Indian Summer Dress – workshop SaskimoBloem

Daar sta ik dan. Nog niet helemaal genezen van een griep, met een hoest alsof ik 1 pakje per dag rook. In mijn onderbroek en BH. Zes paar ogen kijken naar me en analyseren mijn figuur. We hebben een groot papier met voorbeelden: de triangel, de omgekeerde triangel, de zandloper, het vierkant, de cirkel of de appel en nog een paar. Er wordt gekeken naar brede of smalle  schouders, brede heupen, dijen, dikke buik, grote borsten of niet. Een bepaalde combi levert een bepaald figuur op. Ik blijk een omgekeerde triangel te zijn, met dunne benen. Een soort aardappel op stokjes, zeg maar. Doel van de analyse is te weten te komen wat je wel en wat je niet moet dragen.  Je mooie  elementen benadrukken en de mindere niet extra onderstrepen door de verkeerde kleding te dragen.

Om de beurt staan we, heel kwetsbaar, voor de groep. Het leuke is dat niemand zich echt ongemakkelijk voelt. Vrouwen onder elkaar, niemand met een modellenfiguur. Het is gewoon gezellig. Na de sessie voelen we ons zo op ons gemak dat we bijna vergeten ons weer aan te kleden… ‘Oh ja, ik had ook nog een broek aan’.

Ik ben op de workshop Indian Summer Dress van SaskimoBloem, twee meiden die met hun diploma coupeuse op zak op een creatieve manier er wat mee willen doen. We gaan namelijk een jurkje naaien, op onze maten gemaakt op patroon en onder begeleiding van de professionals. Ik kan wel naaien, maar net als de meeste dingen in mijn leven heb ik het zelf allemaal een beetje uitgevogeld en nooit echt de fijne kneepjes en details geleerd die maken dat er ook af en toe wat lukt..

Nu gaat het volgens de regels van de kunst, knippen, raderen, rijgen, passen, aanpassen, weer rijgen en dan pas stikken. Pffff, wat een karwei eigenlijk zeg. Ik heb nog meer bewondering voor onze coaches Saskimo en Bloem die twee jaar lang jurkjes, kraagjes en bloesjes op schaal (!) moesten maken om het vak te leren.  

Na 2,5 dag is mijn werkstuk bijna klaar, ik helemaal uitgeput maar wel voldaan. Met een groep meiden zo een paar dagen bezig zijn is erg leuk en stimulerend. Alleen de techniek blijft het grote hoofdpijnpunt. Net als een computer die altijd op het meest ongeschikte ogenblik dienst weigert, heeft een naaimachine de neiging rare geluiden te maken als je net midden in een belangrijke naad zit. Eerst wil je het negeren, maar dat is onmogelijk. En ja hoor, het spoeltje zit niet goed en rammelt als een gek in zijn ‘huisje’ of er is iets met de spanning en er zit opeens ipv 2 draden een soort kabel van draden achter de stof en die zit ook nog ergens muurvast in een gaatje.

En dat was dus de reden dat ik er in het verleden mee kapte. Als ze geen machines kunnen maken die betrouwbaar zijn doe ik er niet meer aan mee had ik toen bedacht.

Daar is helaas nog geen verandering in gekomen. Maar onder begeleiding van iemand werken die desnoods ter plekke je naaimachine uit elkaar haalt en weer aan de praat krijgt, kijk dat was nieuw voor mij!

Geleerde les: als ik iets wil meer op zoek gaan naar hulp en assistentie. Het maakt het een stuk makkelijker en gezelliger.

in de zon is ook Nederland heel mooi

Gisteren in de warme Pinksterzon gewandeld in het mooie duingebied ten noorden van Vogelenzang.

Bij pannenkoekboerderij ‘de Oase’ op het terras een pannenkoek genuttigd. En die hebben ze nu weer niet in Pueurto Rico! Tel je zegeningen. Kaaspannenkoek met stroop en gember, hmm. Links vanuit mijn ooghoek ontwaarde ik Thomas Rosenboom met vriendenclubje, behangen met verrekijkers. Ik heb me even ingespannen om te horen of hij in het echt ook zo’n zeurderig stemmetje heeft, maar ik zat te ver weg. Heb hem maar niet om een handtekening gevraagd…

’s Avonds met dochter Suzy en Kim lekker gegeten ter ere van haar 31e verjaardag in de haven van Scheveningen. Restaurant niet echt een aanrader (Stella Maris), maar ambiance, buiten in de zon met een wijntje, met uitzicht op de jachthaven, was perfect.
En, om mijn dag helemaal goed te maken 🙂 zat twee tafels verderop Connie Breukhoven. Suzy maakte ons erop attent, want ik had het lieve mens niet herkend. Ze zat er gezellig met man en 2 zoons.

