Hit or shit?

http://nlpop.blog.nl/alternatief/2013/08/05/hit-of-shit-lukas-batteau-dance-for-the-dead-video

Ik maak reclame voor niets en niemand maar voor deze zanger, mijn favoriete singer-songwriter (na David uit de Bijbel) toch een uitzondering. Klik op de link en luister naar zijn single en STEM vervolgens: hit or shit (excusez le mot)

Hij is ook te vinden op  iTunes
Kijk even op de volgende link
http://www.lukasbatteau.com/music/

Tot slot:

Foto in de krant – Familie dynamiek

paenkinderen1954

En dan staat opeens deze foto in de krant. Mijn zus heeft hem ingestuurd naar de rubriek Dierbare foto’s van het Nederlands Dagblad. Daar wordt aan de hand van een foto, die een lezer instuurt, een kort verhaal verteld over de foto. Wie staan erop, waarom, wanneer en wat betekent de foto voor degene die hem op stuurde? Een leuke rubriek, die ik eerder ook aantrof in NRC Handelsblad. Ik hou van geschiedenis, van zwart-wit foto’s en van familieverhalen.

Maar dan staat er dus op een goede dag een zwart-wit foto van mijn eigen kleine geschiedenis in de krant. Ik zie een jonge, best charmante vader, gehurkt in zijn zwembroek, met vier kinderen in zwemkleding om hem heen. Mijn zusjes Loes en Thea en mijn broers Ed en Jacques. Twee donkere koppies, de meisjes en twee helblonde, de jongens. Mijn oudste broer Ed is een jaar of 9, mijn broer Jacques een jochie van 3. Mijn zus Loes, links voor, is 8 en Thea met haar arm door die van mijn vader, is dan een jaar of 5 of 6. Achter hen liggen de duinen en een leeg, uitgestrekt strand. Is het Ouddorp? Of Katwijk? Rockanje misschien? Geliefde vakantiebestemmingen uit die tijd.

Ik kijk naar die jonge gezichten van mijn broers en zussen en ben ontroerd. Waar zie je sterker een beeld van onbevangen vertrouwen in de wereld, dan in de gezichten van jonge kinderen? De toekomst ligt open, alles kan nog gebeuren. En veel verder dan de volgende duik in zee, een zandkasteel of ijsje denken ze hier nog niet. Het is vakantie en die waren altijd heerlijk, volgens mijn zus in het begeleidend artikeltje. Mijn vader was er voor de kinderen, op het strand spelen, badmintonnen, in de golven springen. Hij had net zoveel plezier als de kinderen, strandmens in hart en nieren als hij was.

Wie maakte de foto? Zou het mijn moeder geweest zijn? Het kan haast niet anders, maar ik kan me het toch eigenlijk niet voorstellen. Mijn moeder was atechnisch, hield niet van apparaten en liet fotograferen aan mijn vader over. Ik zie het zwarte kodakkastje nog voor me. Je keek er van bovenaf in en hield het op buikhoogte vast. Verrassend mooie foto’s maakte hij er mee, al duurde het poseren erg lang. Aan het gezicht van een van de zusjes te zien duurde deze sessie misschien ook lang. Ze heeft er geen zin (meer) in en wordt door mijn vader min of meer in een houtgreep vastgehouden: nog even!

Er ontbreekt natuurlijk iemand op de foto. Dat ben ik. Was mijn moeder zwanger van mij? Het is hier zomer 1954 waarschijnlijk. Ik ben van maart ’55, dus in een zeer pril stadium aanwezig. Mijn moeder wist het misschien nog niet eens. Het verhaal gaat dat ze naar de dokter ging omdat ze zich al een tijd niet lekker voelde. Ze meende al een jaar of twee in de overgang te zijn omdat ze niet meer menstrueerde. Dus het laatste wat ze verwachtte was de mededeling van de arts dat ze zwanger was van de vijfde. En die was al minstens drie maanden op weg. Wellicht is dit de zomer waarin ze meende dat er een makkelijker bestaan was aangebroken zonder luiers en huilende baby’s.

Vandaar dat ik misschien bij deze foto het gevoel krijg er niet bij te horen. Het gezin is af. Klaar. Ontspannen op vakantie. Het volgende jaar zal er een dik, nog onberekenbaar, veel aandacht nodig hebbend, flessen drinkend zusje bijgekomen zijn. Verstoorde ik het evenwicht? Waar zou ik staan op deze foto als ik er bij geweest was? Waarschijnlijk waar nu mijn stralende broertje op mijn vader leunt. Hij zou dan vervolgens staan waar mijn zus in de klemgreep van mijn vader hangt. En zij? Opeens groot zou ze naast oudere zus of broer geplaatst zijn. Of weg gerend omdat ze er geen zin meer in had. De positie die ze voor haar gevoel altijd heeft gehad in ons gezin: ergens tussenin, er niet bij horend. Zij kan zich niet herinneren wat de impact van mijn komst was. Mijn andere zus kan ik het niet meer vragen, ze stierf in 1992. Mijn broers moet ik nog maar eens om een reactie vragen.

