijd, maar nu dus in Korea, waar we bijna 10 jaar lief en leed deelden en waar onze kinderen een soort broertjes en zusjes voor elkaar waren.

We kiezen ervoor om naar Namdaemun Markt te lopen. Het is schitterend herfstweer en lopend onderga je de stad meer dan in een bus of taxi. Het blijkt een flinke wandeling. Zeker anderhalf uur, in de warme zon. Samen lopen we door de straten van een hypermodern Seoul. Met honderdduizenden anderen. Maar de wegen en trottoirs zijn breed en anders dan in New York bijvoorbeeld, staan de gebouwen niet dicht op elkaar. Het geeft veel licht en een ervaring van ruimte, ondanks de drukte. Ook zijn er overal plantsoenen en parkjes. En soms passeer je dan opeens tussen alle wolkenkrabbers een oude poort of tempel.

Namdaemun Markt – een ervaring

Een markt in Korea is anders dan in Nederland. Geen losse kraampjes die ’s avonds opgeruimd worden, maar permanente winkeltjes met open winkelpuien naar de straatkant waar alle waren liggen uitgestald. Om de zoveel winkeltjes is er een ingang naar binnen het gebouw, waar nog eens rijen en rijen winkeltjes zijn, met een open front. Dan heb je ‘straten’ van alleen maar kleding. Of linnengoed. Of lederwaren. Of etenswaren. Heel grappig, allemaal geordend op het categorie. Dus niet, zoals in Nederland, door elkaar en verspreid. Ik vond en vind het altijd lastig winkelen. Je hebt tientallen schoenenwinkeltjes, maar die verkopen dan geen sokken. Dan moet je weer naar de ‘sokkenstraat’.

De markten zijn levendig, kleurig, goedkoop en je zou er uren rond kunnen lopen, ware het niet dat het zo vermoeiend is. Alle winkeleigenaren proberen je van alles te verkopen zo gauw je maar een blik werpt op hun spullen. Het is wat minder geworden, maar nog steeds is het voor langs slenterende westerlingen lastig wanneer je bij een korte stop onmiddellijk alles aangewezen krijgt, met de prijs erbij. Ik raak dan van de wijs en kan niet meer rustig zoeken. Ik zie Koreanen het compleet negeren. Hier ben ik te beleefd voor opgevoed blijkbaar.
We kopen wat cadeautjes en zoeken een eettentje voor een snelle hap. Die zijn er in tientallen. Een barretje, drie mensen erachter die van alles klaar weten te stomen en bakken, tentdoek erover en klaar. Ontzettend efficiënt. We eten staand, tussen de Koreanen, en genieten.

Soep met UFO’s
(unidentified floating obejects)

De dag ervoor zijn echtgenoot en ik ook ergens wezen eten. Een klein restaurantje in de categorie ‘soep-mét’. ‘Kalbitang’, rundvleessoep, met rijst en bijgerechtjes is lekker, weet ik uit het verleden. Maar kom, ik wil eens wat anders proberen. Eigenlijk lust ik alles dus ik kies van een plaatje uit het menu een ander soort soep. Die arriveert gelijk met de soep van echtgenoot. In die van mij drijven halve maanvormige, pluizige dingetjes, die ik niet direct herken. Zijn het visachtige wezens? Champignons? Ik proef. Er zit niet veel smaak aan, voelt aan als rubber. Hmm. Dan neem ik een stuk vlees op mijn lepel. Dat blijkt een dik stuk lever te zijn. Ik schuif de soep onmiddellijk van me af. Ik weet nu ook wat die ronde, harige dingetjes zijn. Maagwand! Er staat een kom met ingewandensoep voor me. Nee, dank je, ik durf veel, maar er zijn grenzen.

Echtgenoot is zo lief om met me te ruilen.