Zomaar een tweede pinksterdag, mooie natuur, zon, overal vrolijke mensen, gezinnen en beroemdheden en een verjaardagsdineetje.

’s Avonds laat begon pas door te dringen hoe verschrikkelijk de situatie in Birma en China is. Zo’n contrast is niet te bevatten. We zongen op Pinksterzondag dat oude kerklied “God in den hoog’ alleen zij eer” geschreven in de 15e eeuw en door Jan Wit bewerkt in de vorige eeuw. We zongen het laatste vers en ik denk en bid het al die lijdende mensen toe:

O Heilge Geest, ons hoogste goed
ten Trooster ons gegeven,
heb dank dat Gij ons delen doet
in Jezus dood en leven.
Beveilig ons in alle nood
wees ons nabij in angst en dood,
op U steunt ons vertrouwen.

Duivels, demonen, genezingen en de woestijn van psalm 63

Ik weet het niet… Ik krijg een onprettig gevoel, iedere keer dat ik een oproep lees of hoor om toch vooral meer aandacht te schenken aan duiveluitdrijvingen (CV Koers van maart), meer te zoeken naar genezingen en heelmaking van het lichaam omdat dit toch de belofte van de Bijbel zou zijn. Op de omslag van EO visie prijkt prominent het verhaal van een vrouw die plotseling genezen werd. (Ik ben om misverstanden te voorkomen blij voor deze vrouw. Het gaat me meer om de aandacht die ik disproportioneel vind).

Waarom treft me dit onaangenaam? Is het onbijbels om te zeggen dat je genezen bent? Nee, natuurlijk niet! Ik ondervind m’n hele leven door genezingen. Het blijft een wonder iedere keer dat mijn lichaam zich herstelt na griep, of een verwonding of anderszins. Is het dan onbijbels om te geloven in de duivel en z’n demonen en dat die er op uit zijn ons te vernietigen? Evenmin. Ik geloof op grond van de bijbel dat  satan grote macht heeft en evenzeer dat God’s macht nog veel groter is. Satan loopt mooi wel aan de leiband en kan kinderen van God niet uit Zijn hand trekken. Maar wel knap lastig vallen en z’n best doen om hen te verleiden tot allerlei, voor hun heil niet bevordelijke, zaken. Daarom zegt Jezus dat we moeten bidden: verlos ons van de boze. Zonder die boze zou het een stuk beter met ons gaan….

Volgens Jezus was dat gebed voldoende.  Het Onze Vader  is eigelijk een heel simpel gebed. Zo simpel dat je de neiging hebt het toch maar wat langer te maken. Want tja, of je nu in 5 minuten alles kan zeggen?

Volgens mij was dat nu juist wat Jezus bedoelde aan te geven met dat gebed. Wij denken veel omhaal van woorden en rituelen nodig te hebben om te geloven dat er echt wat zinvols gebeurt. Maar dat hoeft voor God helemaal niet. Die weet immers al wat we gaan vragen voor we er om gebeden hebben? Is bidden dan nog wel zinvol? Ja, want God zegt dat Hij het zo wil. Hij gebruikt onze gebeden om Zijn plan uit te voeren. Maar we moeten vooral niet gaan denken dat succes gegarandeerd is als je iets 100x herhaalt in een soort mantra.

Hier ligt voor mij de zere plek met allerlei bewegingen die van bidden een uitgebreid ritueel gaan maken, boven en verder dan ik in de Bijbel lezen kan. Ja, we moeten volhouden in het gebed, we mogen veel vragen in het gebed, we moeten zowel met elkaar als individueel bidden, tijdens samenkomsten en daarbuiten (wie bijbelteksten wil mag me mailen :)). maar nergens vind ik terug dat we aparte genezingsdiensten moeten beleggen, duiveluitdrijving moeten beoefenen, speciale trainingen daarin moeten ontwikkelen omdat de ene demoon hardnekkiger is dan de ander, bepaalde houdingen moeten aannemen tijdens het bidden enz. enz. Het komt allemaal zo ‘menselijk’ over, tegengesteld aan de simpele directheid van de Bijbel en dan met name het NT. Het gebed van een gelovige heeft veel kracht, dat staat er.  Punt.  Blijf kloppen aan God’s deur. Laat het overige bij God.

