Een wandeling met een les

De lucht is staalblauw. De lentetooi van de bomen waar we tussen lopen is tegen die achtergrond nog feller, zinderend groen. Het bospad slingert en komt uit op een open plek. Er staat een eenvoudig monument met daarop de geschiedenis van wat zich hier afspeelde. Onder mijn voeten zanderige grond, bedekt met naalden en bladeren van de vorige herfst. Het ruikt zo sterk naar bos, oude grond en nieuwe bloei dat het me de adem beneemt.

monument Den Treek

Toch, deze open plek, nu vol nieuwe groei en aanplant, blijkt een dodengrond. Precies op deze plek staan op  16 oktober 1942 vijftien mannen. Tussen de 30 en de 50 jaar.  Het is dan rond de 13 graden, normaal voor de tijd van het jaar. Heel af en toe laat de zon zich zien. Die dag is het droog maar de dagen ervoor was er regen gevallen. Ik ruik de geur van het vochtige bos.

We staan op een plek in het bos op het landgoed Den Treek-Henschoten. Een groot landgoed tussen Woudenberg en Amersfoort in particulier bezit van de familie de Beaufort. Prachtig gebied om te wandelen, fietsen of paardrijden. We lopen er zaterdagmiddag, Bevrijdingsdag, en genieten van de natuur. We stuiten op een bord dat verwijst naar een monument even verderop. We volgen de aanwijzing en arriveren op de stille, open plek. En op dat moment krijgt de omgeving een andere lading. Hier zijn mensen bruut vermoord. Hier hebben mensen voor het laatst de doordringende bosgeur ingeademd, de vogels horen zingen, modderige bosgrond geroken toen ze erdoor heen werden gejaagd, op weg naar hun dood.

Ik hoor de honden blaffen, de schreeuwende bevelen, het geluid van vrachtwagens die de gevangenen afleveren. Ik zie de gezichten van die vijftien mannen. Angst, ongeloof, gelatenheid? Twaalf verzetsmensen en drie gijzelaars lees ik op het bord bij het monument. Als vergeldingsactie voor het verzet tegen de Nazi’s worden ze hier vermoord.

Eerst komt er een vrachtauto uit kamp Amersfoort. De mannen stappen uit en worden opgewacht door dertig Duitse soldaten. Ze worden direct gefusilleerd. Vervolgens arriveert de tweede truck met de rest van de gevangenen. Voor hen moet het nog afschuwelijker zijn geweest. Als er nog onzekerheid was over het doel van de reis dan is die bij aankomst direct verdwenen. Er liggen zes lijken. Het is onafwendbaar, de dood is nog maar een paar seconden van hen verwijdert. Ook deze mannen worden onmiddellijk doodgeschoten. En ter plekke begraven. Na de oorlog wordt het massagraf gevonden en krijgen de mannen, na identificatie aan de hand van gevonden persoonlijke spullen, alsnog een waardige begrafenis. Op deze site is het hele verhaal te lezen.

Opgehaald uit kamp Amersfoort (politieke gevangenen) en st. Michielsgestel, waar gijzelaars uit het hele land waren geïnterneerd. (Waaronder ook mijn opa, van moederskant. Actief in politiek en maatschappelijke organisaties in Schiedam is hij met vele anderen op 4 mei 1942 om zes uur ’s ochtends van zijn bed gelicht en nog dezelfde dag naar st. Michielsgestel gebracht. Vanuit dit kamp worden in augustus en later dus, op 16 oktober, in totaal zes mensen doodgeschoten).

Mijn grootvader heeft in de periode dat hij geïnterneerd zat in St. Michielsgestel een dagboekje bijgehouden. Ik kreeg daaruit de indruk dat het daar wel meeviel. Men had relatief veel vrijheid om de dagen door te brengen zoals men wilde. Er werd van alles georganiseerd door de gevangenen aan lezingen en muziek. Maar in augustus werden de eersten opgehaald om vermoord te worden. Toen bleek dat het de Duitsers menens was. En nu met dit verhaal van deze executies realiseer ik me dat er een enorme spanning en onzekerheid geheerst moet hebben.

Ik zal nog een blog wijden aan mijn herinneringen over deze ervaring van mijn grootvader. Ik heb hem helaas niet gekend, maar veel gehoord in de verhalen over hem van mijn moeder.