Familie dynamiek. Boeiend, fascinerend en niet te onderschatten qua invloed.

Vrouw van een dominee 5, Sommige perikelen

Echtgenoot preekt op verschillende plaatsen in Nederland. Ik vergezel hem af en toe. Niet vaak, omdat ik het eigenlijk lastig vind in ‘vreemde’ gemeentes alleen binnen te komen en weg te gaan. Dat werkt ongeveer zo.

Voor aanvang van de dienst kom ik binnen in de hal van de kerk waar nog maar enkele mensen zijn. We zijn vroeg vanwege instructies die echtgenoot voorafgaand aan de dienst zal krijgen. Ik sta en bedenk wat ik ga doen. Blijven staan? Twintig minuten is lang. De aanwezige kerkleden zijn druk met voorbereidingen maken voor koffie, bezig met techniek en geluid. Ik drentel wat rond en bekijk de muren op zoek naar iets leesbaars. Een poster, een prikbord. Hoopvol zoek ik nog een boekentafel, een uitstekend middel om onopvallend toch zeker een kwartier door te kunnen brengen. Tevergeefs. Het prikbord ontbreekt ook. Dat is dus snel klaar.

Ik neem een beker koffie, maak een praatje met de koffieschenker en drentel verder. Ik kan natuurlijk iemand aanspreken, maar ik heb eigenlijk geen zin in kletsen. Goed, niet praten dan. Wil ik dat iemand mij aanspreekt? Ja, want dan gaat de tijd sneller en nee, ik wil niet zielig gevonden worden of zo.  En opnieuw, vertel ik mezelf, ik heb niet zo’n zin in een praatje.

Ik sta nu in dubio. In de kerkzaal gaan zitten, rond blijven drentelen, naar de WC gaan (ik hoef niet) of even naar buiten. Ik besluit aan deze overvloed van keuzes er één toe te voegen: gaan zitten op de koele bank in de hal, een beetje uit het zicht. Maar dan moet ik  wel een neutrale blik hebben. Niet een blik van zieligheid (kijk die vrouw daar eens alleen zitten), maar ook geen chagrijnige blik (geen wonder dat dat mens daar alleen zit). Neutraal dus. Ik trek een soort plooi met mijn lippen tussen een glimlach en een pruillip. Een soort Mona Lisa expressie. Maar al snel voel ik me een zombie. Ook geen succes.

Inmiddels zijn er nauwelijks 5 minuten voorbij. Een echtpaar dat zich bij de voordeur heeft opgesteld, duidelijk in afwachting van familie of vrienden, kijkt in mijn richting. Help, straks komen ze hier naast me zitten en moet ik van alles vragen van mezelf. Ik sta op en gooi mijn plastic bekertje weg. Dat is weer even een wandelingetje.

Zucht. Enigszins vroeg, ga ik dan toch maar in de kerkzaal zitten.

Vrouw van een dominee 3, 1988-2011 – Zaandam, zorgen en zoeken

Na 8 jaar Korea en een halfjaar Bunschoten-Spakenburg werd het dus Zaanstad waar we ons vestigden. Een stedelijke omgeving, geen vrijgemaakt bolwerk-met-school en een praktische, voor ons gezin prima geschikte pastorie. De gemeenteleden die we ontmoet hadden tijdens de kennismakingsdag waren toegankelijk en we voelden ons op ons gemak. Waar beoordeel je uiteindelijk welke gemeente het wordt wanneer je er vijf hebt om uit te ‘kiezen’? Het is vleiend en geruststellend wanneer er meerdere gemeentes belangstelling tonen in jouw man, maar de gemeentes zijn ook weer zo divers dat je je afvraagt wat nu precies de reden is dat ze hem vragen?

We wisten wel vrij snel zeker dat we niet in een plattelandsgemeente passen zouden. We geloofden sterk in continuïteit. Als God je ergens voor heeft ingezet ligt het voor de hand die opgebouwde ervaring verder te gebruiken. We hadden allebei behoefte aan internationale contacten, studenten, cultuur en de uitdaging van een stedelijke omgeving. Niet dat Zaanstad aan al die behoeftes zou gaan voldoen, maar met Amsterdam vlakbij lag het meer voor de hand naar het Zaanse te gaan dan Dedemsvaart of Roden bijvoorbeeld. Zo hebben we er toen in elk geval over nagedacht. Nu vragen we ons wel af of we het belang van de kinderen niet zwaarder hadden moeten laten meewegen. Een grotere gemeente met meer kinderen, een school dichtbij…We hebben hen toen meegegeven dat het fijn is steun te geven aan een gemeente die kleiner was en die meer moest bikkelen. God zegent het wanneer je iets van jezelf weggeeft. Ik geloof dat nog steeds, maar ben wel voorzichtiger geworden in het kinderen daarin meenemen. Iets voor mezelf opgeven is één ding, maar in hoeverre mag ik iets weggeven wat niet van mij is? Ik ben daar niet uit. We hebben het onze kinderen niet makkelijk gemaakt in  de keus voor een (vrijgemaakte) school ver weg en al het reizen wat daar in meekwam.