Dat geloof ik en daarom bid ik. Daarom bid ik vaak en herhaaldelijk. Zeker voor mensen die ziek zijn of in moeilijke omstandigheden verkeren. Ik bid met met mensen die lijden aan het leven, die in de woestijn verkeren en dorsten naar God. Voor mezelf mag ik bidden. Ik ken die woestijnervaringen. En ik geloof dat God mijn gebeden hoort. Om Jezus wil. Dat is uiteindelijk toch de kracht van je gebed. Dat je put uit wat Jezus heeft aan kracht voor ons als zwakke stervelingen.

Ik ben, denk ik, niet zo van de bewegingen. Zal ook wel met m’n karakter te maken hebben. Ik voel me vaak een bepaalde kant opgeduwd en dan ga ik tegenstribbelen. Ik wil dus ook niet beweren dat alles fout is aan een beweging, maar ik mis toch vaak ruimte en zelfkritiek.

Het verschil tussen een ‘beweging’ en de kerkelijke gemeente is, denk ik, dat een beweging er naar tendeert een natuurlijke selectie te ondergaan. Iedereen die erbij hoort ervaart en voelt dezelfde dingen en men bevestigt elkaar daarin. Wie die niet zo ervaart, voelt zich al heel snel ‘minder’ en buitengesloten, ook al is dat zeker niet de bedoeling van de ‘beweging’ en de volgelingen.
De kerkelijke gemeente is van naure veel meer divers en kent allerlei ervaringen en belevingen. Uitdaging is dan om elkaar daarin te aanvaarden en begrijpen en niet weg te lopen als er verschillen van opvattingen zijn maar het te zien als de ‘veelkleurigheid van Gods wijsheid’. Want dat is de valkuil voor de kerk: alle neuzen een kant uit.

Daarom is de kerkelijke gemeente voor mij nog steeds de plek waar het gebeuren moet. Genezingen, bemoediging, troost, gebed, lof, aanbidding en het luisteren en gevormd worden door het Woord en de Geest. Samen in de Naam van Jezus. Daar krijgt het echt betekenis want hier moet ik leren liefhebben die me tegenstaan, leren geven aan wie het in mijn ogen niet verdient, leren ontvangen van wie ik eigenlijk niet weten wil.
Hier vinden nu echt wonderlijke genezingen plaats!

Vanavond lazen we uit 2 Kor. 12, het beroemde hoofdstuk waarin Paulus vertelt over zijn ‘kwelling’, satan die hem met vuisten slaat. Wat het geweest is, daarover bestaan verschillende meningen. Een ziekte? De vervolgingen en het harde, ontmoedigende leven dat hij leidde? Het wordt niet verteld. Wat hij wel zegt is dat God hem er niet vanaf hielp, maar hem duidelijk maakte dat hij het moest doen met wat hij kreeg van God: genade, liefde. Punt. Die zou meer dan genoeg blijken. Met doorn kon God hem beter gebruiken dan zonder. Zwak was hij veel sterker dan als hij ‘genezen’ zou worden.

Onze predikant leidde vanmorgen de begrafenissamenkomst van een vrouw uit onze gemeente. In een half jaar is ze letterlijk weggeteerd aan kanker. Maar haar Godsvertrouwen was onaangetast. De tekst was ps. 63: Uw liefde is beter dan het leven. De schrijver van de psalm is in de woestijn,’een dor en dorstig land’. Daar ontdekt hij dat, daar waar het leven gereduceerd is tot slechts overleven, er een dieper, meer existentieel verlangen is dan alleen maar naar water en brood. En dat verlangen wordt door God gestild. Met die woorden op de lippen stierf Hilda, er was van haar lichaam niet meer over dan een skelet. ‘Uw goedertierenheid is beter dan het leven’ zongen we met elkaar. Ik voelde me getroost en bemoedigd.

Wonderlijke genezingen blijven een uitzondering, slopende ziektes en de dood de pijnlijke realiteit van iedere dag, totdat Jezus terugkomt. Daarom ben ik zo blij dat God’s liefde dieper reikt dan het lichaam en mijn hart geneest van zonde en schuld. En me daardoor ontvankelijk maakt voor Zijn aanwezigheid, Zijn zorg en liefde voor mij.