20180506_212139
Handschrift van mijn grootvader, een bladzijde uit het dagboekje
20180506_212105
Tekening van mijn grootvader gemaakt door mede-kampgenoot
20180506_212029
Rechts mijn grootvader, Jacob van Katwijk.

Hier is een uitzending te zien van Andere Tijden over het gijzelaarskamp st.Michelsgestel

Azijnpisser

Ik ben op Facebook lid van verschillende forums. Een voor R(usteloze) B(enen) S(yndroom) medeslachtoffers. Heel leerzaam, vooral om vaak te mogen constateren (in dankbaarheid) dat ik vergeleken met sommigen een milde variant heb. Het leed dat door leden van dat forum gedeeld wordt is echt niet te geloven. En dat als gevolg van zo’n stomme kwaal.

Dan krijg ik veel berichten van een forum voor liefhebbers en verzamelaars van (West-)Duits aardewerk. Ik heb daar ooit lol in gekregen en het is leuk om af en toe nieuwtjes of weetjes te ontvangen. Ik ben geen hartstochtelijke verzamelaar van nature. Vindt het gauw genoeg en richt me weer op wat anders. Hoewel aardewerk en servies me wel enorm blijven boeien. Maar tegenwoordig in het kader van ontspullen, vooral veel kijken, niet kopen.

Dan ben ik ook lid van een tuinforum. Tuinplanten, tuinideeën, moestuinen en siertuinen voor elk wat wils en er zijn meestal wel leuke suggesties te vinden en informatie. Wat ik echter vooral bij dit laatste forum leerde zijn lelijke woorden. Nou ja, leerde…Ik bedoel dan vooral het lichtelijk gebruik ervan.
Iemand vraagt: hoe vinden jullie dit? Zeg van een maaksel of een boeket. Tien mensen vinden het mooi, eentje zegt ‘te onrustig’. Bingo. De reactie is onmiddelijk en meedogenloos: ‘Bullshit!’ Uhm, zegt een ander, kan dat niet wat vriendelijker? NEE, schreeuwt de persoon terug, zij is ook niet vriendelijk. Met andere woorden, de vraag ‘hoe vind je dit?’ is helemaal geen vraag, maar een verkapte manier van zeggen: ‘mooi he?’ (en durf er eens mee oneens te zijn)

Goed, ik kan wel tegen een stootje, hoor. En het was ook niet tegen mij gericht. Maar ik krijg al wel aarzelingen…wil ik hierbij horen?
Het woord BS is niet nieuw, evenals een andere die ik veelvuldig tegenkom ‘mierenn**ker’. Een woord, ik geef het toe, dat ik weleens heel zacht fluister als er al te priegelige mensen in mijn omgeving bezig zijn. Maar hardop zou ik het niet zo snel gebruiken en zeker niet op een forum als Facebook. Veel mensen hebben daar geen enkele moeite mee. Vooral als er gereageerd wordt op iemand die probeert te wijzen op de duidelijke regels van een groep. Die krijgt dan soms de wind van voren. Gelukkig kan diegene zich beklagen bij de forumleider die zulke portretten kan blokkeren.

Ach, er is natuurlijk al veel geklaagd over social media gedrag. Het blijft een fenomeen. Kinderen in het lijf van grote mensen, met grote mensen woordenbagger (ik kan het geen -schat noemen).

 

Nu een woord wat wel nieuw is voor me. Azijnpisser. Ik ben het nu al al meerdere keren tegengekomen. De definitie is zoiets als: wie het niet met me eens is, daar argumenten voor heeft en ik kan niks meer verzinnen, dan noem ik jou een azijnpisser.
Hou je gewoon aan de regels. Azijnpisser!
Google eerst eens voor je een vraag stelt. Azijnpisser!
Enzovoort.

Van het tuinforum ben ik af. Verkoopforums hebben ook een neiging tot degeneratie, die gebruik ik echter met zorg.