Ondertussen was ik met alles bezig behalve met internationale contacten en cultuur. Ik heb al eens eerder een blog geschreven over mijn dramatische ervaringen met het huishouden gedurende mijn eerste jaren in Nederland. Dat drukte in z’n volle omvang op mijn schouders na jaren een hulp in huis gehad te hebben die er 3 á 4 dagen in de week was. Ze was lid van ons gezin. Ze deed de was, hield het huis schoon, zorgde voor de kinderen als ik weg moest (die waren gek op haar) en kookte af en toe. Ik had het op mijn manier toch nog druk genoeg (vond ik toen) met vier kinderen.

Pas terug in Nederland realiseerde ik me dat ik helemaal niets gewend was. Lees mijn blog over mijn grootste nachtmerrie, de altijd maar, in een eeuwige cyclus, groeiende aanwezigheid van was in huis. In vieze staat, in gewassen staat, nat; in gewassen staat, droog en ongevouwen; in gewassen staat, gevouwen maar een berg nog ongestreken en uiteindelijk in een staat dat het weer gedragen of gebruikt  kon worden. Meestal zat er zoveel tijd tussen de eerste en de laatste staat dat we vaak in een van de bergen moesten zoeken of iets toe was aan fatsoenlijke dracht. Ik verdronk erin.

Maar ik was nu wel de vrouw van een dominee-met-een-gemeente. Dat betekende dat ik dingen moest doen. Vond ik. Wat moest ik doen? Ik vond niet dat het iets met mijn uiterlijk te maken had. Dacht ik. Maar het schuurde wel van binnen, want ik vond dat ik maar met rare, niet-Nederlandse kleren rondliep. Ik vond ook dat ons huis er eigenlijk raar uitzag. Armoedig. Anders. Bij elkaar geraapt zooitje. Dat hadden we in Korea ook, maar wie gaf daar ook maar ene bal om? (Oh, de rust van het ontbreken van vergelijkingsmateriaal). Maar hier zat ik in een pastorie tussen de ouwe meubelen van iemand anders en ik had geen cent om uit te geven. Dat was allemaal gestoken in noodzakelijke, maar onaantrekkelijke dingen als elektrische apparaten en een auto.

Ik haatte mezelf natuurlijk dat ik zo bezig was met alleen maar zulke triviale zaken. Ik wilde geestelijk bezig zijn. Opbouwend. Positief. Er stond me iets voor de geest als ‘er voor iedereen zijn’, willen zorgen, steunen en helpen waar het maar nodig was.

Liefst niet thuis met de was.

Vrouw van een dominee 2, 1988-2011- De eerste gemeente

Het rare van domineesvrouw ‘zijn’ is dat het eigenlijk niks is. Bakkersvrouwen werken alle eeuwen door in de bakkerswinkel en boerinnen in de stal of op het land, maar wat doet een domineesvrouw? Dat is in ieder tijdperk anders. Vroeger vergezelde zij haar man vooral op bezoeken, ze ging zelf de gemeente in om goed te doen en soep te brengen bij armen. Vaak was ze ook een van de weinigen met een opleiding en leidde Bijbelstudies en dergelijke. Maar die tijden waren zelfs in 1988 al lang voorbij.

Toen ik ‘begon’ als domineesvrouw was ik 33 jaar en ik had geen flauw idee wat er eigenlijk van mij verwacht werd. Ik had geen rolmodel want we waren lang weg geweest en nog niet zo lang voor ons vertrek lid geworden van de kerk waarin echtgenoot predikant was geworden. Als kind herinner ik me weinig van de rol van de vrouw van de predikanten van mijn ouders. Dus wie of wat was ik nu geworden? Ik was het vanuit Korea wel enigszins gewend om gezien te worden vanwege het beroep van mijn man. Ik werd tenslotte ‘weledele vrouw van de geleerde(saamoniem)’ genoemd. Maar verder dan dat ging het niet. Af en toe mocht ik mee naar een etentje

Als onbeschreven blad zou ik dus starten. Waar? Dat werd nog een hele klus voor we onze bestemming wisten. Vijf gemeentes nodigden ons uit om kennis te maken. Harderwijk, Dedemsvaart, Zaanstad, Rozenburg en Roden. In iedere gemeente werden we verwacht om een dag door te brengen. Kennismaken met de kerkenraad. Kennismaken met de stad/het dorp/de regio en ’s avonds kennismaken met de gemeente. Wat ik me nog heel scherp herinner is dat ik iedere keer halverwege de dag barstende koppijn had en darmkrampen. Ik kan het nu makkelijk plaatsen (te veel indrukken, spanning) maar ik werd er toen steeds door overvallen en verweet het mezelf.