Ook als ik niet meer genees, door de dood heen. Jezus is het bewijs, Hij is de Enige die van de dood is teruggekomen en Hij belooft ons een plaats bij Hem.

van dingen die niet voorbij gaan

‘Ben jij misschien familie van Loes S.?’ Voor mijn werk had ik veel telefonisch contact met tientallen mensen in heel Nederland en zo kwam ik aan de telefoon nog wel eens oude kennissen tegen of mensen die mij of echtgenoot ergens van (vroeger) kenden. Maar deze vraag was nieuw.

‘Loes was mijn zus’, zei ik voorzichtig. Het bleef even stil aan de andere kant, tot de vrouw me vertelde dat zij Loes goed had leren kennen tijdens een aantal wandelvakanties in Italie. Mijn zus is in 1992 overleden en ik had eigenlijk nooit contact gehad met vrienden of vriendinnen van haar. Dit vond ik heel bijzonder. De laatste jaren van haar leven herinner ik me alleen als uiterst moeizaam en zwaar, maar zowaar, hier sprak iemand die tijdens de laatste jaren nog goed contact had gehad en genoten van haar gezelschap. Dat deed een ander licht op de laatste jaren schijnen.

Toen ik de vriendin later sprak, tijdens een kop koffie in een cafeetje, bleek wel dat de barsten in het leven van Loes ook bij de wandelvriendinnen al wel zichtbaar waren, (woedeuitvallen) maar zonder de rest van haar geschiedenis toch minder ernstig werden ingeschat, leek het.

Ik kreeg ook nog wat foto’s van de zomers ’89 en ’90. Ik herinner me alleen een zeer frequent huilende zus uit die tijd. Veel lange zware gesprekken die nooit echt ergens toe leidden. Maar hier zie ik haar  met bergschoenen en in wandeloutfit door Toscane banjeren.

Loes heeft uiteindelijk een einde aan haar leven gemaakt. Een beslissing die een enorme impact op ons als nabestaanden heeft gehad. Ook de wandelvriendin vertelde hoe geschokt zij was toen ze uit de krant vernam dat Loes gestorven was, een jaar na dato. Vanwege de zwaarte van de relatie had de wandelclub nl. wat afstand genomen, niet beseffende hoe zwaar ziek Loes eigenlijk was. Je kunt niet op vakantie gaan met iemand die in feite psychiatrisch patient is (dit had de wandelclub niet door overigens!) tenzij je daarvoor de kracht en energie hebt. Maar wanneer je zelf die vakantie hard nodig hebt om hebt bij te komen, kun je van niemand verwachten dat te doen. Hoe moeilijk die beslissing soms ook is en hoe je blijft kampen met een gevoel van tekort schieten..

Ik was blij om te zien en horen hoe er in die laatste jaren echt nog lichtpunten waren en vrolijke periodes voor Loes. Je geheugen speelt je parten als er zoiets dramatisch is gebeurd. Daarna kun je je haast niet meer voorstellen dat het ooit anders was. Maar zelfs in de al maar moeilijker wordende periode, was er toch nog Toscane, waren er goeie vrienden, gezelschap, goeie gesprekken. Het bewijst temeer dat suicide geen vrije keuze is, maar voortkomt uit een brein dat door ziekte is aangetast en de werkelijkheid niet meer kan onderscheiden van de waan.

Loes zou nu de respectabele leeftijd van 61 hebben bereikt (10-03-1947). Iemand met veel talenten en een grote intelligentie.

Mijn grote, kattige, bazige en toch heel lieve zus. Ik zal haar altijd blijven missen.

waarom ik toch niet op de Veluwe wil wonen

We zijn weer een paar dagen weg geweest. Kim had een vrije zondag (helemaal vrij, een uitzondering!) en dus konden we als normale Nederlanders eens een weekendje weg. Eerst naar Woudenberg, dat vrome dorp midden op de Biblebelt, waar nog steeds onbekend is wie er nu op Oudejaarsavond met stenen naar de ME gegooid heeft. Het is daar ‘ons kent ons’ blijkbaar. Je verlinkt niet je zoon of buurman. Elfde gebod, of zo.

Een van onze kinderen heeft daar met echtegenoot een huis gekocht, rijtjeshuis, middelste van drie. Erg mooie ligging t.o. plantsoen en huis zelf is licht, ruim en eigenlijk helemaal kant en klaar. mooie keuken en badkamer, 4 slaapkamers,wasmachineruimte, tuin, schuur enzovoort.