Maart

Maart was een drukke en intensieve maand. Niet alleen lijkt iedereen in mijn familie jarig te zijn (waaronder ikzelf en echtgenoot), het was ook nog verkiezingscampagne! Voor het eerst van mijn leven stond ik op een lijst voor de gemeenteraad. Niet dat ik nu verkiesbaar was, want nummer vier, en dat is, in de plaats waar ik woon, voor de ChristenUnie een onbereikbare droom. Het ging in de campagne dus om een goeie enkele zetel. En dan tellen alle stemmen. Dat zie je maar in de plaatsen waar na de verkiezingen nog hertellingen plaats vonden, met 1 stem verschil kon je een restzetel winnen of aan je neus voorbij zien gaan.

Campagne activiteit 

Campagne voeren is wel uit je comfortzone stappen merk ik. Ik ben niet goed in (mezelf) verkopen en dat moet je toch wel kunnen als je in een campagne zit. Maar gaandeweg kreeg ik er lol in. Opnieuw door te werken op mijn eigen manier. In het klein, met de mensen die ik ken en in mijn directe omgeving. Ik ben echt overtuigd ChristenUnie lid. Kan me vinden in de waarden van de partij en dat helpt bij het anderen enthousiast maken.

Maar politiek blijft lastig. Je kunt idealen hebben, ideeën en plannen, maar de praktijk is zo weerbarstig. Compromissen sluiten is onvermijdelijk. Ieder standpunt ligt genuanceerder dan simpel ja of nee. Ik merkte dat toen ik de kieswijzer invulde van onze gemeente. Ik kwam tot mijn grote schrik uit bij de lokale partij! Toen ik mijn antwoorden vergeleek met de standpunten van de plaatselijke CU begreep ik wel waarom. De kieswijzer dwingt tot ja of nee. Terwijl de CU hele genuanceerde posities inneemt. Populistische partijen kunnen niet zoveel met nuances. Gedwongen tot ja/nee keuzes kwam ik dus toch uit bij die partij die totaal niet mijn ideeën vertegenwoordigt.

ChristenUnielunch met Taalmaatjes

Het leukst tijdens de campagne vond ik de lunch met een aantal van mijn taalvriendinnen uit verschillende landen. Ik had wat campagnemateriaal in huis gehaald en de lijsttrekker was er. De dames mochten allemaal stemmen, sommigen voor het eerst. Een Somalische zei dat ze stemmen leuk vond en altijd (ze was al 11 jaar in Nederland) meedeed. Een Syrische dame stemde voorheen PvdA, omdat Wouter Bos ervoor gezorgd had dat ze met haar gezin weg kon uit Ter Apel. Een dame uit Taiwan stemde VVD, want dat stemde haar Nederlandse man. Zo persoonlijk ligt een stem dus. Dit keer gingen ze allemaal voor mij stemmen 🙂

Helpen bij NLDoet

Als Denk in onze stad was geweest zou die weleens aardig wat stemmen hebben kunnen krijgen. Hoewel er ook weer veel negatieve gevoelens zijn over de Turks/Marokkaanse gemeenschap waar mijn taalmaatjes tussen wonen. Drugs, overlast door jongeren, de klacht is vaak hetzelfde. Dus in hoeverre zo’n Turks islamitische partij dan stemmen wint onder moslims uit andere landen?

Ik had trouwens voor de lunch kippensoep met linzen gemaakt, maar vergeten om halal kip te kopen. Twee vrouwen sloegen de soep over. Volgende keer op tijd langs de toko. De Syrische, ook moslima, deed er niet moeilijk over en vond dat de twee Somalische dames gewoon de soep van Margreet moesten eten. Voordat er ruzie ontstond gauw het onderwerp verandert.

We kregen 120 extra stemmen dit keer. In alle wijken een stel meer. Toch mooi als je beseft dat de PvdA nu kleiner is dan de ChristenUnie hier.

Hot Pink

19183__pink-hydrangea-bed_p.jpg (969×606)

Hot Pink. Knalroze. Is dat een mooie kleur? Ik aarzel. Ja, bij mijn donkere dochters, die staat het best mooi. Of bij zo’n klein, schattig meisje tegenwoordig. In een prinsessenjurkje…Of, laat me nog even goed nadenken. Mijn schoonmoeder ja, die kon alle kleuren hebben, zeker ook knalroze.

Maar!

Cliffhanger…(spannende muziek)

Wat vind ik van knalroze in mijn tuin? Nou ja, hier en daar een roze accent, prima.