Omdat het de eerste gemeente na de Korea-periode zou zijn mochten we in plaats van drie er zes weken over nadenken. Waar wilden we heen? Waar riep God? Dat laatste vond ik moeilijk. Alle vijf gemeenten waren zonder predikant en kwamen daarom in aanmerking voor mijn gevoel. Hoewel de kleinere gemeentes wat ons betrof het wel meer nodig hadden om iemand van buiten te hebben. We keken ook naar praktische zaken. Passen we in het huis met z’n zessen? Ik was nog jong genoeg om op eventuele gezinsuitbreiding te hopen. Kunnen we na jaren stad wennen op het platteland? Dat soort vragen.

Een andere belangrijke vraag was die van de school. Het is 1988 en kinderen van de kerk gaan allemaal, met een uitzondering daar gelaten, naar de eigen scholen in Rotterdam, Groningen, Amersfoort of Zwolle. Onze oudste is een VWO kind. We leggen Amerikaanse/Koreaanse maatstaven aan wat betreft afstanden reizen en vertrouwen op de vele ouders die zeggen dat ver reizen naar school geen enkel probleem is. De kinderen raken snel gewend en maken huiswerk (of lol) in de trein. Ouders hebben er meer problemen mee, zegt men over het algemeen.

Dat geeft voor ons de doorslag om naar Noord-Holland te gaan. Een soort verzet tegen de gangbare trend, dat men wegtrekt uit steden waar geen eigen onderwijs is, om met duizenden op een kluitje rond de middelbare scholen te gaan zitten. Zo keken we er toen tegen aan. Heldhaftig. Later heb ik daar spijt van gekregen. Niet voor mezelf. Ik hoefde niet iedere dag in de trein of bus. Maar spijt voor onze oudste die dat reizen wél moeilijk vond. Heldhaftig zijn ten koste van anderen is makkelijk..

Mijn eerste ervaringen als domineesvrouw begon ik dus op te doen in het Zaanse. De eerste pastorie die ik bewoonde was die aan de Schepenlaan.

Vrouw van een dominee 1 1988-2011 – Het Begin

De vraag komt regelmatig voorbij: hoe kijk je terug op je leven als vrouw van een dominee? Het leven in de pastorie, zoals het ook vaak genoemd wordt. Het leek me leuk er een serie blogs aan te wijden. Dat leven begint voor mij pas in 1988, nadat wij acht jaar in het buitenland gewoond hebben als gezin.

via Plazilla, Ragasto

In de afgelopen dagen hoorde ik het vaak op de radio: waar was je op de avond dat Nederland het EK voetbal won? Nou, ik weet het nog goed:Vers uit het buitenland, op een bovenetage, achter een joekel van een TV, in Bunschoten. Eindelijk konden we een Nederlandse voetbalwedstrijd volgen.

Het Begin
Het is mei 1988. Onze tijd in het buitenland zit erop. Vanuit het Aziatische Zuid-Korea verhuis ik met ons gezin in mei naar Nederland terug. We zijn ruim acht jaar weg geweest. In 1980 vertrokken we als studentengezinnetje met twee kleintjes (een dochter van drie jaar en een zoon van drie maanden) naar een onbekende bestemming in het Verre Oosten. Het enige dat we toen zeker wisten was dat mijn echtgenoot als docent zou gaan werken aan een theologische opleiding in Busan, de meest zuidelijke havenstad in Zuid-Korea, samen met een collega. De aanstaande collega was al een aantal jaren predikant en verlaat zijn gemeente in Leiden om samen met vrouw en kinderen naar dezelfde stad te vertrekken als wij. Hun kinderen waren nog jonger dan de onze. Twee jongens, één van twee jaar en één van tien maanden. We troffen elkaar in 1980, ergens in januari op het vliegveld in Tokio om van daaruit verder te vliegen naar Busan. En aan een avontuur te beginnen dat ons leven voor altijd zou veranderen. (momenteel ,2024, ben ik een serie aan het schrijven over onze tijd in Zuid Korea. De eerste kun je hier vinden)

Acht jaar later keren wij terug naar Nederland. Nu met vier kinderen. Onze oudste is twaalf en klaar voor de middelbare school. Er is, behalve een internaat, geen geschikte school voor haar in Zuid-Korea. Tijd om terug te gaan dus. De kinderen zijn respectievelijk twaalf, acht en vier jaar. En we hebben een meisje geadopteerd dat inmiddels elf is. Opnieuw is onze uiteindelijke bestemming onbekend. Er is een tijdelijk verblijf geregeld in Bunschoten-Spakenburg. Van daaruit zullen we werken aan een nieuwe invulling van ons leven. Het ligt voor de hand dat echtgenoot zich beroepbaar zal stellen als predikant. Maar de eerste maand is hij er nog niet.