Eten, en nog eens eten

Eten wordt een thema deze week. Twee keer per dag worden we meegenomen naar restaurants, na het Ontbijt met een hoofdletter in het hotel. Voor de lunch en het avondeten. Maar voor we eten gaan we thee/koffie drinken en krijgen we allemaal onze eigen schotel met fruit en koekjes. Daarna gaan we echt eten. En iedere keer heerlijke en overvloedige maaltijden. Ik heb de lunch nog niet verwerkt of we gaan alweer avond eten. En ‘nee’ zeggen is er niet bij. Je kunt in de Koreaanse cultuur geen eten weigeren. Het is niet het eten zelf, maar de expressie van waardering en gastvrijheid die je dan afwijst. We laveren tussen overal van eten en veelvuldig uitroepen hoe heerlijk alles is en tegelijk, niet alles opeten. De Koreaanse keuken is gelukkig heel gezond. Veel groentes, veel vis, ook wel vlees, maar meestal niet het hoofdingrediënt. En natuurlijk altijd een kom rijst, met een kom soep ernaast. En vooral véél knoflook!

We zijn nu begonnen aan onze knoflook detox, 🙂 Om onze omgeving in Nederland niet af te schrikken. Knoflook is lekker, maar de Koreaanse hoeveelheden maken dat je hele lijf het uitwasemt. Maar missen gaan we dat eten! En de gastvrijheid waar het een expressie van is.

Geen auto

Vrijdag de 18e oktober, rond 12 uur, rijden onze vrienden ons door het super drukke, voor ons nauwelijks herkenbare Busan, naar de Koreaanse versie van Avis autoverhuur. Daar hebben we een auto gereserveerd om een week door het land te trekken. Tot die maandag erop hebben we een kamer gereserveerd op een schiereiland ten zuiden van Busan, maar daarna zien we het wel. We hebben er zin in. Met vrienden zijn is heel fijn en we hebben ervan genoten, maar nu we weer samen eropuit kunnen is het pas echt vakantie.

De auto staat klaar, even de formaliteiten en we kunnen gaan. Ik bewonder echtgenoot dat hij het aandurft om te rijden in de drukte, maar het lijkt hem niet te deren. “Ik heb overal gereden, zelfs gefietst in India”. Wie dat overleeft…

‘Rijbewijs, paspoort en internationaal rijbewijs, please’, zegt het Koreaanse meisje dat ons helpt. Uh, internationaal rijbewijs?? Hoezo? Heeft niemand ons verteld. Booking zegt, vereisten: rijbewijs en paspoort. 

Niet dus. Het staat in de kleine lettertjes: sommige landen vereisen aanvullend een internationaal rijbewijs, zoek uit welke.

Wie leest die lettertjes nou? Ja, wij wel, vanaf nu.

De auto ging dus niet door. Daar stonden we met onze zware koffers en rugzakken. Enigszins beteuterd. Eerst maar annuleren. Dat kan dan weer niet daar, bij Avis, nee, dat moet bij Booking en wel ter plekke, anders betaal je alsnog het hele bedrag. Nou, probeer maar eens Booking aan de telefoon te krijgen. ‘Wij zijn 24/7 beschikbaar’. Maar niet als het midden in de nacht is blijkbaar in Nederland. We bellen ons suf, urenlang. 

Eerst maar eten, zeggen onze vrienden. Natuurlijk. We vullen onze magen weer en bedenken een plan. Zij gaan ons naar ons gereserveerde hotel brengen, anderhalf uur rijden (de schatten!). Vandaar zullen we wel zien. De roadtrip gaat in elk geval niet door.

Guhje eiland

We rijden weg. Het regent en ik moet het even verwerken. Wat gaan we zonder auto doen? Guhje, de plek waar we naar toe rijden, is platteland en het OV niet best. Fietsen kun je vergeten.

Ons hotel blijkt minder landelijk te liggen dan we dachten te zien op de kaart. Het staat in feite in een havengebied met een grote scheepswerf. De buurt heeft de typische sfeer van een haven waar veel zeelieden een paar dagen hun vertier zoeken. Restaurantjes, ‘gentleman’ clubs en heel veel Karaoke bars, zeer populair in Korea. Een levendige buurt kun je wel zeggen. Maar niet zoveel natuur, hoewel we door het raam van onze kamer wel de zee en in de verte de bergen zien. De kamer is top. Eigenlijk een soort studio. Met een koelkast en zelfs kookgelegenheid. En ruim. Naast een groot bed is er nog ruimte voor een klein bankstel.