Cliffhanger.

Maar wat te doen als AL je hortensia’s, wélke kleur ze oorspronkelijk ook hadden, KNALroze kleuren? Wanneer de stokroos, met veel zorg van zaad tot plant opgekweekt, zich niet met donkerrode bloemen tooit (daar had je toch het zaad van gezaaid?) maar met jawel: KNALroze bloemen! Dan wordt het me teveel. Dan buig ik mijn hoofd en slik de tranen der teleurstelling in en vraag me slechts af welke #$%@ vorige bewoner hier zuurstokken in de grond vermalen heeft…

Ik troost me met de rozen die gelukkig kleurvast zijn en zich niet laten meeslepen in de roze rage. En de rode fuchsia die sierlijk zijn klokjes laat wiegen in de wind. Met de gele wederik, de blauwe monnikskap en de rode geraniums die ik vorige zomer stekte. En natuurlijk bloeit overal de vrouwenmantel, betrouwbaar als een degelijke werknemer, die plant.

Het blijft afwachten met een tuin. Veel gezaaid dit jaar, maar zoals ik al eerder schreef was het resultaat, de zaailingen, slechts bestemd om de buiken van naaktslakken te vullen. Volgend jaar anders aanpakken dus.

Ik vergeet de Annabel! Die blijft wit!

Ik heb nog wel wat kunnen oogsten van mijn AH plantjes. Bij terugkeer van mijn vakantie hingen er welgeteld drie boontjes in de bonenplant, zaten er onderaan de bijna geheel weggesabbelde stelen, twee worteltjes en waren er zeker wel tien (mini)bietjes klaar om gegeten te worden. Eerder had ik al van de sla geplukt en van de krulandijvie. En de kersentomatenplantjes blijken gigantsiche groene bomen te worden. Met hier en daar een tomaat-in-wording.

Dit is niet, wat je zegt, een rijke oogst. En zeker niet wat me was voorespiegeld door AH. Maar ik heb de smaak te pakken. Ik ga de zuurstokken uit de grond zeven en er een container oud roest in verwerken om de kleur te beïnvloeden. Ik koop alvast een paar kratten bier om de slakken te bestrijden plus een grote voorraad korrels. En een mandje, waarin ik dan vanaf mei 2017 2x per dag naaktslakken in hun gretige gang ga hinderen. Ik pluk ze net zolang uit alles tot ze volkomen ontmoedigd, met hun staart onder dat slijmsliertgat, een andere tuin gaan zoeken.

En verder mag de natuur z’n gang gaan.

 

Toch nog de zee

CAM00954

CAM00956

Gisteren voor het eerst sinds lange maanden de zee weer geroken. Mijn ziel opende zich als de longen van iemand die onder water haar adem heeft moeten inhouden. De zoute geur van het water; het kraken van de schelpen langs de vloedlijn waar we liepen; dat voortdurende, zacht aanwezige geruis van het bewegende water. Als balsem op deze enigszins gepijnigde ziel na een lange ziekte- en herstelperiode.

Wanneer je daar loopt, diep ademhalend van genot, zou je bijna vergeten hoe woest en gevaarlijk de zee kan zijn. Orkaan Patricia was nog niet geland in Mexico toen we langs het Scheveningse strand liepen, maar ’s avonds wist ik weer waarom er in de Bijbel staat dat de zee er niet meer zijn zal op de nieuwe aarde, wanneer Jezus terugkomt (Openb.21:1). Voor mij als ‘zeemens’ altijd een lastige boodschap, maar ik denk dat het duidt op de verwoestende kracht van de golven, die een alles vernietigende tsunami kunnen vormen of boten op zee in grote moeite brengen. In vissersdorpen is men niet lyrisch over de oceaan, zoals ik. Als je geliefden verloren hebt op zee, verandert die in een vijand. Kijk de video maar om te zien hoe de zee kan huishouden bij een storm.

Daarvan was zaterdag geen sprake. Veel  mensen liepen aan het strand te genieten van het zachte herfstweer, de golfslag en de wind die je wangen dat rozige gevoel geven naderhand. Er waren nog enkele strandtenten open die het laatste restje omzet binnen probeerden te krijgen met open terrasjes.