Busan Photos

This photo of Busan is courtesy of TripAdvisor

Bunschoten-Spakenburg

Vanuit de miljoenenstad Busan zit ik dan opeens alleen, met de vier kinderen, op een etagewoning in Bunschoten, met onder ons de RABO bank. Met meubels, bedden, dekens, linnengoed en servies van de zolders van vriendelijke mensen. Nu allemaal tóp-vintage, toen lichtelijk deprimerend en ouderwets. Maar met wat plantjes, een paar prulletjes die ik in de koffer mee had kunnen nemen en een dosis humor, is het ook wel weer gezellig te maken. Echtgenoot moet in Busan examens afronden en zou half juni komen.

Het schoolseizoen is nog niet afgelopen. Dat is ook een van de redenen waarom we eerder zijn gekomen. De oudste wil wat wennen voordat ze in het diepe van de middelbare school springt. Uit een privéklasje van acht leerlingen overstappen naar een grote school als de Guido de Brès in Amersfoort is wel erg drastisch. Maar wennen als buitenlands kind in de hoogste klas van een basisschool, waarin de kinderen elkaar al vanaf de kleuterleeftijd kennen, is ook niet eenvoudig. We zien er anders uit (mode is zo landgebonden), onze kinderen spreken goed Nederlands, maar met een (Engels) accent dat de Bunschotense kinderen maar raar vinden (Kak!). (Ze hadden natuurlijk nooit hun eigen rare accent gehoord). Echt veilig voelt de oudste zich niet. Maar er is geen keus. Dit is de school, hier wonen we nu tijdelijk en vanaf hier begint het nieuwe leven.

We fietsen door de weilanden rondom Bunschoten en genieten. Fietsen was in Busan nauwelijks een optie. Geen fietspaden, chaotisch verkeer en veel te heuvelachtig. We kopen lekker patatjes-mèt op de markt, krijgen kilo’s haring, kijken het WK voetbal, genieten van series op televisie die we kunnen verstaan en volgen (maar niet A-team, we waren toch wat wereldvreemd geworden en ik vond het te gewelddadig..). De eerste weken overweegt het vakantiegevoel. Hoewel het tussen de middag heen en weer racen, om (vier!) kinderen van school te halen en weer terug te brengen na de lunch, mij al snel de keel uithangt. Vooral omdat de kleuterschool een half uur eerder uit is dan de groepen 4 t/m 8. Ik ben dat helemaal niet gewend en heb het gevoel dat mijn dag in honderd stukjes gesneden is. Wachten bij de schoolpoort waar niemand me aanspreekt vind ik ook een opgave.

Ondertussen moet er van alles geregeld. Er is geen wasmachine. Ik moet financiële regelingen aanpassen omdat we ons weer in Nederland vestigen (vergeet niet, dit is het pré-digitale tijdperk! Alles moet persoonlijk en/of schriftelijk gedaan worden. In november van 1988 sluit Nederland zich als tweede land aan op het internet. Alleen nog voor wetenschappers en militaire doeleinden). Verzekeringen moeten veranderd. De container met onze spullen arriveert en moet door de douane geloodst (= formulieren invullen), fietsen moeten aangeschaft, de kinderen willen weer op sport, op muziek (te laat in het seizoen, nieuw voor mij, in Zuid-Korea werkt het anders). Het vakantiegevoel wordt langzamerhand overstemd door een gevoel van vervreemding. Bij de Postbank (zo heette die toen nog) staan mensen een soort kaartje door een apparaatje te schuiven waarna ze een nummer intoetsen voor ze geld krijgen. Ik heb de ontwikkeling gemist en sta verlegen te hannesen. Terwijl ik in Busan precies mijn weg wist.

Ik ben niet terug in mijn eigen land. Ik ben (te)lang weg geweest en mijn land is veranderd. En ik ben zelf veranderd. Bij alles denk ik: in Korea deden we dat zus of zo…Eerst zeg ik dat nog hardop, maar de glazige blik in de ogen van de anderen maakt dat ik dat al snel inslik.

Dit is Nederland. En hier blijven we wonen.

Jetlag (nog één keer) – laatste fase

Afgelopen week was een vreemde. Echtgenoot was op reis, ik was alleen en mijn lijf voelde uitermate vreemd. Geen oorzakelijk verband want het begon al voor hij vertrok. Altijd geneigd aan het ergste te denken zag ik mij wegzinken in een diepe put van depressie. Ik voelde me gespannen, nerveus, bijna angstig. Het soort gevoel dat je kunt hebben voor een belangrijk examen waar alles van afhangt of een afspraak bij de arts om slecht nieuws te krijgen, dat soort spanning. Onaangenaam. Wat is hier gaande? Want niets van dat alles speelde op dat moment.