Komt goed uit dat ik werkeloos ben nu, kan ik veel helpen. Vrijdag al wat tapijt gesloopt, nou ja echtgenoot dan, ik heb me bezig gehouden met het bellen van de KPN die weer eens een Kafka situatie had doen ontstaan. Ik zal jullie het verhaal besparen. Schoonzoon had inmiddels al haren uit z’n hoofd getrokken, dus die is de vloerbedekking aan het slepen gegaan terwijl dochter en ik nog een onderkoelde poging waagden het telefoonprobleem te doorgronden. Tegen een tarief van 0,45 euro per minuut….Uiteindelijk hebben we het hoofd in de schoot moeten leggen. Tegen het SYSTEEM kan een gewoon mens niet op.

Rond 4 uur doorgereden naar Otterlo, alwaar we een B&B gereserveerd hadden. Maar niet voordat we in de omgeving onze ogen de kost gegeven hadden. Gestopt in Scherpenzeel en bij 2 makelaars in het raam gespiekt. Wat kost nu een stulpje hier? Een paar huizen leken aardig, één terug in Woudenberg, dus we zijn gaan toeren. Straatjes in, langzaam rijden, staren, weer verder. Leuk hoor, we kregen er lol in. Maar behalve het huis in Woudenberg was er echt niks bij. Van die poppenhuizen. Dat komt natuurlijk omdat we slechts een kabouterhypotheek kunnen afsluiten, maar toch. Ook vond ik die dorpjes allemaal zo netjes…Van die keurig aangeharkte tuinen, geen stukje afval, nergens iets wat niet door de beugel kon, zelfs geen hondenpoep. Vandaar dat ze met oudejaarsavond dus allemaal uit hun dak gaan, waarschijnlijk..

Wij voelden ons niet aangetrokken tot het wonen op de Veluwe. Hoe mooi het er overigens ook is!! Want na onze huizenjacht kwamen we in Otterlo, bij Vogelvlucht. Een B&B dat eigenlijk meer een huisje is. We kregen de beschikking over een comfortabel 4 p. huisje, met ontbijt, midden in het bos. Goed verwarmd gelukkig want het vroor die nacht 6 gr. of zo.

De volgende dag hebben we Otterlo verkend. Dat was snel klaar. Het enige museum, het Tegelmuseum ging pas om 13.00 uur open en verder was er niks. Ja, het Kroller-Moller museum, daar zouden we ’s middags heen. Wel hebben we aangenaam gelouncht in Boutique Hotel. De krant gelezen, zelfs onze mail gecheckt en een heerlijke tosti zalm gegeten. Hotel is echt luxe, met fitness en zwembad. Zag er leuk uit.

Op de witte fietsen zijn we toen de Hoge Veluwe opgegaan met onze vrienden. Koud, koud, maar heerlijk om met dat weer daar te fietsen, zeg! Extra rondje gemaakt langs de Hubertusvijver.

Het museum overweldigt me iedere keer weer. Er hangt een gigantische verzameling kunst. En de beelden! Geweldig. Twee schilders zijn me dit keer bijgebleven, Verster en (opnieuw) Charley Toorop. Kroller Moller heeft een leuke site waar je veel kunst bekijken kan.

’s Avonds hebben we heerlijk gegeten bij onze vrienden in Andelst en zeer voldaan hebben we de tweede nacht als roosjes geslapen in onze Vogelvlucht bedden.

Waarom ik toch niet op de Veluwe wil wonen? Ik vind het mooi, prachtig mooi, maar ik mis iets. Uiteraard de zee, maar ook mensen, activiteit, iets bruisends. In de stad word je er af en toe doodmoe van maar gedoseerd en met mate is het op z’n tijd ook heel verfrissend.

Waar kun je nu spontaan beslissen op Valentijnsdag  je man te verwennen met een balletvoorstelling en een Koreaanse maaltijd vooraf (Kimchie House, Korte Molenstraat, Den Haag, uitstekend eten)? En dat alles op fietsafstand! Dat is het grote voorrecht van de grote stad. Toch maar hier een (klein) huis gezocht!

Via Barneveld (kerk) naar Utrecht (even de kleinzoons zien) en toen weer naar de Randstad.
We zijn weer thuis.

 

ongewenste tranen

Ongewenste initimiteiten op het werk moet je melden. Maar wat doet een mens met ongewenste TRANEN? En dan niet van een ander maar die van jezelf?