Verder was het strand weer bijna in oorspronkelijke staat. Breed, groots en vol merkwaardige voorwerpen die waren aangespoeld. Verwijzingen naar lange, luie, zomerse stranddagen. Flessen, koelboxen, koelelementen en meer van dat soort rotzooi. Spijtig. Maar ach, het strand is geduldig en er is zoveel van, dat we er weinig last van hadden. Hoewel de vraag wel altijd door mijn hoofd blijft spelen wat mensen bezielt om, bij het naar huis gaan, doodleuk hun spullen in te pakken en de rotzooi op een hoopje achter te laten…Hoe krijg je dat voor elkaar?

Maar goed. Het weer was lekker, de zee rook zalig en ik liet mijn stemming niet bederven.

CAM00957

19 oktober, vakantie en een verjaardag

Co van Katwijk, 19/10/1997
Co van Katwijk, 19/10/1997

Herfstvakanties ontgaan me nooit. Al twee decennia geen kinderen meer thuis, laat staan op school en toch weet ik feilloos wanneer de herfstvakantie is. De 19e oktober, de verjaardag van mijn moeder tot 2006, haar sterfjaar, valt er altijd in. Je moeder jarig en vakantie, wat wil je als kind nog meer? Verjaardagen werden thuis altijd gevierd en zeker voor die tijd, uitbundig.

Uiteraard met cadeautjes, al kan ik me niet een van mijn eigen cadeau’s herinneren. Mijn moeder had later wel prullaria staan waarvan ik dan zei, gooi toch weg, maar ieder ding had een speciale herinnering. Gekregen van die en die, waarbij dan een naam van een broer of zus voorbij kwam. Bijzonder dierbaar waren prullen die voor een eerst verdiende vakantiegeld gekocht werden. Ik was als jongste wellicht wat zuunig, want er stond nooit iets van mij bij…

Voor haar verjaardag was mijn moeder dagen van tevoren al boodschappen aan het slepen. Zware tassen aan haar stuur, maar geen fietstassen want dat stond ordinair. Mijn moeder was zich van haar stand bewust. Dat het een hoop gesjouw scheelde mocht niet baten. Liever driemaal op en neer.

Mijn vader zorgde voor de sterke drank. Specialiteit van het huis, want mijn vader handelde in jenever en aanverwante dranken (citroenjenever, bessenjenever, oude jenever, jonge jenever en wat er verder nog meer gebrouwen werd). Ook voor de sherry en de advocaat werd gezorgd. Wijn werd niet gedronken. Tenzij het de mierzoete Spaanse variant was. Maar advocaat was verreweg de meest populaire damesdrank. En boerenjongens, rozijnen ingemaakt in brandewijn. Pittige rozijnen werden dat! Een tante dronk jonge jenever. Dat viel wel op. Met haar sigaret zonder filter, borreltje en doorrookte stem was ze een aparte tante. Maar wel lief!

Terug naar de dagen van voorbereiding. Ik maakte die met gespannen verwachting mee. Met de boodschappen eenmaal in huis, uitgestald in de kelder als een waar luilekkerland, begon de rest: Cakes bakken in het losse oventje dat uit de schuur werd gehaald, op het aanrecht geplaatst en met een slang werd aangesloten op het gas. Mijn moeder maakte heerlijke, goudgele cake. De geur alleen al!

In het primitieve jaren vijftig keukentje ging ondertussen de rest van het werk ook door. Naast de verjaardagsdrukte, moest er gezorgd worden voor het gezin met vijf kinderen. Gekookt, gewassen, afgewassen en het huis netjes en schoon gehouden…wat een eindeloze dagen moeten dat geweest zijn. Mijn moeder was geen enorme poetser, maar alles moest voor het oog in elk geval netjes en schoon zijn. Zeker als er een stoet mensen op bezoek kwam!

Later vertelde ze me wel dat ze op dat soort dagen valium slikte omdat ze stijf stond van de spanning. Eigenlijk was het allemaal veel te veel. Kwestbaar als ze was, kon ze die drukte in feite niet aan. Maar het hoorde zo. Verjaardagen vier je. Punt. De familie moest langskomen. En daar dacht je ook niet over na.