Het weer is snert. Wat we totaal niet verwachten in oktober in Korea, regent het vaak en hard. Klimaatverandering, zegt iedereen. Intussen hebben we eindelijk Booking aan de lijn. 

‘Nee, als u het geld terug wilt had u ter plekke moeten annuleren’, zegt de aardige jongen aan de lijn. We schreeuwen nog net niet dat we de hele middag al aan het bellen zijn. Hij belooft de autoverhuurder te bellen om dat te verifiëren. Na 10 minuten belt hij terug: hij kreeg geen woord Engels uit de mevrouw met wie hij sprak. Uit coulance krijgen we drie van de vijf gereserveerde dagen terug. Dank.

Zondag bezoeken we een Engelstalige dienst en lopen wat rond. Maandag breekt de zon door en maken we een prachtige wandeling langs de kust. Aan de voet van de berg is een houten wandelpad gebouwd waarlangs je zeker 1,5 uur kunt lopen. De zee rechts, de berg met bossen links en in de verte de silhouetten van bergen, tegen een blauwe lucht met zon. Het kan niet beter. 

We vinden overal wel restaurantjes en koffietentjes. En het voordeel van onze studio is dat we er ons eigen ontbijt en lunch kunnen maken. We vinden goed bruin brood, yoghurt, zelfs een soort muesli (zoet!). We hebben het goed, ook al is er niet zo heel veel te doen. We zijn in het echte Korea zoals we het ons herinneren. Hoewel ook hier de wolkenkrabbers overal tegen de heuvels op gebouwd zijn.

Sushi

De laatste dag worden we opgehaald door een Koreaanse dominee met zijn vrouw en een diaken (vrouw). Ze nemen ons mee uit eten, daartoe gemaand door een senior dominee die ver van Guhje woont. We vragen om een lichte maaltijd. Sushi of zo. Dat hebben we geweten. In het restaurant krijgen we een eigen kamer waar de tafel al gedekt staat. Op grote serveerschalen van Japans gelakt hout liggen dikke plakken rauwe vis. Kleine schaaltjes met wasabi en andere bijgerechtjes staan er naast. 

We doen dapper ons best en eten wat we kunnen. Als we denken dat iedereen wel genoeg heeft, gaat de deur open en komt er een tweede gang aan. Nu met koude soep, rauwe vis met rijst (meer als de sushi die we bedoelden) en zeewier. Ook nu spannen we ons in. De sushi met rijst smaakt beter dan die dikke plakken met niks. En er is wat salade bij. Dan zitten we vol. Ook de anderen lijken voldaan. Toch merk ik dat ze wat onzeker naar de deur kijken. De tweede gang was onverwacht, zou er nog een derde komen? De diaken gaat het vragen. 

‘Ja’, zegt het meisje dat ons serveert, ‘nog twee! Nu komt alle gebakken vis en daarna nog een ronde’. Tot onze opluchting zitten de anderen ook vol. We vragen om de rest maar in te pakken om mee te nemen. 

We verlaten het restaurant met drie volle tassen. Wij moesten alle gebakken vis en toebehoren mee. Die tas hebben we thuis gelijk maar aan de receptioniste van het hotel gegeven. De vis kwam ons de oren uit.

Koreanen zijn ontzettend gastvrij en voorkomend. Ze doen alles om je het als gast naar de zin te maken. Ik bewonder ze daarvoor!

Van horror hotel in Seoul naar paradise hotel Illua in Busan

We reizen de volgende dag verder naar Busan. De trein doet er 3,5 uur over, langer dan de beloofde 2,5 uur. Er blijken twee soorten bullet trains te zijn. Je moet zelf opletten dat je de snelste pakt. Het geeft niet, we hebben de tijd.

We worden opgehaald door onze vrienden die ons naar ons hotel rijden. Ze hebben het hotel en de kamer persoonlijk uitgezocht om er zeker van te zijn dat we een mooi uitzicht op zee hebben. Het is prachtig! 

het uitzicht is prachtig

We laten onze bagage achter om te gaan eten. Het is heerlijk om achter onze vrienden aan te lopen en ons te laten rijden. Ze wonen in deze buurt dus weten precies waar ze heen moeten.