Je hebt een overleg en tijdens dat gesprek zegt iemand een paar keer iets waarmee diegene op een zere plek in jouw ziel trapt. Weet hij veel. Niet iedereen heeft duizend-en-een antennes om dat soort gevoeligheden op te pikken. Je vermant je, zegt tegen jezelf dat je het niet zo persoonlijk op moet vatten, je blijft flink, maar van binnen gaat ’t bibberen…Je red het nog net naar het toilet en dan komt de Niagara-waterval, hoor. Unstoppable.

Na een tijdje wil ik dat het klaar is, zodat ik me tenminste fatsoenlijk op de gang kan vertonen. Drinken en nog eens drinken. Naar m’n kamer dan maar, snel achter m’n PC. Collega komt binnen, hoi, hoe ging het? Nou de tuinslangsproeier is er niks bij. Collega is lief en haalt een kopje koffie.

Weer een tijdje later gaat de telefoon. M’n baas: hoe is’t? Goed weekend gehad? Met gebroken stem zeg ik dat ik straks terug zal bellen, ik houd het niet droog.

Het overkomt me misschien eens in de 3 jaar, maar het is iedere keer zo vervelend! Het is blijkbaar een hele gevoelige plek en m’n ziel zegt keihard ‘au!!’ Ik wil dan ook heel hard ‘sssht’ terugroepen maar m’n ziel leidt dan even een autonoom leven. Die laat zich niets gezeggen. Gelukkig, na een poosje zakt het weer en kan ik verder.

Toch gebeurt het ook wel dat ik door die gevoelige plek te fel reageer op anderen. Die dan vervolgens niet snappen waarom ik van een schijnbaar niemendalletje zoiets groots maak, in hun ervaring. Ik moet dan soms meer uitleggen dan ik eigenlijk wil. Het lijkt me zo lekker om zakelijk en onaangedaan te kunnen blijven en niet met een bibberstemmetje te moeten zeggen dat je ook wel eens een complimentje of een woord van waardering wil horen!  Pffff. Ik voel me dan enigszins een looser. Weliswaar een eerlijke, maar toch..

pastinaak, spekjes en strand

We hebben eindelijk een groenteabonnement. Al heel lang van plan om het te nemen maar ’t kwam er maar niet van. Echtgenoot heeft de stap gezet:een formuliertje ingevuld in de reformwinkel in onze straat, that ’s all.

Een groenteabonnement, voor de niet-kenners, is een tas met een wekelijkse groentesurprise.  Voor een vast bedrag kun je iedere week een voorraadje biologische seizoensgroentes van eigen bodem ophalen in de reformwinkel. Heel leuk, want er zitten soms ook zg. ‘vergeten groentes’ bij.pastinaak

Deze week zaten er 4 witte wortels in die ik na enig speuren kon identificeren als ‘pastinaak’. Ziet eruit als een winterwortel, wit en van iets andere substantie. Gebakken of gewokt smaakt ie naar een mix tussen wortel, aardappel en appel. Heel mild en zacht van smaak. Heerlijk gebakken met een uitje, (knoflook)en wat kerrie. Volgens Wikipedia zat in de originele Leidse hutspot pastinaak (de aardappel was nog onderweg uit Zuid-Amerika!)

Zaterdagmiddag nog heerlijk op het strand geweest met o.a. kleinzoon Niek. Na een paar uurtjes strand met Niek komt het zand mijn en zijn oren uit. Ik ben de uitverkoren “bergenbouwer” , heuvels zand, waar Niek met groot plezier vervolgens bovenop springt of valt. Dat ritueel kunnen we uren lang herhalen. Tot hij besluit iets anders te doen: “Niek rennen”, en weg is tie, richting de zee. Net als ik denk dat hij plompverloren het water in rent keert hij zich om en komt even hard weer terug gerend: Help!! roepend, met z’n armpjes in de lucht, als een heuse acteur.