Ik had dat natuurlijk allemaal niet door als kind. Ik kon niet wachten tot de ooms en tantes kwamen en het huis bruiste van hun aanwezigheid. Vooral mijn moeders broers en zussen waren geliefd bij ons als kinderen. Ze hadden een groot gevoel voor humor en vertelden altijd de gekste verhalen. Het gillende gelach van mijn tantes kan ik nog horen!

Mijn vaders broers en zussen waren heel verschillend. Je had de ‘stillen’, die niets zeiden en wat humeurig leken. En je had de lolbroeken die van een borreltje en een geintje hielden, zoals mijn vader en twee van zijn broers. Maar de humor was meestal niet naar mijn moeders smaak, dat voelde ik als kind wel aan…Henk!, zei ze dan, op zachte toon.

Ik herinner me de verjaardagen als geluksmomenten in mijn jeugd. Ik was een wat tobberig en angstig kind (leefde heel erg verbonden met mijn onzekere, sociaal angstige moeder), maar de avonden dat ik boven in bed lag, luisterend naar het geroezemoes en gelach beneden, voelde ik me warm en veilig.

Verjaardagen en vakantie…een perfecte combo!

Back to normal?

Het leven is weer terug naar normaal. Maar wat is normaal eigenlijk? Van de infectieziekte en alles wat daarmee te maken had kan ik zeggen, dat is afgesloten en voorbij. De pijn is hanteerbaar en verder doe ik (bijna) alles weer zoals anders. En wanneer ik teveel doe waarschuwt mijn lichaam me. Heel nuttig af en toe een pijnscheut!

Nu moet ik de dingen weer gaan oppakken die ik voor de ziekteperiode deed. Mijn vrijwilligerswerk met buitenlandse vrouwen heeft stil gelegen en dat gaat na de vakantie weer van start. Ik heb er een taalklasje bij, wel met buitenlanders, maar ditmaal gemengd en van Duits en Engels sprekenden. Dat is weer een ander soort aanpak, want dit zijn hoogopgeleide mensen. Een uitdaging dus.

Verder ga ik voor ons vertaalbedrijfje Claritas weer wat klussen doen. Genoeg om me niet te vervelen dus. Maar ik zit wel in een raar tussenland. Heel lang kon ik alles op afstand houden vanwege mijn ziekte. En nu begint ‘ het gewone leven’ weer. Daar zou ik heel dankbaar en blij om moeten zijn, maar ik merk een soort aarzeling. Ik wil nog even vasthouden aan het beschermde, zeg maar afgeschermde, leventje. Misschien dezelfde heimwee als die ik voelde na de ziekenhuisopname?

Het is wel echt een genot weer eropuit te kunnen gaan. De kinderen en kleinkinderen zien en dingen te ondernemen. Kleinzoon Noah van 4 zet nog steeds een hoge stoel klaar met een ‘ kussen – voor -de – zere rug’. Nu ik beter ben mag hij weer komen logeren, iets wat hij het liefste doet, logeren bij anderen. Ik kan ook broertje Nathan (3 mnd) weer dragen en op schoot hebben. Een minpuntje: hij is eenkennig en omdat hij me niet veel heeft gezien kijkt hij me eerst met grote ogen aan en trekt dan een langzame pruillip, waarna hij klagelijk in huilen uitbarst. Mamma moet dan snel ingrijpen!

Met de grote kleinzoons van 10 en 7, de Woudenberg boys, is het minder een probleem. Die hebben meegeleefd en zijn blij me weer in normale doen te kunnen zien. Nu is kleinzoon Niek het middelpunt van de belangstelling met zijn gebroken pols. De pols moest onder narcose  gezet worden in het ziekenhuis. Nu hebben we gedeelde ziekenhuiservaring en keuvelen we gezellig samen over infusen en narcoses.

Ik heb een lichttherapielamp besteld in de hoop dat die me wat door de grauwgrijze dagen heen gaat loodsen. Want wat trekt mijn bed dan hard aan me. Slapen wil ik. Zodat het weer snel avond is….Dan kunnen de gordijnen dicht en de lampen aan en lijkt het weer wat tenminste. En naar buiten toe, ook dat is een opdracht iedere dag. Lopen en fietsen. Conditie opvijzelen en goed voor de rug en de grijze cellen. Maar ik moet mezelf wel aan de haren meeslepen op de grijze dagen. Het natte, schimmelige, koude, met naaktslakken bedekte pad langs ons huis is niet erg aantrekkelijk…

Ik heb van alles gelezen in de afgelopen maanden. Ik zal er in een volgend blog wat over vertellen.