Ik viel met moeite in slaap, na zeker 1 á 2 uur klaarwakker gelegen te hebben, moedig de ogen stijfdicht vanwege de melatonine (donker). En áls ik dan eindelijk sliep was het diep, met wilde dromen. Mensenmassa’s die allemaal reisden en van wie ik de koffers moest pakken, grote huizen vol mensen die op een of andere wijze door mij geholpen moesten worden, huilende mensen, schreeuwende mensen…Echt lekker wakker werd ik daar niet van.

Nu is het zo,als ik iets kan verklaren, dat ik er makkelijker mee leef. Dat schijnt heel menselijk te zijn. Ik heb de volgende, niet wetenschappelijk onderbouwde, theorie bedacht voor mezelf.

In de 3e, 4e week van de jetlag, krijgt mijn lijf eindelijk door dat ik adrenaline en cortisol nodig heb wanneer het licht is (de ‘wakkerhormonen’, zeg maar) en vervolgens, wanneer het donker wordt, moet de melatonine pomp gaan draaien. Maar van balans is nog geen sprake. Het mannetje in mijn hersenen geeft een enorme beuk op de cortisolpomp die vervolgens een ongepaste hoeveelheid stresshormoon door mijn bloed jaagt. Genoeg voor een week of voor een triathlon. ‘Finetuning’ zit er nog niet in.

’s Nachts wanneer het donker is gaat de andere pomp open, de slaappomp en zorgt ervoor dat ik weliswaar slaap maar het wakkerhormoon is nog láng niet uitgewerkt, dus ik blijf druk bezig, nu in mijn dromen.

Na een paar van zulke dagen gaat het geleidelijk aan wat meer evenwichtig. Ik drink geen koffie met caffeïne, doe het rustig aan, ga veel naar buiten, vermijd drukke omgevingen. Wat me heel slecht is bevallen in verband met dat laatste zijn twee 3D films. Eén zelfs in de Imax, waar het geluid niet alleen via je oren maar ergens via je maag (doéng,doéng) naar binnen dringt. De 3D brillen hebben op mijn hersenen hetzelfde effect als twee uur scheel kijken. Probeer dat maar eens een paar minuten te doen. Ik kom volledig gedesoriënteerd en misselijk buiten.

STARTREKEPIC

De eerste film was niet voor mezelf, ik ging mee voorde gezelligheid. Startrek, in de Arena IMAX. Heftig. Dus ik had nog niet helemaal in de gaten dat 3D geen goed idee voorme was. De tweede was met de kleinzoons, Epic. Animatie en een familiefilm, eveneens in 3D. Toen realiseerde ik me dat het de 3D is die mij misselijk maakt. Geen aanrader voor iemand met een overtollig stresshormoon en wilde dromen!

Stress is slecht…kijk maar eens wat er allemaal gebeurt in je lijf…

what-stress-does-to-your-body

Jetlag, de feiten

Mijn blog Jetlag, de kwaal joeg sommige mensen de stuipen op het lijf. Dat blijkt uit wat reacties die ik kreeg. Om direct maar iedereen gerust te stellen: het gaat weer prima! Het feit dat ik een blog erover schreef zegt al genoeg, want in de jetlag periode krijg ik nauwelijks een zin uit mijn mond, laat staan een blog uit mijn PC.

Zelfs mijn echtgenoot merkte op dat hij zich niet realiseerde dat het zo erg was. Terwijl we toch minstens driekwart van de tijd samen op trekken. Dat komt natuurlijk ook wel door het versterkende effect van het geschreven woord. Ik had het ook wat minder kunnen maken, zoals je bij de dokter altijd geneigd bent te zeggen dat het allemaal wel meevalt…Waarop de dokter vrolijk zegt dat het met een aspirientje vanzelf weer over gaat,terwijl je sterft van de rugpijn, ik zeg maar wat.

Ik schreef dus bewust over de symptomen, ook omdat veel mensen geen idee hebben dat dit niet zo uitzonderlijk is. Ik lees op internetfora over mensen die nog nooit depressief geweest zijn en na een lange vlucht naar hun vakantiebestemming (meest in oostelijke richting!) daar ’s nachts in hun hotelkamer huilend zich afvragen wat de zin van hun leven is en werkelijk niet weten wat hen overkomt. Ze hadden toch geweldige vakantieplannen en zitten in een prachtige omgeving?

Alles slijt, dus ook een jetlag. maar wat gebeurt er in vredesnaam in je lijf dat zulke heftige gevolgen kan hebben? Na het een en ander gelezen te hebben kom ik tot de volgende beschrijving.