We hadden voor we richting strand gingen in een (nieuw)cafeetje in de Stevinstraat een tosti gegeten. Op de toonbank stond een grote glazen pot te schitteren, gevuld met spekjes. Hoe en wat we ook probeerden, Niek’s arm bleef 1 richting uitwijzen: spekjes. Ok, ik ben opgestaan en heb brutaal een spekje gepakt, waarom zou die pot er anders staan. Niek blij. En toen was het natuurlijk de bedoeling dat het klaar was. De andere spekjes waren voor andere kindertjes. Ja, knikt Niek gewillig. Nu waren de spekjes niet meer voor Niek. Nee, schudde Niek met z’n bolletje: niet voor Niek…ma’nnie, he? Maar z’n oogjes bleven maar staren en het handje ging steeds vaker toch weer wijzen. Nu was Niek nog herstellende van een flinke griep en z’n incasseringsvermogen zeer beperkt. Opeens keek ik naar een jongentje in opperste wanhoop. Mondje wijd open, dikke tranen die over z’n wagen rolden en z’n wereldje bestond nog maar uit 1 ding: SPEKJES!!

Volwassenen beraad. Nu wat? Mamma Jes stond kordaat op en vroeg de dame achter de pot of ze de pot des onheils uit het zicht wilde verwijderen, terwijl ik de net de dag daarvoor verzamelde beukennootjes en kastanjes uit m’n tas toverde. Even was er afleiding. En toen de oogjes zich weer vast wilden zuigen aan de verleidelijke glazen pot-met-inhoud was er slechts lucht. Pot weg. Spekjes weg. Langzaam droogden de tranen en na enige beukennoten trucjes mijnerzijds, brak de zon weer door bij Niek. Pfffff, close call!

Later thuis heb ik hem nog naar bed gebracht, liedjes gezongen (“mamma weg”), over z’n ruggetje gewreven tot twee vermoeide oogjes langzaam dichtvielen. Dagjes Scheveningen staan garant voor groot energieverbruik!

The days after

Nu is het alweer 2 dagen geleden dat mijn moeder stierf. Ik vind het vervreemdend dat zij daar nu ligt te wachten, in Schiedam, om begraven te worden. Moet ik daar niet bij haar zijn? Bij haar waken? Nee, zeg ik dan, dat is zij niet, het is haar lichaam. Zijzelf heeft geen weet meer van alleen-zijn, van wachten, van begraven worden. Tenminste daar ga ik van uit. “Terstond zult u met mij in het paradijs zijn” zei Jezus tegen de moordenaar die met Hem gekruisigd werd. En Paulus zegt ergens in het Nieuwe Testament: ” het is beter om te sterven en met Christus te zijn dan verder te leven…” En de zielen van de rechtvaardigen vragen aan God in de hemel, waar ze verblijven: “Hoe lang nog Heer, voor de verdrukkingen zullen stoppen op aarde?”. En de rijke man die in de hel terecht komt wil z’n familie gaan waarschuwen toch vooral te geloven in Jezus.

Natuurlijk is er in het ene geval sprake van een gelijkenis, in het andere geval is er sprake van veel symboliek. Maar alle voorbeelden, alle teksten in het NT gaan uit van het bewustzijn van de gestorvenen. Ze weten wie en waar ze zijn, ze communiceren, hebben lief, loven God of klagen dat ze niet dichter bij Hem kunnen komen!
Een mooie tekst in dat verband vind ik Hand. 17:28-” In Hem (God) leven wij en bewegen wij ons, in Hem zijn wij.” Zo verbonden en geborgen, nu al. En eeuwig leven is Hem kennen en liefhebben. Dat begint nu al, immers? In de hemel wachten we op de afronding, de finale.  Dan komt Jezus nog eenmaal en zullen we allemaal een nieuw (vernieuwd) lichaam krijgen en de aarde zal helemaal gelouterd, schoongemaakt worden. Waar we vervolgens zullen wonen. Misschien worden dan wel al die planeten bewoonbaar gemaakt? We zijn nl. wel met een boel mensen…

Mijn moeders lichaam wordt straks begraven, maar het is een vorm van zaaien zegt de Bijbel. Wat je zaait is niet om aan te zien, niks bijzonders. Maar wacht totdat het bloeien gaat, dan komt er iets schitterends uit. Kijk maar naar de crocussen, de narcisussen, hyacinten, scilla’s,anemonen enz. enz. die uit verschrompelde bloembolletjes tevoorschijn komen.

Dat is begraven. Zaaien en wachten op de jongste dag.

Intussen hebben we vanmorgen kleinzoon Niek’s feestje (1e verjaardag!)gevierd met z’n allen en vrienden van zijn pappa en mamma. Heerlijk om met Niek op schoot te zitten. (Hij was een beetje beduusd van alle bezoek).Troost. In de diepste zin van het woord.