Seks verkoopt niet

Interessant onderzoek wijst uit dat producten die geadverteerd worden met seksueel getinte beelden of tekst niet goed verkopen. Integendeel, ze verkopen mínder goed ! We zijn met z’n allen preutser geworden, volgens communicatiewetenschapper Arie den Boon, die men interviewde op Radio 1. Tien jaar geleden adverteerde Karwei nog met kerels op een catwalk met ontbloot bovenlijf en gillende vrouwen aan hun voeten; nu hebben ze tenminste een t-shirt aan. Het blijft natuurlijk een stomme reclame, maar goed, het geeft aan dat bloot minder gewaardeerd wordt dan even terug.

Ik vind dat wel een interessante ontwikkeling moet ik zeggen. Ik heb de jaren zestig en zeventig meegemaakt waarin het motto min of meer was: hoe bloter, hoe beter! Nu zijn de meeste blootaanbidders 60 of 70+. Af en toe zie je ze volleyballen op het naaktstrand, bij Scheveningen of zo. Niet echt een aantrekkelijk gezicht.

Ik vond het dus wel tijd om iets anders in dat verband aan de kaak te stellen: de vunzige seksreckames in ons huis-aan-huis blad. Ik hou van plaatselijke krantjes. Je leert er van alles. Over de plaatselijke politiek, over de culturele happenings, de bestemmingsplannen die ter inzage liggen (hele spannende lectuur) en wat dies meer zij. Mijn huidige vrijwilligersbaan heb ik ook via het Sufferdje gevonden.

Nuttig dus. Waar ik afhaak is bij de ‘contactadvertenties’. Opeens beland ik, van min of meer onschuldige, vrolijke, interessante informatie in een zwoele poel van heet hijgende, zich in allerlei bochten wringende dames die ‘alles’ doen thuis, je hoeft alleen maar dit of dat nummer te bellen. Echt afstotelijk vind ik. En wat doen die advertenties in mijn huis-aan-huisblad? Heb ik daarom gevraagd?

Een brief dus maar naar de redactie. Waarom plaatsen jullie dit soort gore dingen in het krantje ? Het past toch totaal niet bij de inhoud én de doelgroep van zo’n krantje?

De redacteur reageerde snel (lof!). Hij was er ook niet blij mee. Maar de directeur van Wegener zag het anders: Kijk eerst maar hoeveel klachten je krijgt. Dan kunnen we altijd nog het beleid aanpassen.

Hierbij dus de raad aan iedereen die zich ergert aan vunzige advertenties: laat het weten. Directeuren hebben zelf blijkbaar geen visie. Die reageren alleen op vraag en aanbod. Maar laat ik het onderzoek nog maar een keer aanhalen: seks verkoopt niet!

 

Kleine geschiedenis van mijn vader 3 – Van Duitsland, via Nederland naar de VS

Mijn reislustige oudvader (officiële naam van de vader van je betovergrootvader) aan vaders kant, Carl Heinrich Buschman  is twee maal geëmigreerd in zijn leven. Dat is toch wel opmerkelijk vind ik. In een tijd waarin reizen een enorme onderneming was, waar emigreren betekende definitief afscheid nemen van familie, heeft deze man dat tot twéémaal toe gedaan! Eerst afscheid, rond 1840, van zijn moeder in Duitsland , die als relatief jonge weduwe achterbleef met haar kinderen, misschien in de hoop dat haar zoons in haar onderhoud konden helpen voorzien. Ruim 35 jaar later neemt CHB opnieuw afscheid, maar dan van kinderen en kleinkinderen. Dat getuigt van een bepaald karakter, lijkt me.

Zijn oudste broer was in de jaren dertig van de 19e eeuw al eerder vertrokken naar Nederland en werkte bij een bakker in Rotterdam. Waarschijnlijk na het doorlopen van militaire dienst vertrokken. Net als Carl Heinrich Buschman (Karel of Henk?), volgens de papieren in Duitsland, zijn militaire dienst had vervuld, vóór hij naar Schiedam vertrok.