We eten in een seafood restaurant, met uitzicht op de zee! Ik vind het enigszins spannend, want in Korea is seafood meer dan kabeljauw, zalm of fish en chips. De keuze wat zeevruchten betreft is oneindig, en de smaak van Koreanen voor alles uit de zee grenzeloos. Maar wat op tafel verschijnt ziet er prachtig uit en het smaakt nog goed ook. Octopus, Inktvis, krab, garnalen, mosselen, andersoortige schelpdieren, zeewiersoep, het is de hele zee op ons bord en in onze kom. Zeewiersoep ken ik nog van vlak na mijn bevalling van onze jongste. Na thuiskomst uit het ziekenhuis kwam de kerk met een enorme pan van die soep. Om aan te sterken. Een oude traditie. Alleen de kraamvrouw wordt geacht de soep te eten, vanwege alle mineralen. Wij aten er van met het hele gezin.

Het zeevruchtenbanket

De volgende dag wordt echtgenoot verwacht op de Engelse faculteit van Kosin college om daar te preken tijdens de dagelijkse gehouden chapelbijeenkomst. De gebouwen zijn enorm uitgebreid sinds we er begin 2000 waren. Alles is zo modern en goed onderhouden. Het sanitair is ruim en schoon. (Even om te onthouden, WC papier hangt soms bij de wastafels, buiten het toilet zelf, moeilijk te bereiken met je broek om je enkels). Alles glanst, alles doet het, er zijn mooie, grote zalen met zitzakken en makkelijke stoelen om in te ontspannen. Sommige studenten liggen heerlijk te slapen. 

Na de chapel vertrekken we naar de buurt waar het gebouw van Kosin Theologische opleiding stond, vóór de verhuizing naar Chunan, in de buurt van Seoul. Naast het ziekenhuis, dat oorspronkelijk bij de school hoorde. We zoeken naar onze eerste woning, vlakbij. Tot onze grote verbazing staat het er nog steeds, Urim Mansion, een flatgebouw van vier verdiepingen. Ik zie het flatje waar we ons eerste jaar doorbrachten. De eerste cultuurschokken ondergingen, de eerste beginselen van de taal leerden, waar onze oudste haar eerste Koreaanse woordjes leerde en vriendinnetjes maakte, altijd samen met Henk Gootjes.

1980
2024 Het een na bovenste balkon was het onze.
In de diepte speelden de kinderen
Oudste met vriendje Henk Gootjes en Koreaans meisje

Vanuit onze flat konden we naar de school lopen en naar de kerk op zondag. Dat kerkgebouw is nu leeg en vervallen, helaas. Er is wel een nieuwe kerk voor in de plaats gekomen, maar aan de eerste Songdo kerk hebben we de meeste herinneringen. 

Voormalig kerkgebouw Songdo

We dalen af, naar het strand van Songdo. In onze tijd een klein vissershavenje, vervallen, met wat winkeltjes, restaurantjes en een mini strandje. Nu een beach resort, met wolkenkrabbers tegen de heuvel aangebouwd, een starbucks, luxe eetgelegenheden en allerlei attracties. Onherkenbaar. Ik zoek een herkenningspunt voor wat houvast, maar nee, werkelijk volledig getransformeerd. We voelen ons als twee bejaarde buitenaardse wezens. Wat wij ons herinneren is een Korea in ontwikkeling, nog arm.  Voor de meeste jongere Koreanen is dit welvarende, moderne land het enige wat ze kennen.

At Songdo Beach resort

We gaan maar weer eten. Eten is belangrijk in Korea. En geen broodje kaas of gezond. We gaan nu naar een all-you-can-eat buffet restaurant. Koreaans en Westers gemengd. Verrukkelijk. Maar ik begin het einde aan de rek van mijn maagwand en mijn energie te voelen…nu moet ik beleefd doch beslist vragen om terug gebracht te worden naar ons hotel. En dan niets meer eten tot de volgende dag. Dan gaan we onze huurauto ophalen om te beginnen aan een mini roadtrip door Korea, terug naar Seoul.