Hij kreeg veel cadeautjes die hij met grote belangstelling openmaakte. Muziek genoeg. “La,la,la”, zingt hij met een schuddend bolletje wanneer hij een CD ziet. Hij kan met snelle vingertjes alles openkrijgen en als de CD-speler lager zou staan zou hij waarschijnlijk met veel plezier als DJ optreden. “Open, in, aan”, vingertje omhoog, luister…” Jaaaa! lalala”, helemaal verguld.

Kijkbijbel Kees de Korte

Van ons kreeg Niek de KijkBijbel van Kees de Kort, met de beroemde grote, expressieve platen, die in het Bijbels Museum ten toon gesteld worden.

Onze kinderen vonden ze prachtig. De blinde Bartimeus, die door Jezus weer ziende gemaakt wordt, z’n ogen wijd open gesperd.
De woeste golven en Jezus spreekt een woord: Stil! En het water is zo glad en stil als een spiegel..

Indrukwekkend was het altijd.
De platen in de kijkbijbel zijn wat kleiner, dat is jammer.

Maar voorlopig is Niek nog niet zo geestelijk geïnteresseerd. Hij is m.n. vol belangstelling voor auto’ s, dieren en vandaag wel in het bijzonder voor z’n 2 Jip en Janneke koffertjes! Prachtig vond hij die. Open en dicht. Niet altijd even makkelijk, maar kleine prutsvingertjes kregen het meestal voor elkaar. Met koffer in elke hand ging hij dan de deur door naar de gang, daaaaag, en dicht ging de deur.

Niek was op reis of naar z’n werk.

ziekenhoekje

Mijn hoofd is als een watermeloen, niet zo groen, maar wel zo vol vocht. Er slaat iemand op met een hamer. M’n keel zit vol zand en m’n longen zijn twee pijpjes met kattengruis. Zo gauw ik wil praten hoest ik tot er tranen over m’n wagen rollen. IK zwijg dus maar. .De rest van m’n lijf voelt aan of er een vrachtwagen overheen is gereden, beurs. Lieve mensen ik heb griep en ben heel zielig. Wie stuurt me een kaartje om me op te beuren?

Dank zij de laptop kan ik nog contact onderhouden met de buitenwereld, wat ben ik blij met dat vriendje…ik ga hem, (of is het een zij?) denk ik een naam geven. Maar misschien zijn dit wel koortswanen…

ik krijg er de zenuwen van

Worden jullie ook zo zenuwachtig van die verkiezingsdebatten op TV? Ik merk dat ik echt niet tegen dit soort communicatie kan..Als kind liepen bij mij thuis discussies vaak uit op ruzie. Het ging om gelijk krijgen en wie dat niet kreeg werd pissig en gedroeg zich ook zo. Ik was de jongste en vond dat hoogst onaangenaam. Angstig. Bij ieder gesprek over politiek of kerk dacht ik ‘oh, nee, daar gaan we weer’. Het zal ongetwijfeld mijn kinderbeleving geweest zijn die het erger maakte dan het in werkelijkheid misschien was.

Hoe dan ook, ik heb niet leren debatteren. Voel me ongemakkelijk, in het nauw gedreven, en hoe verhitter de discussie, des te meer sla ik dicht. Mijn schoonvader is engels van origine en gepokt en gemazeld door de engelse debatcultuur, waarbij je elkaar voor rotte vis mag uitmaken en als vrienden weer huiswaarts keert. Zo poneert hij al zijn meningen: ik heb natuurlijk gelijk en jullie zijn gek wanneer je het er niet mee eens bent. Waarmee hij niet bedoelt ons de mond te snoeren, integendeel. Lekker verbaal hakken en beuken is z’n lust en z’n leven. Gewoon met argumenten elkaar te lijf gaan en ternauwernood aan de dood ontsnappen. Je begrijpt dat ik in huize Fincham discussies angstvallig uit de weg ga.

De verkiezingen maken dat er nu iedere avond wel ergens een aantal politici elkaar te lijf gaan. Ik kijk wel ‘es, maar na de kortste keren zap ik verder. Ik voel plaatsvervangende schaamte voor de verliezer, zoals ik het ook altijd sneu vind voor de club die met voetballen verliest, maakt niet uit aan welke kant die staat. Met mij zou de ChristenUnie het niet ver schoppen. Voor ik het weet sta ik m’n podium af aan een loser. Behalve wanneer dat Verdonk is, denk ik.