Ontheffing Nederlandse militaire dienst vanwege dienst in Duitsland
Ontheffing Nederlandse militaire dienst vanwege dienst in Duitsland

Het was een hele papierwinkel voor hem om daar later uiteindelijk te kunnen trouwen met zijn Helena Poots uit Dordrecht. Ze hebben, vermoed ik, lang moeten wachten voordat alles geregeld was. Niet leuk voor hen want Helena beviel nauwelijks een maand na de bruiloft van hun zoon Frederik Willem, mijn overgrootvader. Voor mij wel leuk, want door al die documenten krijg ik meer inzicht in een stukje van CH’s levensloop.

Van het feit dat hij in Duitsland in dienst was geweest, moest namelijk bewijs komen uit de deelstaat Hessen waar hij diende. Dat bewijs moest vervolgens door een notaris worden gewaarmerkt. Zijn geboortebewijs kwam niet van het stadhuis, maar van de Lutherse gemeente waar hij gedoopt werd. Ook dat moest natuurlijk bewezen en gewaarmerkt. In Holland gaan we niet over één nacht ijs, immers?

copiekerk.archieflavesloh1846

Van trouwen kon dus geen sprake zijn tot alle benodigde papieren binnen waren. Ondertussen groeide de buik van Helena. Mocht het een schande zijn geweest, dan was er geen geheimhouding meer mogelijk. Toch krijg ik de indruk dat er in die tijd vaak getrouwd werd met al een kind-op-komst. In de families van mijn beide ouders komt het met de regelmaat van de klok voor dat er kinderen geboren worden, minder dan 9 maanden na de huwelijksdatum. Een van mijn voorouders werd bij het huwelijk van haar ouders pas geëcht. Hoewel de vader al wel had laten vastleggen dat hij de vader was. Op zijn 19e. Hij en zijn aanstaande waren zo arm dat ze zelfs werden vrijgesteld van de leges voor de ondertrouw. Ook dat werd netjes vastgelegd in de documenten, artikelnummer en inhoud van het artikel: vanwege armoede. Tja.

Bewijs van armoede Jan van Katwijk
Bewijs van armoede Jan van Katwijk

Mijn ouders komen geen van beide uit een rijk voorgeslacht, dat mag duidelijk zijn. Pas aan het begin van de 19e eeuw zie je de welstand aan mijn moeders kant van de familie wat toenemen. De beroepen worden meer middenstand: Veldwachter, kantoorbediende, en een eigen bedrijf in glas en verf. Ik heb gegevens gevonden over een voorvader van Katwijk in de 17e eeuw die lid was van het Lucasgilde, het gilde voor alles wat met schilderen en verf te maken had, ook voor kunstschilders. Was hij ambachtsman of kunstschilder? Ik denk het eerste, want hoewel er aanleg voor tekenen in de familie zit, is er tot nu toe nog geen vroege of late Van Katwijk ontdekt, helaas…

Aangifte Maria van Katwijk 1828

Ik ben nu naarstig op zoek naar hoe het Carl Heinrich Buschman is vergaan in de Verenigde Staten. Hij vertrok met vrouw en dochter naar St. Louis, Missouri, het Mekka van Duitse immigranten en jammer genoeg heette 80% Buschman. Twee van zijn zoons (de jongsten) vertrokken met twee neven tegelijkertijd naar Kansas City, Kansas. Waarom daarheen? Had het iets te maken met veehandel, omdat hij daar in Nederland ook mee bezig was, evenals de oudste zoon, Frederik Willem ? Die handel was niet erg succesvol in elk geval. FW bleef achter, voor zover ik nu kan nagaan, met weinig geld op een gepacht stukje grond in Schiedam waar hij met zijn gezin op een klein boerderijtje woonde. Mijn oma Sonneveld werd daar geboren in 1875 als een van de elf kinderen (en één van de drie die overleven). Zij heeft haar eigen opa en oma dus niet bewust meegemaakt. Ze was twee jaar toen die vertrokken met de boot voor de grote overtocht naar Amerika. Het land van nieuwe mogelijkheden. In 1878.