Denken we.

Korea 2024

De reis erheen – de vlucht

Het is twaalf uur vliegen. Helaas zonder overstap. Ik heb geen moeite met een overstap. Het breekt de reis op, je kunt wat lopen, en je hebt een paar uur wat meer ruimte en afleiding om je heen. 

Deze vlucht doet het in een keer. Voor mijn achterwerk en benen een beproeving, maar je moet er wat voor over hebben om je vorige thuisland te bezoeken. Het doel is eerst Seoul in Zuid-Korea. De vlucht kan korter, maar dan moet eerst meneer Putin zich beter gaan gedragen. Over Oekraïne en Rusland vliegen is momenteel geen optie  We vliegen nu over andere, mij soms onbekende landen, met fascinerende namen.

Ik heb een gezellige buurman, uit Amsterdam, op weg naar de bruiloft van zijn zwager met een Koreaanse. In de loop van de reis legt hij me geduldig alle dwarsverbanden en etnische achtergronden uit van de familie van zijn vrouw. Bangladesh, Myanmar, India, alles komt voorbij. Zwagers en broers van de zussen van de moeder van….Het duizelt me, maar ik knik braaf ja en oh, want hij vertelt heel gezellig met een Amsterdams accent. Zijn familie komt gewoon uit de Jordaan.

We vliegen naar het oosten, vooruit in de tijd.  We brengen de nacht door in onze krappe stoelen. Echtgenoot zit 9 stoelen verderop. Om wat beenruimte te krijgen konden we alleen stoelen apart boeken, bij de nooduitgangen. Het zij zo.

Eindelijk komt dan de mededeling dat we gaan landen. Iets verderop zit een stel met een baby, die na twaalf uur nog steeds lacht en gezellig kraait. Ik bewonder haar/hem. Ik ben geradbraakt. 

Van het vliegveld naar het hotel

Maar we zijn er nog niet. Wel op het  vliegveld, ruim en licht, met wit marmeren hallen en draaiend als een geoliede machine. Via eindeloos de diepte in afdalende roltrappen, komen we in de krochten van de metro. Ook de perrons daar zijn van marmer en mensen stellen zich keurig op in rijen om in de treinen te stappen.

De reis gaat soepel. Nog een uur in de trein en we komen aan op het Centraal Station van Seoul. Opnieuw paleiselijk ontworpen en strak georganiseerd.

Het hotel

En nu de korte wandeling naar het hotel, dat op loopafstand van het station ligt.

De afstand is niet groot, maar met 18 kilo in de koffer en 5 op mijn rug is een wandeling van 10 minuten toch wel een uitdaging. Het is ook nog eens 19 gr., ik heb te warme kleding aan en de weg loopt omhoog. En ik heb al 24 uur of zo niet geslapen. Het voelt als een berg beklimmen met de verkeerde kleding en schoenen aan.

Het lukt. We vinden “Seoul Station R Guesthouse”. In een achteraf straatje. Het  blijkt een gribusplek. Bij de ingang staat rechts een rij afvalbakken, open. Links manden met vuile was. Ertussenin, om het wat op te vrolijken, staat een stoffig tafeltje met vettige plastic bloemen. Welkom.

De hal van ons hotel in Seoul

We moeten eerst een trap op. Met die zware koffers. Het is even slikken. Hoe hebben we dit ooit uit kunnen kiezen? Booking heeft ons voorgelogen met een hoge rating en slimme foto’s. Voor we elkaar verwijten gaan maken, zetten we eerst maar de airco aan. Dat helpt. De bedden voelen goed. Dat helpt ook. We hoeven er tenslotte maar een nacht te slapen. Een douche zou lekker zijn, maar de douche zit pal naast de WC pot en de hele badkamer is dan kleddernat. De wastafel zit verstopt. Het water loopt alleen weg door een lek in de afvoerpijp. Vandaar natte sokken. We moeten er bijna om lachen.

We gaan maar naar bed. Eindelijk slapen. Morgen is alles anders!