Een verstoring in het circadische ritme, zo heet jetlag officieel. Oftewel: een verstoring in het slaap/waak ritme, maar dat wist iedereen natuurlijk al. Dat het komt door veel te snel per vliegtuig meerdere tijdzones (minstens 2) te overbruggen mag ook bekend wezen. Ons lichaam is er niet op gebouwd  zich zo snel aan te passen aan de latere tijd (meestal de lastigste aanpassing) van de nieuwe omgeving.

Nieuw voor mij was, toen ik wat aan het lezen ging over jetlag en de symptomen, dat we allemaal onze eigen biologische klok hebben die ons slaap/waak ritme regelt. Interessant genoeg is die niet hetzelfde voor iedereen. Ieder mens heeft een eigen 24 uur ritme in lichaamstemperatuur, afscheiding van bepaalde hormonen, hartritme, slaappatroon, plasbehoefte, trek aan eten en drinken enzovoort. De VPRO-NTR had vorig jaar in februari een interessante documentaire over onze biologische klok. Ook lichaamscellen vertonen een bepaald 24-uur ritme in gevoeligheid. Onderzoek probeert vast te stellen hoe dat ritme voor ieder persoonlijk verloopt omdat dit verschil  kan maken wat betreft effectiviteit in de werking van medicijnen en chemotherapie voor kankerpatiënten bijvoorbeeld.

Verstoring van de melatonine productie in ons lichaam speelt een belangrijke rol bij jetlag. Het is een hormoon dat ’s nachts, in het donker, wordt aangemaakt en ons slaperig maakt. Met een jetlag echter, wanneer je lichaam van slag is, kan melatonine ook overdag door je lijf stromen, zeker wanneer je in bed blijft liggen, met de gordijnen dicht! ’s Nachts gebeurt dan het tegenovergestelde, je kunt niet slapen omdat je stijf staat van de cortisol, het wakker-hormoon en je dwaalt door het huis.

Jetlag is heftiger wanneer je in oostelijke richting reist. Richting het oosten raak je tijd kwijt, want het is uren later waar je aankomt dan je lichaam denkt. Ook het aantal tijdzones speelt mee: hoe groter het tijdsverschil, des te langer last. Volgens de NASA heb je voor ieder uur tijdsverschil 1 dag aanpassing nodig. Maar ook dat blijkt heel individueel te zijn. Ik heb voor ieder uur minstens een week nodig, volgens mij! Overigens, zoals bij alles, speelt ook leeftijd (helaas) een rol.

Behalve vermoeidheid en slaapproblemen zijn er dus ook die andere symptomen die herhaaldelijk genoemd worden op de sites die ik bekeek. Ik vond bijvoorbeeld het onderstaande rijtje:

  • vermoeidheid,slapeloosheid
  • gebrek aan concentratie en motivatie
  • prikkelbaarheid, depressie, verergering van psychiatrische stoornissen
  • hoofd- en spierpijn, wisselende lichaamstemperatuur
  • indigestie, darmklachten

Het laatste waar je op zit te wachten wanneer je terug komt van vakantie of er net aan begint!

Op een site voor reisinformatie en -tips las ik deze 10 tips, speciaal voor gevoelige typetjes zoals ik, want uiteraard,wanneer je gevoelig bent voor depressies zul je ook meer last hebben van de gevolgen van een jetlag. Zaak is om dat dan ook te accepteren en jezelf niet teveel te pushen.

En om met een vrolijke noot te eindigen: Hamsters worden dommer van jetlag en malaria parasieten doen het een stuk slechter met een jetlag. Dat is dan weer goed nieuws!

Hooikoorts, niet in Limburg

Mijn enthousiaste en poëtische beschrijving van het hooien, hier op onze vakantieplek in Zuid-Limburg, bracht één van mijn lezers tot de verzuchting: arme hooikoortspatiënten!

Laat ik daar nu geen seconde aan gedacht hebben toen ik me op sleeptouw liet nemen door mijn muze! En ik heb nog wel een schoonzoon en een kleinzoon met ernstige allergieën op dit gebied. Ik zag wel de duizenden liters grasstof die in de atmosfeer omhoog  dansten, maar ik zag alleen dat mooie wervelen van fijn gras in de warme lentezon. Ho, pas op – mijn dichtader begint weer te vloeien. Terwijl ik hier mijn medeleven wil tonen aan iedereen die in weken als deze te lijden heeft van alle pollen, grassen, bomen en struiken. Niks geen natuurschoon, geen poëtische beschrijvingen. Maar niezen, hoesten en rode, jeukende ogen, dat inspireert helemaal niet tot dichten, maar tot binnen blijven en frequent medicijngebruik. Ik voel me een gezegend mens dat die kwaal me bespaard is gebleven!

Ondertussen heeft mijn kleinzoon, na jarenlang iedere ochtend 10 druppels onder de tong gehad te hebben tegen bomenallergie, immuniteit opgebouwd tegen één van de bomen-boosdoeners. Van onze kat ging zijn neus ook altijd jeuken en kriebelen, hoewel hij officieel daar geen diagnose voor heeft gekregen. Maar het zal wel een bepaalde gevoeligheid zijn. Nu zijn onze poezen weg, tot zijn grote spijt. Een beetje jeuk en kriebel had hij wel over voor Gina en Charlie. Maar om je kleinzoon als eerste bij binnenkomst een allergiepilletje aan te bieden als ware het een snoepje, vond ik toch wel een hard gelag. En het lijkt of er steeds meer mensen met allergieën zijn. Zo vaak zag ik gasten met tranenende ogen terwijl het onderwerp van gesprek niet heel emotioneel was.

We leven vervreemd van de natuur, dat zal wel de reden zijn. We zijn te schoon, te netjes en moeten terug naar de tijd dat bacteriën welig tierden. Toen stierven de mensen jong, maar ze waren tenminste niet allergisch!

Waken en dromen

SAM_0570SAM_0571

Tien dagen lang was ik in de VS verband met het sterven van schoonmoeder Blanca. Met de hele familie verzameld als in een reünie, waren de dagen vol en druk en duizelde het me soms van de gesprekken en emoties. En van de hoeveelheden kopjes, mokken en glazen die er per dag doorheen gingen, afgezien nog van borden en bestek. Ik lag ’s nachts vaak nog lang klaarwakker in bed.

Ieder familielid is een leven en ieder leven is vol van gebeurtenissen. Vrolijke, moeilijke, verdrietige. Al die levens zijn weer verbonden aan andere levens, van vroeger of nu, partners die kwamen en gingen, men woonde hier en daar (in de VS een onderwerp wat er toe doet, met een land zo groot als Europa) , kortom, de verhalen zijn eindeloos. Alsof het ene verhaal van het sterven van Blanca, vrouw, moeder, oma, grootoma al niet genoeg was…

Maar wachtend op dat sterven en later wachtend op het begraven, is de familie bij elkaar en spreekt en vertelt en herinnert. Zes kinderen, vier jongens en twee meisjes. Geboren in een tijdspanne van tien jaar in het Cambridge (VS) van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw. Met een opvoeding gericht op het ontwikkelen van talenten, met name creatieve. Muziek, toneel, dans, schilderen, veel cultuur.  Alleen mijn echtgenoot, waarschijnlijk omdat hij de oudste was en dientengevolge leed aan het verantwoordelijkheidsyndroom heeft zich gestort in het serieuze bestaan van de theoloog. De anderen hebben zich allemaal ontwikkeld tot zangers, liedjesschrijvers en musici. Daarnaast beoefenen ze allemaal een of ander beroep dat dient om de rekeningen te betalen.

Tijdens de tiendaagse wake is er dus ook heel wat gezongen en gemusiceerd. In de grote ziekenhuiskamer werd zoveel geluid geproduceerd dat ik met mijn Nederlandse lawaai-angst wel eens bezorgd was of we niet door de ziekenhuisbeveiliging eruit geknikkerd zouden worden, wegens overlast. Amerikanen hebben wat dat betreft weinig last van zorg voor de buren. Mijn schoonfamilie heb ik er niet op kunnen betrappen, tenminste. Maar het was mooi en geweldig dat de gelegenheid er was. Blanca was niet gelukkiger dan wanneer haar kinderen en kleinkinderen met hun instrumenten om haar heen zaten en bij toerbeurt hun liederen zongen.

Voor de Nederlandse tak was dat wel eens lastig. Op Lukas Batteau na kwalificeren wij ons niet op het gebied van muziek of kunst. Althans niet in de uitvoering ervan. Onze talenten zijn wat minder zicht- en hoorbaar! Maar het fenomeen dat velen van ons ZZP’ers zijn was ook wel weer iets heel bijzonders in Blanca’s ogen. In Nederland weten we ondertussen dat daar rijp en groen tussen zit, maar mijn schoonmoeder had grote bewondering voor ondernemerschap. Zelf was ze in haar leven altijd wel bezig met een of ander project of bedrijfje. Voor haar telde vooral dat je dingen met je hart deed. Dat dat wel eens tot een romantisering van de werkelijkheid leidde bij haar maakt niet uit. Haar enthousiasme was roerend.

Tien dagen lag ik ’s nachts lang wakker van de drukte.. Nu ben ik verdraaid ’s nachts zo druk in mijn dromen, dat ik doodop wakker word! Alles komt nu in het kwadraat nog een keer voorbij: Enorme stapels  afwas, grote groepen bezoekers en ik heb niets in huis,  eten koken voor een weeshuis, terwijl ik het gas niet aan krijg, de meest frustrerende situaties….Gelukkig zijn er nu de stille dagen om bij te komen.